CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van zienswijzen BP Buitengebied part. herz. Natuurbegraafplaats op Aust

Raadsvergadering 10 oktober 2023, gemeente LosserBij agendapunt: Vaststellen BP Buitengebied partiële herziening Natuurbegraafplaats op Aust9.778 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota van zienswijzen Bestemmingsplan “Buitengebied, partiële herziening Natuurbegraafplaats op Aust”

Inhoudsopgave 1.

2.

Inleiding .......................................................................................................................... 3 1.1

Procedure en opzet ................................................................................................. 3

1.2

Wet bescherming persoonsgegevens...................................................................... 3

1.3

Ingediende zienswijzen ........................................................................................... 3

Zienswijzen: samenvatting inhoud, reactie en conclusie ................................................. 4 Zienswijze 1 ....................................................................................................................... 4 Zienswijze 2 ....................................................................................................................... 7 Zienswijze 3 ....................................................................................................................... 9 Zienswijze 4 ......................................................................................................................15

3.

Wijzigingen ....................................................................................................................20 Toelichting ........................................................................................................................20 Regels ..............................................................................................................................20

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening Natuurbegraafplaats op Aust”

2

1.

Inleiding

1.1 Procedure en opzet Het ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied, partiële herziening Natuurbegraafplaats op Aust” en de bijbehorende stukken hebben voor een periode van zes weken (met ingang van 29 december 2022) voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn vier zienswijzen ingediend op het ontwerpbestemmingsplan. In deze Nota van zienswijzen worden de ingekomen zienswijzen samengevat en voorzien van een reactie. Daarna wordt een conclusie getrokken. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een overzicht gegeven van de wijzigingen. 1.2 Wet bescherming persoonsgegevens Sinds 25 mei 2018 is de Algemene verordening gegevensbescherming (Avg) van toepassing. Om deze reden worden in deze zienswijzennota geen NAW-gegevens vermeld. Deze nota wordt als onderdeel van de besluitvorming op internet gepubliceerd. In verband met de Avg zijn de zienswijzen daarom geanonimiseerd. De werking van de Avg strekt zich niet uit tot gegevens omtrent natuurlijke personen, die behoren tot een rechtspersoon. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor stichtingen of verenigingen. Deze namen zijn daarom niet geanonimiseerd. Dit geldt ook voor personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure (namen van advocaten, gemachtigden en dergelijke). 1.3 Ingediende zienswijzen Er zijn in totaal 4 zienswijzen ingekomen. Het betreft de volgende zienswijzen: 1.

Zienswijze van Reclamant 1 met kenmerknummer 23.0006684 en dagtekening 17 januari 2023; 2. Zienswijze van Reclamant 2 met kenmerknummer 23.0006685 en dagtekening 7 februari 2023; 3. Zienswijze van Reclamant 3 met kenmerknummer 23.0006686 en dagtekening 8 februari 2023; 4. Zienswijze van Reclamant 4 met kenmerknummer 23.0006687 en dagtekening 7 februari 2023. De zienswijzen zijn tijdig ingediend en derhalve ontvankelijk.

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening Natuurbegraafplaats op Aust”

3

2.

Zienswijzen: samenvatting inhoud, reactie en conclusie

De zienswijzen worden hieronder samengevat weergegeven. Dit betekent niet dat onderdelen van de zienswijzen die niet expliciet worden benoemd niet bij de beoordeling zijn betrokken. De zienswijzen zijn in hun totaliteit beoordeeld.

Zienswijze 1 Samenvatting inhoud zienswijze a) Reclamant wil graag een grondig onderzoek naar wat het natuurbegraven betekent voor de biodiversiteit; b) Reclamant vraagt zich af of de grond en het grondwater wel geschikt zijn voor natuurbegraven en of er bodemonderzoek heeft plaatsgevonden. Dit ook betreffende stankoverlast en het opgraven van menselijke resten door de dieren die hier foerageren; c) Reclamant wil weten of alle onnatuurlijke materialen die in het lichaam zijn toegebracht verwijderd worden. Ook wil reclamant weten hoe het zit met lijkvocht medicijnen en andere afbraakproducten; d) Reclamant heeft het gevoel dat reclamant komt te recreëren tussen de restanten van dode personen en dat de situatie het Lutterzand Greun’n stet een grote afvalput gaat worden in Natura 2000-gebied; e) Privacy-verlies, inkijk in de woning en nieuwsgierig publiek rondom de woning is waar reclamant voor vreest; f) Reclamant benoemt de mogelijkheid tot waardedaling van de recreatiewoning. Mocht blijken dat hier sprake van is dan stelt reclamant de gemeente hiervoor aansprakelijk; g) Personen op de natuurbegraafplaats worden voor de eeuwigheid begraven. Dit betekent dat personen cg. nabestaanden nooit belasting hebben betaald aan de gemeente Losser terwijl reclamant als grondeigenaar een recreatiewoning bezit en daarvoor wel elk jaar een aanslag ontvangt.

Reactie gemeente a) In het kader van het bestemmingsplan is grondig onderzoek uitgevoerd naar de gevolgen van het natuurbegraven voor flora en fauna. De Natuurtoets is opgenomen als bijlage bij de toelichting op het bestemmingsplan. Uit de Natuurtoets volgt dat de Wet natuurbescherming geen belemmering vormt voor de realisatie van de natuurbegraafplaats; b) Uit de Inspectierichtlijn Lijkbezorging volgt dat met name een ongestoord bodemprofiel van o.a. zandgrond het meest geschikt is voor een begraafplaats. Hoewel geen bodemonderzoek is uitgevoerd, blijkt onder meer uit openbaar te raadplegen informatie (bijvoorbeeld het DINOloket) dat het gebied waarin het natuurbegraven mag plaatsvinden bestaat uit zandgrond. Wat betreft het grondwater is bekend dat de gronden in het gebied gemiddeld genomen een Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) van 200 centimeter onder maaiveld kennen. Dit is ruim voldoende om te kunnen voldoen aan de voorwaarde in het Besluit op de lijkbezorging dat graven zich tenminste 30 centimeter boven het niveau van de gemiddelde grondwaterstand moeten bevinden. Ook het waterschap heeft in haar reactie bevestigd dat de grondwaterstand voldoende diep is om niet in conflict te komen met het begraven. Nota van zienswijzen bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening Natuurbegraafplaats op Aust”

4

Tot slot wordt inzake dit onderdeel van de zienswijze opgemerkt dat het begraven zal moeten voldoen aan alle wettelijke bepalingen uit de Wet op de Lijkbezorging en het Besluit op de Lijkbezorging. Hierin zijn ook regels opgenomen die bepalen dat boven de kist of het omhulsel zich een laag grond moet bevinden van 65 centimeter. Hierdoor zal van stankoverlast of het opgraven van menselijke resten door dieren geen sprake zijn; c) Het begraven zal net als het begraven op een reguliere begraafplaats aan alle wettelijke bepalingen moeten voldoen. Uit onderzoek (Natuurbegraven in Gelderland - Verkennend onderzoek naar effecten op water, bodem en natuur, 2 november 2017) blijkt dat bij natuurbegraven uitspoeling van nutriënten en milieuvreemde stoffen (zoals bijvoorbeeld medicijnresten) optreedt, maar dat de kans op verslechtering van de grondwaterkwaliteit minimaal is. Alleen bij begraven in hoge aantallen per hectare per jaar bestaat de kans op belasting van het (lokale) grondwater met nitraat. Van hoge aantallen graven per hectare per jaar is in dit geval echter geen sprake. Het bestemmingsplan staat immers slechts 250 graven per hectare toe. d) Deze mening van reclamant wordt niet gedeeld. Het begraven op een natuurbegraafplaats vindt plaats in harmonie met de natuur. Het huidige bosgebied betreft momenteel een productiebos.

