Nieuwe subsidieverordening Losser
Tekst van het document
Variant 1 De meest eenvoudige vorm is een verdeelmechanisme op volgorde van ontvangst van de aanvragen, “wie het eerst komt, het eerst maalt”, waarbij aanvragen in volgorde van ontvangst van de volledige aanvraag worden behandeld. Als het subsidieplafond wordt bereikt, worden de volgende aanvragen afgewezen. Variant 2 Een andere vorm is een tendersysteem, waarbij het beschikbare budget wordt verdeeld over de complete, tijdig ingediende aanvragen door middel van een onderlinge vergelijking van de aanvragen en waarbij de beste aanvragen voor subsidie in aanmerking komen. Van belang bij dit systeem is dat helder is voor de aanvrager op basis van welke criteria de aanvragen worden getoetst en in rangorde worden gezet. De criteria waaraan een aanvraag wordt getoetst dienen zoveel mogelijk objectief en eenduidig te zijn. Uiteraard moet ook de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend helder zijn en duidelijk bekend worden gemaakt (artikel 7 van de model-ASV 2013 en artikel 10). De zinsnede “Indien het subsidieplafond wordt bereikt,...” is toegevoegd om te voorkomen dat er ook een onderlinge afweging van de aanvragen moet plaatsvinden als op de sluitingsdatum blijkt dat het subsidieplafond niet is bereikt; dan kunnen immers alle aanvragen gehonoreerd worden en is onderlinge vergelijking niet nodig.
Hoe de afwegingscriteria worden bepaald is sterk afhankelijk van het beleidsdoel dat met de subsidie bereikt moet worden in combinatie met de activiteiten zelf. Het is daarom niet goed mogelijk om in dit model concretere voorbeelden van afwegingscriteria te geven dan hier is gedaan. Als het goed is, is in de aanhef van de subsidieregeling het beleidsdoel zo SMART mogelijk omschreven. Let op: de in het tweede lid van variant 2 opgenomen aspecten evenals het daarbij vermelde maximum aantal toe te kennen punten betreffen slechts voorbeelden.
[Artikel 9. Aanvraag] (Geen modelbepaling) [Toelichting Het vierde lid van artikel 6 van de model-ASV 2013 creëert de mogelijkheid voor het college om van het eerste tot en met derde lid afwijkende eisen te stellen met betrekking tot de aanvraag. Gezien de grote mate van vrijheid is geen uitgewerkte modelbepaling opgenomen. Uiteraard mogen van de aanvrager alleen die gegevens verlangd worden die noodzakelijk zijn voor het beoordelen van de aanvraag; dit volgt uit de Algemene verordening gegevensbescherming. Als de subsidieregeling onder de de-minimisverordening wordt gebracht, kan het voor de hand liggen om reeds bij de aanvraag om een de-minimisverklaring te vragen. Zie daarover verder www.europadecentraal.nl en de bij de model-ASV 2013 behorende VNG ledenbrieven Lbr. 13/075 van 27 september 2013, en Lbr. 16/056 van 8 juli 2016.] [Artikel 10. Aanvraagtermijn Een aanvraag om een subsidie wordt, in afwijking van artikel 7, eerste lid, van de [citeertitel ASV], ingediend uiterlijk [datum] voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. OF Een aanvraag om een subsidie wordt, in afwijking van artikel 7, tweede lid, van de [citeertitel ASV], uiterlijk [aantal] weken voorafgaand aan dat boekjaar ingediend.
