Gebundelde reacties van de verschillende gemeenschappelijke regelingen op de quick scan
Tekst van het document
Gebundelde reacties van de verschillende gemeenschappelijke regelingen op de quick-scan van de samenwerkende rekenkamers op de begrotingen van de verschillende gemeenschappelijke regelingen.
Samen Twente Algemene opmerkingen over GR-en 1. Personeel en salarisbegrotingen In de Quickscan wordt aandacht gevraagd voor eenduidigheid bij de salarisramingen. In lijn met de opmerking van de opsteller van de Quickscan, is in onze begrotingsuitgangspunten uiteengezet dat we de salarissen ramen op basis van intreding max-1. Voor onze organisatie is dit een realistische raming. 2. Kunstmatige intelligentie Zoals aangegeven in de Quickscan is ook onze organisatie bezig met het uitwerken van een kader voor het gebruik van kunstmatige intelligentie. Wij onderschrijven de oproep voor een algemeen regio breed kader. Personele capaciteit op dit thema is erg schaars en daarom zouden wij graag op dit thema gezamenlijk willen optrekken. Een mooie landingsplek hiervoor zou de regionale samenwerking via het IT-Platform kunnen zijn. Opmerkingen/vragen uit de samenvatting specifiek SamenTwente 3. Veilig Thuis Twente heeft knelpunten in de formatie. Tegelijkertijd wordt er ingezet op extra geld om de wettelijke taken te kunnen uitvoeren. Of dat lukt zal afhangen van het invullen van de benodigde capaciteit. In 2024 is het in het eerste deel van het jaar moeilijk gebleken om de extra ontvangen tijdelijke middelen van gemeenten in te zetten.
Dit was het gevolg van krapte op de arbeidsmarkt en het moment van toezeggen van de extra tijdelijke middelen en het feit dat Veilig Thuis Twente hierdoor geen perspectief na 2024 kon bieden. Dit leidde tot het oplopen van de wachtlijsten in de richting van de zomer. In de loop van het jaar heeft Veilig Thuis Twente deze extra formatie wel in kunnen vullen, met als gevolg dat de wachtlijsten weer afnamen. De extra formatie draagt daadwerkelijk bij aan de mogelijkheden van Veilig Thuis Twente om hun taak uit te voeren. Nu er voor 2025 wederom tijdelijke uitbreiding van de begroting op de planning staat, kan Veilig Thuis Twente de nieuw aangetrokken medewerkers in dienst houden, werken aan wachtlijstvrij-werken en aan continuïteit in de organisatie. Daarnaast blijft de invulling van de artsenformatie uitdagend. Vorig jaar zijn in september twee artsen vertrokken (pensioen en tijdelijke kracht) en deze ruimte heeft Veilig Thuis Twente niet meer kunnen invullen. Er is landelijk een groot tekort aan vertrouwensartsen. Intussen heeft Veilig Thuis Twente de keuze gemaakt te werken met verpleegkundigen in aanvulling op de rol van de vertrouwensarts en is deze personele ruimte deels ingevuld. De zoektocht naar een vertrouwensarts gaat door. 4. Er is in de begroting geen rekening gehouden met rente uit schatkistbankieren, terwijl er vermoedelijk wel renteopbrengsten zijn.
Dat heeft effect op de gemeentelijke bijdragen.
Als gemeenschappelijke regeling moeten wij ver van te voren onze begroting op stellen. Het ver van te voren ramen van de renteopbrengsten is risicovol. De hoogte van de renteopbrengsten is namelijk afhankelijk van verschillende factoren. Het is afhankelijk van de omvang van onze banktegoeden. Deze omvang is vervolgens weer afhankelijk van diverse andere factoren zoals betaalritme van subsidies, projecten en gemeentelijke bijdragen. De tweede bepalende factor is het rentepercentage. Dit percentage is afhankelijk van factoren zoals inflatie, beleid van de Europese Centrale Bank en Rijksbeleid. Het ministerie van Financiën wil bijvoorbeeld de rente bij het schatkistbankieren verlagen om zo het schatkistbankieren voor decentrale overheden minder gunstig te maken en voor het Rijk juist gunstiger. SamenTwente gaat daarom voorzichtig om met het ramen van renteopbrengsten. Na besluitvorming in het algemeen bestuur in januari 2025, heeft SamenTwente € 250.000 aan renteopbrengsten geraamd in de gewijzigde begroting 2025. Met het algemeen bestuur is afgesproken om eind 2025 te beoordelen in hoeverre rente geraamd wordt voor 2026. Wij hebben de gemeenteraden hierover per brief geïnformeerd. 5. Er is inhoudelijk geen aandacht voor het thema zorgfraude. Zorgfraude (toets op rechtmatigheid) is een taak van de gemeenten. OZJT/Samen14 is verantwoordelijk voor de controle op de doelmatigheid.
Overigens komen rechtmatigheid en doelmatigheid samen in de proeftuin aanpak zorgfraude van de Veiligheidsregio Twente. Van deze proeftuin maakt ook OZJT deel van uit. Daarnaast is er in het kader van regionale samenwerking een casustafel waar casuïstiek en werkverdeling aan de orde komen. Ook door de inzet van het KIT instrument bij de aanbesteding komen rechtmatigheid en doelmatigheid samen. Door een meer intense screening op de voorkant wordt er ook geïnvesteerd op het voorkomen van zorgfraude, waarbij ook een Bibobtoets in het kader van integriteit plaatsvindt. Ook na gunning bij tussentijdse inschrijvingen en mutaties wordt gebruik gemaakt van het KIT instrument. De coördinatie hiervan ligt bij OZJT. 6. Er is inhoudelijk geen aandacht voor arbeidsmigranten die (nog) niet zijn geregistreerd. Hier zijn mogelijk ook risico's op infectieziekten. Als er geen directe aanleiding is voor een uitbraak van een infectieziekte, acteert GGD Twente niet op mogelijke risico’s op infectieziekten bij ongeregistreerden. Dit komt omdat deze groep (en mogelijke risico’s) niet in beeld zijn. Wel komt GGD Twente soms in aanraking met ongeregistreerden als mensen daadwerkelijk ziek worden. In het kader van publieke gezondheid wordt dan zorg verleend, zoals bron- en contactonderzoek, diagnostiek, advisering aan het individu en advisering om een uitbraak te voorkomen.
Er kunnen zich situaties voordoen waardoor er wel aanleiding is om actief en preventief te handelen. Bijvoorbeeld in de tijd van de Covid pandemie heeft GGD Twente actie ondernomen om de (ongeregistreerde) arbeidsmigranten te bereiken. Er werd actief gecommuniceerd met uitzendorganisaties die werken met arbeidsmigranten om ook deze groep vaccinaties aan te bieden. Er werd toen actief gehandeld omdat er sprake was van een pandemie.
