CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

Klimaatadaptatiestrategie Losser 2025-2030

Raadsvergadering 10 februari 2026, gemeente LosserBij agendapunt: Klimaatadaptiestrategie 2025-20306.255 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Groenblauw Losser Voor een toekomstbestendig, gezond, aantrekkelijk en veilig Losser Klimaatadaptatiestrategie (2025 – 2030)

Tekst Kaartbeelden Publicatie

| Gemeente Losser, Royal HaskoningDHV | ODIN Landschapsontwerpers | maart 2025 Groenblauw Losser | 1

Inhoud Samenvatting

2

1

Inleiding

3

2.

Beleidskader

4

3.

Waar gaan we voor?

10

4.

Onze aanpak

11

4.1.

Werken met concrete, meetbare doelstellingen

11

4.2.

Beekdalen als ruimtelijk dragende structuren van het landschap 20

4.3.

Voorbereid zijn op calamiteiten

20

4.4.

Borgen van klimaatadaptief handelen

21

4.5.

Samen klimaatadaptief handelen

21

4.6.

Monitoren van vooruitgang

21

Groenblauw Losser | 1

Samenvatting Het klimaat verandert, ook in Losser hebben we dat de laatste jaren steeds vaker

Aanpak

ervaren. Klimaatadaptatie is één van de grotere thema's binnen een geheel van

De strategie beschrijft hoe we onze doelstellingen willen bereiken. De kern van

opgaven die allemaal samenkomen in een beperkte ruimte. De extreme buien van

onze aanpak is dat we iedere ingreep in de openbare ruimte benutten voor kli-

de afgelopen jaren, zoals van 21 juli 2024, hebben ons doen beseffen dat het wa-

maatadaptieve inrichting. Denk hierbij aan het aanbrengen van meer groen nadat

tersysteem niet langer ‘maakbaar’ is. Als lokale gemeenschap moeten we samen

de weg opengebroken wordt. Bij deze ingrepen betrekken we onze inwoners en

leren omgaan met deze veranderingen en bepalen wat we wel willen accepteren

professionele stakeholders om lokale wensen mee te nemen en kennis toe te pas-

en wat niet.

sen.

Groenblauw Losser beschrijft hoe we van Losser een klimaatbestendige gemeente

Onze beken vormen de hoofdaders en transporteren overtollig water van hoog

willen maken. Deze strategie is opgesteld samen met regionale partners en des-

naar laag naar de Dinkel. Haaks op deze structuur lopen de haarvaten. Hier willen

kundigen. Het beschrijft hoe we klimaatadaptatie in Losser vormgeven om zowel

we de sponswerking verbeteren om zoveel mogelijk water vast te houden en zo

de huidige problemen op te lossen als ons voorbereiden op toekomstige weersex-

verdroging tegengaan.

tremen. Ook willen we klimaatadaptatie verankeren in het handelen en denken van iederDoelstellingen per thema

een in de organisatie, zodat elke ruimtelijke ontwikkeling een bijdrage levert aan

Losser wil in 2050 een gezonde, aantrekkelijke, veilige en dus klimaatbestendige

een klimaatbestendige gemeente. Deze strategie bevat concrete en meetbare in-

woon- en leefomgeving. Om dit te bereiken zijn per klimaatthema - wateroverlast,

dicatoren voor een klimaatbestendige inrichting, die we vroeg in elk planproces

hitte, groen, droogte - concrete doelstellingen met meetbare indicatoren opge-

kunnen meenemen in de ontwerpopgave.

steld. Hiermee geven we invulling aan wat we in Losser verstaan onder een klimaatbestendige woon- en leefomgeving. De indicatoren zijn uitgewerkt naar klimaatlabels, zodat we de voortgang van het klimaatadaptatiebeleid transparant kunnen monitoren.

Groenblauw Losser

| 2

1

Inleiding

Scenario’s van het KNMI voorspellen in Nederland een toename van extreem

toekomstbestendig sociaal domein. Het doel van deze dialogen was om bewust-

weer, zoals hevigere regenbuien, nattere winters met langdurige regenval, meer

wording te creëren over de urgentie en risico's van klimaatthema's en om samen

hittegolven en langere periodes van droogte. Zonder tijdig de juiste maatregelen

oplossingen te vinden. Hierbij is gekeken naar raakvlakken en koppelkansen. Daar-

te nemen, kunnen de effecten van klimaatverandering leiden tot onveilige situa-

bij is ook gekeken naar de rolverdeling tussen de gemeente en de stakeholders.

ties, gezondheidsklachten, schade aan natuur, biodiversiteit, materiële schade en

De uitkomsten van de klimaatdialogen zijn meegenomen in de Klimaatadaptatie-

hoge beheer- en onderhoudskosten.

strategie en het Uitvoeringsprogramma 2025 – 2030.

De gemeente Losser wil zich voorbereiden op de risico’s van een veranderend klimaat en de omgeving hierop aanpassen. De maatregelen die we nemen om de gevolgen van klimaatverandering te beperken, noemen we klimaatadaptatie. Klimaatadaptatie is niet nieuw voor de gemeente Losser. In ons beleid en de uitvoering daarvan zijn we al jaren bezig met de effecten van klimaatverandering. Echter, om landelijk gestelde doelen in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) te bereiken “In 2050 is heel Nederland klimaatbestendig en waterrobuust ingericht”, is er in Losser meer nodig. De extreme buien van de afgelopen jaren, zoals van 21 juli 2024 hebben ons doen beseffen dat het watersysteem niet langer ‘maakbaar’ is. Extreme weersituaties gaan de komende jaren steeds vaker voorkomen, ook in Losser. Als lokale gemeenschap moeten we samen leren omgaan met deze veranderingen en bepalen wat we wel willen accepteren en wat niet.