De inkomsten die gegenereerd worden uit het natuurbegraven worden ingezet voor het versterken, verbeteren en het onderhoud van het bosgebied. De basis hiervoor wordt gevormd door het inrichtings- en beheersplan (opgenomen als bijlage bij het bestemmingsplan). Dit plan is erop gericht om het natuurbegraven op het terrein mogelijk te maken en het terrein zo in te richten dat de landschapskwaliteiten en ecologische potentie benut worden. Hierbij is het doel om het terrein zo te ontwikkelen dat er een duurzaam natuurlijk landschap gaat ontstaan, waarbij het natuurbegraven, de natuurontwikkeling en het recreatieve medegebruik in de vorm van wandelen mogelijk wordt. Van een afvalput die ontstaat door het natuurbegraven is dan ook absoluut geen sprake. Daarnaast vindt het natuurbegraven niet plaats op gronden die onderdeel uitmaken van het Natura 2000-gebied. Tot slot wordt opgemerkt dat de afstand van de natuurbegraafplaats tot de recreatiewoning van reclamant circa 40 meter bedraagt. De afstand tot het perceel van reclamant bedraagt 25 meter. Deze afstand is naar onze mening in principe voldoende als scheiding tussen het begraven enerzijds en het recreëren anderzijds. De belangen van reclamant om ter plaatse te recreëren zijn naar onze mening dan ook voldoende gewaarborgd; e) Verwezen wordt naar onze reactie onder d.

Daarnaast wordt opgemerkt dat het zeer onaannemelijk is dat bezoekers van de natuurbegraafplaats rondom of in de recreatiewoning van reclamant zullen gaan kijken. Bezoekers van de natuurbegraafplaats zijn daar met het doel om afscheid te nemen of voor een bezoek aan het graf van een overledene. Daarbij heeft reclamant, voor zover reclamant dat nog niet gedaan heeft, zelf ook de mogelijkheid om op zijn terrein, zowel binnen de bestemming Natuur - Natuur en Bos als de bestemming Recreatie – Recreatiewoning, uiteraard rekening houdend met de binnen die bestemming geldende bouwregels, een erf- en terreinafscheiding te plaatsen om zo ongewenste bezoekers te weren; f) Indien reclamant van mening is dat sprake is van een waardedaling, heeft reclamant de mogelijkheid om na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan een verzoek om planschade in te dienen. In een separate planschadeprocedure wordt dan onderzocht of sprake is van waardedaling en of hierdoor een recht op een planschadevergoeding ontstaat; Nota van zienswijzen bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening Natuurbegraafplaats op Aust”

5

g) Niet wordt ingezien op welke wijze in het kader van voorliggend bestemmingsplan relevant is dat personen op de natuurbegraafplaats geen belasting hebben betaald aan de gemeente Losser (als daar al sprake van is) en reclamant wel. Het feit dat reclamant elk jaar een belastingaanslag ontvangt van de gemeente staat los van voorliggend bestemmingsplan. Op dit onderdeel wordt dan ook niet nader ingegaan. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening Natuurbegraafplaats op Aust”

6

Zienswijze 2 Samenvatting inhoud zienswijze a) In een gesprek is aan reclamant aangegeven dat het ontvangstgebouw alleen gebruikt mag worden voor ontvangst van mensen. Er mogen geen plechtigheden en koffietafels in het gebouw gegeven worden is aan reclamant aangegeven. Reclamant vraagt zich af hoe de gemeente dit gaat vastleggen in het bestemmingsplan; b) Reclamant vraagt zich af of een gebouw van 250 m2 nodig is voor het plaatsen van materiaal, een wc en een bureau; c) In de toelichting staat de 15 hectare bos bij de Lutte Hutte nog vermeld. In de reactie op de inspraakreactie is aangegeven dat dit eruit gehaald zou worden. Reclamant gaat ervan uit dat dit nog gaat gebeuren; d) Er staat een zoekgebied KGO ingetekend op grond van reclamant terwijl reclamant niet weet wat er precies met het bos gaat gebeuren en in welk tijdsbestek. Reclamant wil een duidelijk contract met inspanningsverplichtingen voordat reclamant hier goedkeuring op geeft. Reactie gemeente a) Het is nooit de bedoeling geweest om in het ontvangst- en beheersgebouw plechtigheden en koffietafels worden gehouden. Voor horeca is in artikel 3.3 wel opgenomen dat ‘het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horeca’ moet worden aangemerkt als strijdig gebruik, een zelfstandig horecabedrijf is dan ook strijdig met het bestemmingsplan.

Niet geheel duidelijk is of hieronder ook koffietafels moeten worden verstaan als daarbij de catering van elders wordt aangeleverd. Om deze reden wordt de hiervoor genoemde gebruiksregel als volgt aangescherpt: ‘het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horeca, hieronder wordt ook verstaan het op locatie geleverd krijgen van dranken en etenswaren (catering)’. Om te verzekeren dat ter plaatse ook geen plechtigheden plaatsvinden, wordt in de gebruiksregels tevens een regel toegevoegd dat ‘het gebruik van het ontvangst- en beheersgebouw ten behoeve van ceremonies/ plechtigheden’ in strijd is met het bestemmingsplan; b) Het door reclamant bedoelde gebouw gaat gebruikt worden als ontvangst- en beheersgebouw voor de natuurbegraafplaats en bijbehorende gronden. Naast een ontvangstruimte moeten in het gebouw onder andere een administratieve ruimte (kantoor), sanitaire voorzieningen, kitchenette voorziening (uitsluitend voor eigen gebruik, niet ten dienste van horeca), een technische ruimte en ruimte(n) voor opslag van materiaal dat gebruikt wordt voor het natuurbegraven en het beheer en onderhoud van de natuurbegraafplaats worden ondergebracht. Gelet op de functies die ondergebracht worden in het gebouw, is een gebouw van 250 m2 naar onze mening niet onevenredig groot; c) Reclamant doelt op de tekst onder figuur 3.7.

Deze tekst zal worden verwijderd en vervangen door een tekst waarmee de juiste locatie wordt geduid. Ook later in de toelichting en de Natuurtoets wordt dit genoemd, ook hier zal de tekst worden aangepast de juiste locatie worden genoemd; d) Reclamant heeft hier een terecht punt. Inmiddels is er een contract getekend tussen reclamant en de exploitant van de natuurbegraafplaats.

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening Natuurbegraafplaats op Aust”

7

Conclusie De zienswijze leidt deels tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening Natuurbegraafplaats op Aust”

8

Zienswijze 3 Samenvatting inhoud zienswijze a) Reclamant vreest het einde van zijn camping door de komst van een natuurbegraafplaats omdat vakantiegangers tijdens hun vakantie op regelmatige basis te maken krijgen met een passerende rouwstoet, rouwende mensen en als men in het bos wil wandelen eerst de natuurbegraafplaats moet passeren. Bovendien zullen de ceremonies buiten plaatsvinden, waardoor het kan zijn dat men tijdens een wandeling op een begrafenis ceremonie stuit. Reclamant vindt dit geen wenselijk beeld voor een vakantieganger; b) Er is slechts één aanrijroute waardoor de rouwstoet de camping van reclamant passeert. In het bestemmingsplan wordt hierover aangegeven; 'soms komen mensen in een stoet, maar steeds vaker komen ze los aanrijden'. Het is onduidelijk waar deze informatie op gebaseerd is. Naar mening van reclamant is het meestal zo dat mensen in een stoet naar een begraafplaats afreizen, achter de rouwauto aan; c) Onder punt 4.1.4 wordt aangegeven dat de begraafplaats niet zichtbaar is vanwege de ligging in het bos en de grote afstand tot woningen van derden. Dit is onjuist omdat er vanaf de camping van reclamant direct zicht is op de natuurbegraafplaats; d) Het is reclamant onduidelijk waarom het ontvangstgebouw van een kitchenette wordt voorzien als er geen ceremonies plaatsvinden in het ontvangstgebouw.

