Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie Losser + bijlagen.pdf
Tekst van het document
N o ta v an U it gan g sp u n ten Om g e vin g sv i s ie L os s er
N o ta v an U it gan g sp u n ten Om g e vin g sv i s ie L os s er
Inhoud
Rapport en bijlagen
23 maart 2021 Projectnummer 13600000200
Inhoudsopgave 1
2
3
4
Inleiding
3
1.1
Omgevingsvisie en Nota van Uitgangspunten
3
1.2
Proces tot nu toe
5
1.3
Organisatie
6
1.4
Leeswijzer
7
Naar een andere manier van werken
8
2.1
Omgevingswet: bekende en onbekende toekomst
8
2.2
Omgevingswet: rollen en gedrag
9
Trends en ontwikkelingen
10
3.1
Demografische trends
10
3.2
Sociale trends
10
3.3
Economische trends
10
3.4
Bestuurlijke/politieke trends
11
3.5
Technologische trends
11
3.6
Trends rond klimaat, duurzaamheid en biodiversiteit
11
Ambitie gemeente Losser
12
4.1
Inleiding
12
4.2
Centraal uitgangspunt
12
4.3
7 integrale ambities als kapstok
14
4.3.1
Losser heeft een bloeiend landelijk gebied
14
4.3.2
Losser is gastvrij en herkenbaar
15
4.3.3
Losser is een gezonde en veilige gemeente
16
4.3.4
Losser is leefbaar en bewoonbaar
17
4.3.5
Losser is innovatief en duurzaam
18
4.3.6
Losser is een ondernemende gemeente
19
4.3.7
Losser werkt samen
20
4.4 5
Relatie met ons bestaande beleid
Vervolg richting Omgevingsvisie
Bijlagen 1.
Factsheets fysieke leefomgeving
2.
Opbrengst bijeenkomst ketenpartners
3.
Opbrengst ambities en opgaven ambtelijke projectgroep
4.
Opbrengst bijeenkomsten raadswerkgroep
Nota van Uitgangspunten - 12 april 2021
21 23
1
Inleiding In 2022 wordt de Omgevingswet ingevoerd. De Omgevingswet bundelt allerhande bestaande wet- en regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening, water, milieu in één nieuwe wet. In de Omgevingswet is bepaald dat het Rijk, de provincies en de gemeenten een Omgevingsvisie moeten opstellen. De gemeente Losser wil zich goed voorbereiden op de Omgevingswet. Om die reden zijn het Programmaplan Implementatie Omgevingswet, het Koersdocument en het Plan van Aanpak Omgevingsvisie gemeente Losser opgesteld. In het Programmaplan en het Koersdocument zijn de concrete projecten en stappen benoemd om de Omgevingswet succesvol te kunnen implementeren. Het opstellen van een Omgevingsvisie wordt daarin benoemd als één van de uit te voeren projecten. In het Koersdocument is aangegeven dat de gemeente de fysieke leefomgeving integraal wil benaderen. De gemeenschappelijke kernwaarden spelen daarbij een voorname rol. Uit het Koersdocument blijkt dat de gemeente de implementatie van de Omgevingswet wil aangrijpen om te komen tot herijking en vermindering van regels. De gemeente wil minder op voorhand voorschrijven, maar nadrukkelijk uitnodigen tot het ontwikkelen van initiatieven vanuit de samenleving. Dit vraagt kaderstelling aan de voorkant, met handvatten om te komen tot maatwerkoplossingen.
Deze Nota van Uitgangspunten geeft de kaders van de gemeenteraad voor het vervolgproces van de Omgevingsvisie. De kaders geven richting en houvast voor de gesprekken die in het vervolgtraject worden gevoerd met inwoners, partners en andere betrokkenen. De Nota van Uitgangspunten is daarmee de eerste (strategische) koersbepaling van de raad voor het vervolg van de Omgevingsvisie.
1.1
Omgevingsvisie en Nota van Uitgangspunten
Doel Omgevingsvisie De Omgevingsvisie geeft richting aan het langetermijnbeleid van de gemeente Losser. Vanuit die blik op de horizon (waar willen op de middellange termijn, zeg tot 2035, naartoe?), geeft de Omgevingsvisie koers en richting aan initiatieven. Op die manier wordt de Omgevingsvisie geen beleidsstuk met alleen mooie verhalen en ambities, maar juist een visie die daadwerkelijk helpt om vanuit die ambities sturing en uitvoering te geven aan de uitdagingen waar de gemeente en de samenleving voor staan. Nota van Uitgangspunten De voorliggende Nota van Uitgangspunten is de eerste mijlpaal in de totstandkoming van de Omgevingsvisie. Vanuit het tot nu toe doorlopen proces, legt de Nota van Uitgangspunten het strategische fundament voor het participatieproces rond de Omgevingsvisie. De Nota van Uitganspunten bevat – in de vorm van 7 integrale ambities en een aantal speerpunten – de gemeentelijke beleidsrichting. De Nota van Uitgangspunten geeft daarmee (nog) niet alle antwoorden. Integendeel: de input vanuit samenleving, ondernemers en ketenpartners is nodig om de 7 ambities te verdiepen en in te vullen.
Nota van Uitgangspunten – 12 april 2021
3
Door middel van het participatieproces worden de 7 ambities verbonden met de lokale wensen, waarden en behoeften. De 7 integrale ambities zijn tot stand gekomen langs een aantal sporen. Allereerst zijn er landelijke en gemeentelijke trends en ontwikkelingen. Daaruit is een beeld verkregen met welke zaken de gemeente te maken zal krijgen. Daarnaast zijn gesprekken gevoerd met een groot aantal ketenpartners. Deze voor de gemeente belangrijke partners hebben een beeld gegeven van wat er op de specifieke vakgebieden speelt. Tot slot hebben gesprekken plaatsgevonden met de raadswerkgroep en de ambtelijke organisatie. Na vaststelling van de voorliggende Nota van Uitgangspunten start een breed participatieproces met als doel de ambities en speerpunten (gebiedsgericht) van inhoud en details te voorzien. In de navolgende hoofdstukken is aangegeven op welke wijze deze input is geanalyseerd, geclusterd en uiteindelijk is geland in 7 integrale ambities en daaruit voortvloeiende speerpunten. Belangrijk om op deze plaats aan te geven is dat nadrukkelijk is gezocht naar integrale ambities. Het is namelijk nadrukkelijk de bedoeling van de Omgevingswet de fysiek leefomgeving integraal te benaderen. Omgevingsvisie versus structuurvisie Het is goed te bedenken dat de Omgevingsvisie geen structuurvisie is. Dat blijkt allicht ook al uit bovenstaande toelichting.
Een van de veranderingen vanuit de gedachtelijn van de Omgevingswet is namelijk dat we niet meer werken met statische plannen met een vastgelegde tijdshorizon. De Omgevingswet koerst op een continue beleidscyclus waar evaluatie, monitoring en eventueel (op onderdelen) bijstellen van beleidsstukken centraal staat. Onderstaande afbeelding laat dat zien.
Planvorming van statisch in de Wro naar dynamisch onder de Omgevingswet
Veel structuurvisies zijn nog ontwikkeld vanuit de gedachte dat we de toekomst (in grote lijnen) kunnen plannen en maken. Maar de praktijk bleek en blijkt weerbarstig. De dynamiek en innovatiekracht van de samenleving is groot. Ook kunnen onverwachte en plotselinge ontwikkelingen (denk aan de Corona-pandemie) leiden tot structurele veranderingen op sociaal en economisch gebied. De toekomst laat zich niet of nauwelijks voorspellen. Daarmee is het lastig om met de wetenschap van nu de concrete antwoorden voor de toekomst te geven. Bovendien is het steeds minder vaak de ge-
Nota van Uitgangspunten – 12 april 2021
4
meente die ontwikkelt, maar zijn het initiatieven van de samenleving die de gemeente moet begeleiden en van houvast en kader moet voorzien vanwege het algemeen belang. Juist daarom is de Omgevingsvisie een visie die op hoofdlijnen koers en ambitie bepaalt voor de lange termijn en voor de middellange termijn de eerste stappen uitzet in lijn van deze koers. Tussentijds evalueren en monitoren zorgt ervoor dat de visie zich zal blijven vernieuwen en aanpassen aan de actualiteit zonder daarbij de lange termijn doelen uit het oog te verliezen. De Omgevingsvisie is dan ook een document dat op drie niveaus een rol speelt: 1.
op strategisch niveau om de ambitie en koers te bepalen voor de gemeente voor de lange termijn (15 – 20 jaar);
2.
op tactisch niveau waar deze opgaven en de lokale wensen en behoeften worden verbonden op het niveau van de dorpen en van een concreet uitvoeringsprogramma worden voorzien;
3.
op operationeel niveau om alle initiatieven die vanuit de samenleving komen van een kader/randvoorwaarden te kunnen voorzien.