1.2. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het beleidsmatige kader toegelicht: de landelijke en regionale afspraken om Nederland klimaatbestendig te maken. Belangrijk hierin is o.a. de Landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving, waar alle gemeenten mee moeten werken. In hoofdstuk 3 staan onze ambitie en doelen, en langs welke strategisch pijlers we klimaatadaptatie in Losser willen vormgeven. In hoofdstuk 4 gaan we in op onze aanpak: hoe willen we onze doelen bereiken. Het beschrijft hoe we invulling geven aan de landelijke maatlat: de concrete en meetbare doelstellingen voor een klimaatadaptief Losser. Deze zijn uitgewerkt

1.1. Klimaatdialogen

naar klimaatlabels per buurt. Ook gaan we hierin op welke stappen we moeten

Als onderdeel van de klimaatadaptatiestrategie zijn klimaatdialogen gevoerd met

doelen te halen in Losser.

zetten en welke ontwikkelingen we moeten stimuleren om de klimaatadaptatie-

regionale en lokale stakeholders voor de verschillende gemeentelijke opgaven: toekomstbestendig buitengebied, toekomstig wonen, werken en leven, en

Groenblauw Losser | 3

2. Beleidskader 2.1. Wat gebeurt er op nationaal niveau? Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) geeft invulling aan klimaatadaptatie op nationaal niveau en richt zich op het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van Nederland. Met het DPRA werken gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk aan versnelling en intensivering van de transitie naar een klimaatbestendige ruimtelijke inrichting. Het Deltaprogramma beschrijft drie stappen voor het uitwerken van de ambities: weten, willen en werken. Het weten houdt in: weten wat er gebeurt bij weersextremen. Hiervoor hebben we in Losser stresstesten en een klimaatimpactanalyse uitgevoerd. Met het willen (Waar gaan we voor?) bepalen we wat we in Losser verstaan onder klimaatadaptatie, welke ambitie we hebben en welke aanpak we volgen. In deze stap maken we inzichtelijk wat we moeten doen om klimaatbestendig te worden. De werken fase (Waar werken we aan?) gaat over de uitvoering. Wat willen we de komende jaren doen, om te zorgen dat we de ambities en doelen halen. Het doel van het principe ‘water en bodem sturend’ is meervoudig: 1) het ruimte-

Kamerbrief Water en bodem sturend De processen van ons water- en bodemsysteem en extremer weer kunnen we niet beheersen. Daarom is door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de kamerbrief ‘Water en Bodem sturend’ (2022) opgesteld, waarin wordt beschreven

gebruik op lange termijn minder kwetsbaar maken voor weersextremen door klimaatverandering, 2) het beschermen van onze watervoorraden, de (grond)waterkwaliteit en de biodiversiteit; en 3) het tegengaan van onomkeerbare effecten van bodemdaling.

hoe we beter rekening kunnen houden met water en bodem in onze ruimtelijke keuzes.

Groenblauw Losser | 4

Waar we het best kunnen bouwen is uitgewerkt in het ruimtelijk afwegingskader

makkelijker het wordt om klimaatadaptief te bouwen volgens de landelijke maat-

klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Dit kader biedt inzicht in waar je kunt

lat.

bouwen als we water en bodem sturend laten zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving De landelijke maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving (2023) beschrijft doelen, prestatie-eisen en richtlijnen voor een klimaatadaptieve inrichting. Het gaat in op hoe we onze gebouwde omgeving klimaatbestendig inrichten. Hoe geschikter de locatie is vanuit het Ruimtelijk afwegingskader, hoe

“Het doel van de maatlat is zorgen voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving in elk project. De maatlat geeft landelijke definities van wat groen en klimaatadaptief bouwen is. Het schept duidelijkheid voor medeoverheden en voor bouwende en ontwikkelende partijen en draagt zo bij aan een groen en klimaatbestendig Nederland in 2050.”

Figuur 1 1 Infographic Landelijke Maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving (Klimaatadaptatie Nederland)

Groenblauw Losser

| 5

2.2. Wat gebeurt er op regionaal niveau? Visie provincie Overijssel

Visie Twents waternet

De Provincie Overijssel heeft samen met regionale waterschappen het Regionale

In werkregio Twents waternet werken gemeenten, waterschappen en andere par-

Water Programma 2022-2027 (RWP) opgesteld, als aanvulling op de provinciale omgevingsvisie. In dit programma, ontstaan uit de wettelijke kaders van de Kader Richtlijn Water (KRW), wordt gestreefd naar een viertal doelen: 1.

Zuinig en zorgvuldig watergebruik. Dat vraagt om andere landbouwmethoden, afwegingen in type natuur, en hergebruik van water bij bedrijven. En niet in de laatste plaats om bewustwording bij gebruikers.

2.

Het hele jaar door voldoende water. Daarvoor moeten we regenwater in natte periodes ‘vasthouden’ voor gebruik in drogere periodes. Dat kan bijvoorbeeld in grondwater.

3.

Water en watersysteem als leidraad bij nieuwe ontwikkelingen in de leefomgeving (water & bodem sturend).

4.

Regionaal gedragen aanpak voor droogte. Droogte raakt aan veel onderwerpen waarmee de provincie actief is. Daarom werkt de provincie, samen met de 25 Overijsselse gemeenten en alle betrokken partijen, aan het voorkomen van droogte door hierin samen op te trekken.