OF Een aanvraag om een subsidie wordt, in afwijking van artikel 7, derde lid, van de [citeertitel ASV], ingediend tussen [aantal] en [aantal] weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. OF Een aanvraag om een subsidie wordt, in afwijking van artikel 7, derde lid, van de [citeertitel ASV], ingediend tussen [datum] en [datum] van het jaar […].] [Toelichting Artikel 7 van de model-ASV 2013 bevat de hoofdregel met betrekking tot de aanvraagtermijnen. In het geval het bij een specifieke subsidieregeling te voorzien valt dat een daarvan afwijkende termijn wenselijk is, kan deze op grond van het vierde lid in de subsidieregeling worden vastgesteld. Laatste (facultatieve) optie Deze is van belang wanneer het subsidieplafond wordt verdeeld via een tendersysteem. Een vaste sluitingsdatum voor de aanvragen is dan uiteraard noodzakelijk, maar ook een vaste startdatum is van belang met het oog op de transparantie en het bieden van gelijke kansen. De in te vullen data moeten uiteraard worden afgestemd op het tijdvak waarin de activiteit dient te worden uitgevoerd. Bij cultuursubsidies zal dat bijvoorbeeld het theaterseizoen kunnen zijn; bij andere subsidies een
kalenderjaar. De aanvraagperiode is dan uiteraard daaraan voorafgaand, met inachtneming van de beslistermijn. Bij de verdeling van het subsidieplafond gaat het in feite om verdeling van schaarse rechten (subsidiegeld). Dat heeft tot gevolg dat de rechtsnorm die ertoe strekt dat bij de verdeling van schaarse vergunningen aan (potentiële) gegadigden ruimte moet worden geboden om naar de beschikbare vergunning(en) mee te dingen, ook van toepassing is op de verdeling van het subsidieplafond. De beschikbaarheid van de schaarse subsidie, de verdelingsprocedure, het aanvraagtijdvak en de toe te passen criteria moeten daarom allemaal tijdig bekend zijn. Zie ABRvS 11-07-2018, ECLI:NL:RVS:2018:2310, m.nt. J.E. van den Brink (1) en A. Drahmann (2).] [Artikel 11. Beslistermijn Burgemeester en wethouders beslissen, in afwijking van artikel 8, eerste lid, van de [citeertitel ASV], uiterlijk op [datum] van het jaar waarin de aanvraag om subsidie is ingediend. OF Burgemeester en wethouders beslissen, in afwijking van artikel 8, tweede lid, van de [citeertitel ASV], binnen [aantal] weken nadat de volledige aanvraag om subsidie is ingediend.] [Toelichting Artikel 8 van de model-ASV 2013 bevat de hoofdregel met betrekking tot de beslistermijnen.
In het geval het bij een specifieke subsidieregeling te voorzien valt dat een daarvan afwijkende termijn wenselijk is, kan deze op grond van het derde lid van artikel 8 van de model-ASV 2013 in de subsidieregeling worden vastgesteld.] [Artikel 12. Aanvullende weigeringsgronden Overeenkomstig artikel 9, derde lid, aanhef en onder f, van de [citeertitel ASV] kan subsidieverlening worden geweigerd als: a. [… (bijvoorbeeld met de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd is begonnen voordat de aanvraag is ontvangen)]; b. [… (bijvoorbeeld de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien, die in strijd zijn met het algemeen belang of de openbare orde)]; c. [… (bijvoorbeeld de activiteiten een politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke boodschap hebben)]; d. [… (bijvoorbeeld aannemelijk is dat de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zouden worden uitgevoerd)].] [Toelichting De model-ASV 2013 maakt het mogelijk om de daarin opgenomen weigeringsgronden bij subsidieregeling aan te vullen (artikel 9, derde lid, aanhef en onder f). Let op: de hier opgenomen aanvullende weigeringsgronden zijn slechts voorbeelden. De voorbeelden onder b en c leiden in bezwaar en beroep vaak tot discussie. De vraag is dan of deze gronden redelijkerwijs ter beoordeling zijn van het college.