In de Omgevingsvisie komen deze drie rollen op verschillende plekken terug.
1.2
Proces tot nu toe
In januari 2020 is gestart met het proces om te komen tot een Omgevingsvisie en allereerst een Nota van Uitgangspunten. In dit traject is in een aantal overleggen en sessies met verschillende deelnemers (raadswerkgroep, ambtelijk projectteam, ketenpartners) verkend welke ontwikkelingen en trends op de gemeente af komen, welke ambities de gemeente nu heeft en wat dat betekent voor de vragen van de gemeente voor de komende jaren. Op 14 januari 2020 vond de aftrap met het ambtelijke projectteam plaats. Ruim een maand later vond een sessie plaats met ruim 30 ketenpartners. In gemêleerde groepjes werd gesproken over de te verwachten ontwikkelingen op sociaal, demografisch economisch gebied en op het gebied van bijvoorbeeld duurzaamheid, energietransitie, klimaatadaptatie. Vragen die aan de orde kwamen, zijn:
Waar zou de gemeente zich op moeten richten?
En wat zou een eerste goede stap kunnen zijn?
De eerste bijeenkomst met de raadswerkgroep vond plaats op 31 augustus 2020. Allereerst werd de raadswerkgroep meegenomen in de (inhoud en doelen) Omgevingswet. Vervolgens werd het brede begrip ‘fysieke leefomgeving’ verkend. Alles wat je hoort, ziet, voelt en ruikt, bleek een goede samenvatting. Het grootste deel van de avond werd gebruikt om de 7 integrale ambities te bespreken en de
Nota van Uitgangspunten – 12 april 2021
5
bijbehorende speerpunten te prioriteren. Deze ambities en speerpunten vormen de kapstok voor de voorliggende Nota van Uitgangspunten en later de Omgevingsvisie. Op 30 november 2020 vond de tweede bijeenkomst van de raadswerkgroep plaats, dit keer digitaal. Uit de sessie op 31 augustus is een beeld ontstaan van wat de gemeente Losser wil en waarop we in willen zetten. Tijdens de raadswerkgroep op 30 november werd dat beeld – aan de hand van stellingen en casussen, maar met name het gesprek daarover - geverifieerd en aangevuld. In hoofdstuk 4 worden de ambities en speerpunten nader beschreven. Wat betreft het proces nog het volgende. Tussen januari 2020 (start proces) en augustus 2020 (eerste bijeenkomst raadswerkgroep) zit op het eerste gezicht een grote tijdspanne. Nadat de projectgroep alle input had verwerkt, was het de bedoeling daarover een aantal fysieke bijeenkomsten met raadswerkgroep te plannen. Vanwege Corona is dat echter vertraagd. Op het moment dat de tweede lockdown werd afgekondigd is gekozen om alles digitaal te laten verlopen. Het spreekt voor zich dat Corona tot vertraging en een andere procesaanpak heeft geleid.
1.3
Organisatie
Ambtelijke projectgroep De ambtelijke projectgroep bestaat uit medewerkers van de gemeente Losser. De volgende medewerkers nemen plaats in de projectgroep:
G. Kwekkeboom (interne projectleider)
P. Bosman (beleidsmedewerker Participatie)
M. Broekhuis (strategisch adviseur)
A.G.A. Elfrink (medewerker communicatie)
M.M.H. Hamers (beleidsmedewerker economische zaken)
G.J. Haverkamp (beleidsmedewerker milieu)
R. Middelhuis (beleidsmedewerker openbare ruimte)
A.J.G. Nijland (beleidsmedewerker landelijk gebied)
H.J.H. Sieverink (beleidsmedewerker ruimtelijke ordening)
N. Swierstra (beleidsmedewerker cultuur)
M. Unland – Evers (medewerker projectondersteuning)
Deelnamelijst Ketenpartners
Makelaar Straatman
Woningcorporatie Domijn
van Heek textiles b.v.
Van Maku products b.v.
Zorggroep Sint Maarten
Bioboer Elderink
LTO
Sportcoach
Carint
Nota van Uitgangspunten – 12 april 2021
6
Ervencoaches
Stichting Fundament
Thoon, Twentse huisartsenonderneming Oost-Nederland
Stichting tot behoud van het Twents landschap
ODT
Veiligheidsregio
Historische kring Losser
Vertegenwoordiging vanuit sportverenigingen
Waterschap
Gemeente Losser
Routenetwerken Twente
Erve Punte (minicamping en huisjes)
Enexis
Transitieteam duurzaam Losser
1.4
Leeswijzer
Deze Nota van Uitgangspunten is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk één zijn in algemene zin enkele woorden gewijd aan de Omgevingswet en de doelstellingen daarachter. In hoofdstuk twee wordt daar nog iets verder op ingezoomd. Het hoofdstuk gaat specifiek in op de andere manier van werken, rollen, houding en gedrag. In hoofdstuk drie worden vervolgens de trends en ontwikkelingen benoemd die spelen in de gemeente. Deze trends en ontwikkelingen zijn afkomstig uit de sessies met ambtelijke organisatie en de ketenpartners. De hoofdstukken twee en drie vormen daarmee de opmaat voor hoofdstuk vier: de beschrijving van de zeven integrale ambities en bijbehorende speerpunten. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op het vervolgproces richting Omgevingsvisie.
Nota van Uitgangspunten – 12 april 2021
7
2
Naar een andere manier van werken Onze samenleving verandert van een verzorgingsstaat naar een participatiemaatschappij; een maatschappij waaraan iedereen zoveel mogelijk deelneemt. Ook een maatschappij waarin gemeente en inwoners op gelijkwaardig niveau met elkaar in gesprek gaan. In de participatiesamenleving komen de initiatieven en ontwikkelingen meer en meer vanuit de samenleving. De gemeente schept daarvoor randvoorwaarden, biedt kansen en neemt (bureaucratische) obstakels weg. Dit betekent dat de gemeente enerzijds ruimte biedt, maar anderzijds ook kaders stelt; de gemeente is en blijft namelijk verantwoordelijk voor een ‘gezonde en veilige fysiek leefomgeving’. De Omgevingswet is gebouwd op deze verschuiving naar een participatiesamenleving. Echter, de ontwikkelingen in het sociaal domein lopen hierop vooruit. In de transitie van het sociaal domein heeft deze verschuiving al plaatsgehad. De gemeente heeft in het sociale domein een meer faciliterende rol gekregen en stimuleert inwoners om zaken zelf op te pakken. In het Integraal beleidsplan sociaal domein’ is dan ook opgenomen dat de gemeente Losser maatschappelijke deelname en zelfredzaamheid stimuleert en faciliteert. In de doelenboom is voor het sociaal domein concreet gemaakt welke doelstellingen en werkwijze worden gehanteerd bij het waarmaken van deze ambities.
De koers en opzet voor het sociaal domein vormt ook de basis en leidraad voor de manier van werken met de Omgevingswet en dus ook voor de inhoud van de Omgevingsvisie.
2.1
Omgevingswet: bekende en onbekende toekomst
Bekende toekomst Onze samenleving is altijd in beweging; er zijn voortdurend ondernemers, maatschappelijke organisaties en inwoners die zich met goede ideeën bij de gemeente melden. Deels zijn deze initiatieven goed te voorspellen, bijvoorbeeld omdat het om aanvragen gaat die regelmatig voorbij komen, zoals de bouw van een schuur, een schutting of een dakkapel. Alle voorspelbare ontwikkelingen vormen de ‘bekende toekomst’. Vanwege de voorspelbaarheid kunnen deze initiatieven goed worden vertaald in (de regels van) een Omgevingsplan. Onbekende toekomst Daarnaast is echter sprake van een in hoge mate ‘onbekende toekomst’: nieuwe ontwikkelingen die onmogelijk vooraf voorspeld kunnen worden. De praktijk leert namelijk dat zich regelmatig initiatieven aandienen, die (net) niet zullen passen binnen de bestaande regelgeving. De wijze waarop de gemeente wil omgaan met ‘de onbekende toekomst’, is daardoor een onderwerp dat zich in eerste instantie leent om op Omgevingsvisieniveau te worden uitgewerkt. Daarbij is de intentie van de Omgevingswet (en in de Omgevingsvisie uit te werken): ‘ja, mits’. Het invullen van zowel de ‘ja’ als de ‘mits’ vindt vervolgens plaats in de Omgevingsvisie.