Naast het RWP heeft de Provincie Overijssel ook een Bossenstrategie die relevant is voor de gemeente Losser. Deze strategie beschrijft hoe de hoeveelheid bos en houtelementen vergroot moet worden met tussen de 5% en 10% in de provincie

tijen samen aan klimaatadaptatie. Het Twents waternet (Twn) is een professioneel netwerk van 14 Twentse gemeenten, provincie Overijssel, Vitens en waterschap Vechtstromen. Twents waternet laat zich, onder het motto “Twents water verbindt, van waterwinst naar waterbewustzijn” de komende jaren leiden door de volgende visie: Om de regio Twente aantrekkelijk te houden, staat een veilige en klimaatbestendige inrichting van de openbare en particuliere leefomgeving centraal. Dat geldt niet alleen voor de bebouwde kommen van de steden, maar evenzeer voor de buitengebieden van Twente. Twentse gemeenten en het waterschap werken samen om dit te bereiken. Naast het delen van kennis en het treffen van fysieke maatregelen, zetten we daarbij in op het vergroten van het waterbewustzijn van de Twentse samenleving en bij beleidsmakers. We laten ons hierbij leiden door vier beleidsambities: -

Bescherming: tegen water, droogte & hitte

-

Beleving: o.a. aan het herstellen van beken in bebouwd gebied, bij inbreidingen worden de water- en groenopgave versterkt

-

Bewustwording: een sterker waterbewustzijn draagt bij aan een gedragen waterbeleid wat moet leiden tot een leefomgeving die ingericht is op de

tot aan 2030.

gevolgen van de klimaatverandering -

Bundeling: samen met andere stakeholders de krachten bundelen om de wateropgaven het hoofd te biede

-

Groenblauw Losser | 6

Visie waterschap Vechtstromen

Dinkelagenda

In 2021 is door waterschap Vechtstromen de Watervisie 2050 vastgesteld. In de

Met de Dinkelagenda (2022) wil waterschap Vechtstromen richting geven aan de

Watervisie blikt het waterschap vooruit naar de grote, integrale opgaven die voor

inspanningen in het stroomgebied van de Dinkel en samen optrekken met ge-

de verdere toekomst worden gezien. In de Watervisie worden zeven ambities ge-

biedspartners om opgaven te bundelen. De Dinkelagenda (2022) beschrijft zowel

formuleerd:

de huidige uitdagingen als de verwachte toekomstige kwesties. In grote lijnen gaat het om:

1.

Het aanpassen van de waterhuishouding op het gebruik van de ruimte bereikt zijn grenzen. De ruimtelijke inrichting moet de waterhuishouding (water en

•

De effecten van klimaatverandering te verkleinen. Dat wil zeggen vaker extre-

bodem sturend) gaan volgen.

men (te droog of te nat) goed opvangen. Bijvoorbeeld door het vertragen en

2.

Het grootste en meest geschikte reservoir om water in te bergen is de bodem.

langer vasthouden van het water zodat het niet (te) snel wegstroomt.

3.

Ons water moet, zowel ecologisch als chemisch, van goede kwaliteit zijn.

•

Schoon water is de basis voor een veilige leefomgeving en drager van natuuren landschapskwaliteit. 4.

Waterschap Vechtstromen is een op duurzame ontwikkeling gerichte partner.

5.

Zuiveringsinstallaties worden knooppunten voor circulair watergebruik en de productie van energie en grondstoffen.

6.

Regenwater is geen afvalwater, maar een bouwsteen in de ontwikkeling van een robuust watersysteem.

7.

Men moet kunnen genieten van water.

Hoewel niet alle zeven ambities direct zijn te linken aan gemeentelijk beleid, zijn er zeker wel raakvlakken. Duidelijk herkennen we als gemeente de route naar een duurzaam, klimaatadaptief, schoon en veerkrachtig watersysteem. Zaken als duurzaamheid en klimaatadaptatie zijn nadrukkelijk ook ambities van ons als gemeente. We willen dan ook samen optrekken en koppelkansen benutten.

Te werken aan gezond en levend water: water dat zo schoon is dat waterplanten en dieren er goed in kunnen leven.

•

Een duurzaam watersysteem te creëren: een watersysteem dat niet alleen nu, maar ook in de toekomst is voorbereid op de uitdagingen waar we voor staan.

2.3. Wat gebeurt er op lokaal niveau? Omgevingsvisie Losser 2040 In de omgevingsvisie van gemeente Losser (vastgesteld maart 2023) zijn vier overkoepelende ambities geformuleerd met daaraan gekoppeld doelen, keuzes en acties. Het gaat over ontwikkelingen en oplossingen die vaak voor meerdere kernen of wijken gelden. Of voor een groot gedeelte van het buitengebied. Het centrale uitgangspunt voor Losser is dat bij alle ambities en speerpunten onze landschappelijke waarden en kwaliteiten centraal staan. Voor een duurzaam Losser in 2040 is een streefbeeld geschetst: “In de afgelopen jaren zijn grote stappen gezet op het gebied van klimaat, energie en duurzaamheid. Onze fysieke leefomgeving is aangepast op de klimaatverandering en er zijn belangrijke stappen gezet richting een energieneutraal Losser.”

Groenblauw Losser

| 7

Water en rioleringsprogramma (WRP) Gelijktijdig met het opstellen van deze strategie is het Water- en Rioleringsprogramma (2025 – 2030) met bijbehorend kostendekkingsplan opgesteld. Het Water en Rioleringsprogramma (WRP) beschrijft ons beleid en de planning voor de planperiode en geeft een doorkijk op lange termijn. Het gaat over de drie gemeentelijke watertaken (afvalwater, hemelwater en grondwater) en over de raakvlakken met de ruimtelijke omgeving, het oppervlaktewater en de rioolwaterzuivering (RWZI). Het plan heeft betrekking op het hele gemeentelijk grondgebied.

Opgaven en gewenst effect

Toekomstbestendig wonen en le- Binnen de fysieke leefomgeving ruimte maken voor een ven - Vitale en aantrekkelijke

'gezonde leefomgeving' en om de brede gevolgen van

dorpskernen.

klimaatverandering op te vangen.