Want strikt genomen mag het college zich slechts een oordeel vormen over de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Het is vaak eenvoudiger om op inhoudelijke gronden te weigeren. Dat kan door bij het formuleren van de activiteiten en de
weigeringsgronden in de subsidieregeling steeds goed de beleidsdoelen waarvoor die specifieke subsidie dient, voor ogen te houden. Wellicht ten overvloede: het is niet nodig om de weigeringsgronden die reeds zijn opgenomen in de ASV (artikel 9) of die rechtstreeks voortvloeien uit de Awb (in de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35) hier te herhalen. Zie tevens de implementatiehandleidingen (onderdeel van de bij de model-ASV 2013 behorende VNG ledenbrieven Lbr. 13/075 van 27 september 2013, en Lbr. 16/056 van 8 juli 2016) voor toelichting met betrekking tot (verdere) weigeringsgronden.] [Artikel 13. Verplichtingen] (Geen modelbepaling) [Toelichting Het bestuursorgaan dat bevoegd is om te besluiten over verstrekking van subsidies heeft ook de bevoegdheid om aan de subsidies verplichtingen te verbinden (artikelen 4:37 t/m 4:39 van de Awb). Of aanvulling op het bepaalde in de artikelen 11 en 12 van de model-ASV 2013 nodig is zal erg afhangen van de soort activiteit en van de ontvanger. Bij artikel 11 van de model-ASV 2013 gaat het om een meldplicht om tijdig te kunnen ingrijpen als de activiteiten niet door (dreigen te) gaan. Bij de verplichtingen van artikel 12, tweede lid en volgende, van de model-ASV 2013 zou je kunnen denken aan verplichtingen met betrekking tot het ontzien van het milieu, of het betrekken van jongeren of ouderen of andere speciale doelgroepen.
In de subsidieregeling kan ook worden opgenomen dat het college in de verleningsbeschikking verplichtingen kan opleggen.] [Artikel 14. Verantwoording] (Geen modelbepaling) [Toelichting Als niet in de subsidieregeling wordt bepaald op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden, dan dient dit bij de verleningsbeschikking vermeld te worden (artikel 10 van de model-ASV 2013). Gezien de grote mate van vrijheid is geen uitgewerkte modelbepaling opgenomen.] [Artikel 15. Aantonen verrichting subsidies tussen € 5.000 en € 50.000] (Geen modelbepaling) [Toelichting Het derde lid van artikel 14 van de model-ASV 2013 creëert de mogelijkheid voor het college om in een subsidieregeling te kiezen voor een van het eerste en tweede lid van artikel 14 van de model-ASV 2013 afwijkende wijze voor het aantonen in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. Gezien de grote mate van vrijheid is geen uitgewerkte modelbepaling opgenomen. Bij subsidies van een beperkte omvang of subsidies die aan een vertrouwde subsidieontvanger worden verstrekt is het niet altijd nodig om een inhoudelijk verslag conform het tweede lid van artikel 14 van de model-ASV 2013 in te dienen. Hetzelfde geldt voor subsidies die voor een doel worden aangewend dat nadere verantwoording van de besteding van het geld overbodig maakt, bijvoorbeeld de huurkosten van een gebouw.
De verantwoorde besteding van de subsidie blijkt dan immers al uit het feit dat het betreffende gebouw in gebruik is bij de subsidieontvanger.
Voor dit soort subsidies is, zoals gezegd, in het derde lid de mogelijkheid geopend voor het college om andere bewijsmiddelen te verlangen dan de gebruikelijke. Bij de aanschaf van een speeltoestel bijvoorbeeld kan gedacht worden aan een foto. Bij een gehouden evenement aan een krantenartikel.] [Artikel 16. Eindverantwoording van subsidies van meer dan € 50.000 1. Een aanvraag tot vaststelling wordt, in afwijking van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a, van de [citeertitel ASV] uiterlijk op [datum] van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar ingediend. OF 1. Een aanvraag tot vaststelling wordt, in afwijking van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b, van de [citeertitel ASV] uiterlijk [aantal] weken na afloop van het betrokken boekjaar ingediend. OF 1. Een aanvraag tot vaststelling wordt, in afwijking van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de [citeertitel ASV] uiterlijk [aantal] weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht ingediend. 2. Een aanvraag bevat, in afwijking van artikel 15, tweede lid, van de [citeertitel ASV] [enkel OF tevens]: a. […]; b. […].] [Toelichting Artikel 15, eerste lid, van de model-ASV 2013 bevat de hoofdregel met betrekking tot de termijnen voor het indienen tot vaststelling.