Nota van Uitgangspunten – 12 april 2021
8
2.2
Omgevingswet: rollen en gedrag
De Omgevingswet streeft naar een andere manier van werken en samenwerken. Binnen de gemeentelijke organisatie, maar zeker en vooral ook daarbuiten. Ruimte voor initiatief, een integrale blik waarin het gebied centraal staat en participatie vooraf in plaats van inspraak achteraf. De Omgevingsvisie is hierin een belangrijk instrument. Daarin moet duidelijk worden: 1.
Welke ruimte er is voor initiatief en binnen welke kaders?
2.
Welke rol de gemeente daarin heeft.
3.
Welke rol de samenleving of de initiatiefnemer heeft.
Dit vraagt bij de uitwerking naar de Omgevingsvisie om plaatsbepaling van de gemeenteraad en een gesprek over de samenwerking met het College van B&W. Op voorhand merken we als gemeenteraad het volgende op over onze rol. 1.
Het principe van de Omgevingswet is: ‘Ja, mits..’. Wij nemen het ‘ja, mits-principe’ in ons beleid over. Omdat geen twee plekken exact gelijk zijn, zal ook die ‘mits’ per situatie verschillen. Dit zal in de praktijk betekenen dat een initiatief op de ene plek wel kan en op een andere plek mogelijk niet (dan wel in een andere vorm). Hoewel dit kan lijken op willekeur, is dat het niet. Van ons als de overheid wordt namelijk maatwerk verwacht, dat wij faciliteren en ontwikkelingen mogelijk maken. Dat vraagt lef en durf om verschillende uitkomsten op verschillende plaatsen uit te leggen. Daarnaast zijn initiatieven en omstandigheden zelden precies gelijk.
2.
In principe past onze Omgevingsvisie binnen het beleid van Rijk en provincie. Op voorhand lijken er op dit moment geen onderwerpen te spelen waarop we een koers willen varen die afwijkt van de wet- en regelgeving van rijk en provincie. Mochten we bij het toepassen van maatwerk bij nieuwe ontwikkelingen onverhoopt aanlopen tegen beleidsmatige grenzen, dan kiezen we ervoor om op dat moment het gesprek aan te gaan met rijk en/of provincie.
Nota van Uitgangspunten – 12 april 2021
9
3
Trends en ontwikkelingen In dit hoofdstuk staan de trends en ontwikkelingen centraal, waar de gemeente mee te maken heeft (of krijgt). Dit hoofdstuk is opgebouwd vanuit de bespreking van VNG-trends tijdens de ambtelijke sessies en de bijeenkomst met de ketenpartners. Het gaat daarmee om trends en ontwikkelingen bezien door een ‘lokale bril’. Als aanvulling (en ondersteuning) daarop is in de bijlage een aantal factsheets opgenomen met daarin statistische data voor een aantal relevante aspecten.
3.1
Demografische trends
1.
Tot 2029 nog enige huishoudensgroei in de kernen Losser en de Lutte, in de overige kernen stabiel of teruglopend.
2.
Na 2029 aanzienlijke toename van de vergrijzing en ontgroening en daarmee een (forse) terugloop van het aantal huishoudens
3.2
Sociale trends
1.
Toenemende aandacht voor het thema gezondheid in de fysieke leefomgeving.
2.
Toenemende aandacht voor eenzaamheid onder ouderen en jongeren.
3.
Veiligheid en leefbaarheid onder druk als gevolg van ondermijning.
4.
Ouderen zijn langer zelfredzaam en wonen daardoor langer thuis.
5.
Toenemende behoefte aan zorgvoorzieningen in het buitengebied.
6.
Mensen moeten tot steeds hogere leeftijd blijven werken. Dit heeft effecten op vrijwilligerswerk en daarmee de sociale samenhang.
3.3
Economische trends
1.
Afnemende beroepsbevolking door vergrijzing en krimp.
2.
Groeiende dienstensector en een stijgend gemiddeld opleidingsniveau.
3.
Robotisering en automatisering zorgen voor het (definitief) verdwijnen van banen.
4.
Schaalvergroting, toegenomen mobiliteit en veranderende consumentenvoorkeuren leiden tot daling van het aantal voorzieningen.
5.
Teruggang in aantal agrarische bedrijven en schaalvergroting van de overblijvende bedrijven. Deze trend bevat ook een sociale component.
6.
Ook Losser krijgt als gevolg van demografische ontwikkelingen en veranderend koopgedrag van de consument (internetverkoop) te maken met krimp in deze sector en dus een toename van leegstand van winkels.
7.
Toename van thuiswerken.
8.
Het doel van centrumbezoek verandert; de recreatieve rol van de centra neemt toe.
9.
Door het toevoegen van belevingsaspecten verandert de rol van ondernemers en/of winkeliers.
Nota van Uitgangspunten – 12 april 2021
10
10.
Vergrijzing betekent: meer vitale ouderen met veel tijd.
11.
Tekort aan zorgpersoneel.
3.4
Bestuurlijke/politieke trends
1.
Terugtredende overheid, meer eigen initiatief door de burger.
2.
Meer samenwerking in de regio en Noordoost Twente.
3.5
Technologische trends
1.
Toenemende invloed van internet en ICT in het dagelijks leven (smart-living).
2.
Toenemende mogelijkheden voor online zorg-consultatie
3.6
Trends rond klimaat, duurzaamheid en biodiversiteit
1.
De verandering van ons klimaat heeft geleid tot een groot besef dat we duurzamer moeten omgaan met onze aarde en de (fossiele) grondstoffen: de circulaire economie wordt een harde noodzaak.
2.
Grote opgaven op het gebied van energie (RES, Warmtevisie), klimaat en water (wateroverlast, droogte en hittestress).
3.
Kritischer houding in verband met grondgebruik en bedrijfsvoering.
4.
Aandacht voor verduurzaming van de landbouw en de woningvoorraad.
5.
Strengere eisen aan het terugdringen van emissies, de voedselveiligheid, dierenwelzijn, biodiversiteit en omgevingskwaliteit.
6.
Toenemende focus op gezonde leefstijl
Nota van Uitgangspunten – 12 april 2021
11
4
Ambitie gemeente Losser 4.1
Inleiding
In het afgelopen jaar zijn diverse gesprekken gevoerd. Niet zelden hadden deze gesprekken een sectoraal karakter; ketenpartners vertegenwoordigen immers doorgaans een bepaald, afgebakend, beleidsveld. De Omgevingswet vraagt echter om een integrale benadering van de fysieke leefomgeving. Dat vraagt een andere blik. De input vanuit de gesprekken en sessies is daarom samengevoegd tot 7 integrale ambities. Deze 7 ambities omvatten tezamen het volledige spectrum van de fysieke leefomgeving. Vanaf paragraaf 4.3 worden de 7 ambities en bijbehorende speerpunten beschreven. Als horizon hanteren we het jaar 2035. Graag gaan we met onze inwoners, ondernemers en ketenpartners in gesprek over deze ambities en speerpunten. Een aantal thema’s is echter overkoepelend en raakt alle 7 ambities. Daarom worden deze hieronder apart vermeld.
4.2
Centraal uitgangspunt
Losser maakt deel uit van Nationaal Landschap Noord Oost Twente, maar is daarbinnen weer uniek. Navolgende afbeeldingen illustreren dat.
Ligging stuwwal en beekdal Dinkel
Nota van Uitgangspunten – 12 april 2021
12
Ligging watersystemen
Ligging Natura 2000-gebieden
Losser heeft met haar stuwwal complex, het watersysteem van de vrij meanderende Dinkel, Natura 2000-gebieden en het kleinschalig coulissenlandschap (waar de dorpen uiteraard deel van uit maken) ‘goud’ in handen. Dit is de kracht van Losser, waar onze inwoners zich mee identificeren (blijkens de recente input van inwoners bij het opstellen van de visies voor de Kwaliteitsimpulsen van Losser, De Lutte, Glane en Beuningen). Tegelijkertijd is deze kracht kwetsbaar. Daarom zetten we alle beschikbare instrumenten in om deze kwetsbare waarden te koesteren, te beschermen maar ook actief versterken.
Nota van Uitgangspunten – 12 april 2021
13
Ons centrale uitgangspunt vatten we daarom als volgt samen: bij al onze ambities en speerpunten staat ons lokale ‘goud’ centraal.
4.3
7 integrale ambities als kapstok
4.3.1 Losser heeft een bloeiend landelijk gebied Omschrijving ambitie Het is 2035. Ons landelijk gebied bloeit als nooit tevoren. In de afgelopen 15 jaar is ons landelijke gebied getransformeerd naar een heterofunctioneel gebied. Landbouw, bedrijvigheid, wonen, recreatie, natuur, landschap en water; alle hebben ze inmiddels een goede plek in het landelijke gebied gevonden. Ook vraagstukken op het gebied van duurzaamheid, energie en klimaatadaptatie zijn op een passende maat en schaal geland in het buitengebied. Door maatwerk, in combinatie met gerichte, flexibele regelgeving is het gelukt verschillende functies in harmonie naast elkaar te laten functioneren. Speerpunten 1.