Toekomstbestendig buitenge-

Met name droogte veroorzaakt in het buitengebied een

bied domino-effect van tegenslagen in voor natuur en landVitaal, aantrekkelijk en toekomstbe- bouw, wat het landschap op lange termijn steeds moeilijstendig buitengebied.

naar een evenwichtig groenbeheer. Het groen in Losser heeft verschillende functies en belangen, sommige zijn al langer bekend, andere zijn relatief nieuw. In het groenbeleidsplan worden deze belangen toegelicht. Deze zijn vertaald naar facili-

Bijdragen aan een beter klimaat Losser groen en gezond overdra-

Losser klimaatrobuust in 2050: versterken biodiversiteit, groen, gezonde bodem, minimale overlast van water en

gen naar volgende generatie.

droogte. Faciliteren en initiëren van klimaatadaptieve maatregelen voor duurzaam waterbeheer en waterveiligheid.

terende beleidsmaatregelen en uitvoeringsmaatregelen in het buitengebied en in de dorpskernen.

Opgavegericht werken Losser staat voor grote uitdagingen die samenkomen in een beperkte ruimte. De fysieke woon- en leefomgeving wordt steeds intensiever benut. Maatschappelijke ontwikkelingen en (inter)nationale afspraken over natuur, landschap, landbouw, biodiversiteit en waterbeheer vereisen een integrale ruimtelijke aanpak. Losser heeft deze vertaald naar de opgaven van Losser. Alle opgaven hebben direct en

ker te herstellen maakt. In het buitengebied biodiversiteit versterken en de gevolgen van klimaatverandering opvangen.

Groenbeleidsplan In 2022 is het Groenbeleidsplan vastgesteld. Met het groenbeleidsplan streven we

Klimaatadaptatie opgave

Toekomstbestendig sociaal domein

Inwoners onder het sociaal minimum hebben de minste kansen om maatregelen te nemen tegen hitte of water-

Zelfredzame inwoners die naar ver-

overlast. Enerzijds omdat ze andere prioriteiten aan hun

mogen bijdragen en meedoen met de samenleving en in staat zijn ei-

hoofd hebben en anderzijds omdat ze niet de middelen hebben om zichzelf en hun woon- en leefomgeving vol-

gen welzijn te behouden en ver-

doende aan te passen. Deze groep is kwetsbaar voor kli-

sterken.

maatverandering.

indirect te maken met een klimaatadaptatie opgave.

Groenblauw Losser

| 8

Extreme bui 21 juli 2024 Op 21 juli 2024 hadden we in de omgeving Oldenzaal, De Lutte, Losser, Overdinkel en Enschede te maken met een zeer extreme neerslagsituatie. Om een beeld te geven: in drie tot vier uur tijd is in De Lutte 116 mm neerslag gevallen en in Losser 106 mm. Dit zijn buien die voorkomen tussen de 1x per 100 jaar en 1x per 500 jaar. Dergelijke hoeveelheden passen bij lange na niet in onze riolering, hemelwaterafvoerstelsels en sloten. In het buitengebied komt daar nog bij dat de ‘sponswerking’ niet goed kon werken. Door de natte weersomstandigheden van de afgelopen periode was het gebied al redelijk verzadigd. En met name de hellende gebieden met keileem in de ondergrond konden nauwelijks nog water opnemen in deze korte tijd. De neerslag die in het landelijk gebied viel leidde direct tot afstroming. De sloten en beken in het landelijke gebied konden de grote hoeveelheden water niet verwerken. Tot een bepaalde hoeveelheid neerslag kan het water met riolering verwerkt worden, daarna zitten ze immers vol. Investeren in nog grotere riolen is zeer kostbaar en niet doelmatig. Voor deze extreme buien willen we juist middels groenblauwe maatregelen en ruimtelijke herinrichting meer waterberging realiseren om zo de gevolgen van deze weersextremen zoveel mogelijk te beperken.

Figuur 2 De A1 veranderde van een snelweg in een rivier, waar het verkeer zich volledig vastreed (juli 2024) © Dennis Bakker

Groenblauw Losser

| 9

3. Waar gaan we voor? Losser wil in 2050 een gezonde, aantrekkelijke, groene, veilige en dus klimaatbestendige woon- en leefomgeving. Dit wil zeggen dat de gemeente bestand is tegen langdurige perioden van droogte, (extreme) hitte, wateroverlast door hevige regenval en overstromingen vanuit de beken. We hanteren hiervoor de volgende lange termijn doelen: ✓

Schade aan gebouwen en kritische infrastructuur door hevige neerslag willen we zoveel mogelijk voorkomen. Kwetsbare en vitale functies en voorzieningen blijven beschikbaar.

✓

Tijdens hitte biedt de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Hitte leidt zo min mogelijk tot gezondheidsklachten.

3.1. Zes strategische pijlers Om deze doelen te halen werken we komende jaren langs 6 strategische pijlers. Deze vormen een leidraad voor alle nodige inspanningen: 1. Concrete en meetbare doelstellingen voor een klimaatadaptieve

leefomgeving - Door de openbare ruimte van de gemeente Losser klimaatadaptief in te richten, kunnen we de negatieve effecten van wateroverlast, hittestress, droogte en overstromingen verminderen.

2. Beekdalen als ruimtelijke, dragende structuren van het landschap Door aan te sluiten bij de gebiedskenmerken, verbeteren we de opgaven op het gebied van klimaatadaptatie, de bescherming van watervoorraden, de (grond)waterkwaliteit en biodiversiteit voor toekomstige generaties.

3. Voorbereid zijn op calamiteiten ✓

Groenblauwe structuren en de gebiedseigen biodiversiteit worden versterkt.

Door ons goed voor te bereiden op weersextremen en te weten hoe we moeten handelen tijdens calamiteiten, kunnen we de negatieve gevolgen beper-

✓

Langdurige droogte leidt zo min mogelijk tot verdroging van groen.

✓

We streven naar voldoende en schoon water.

ken.

4. Borgen van klimaatadaptief handelen in de organisatie Door klimaatadaptief handelen het nieuwe normaal te maken in alle lagen van onze organisatie kunnen we klimaatadaptatie versnellen.

5. Samen klimaatadaptief handelen Door inwoners, bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties te betrekken benutten we samen kansen voor klimaatadaptieve maatregelen op zowel publiek- en privaatterrein.