Dit geeft de mogelijkheid om de activiteiten uit te breiden met horeca-activiteiten, hetgeen reclamant zeer onwenselijk vindt. Reclamant verzoekt om in het bestemmingsplan meer duidelijkheid te geven over het doel van de toevoeging van een kitchenette en horeca uit te sluiten; e) Reclamant ging ervanuit dat in de geest van de motivatie voor natuurbegraven het graf in natuurterreinen niet met een machine maar met de hand wordt gedolven en gedicht. In het rapport van Econsultancy is echter te lezen dat dit zal gaan gebeuren met o.a. mobiele graafmachines. Hierdoor kunnen boomwortels worden beschadigd wat kan leiden tot het afsterven van bomen. In het rapport van Alterra uit 2009 wordt dan ook geadviseerd om alleen te begraven buiten de verticale projectie van boomkruinen. Hierover is niets opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan; f) Door een graf te graven wordt een flink stuk grond weggehaald en weer teruggestort. Hierdoor wordt een diepere grondlaag vermengd met een hoger gelegen grondlaag waardoor de stofwisselingsprocessen moeten herstellen. In het ontwerp wordt aangegeven dat de grond in dezelfde volgorde zal worden teruggestort, dit zal niet gaan zonder dat er vermenging plaatsvindt; g) Reclamant geeft aan dat als er teveel lichamen op dezelfde begraafplaats zijn begraven dit schade zou kunnen aanbrengen aan het grondwater.

Het is van belang om bij het begraven van gebalsemde lichamen een goede afstand aan te houden tussen de plaatsen waar de lichamen begraven liggen. Dit ontbreekt in het bestemmingsplan terwijl dit schade aan de natuur kan aanrichten; h) De afstand tot de Dinkel van 50 meter is niet voor eeuwig voldoende. Het meanderende karakter van de rivier vraagt om een grotere afstand tot graven. In het bestemmingsplan is daarnaast niet terug te vinden hoe tot deze afstand is gekomen. Er dient naar mening van reclamant meer afstand te worden gewaarborgd; i) De normale procedure van de watertoets is doorlopen. Hier lijkt geen rekening te zijn gehouden met het feit dat er mensen en dieren zwemmen in de Dinkel middenin het aangewezen gebied voor de natuurbegraafplaats. Indien er sprake is van zwemwater geldt een afwijkende watertoets, hier wordt niet aan voldaan; Nota van zienswijzen bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening Natuurbegraafplaats op Aust”

9

j)

Reclamant vraagt zich af waarom geen m.e.r.-beoordeling aan het ontwerp ten grondslag ligt. Dit is immers verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten die kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu; k) De bezoekers van een begrafenis zullen op een relatief kleine oppervlakte tegelijkertijd aanwezig zijn met als gevolg verstoring van de bodem en vegetatie. Er is niet uitgewerkt in het ontwerpbestemmingsplan wat de gevolgen hiervan zijn voor de natuur; l) De gevolgen van het plan zijn naar mening van reclamant op te vatten als een onzeker gebeurtenis. Op grond van jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU kunnen onzekere gebeurtenissen niet in het voorontwerp worden opgenomen als sprake is van significant negatieve effecten. Reclamant verwijst daarbij naar een arrest naar aanleiding van vragen van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State; m) In het besluit tot aanwijzing van het Natura 2000-gebied Dinkelland zijn volgens reclamant diverse habitattypen toegevoegd. Met deze habitattypen is geen rekening gehouden terwijl de natuurbegraafplaats middenin het Natura 2000-gebied ligt en de komst van de natuurbegraafplaats significant effect kan hebben op voornoemde habitattypen.

Reclamant benoemt hierbij extra verkeersbewegingen en het wekelijks gebruik van machines en de bouw van het ontvangstgebouw; n) Er bestaat onduidelijkheid over het aantal graven op de natuurbegraafplaats. In de media spraak initiatiefnemer in eerst instantie over 100 tot 120 graven waarbij er plek zal zijn voor zo’n 750/1000 graven. Deze uitspraak is strijdig met het bestemmingsplan waarin wordt aangegeven dat de natuurbegraafplaats circa 11,2 hectare groot zal worden waarbij 250 graven per hectare kunnen worden gegraven. Reclamant geeft daarbij aan dat er op basis van een eigen berekening de mogelijkheid is om 2.800 graven te realiseren; o) Alterra adviseert om het aantal graven te beperken tot 80 in voedselrijke natuurgebieden en ca. 40 in voedselarme gebieden. Dit is significant minder dan 250 graven per hectare waardoor naar mening van reclamant niet meer gesproken kan worden van een natuurbegraafplaats. Dit heeft ook een significant effect op de ter plaats te verwachten habitattypen, hierbij verwijst reclamant naar een uitspraak van de rechtbank Roermond van 1 juli 2011; p) Reclamant verzoekt om de natuurbegraafplaats in omgekeerde richting in te richten zodat de fases nabij de camping van reclamant pas aan het einde ingericht worden. Tevens verzoekt reclamant om de planologische inpassing geleidelijk te laten plaatsvinden.

Op die manier kan de gemeenteraad in de toekomst bijsturen als blijkt dat de reeds ingezette ontwikkelingen toch meer nadelige effecten hebben dan voorzien; q) Reclamant is van mening dat zijn belangen ernstig geschaad worden met de komst van een natuurbegraafplaats pal naast zijn camping. Uit het bestemmingsplan blijkt op geen enkele manier dat er rekening is gehouden met de belangen van reclamant. Reactie gemeente a) Niet wordt ingezien waarom een natuurbegraafplaats het einde betekent voor de camping van reclamant. De natuurbegraafplaats bevindt zich op enige afstand van de camping van reclamant en ook bij een bezoek aan één van de dorpen of steden in de omgeving kan een vakantieganger geconfronteerd worden met een rouwstoet. Daarnaast is de verwachting dat er circa 70 begravingen per jaar plaatsvinden. Gelet op het verwachte aantal begravingen per jaar, waarbij een deel van de begravingen ook zal plaatsvinden buiten het recreatieseizoen, zal van een onevenredige overlast naar onze mening geen sprake zijn. Ook zijn er in de directe omgeving, indien men geen gebruik Nota van zienswijzen bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening Natuurbegraafplaats op Aust”

10

b)

c)

d)

e)

wenst te maken van de openbare wandelroutes op de natuurbegraafplaats, voldoende andere wandelmogelijkheden aanwezig voor de recreant. Tot slot wordt opgemerkt dat op de natuurbegraafplaats geen ceremonies mogen plaatsvinden, voor een toelichting hierop verwijzen wij reclamant naar onze reactie bij Zienswijze 2, onder a. Er is inderdaad sprake van één aanrijroute naar de natuurbegraafplaats, dit betreft de Zandhuizerweg. Dit is een openbare weg die ook op zodanige wijze gebruikt mag worden. De informatie waar reclamant naar verwijst is gebaseerd op ervaringen van één van de adviseurs van initiatiefnemer die zelf ruimschoots ervaring heeft met de realisatie en exploitatie van een natuurbegraafplaats. Overigens is het in het kader van voorliggend bestemmingsplan ook niet zozeer relevant of mensen ‘los aan komen rijden’ of in een begrafenisstoet. De Zandhuizerweg is naar onze mening voldoende uitgerust voor deze beperkte verkeerstoename en biedt voldoende mogelijkheden om zowel mensen die ‘los aan komen rijden’ als een begrafenisstoet te laten passeren; In het bewuste tekstdeel uit de toelichting gaat het om het zicht van woningen op de natuurbegraafplaats. Aangegeven wordt dat de begraafplaats niet zichtbaar is vanaf woningen van derden, dit tekstdeel heeft geen betrekking op de camping van reclamant.