De kwaliteiten en waarden van de gemeente vormen ons DNA. Ze maken de gemeente tot een goede plek om te wonen en te leven, te ondernemen en op bezoek te komen. Bij alle ontwikkelingen willen we dat het landelijk gebied zijn eigenheid behoudt. Ontwikkelingen in het landelijk gebied moeten daarom een bijdrage leveren aan de versterking van de bestaande kwaliteiten; Het coulisselandschap draagt op allerlei manieren bij aan het welzijn en het geluk van mensen, en daarmee aan de omgevingskwaliteit en de toeristische aantrekkelijkheid. Ingrijpen in dit landschap is vaak onomkeerbaar en moet zeer zorgvuldig worden overwogen. Met name geldt dit bij schaalvergroting van bedrijven, bij de teruggave van landbouwgrond aan de natuur of het toekennen van andere bestemmingen.
2.
Ontwikkelingen in het landelijk gebied grijpen op elkaar in en beïnvloeden elkaar. Dat vraagt om een gedeelde verantwoordelijkheid en een gezamenlijke aanpak. We werken daarom samen met onze inwoners, het waterschap, de agrarische sector, de recreatie- en natuursector en alle andere relevante partijen aan een bloeiend landelijk gebied. Als gemeente zien we voor onszelf een regisserende taak.
3.
Bij nieuwe ontwikkelingen kijken we telkens naar koppelkansen. Concreet betekent dit dat we bij nieuwe ontwikkelingen altijd deze vragen stellen: welke mogelijkheden voor winwinsituaties doen zich hier voor?
4.
De gemeente wil het voor eigenaren van vrijkomende agrarisch gebouwen makkelijker maken om bebouwing te slopen, door ontwikkelbehoefte koppelen aan sloopopgave. Ruimtelijke kwaliteit, flexibiliteit en maatwerk staan daarbij centraal.
5.
Het behoud en de verdere ontwikkeling van onze landschappelijke en cultuurhistorische waarden van ons landelijke gebied vinden we erg belangrijk. We zetten hier actief op in bij behoud en actief herstellen het kleinschalige coulissenlandschap in het algemeen en van hout-
Nota van Uitgangspunten – 12 april 2021
14
en boswallen in het bijzonder. Van een nieuwe ontwikkeling zal altijd een positieve impuls uitgaan op het gebied van landschap en cultuurhistorie. Hier ligt een directe link met de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) van de provincie Overijssel. Als aanvulling op het KGO richten we een Landschapsfonds op. Een storting in het Landschapsfonds kan aan de orde zijn in gevallen waarbij nieuwe ontwikkelingen niet ter plekke gepaard kan gaan met behoud en ontwikkeling van landschap en cultuurhistorie. 6.
Het Nationaal Landschap herbergt kwetsbare en bedreigde diersoorten. Het tegengaan van lichtvervuiling draagt bij aan het verbeteren van de levensomstandigheden van deze soorten. We stimuleren bedrijven en inwoners daarom om terughoudend om te gaan met verlichting in hun bedrijven (stallen, maneges, etalages). Als gemeente plaatsen we geen openbare verlichting bij in het buitengebied en waar mogelijk halen we verlichting weg.
7.
In bepaalde gebieden komen op dit moment veel functies samen (te denken valt aan natuur, recreatie, wonen, landbouw, etc.…). Op voorhand spreken wij niet uit waar, wanneer en hoe bepaalde functies al dan niet voorrang krijgen. In lijn met speerpunt 4 willen wij namelijk onderzoeken op welke wijze functies kunnen samengaan en elkaar kunnen versterken.
8.
Voor het Lutterzand stellen we een gebiedsvisie op. In deze gebiedsvisie (die we zien als pilot) wegen we alle belangen. Indien nodig maken we in die gebiedsvisie meer richtinggevende keuzes.
4.3.2 Losser is gastvrij en herkenbaar Omschrijving ambitie Het is 2035. Toeristen en dagjesmensen weten ons volop te vinden, voelen zich welkom en komen tot rust binnen onze gemeente. De gemeente ademt een sfeer van saamhorigheid, gemoedelijkheid en rust. De Dinkel, het Lutterzand en de vele andere historische en landschappelijke elementen en structuren, ons erfgoed en de mooie dorpen vormen belangrijke trekpleisters.
Speerpunten 1.
Losser scoort hoog op het gebied van cultuurhistorische en landschappelijke waarden. De vijf unieke en karakteristieke kerkdorpen Losser, Overdinkel, Beuningen, Glane en De Lutte, onze prachtige natuurgebieden zoals Boerskotten, Het Lutterzand, de Tankenberg (hoogste punt van Overijssel), de Natura 2000-gebieden Landgoederen Oldenzaal en Dinkelland, ons cultureel erfgoed als de Steenfabriek de Werklust, Erve Kraesgenberg maar ook onze sportaccommodaties en de Kulturhusen; alle zijn ze een onmisbaar onderdeel van ons DNA. Om die reden zetten we in op de bescherming van die waarden. We benoemen die waarden nauwkeurig in de Omgevingsvisie en borgen ze later in ons Omgevingsplan. Tegelijk is onze gemeente geen
Nota van Uitgangspunten – 12 april 2021
15
museum; nieuwe ontwikkelingen sluiten we daarom niet uit. Wel vragen we nadrukkelijk dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan behoud en ontwikkeling van die waarden. 2.
We zijn trots op onze mooie gemeente en laten die graag zien aan recreanten en bezoekers. Momenteel wordt daar al hard aan gewerkt: we bouwen aan de toeristisch-recreatieve ‘backbone’ tussen de noordzijde van de kern Losser en de Duitse grens. Vanaf de backbone realiseren we fysiek aantrekkelijke verbindingen naar de dorpskernen. We willen echter dat cultuurhistorische en landschappelijke elementen en structuren (ook op andere plaatsen) nog beter herkenbaar en beleefbaar zijn. We maken ons daarom sterk voor een verbetering en uitbreiding van onze recreatieve infrastructuur. Met terrein beherende organisaties gaan we daarnaast graag in gesprek over de toegankelijkheid van natuurgebieden. Bij dit alles willen we de aantrekkelijkheid van de gemeente voor bezoekers meer uitdragen en versterken, zonder dat dit ten koste gaat van natuur, landschap, cultuurhistorie en de belangen van de inwoners.
3.
In de Toekomstvisie 2025 staat het volgende beschreven over ‘de Losserse cultuur’: de gemeente Losser kent veel vrijwilligers, heel veel. Lossenaren hebben een groot organiserend vermogen en weten elkaar te vinden bij het organiseren van talloze activiteiten en feesten, maar ook bij het herstel van bijvoorbeeld het Kerkebos in Overdinkel. Een rijk verenigingsleven is het resultaat. Ook zijn er diverse stichtingen die zich bijvoorbeeld inzetten ten behoeve van de mantelzorg of de geschiedenis van de gemeente Losser. Daar zijn wij trots op. Als gemeente willen we die cultuur, de identiteit en het noaberschap behouden en versterken. We blijven initiatieven daarom van harte ondersteunen.
4.3.3 Losser is een gezonde en veilige gemeente Omschrijving ambitie Het is 2035. Wij zijn een vitale gemeenschap. In de afgelopen jaren is er veel gerealiseerd op het gebied van bewegen in de buurt en sportactiviteiten. Een steeds grotere groep mensen wordt daardoor gezond oud in onze gemeente. Onze fysieke leefomgeving nodigt uit tot ontmoeten en verblijven. Door middel van gerichte campagnes en voorlichting weten we veel inwoners te bereiken en te activeren. Sociaal onveilige plekken en situaties hebben we aangepakt, zodat onze inwoners zich veilig voelen op straat. Speerpunten 1.
Wat betreft gezondheid staan we er als gemeente relatief goed voor. De gegevens uit de factsheets laten dat ook duidelijk zien. Het gezondheidsprofiel van de GGD laat echter wel zien dat we bovengemiddeld scoren als het gaat om obesitas, roken en drinken. We willen daar als gemeente graag mee aan de slag. Het geven van voorlichting (preventie) zien we wat dat betreft als onze eerste taak en rol. We zullen daarnaast initiatieven ondersteunen die met deze opgaven aan de slag willen of zijn.
2.