In het geval het bij een specifieke subsidieregeling te voorzien valt dat een daarvan afwijkende termijn wenselijk is, kan deze op grond van het derde lid in de subsidieregeling worden vastgesteld. Bij subsidies vanaf € 50.000 wordt uitgegaan van de traditionele afrekening van subsidies, namelijk op basis van gerealiseerde kosten en baten. De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van uitgevoerde activiteiten en gerealiseerde kosten. Bij de financiële eindverantwoording mag de subsidieverstrekker een door een accountant opgesteld stuk vragen. Artikel 15, derde lid, van de modelASV 2013 biedt de basis om in een subsidieregeling te bepalen dat er ook andere, waaronder minder óf meer, gegevens gevraagd worden. Als een controleverslag van een accountant bij een bepaald soort subsidies niet nodig is, kan in de desbetreffende subsidieregeling worden bepaald dat artikel 15, tweede lid, aanhef en onder d, van de model-ASV 2013 niet van toepassing is. Zekerheid kan bijvoorbeeld deels ook worden verkregen door steekproefsgewijze controles van de uitvoeringsinstanties of door verantwoording in de jaarrekening van een instelling. Vanuit het oogpunt van lastenverlichting wordt hier dus ruimte gecreëerd om uiting te geven aan het uitgangspunt dat de verantwoordingslasten in verhouding moeten staan tot de hoogte van het subsidiebedrag.] [Artikel 17. Subsidievaststelling 1.
Een subsidie wordt, in afwijking van artikel 16, eerste lid, van de [citeertitel ASV] vastgesteld binnen [aantal] weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling. 2. Subsidies voor de volgende categorieën subsidieontvangers worden na verlening ambtshalve vastgesteld: a. […]; b. […].]
[Toelichting Artikel 16, eerste lid, van de model-ASV 2013 bevat de hoofdregel voor de termijn waarbinnen het college de subsidie dient vast te stellen. Tegelijkertijd creëert het ook de mogelijkheid voor het college om in de subsidieregeling een hiervan afwijkende termijn vast te stellen. Artikel 16, derde lid, van de model-ASV 2013 creëert de mogelijkheid om categorieën subsidieontvangers (bijvoorbeeld subsidieontvangers die meermaals voor dezelfde activiteiten zonder problemen subsidie verleend hebben gekregen) aan te wijzen waarvoor de subsidie ambtshalve wordt vastgesteld.] [Artikel 18. Bevoorschotting en betaling in gedeelten] (Geen modelbepaling) [Toelichting In artikel 4:95 van de Awb wordt al het een en ander geregeld met betrekking tot bevoorschotting. Daarnaast kan bevoorschotting ook bij subsidiebeschikking geregeld worden; vaak ligt dit voor de hand. Als echter bij voorbaat vaststaat dat het wenselijk is dat er voor alle subsidieontvangers een uniforme regeling wordt vastgesteld, dan kan dat hier. Betaling kan op grond van artikel 4:53 van de Awb in gedeelten. Dan moet in de subsidieregeling worden bepaald hoe de gedeelten worden berekend en op welke tijdstippen ze betaald worden. Dit is met name relevant voor de uitbetaling van direct vastgestelde subsidies.] Artikel 19. Slotbepalingen 1. De [citeertitel oude subsidieregeling] wordt ingetrokken. 2.
Deze subsidieregeling treedt in werking op [datum]. 3. Deze subsidieregeling vervalt op [datum]. 4. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling [onderwerp, naam gemeente en eventueel jaartal]. Toelichting Eerste lid Voor zover nodig. Het intrekken van de oude subsidieregeling op hetzelfde gebied is enkel nodig als die subsidieregeling niet zelf voorziet in een ‘einddatum’ of als bij nader inzien voor een eerdere datum wordt gekozen. Let op: tweede lid; zie ook de toelichting bij artikel 5 van de model-ASV 2013.