Voor wat betreft de camping wordt opgemerkt dat de afstand tussen de camping en de gronden waar de natuurbegraafplaats is toegestaan in het ontwerpbestemmingsplan circa 40 meter bedraagt, de afstand tot het dichtstbijzijnde recreatieverblijf bedraagt momenteel circa 50 meter. Deze afstand is ruim voldoende als scheiding tussen het begraven enerzijds en het recreëren anderzijds en hiermee zijn naar onze mening de belangen van reclamant om zijn camping te exploiteren voldoende gewaarborgd. Daarnaast bevindt zich tussen de camping en de natuurbegraafplaats bos waardoor van direct zicht niet of nauwelijks sprake zal zijn. Tot slot wordt hierbij nog opgemerkt dat reclamant een uitnodiging heeft gehad om bij een andere natuurbegraafplaats te komen kijken om te zien hoe deze begraafplaats en de daar naastgelegen camping goed naast elkaar functioneren. Aanvrager heeft aangegeven dat deze uitnodiging nog steeds geldt en dat indien reclamant hier behoefte aan heeft hiervoor een moment gepland kan worden; Wij verwijzen reclamant naar onze reactie bij Zienswijze 2, onder a. Aanvullend hierop wordt opgemerkt dat de kitchenette bedoeld is voor het eigen gebruik van het personeel dat werkzaam is op de natuurbegraafplaats; Reclamant heeft een onjuist beeld van natuurgraven. Het klopt namelijk niet dat op een natuurbegraafplaats alleen met de hand wordt gedolven.

Op vrijwel iedere natuurbegraafplaats gebeurt dit machinaal. Enkel urn graven worden over het algemeen handmatig gedolven. In dit geval gaat gebruik worden gemaakt van een elektrische graafmachine, dit uiteraard met inachtneming van de in het bestemmingsplan opgenomen gedragscode voor begravingen en verstoring. Wat betreft de rapportage van Alterra uit 2009 merken wij op dat het rapport waar reclamant naar verwijst inmiddels achterhaald is door nieuwe onderzoeken. Ook de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in onder andere haar uitspraak 17 april 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1264) aangegeven dat het rapport van Alterra uit 2009 is vervangen door de rapportage van Alterra uit 2013. Wat betreft de schade aan boomwortels met als gevolg het afsterven van bomen verwijzen wij reclamant naar een onderzoek uit 2017 (Natuurbegraven in Gelderland - Verkennend onderzoek naar effecten op water, bodem en natuur, 2 november 2017) uitgevoerd in opdracht van de provincie Gelderland. Hieruit volgt dat het natuurbegraven juist gunstige effecten heeft op de ontwikkeling van wortels. Ook uit een onderzoek van de Universiteit Nota van zienswijzen bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening Natuurbegraafplaats op Aust”

11

van Wageningen (Effecten van natuurbegraven op de vegetatie van Natuurbegraafplaats Heidepol, oktober 2017) op natuurbegraafplaats Heidepol volgt dat natuurbegraven geen blijvend negatieve invloed heeft op de vegetatie. Van het onherstelbaar beschadigen van boomwortels wat kan leiden tot het uiteindelijk afsterven van bomen zal gelet op het vorenstaande dan ook geen sprake zijn; f) Het uitgangspunt is dat de grond in de oorspronkelijk volgorde wordt teruggeplaatst, dit uitgangspunt is ook als zodanig vastgelegd in de ‘Gedragscode begravingen en verstoringen’. Door dit zorgvuldig te doen zal van een vermenging van grondlagen hooguit minimaal sprake zijn. Ook uit onderzoek (Natuurbegraven in Gelderland Verkennend onderzoek naar effecten op water, bodem en natuur, 2 november 2017) blijkt dat met deze werkwijze het effect op de bodemchemie te minimaliseren is. Daarbij, en hierbij wordt nadrukkelijk opgemerkt dat dit niet het uitgangspunt is op deze natuurbegraafplaats, wordt in hetzelfde onderzoek opgemerkt dat het keren van bodems ook een gunstig effect kan hebben; g) In het door reclamant aangehaalde Alterra onderzoek uit 2009 wordt aangegeven dat de grafdichtheid op een kerkhof/ pragmatische begraafplaats varieert van 1.500 tot 2.500 graven per hectare en op een architectonische begraafplaats 1.000 tot 1.500 graven per hectare.

In het bestemmingsplan is bepaald dat de grafdichtheid maximaal 250 graven per hectare mag bedragen. De grafdichtheid die voorliggend bestemmingsplan toestaat, is dus vele male kleiner dan de grafdichtheid op een reguliere begraafplaats. Het citaat waar reclamant naar verwijst heeft betrekking op het regulier begraven en niet op het natuurbegraven waar per definitie sprake is van lagere grafdichtheden. Van een situatie dat er teveel lichamen zijn begraven die schade zouden kunnen aanbrengen aan de natuur of het grondwater is dan ook geen sprake. Hierbij wordt reclamant tevens verwezen naar onze reactie bij Zienswijze 1, onder c. h) Niet wordt ingezien waarom een afstand van 50 meter tot de Dinkel niet voldoende is. Het waterschap heeft aangegeven dat een afstand van 25 meter tot de Dinkel voldoende is en dat zij de Dinkel zullen fixeren als deze zich meer dan 25 meter verlegd. De provincie heeft in overleg verzocht om een ruimere marge van 40 meter aan te houden, onder meer vanwege het feit dat de Dinkel en direct omliggende gronden onderdeel uitmaken van Natura 2000. Uiteindelijk is besloten om nog een extra marge in te bouwen door het natuurbegraven uitsluitend toe te staan op een afstand van 50 meter vanuit de Dinkel. Hiermee ligt de gehele natuurbegraafplaats buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied.

Gelet op de afstanden die geadviseerd werden door de hiervoor genoemde instanties, is een afstand van 50 meter naar onze mening ruim voldoende; i) Eerst wordt opgemerkt dat de Dinkel zich niet middenin het gebied bevindt dat is aangewezen als natuurbegraafplaats, hiervoor verwijzen wij reclamant ook naar onze reactie onder h. Wat betreft de watertoets heeft het invullen van de digitale watertoets inderdaad uitgewezen dat de normale procedure van de watertoets doorlopen moest worden. De normale procedure betekent in feite dat in overleg getreden moet worden met het waterschap over het plan. Zoals blijkt uit bijlage 7 bij de toelichting van het bestemmingsplan is het plan voorgelegd aan het waterschap en heeft het waterschap naar aanleiding hiervan een positief wateradvies afgegeven. Gelet hierop wordt niet ingezien waarom hier een afwijkende watertoets zou moeten gelden; j) Reclamant geeft aan een m.e.r.-beoordeling verplicht is bij de voorbereiding van plannen en besluiten die kunnen leiden tot belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu. De aanleg van een natuurbegraafplaats wordt niet genoemd in het Besluit milieueffectrapportage waardoor in dit geval geen m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. In het Nota van zienswijzen bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening Natuurbegraafplaats op Aust”

12

voorontwerpbestemmingsplan was in paragraaf 5.11 een samenvatting van de aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Naar aanleiding van deze aanmeldnotitie heeft het college van burgemeester en wethouders op 6 juli 2021 besloten dat voor deze ontwikkeling geen m.e.r.-procedure doorlopen hoeft te worden. Zoals aangegeven is met de aanleg van een natuurbegraafplaats echter helemaal geen sprake van een activiteit die wordt genoemd in het Besluit milieueffectrapportage. Omdat de activiteit niet genoemd wordt in het Besluit milieueffectrapportage was een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling dan ook niet noodzakelijk geweest. De toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan is hier op aangepast waarbij nu wordt vermeld dat geen sprake is van een activiteit die wordt genoemd in het Besluit m.e.r.. Om deze reden hoeft ook niet getoetst te worden aan het Besluit m.e.r. Daarnaast blijkt uit de toelichting van het bestemmingsplan en de daarbij behorende onderzoeken dat van belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu geen sprake is; k) Wij verwijzen reclamant naar de Natuurtoets die is uitgevoerd. Hieruit volgt dat de Wet natuurbescherming geen belemmering vormt voor de realisatie van de natuurbegraafplaats.