Eigen verantwoordelijkheid vinden we erg belangrijk. We kunnen en willen onze inwoners niet verplichten tot een gezondere levensstijl. Wel kunnen we aanpassingen doen in de fysieke leefomgeving, waarmee inwoners worden uitgenodigd en gestimuleerd tot bewegen en ontmoeten. Dit betekent bijvoorbeeld ook dat we gebruik van de fiets en andere duurzame ma-
Nota van Uitgangspunten – 12 april 2021
16
nieren van vervoer willen stimuleren (bijvoorbeeld door het realiseren van oplaadpunten voor auto en fiets). 3.
In lijn met onze ambitie voor een gezond Losser, gaan we aan de slag met het opstellen van gebiedsgericht beleid voor stof, geur en geluid.
4.3.4 Losser is leefbaar en bewoonbaar Omschrijving ambitie Het is 2035. We merken dat de Losser een aantrekkelijke gemeente is om te wonen en te werken. Het is gelukt (passende) werkgelegenheid te behouden en aan te trekken. Onze bedrijventerreinen zijn in trek en op locaties van voormalige agrarische bedrijven in het landelijke gebied worden succesvol nieuwe bedrijven opgestart. Ons woningaanbod is divers, doelgroeponafhankelijk en afgestemd op de behoefte en de voorzieningen in de kernen zijn op orde. Jongeren blijven vaker en langer wonen in onze gemeente. Speerpunten 1.
Wij willen een gemeente zijn waar het voor jong en oud prettig wonen, werken en verblijven is. Dit betekent dat we inzetten op een gevarieerd woningaanbod en daarover graag afspraken maken met ontwikkelende partijen.
2.
Gelet op veranderend consumentengedrag, gaan we ervan uit dat leegstaande winkelpanden niet in alle gevallen zullen worden gebruikt voor detailhandel. We begrijpen de wens om in bepaalden gevallen over te gaan tot herbestemming tot woning en/of dienstverlenende functies. In het kader van het komende participatietraject willen we dit thema graag nader bespreken met onze inwoners en ondernemers.
3.
De gemeente Losser kent een actief en gevarieerd verenigingsleven. Als gemeente faciliteren en stimuleren we die eigen daadkracht van de dorpen en wijken. We geven ruimte aan inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners om met initiatieven te komen die een bijdrage leveren aan de leefbaarheid.
4.
De landelijke trend dat voorzieningen in de kernen onder druk staan, zien we ook in Losser. Als gemeente kennen we de Kulturhusen, waar we verschillende voorzieningen concentreren en op die manier voor het dorp kunnen behouden. We vinden dat waardevol en belangrijk. Waar maatschappelijke voorzieningen onder druk staan, willen we vanuit de maatwerkgedachte, graag meedenken over het toevoegen van commerciële nevenactiviteiten.
5.
In alle kernen zijn, naar aanleiding van het participatietraject “kies je kans” (2014), inmiddels zogenaamde Kwaliteitsimpulsen opgestart. Dit is een integrale, programmatische en gebiedsgerichte aanpak, waarbij per kern en samen met de inwoners, een op uitvoering gerichte visie is opgesteld middels een breed participatieproces. Op basis van de integrale visie zijn meerjarige en dynamische uitvoeringsprogramma’s opgesteld waarin we met onze partners aan het gezamenlijke uitvoeringsprogramma. Deze koers zetten we voort.
6.
Wij vinden dat ouderen en andere doelgroepen met een specifieke zorgbehoefte zo lang mogelijk zelfstandig thuis moeten kunnen wonen. Als gemeente willen we dat faciliteren met bij-
Nota van Uitgangspunten – 12 april 2021
17
voorbeeld flexibele bouw- en mantelzorgregels en het realiseren van duurzame (Smart) woningen. 7.
Wij vinden dat iedereen in onze gemeente gelijkwaardig moet kunnen deelnemen aan de samenleving. Toegankelijkheid (digitaal en fysiek) is daarbij een belangrijk begrip en heeft onze voortdurende aandacht.
8.
We gaan de bebouwde omgeving vergaand vergroenen, mede als klimaatadapterende maatregel. We doen dat op basis van twee pijlers: a.
We trekken het omliggende landschap als het ware ‘de dorpskernen in’ waardoor de verbinding tussen dorp en omliggend landschap wordt versterkt en deze groene structuren bijdragen aan bewustzijn en ruimtelijke kwaliteit
b.
Binnen kaders van gebiedstypologie en gebiedskenmerken gaan we het stedelijk groen omvormen tot ecologisch groen en leveren daarmee een bijdrage aan de biodiversiteit.
4.3.5 Losser is innovatief en duurzaam Omschrijving ambitie Het is 2035. Er bleek behoefte te bestaan aan proeftuinen en experimenteerruimte waar nieuwe technologieën kunnen worden beproefd en getest. Als gemeente zijn we daar, in samenwerking met onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven, in gestapt, met een mooie proeftuin als resultaat. In die proeftuin werken gemeente, bedrijfsleven en onderwijsinstellingen samen in het nadenken over relevante en urgente maatschappelijke vraagstukken In de afgelopen jaren zijn daarnaast grote stappen gezet op het gebied van klimaat, energie en duurzaamheid. Onze fysieke leefomgeving is aangepast op de klimaatverandering en er zijn belangrijke stappen gezet richting een energieneutraal Losser. Speerpunten 1.
Verduurzaming is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. We gaan daarom met inwoners, maatschappelijke organisaties, projectontwikkelaars/aannemers en energiecoöperaties in gesprek hoe we onze verduurzamingsopgave vorm kunnen geven. Uitgangspunt is dat we onze inwoners in staat stellen om zelf stappen te zetten in de verduurzaming van hun woning, dorp of wijk;
2.
Wij creëren een experimenteeromgeving waarin nieuwe concepten, technologieën en nieuwe oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken kunnen worden getest.
3.
Als gemeente pakken we onze regierol bij de energie- en warmtetransitie. Wij doen dat binnen het samenwerkingsverband EvNOT, maar nadrukkelijk in samenhang met andere opgaven in een maatwerkaanpak. Waar mogelijk maken we gebruik van de kansen die ons gebied biedt
4.
We bieden ruimte aan nieuwe vormen van hernieuwbare energie (naast wind- en zonneenergie) als die kansrijk lijken en een bijdrage kunnen leveren aan onze eigen doelstelling
5.
We streven ernaar dat we energieneutraal zijn in 2040. Daarbij ligt er een heldere link met de opgave van uit de Regionale Energie Strategie (RES). In dat kader wordt de precieze verduurzamingsopgave bepaald.
6.
Op het gebied van water en klimaatadaptatie volgen we:
Nota van Uitgangspunten – 12 april 2021
18
a.
Ons eigen beleid zoals vastgelegd in het GRP 2018-2022, met daarin specifiek beleid voor klimaatontwikkelingen.
b.
De beleidslijnen van provincie en Vitens inzake bescherming van de drinkwaterwinning Losser
c.
De watervisie van het Waterschap Vechtstromen met daarin verwoord de drie grote wateropgaven (droogte en overlast en gevolge van klimaatontwikkelingen, waterkwaliteit en duurzame ontwikkeling) en de zeven dragers.
7.
Ook in Losser krijgen we te maken met aanvragen voor initiatieven voor het grootschaliger duurzaam opwekken van energie. Wij zijn van mening dat waar mogelijk inwoners moeten meeprofiteren van de opbrengsten van dergelijke initiatieven.
8.
Wat betref mobiliteit haken we aan op het centrale uitgangspunt en het verbeteren van de directe leefomgeving: mobiliteit dient zich te ontwikkelen richting Duurzame Mobiliteit in alle mogelijke vormen die de komende jaren gaan ontstaan. We richten ons en anticiperen nadrukkelijk op de nieuwe technologische ontwikkelingen op dit gebied: Smart Mobility: a.
we anticiperen op elektrisch rijden en voorzien daartoe in voldoende laadinfrastructuur (GO RAL);
b.
we bevorderen (elektrisch) fietsen door het verbeteren van fietsinfra structuur (snelle van fietssnelweg afgeleide principes – verbindingen binnen de kernen, tussen de kernen en met buurgemeenten);
c. 9.
we maken meer ruimte voor wandelen, ontmoeting en recreatie.
Ten aanzien van openbaar vervoer zetten we in op MAAS om een alternatief te bieden voor de verschraling van de openbaar vervoervoorziening.