7. Er zijn problemen gesignaleerd rondom de beschikbaarheid van gezinshuizen. Onduidelijk is of dat komt door lokale (regionale) keuzes of door landelijk beleid.
Het probleem ligt volgens ons niet bij de beschikbaarheid van gezinshuizen. De wijze van contracten van gezinshuizen per 1 januari 2025 is de oorzaak voor het financieel knelpunt bij de gezinshuizen waardoor er een noodmaatregel is getroffen. Er wordt momenteel gewerkt aan verschillende oplossingsrichtingen. 8. Voor gemeenten die het aangaat valt het op dat de ambities van de Coalition of the Willing kennelijk niet worden gerealiseerd. Er is onderbenutting van de budgetten. Uit de jaarstukken 2024 van SamenTwente kan niet afgeleid worden dat de ambities van de Coalitions of the Willing al dan niet gerealiseerd worden. Er is hierbij geen sprake van aan SamenTwente overgedragen taken. In verband met de gastheer rol van SamenTwente zijn in onze jaarstukken alleen de financiële cijfers van de Coalitions opgenomen. De Coalitions leggen in eigen jaarverslagen, bij het eigen bestuur verantwoording af over in hoeverre ze de afgesproken ambities hebben gerealiseerd. Inhoudelijke vragen SamenTwente 9. Wat houdt maatwerk in bij SamenTwente? Maatwerktaken zijn specifieke, aan onze basistaken verwante, extra werkzaamheden die SamenTwente op verzoek van één of meer gemeenten uitvoert. Dit is als zodanig ook beschreven in de Gemeenschappelijke Regeling SamenTwente.
Enkele grote maatwerktaken die we uitvoeren zijn: Pedagogische Gezinsondersteuning Jeugd (PGJ), Gezondheidsspreekuur dak- en thuislozen en Wijk GGD. Alle maatwerktaken die (de onderdelen van) SamenTwente uitvoeren, zijn ook opgenomen in het eindrapport Kerntakendiscussie. Financiële opmerkingen/vragen SamenTwente 10. Verlagen ICT-afschrijvingsbudget terwijl er juist geïnvesteerd moet worden op informatieveiligheid, hoe rijmt dit met elkaar? Het afschrijvingsbudget voor het vervangen van ICT-hardware is verlaagd. Dit is een financieeltechnische bezuinigingsmaatregel en staat los van de versterkingen op het gebied van informatiebeveiliging, -management en privacy. Op dit thema is de organisatie juist versterkt door het toekennen van extra structureel budget door het algemeen bestuur. Dat deze versterkingen noodzakelijk zijn blijkt ook uit de bevindingen van de accountant. Om een zo groot mogelijke bijdrage te kunnen leveren aan de financiële opgaven van de gemeenten, heeft SamenTwente via de Kerntakendiscussie scherp gekeken naar waar de organisatie kan bezuinigen. Door het formuleren van bezuinigingsmaatregelen, zoals het verlagen van het ICT-afschrijvingsbudget, is in 2026 de gemeentelijke bijdrage structureel verlaagd met € 513.000. 11. Toelichting bij de programma’s met betrekking tot specifieke uitkeringen kan beter.
Deze opmerking wordt meegenomen in het proces van het opstellen van de jaarstukken 2025 en begroting 2027. We zullen dan beoordelen in hoeverre het van toegevoegde waarde is om de toelichting bij de programma’s aan te vullen met inzichten over specifieke uitkeringen. 12. Financiële toelichting ontwikkeling gemeentelijke bijdrage ontbreekt. In de financiële samenvatting van de jaarstukken is verklaard hoe de begroting na wijziging is ontwikkeld ten opzichte van de door de raden beoordeelde en door het AB vastgestelde
primaire begroting. In lijn met de opmerking uit de Quickscan zullen we de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage toevoegen aan de samenvatting in de jaarstukken 2025.
13. Verschil begroting en realisatie covid-diensten valt op. De COVID-bestrijding is een opdracht van het Rijk. In de Quikscan wordt gerefereerd aan het apart presenteren van de baten en lasten van deze opdracht. SamenTwente heeft dit al apart gepresenteerd in een specifiek hiervoor ingestelde paragraaf (hoofdstuk 3.6 jaarstukken 2024). Daarnaast wordt in de Quickscan opgemerkt dat er een aanzienlijk verschil is tussen de begroting van de COVID-bestrijding en de realisatie. Er is sprake van een onderschrijding op de begroting van 32%. Halverwege 2023 heeft het Rijk besloten om voor de COVIDbestrijding te werken met SPUK-financiering. Dit heeft als gevolg dat we vroegtijdig een begroting moeten opstellen. Het vooraf ramen van COVID-kosten kent de nodige onzekerheden. Om te voorkomen dat we achteraf een tekort in rekening moeten brengen bij de gemeenten, is de begroting ruim opgesteld. Het niet bestede deel wordt terugbetaald aan het Rijk.
GBTwente Reactie op de algemene opmerkingen in hoofdstuk 2 Onderbezetting in relatie tot bezuinigingen In de QuickScan is opgenomen dat er enerzijds sprake is van onderbezetting van personeel en anderzijds wordt bezuinigd op het budget voor inhuur. Hierbij wordt de vraag gesteld welke gevolgen dit heeft voor de dienstverlening. De gevolgen voor de dienstverlening zijn nihil. De onderbezetting op de formatie hebben wij op kunnen vangen door personeel van derden in te huren daar waar nodig. De bezuiniging op het budget inhuur is mogelijk door de ingezette innovatie op het proces van de bezwaarafhandeling. Een uitgebreidere reactie kunt hier hieronder vinden bij de opmerkingen in hoofdstuk 4. Toetreding tot de gemeenschappelijke regeling Op dit moment is de voorgenomen toetreding van de gemeenten Berkelland en Bronckhorst in een vergevorderd bestuurlijk stadium. Het besluit tot toetreding van de gemeenten Berkelland en Bronckhorst tot de gemeenschappelijke regeling ligt nu bij de deelnemende gemeenten. De colleges moeten (met toestemming van de gemeenteraad) instemmen met de toetreding en de gewijzigde gemeenschappelijke regeling. Zes Twentse gemeenten doen nog niet mee binnen GBTwente. Met deze gemeenten gaan wij gedoseerd informeel in overleg om eventuele toetreding te verkennen.