6. Monitoren van vooruitgang

Groenblauw Losser

| 10

Door te monitoren weten we of we op koers liggen om onze lange termijn doelen te halen en kunnen we bijsturen waar nodig.

4. Onze aanpak 4.1. Werken met concrete, meetbare doelstellingen voor een klimaatadaptieve leefomgeving Door de openbare ruimte van de gemeente Losser klimaatadaptief in te richten, kunnen we de negatieve effecten van wateroverlast, hittestress, droogte en overstromingen verminderen. Hiervoor hebben we onze strategische doelen uitgewerkt naar concrete en meetbare doelstellingen en indicatoren. De indicatoren zijn vervolgens uitgewerkt naar klimaatlabels. Per buurt, per thema en per indicator is een klimaatlabel toegekend. We streven naar klimaatlabel B voor alle indicatoren voor 2050.

De klimaatlabels zijn een lokale uitwerking van de landelijke maatlat en bestaand beleid van Losser. Het klimaatlabel maakt in één oogopslag visueel en geografisch inzichtelijk hoe klimaatadaptief de gemeente Losser nu is en waar de gemeente Losser wil staan in 2050. Het doel is dat in 2050 heel gemeente Losser minimaal label B heeft bereikt. We streven ernaar om bij een herinrichting van de bestaande openbare ruimte voor alle thema’s label B te realiseren. Doelmatigheid en werk met werk maken staan echter voorop. Bovendien is de beschikbare ruimte binnen de bestaande openbare ruimte vaak beperkt en moeten veel relevante ruimtelijke functies hier een plek krijgen. Als label B niet haalbaar is, is de minimaal te realiseren verbetering dat bij elke herinrichting het label minimaal met een stap omhooggaat. Bij straten waar voor een bepaald thema al een label A of B aanwezig is, mag na (her)inrichting de situatie nooit verslechteren. De komende jaren willen we ervaring opdoen met de klimaatlabels, waarna er een evaluatie plaats vindt. Het college en bestuur krijgt daardoor de mogelijkheid om op basis van ambitie en voortgang het klimaatadaptatiebeleid bij te stellen.

Groenblauw Losser

| 11

4.1.1.

Interactief dashboard Klimaatlabels in Losser

Het dashboard bevat interactieve kaarten van hoe de huidige situatie scoort. Deze informatie kan worden gebruikt om ruimtelijk inzicht te krijgen van de kli-

Naar het dashboard ↗

maatadaptatie opgaven. Daarnaast heeft elke buurt en elke postcode een eigen labelpaspoort. Dit paspoort toont per thema en per indicator zowel de huidige situatie als de gewenste situatie. Het verschil tussen deze twee situaties geeft inzicht in de omvang van de opgave voor een specifiek gebied. De gebiedsindeling is gebaseerd op de CBS-indeling. Voor de dorpskern Losser zijn deze CBS buurten verder opgesplitst in sub gebieden.

Figuur 3 Klimaatlabelpaspoort

Figuur 4 Voorbeeld van klimaatlabel per buurt en postcodeniveau

Groenblauw Losser

| 12

Huidige score klimaatbestendige inrichting in Losser

Figuur 6 Buurtindeling in Losser

Figuur 5 Totaaloverzicht score klimaatbestendige inrichting in Losser per buurt

Groenblauw Losser

| 13

4.1.2.

Doelstellingen per thema

Wateroverlast Schade aan gebouwen en kritische infrastructuur door hevige neerslag willen we zoveel mogelijk voorkomen. Kwetsbare en vitale functies en voorzieningen blijven beschikbaar. We volgen het principe: Vasthouden, bergen, afvoeren. We proberen zo veel mogelijk water vast te houden door vergroenen en ontharden. Ook reserveren we

Deze bergingseis geldt voor alle gebieden, ongeacht het klimaatlabel. Waterberging in de ene buurt, draagt direct bij aan verminderde afstroom naar andere, lagergelegen buurten. Voor kwetsbare infrastructuur wordt aangeraden een kritieke uitvalhoogte (kritieke waterhoogte waarbij een kritische functie kan uitvallen) van 20 à 30 cm aan te houden (NKWK Werkpakket Wateroverlast en overstroming 2023-2024). Bij nieuwbouw en aanleg van kritische infrastructuur hanteren we daarom een bouwpeilhoogte van minimaal 30 cm boven het hoogste straatniveau, om zo risico’s op schade te beperken.

ruimte voor waterberging aan de randen van de dorpskernen. In de beekdalen ge-

De extreme bui van 70 mm/u bui is een bui die met het toekomstige klimaat eens

ven we zoveel mogelijk ruimte terug om water op te kunnen vangen en (bij extre-

in de 100 jaar voorkomt (T100). De streefwaarden voor wateroverlast zijn gericht

men) af te voeren.

op het beperken van economische schade en het garanderen van de bereikbaar-

Streefwaarden (label B) voor wateroverlast •

Bij een extreme bui (70 mm/u) staat er maximaal 10 cm water tegen gebouwen. Hevige neerslag leidt zo min mogelijk tot schade aan gebouwen.

•

Bij een extreme bui (70 mm/u) staat er maximaal 15 cm water op kritische routes. Hulpdiensten kunnen hun bestemming binnen de gewenste tijd bereiken.

•

Bij een extreme bui (70 mm/u) staat er maximaal 30 cm water tegen vitale infrastructuur. Kwetsbare en vitale functies en voorzieningen blijven beschikbaar.