Hiermee is voldoende inzichtelijk gemaakt wat de gevolgen zijn van het plan voor de natuur; l) Het arrest waar reclamant naar verwijst had betrekking op de vraag of met de ontwikkeling van een weg door een gebied dat in het kader van de Habitatrichtlijn was aangewezen, sprake was van een aantasting van de natuurlijke kenmerken van dat gebied. De gronden waarop de natuurbegraafplaats wordt gerealiseerd is in het kader van de Habitatrichtlijn niet aangewezen waardoor van een vergelijkbare situatie al geen sprake is. Ook is met de realisatie van de natuurbegraafplaats geen sprake van significant negatieve gevolgen voor een gebied dat in het kader van voornoemde richtlijn is aangewezen. Daarnaast is geen sprake van een onzekere gebeurtenis, het bestemmingsplan is voldoende concreet en bevat geen onzekere gebeurtenissen die eventueel gevolgen kunnen hebben voor een gebied dat in het kader van de Habitatrichtlijn is aangewezen; m) Wederom wordt opgemerkt dat de natuurbegraafplaats zich niet in Natura 2000-gebied bevindt. Daarnaast wordt opgemerkt dat in de Natuurtoets wel degelijk rekening is gehouden met de door reclamant bedoelde habitattypen. In paragraaf 7.2 worden de aangewezen habitattypes opgesomd. Wat betreft de extra verkeersbewegingen wordt opgemerkt dat hier onderzoek naar is gedaan door middel van de in bijlage 1 bij de toelichting opgenomen AERIUSberekening.

De uitkomst van deze berekening is dat met het extra verkeer geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/ja. Wat betreft het wekelijks gebruik van machines wordt opgemerkt dat gebruik gaat worden gemaakt van elektrische machines. Om dit te borgen wordt aan de ‘Gedragscode begravingen en verstoringen’ toegevoegd dat machinaal grondverzet dat nodig is voor het delven van een graf of het begraven van een urn, uitsluitend mag worden uitgevoerd door elektrisch aangedreven machines. De bouw van het ontvangstgebouw is in het ontwerpbestemmingsplan inderdaad niet onderzocht omdat in het ontwerpbestemmingsplan nog rekening is gehouden met de zogenoemde bouwvrijstelling. De Raad van State heeft op 2 november 2022 echter geoordeeld dat de zogenoemde bouwvrijstelling niet meer gebruikt mag worden bij bouwprojecten. Om deze reden is een nieuwe projectberekening uitgevoerd. Uit deze berekening blijkt dat zowel in de aanleg- als gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/ja. Deze nieuwe berekening is als bijlage Nota van zienswijzen bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening Natuurbegraafplaats op Aust”

13

n)

o)

p)

q)

opgenomen bij de toelichting van het bestemmingsplan. Tevens is de Natuurtoets hierop aangepast; Het bestemmingsplan is leidend en in het ontwerpbestemmingsplan wordt in de regels aangegeven dat de grafdichtheid niet meer mag bedragen dan 250 graven per hectare. Op basis van een grafdichtheid van 250 graven per hectare zouden er op de natuurbegraafplaats, met een oppervlakte van 11,2 hectare, inderdaad maximaal 2.800 graven (11,2 x 250) kunnen komen; Zoals eerder ook al opgemerkt onder e. is het rapport uit 2009 waar reclamant naar verwijst inmiddels achterhaald en vervangen door de rapportage van Alterra uit 2013. Daarbij wordt in de rapportage uit 2009, de rapportage waar reclamant naar verwijst, al het volgende opgemerkt: “Aan dit rekenvoorbeeld valt het nodige toe en af te doen, het moet als niet meer dan een vingeroefening worden beschouwd”. In het Alterra-rapport uit 2013 is het volgende opgenomen:” Het is moeilijk om op grond van deze inventarisatie eenduidig aan te geven of een begraafplaats wel of geen natuurbegraafplaats is. De brede variatie aan kenmerken betekent dat een juridisch of beleidsmatig oordeel over natuurbegraafplaatsen moeilijk op een enkel kenmerk, zoals het aantal graven per hectare, kan worden gebaseerd.

Ook andere kenmerken uit dit onderzoek, waaronder de spreiding van graven over de ruimte en tijd zouden hierin moeten worden betrokken.” Voor wat betreft de door reclamant benoemde significante effecten op te verwachten habitattypen verwijzen wij reclamant naar onder meer de Natuurtoets. Daaruit de volgt de conclusie dat de Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland geen belemmering vormt voor de realisatie van de natuurbegraafplaats. Naar onze mening zijn de gevolgen van het plan voor de natuur voldoende onderzocht en evenwichtig afgewogen; Op basis van de huidige fasering wordt de dichtst bij de camping van reclamant gelegen fase, fase E, als laatste ingericht. Het is vanwege de opzet van de natuurbegraafplaats niet gewenst om bijvoorbeeld eerst fase C en/of D in te richten en dan pas fase A en/of B. Vanuit praktisch en efficiency oogpunt is het gewenst om met de inrichting te beginnen het dichtst bij het parkeerterrein/ het ontvangst- en beheersgebouw om vanuit daar de natuurbegraafplaats langzaam uit te breiden (eerst fase A en B, dan fase C, fase D en tot slot fase E). Ook zien wij geen noodzaak om de natuurbegraafplaats in omgekeerde richting in te richten.

Naar onze mening wordt met de afstand van 25 meter van de natuurbegraafplaats tot de perceelsgrens, en circa 40 meter tot de camping van reclamant, voldoende ruimtelijke scheiding aangebracht tussen het begraven enerzijds en het recreëren anderzijds. Ten aanzien van de geleidelijke planologische inpassing wordt opgemerkt dat het voorliggende bestemmingsplan voldoende duidelijk is en, samen met de overeenkomst die met aanvrager gesloten is, voldoende waarborgen biedt ter voorkoming van onevenredige nadelige effecten voor natuur, milieu en recreatie. Daarnaast leidt een geleidelijke planologische inpassing tot onnodige procedures en kosten voor de initiatiefnemer. Een geleidelijke planologische inpassing van het terrein voor de natuurbegraafplaats vinden wij dan ook ongewenst en onnodig; Wij delen deze mening van reclamant niet. Er is, zoals ook wel blijkt uit het bestemmingsplan en onze voorgaande reactie, naar onze mening voldoende rekening gehouden met de belangen van onder meer reclamant.

Conclusie De zienswijze leidt deels tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Nota van zienswijzen bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening Natuurbegraafplaats op Aust”

14

Zienswijze 4 Samenvatting inhoud zienswijze a) Reclamant is van mening dat de functie van een begraafplaats zich niet verdraagt met de functie kamperen en recreëren; b) Het uitgangspunt van maximaal 70 begrafenissen per jaar is niet in het bestemmingsplan geborgd. Dit is wel gewenst omdat dit van invloed is op de ruimtelijke inpassing en de effecten op de natuur; c) Reclamant verzoekt om de ter aarde bestellingen op ruime afstand van de Dinkel en het recreatieterrein van reclamant te laten plaatsvinden. Een afstand van 25 meter tot het recreatieterrein is naar mening van reclamant onvoldoende omdat geluid en beeld over die afstand als indringend kan worden ervaren. Reclamant stelt een afstand van 50 tot 75 meter, naar mening van reclamant is die ruimte er voldoende; d) Reclamant verzoekt om de natuurbegraafplaats in omgekeerde richting in te richten zodat de fases nabij de camping van reclamant pas aan het einde ingericht worden. Tevens verzoekt reclamant om de planologische inpassing geleidelijk te laten plaatsvinden. Op die manier kan de gemeenteraad in de toekomst bijsturen als blijkt dat de reeds ingezette ontwikkelingen toch meer nadelige effecten hebben dan voorzien; e) In de toelichting op het bestemmingsplan wordt aangegeven dat de natuurbegraafplaats goed samengaat met recreatie.