De raden van de deelnemende gemeenten worden over de voortgang van deze gesprekken geïnformeerd wanneer daar aanleiding toe is. Reacties op GR-overstijgende opmerkingen in hoofdstuk 3 Personeel In 2024 was de formatie vastgesteld op 108,05 fte. Per 1 januari 2025 is de formatie aangepast naar 109,21 fte door omzetting van inhuurbudget naar vaste formatie. Van de beschikbare vacatureruimte heeft 0,73 fte betrekking op de functie van Functionaris Gegevensbescherming en DIV-werkzaamheden. De Functionaris Gegevensbescherming wordt vanuit de gemeente Oldenzaal gedetacheerd bij GBTwente en voor de DIV-ondersteuning zijn wij aangewezen op
onze gastheergemeente Hengelo. Deze formatieruimte zorgt daarmee standaard voor vrijval van loonsom en de beschikbaar gekomen ruimte wordt ingevuld door de inhuur. Als we kijken naar de benoemde vacatureruimte in de begroting van 2025 zijn deze vacatureplekken inmiddels ingevuld. Deels door doorstroming van medewerkers naar de beschikbaar gekomen vacatures, deels door invulling van buitenaf. Door de doorstroming en uitstroom van medewerkers vanwege pensionering en vanwege ontslag op eigen verzoek vanwege carrièreswitch ontstaan nieuwe vacatures, die ook weer worden open gezet. Daar waar capaciteitsproblemen ontstaan kunnen wij deze via personeel van derden invullen, waardoor de dienstverlening niet in het gedrang komt. Als grondslag voor de personeelskosten gaan wij uit van de daadwerkelijke loonsom in het laatste afgesloten jaar en houden rekening met ontwikkelruimte richting het begrotingsjaar voor die medewerkers die op basis van het vastgestelde beoordeling en beloningsbeleid nog kunnen groeien in hun salarisschaal. Daarnaast ramen wij de vacatureruimte op de functionele schaal, trede 9, zoals voorgeschreven in de richtlijnen. Deze methodiek borgt dat de loonsom voor de zittende medewerkers op een reëel niveau begroot is.
De uiteindelijk te realiseren loonsom voor de vacatureruimte is mede afhankelijk van de inschaling van de nieuwe medewerkers op deze functie en zorgt mogelijk voor vrijval. Structurele lasten en baten GBTwente neemt deze opmerking ter harte en zal de voorbeelden van Samen Twente en de Veiligheidsregio beoordelen en waar mogelijk verwerken in de toekomstige jaarstukken. ICT Op dit moment houden wij in aanbestedingen zoveel mogelijk rekening met de afhankelijkheid van de Amerikaanse markt. Als eisen nemen wij al mee dat software op Europees grondgebied geïnstalleerd moet zijn. Echter, de afhankelijkheid volledig terugbrengen naar nul is thans nog niet mogelijk omdat er op dit moment in sommige gevallen nog geen goed bruikbare Europese alternatieven zijn (denk aan de Microsoft office applicaties). De gemeenten hebben de belastingtaken middels delegatie (en dus niet op basis van mandaat) overgedragen aan GBTwente. Hiermee is GBTwente zelfstandig juridisch eigenaar van de data en daarmee ook verantwoordelijke voor de data. In beginsel delen wij op verzoek van de gemeente slechts WOZ data en/of data met persoonsgegevens indien opgenomen in het besluit gegevensverstrekking GBTwente. Op dit moment wordt gewerkt aan de verdere uitwerking van de IT visie voor de komende jaren. De inzet van kunstmatige intelligentie maakt hier onderdeel van uit.
Als onderdeel van de GAPanalyse richting de toekomst zal ook het bestuurlijke traject meegenomen worden. Reactie op de specifieke opmerkingen met betrekking tot GBTwente in hoofdstuk 4 Opmerking commissie over bezwaren door commerciële partijen Een al jaren spelend probleem is het indienen van bezwaarschriften door commerciële partijen. Uit de stukken blijkt dat dit vraagstuk door recente gerechtelijke uitspraken nog niet is opgelost, ondanks wetswijzigingen. Reactie GBTwente: Door reparatiewetgeving is een aanpassing van WOZ-factor aangenomen en gelijk in werking getreden. Van het aantal ingediende WOZ-bezwaren in 2025 (zo’n 7.000 bezwaren) is ongeveer 68% afkomstig van de commerciële partijen (de zogenaamde No Cure No Pay partijen die als gemachtigde namens de belastingplichtige optreden). Een daling van het aantal bezwaren vanuit deze partijen is inderdaad op dit niveau niet waarneembaar. De cijfers uit 2024 leren wel dat ongeveer 82% van de bezwaren door gemachtigden gehandhaafd worden, tegen 63% bij reguliere bezwaren. Het is ongewis of de reparatiewetgeving en de verminderde hitratio in de
toekomst gaat leiden tot minder van dergelijke bezwaarschriften. Door de aanpassing van de WOZ-factor verwachten wij wel dat de hoogte van het uit te betalen bedrag aan proceskostenvergoeding lager is van voorheen. Uiteindelijk gaat het om het verdienmodel van de commerciële bureaus. Opmerking commissie over de toetreding van Berkelland en Bronckhorst De toetreding van Berkelland en Bronckhorst is aangekondigd. Op enig moment zal de toetreding besluitvorming van de huidige deelnemers vragen. In de ambtelijke reactie op dit punt is aangegeven dat er geen efficiëntie voordelen uit voorgenomen toetreding te verwachten zijn. Reactie GBTwente Sinds 2016 voert GBTwente de werkzaamheden voor Waarderen, Heffen en Innen uit op basis van fiscale uitvoeringsovereenkomsten voor de gemeenten Berkelland en Bronckhorst. Toetreding van deze gemeenten tot de GR per 1 januari 2026 zal nu in beginsel voor de zittende GR gemeenten geen extra financieel voordeel opleveren, zoals ook in de QuickScan is aangegeven. Hoewel nu wellicht schaalvergroting verwacht zou worden, is deze 9 jaar geleden bij de start van de FUO werkzaamheden voor Berkelland en Bronckhorst al voor de zittende GRgemeenten gerealiseerd.
De toetreding van Berkelland en Bronkhorst zal niet leiden tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage voor de zittende GR-gemeenten, voor zover de begroting 2026 ongewijzigd wordt vastgesteld. Opmerking commissie over de onderbezetting Uit de jaarstukken van 2024 blijkt dat er een organisatie brede onderbezetting van 6,5 fte was, oftewel 6% van de vastgestelde formatie. Dat kan effect hebben op de uitvoering van taken of wellicht wordt er binnen de daardoor beschikbaar gekomen middelen gekozen om personeel in te huren. Het valt wel op dat vervolgens in de begroting staat dat een van de instrumenten om te besparen is om € 300.000 minder beschikbaar te houden voor in te huren personeel. Als er onderbezetting is en gezien de krapte op de arbeidsmarkt is dit een mogelijk financieel risico. Reactie GBTwente De genoemde besparing van € 300.000 op de afhandeling van bezwaren en beroepschriften kan volgens ons (GBTwente) voornamelijk gerealiseerd worden door innovatie en de (deels) geautomatiseerde afhandeling van de bezwaarschriften. Daarnaast willen we opmerken dat de vacatureruimte die per 31 december 2024 zichtbaar is, niet volledig zit op het proces van bezwaarafhandeling, maar ook op andere processen binnen GBTwente. Zoals in de opmerking in de QuickScan wordt veronderstelt, wordt er waar nodig personeel van derden ingehuurd binnen het vrijgevallen budget van de loonsom.