Voorbeeld kansenkaart nieuwe energie (bron: Waterschap Vechtstromen)
4.3.6 Losser is een ondernemende gemeente Omschrijving ambitie Het is 2035. In Losser heerst een goed vestigings- en ondernemersklimaat. Er is ruimte om nieuwe ondernemingen op te starten en er is ruimte om te groeien. In de afgelopen jaren zijn we samen met ondernemers tot mooie maatwerkoplossingen gekomen. Oplossingen waarbij ontwikkelruimte voor
Nota van Uitgangspunten – 12 april 2021
19
de ondernemer gepaard ging met een plus op het gebied van duurzaamheid, groen en/of landschap. Onze regels zijn flexibel en we leveren maatwerk. Daarnaast zijn de digitale en fysieke verbindingen op orde. Speerpunten 1.
We bieden een gezond vestigingsklimaat voor commerciële en niet commerciële publieksgerichte functies. Onze ruimte is echter schaars en onze waarden en kwaliteiten groot. Daarom houden we vast aan ons standpunt eerst mogelijkheden voor revitalisering van bedrijventerreinen te onderzoeken alvorens nieuwe bedrijfsterreinen te ontwikkelen. En een tijdige beschikbaarheid van nieuwe locaties voor bedrijfsvestiging.
3.
In onze Omgevingsvisie vormt het ‘ja-mits-principe’ het leidende motto. Richting de Omgevingsvisie willen we graag in gesprek over een systeem waarbij initiatiefnemers extra ontwikkelingsruimte kunnen krijgen bij een plus op het gebied bijvoorbeeld groen, duurzaamheid, energie, ruimtelijke kwaliteit, etc.…
4.
We spelen met onze regelgeving in op nieuwe ontwikkelingen op het gebied van werkgelegenheid, recreatie, wonen en landbouw.
5.
We staan open voor de vestiging van kleine bedrijven (bijvoorbeeld in vrijkomende agrarische bedrijven en/of bedrijfsverzamelgebouwen) en bieden hun daarvoor de gelegenheid.
6.
We stimuleren ondernemerschap en nieuwe economische dragers voor het buitengebied. Wij willen duurzame en schone bedrijven ruimte bieden zich te handhaven of verder te ontwikkelen. Ook stimuleren we als gemeente innovatieve ontwikkelingen of nieuwe initiatieven voor duurzame landbouw.
4.3.7 Losser werkt samen Omschrijving ambitie Het is 2035. Als overheid staan we midden in de samenleving staat. We weten wat er leeft en speelt in de samenleving. Via passende regelgeving is het gelukt om belangrijke stappen te zetten op 6 ambities. We zijn een deskundige overheid die inspeelt op veranderingen in de samenleving en zijn helder in onze keuzes. Speerpunten 1.
De verbindingen die we aangaan, zijn gericht op het realiseren van onze lange termijn-doelen. We stellen ons daarbij op als ‘partner van de samenleving’.
2.
Wij werken waar nodig en wenselijk samen met overige overheden, onze maatschappelijke partners, kennisinstellingen en vrijwilligersorganisaties. De Gebiedsopgave Overdinkel is hiervan een duidelijk voorbeeld.
3.
We doen lokaal wat nodig is voor het behoud van de Lossere identiteit en hebben het lef om keuzes te maken.
3.
Wij willen onze ligging in het grensgebied en de EU-Regio beter benutten. Dat geldt ook voor onze plek en rol in de Regio Twente.
Nota van Uitgangspunten – 12 april 2021
20
4.4
Relatie met ons bestaande beleid
Hierboven benoemden we onze ambities en bijbehorende speerpunten. Met deze ambities en speerpunten gaan we in gesprek met de samenleving; richting Omgevingsvisie is (gebiedsgerichte) uitwerking en detaillering nodig. Naast deze ambities en speerpunten heeft de gemeente op diverse beleidsterreinen sectoraal beleid opgesteld. Deze Nota van Uitgangspunten legt dat bestaande beleid niet terzijde.
Nota van Uitgangspunten – 12 april 2021
21
Om die reden zijn ambities en speerpunten gespiegeld aan het bestaande beleid. Onderstaande tabel vat de bevindingen samen: Ambitie
Nieuw ten opzichte van bestaand beleid
1
In te stellen Landschapsfonds
Op te stellen Gebiedsvisie Lutterzand
Op te stellen Beleidsnotitie Buitengebied met kwaliteit
2
Er is momenteel geen samenhangende visie op het in stand houden en het actief verbete-
3
Het op te stellen gebiedsgerichte beleid voor stof, geluid en geur
Verkenning van Corona en wat een dergelijke pandemie betekent voor het gebruik, de gebruiksmo-
ren/uitbreiden van de toeristische infrastructuur en waar nodig een handhavingsaanpak
gelijkheden en de inrichting van de (openbare) ruimte of fysieke leefomgeving. 4
-
5
Gemist wordt een integrale of overkoepelende duurzaamheidsvisie met als toekomstbeeld een duur-
6
-
7
Gemist wordt een visie op het duurzaam borgen van de toekomstige dienstverlening van de gemeen-
zame leefomgeving
te aan de inwoners, bedrijven, verenigingen, etc.…
Nota van Uitgangspunten – 12 april 2021
22
5
Vervolg richting Omgevingsvisie Totstandkoming Omgevingsvisie De Omgevingsvisie komt langs vijf stappen tot stand. In de eerste fase wordt een beleidsanalyse gedaan: welk beleid is er en welke beleidsstukken vormen de pijlers onder de visie? De basis voor deze stap is inmiddels ambtelijk gelegd en vindt u terug in hoofdstuk 4.2. Daarnaast speelt de vraag ‘wat komt er op ons af?’ Welke ontwikkelingen beïnvloeden de toekomst van onze gemeente en op welk vlak? Deze verkenning is onder andere samen met de raadswerkgroep, de ketenpartners en de projectgroep gedaan en is opgenomen in hoofdstuk 3 van deze Nota van Uitgangspunten.
Opzet Omgevingsvisie
Vervolgens wordt met de samenleving het gesprek gevoerd: wat is van waarde in de gemeente, wat maakt de gemeente onderscheidend en wat moet daarom behouden of versterkt worden? Deze inbreng wordt vertaald naar een gebiedsgerichte waardenkaart. De waardenkaart is het fundament van de Omgevingsvisie en vormt de basis (en toetssteen) voor nieuwe ontwikkelingen. De inhoud van de Nota van Uitgangspunten staat centraal bij de vraag ‘waar willen we naartoe’? In overleg met de samenleving willen we onze ambities en speerpunten gebiedsgericht uitwerken. De visiekaart is de kaart die de ambities en speerpunten van de gemeente duidt. Onderdeel van de visie is een uitvoeringsdeel. In het uitvoeringsdeel wordt een uitvoeringsparagraaf opgenomen, maar ook de link met programma’s komt hier aan bod. In het uitvoeringsdeel wordt concreet gemaakt welke stappen de gemeente de komende jaren (zelf) wil zetten en waar de gemeente ruimte laat voor initiatieven van anderen om invulling te geven aan de opgaven in de visie. Het laatste deel van de Omgevingsvisie is een proceswijzer en afwegingskader. Voor initiatieven die niet passen in het Omgevingsplan is de Omgevingsvisie het eerste toetsingskader. Omdat de aard van de initiatieven niet gemakkelijk voorspelbaar is en initiatieven vaak maatwerk vragen, wordt aan de Omgevingsvisie een afwegingskader toegevoegd.
Het kader geeft aan op welke wijze initiatieven worden afgehandeld, wat de rol en verantwoordelijkheid is van de gemeente en de initiatiefnemer en
Nota van Uitgangspunten – 12 april 2021
23
gaat in op de wijze waarop de waarden die in de waardenkaart van de Omgevingsvisie zijn geduid worden meegenomen. Monitoring en evaluatie van de Omgevingsvisie Waar de structuurvisie nog een (statisch) tijdspad biedt voor de lange termijn, zal de Omgevingsvisie een meer dynamisch karakter kennen, waarbij in een plancyclus steeds de gezette stappen worden geëvalueerd en worden bijgesteld. Dit biedt de mogelijkheid om steeds tijdig bij te sturen en aan te passen op actualiteit en nieuwe inzichten. De evaluatiecyclus zal variëren afhankelijk van de verschillende onderdelen van de visie en de daaraan gekoppelde tijdshorizon. Het ligt voor de hand dat de lange termijn visie en ambitie ook voor een langere periode vastgehouden kunnen worden. Het uitvoeringsdeel vraagt echter periodieke herziening. Deze cyclus kan goed samenvallen met de vierjaarlijkse bestuurlijke cyclus. De proceswijzer is een instrument waar continu op wordt teruggegrepen. De evaluatie en eventuele bijstelling van deze proceswijzer zal in het begin vaker plaatsvinden. Zo wordt de proceswijzer steeds beter toegesneden op de gemeentelijke praktijk. Het is denkbaar dat dit in eerste instantie jaarlijks gebeurt en op de langere termijn twee- of vierjaarlijks.