Reclamant wijst erop dat het landgoed tot circa 4 jaar geleden voor iedereen toegankelijk was, maar dat er sinds die tijd verbodsborden staan die de toegang (juridisch) verhinderen. Reclamant vraagt zich af in hoeverre dit in strijd is met het verbod in de Wegenwet om openbare wegen en paden aan de openbaarheid te onttrekken. In het kader van deze procedure is het van belang dat de recreatieve functie wel degelijk leidt onder de plannen voor de nieuwe inrichting. Het bestemmingsplan regelt niet dat het recreatieve medegebruik mogelijk blijft, bij voorkeur wordt dit geregeld in een voorwaardelijke verplichting; f) Het ontvangstgebouw wordt van een kitchenette voorzien. Dit geeft de mogelijkheid om de activiteiten uit te breiden met horeca-activiteiten, hetgeen reclamant onwenselijk vindt en hier is volgens reclamant geen behoefte aan. Reclamant verzoekt om in het bestemmingsplan meer duidelijkheid te geven over het doel van de toevoeging van een kitchenette en horeca uit te sluiten; g) De afstand tot de Dinkel van 25 meter is niet voldoende. De loop van de rivier veranderd voortdurend en begeeft zich ook bij de begraafplaats landinwaarts. In de toelichting op het bestemmingsplan wordt aangegeven dat er zo nodig in de loop van de Dinkel zal worden ingrepen.

Er wordt echter niet toegelicht hoe dit zich verdraagt tot het verbod in te grijpen in Natura 2000-gebied; h) Reclamant is van mening dat met het toelaten van een natuurbegraafplaats op onwenselijke en waarschijnlijk onrechtmatige wijze wordt ingegrepen in het kwetsbare en beschermde Natura 2000-gebied; i) Resten van medicijnen uit menselijke lichamen komen in de grond evenals protheses. Dit heeft effecten op het bodemleven; j) Dieren die in de grond graven kunnen tot aan de stoffelijke overschotten en komen die verplaatsen en of aanvreten. In de toelichting geschetste remedie is dieper graven, dat kan dan weer leiden tot bodemaantasting; k) Dat er te compenseren schade zal zijn aan de natuur blijkt wel uit de compensatieverplichting die als voorwaardelijke verplichting is opgenomen in artikel 3.3.2, onder c2 van het bestemmingsplan. Naar mening van reclamant is de eis van Nota van zienswijzen bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening Natuurbegraafplaats op Aust”

15

l)

verbetering van 5 hectare gronden per 1 hectare natuurbegraafplaats te vrijblijvend geredigeerd. Onduidelijk is wanneer er voldoende sprake zal zijn van verbetering. In eerdere casussen is geëist dat er landbouwgrond in natuurgrond zou worden omgezet. Onduidelijk is waarom deze eis hier niet is gesteld; In het besluit tot aanwijzing van het Natura 2000-gebied Dinkelland zijn volgens reclamant diverse habitattypen toegevoegd. Met deze habitattypen is geen rekening gehouden terwijl de natuurbegraafplaats middenin het Natura 2000-gebied ligt en de komst van de natuurbegraafplaats significant effect kan hebben op voornoemde habitattypen. Reclamant benoemt hierbij extra verkeersbewegingen en het wekelijks gebruik van machines en de bouw van het ontvangstgebouw.

Reactie gemeente a) Niet wordt ingezien waarom een natuurbegraafplaats zich niet kan verdragen met de functie kamperen en recreëren. De natuurbegraafplaats bevindt zich op enige afstand van de camping van reclamant, meer specifiek minimaal 25 meter. Daarbij is hier geen sprake van een reguliere begraafplaats met een hoge grafdichtheid maar van een natuurbegraafplaats. Op een natuurbegraafplaats vindt het begraven plaats in harmonie met de natuur, dit betekent ook dat een begraafplaats moet passen binnen het bestaande bosbeheer en bij voorkeur moet bijdragen aan de instandhouding en verbetering van de landschappelijke en natuurlijke waarden van het gebied. Dit kan ook een positief effect hebben op de beleefbaarheid en aantrekkelijkheid van het naast het recreatieterrein gelegen bosgebied. Naar onze mening is sprake van een ruimtelijke aanvaardbare ontwikkeling waarbij het daadwerkelijke begraven op ruim voldoende afstand plaatsvindt van het recreatieterrein van reclamant. Tot slot wordt hierbij nog opgemerkt dat reclamant een uitnodiging heeft gehad om bij een andere natuurbegraafplaats te komen kijken om te zien hoe deze begraafplaats en de daar naastgelegen camping goed naast elkaar functioneren.

Aanvrager heeft aangegeven dat deze uitnodiging nog steeds geldt en dat indien reclamant hier behoefte aan heeft hiervoor een moment gepland kan worden; b) Het is juist dat het uitgangspunt van maximaal 70 begrafenissen niet in het bestemmingsplan is geborgd. Zoals in de toelichting van het bestemmingsplan aangegeven is de verwachting dat er over een jaar verspreid circa 70 begravingen zullen plaatsvinden. Het begraven op een natuurbegraafplaats werkt op basis van reserveringen. Daarbij is het denkbaar dat er in het ene jaar minder dan 70 begravingen plaatsvinden en in het andere jaar meer dan 70 begravingen. De verwachting is dat het om circa 70 begravingen per jaar gaat. Het opnemen van een maximaal aantal begravingen in de regels zou echter betekenen dat in een jaar met meer overlijdens, een deel van de overledenen ondanks een reservering niet begraven kan worden op de natuurbegraafplaats. Dat is onevenredig en ongewenst, om deze reden wordt dit uitgangspunt niet vastgelegd in het bestemmingsplan; c) Niet wordt ingezien waarom een afstand van 50 meter tot de Dinkel niet voldoende is. Het waterschap heeft aangegeven dat een afstand van 25 meter tot de Dinkel voldoende is en dat zij de Dinkel zullen fixeren als deze zich meer dan 25 meter verlegd.

De provincie heeft in overleg verzocht om een ruimere marge van 40 meter aan te houden, onder meer vanwege het feit dat de Dinkel en direct omliggende gronden onderdeel uitmaken van Natura 2000. Uiteindelijk is besloten om nog een extra marge in te bouwen door het natuurbegraven uitsluitend toe te staan op een afstand van 50 meter vanuit de Dinkel. Hiermee ligt de gehele natuurbegraafplaats buiten de begrenzing van het Natura Nota van zienswijzen bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening Natuurbegraafplaats op Aust”

16

2000-gebied. Gelet op de afstanden die geadviseerd werden door de hiervoor genoemde instanties, is een afstand van 50 meter tot de Dinkel naar onze mening ruim voldoende. Wat betreft de afstand tot het recreatieterrein van reclamant wordt opgemerkt dat een afstand van 25 meter naar onze mening ruim voldoende is als scheiding tussen het begraven enerzijds en het recreëren anderzijds. Hierbij verwijzen wij reclamant ook naar onze reactie onder a. d) Op basis van de huidige fasering wordt de dichtst bij het kampeerterrein van reclamant gelegen fase, fase E, als laatste ingericht. Het is vanwege de opzet van de natuurbegraafplaats niet gewenst om bijvoorbeeld eerst fase C en/of D in te richten en dan pas fase A en/of B. Vanuit praktisch en efficiency oogpunt is het gewenst om met de inrichting te beginnen het dichtst bij het parkeerterrein/ het ontvangst- en beheersgebouw om vanuit daar de natuurbegraafplaats langzaam uit te breiden (eerst fase A en B, dan fase C, fase D en tot slot fase E). Ook zien wij geen noodzaak om de natuurbegraafplaats in omgekeerde richting in te richten. Naar onze mening wordt met de afstand van 25 meter van de natuurbegraafplaats tot de perceelsgrens voldoende ruimtelijke scheiding aangebracht tussen het begraven enerzijds en het recreëren anderzijds.