Wat betekent dit voor de ontwerpopgave? Voor de ontwerpopgave betekent dat we bij herinrichting van de openbare ruimte een minimale waterbergingseis1 van 40 mm willen realiseren en bij nieuwbouw 80 mm waterberging ten opzichte van het verharde oppervlak in de plansituatie.

heid van hulpdiensten. Bij extreme buien kan het water op straten zo hoog komen te staan dat wegdelen onbegaanbaar worden voor calamiteitenverkeer. Veiligheidsregio’s hanteren 15 cm water op straat als richtlijn waarbij de weg niet meer begaanbaar is voor hulpdiensten, zoals ambulances. Grondwateroverlast Gemeenten hebben een zorgplicht op het gebied van hemelwater en grondwater. Burgers en bedrijven zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor de afvoer van het hemelwater op hun terrein en voor het aanpakken van de gevolgen van overtollig grondwater of juist een lage grondwaterstand. Maar als burgers en bedrijven zich in alle redelijkheid niet kunnen ontdoen van het hemel- of grondwater op hun terrein, ligt er een taak voor de gemeente. Via de website van de gemeente Losser is informatie beschikbaar over grondwateroverlast https://www.losser.nl/grondwateroverlast

1

Binnen Twents waternet vindt afstemming plaats over regionale richtlijnen voor waterberging. Gemeente Losser is voornemens die te volgen, maar houdt voorlopig deze waterbergingseisen aan.

Groenblauw Losser

| 14

Groenblauw Losser | 15

Hitte & Gezondheid

landelijke maatlat de richtlijn van minimaal 40% groen op belangrijke loop- en fietsroutes en verblijfsplekken.

Tijdens hitte biedt de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Voldoende groen biedt koelte en vermindert de impact van hittestress in de dorpskernen en omliggende recreatieroutes.

Streefwaarden (label B) voor hitte en gezondheid • Vanaf elk woning kan je minstens drie bomen zien. • In elke buurt is er in minimaal 30% bladerdek aanwezig. • Iedereen kan binnen loopafstand van 300 meter een koele plek bereiken. • Alle langzaam verkeersroutes en verblijfsplekken hebben minimaal 40% schaduw tijdens het heetste moment van de dag. Wij sluiten aan bij de strategische 3-30-300 richtlijn: vanuit elk huis zie je 3 bomen, elke buurt heeft minstens 30% bladerdek en vanuit iedere woning kun je binnen 300 meter een koele plek bereiken. Het is bewezen dat het zien van bomen een positieve beleving en gezondheid bevordert. Met 30% bladerdek in de buurt creëren we verkoelende schaduw. Daarnaast houdt groen, in tegenstelling tot verharding, in de nacht minder warmte vast. Ook is groen in plaats van verharding een algemene maatregel tegen droogte (met het oog op infiltratiekansen). Dit blijft echter afhankelijk van het type groen en de waterbehoefte van dat specifieke groen. Een koele verblijfsplaats binnen 300 meter loopafstand bevordert een gezonde leefomgeving. Deze afstand is gelijk aan ~5 minuten lopen. Daarnaast hanteert de landelijke norm de richtlijn van minimaal 40% groen op belangrijke loop- en fietsroutes en verblijfsplekken. Ook in de landelijke maatlat wordt 300 meter gehanteerd als richtlijn voor de afstand tot een koele plek. Daarnaast hanteert de

Groenblauw Losser

| 16

Groen & biodiversiteit waardoor de verbinding tussen dorp en omliggend landschap wordt versterkt bijGroenblauwe structuren en de gebiedseigen biodiversiteit worden versterkt. Het

dragen aan ruimtelijke kwaliteit. We werken ernaar toe dat het hele huidige

bestaande (natuur)landschap wordt klimaatbestendig en waterrobuust ontwikkeld

groen-areaal waardevol is en blijft.

zodat het huidige groen-areaal, inclusief lokale plant- en diersoorten, vergroot en versterkt wordt.

De streefwaarden voor groenpercentages sluiten aan bij Handreiking Groen in en om de stad (2024). Om groenstructuren en de leefbaarheid in en om de dorpsker-

Streefwaarden (label B) groen en biodiversiteit •

In het landelijk gebied is 10% groenblauwe dooradering

•

In elke buurt is er minimaal 40% groen aanwezig in de openbare ruimte

•

In elke buurt is er minimaal 40% groen aanwezig in particulier terrein

•

In elke buurt is er een goede balans in gelaagdheid, tussen open bomenstructuur, kruiden, heesters en bomen

We zetten in op het creëren van een robuuste groenblauw dooradering in het bui-

nen te behouden en te versterken, is het belangrijk om zowel het groen in de openbare ruimte als op particulier terrein te verbeteren. Het groen in particulier terrein telt dus volwaardig mee voor een klimaatbestendige inrichting, maar kan niet op eenzelfde wijze als openbaar groen aangepakt worden. Het groenpercentage is daarom uitgewerkt naar twee indicatoren. De richtlijn voor een minimaal percentage van laag groen en hoog groen draagt bij aan variëteit van groen; dit is wenselijk voor de biodiversiteit. Voor de toetsing van de gelaagdheid kijken we naar % laag en hoog groen.

tengebied. Dit doen we onder meer door herstel en het versterken van bestaand

Groene en blauwe diensten

groen en het terugbrengen van de historische houtwallenstructuur en struweeel-

Met de provinciale regeling Groene en Blauwe Diensten hebben provincie Overijs-

hagen. Een groenblauwe dooradering draagt bij aan een brede biodiversiteit. Het

sel en gemeente Losser, Dinkelland, Tubbergen, en Oldenzaal het beheer van

versterken van een groenblauwe dooradering is een grote kans om verschillende

Landschapselementen door particulieren geregeld. Hiermee worden de karakteris-

opgaven te koppelen, zoals KRW, bossenstrategie en verbindingszones. Op dit

tieke landschapselementen voor de toekomst behouden. Gemeente Losser stelt

moment is de groenblauwe dooradering in het landelijke gebied van Losser 5,7%.

extra financiële middelen beschikbaar voor agrariërs en landgoedeigenaren voor

Het landelijk gebied is gedefinieerd als de gehele gemeente zonder woonkernen

de versterking en het beheer van deze landschapselementen.

en zonder natuurgebieden.2 Ook willen we de bebouwde omgeving vergaand vergroenen. We trekken het omliggende landschap als het ware ‘de dorpskernen in’

