MEMO mei 2026 'bescherming essencomplex ir.t. Glanerbrugstraat 47-49, Glane'
Tekst van het document
MEMO Bescherming essencomplex i.r.t. Glanerbrugstraat 47-49, Glane Versie: 27 mei 2026 Opgesteld door: Martijn van Gessel/Bram in ’t Veld Bijlage: - rapport ‘aanwezigheid enk’, Eelerwoude (d.d. 16 april 2026)
Aanleiding: Ten behoeve van het voedselbos-initiatief aan Glanerbrugstraat 47-49 te Glane is een bestemmingsplan in voorbereiding. Onderdeel van dit bestemmingsplan is het doorvoeren van een herbegrenzing van het essencomplex. Deze herbegrenzing levert discussie op, met name gelet op de landschappelijke kwaliteiten die gelieerd zijn aan een essencomplex. De bescherming van deze kwaliteiten komt te vervallen daar waar voorheen gronden als es zijn aangeduid. Doel: Met voorliggende memo wordt beoogd (nog eens) goed uit te leggen waarom we op de beoogde herbegrenzing uit zijn gekomen. Methodiek, beschermen van essen In bestemmingsplan Buitengebied 2013 zijn diverse landschappelijke kwaliteiten i.r.t. het buitengebied van Losser aangeduid en (daar waar nodig) beschermd. Dat geldt ook voor de zogenoemde ‘essen’. In de plantoelichting van het bestemmingsplan Buitengebied 2013 is het volgende beschreven m.b.t. essen: …Het landschap in Losser kan worden gekarakteriseerd als een in hoofdzaak kleinschalig, zeer gevarieerd, reliëfrijk landschap. Op de hogere delen komen de bouwlanden voor, veelal in de vorm van glooiende essen met steilranden als begrenzing. Vooral in het gebied tussen De Lutte en Beuningen is een aantal escomplexen gelegen… …ook de aanwezige essen zorgen voor glooiingen in het landschap. Essen zijn daardoor veelal van cultuurhistorische en archeologische waarde.
Door de wijze van bemesten zijn vele essen voorzien van een kenmerkende steilrand. Ook kenmerken de essen zich door de bolle ligging. In het gebied liggen voornamelijk eenmansessen; grote, cultuurhistorisch waardevolle essen zijn niet aanwezig…
…de Dinkel heeft altijd een grote invloed gehad op het landbouwsysteem. Boeren gebruikten de essen langs de Dinkel voor de akkerbouw, de heidevelden voor de veeteelt en de velden rondom de beken (de meden, maten en flieren) als hooilanden… ...de essen krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van de karakteristieke openheid, de bodemkwaliteit en het reliëf… Vertaling naar bestemmingsplan (plankaart) Op de plankaart (verbeelding) van bestemmingsplan Buitengebied 2013 is vervolgens een aanduiding ‘essen’ opgenomen voor de gronden zoals aangegeven op de afbeelding hierna (uitsnede verbeelding):
Wat niet duidelijk wordt in deze plantoelichting is welk kaartmateriaal is gebruikt voor deze vertaling. Provincie Overijssel hanteert in dat kader onderstaande kaartinformatie:
Op de beleidskaart zijn drie kleuren te onderscheiden: • In geel weergegeven “bruine/zwarte enkeerdgrond, maar geen typering es”. Deze begrenzing is ten onrechte opgenomen in het geldende bestemmingsplan als zijnde een es. Ook vanuit de feitelijke waarneming in het landschap zijn de typische kenmerken als es niet meer waar te nemen. • In roodachtig weergegeven “bruine/zwarte enkeerdgrond en typering es”. Deze begrenzing is als es in stand gebleven en in het ontwerpplan als zodanig dan ook verwerkt. • In bruinachtig weergegeven “geen bruine/zwarte enkeerdgrond volgens bodemkaart, maar typering es”. Deze gronden zijn in het ontwerpplan nu opgenomen als zijnde een es vanwege de typische kenmerken daarvan. Op basis van deze gegevens constateren wij dat: - De begrenzing van de es in bestemmingsplan Buitengebied 2013 niet overeenkomt met de begrenzing op de provinciale beleidskaart. - Dat als er al sprake is van es(vlakken), deze dichter bij de Glanerbeek zijn gelegen. Afstemming met het Oversticht Onderhavige situatie is voorgelegd en besproken met het Oversticht. Gelet op de beschikbare informatie concludeert het Oversticht dat geen sprake is van een ‘traidionele’ es. De typische kenmerken van een es ontbreken, wat ook aansluit bij de waardering van et perceel op basis van provinciale kaarten (enkeerdgrond, maar geen typering es).