Ten aanzien van de geleidelijke planologische inpassing wordt opgemerkt dat het voorliggende bestemmingsplan voldoende duidelijk is en, samen met de overeenkomst die met aanvrager gesloten is, voldoende waarborgen biedt ter voorkoming van onevenredige nadelige effecten voor natuur, milieu en recreatie. Daarnaast leidt een geleidelijke planologische inpassing tot onnodige procedures en kosten voor de initiatiefnemer. Een geleidelijke planologische inpassing van het terrein voor de natuurbegraafplaats vinden wij dan ook ongewenst en onnodig; e) De vraag of er wegen aan de openbaarheid onttrokken zijn en of dit niet in strijd is met het verbod in de Wegenwet heeft geen betrekking op het voorliggende bestemmingsplan. Hier wordt dan ook niet inhoudelijk op ingegaan. Wij zijn het met reclamant eens dat het in het kader van de procedure van belang is dat het recreatief medegebruik van de paden op de natuurbegraafplaats mogelijk blijft. Om deze reden is in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen die strekt tot de uitvoering van de inrichtings- en beheersmaatregelen zoals opgenomen in het inrichtings- en beheersplan. De aanleg en de instandhouding van de paden maakt onderdeel uit van het inrichtingsplan.

Daarnaast is in de overeenkomst die gesloten is met aanvrager, geregeld dat de paden zoals opgenomen in het inrichtingsplan openbaar toegankelijk moeten zijn voor het publiek. Hiermee is naar onze mening het recreatief medegebruik van deze gronden in voldoende mate verzekerd; f) Wij verwijzen reclamant naar onze reactie bij Zienswijze 2, onder a. Aanvullend hierop wordt opgemerkt dat de kitchenette bedoeld is voor het eigen gebruik van het personeel dat werkzaam is op de natuurbegraafplaats; g) De afstand van de natuurbegraafplaats tot de Dinkel bedraagt geen 25 meter maar 50 meter. Het waterschap heeft aangegeven dat een afstand van 25 meter tot de Dinkel voldoende is en dat zij de Dinkel zullen fixeren als deze zich meer dan 25 meter verlegd. De provincie heeft in overleg verzocht om een ruimere marge van 40 meter aan te houden, onder meer vanwege het feit dat de Dinkel en direct omliggende gronden onderdeel uitmaken van Natura 2000. Uiteindelijk is besloten om nog een extra marge in te bouwen door het natuurbegraven uitsluitend toe te staan op een afstand van 50 meter vanuit de Dinkel. Hiermee ligt de gehele natuurbegraafplaats buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied. Gelet op de afstanden die geadviseerd werden door de hiervoor Nota van zienswijzen bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening Natuurbegraafplaats op Aust”

17

genoemde instanties, is een afstand van 50 meter naar onze mening ruim voldoende en zal van een conflict tussen het natuurbegraven en een natuurlijke verlegging van de Dinkel geen sprake zijn. Tot slot wordt opgemerkt dat een aanwijzing van een gebied als Natura 2000-gebied, niet betekent dat er een verbod geldt tot ingrijpen in Natura 2000-gebied. Ingrepen mogen niet in strijd zijn met of significant negatieve effecten hebben op instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. Gelet op het vorenstaande zal van een conflict tussen de Dinkel en het natuurbegraven geen sprake zijn en daarmee is ook geen sprake van een significant negatief effect op het Natura 2000gebied. h) De gronden waarop het natuurbegraven is toegestaan, maken geen onderdeel uit van het Natura 2000-gebied. Daarnaast blijkt uit de bij het bestemmingsplan behorende onderzoeken dat de natuurbegraafplaats geen significant negatief effect heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied; i) Het begraven zal net als het begraven op een reguliere begraafplaats aan alle wettelijke bepalingen moeten voldoen.

Uit onderzoek (Natuurbegraven in Gelderland - Verkennend onderzoek naar effecten op water, bodem en natuur, 2 november 2017) blijkt dat bij natuurbegraven uitspoeling van nutriënten en milieuvreemde stoffen (zoals bijvoorbeeld medicijnresten) optreedt, maar dat de kans op verslechtering van de grondwaterkwaliteit minimaal is. Alleen bij begraven in hoge aantallen per hectare per jaar bestaat de kans op belasting van het (lokale) grondwater met nitraat. Van hoge aantallen graven per hectare per jaar is in dit geval echter geen sprake. Het bestemmingsplan staat immers slechts 250 graven per hectare toe; j) Reclamant verwijst naar de toelichting waarin zou staan dat de remedie voor het voorkomen van het verplaatsen of aanvreten van menselijk overschot, het dieper graven is. Onduidelijk is waar reclamant naar verwijst, in de toelichting op het bestemmingsplan wordt hierover namelijk niets genoemd. Wel kan worden opgemerkt dat het begraven zal moeten voldoen aan alle wettelijke bepalingen uit de Wet op de Lijkbezorging en het Besluit op de Lijkbezorging. Hierin zijn ook regels opgenomen die bepalen dat boven de kist of het omhulsel zich een laag grond moet bevinden van 65 centimeter. Hierdoor zal van het opgraven of aanvreten van menselijke resten door dieren geen sprake zijn; k) Het natuurbegraven heeft geen schade aan de natuur tot gevolg.

Zo blijkt bijvoorbeeld uit de Natuurtoets dat de Wet natuurbescherming geen belemmering vormt voor de realisatie van de natuurbegraafplaats. De compensatieverplichting waar artikel 3.3.2 onder c betrekking op heeft, volgt uit het provinciale beleid. Meer specifiek betreft dit de juridische doorvertaling van de zogenoemde Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. In samenspraak met de provincie is bepaald dat in dit geval de kwaliteitsimpuls moet bestaan uit de verhoging van de natuur- en landschapswaarden van 5 hectare gronden per 1 hectare natuurbegraafplaats. Deze kwaliteitsimpuls betreft geen compensatie als gevolg van schade aan de natuur, maar betreft een compensatie vanwege de extra ontwikkelingsruimte die wordt geboden door op deze gronden het medegebruik als natuurbegraafplaats toe te staan. De vereiste kwaliteitsimpuls is voor fase A en B al concreet uitgewerkt in het inrichtings- en beheersplan dat onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan. Voor fase C, D en E moet dit nog nader worden uitgewerkt in een inrichtings- en beheersplan. Dit plan moet goedgekeurd worden door het college van burgemeester en wethouders alvorens fase C, D en/of E in gebruik mag worden genomen. Van een vrijblijvende geredigeerde eis is naar onze mening geen sprake.

De voorwaardelijke verplichting is duidelijk en geeft de vereiste juridische borging van de Nota van zienswijzen bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening Natuurbegraafplaats op Aust”

18

l)

vereiste kwaliteitsimpuls. Reclamant verwijst bij dit onderdeel naar eerdere casussen, onduidelijk is echter op welke casussen reclamant doelt. Als kwaliteitsimpuls kan het omzetten van landbouwgrond naar natuur worden opgevoerd, dit is echter geen vereiste en er worden geen redenen gezien om dit als vereiste te stellen. Temeer niet omdat uit de toelichting en de bijbehorende onderzoeken duidelijk blijkt dat de natuurwaarden in het gebied per saldo versterkt worden; Wederom wordt opgemerkt dat de natuurbegraafplaats zich niet in Natura 2000-gebied bevindt. Reclamant benoemd in de zienswijze geen habitattypen die zijn toegevoegd aan het aanwijzingsbesluit. Opgemerkt wordt dat in de Natuurtoets rekening is gehouden met alle voor het Natura 2000-gebied aangewezen habitattypen. In paragraaf 7.2 worden deze opgesomd. Wat betreft de extra verkeersbewegingen wordt opgemerkt dat hier onderzoek naar is gedaan door middel van de in bijlage 1 bij de toelichting opgenomen AERIUSberekening. De uitkomst van deze berekening is dat met het extra verkeer geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/ja. Wat betreft het wekelijks gebruik van machines wordt opgemerkt dat gebruik gaat worden gemaakt van elektrische machines.