2

toelichting op cijfers, kaarten en de totstandkoming van de groeneblauwe dooradering zijn beschikbaar via de storymap van de provincie Overijssel

Groenblauw Losser

| 17

10% groenblauwe dooradering Een groenblauwe dooradering draagt bij aan een brede biodiversiteit als het functioneert als een netwerk. Het netwerk van 'groene en blauwe elementen' vormt de verbinding tussen de natuurgebieden in het agrarisch cultuurlandschap. Meer groenblauwe dooradering is ook van belang voor het versterken van landschappelijke kwaliteit en het tegengaan van verdroging en draagt bij aan het toekomstperspectief voor de landbouw en het landelijk gebied als geheel. Groenblauwe dooradering helpt om verschillende opgaven te koppelen, zoals KRW, bossenstrategie en verbindingszones. De doelstelling van 10% dooradering is vastgelegd in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Provincie Overijssel wil met het aanvalsplan Landschap 10% groenblauwe dooradering in het landelijk gebied realiseren, waarbij toepassing maatwerk is. In de huidige situatie (2024) bestaat 5,7% van het areaal in Losser uit groenblauwe dooradering.

Groenblauw Losser

| 18

Droogte

Schoon en voldoende water

Langdurige droogte leidt zo min mogelijk tot verdroging van groen.

We streven naar schoon en voldoende water.

Droogte vormt één van de grootste uitdagingen in de regio. Droogte veroorzaakt een domino-effect van tegenslagen voor natuur en landbouw, wat het landschap op lange termijn steeds moeilijker te herstellen maakt. Ook neemt het risico op natuurbranden toe, waaronder in het Natura2000-gebieden Dinkelland, landgoederen Oldenzaal, en natuurgebied Lutterzand. Het droogtevraagstuk kent vele belanghebbenden. Een structurele oplossing voor droogte vraagt een gebiedsbrede aanpak waarin samenwerking met regionale professionele partijen centraal staat. Hierin zijn goede afspraken met Waterschap Vechtstromen en de Provincie Overijssel essentieel.

Schoon oppervlaktewater, drinkwater en grondwater vormen de basis voor een gezonde leefomgeving. Klimaatverandering, zowel hitte, wateroverlast als langdurige perioden van droogte kunnen op verschillende manieren de waterkwaliteit nadelig beïnvloeden. Zo kunnen tijdens warme en droge periodes lokaal meer blauwalgen in het water komen, wat kan leiden tot gezondheidsrisico's. Ook nemen de concentraties van giftige stoffen zoals bestrijdingsmiddelen en chemicaliën toe, omdat er minder doorstroming is. Door klimaatverandering komen naar verwachting piekbuien vaker voor. Tijdens piekbuien kunnen grotere hoeveelheden ziekteverwekkers in het water komen door o.a. riool overstorten.

Voor een klimaatbestendige inrichting kunnen we verharding minimaliseren en sponswerking verbeteren. Zo houden we zoveel mogelijk water vast voor droge

Het waterschap, provincie en Vitens nemen maatregelen om de waterkwaliteit te

periodes. Ook kunnen we inwoners en bedrijven stimuleren om te ontharden, ver-

verbeteren. Als gemeente kunnen wij bijdragen aan het verbeteren van de water-

groenen en (drink)watergebruik te besparen. In de Nationale aanpak Klimaatadap-

kwaliteit door verontreiniging van oppervlaktewater tegen te gaan vanuit o.a. de

tatie is het verminderen van de vraag naar drinkwater in de gebouwde omgeving

riool overstorten. We streven naar zo het zo ver mogelijk terugbrengen van riool

een van de ambities; in de Kamerbrief «Water en Bodem sturend» is de ambitie

overstorten. We blijven inzetten op het afkoppelen van regenwater, hierdoor tre-

geformuleerd om toe te werken naar een drinkwatergebruik van 100 liter per

den bij een hevige regenbui riool overstorten minder snel in werking, wat resul-

hoofd van de bevolking per dag in 2035 en het laagwaardig gebruik van drinkwa-

teert in minder overstortend rioolwater in het oppervlaktewater.

ter te beperken. De woningbouwopgave biedt een kans om drinkwaterbesparende maatregelen te realiseren in nieuwe woningen. Streefwaarden (label B) voor droogte -

In elke buurt bestaat minimaal 50% van de openbare ruimte uit onverhard of waterdoorlatende verharding, het streven is dat bij elke herontwikkeling het

Bij het nemen van groenblauwe maatregelen, zoals het terugbrengen van de beekdalen in de dorpskernen zoeken we actief de samenwerking op met het waterschap voor het nemen van de juiste maatregelen om een goede doorstroming te waarborgen en het voorkomen van blauwalg.

percentage verharding met 10% vermindert. -

In 2035 is het drinkwatergebruik 100 liter per inwoner per dag.

Groenblauw Losser

| 19

4.2. Beekdalen als ruimtelijk dragende structuren van het landschap ✓ ✓

4.3. Voorbereid zijn op calamiteiten ✓

In 2030 zijn we goed voorbereid op weersextremen en weten hoe we moeten handelen tijdens calamiteiten.

Bij (her)inrichting in of in de directe nabijheid van beekdalen creëren we extra ruimte voor dynamiek van het stromende water.

We realiseren ons dat we op korte termijn de gevolgen van weersextremen niet al-

We verbeteren de sponswerking tot in de haarvaten om weersextremen zoals

tijd kunnen voorkomen, bijvoorbeeld omdat maatregelen daartoe op korte termijn

wateroverlast en droogte beter op te vangen.

financieel, organisatorisch of qua uitvoering niet haalbaar zijn. Voor een veilig en gezond Losser willen we onze weerbaarheid bij calamiteiten vergroten.