Opmerking commissie over de rentebaten Niemand weet hoe de economie zich verder ontwikkelt. Als de rente daalt, dan zijn de rentebaten in principe ook lager. Aan de ene kant is er wat voor te zeggen om renteopbrengsten te begroten zodat de daardoor verlaagde gemeentelijke bijdrage elders op gemeentelijk niveau kan worden ingezet. Dit raakt de in de begroting 2026 genoemde € 614.000 die als tegemoetkoming voor het ravijnjaar sneller bij gemeenten terecht komen. Daar hoort wel bij dat als de rente tegenvalt, er een risico is dat gemeenten alsnog minder rente zullen ontvangen. Reactie GBTwente Vanaf 2025 zullen de renteopbrengsten zoals deze vanuit de internetfaciliteit voor schatkistbankieren bij GBTwente worden bijgeschreven naar rato van de belastingontvangsten en de ontvangsten van GBTwente zelf worden verdeeld over de gemeenten en GBTwente en na afloop van het kwartaal aan de gemeente worden doorgestort zodat de gemeente de rente over de eigen belastingontvangsten kan verantwoorden in de eigen exploitatie. De opmerking over de
onzekerheid van de rentebaten op de langere termijn is terecht gemaakt. Daarom heeft GBTwente in de begroting 2026 over de jaren 2023 en 2024 ook inzage gegeven in de hoogte van de renteopbrengsten en de verdeling over de gemeenten en GBTwente als wij de werkwijze zoals nu is afgesproken ook al in die jaren hadden toegepast. Daarbij hebben wij de kanttekening gemaakt dat de treasurers van de gemeenten aan de hand van het geboden inzicht zelf een inschatting moeten maken welk bedrag aan rentebaten in de gemeentelijke begroting worden opgenomen. Dan kan iedere gemeente ook voor zichzelf beslissen welke mate (op basis van de gegevens inzichten en de eigen kennis van de renteontwikkeling op het moment van opstellen van de gemeentelijke begroting) van voorzichtigheid hierin wordt betracht en welk financieel risico de gemeente wil lopen. Opmerking commissie over openstaande posten gemeenten Oldenzaal en Bronckhorst Tot slot valt inhoudelijk op dat Bronckhorst en Oldenzaal de enige twee gemeenten zijn met in 2024 duidelijk oplopende openstaande vorderingen. Dat kan een signaal van betalingsproblemen bij burgers of bedrijven zijn.
Reactie GBTwente We kunnen niet 100% uitsluiten dat dit een signaal is voor betalingsproblemen bij inwoners of bedrijven, maar het is waarschijnlijker dat als betalingsproblemen hieraan ten grondslag liggen, dat wij dat dan bij alle gemeenten terug zouden zien, en dat zien we niet. Nadere analyse van de openstaande posten van deze twee gemeenten bieden ons het volgende inzicht: Voor de gemeente Oldenzaal hebben wij eind 2024 voor ruim € 100.000 meer aan belastingopbrengsten gerealiseerd in vergelijking met 2023. Dit is ook een verklaring voor het hogere openstaande bedrag eind 2024 in vergelijking met eind 2023. Voor de gemeente Bronckhorst geldt dat wij eind 2024 meer biljetten hebben verstuurd dat eind 2023 (ruim 100 meer). Daarnaast hebben wij in 2024 voor de gemeente Bronckhorst voor € 250.000 aan openstaande posten leges omgevingsvergunning ingelezen zodat wij deze voor de gemeente kunnen invorderen. Hiervan stond eind 2024 nog ongeveer € 100.000 open. Een vergelijkbare post zat niet in het debiteurensaldo van 31 december 2023 en zorgt voor een substantiële stijging per eind 2024. Tot slot In paragraaf 2.3 bij de Omgevingsdienst wordt de opmerking gemaakt dat de Omgevingsdienst een signaal af geeft dat er weinig gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om milieuleges in te zetten.
In paragraaf 3.1 wordt hier ook aandacht aan gegeven, waarbij de opmerking wordt gemaakt dat de inning van de leges waarschijnlijk via GBTwente zal moeten verlopen. Deze veronderstelling is inderdaad correct. Wel willen wij de gemeenten en de Omgevingsdienst verzoeken GBTwente in de gesprekken te betrekken wanneer wordt besloten om de milieuleges in te gaan voeren als onderdeel van de legesverordening.
Recreatieschap Twente Antwoord vraag 1: Ambtelijk hebben wij al vaker de vraag ontvangen of het Recreatieschap Twente het onderhoud van aanvullende recreatieve fietspaden in Twente op zich kan nemen. Deze vraag is relevant en begrijpelijk, maar raakt direct aan de financieringssystematiek van het Recreatieschap. Daarom is besloten om deze vraag nadrukkelijk mee te nemen in het lopende onderzoek naar de financieringssystematiek. Zolang dit onderzoek nog niet is afgerond, kunnen wij niet zomaar extra fietspaden in beheer nemen. Er is bestuurlijk reeds afgesproken dat een eventueel besluit over het (al dan niet)
overnemen van het onderhoud van aanvullende recreatieve fietspaden pas kan worden genomen ná afronding van dit onderzoek, in afstemming met de veertien Twentse gemeenten. Dit onderwerp is als zodanig opgenomen in de bestuurlijke stukken van het Recreatieschap en maakt integraal deel uit van het lopende onderzoek. Het betreft op dit moment nog geen besluitvormingsvraagstuk voor de raden of colleges, waardoor er geen aparte communicatie richting de gemeenteraden of Provinciale Staten heeft plaatsgevonden. Bovendien begrijpen wij op dit moment niet goed in hoeverre van ons wordt verwacht dat wij de Provinciale Staten hierover informeren. Het overnemen van het onderhoud van recreatieve fietspaden is primair een gemeentelijke aangelegenheid en dient daarom in Twents verband te worden besproken en besloten. Mocht uit het onderzoek blijken dat er toch een rol voor de Provinciale Staten wordt voorzien, dan ontvangen wij hierover graag nadere duiding. Antwoord vraag 2: We herkennen de spanning tussen enerzijds de ambities om de voorzieningen op Het Rutbeek en Het Lageveld naar een hoger niveau te tillen, en anderzijds de financiële en organisatorische ruimte die daarvoor beschikbaar is. Juist met het oog op deze ontwikkeling hebben wij de organisatie de afgelopen periode anders ingericht.