Om dit te borgen wordt aan de ‘Gedragscode begravingen en verstoringen’ toegevoegd dat machinaal grondverzet dat nodig is voor het delven van een graf of het begraven van een urn, uitsluitend mag worden uitgevoerd door elektrisch aangedreven machines. De bouw van het ontvangstgebouw is in het ontwerpbestemmingsplan inderdaad niet onderzocht omdat in het ontwerpbestemmingsplan nog rekening is gehouden met de zogenoemde bouwvrijstelling. De Raad van State heeft op 2 november 2022 echter geoordeeld dat de zogenoemde bouwvrijstelling niet meer gebruikt mag worden bij bouwprojecten. Om deze reden is een nieuwe projectberekening uitgevoerd. Uit deze berekening blijkt dat zowel in de aanleg- als gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/ja. Deze nieuwe berekening is als bijlage opgenomen bij de toelichting van het bestemmingsplan. Tevens is de Natuurtoets hierop aangepast.

Conclusie De zienswijze leidt deels tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening Natuurbegraafplaats op Aust”

19

3.

Wijzigingen

De ingekomen zienswijzen hebben geleid tot enkele wijzigingen in de toelichting en de regels van het bestemmingsplan. Hierna volgt een overzicht van de wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan die het gevolg zijn van de ingekomen zienswijzen: Toelichting • De tekst onder figuur 3.7 is verwijderd en vervangen door een tekst waarmee ook tekstueel de juiste locatie wordt geduid. Ook is dit aangepast in paragraaf 4.2.3.3 en in de Natuurtoets; • De AERIUS-berekening die is opgenomen in bijlage 1 bij de toelichting is vervangen door een actuele AERIUS-berekening waarin ook de aanlegfase is meegenomen. Regels • Artikel 3.3.1 onder c. is als volgt aangepast: ‘het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horeca, hieronder wordt ook verstaan het op locatie geleverd krijgen van dranken en etenswaren (catering)’. • Aan artikel 3.3.1 is toegevoegd dat ‘het gebruik van het ontvangst- en beheersgebouw ten behoeve van ceremonies/ plechtigheden’ in strijd is met het bestemmingsplan; • Aan de als bijlage bij de regels opgenomen ‘Gedragscode begravingen en verstoringen’ is toegevoegd: er vindt alleen grondverzet plaats als dit nodig is voor het delven van een graf of het begraven van een urn. Hiervoor wordt een elektrische graafmachine gebruikt met een maximaal tonnage van 3,5.

Naast wijzigingen als gevolg van zienswijzen, zijn er tevens ambtshalve wijzigingen aangebracht in de toelichting en in de regels: Toelichting • In het ontwerpbestemmingsplan waren zowel de oude Natuurtoets als de actuele Natuurtoets opgenomen als bijlage. Dit is gewijzigd door uitsluitend de actuele Natuurtoets als bijlage op te nemen; • In het ontwerpbestemmingsplan waren als bijlage 5 bij de toelichting de gedragscodes opgenomen. Dit is gewijzigd in die zin dat de gedragscodes nu beschreven worden in de toelichting zelf en niet meer separaat zijn opgenomen als bijlage bij de toelichting. Daarnaast is de gedragscode gewijzigd, onder het kopje ‘Regels’ wordt hier nader op ingegaan. Regels • Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan is een wijziging aangebracht in bijlage 2 van de regels. Deze wijziging betreft een nadere uitwerking van de ‘Gedragscode inrichting en uitvoering’ en de ‘Gedragscode begravingen en verstoring’. Deze uitwerking is doorgevoerd om de zorgvuldigheid over de wijze waarop wordt omgegaan met de natuur beter te kunnen borgen. In tabel op de volgende pagina is inzichtelijk gemaakt wat er gewijzigd is in deze gedragscode.

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening Natuurbegraafplaats op Aust”

20

Gedragscode inrichting en uitvoering Wordt in het vast te stellen bestemmingsplan

Was in het ontwerpbestemmingsplan Er worden geen werkzaamheden aan het bos uitgevoerd tijdens het broedseizoen tenzij er sprake is van stormschade.

Hoge sparren dienen zo veel mogelijk behouden te worden om ruimte te bieden aan nest- en broedgelegenheden.

Bij een aangetroffen nest van een jaarrond beschermde broedvogel wordt de openstelling van het wandelpad opgeschort tijdens het broedseizoen. Dit gebeurt binnen een zone van 50m van het nest. Bomen met boomholtes worden uitsluitend gekapt als deze een gevaar vormen voor de veiligheid. voorafgaand aan de kap is onderzoek nodig naar mogelijk beschermde functies in de boomholtes. Bij het aantreffen van een verblijfplaats voor vleermuizen, zal een ontheffing aangevraagd moeten worden. Bomen worden ten alle tijde gecontroleerd op nesten of holtes voordat deze gekapt worden. Mocht er een jaarrond nest aanwezig zijn of een nest in gebruiksfase, dan kan deze boom alleen gekapt worden met een ontheffing. Activiteiten binnen eens straal van 50 meter worden tot het minimale beperkt. Bij graaf- en/of beheerwerkzaamheden dienen de op de bodem aanwezige takkenhopen(ouder dan een jaar) en rillen gecontroleerd te worden op holen. Mochten deze aanwezig zijn dan worden werkzaamheden elders uitgevoerd. Een strooisellaag dikker dan 5cm wordt ten tijde van het actieve seizoen van de hazelworm (maart-oktober) handmatig verwijderd alvorens machinale werkzaamheden plaatsvinden. Hiermee wordt verstoring en

Er worden geen werkzaamheden aan het bos uitgevoerd tijdens het broedseizoen tenzij er sprake is van directe gevaarzetting. Voor het broedseizoen wordt de periode vanaf maart tot en met augustus aangehouden. Deze is vervallen omdat hier strijdigheid kan ontstaan met enkele uitgangspunten uit het inrichtings- en beheersplan, bijvoorbeeld om meer diversiteit aan te brengen in beplanting. Met de overige voorwaarden uit de gedragscode is de bescherming van bomen met nest- en broedgelegenheden voldoende gewaarborgd. Ongewijzigd

Bomen met boomholtes worden uitsluitend gekapt als deze een gevaar vormen voor de veiligheid. Voorafgaand aan de kap is een inventarisatie naar mogelijk beschermde soorten in de boomholtes noodzakelijk. Bij het aantreffen van een verblijfplaats beschermde soorten en-of verblijfplaatsen wordt ontheffing aangevraagd. Bomen worden ten alle tijde gecontroleerd door een ter zake kundig persoon op gebruikte nesten of holtes voordat deze gekapt worden. Zo ja, dan wordt de kap tijdelijk uitgesteld. Een ter zake kundig ecoloog zal bepalen wanneer de kap wel doorgang kan vinden of dat ontheffing in het kader van de wet op natuurbescherming nodig is. Bij graaf- en/of beheerwerkzaamheden dienen de op de bodem aanwezige takkenhopen(ouder dan een jaar) en rillen gecontroleerd te worden op verblijvende soorten. Mochten deze aanwezig zijn dan bepaald een ecoloog of werkzaamheden met verplaatsing van soorten door kan gaan of dat werkzaamheden uitgesteld worden. Ongewijzigd

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=a97a066a-d74d-42dd-954b-95348e50dda7