Nota van Uitgangspunten – 12 april 2021
24
Bijlagen 1.
Factsheets fysieke leefomgeving
2.
Opbrengst bijeenkomst ketenpartners
3.
Opbrengst ambities en opgaven ambtelijke projectgroep
4.
Opbrengst bijeenkomsten raadswerkgroep
1.
Factsheets fysieke leefomgeving
LANDSCHAP
Bron: Kadernota Buitengebied Losser
ERFGOED
Karakteristieke panden en erven in het buitengebied van de gemeente Losser zijn geïnventariseerd, uitkomst: • 266 adressen bekeken • 69 erven als karakteristiek beoordeeld • 61 agrarische bijgebouwen als karakteristiek beoordeeld • - 12 niet-agrarische panden als karakteristiek beoordeeld • - 16 Mariakapellen en landkruizen als karakteristiek beoordeeld (waarvan 5 als • onderdeel van een erf). Bron: via https://www.losser.nl/Inwoners/Wonen_en_ bouwen/Monumenten/Rijksmonumenten_gemeentelijke_ monumenten_karakteristieke_panden
Bron: Atlas leefomgeving
Voor de dorpskern van Losser is eveneens een inventarisatie van karakteristieke panden gemaakt: - 24. Het is de bedoeling om voor Beuningen, De Lutte, Glane en Overdinkel vergelijkbare inventarisaties te maken. Bron: via https://www.losser.nl/Inwoners/Wonen_en_ bouwen/Monumenten/Rijksmonumenten_gemeentelijke_ monumenten_karakteristieke_panden
MILIEU
Bron: Atlas leefomgeving
Bron: Atlas leefomgeving
MILIEU
In de hele gemeente is de concentratie fijnstof (PM10) minder dan 18μg/m3. Bron: https://geodata.rivm.nl/gcn/ (2025)
De concentratie stikstofdioxide (NO2) is niet in de hele gemeente minder dan 10 μg/m3. Voor enkele delen geldt een hoeveelheid van 10-15 μg/m3. Bron: https://geodata.rivm.nl/gcn/ (2025)
NATUUR
Bron: Atlas leefomgeving
KLIMAAT
Bron: https://www.knmi.nl/nederland-nu/klimatologie/geografische-overzichten/neerslagtekort_droogte
DUURZAAMHEID
Gemiddelde oppervlaktetemperatuur Bron: Cobra Groeninzicht
Gemiddelde oppervlaktetemperatuur Bron: Cobra Groeninzicht
DUURZAAMHEID
Bron: waarstaatjegemeente.nl
GEZONDHEID
Ervaring gezondheid goed tot zeer goed Bron: CBS 2016
Lichamelijke activiteit Bron: CBS 2016
Mantelzorg geven en krijgen Bron: CBS 2016
Bron: waarstaatjegemeente.nl
Overgewicht/ondergewicht/gezond gewicht Bron: CBS 2016
GEZONDHEID
Bron: Atlas leefomgeving
Bron: waarstaatjegemeente.nl, Atlas leefomgeving
VEILIGHEID
Bron: waarstaatjegemeente.nl, Atlas leefomgeving
ECONOMIE
Beroepsbevolking, werkzame beroepsbevolking, werkloze beroepsbevolking, werkloosheidspercentage, nietberoepsbevolking, bruto+netto arbeidsparticipatie Bron: CBS 2019
Bron: waarstaatjegemeente.nl, CBS
ECONOMIE
Gemiddelde afstand tot voorzieningen:
•
Aandeel huishoudens laag inkomen Bron: CBS 2018
Bron: CBS
sluit relatief gezien aan bij landelijk gemiddelde (bron: CBS)
WONEN EN LEVEN
Bron: CBS
Hoeveelheid basisscholen: 12 Hoeveelheid voortgezet onderwijsscholen: 1 Hoeveelheid bibliotheken: 1? Bron: via https://www.losser.nl/Inwoners/Onderwijs_en_kinderopvang
Bron: waarstaatjegemeente.nl, CBS
INFRASTRUCTUUR EN VERKEER
Bron: waarstaatjegemeente.nl, CBS
2.
Opbrengst bijeenkomst ketenpartners
7Ambities en opgaven – Ketenpartners + 24 februari 2020
Demografie Minder jongeren meer ouderen Cultureel divers Kleinere huishoudens Tweedeling leefstijlen Regionalisering Ambities: o In 2040 is Losser een leefbare gemeente (gezond, divers/goede verbindingen) o Misschien zelfs bruisend o In 2040 is Losser meer geëmailleerd in haar ‘cultuur en leefbaar’ o In 2040 is Losser een jonge gemeente/goede mix o In 2040 zijn alle kernen aantrekkelijk om te wonen voor jong en oud, met overal voldoende zorg o Trots op Losser, door/voor/op alle inwoners o Inspelen op ontgroening en vergrijzing o Focus op verbinding/cohesie o Passende huisvesting voor iedereen (gericht op diverse doelgroepen) Opgaven: o ‘Vitale bewoners’/wie is verantwoordelijk? (goede voorzieningen en kaders) o ‘Mankracht’ noaberschap. Hoe? (bewustwording) o Vaak eerst naar geld/middelen gekeken. Maar wat is het doel? o ‘Breed pallet/voor ieder iets’ – dit onderzoeken als ambitie te hoog blijkt, dan scopen o Jongeren aangehaakt houden o Mix van faciliteiten (moet meer gezamenlijk (oud en jong) /voorkomt eenzaamheid) aantrekkelijk houden voor bewoners en ondernemers o Op peil houden voorzieningen o Hoe haal je mensen binnen? Hoe mensen te binden aan de gemeente? We hoeven als gemeente niet alles zelf te hebben.
o Niet creëren parallelle wereld (Sint Maarten veel voorzieningen, ook voorzieningen in het dorp) o Meer ‘culturele samenleving’ o Hoog energieverbruik bebouwde omgeving, opgave is dit te verlagen o Andere mix wonen: o Gemeente opstellen tinywonen beleid o Ontwikkelen van een knarrenhof o Minder regelgeving/planologisch o Doorstroming bevorderen o Sociale doestellingen o Huisartsen behouden o Aantrekkelijk houden huisarts en verzorgingshuis o Burgerinitiatieven, hiervoor heb je aanjagers nodig, een voorbeeld is “Dorpshuis Overdinkel” o Vormen van samenwoning/voorkomen van eenzaamheid
1
o
o o
o o
o o o o o o o o o
o o
o o o o o o o o o
Hoe omgaan met mensen die nu vitaal zijn en voorzien in vrijwilligers werk en sociale contacten. Deze vitale ouderen verliezen in de toekomst hun vitaliteit en hiermee hun activiteiten: o Wonen o Inkomen o Nu nog balans tussen kracht en vraag/noaberschap. Hoe in de toekomst? Overdinkel inkomen laag Bouwregels aanpassen oude woningen o Niet geschikt voor jongeren o Circulaire woningen Anders wonen (jeugd en ouderen) betaalbaar Leegstand VAB – verpaupering – verlies functie agrarische bedrijven o Ouderen niet terug naar buitengebied o Jongeren andere vorm landbouw o Geld agrariërs zit voornamelijk in hun grond o Locatie moet aantrekkelijk zijn voor jongeren (ruim planologisch beleid). o Als een agrarisch bedrijf stopt moeten er mogelijkheden zijn: potje voor herontwikkeling erf/gebouw, asbest eraf/zon erop o Voorwaarden opstellen bij ontwikkelingen in VAB (veiligheid, parkeren, etc.) Demontabel bouwen/tijdelijk 20 jaar o Eis welstand/iets van vinden/niet te streng Sociale cohesie. Wisselwerking oud en jong (ook VAB) kan beter rol gemeente Gezondere leefstijl Privatisering/voorzieningen trekken weg/behouden/ketens Meer woningen starters en senioren (bijvoorbeeld in groepen (woonvormen)) in elke kern (inbreiden) Meer ouderenzorg (niet voldoende gebouwen en personeel) Waarom zijn mensen trots op Losser, dit onderzoeken.