Deze herschikking binnen de bestaande begroting levert enige ruimte op die we gericht inzetten voor noodzakelijke investeringen in Het Rutbeek en Het Lageveld. Het zijn investeringen die bijdragen aan de aantrekkelijkheid en het toekomstbestendig houden van deze parken voor onze Twentse inwoners. Tegelijkertijd kijken we kritisch naar wat wél en niet (meer) bij ons als organisatie hoort. We doen dit nadrukkelijk met het oog op het vrijmaken van middelen om gericht te kunnen investeren in onze recreatieparken. Een concreet voorbeeld hiervan is de verkoop van het pand ‘Erve Huiskes’ op Het Hulsbeek. Deze stap ontzorgt ons enerzijds op het gebied van verhuur, onderhoud en de bijbehorende verantwoordelijkheid. Anderzijds levert het de financiële ruimte op die nodig is om juist op Het Lageveld en Het Rutbeek de juiste investeringen te doen. Kortom, we combineren realistische keuzes over onze rol en verantwoordelijkheden met gerichte investeringen om onze ambities waar te maken, binnen de mogelijkheden van een krapper wordende financiële context. We zijn een gemeenschappelijke regeling (GR) van maatschappelijke meerwaarde en geen commercieel bedrijf, maar willen wél ruimte houden om inwoners te blijven ontvangen die weinig of niets te besteden hebben.
Tegelijkertijd vinden wij dat gezond en gedegen omgaan met gemeenschapsgeld ook betekent dat we op diverse fronten commercieel mogen denken en handelen, met als doel een zo hoog mogelijk rendement te behalen op onze recreatieparken. Dat stelt ons in staat om de mooie voorzieningen gratis te kunnen blijven aanbieden. Antwoord vraag 3: Net zoals alle opbrengsten (o.a. evenementen, huren, erfpachten) worden de opbrengsten van de parkeergelden meegenomen in de totale begroting van het Recreatieschap. We maken een lastenbegroting voor de gehele GR waarbij dan ook op totaalniveau de opbrengsten zoals parkeergelden, evenementen, huren, erfpachten hierop in mindering worden gebracht. Wat resteert is dan de gemeentelijke bijdrage. Wij bekijken de begroting en jaarrekening als 1 geheel waarbij de opbrengsten integraal dienen als dekking van alle kosten van de gemeenschappelijke regeling. Kostendekkendheid van de parken maakt dan ook integraal onderdeel van de gehele begroting van recreatieschap en dient dan ook in zijn geheel te worden beoordeeld.
Antwoord vraag 4: Gezien de omvang van de te verwachten renteopbrengst in combinatie met het te verwachten rentebeleid van de ECB waarbij renteverlagingen te verwachten zijn, ramen we deze niet of amper in de begroting 2026. Door middel van een tussentijdse rapportage aan het bestuur zal een eventuele renteopbrengst hier worden ingebracht waarmee dan direct een potentieel verschil is verklaard. Antwoord vraag 5: Het meerjarige investeringsplan is een momentopname waarbij de hierin aflopende boekwaarden worden opgenomen alsmede voorzienbare investeringen. Door middel van aanvullende (her)investeringen, regulier onderhoud en groot onderhoud zal de kwaliteit van het bezit worden geborgd. Hierbij wordt expliciet aandacht besteed aan de veiligheid en toegankelijkheid van de voorzieningen, zodat een prettig en veilig verblijf voor onze gasten te allen tijde gewaarborgd is.
Veiligheidsregio Twente Er is een knelpunt rondom inzet van vrijwilligers met name in Almelo en Hengelo. Is er discussie gevoerd over het alternatief van inzetten van meer beroepskrachten? Het bewuste knelpunt komt voort uit wetgeving: de huidige rechtspositie van brandweervrijwilligers sluit niet aan bij de Europese deeltijdrichtlijn, die gelijke arbeidsvoorwaarden voor deeltijd- en voltijdwerkers voorschrijft. Om de vrijwilligheid te behouden (80% van de brandweercapaciteit wordt gevormd door vrijwilligers) is in afgelopen jaren een juridisch onderscheid gemaakt tussen de rollen van vrijwilligers en beroepskrachten. In essentie komt het erop neer dat van vrijwilligers niet meer kan worden gevraagd om op structurele basis beschikbaar (piket) of via een rooster aanwezig (kazernering) te zijn. In de kazernes van Almelo en Hengelo is dit nog wel het geval. De implementatie van dit onderscheid gaat gepaard met een structurele kostenuitzetting van c.a. 35 mln. landelijk. Dit komt omdat een beroepsaanstelling duurder is dan een vrijwilligersaanstelling. Het Veiligheidsberaad heeft eerder het standpunt ingenomen dat het ministerie van J&V als stelselverantwoordelijke deze kosten dekt. Tot op heden heeft de minister niet gereageerd. De problematiek speelt al sinds 2020.
Het wordt dan ook steeds moeilijker om vrijwilligers in Almelo en Hengelo te werven voor een construct van kazernering dat feitelijk “over de datum” is. Hierdoor komt de paraatheid onder druk te staan. Om die reden is via de begroting 2025 een tijdelijke ophoging van de gemeentelijke bijdrage van € 0,3 mln. toegekend om de paraatheidsproblematiek op te vangen (voor een deel met inzet van extra beroepskrachten). De middelen zijn bedoeld als overbrugging totdat de minister zich over de kwestie uitspreekt. We zijn inmiddels weer een jaar verder en zien dat een reactie nog steeds uitblijft. Die radiostilte is voor ons de reden geweest om de kwestie wel bij de risicoparagraaf van de ontwerpbegroting 2026 te betrekken. Temeer ook omdat de omzetting naar beroepskrachten voor deze kazernes eigenlijk de enige realistische uitweg is om aan de Europese regels te voldoen. De reactie samenvattend: - De discussie over de inzet van meer beroepskrachten is in Twente nog niet gevoerd, omdat we in lijn met het standpunt van het Veiligheidsberaad wachten op een reactie van J&V.
-
De tijdelijke oplossing voor de paraatheidsproblemen die volgen uit de kwestie zijn in de vorige begrotingsronde besproken en in financiële zin gedekt. Gezien het verloop van de gesprekken met de minister hierover hebben we gemeend er goed aan te doen om het onderwerp wel in de risicoparagraaf van de ontwerpbegroting op te nemen. En een eventuele discussie hierover te betrekken bij het beleidsplan voor de komende beleidsperiode dat nu in voorbereiding is.