Waarneming in het veld Wanneer we ter plekke de situatie beschouwen (wat diverse malen is gedaan, laatstelijk op 22 januari 2026, door beleidsmedewerker RO én beleidsmedewerker Groen en Landschap) dan worden geen kenmerken van een es waargenomen. Er is géén sprake van een verhoging (bolling) van het landschap. Ook het gedeelte dat op basis van provinciale kaartgegevens als ‘typering es’ is aangeduid, heeft niet de kenmerken van een es (zie kaart hieronder, aangeduid met rood kruis).
Bevestiging op basis van (bodem)onderzoek Initiatiefnemer van het voedselbos heeft een bodem en grondwateronderzoek laten uitvoeren (19-102022). Op basis van dit onderzoek, is door bureau Eelerwoude de informatie nader geanalyseerd aan de hand van de vraag of sprake is van een ‘es’. Eelerwoude heeft hier een rapport aan geweid (zie bijlage, rapport ‘aanwezigheid enk’, d.d. 16 april 2026). In het rapport wordt daarbij uitgelegd hoe de termen ‘es’ en ‘enk’ zich tot elkaar verhouden. De conclusie op basis van deze analyse: Op basis van historische kaarten, hoogtekaarten, bodemkaarten en in 2022 door Eelerwoude uitgevoerde bodemboringen kan met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat in de percelen behorende tot het voedselbos Glanerbeek een viertal oude enken aanwezig zijn, zie afbeelding hieronder.
De 4 enken vertonen in verschillende mate de typische kenmerken van oude enken: • gebruik als akkerland, • het voorkomen van een dikke eerdlaag, • een overgang van de eerdlaag naar een begraven droge podzol-horizont, • steilranden, • houtwallen. Op basis van het bodemonderzoek kan worden opgemerkt dat enken 2, 3 en 4 de typische bodemkundige kenmerken hebben van een es namelijk een met plaggenmest opgehoogde oude dekzandrug waarin onder de plaggenmest (de eerdlaag) nog de kenmerken van het vroegere podzolprofiel van de droge dekzandrug aanwezig zijn. Enk 1 is door de boeren in het verleden wel opgehoogd met plaggenmest, maar de typische droge podzol onder de eerdlaag ontbreekt. In de uitgevoerde boringen is onder de eerdlaag veelal een natte venige laag aangetroffen. De natte omstandigheden in deze es kunnen worden verklaard door de aanwezigheid van keileem, waarop regenwater stagneert. Es 1 is tussen ruwweg 1910 en 1930 daarom ontwaterd met sloten, wat ongebruikelijk is voor enkgronden, die immers van nature hoog en droog waren en door het opbrengen van de plaggenmest nog hoger en droger werden. Op de hoogtekaart en historische kaarten is te zien dat in alle enken egalisaties zijn uitgevoerd, waardoor de steilranden zijn verdwenen. Daarmee zijn ook de originele houtwallen verdwenen rondom de enken.
Alleen bij enken 2 en 3 is aan de westrand nog een houtwal aanwezig, die mogelijk nog een restant vormt van de vroegere houtwal die de steilrand markeerde.
Conclusie: We concluderen dat Es 1 géén kenmerken (meer) bevat van een es; steilranden ontbreken, geen houtige omzoming, geen bolling, er lopen sloten doorheen. Atypisch al met al. Uit oud kaartmateriaal en bodemonderzoek kan herleid worden dat het ooit als es gebruikt is, wellicht (deels) mislukt te noemen. We concluderen daarmee ook dat Es 1 in het bestemmingsplan buitengebied 2013 onterecht als ‘es’ is aangeduid omdat destijds de typische es-kenmerken reeds ontbraken. Het bestemmingsplan buitengebied 2013 beschermt daarmee niet-aanwezige es-waarden. Het ligt niet voor de hand dat we es-kwaliteiten gaan introduceren op de betreffende gronden. Wanneer we de bestemmingsplansystematiek volgen, dient de aanduiding ‘essen’ te vervallen. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47-49, Glane’ voorziet daar in.