Het beekdal is van nature een systeem waarin alles met elkaar samenhangt, van bovenstrooms naar benedenstrooms. De beken vormen de hoofdaders en trans-

Denk aan overstromingen met gevolgen voor infrastructuur, stroomstoringen, vei-

porteren overtollig water van hoog naar laag naar de Dinkel. Haaks op deze struc-

ligheid van gebouwen, hittegolven en (bos)branden. Om maatschappelijke ont-

tuur lopen als het ware de haarvaten. In het verleden zijn sommige beekdalen ge-

wrichting te voorkomen, willen we voorbereid zijn en weten hoe we moeten han-

dempt voor bebouwing en is er (te) weinig ruimte gereserveerd voor een natuur-

delen tijdens calamiteiten. Dit doen we in goede afstemming met regionale part-

lijke dynamiek. Het gevolg is dat de beekdalen weersextremen moeilijker kunnen

ners zoals de Veiligheidsregio Twente, GGD, en Rijkswaterstaat. Ook willen we pre-

opvangen. Klimaatverandering versterkt deze weersextremen, waardoor de beek-

ventieve maatregelen nemen door o.a het bewustzijn van onze inwoners te verg-

dalen in de toekomst nog kwetsbaarder worden voor droogte en wateroverlast.

roten over wat zij zelf kunnen doen bij extreem weer.

Actie nr. 16 bij de ambitie ‘een toekomstgericht Losser’ uit omgevingsvisie gemeente Losser: De gemeente Losser streeft ernaar om de beekdalen als belangrijke en functionele structuren van het landschap te benutten. Daarnaast willen we voorkomen dat wateroverlast wordt afgewenteld op stroomafwaarts gelegen gebieden door het beeksysteem als een geheel te beschouwen en het vasthouden van water te bevorderen. Bij (her)inrichting is het uitgangspunt dat ontwikkelingen in of nabij beekdalen en natte laagtes bijdragen aan extra ruimte voor de dynamiek van stromend water, het vasthouden van water, en de versterking van de samenhang in het beeksysteem. Ook willen we de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water vergroten.

Groenblauw Losser | 20

4.4. Borgen van klimaatadaptief handelen ✓ ✓

vertegenwoordigen en lokale kennis gemakkelijker toepassen in het beleid. We

organisatie.

gebruiken hiervoor zoveel mogelijk bestaande samenwerkingsinitiatieven. Onder-

De kaders voor een klimaatbestendige inrichting en uitgangspunten biodiver-

deel hiervan is ook een duidelijke communicatiestructuur tussen o.a. het water-

siteit nemen we standaard mee bij nieuwe ontwikkelingen, zowel bij de loca-

schap, de provincie, de gemeente en onze inwoners, om goed te kunnen inspelen

tiekeuze als in de ruimtelijke inrichting.

op de effecten van klimaatveranderingen in de regio. Juist in de stap naar inwo-

verankeren in alle lagen van onze organisatie. Dit wil zeggen: bij elke ontwikkeling binnen de gemeentelijke organisatie denken we na op welke manier we kunnen bijdragen aan het klimaatbestendig maken van de gemeente. Dit betekent dat we de komende jaren ook een organisatorische opgave hebben. Een onderdeel hiervan is de doorvertaling in het omgevingsplan. Hiermee leggen we de basis om klimaatadaptatie te integreren en mee te koppelen met andere uitdagingen, zoals woningbouw, energietransitie en (duurzame) mobiliteit.

4.5. Samen klimaatadaptief handelen We betrekken onze inwoners, bedrijven en organisaties om lokale kennis effectief toe te passen en samen kansen te benutten op zowel publiek- en privaatterrein. ✓

We informeren onze inwoners over de gevolgen van klimaatverandering, en geven tips welke klimaatadaptieve maatregelen inwoners zelf kunnen uitvoeren én wat te doen tijdens weerextremen

✓

ces aanhaken bij onze partners. Op deze manier kunnen wij onze inwoners beter

In 2030 is klimaatadaptief handelen het nieuwe normaal in alle lagen van onze

Komende jaren willen we het gedachtengoed uit deze klimaatadaptatiestrategie

✓

de Provincie Overijssel. Als gemeente willen wij vroeg in het beleidsvormingspro-

We stellen subsidie beschikbaar voor inwoners om klimaatadaptieve maatregelen te nemen op eigen terrein.

Veel klimaatbeleid op het gebied van biodiversiteit, droogte en waterhuishouding wordt beschreven door onze regionale partners bij Waterschap Vechtstromen en

ners zien we een grote(re) rol voor de gemeente Losser. Een groot deel van onze inwoners is al bewust van het veranderende klimaat, maar de komende jaren blijven we inzetten op het vergroten van deze bewustwording en wat inwoners zelf kunnen doen. We zoeken de samenwerking op met o.a. Veiligheidsregio voor het vergroten van de zelfredzaamheid bij weersextremen. We willen inwoners stimuleren om klimaatadaptieve maatregelen te nemen op eigen terrein. Bij de praktische invulling van klimaatadaptieve maatregelen op wijk en buurtniveau betrekken we onze inwoners actief.

4.6. Monitoren van vooruitgang ✓

We monitoren jaarlijks de voortgang en de kwetsbaarheden voor de thema’s droogte, hitte, wateroverlast en overstromingen.

Met de concrete en meetbare klimaatlabels kunnen we onze voortgang monitoren. We monitoren jaarlijks de voortgang en werken waar nodig de klimaatlabels bij. Het college en bestuur krijgt daardoor de mogelijkheid om op basis van ambitie en voortgang het klimaatadaptatiebeleid bij te stellen. Op termijn willen we toewerken naar een Digital Twin systeem waarin we in “real time” klimaatadaptatie kunnen meenemen in de ontwerpfase en het monitoren bij (her)inrichtingsprojecten. Het is dan te overwegen om bij (her)inrichtingsprojecten de kwaliteit van de openbare ruimte te certificeren met NL Greenlabel. De methodiek van NL Greenlabel sluit goed aan bij de klimaatlabels in deze strategie.

Groenblauw Losser | 21

Groenblauw Losser | 22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=4e997ddb-a7fd-492b-9e11-7f9e36fc3852