Past het teruggeven van nog overgebleven middelen voor versterking van de crisisbeheersing aan de deelnemers wel als er sprake is van een specifieke uitkering? Het ministerie van J&V heeft in 2023 extra middelen vrijgemaakt om de crisisorganisatie en de informatievoorziening te versterken. De versterkingsgelden dienen in die zin dus een specifiek doel. Tegelijkertijd heeft het ministerie ervoor gekozen om de gelden toe te voegen aan de bestaande rijksbijdrage voor veiligheidsregio’s: de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Een bijdrage die feitelijk als algemeen dekkingsmiddel wordt ingezet. Een bijdrage waarvoor bovendien globale verantwoordingseisen (SiSa) gelden. In de begroting zijn deze middelen dus structureel gekoppeld aan de versterkingsopgave. Het AB heeft in Q4 van 2023 daartoe een bestedingsplan vastgesteld. In de jaarrekening wordt het resultaat op de uitvoering van de versterkingsopgave verwerkt in het saldo (net zoals dit geldt voor het resultaat op andere activiteiten die worden geacht met de rijksbijdrage te zijn gefinancierd.) Niet expliciet vermeld dat er geen tegenvallers meer te verwachten zijn v.w.b. correcties op waardering van het vastgoed. Het staat er niet expliciet in, maar het klopt inderdaad dat er geen tegenvallers meer te verwachten zijn in de waardering van ons vastgoed. De materie is nu uitgebreid bekeken en besproken met de accountant.
Over investeringen, de sprong in lasten op termijn vanwege collectieve vervanging van voertuigen en teruggaaf van indexruimte. VRT heeft in 2022 ervoor gekozen om tankautospuiten versneld te vervangen tegen de oorspronkelijke prijscondities. Daarmee zijn forse prijsstijgingen voorkomen. Omdat de begroting rekening houdt met een trendmatige prijsontwikkeling voor het materieel ontstaat er tijdelijk ruimte in de begroting. De ruimte is in de toekomst nodig om het materieel opnieuw te kunnen vervangen. Maar voor nu kan deze ruimte aan de gemeenten worden teruggegeven. Deze afspraak geldt in ieder geval voor het jaar 2026 en 2027 met ijkmoment voor het jaar 2028. Balansprognose en rente-opbrengsten uit de Schatkist. De balansprognose suggereert inderdaad dat de investeringen in 2026 met eigen middelen worden bekostigd. In de praktijk worden investeringen met vreemd vermogen gefinancierd. De solvabiliteit van de organisatie (= aandeel eigen vermogen in relatie tot het balanstotaal) is laag (c.a. 4%). Renteopbrengsten uit de Schatkist zijn dan ook gevolg van een tijdelijke stalling van (veelal kortlopende) leningen. De renteopbrengst uit de Schatkist bedroeg in 2024 - mede vanwege de relatief hoge
percentages € 156.000. We zullen voortaan in de jaarrekening wat meer aandacht besteden aan dit onderwerp. Inhoudelijk onderuitputting van het oefenbudget In de jaarrekening wordt toegelicht dat de onderbesteding van het oefenbudget is toe te schrijven aan verschillende factoren. Aan de kant van de brandweer voorzagen we (bij volledige uitvoering van het oefenprogramma) financiële nadelen. Daarom zijn in het oefenprogramma van de brandweer bewust wat scherpere keuzes gemaakt. Er wordt overigens wel degelijk gezamenlijk geoefend met naburige regio’s en de Duitse collega’s. Dit is alleen niet uitdrukkelijk vermeld in de begroting. Gewijzigde programma-indeling De voormalige programma’s “GHOR en Multidiscplinair” zijn nu ondergebracht bij het programma Crisisbeheersing. Niet het programma Overhead. Wel is de overhead vanwege de laatste notitie van de commissie BBV hierover nu anders becijferd. Waarbij aangetekend dat de “overhead” van veiligheidsregio’s a-typisch is. Zo is het personeel gehuisvest in kazernes en is de IT-organisatie ook verantwoordelijk voor de operationele informatievoorziening. In die zin meeromvattend dan de “klassieke overhead”. We zullen het overzicht vanaf volgend jaar wat nader duiden.
Op het niveau van de individuele gemeente: ga na of maatwerk echt nodig is of dat werken met enkele keuzepakketten van te leveren diensten voordelen biedt Betreft een aandachtpunt voor de gemeenten. Bij VRT zijn maatwerkafspraken en keuzepakketten niet aan de orde. Aandacht aan de juiste verantwoording van bijdragen voor specifieke doelen is van belang om de cijfers te kunnen begrijpen. Deze algemene opmerking houdt voor VRT verband met de 2e kernbevinding in par. 2.8. (zie hierboven ook de reactie daarop). De rijksbijdrage heeft meer het karakter van een algemeen dekkingsmiddel. Het niet-aangesproken deel wordt als voordeel verwerkt in het saldo en niet als schuld verantwoord op de balans. De grondslag voor de raming van personeelskosten in de verschillende stukken is niet uniform. VRT raamt de personeelskosten in basis op “max -1”. Deze afspraak is met de gemeenten gemaakt tijdens de regionalisering van brandweertaken in 2013. De laatste jaren knelt dit uitgangspunt wel enigszins. In de ambtelijke werkgroep voor verbonden partijen kunnen we bespreken of verdere uniformering van de uitgangspunten voor de begroting wenselijk is. Inzicht in meerjarige of structurele doorwerking van mee- en tegenvallers ontbreekt of is niet helder. VRT karakteriseert de voor- en nadelen in de tussentijdse rapportage en in de jaarrekening.
Waarbij onderscheid wordt gemaakt in incidentele, meerjarige en structurele effecten. Indien er
suggesties zijn om het karakter van de effecten in de jaarrekening nog verder te verduidelijken, dan staan we daar natuurlijk voor open. Bij gegevensuitwisseling blijven gemeenten verantwoordelijk voor beheer en gebruik van die data. Zorg dat dit is geborgd Betreft eveneens een aandachtspunt voor de gemeenten. Verschillende organisaties denken na over de inzet van kunstmatige intelligentie (AI). Een algemeen kader daarvoor ontbreekt. VRT werkt op dit moment een plan van aanpak voor het gebruik van AI verder uit, waarin o.a. de aandacht is gevestigd op kaderstelling. Het gebruik van AI is niet per se regiospecifiek. Het delen van nieuwe inzichten in - en ervaringen met - AI binnen de regio juichen we natuurlijk toe.
Openbaar Lichaam Crematoria Twente Er staat druk op de resultaten op lange termijn, zichtbaar in een daling van de werkelijk aan OLCT uit te keren dividenden. Gemeenten merken daar nog niets van. Maar wat is het handelingsperspectief? De neerwaarts bijgestelde winstprognose van CT BV wordt veroorzaakt door hogere personeelskosten en doordat de tarieven maar beperkt zijn verhoogd.