Wat voor mensen wonen er in Loser? Dit onderzoeken op leefstijl. Is dit anders of hetzelfde als in omliggende regio’s Samenstelling bevolking gaat drastisch wijzigen Woningbehoefte verandert Knooperven (risico’s aan) Is landschap heilig? Gebiedsgericht werken Kijken naar centrum/inbreiden Fysieke leefomgeving zo inrichten dat ieder trots is. Rollen: o Marktaanzet - ‘relevante stakeholders’ o Sociale huur (problemen) - coöperatie aanzet Financiering – makkelijk bouwen/hoog segment, snelle winst door de markt Woningbouwprogramma aanpassen Monitoring marktsituatie (leegstand) Gezondheidsvoorzieningen Evenwichtige differentiatie woningen Regionale woningvisie Vergroten woningvoorraad, levensbestendige woningen Kwalitatief programmeren Organiseren activiteiten om isolatie te voorkomen (knarrenhof)
2
Economie Veranderende arbeidsmarkt Minder rijk Globalisering Ambities: o In 2040 meer leven, minder overleven door creëren economisch veilig klimaat o Stimuleren circulaire regionale economie o Keuzes maken ruimte voor bedrijvigheid met lokale impact, o Werk o Voedselproductie o Impact landschap o Lokale voorzieningen behouden o Regionale consumptie stimuleren o Lokale bedrijvigheid behouden en ruimte bieden voor nieuwe banen (bijvoorbeeld ICT) o Maak gebruik van eigen identiteit van het gebied met name natuur- en cultuurhistorie o Kern: o Bedrijvigheid o Buitengebied Behoud uitbreiding huidig voorzieningenniveau en werkgelegenheid o Focus op recreatieve ontwikkeling o Stimuleren startende ondernemers o Focus ontwikkeling zorgsector o Iedereen aan het werk/voorziet in eigen levensonderhoud Opgaven: o Meer samenwerken en koppelen en kansen o Slimme verbindingen in fysieke leefomgeving o Bijvoorbeeld: tourist info organiseert fietstocht Sociaalmaatschappelijk en samenleving erbij betrekken o Recreatie en toerisme meer uitbuiten o Goed vestigingsklimaat ondernemers o Minder administratieve rompslomp of meer hulp bij administratieve rompslomp o Stimuleren besparingen o Gebruik Europese subsidie o Visie op bedrijventerreinen.
Bedrijven moeten kunnen uitbreiden (keuzes maken, bijvoorbeeld minder autobedrijven) o Verbinden onderwijs en ondernemers (technologie) o Vervoer voor ouderen (buurtbus/automaatje) o Opgave voor mantelzorger in toekomst (blijft deze?) o Combineren landbouw/natuur o Maak gebruik van de mogelijkheden over de grens o Gebiedsgebonden samenwerking o Losser moet scholen houden en samenwerken met kennisinstellingen o Ruimte voor regionale bedrijven in/bij de dorpskernen o Ruimte voor mogelijkheden bij (deels) stoppende agrarische bedrijven o Aandacht voor lokaal, ook bij aanbesteden o Coaching organiseren door medeburgers voor mensen in bijvoorbeeld schuldhulpverlening o Eenvoudigere regelgeving (of hulp bij…)
3
o o o o o o o
o
o o
o o o o o o o
Ook bij online bestellen lokaal ophalen Lokale streekproducten stimuleren Keuzes maken bij beleid Meer vrijheid bij vestiging (binnen bepaalde kaders) Ruimte bieden voor startup bedrijven ook in Losser (niet alleen bij Kennispark) Losserse waarden/mentaliteit uitdragen Inwoners uiten meer: o Trots op streek o Passend woningaanbod oud en jong o Zorg voor elkaar Noaberschap o Behoud natuur en landschap die typisch is voor Losser o Verhaal uitdragen o Behoud werkgelegenheid en onderwijs (regionaal) Kern: o Tegengaan leegstand (flexibiliteit in regelgeving) o Vastgoedbeheer (vastgoedstrategie: vasthouden/aankoop) o Bereikbaarheid verbeteren/in stand houden (mobiliteitsvisie) Bedrijventerrein, als in kern en diversiteit in bedrijven bevorderen (planologie en acquisitie) Buitengebied o Recreatie (hergebruik, mobiliteitsvisie) o Agrarisch (mobiliteitsvisie, ervencoaches, gebiedsgericht (waar wel, waar niet), waarden van het gebied benoemen) Diversiteit bevorderen (quotering of marktwerking) Internationale markt Faciliteren: o Paarden(recreatie) (routes, evenementen) VAB (vrijkomende agrarische bebouwing) Voldoende voorzieningen Werken aan huis mogelijk maken/versterken (VAB, <kom) Meer inzetten op de 4 O’s (onderwijs, onderzoek, overheid, ondernemers)
4
Sociaal Maatschappelijk Langer thuis Voorkomen – van curatief naar preventief Op maat – ieder mens is uniek Connectiviteit Ambities: o Wij willen een gemeente zijn waarin de mens centraal staat en waarin technologie ondersteunend is o We willen een gemeente zijn met bijzonder veel aandacht voor een ‘gezonde’ leefstijl o We streven naar: regionale oplossingen en die zijn vooral circulair o We willen een gemeente zijn: waarin samen leven mogelijk met behoud van individuele elementen o Wij willen een gemeente zijn: waar we goed oog hebben voor armoedebestrijding, zelfredzaamheid, ouderen en jongeren o Wij willen naar een goed uitgebalanceerde (woon-/leef)omgeving, werk o Inwoners zolang mogelijk in eigen omgeving laten wonen o Voorzieningen op maat en dichtbij, flexibel ouderen en jongeren o Jongeren laten terugkeren o Gezond oud worden o Stimuleren sport en gezondheid o Stimuleren verenigingen o Contacten/samenlevingsvormen Opgaven: o Voorzieningenniveau (basis) in standhouden of realiseren o Gemeenschapscentrum o Medische voorzieningen/gezondheidscentrum (HOED) o Onderwijs o Passende huisvesting: kwaliteit + kwantiteit o Vraaggestuurd o Toekomstbestendig o Jeugdhuisvesting o Flexibelere (snelle) wet- en regelgeving o Houding, gedrag en cultuur o Voorkomen/preventie o Stimuleren van beweging.
Infrastructuur verbeteren (het loopt achteruit) o Natuurlijk spelen stimuleren/faciliteren o Veel groen o Koken in buurthuizen o Goede mix samenstelling bewoners o Vereenzaming/preventie o Integrale benadering o Interactie bevorderen o Flexibele regelgeving; ruimtelijk/planologisch o Verzorgingstehuis 2.0 (MST Oldenzaal) o VAB benutten (hospice) (ook grensoverschrijdend) o Hergebruik gebouwen o Voorzieningenniveau/huisartsen 5
o o o o o o
o o o o o o o o o o o
Maatschappelijke organisaties en verenigingen en standhouders Zwembad in stand houden Mix van jongeren en ouderen Noaberschap maakt sociaal Multidisciplinaire gezondheidscentra We maken passende voorzieningen voor ouderen (verzorgingstehuis 2.0) o Kijk naar bestaande gebouwen o Binnenstedelijk en buitengebied Preventie jongerenzorg Nieuwe stedenbouwkundige aanpak Flexibiliteit in regelgeving (Omgevingsplan) Woningprogrammering (herijking Woonvisie) o Mix van leeftijdsgroepen Werk, fijn wonen (voorzieningen, woningen, mobiliteit) Hechte gemeenschappen Meer bewegen Geen/minder vlees circulaire landbouw/bio landbouw Meer fietsverbindingen-/voorzieningen Minder auto’s (automobilist ‘pesten’) Woningen geschikt voor samenstellingsvormen, bestaand en nieuw
6
Politiek Doe het zelf – minder overheid, meer burger Regionale netwerken – meer samenwerken in de regio Versnippering – meer diversiteit in politiek landschap Hand op de knip – minder inkomsten en hogere uitgaven Politieke verschuivingen – verantwoordelijkheden Ambities: o Lokaal doen wat kan o Balans maatwerk (lokaal) en generieke aanpak o Aansluiten bij burger/kernwaarden o Lef om keuzes te maken Opgaven: o Alléén wat niet lokaal kan in groter verband o Meer betrekken van burgers en bedrijven bij beleid o Sneller beslissen o Burgerparticipatie/lokale inbreng/betrokkenheid o Meer regionale samenwerking (ook allemaal) o Goed benoemen waarden in visie o Faciliterend overheid (+plus) aanjager (initiatief) o Meer in Noordoost Twente verband o Werken vanuit de bedoeling en kracht (niet angst) o Lange termijn (4 jaar al te kort) o Regionaal grotere vragen o Lokaal proactief (alle betrokkenen) o Kiesdrempel 5% o Collectief denken o Versimpelen/vereenvoudigen o Participatie: niet alles ook als politiek zelf keuzes maken o 1 loket Omgevingswet o Betrouwbaar o Kennis/kunde o Meer lokaal belang (voorop) dan politiek o Meer faciliteren noaberschap o Meer aansluiting NOT (energietransitie) o Teruggeven resultaten participatie o Hondenbelasting afschaffen of meer wederdienst o Verbinding met burger (dichterbij) o Flexibeler energietransitie (panelen in tuin) o Meer inleven burger