Omgevingsdienst Twente Standaardtaken Bij de oprichting van de OD Twente is door de deelnemers gezamenlijk besloten om meer dan de verplichte basistaken in te brengen. Dit pakket is inmiddels het ‘standaardpakket’ gaan heten en is opgenomen in onze gemeenschappelijke regeling. Dit zijn samengevat alle milieutaken binnen bedrijven en bepaalde specialismen bijvoorbeeld op het gebied van geluid, asbest of externe veiligheid. Facultatieve taken zijn taken die een gemeente kan/mag neerleggen bij de OD Twente. Denk hier aan extra energiecontroles met een grondslag in de bouwwetgeving, bouwkundige sloop of milieuadvisering ten aanzien van Omgevingsplannen. Prioritering taken/opdrachten De onderbesteding van 20% kunnen wij niet plaatsen. In de reguliere begroting is zo’n 166.823 uur opgenomen, waarvan 164.113 is gerealiseerd. Wel zien we een verschuiving tussen programma’s. De programma’s zijn in grote mate vraaggericht, ook het programma toezicht bevat bijvoorbeeld het onderdeel klachten en ongewoon voorvallen. Het is ook niet zo dat werkzaamheden in andere programma’s ten koste gaan van het programma Toezicht. Medewerkers moeten aan kwaliteitscriteria voldoen, waardoor inzet tussen programma’s niet mogelijk is. De externe opdrachten voor o.a.
de SPUK energie is veelal met inhuurkrachten gerealiseerd en collega’s die hier specifiek op moeten specialiseren om kennis op te bouwen voor de lange termijn. Ander externe opdrachten zijn gerealiseerd door langdurige detacheringen.
We werken zoveel mogelijk risicogericht. Binnen het programma toezicht doen we dit met een ‘risico prioriteringsinstrument’ (RPI). Hierbij komen bedrijven met de grootste risico’s als eerste in aanmerking voor toezicht. Voor vergunningverlening en advies geldt dit ook, maar deze werkwijze is nog niet in een tool omgezet. Hier werken we wel aan bij het project van Twentse Vergunning Strategie, waarbij het toets niveau met behulp van risicobenadering wordt vastgelegd. Rentebaten De rentebaten zijn voor het eerst op genomen in de begroting van 2026. We hebben voorzichtigheidshalve gekozen om een deel van de rentebaten van afgelopen jaar op te nemen in de begroting. Op de lange termijn verwachten we dat het liquiditeitssaldo niet substantieel zal afnemen bij bestaande omvang van activiteiten. De door u aangehaalde wisselvalligheid in jaarlijkse uurtarieven zullen dan plaatsvinden als het rentepercentage met meer dan 60% zal dalen ten opzichte van het rentepercentage ultimo 2024. Bestemmingsreserve Het is mogelijk dat ultimo 2026 nog sprake is van een saldo. We zullen volgend jaar met deze opmerking rekening houden bij het opstellen van de begroting en indien nodig bestemmingsreserve meerdere jaren opnemen. Milieuleges We zien dat er weinig uniformiteit is in milieuleges en dat deze niet goed aansluiten op de producten van de OD Twente.
Inmiddels is door ons een blauwdruk gemaakt van een milieuleges-paragraaf die aansluit op onze PDC (Producten & diensten catalogus). Deze milieuleges-paragraaf gaan we aan alle deelnemers aanbieden om op te nemen in hun eigen legesverordeningen, zodat heffing kan plaatsvinden op specifieke producten in onze PDC. Datakwaliteit Er wordt door de wetgever dikwijls overschat wat de bereidheid is van het aanleveren van gegevens wanneer iets wettelijk verplicht is. Voor onze dienst betekent dit dat er eerst een forse inspanning gepleegd moet worden om de juiste informatie te verkrijgen. Vervolgens moet deze worden getoetst en volgt er in sommige gevallen handhaving. Urencapaciteit 2024 - 2026 Per 2024 is de begroting herijkt, afgesproken is om dit iedere 3 jaren te doen. Hierbij kunnen trends en nieuwe inzichten worden verwerkt in een nieuwe begroting. Financiële zekerheidstelling Binnen de vereniging van Omgevingsdiensten (ODNL) proberen we landelijk al zoveel mogelijk te uniformeren. Binnen de provinciegrenzen doen we dit samen met de Omgevingsdienst IJsselland. Wettelijk is het alleen verplicht om binnen de regio af te stemmen, maar het is verstandig om de raadsleden in te laten zien dat de regio Twente ook niet los staat van de rest van Nederland. Landelijke ICT-tool De OD Twente heeft actief bijgedragen aan de ICT tool Landelijke Vergunning Strategie.
Deze tool wordt door landelijke subsidie tot en met 2028 kosteloos beschikbaar gesteld voor elke Omgevingsdienst in Nederland. Deze landelijke tool, met vooraf ingevulde risicoscores, wordt vertaald naar Twente (hierboven beschreven Twentse Vergunning Strategie). Hierbij wordt alleen van landelijke scores afgeweken als daarvoor een goede
reden is. Sommige regio’s verschillen van elkaar door een ander bedrijvenbestand, zo heeft Twente weinig glastuinbouw ten opzichte van de diensten in Zuid-Holland. We zien dit project als een impuls voor een landelijk level playing field. Ook zijn er geen financiële risico’s de komende jaren, omdat het een simpele tool is die weinig onderhoud of licentiekosten heeft.
Stadsbank Oost Nederland (SON) 4.6.1 Financieel SON heeft een positief financieel resultaat van ruim € 0,6 mln. gerealiseerd in 2024. Het overgrote deel van het verschil zit in de onderbesteding van geraamde lasten in het programma Algemeen Bestuur en komt door vacatures en uitstel van projecten (p. 38 jaarverslag). Wat opvalt is dat er geen rente opbrengsten uit Schatkistbankieren zijn benoemd terwijl dat wel denkbaar zou kunnen zijn. Hier zit mogelijk nog ruimte om beperkt de bijdragen van gemeenten te verlagen. Of dat heel veel is zal moeten blijken omdat het voor burgers beheerde geld buiten die afspraken valt. Reactie: In de begroting is wel rekening gehouden met rente uit schatkistbankieren. De rente opbrengsten zijn in de begroting verantwoord onder de overige baten. De Stadsbank heeft de verplichting en het beleid om overtollige middelen boven de € 1.000.000 bij de schatkist aan te houden om een zo hoog mogelijke renteopbrengst te realiseren. Daarnaast wordt een groot gedeelte van onze middelen onder de € 1.000.000 aangehouden bij de schatkist (zie pagina 23 jaarverslag). De mogelijkheid om de bijdrage van gemeenten te verlagen, zoals hierboven geschetst, is dus zeer beperkt. Financieel relevanter is de vraag over het eigen vermogen. In de kaderbrief (p. 9) wordt gesteld te overwegen om de bovengrens van de weerstandsratio (nu 1,4) te verlagen.
Gegeven de benodigde weerstandscapaciteit van ongeveer 1,0 mln. (p. 21 jaarverslag) betekent de norm voor de weerstandsratio met 0,1 verlagen een eenmalige besparing van k 100. Dit is op dit moment een denkrichting. Toch valt vervolgens op dat het bestuur het volledige financiële resultaat van 2024 toevoegt aan de bestaande reserve die daarmee op 2,2 mln. uitkomt met als gevolg een weerstandsratio van 2,14 (p. 56 jaarverslag). Technisch mag dat volgens de eigen regels, want die stellen dat pas twee jaar na overschrijding van de norm tot afbouw kan worden overgegaan (p. 21 jaarverslag) en is het dus correct. De combinatie van nadenken over verlagen van de norm voor de weerstandsratio en tegelijkertijd met het financiële resultaat het eigen vermogen verder versterken kan aanleiding zijn voor een politieke discussie en mogelijk zienswijze. Reactie: We maken onderscheid in de formeel technische afhandeling van het resultaat 2024 volgens de vastgestelde regels en de in de Kaderbrief 2026 benoemde mogelijke overweging om vanaf het begrotingsjaar 2026 de bovengrens van de weerstandsratio te verlagen binnen de kwalificatie “voldoende” (tussen 1,0-1,4). Dit is één van de mogelijkheden die is geschetst op verzoek van gemeenten omdat zij voor 2026 keuzes moeten maken. Hier vindt nog besluitvorming over plaats.
Mocht hiervoor gekozen worden door het Algemeen Bestuur dan zal dit leiden tot een aanpassing van de regels. Overigens gaat dit om incidentele ruimte voor gemeenten en zal bij incidentele of structurele tegenvallers de ondergrens sneller bereikt worden. Dit brengt voor gemeenten meer mogelijke fluctuaties in de bijdrage met zich mee.
De begroting geeft niet veel aanleiding tot opmerkingen. Wat wel opvalt is dat de onderbouwing van de personeelskosten meer zoekwerk vergt dan in de jaarrekening. De informatie staat over meerdere plaatsen in de tekst verspreid. Inhoudelijk is op de raming van personeelskosten in hoofdstuk 3 ingegaan. Tot slot een technische opmerking. Het voorstel over de concept begroting 2026 vraagt om goedkeuring van de (primitieve) begroting voor 2026 en de meerjarenraming 2027-2029. Dat dictum is onjuist omdat artikel 34, eerste lid van de WGR stelt dat het AB de begroting vaststelt en in de WGR niet over meerjarenramingen wordt gesproken. Daarvoor moet op grond van artikel 35, zevende lid worden teruggegrepen op de Gemeentewet. In artikel 190 van de Gemeentewet wordt de meerjarenraming wel genoemd, maar vervolgens staat in artikel 191 expliciet alleen vaststelling van de begroting. Omdat goedkeuren van een document ook bindende betekenis heeft, zou voor de meerjarenraming het minder bindende begrip instemmen beter passen. Reactie: Dit zullen wij aanpassen in het voorstel aan het Algemeen Bestuur over de begroting voor het komende jaar (2026). We leggen in het definitieve voorstel aan het Algemeen Bestuur de begroting 2026 ter goedkeuring en de meerjarenraming 2027-2029 ter instemming voor. Deze werkwijze zullen we ook in de toekomst hanteren.
4.6.2 Inhoudelijk De opvallendste tekst in het jaarverslag (p. 9) gaat over schuldhulp en detentie. Een tekst als deze is in de jaarrekeningen vanaf 2019 niet eerder voorgekomen. Iemand die gedetineerd is verliest vrijwel onmiddellijk het recht op uitkering. Maar als een kort gestrafte een woning aanhoudt, lopen de huur of hypotheek en de energiekosten wel door. Kan het zijn dat het verlies van een uitkering mede oorzaak is van schuldenproblematiek bij gedetineerden? Met andere woorden: zorgt rijksbeleid over uitkeringen voor een lokaal op te lossen schuldenprobleem en is er aanleiding om dit politiek te agenderen? Reactie: Schuldenproblematiek kan een gevolg zijn van rijksbeleid over inkomen en uitkeringen. Dat geldt overigens niet alleen voor situaties van detentie. De aandacht voor schuldhulp en detentie komt voort uit een politieke agenda voor het verbeteren van de aanpak van schulden vanuit detentie. Door het Ministerie van SZW is dit onder meer uiteengezet in een Tweede Kamer brief. Er komt meer aandacht voor schuldhulpverlening tijdens en na detentie. De meerderheid (54 tot 80%) van de gedetineerden heeft schulden. Uit de praktijk blijkt dat schulden verder oplopen tijdens detentie. Diverse onderzoeken en ervaringsdeskundigen onderstrepen het belang van schuldhulpverlening tijdens detentie met als doel de schulden niet verder te laten oplopen.
Tegelijkertijd is dit in de praktijk vaak ingewikkeld en/of is hier weinig tijd voor, waardoor bekeken wordt of het regionaal oppakken van deze problematiek een deel van de uitkomst kan zijn. SON laat in het jaarverslag prestatie-indicatoren zien. Die indicatoren zijn al jaren in gebruik. Er is op basis van de jaarstukken geen aanleiding om te denken dat andere indicatoren nodig zijn. Twee indicatoren (p. 14 jaarverslag) vragen dit jaar om aandacht. Het gaat om de
wachttijd tot eerste gesprek (PI-1) die duidelijk verslechterd en het percentage klanten dat na een regeling binnen een jaar terugkomt (PI-6a). Dat percentage is op zichzelf laag. Dat kan betekenen dat een of twee klanten die terugkomen het verschil maken. Duiding over de hier genoemde indicatoren ontbreekt. Reactie: De wachttijd tot het eerste gesprek is overall enigszins gedaald in 2024. Dit kan echter wel per gemeente verschillen. Overigens is het ook mogelijk dat de wachttijd langer duurt doordat de inwoner afspraken opschuift of afzegt. De stap naar schuldhulp wordt in Nederland nog vaak als een drempel ervaren. We doen er alles aan om, o.a. door de samenwerking met vrijwilligersorganisaties, het maatschappelijk veld en gemeenten, het op locatie afspreken, algemene voorlichting en het niet onnodig vragen om veel stukken voor het eerste contact, deze drempel weg te nemen. Het percentage klanten dat binnen een jaar terugvalt is laag. Het percentage gaat over klanten die terugkomen bij de Stadsbank. Dat wil niet persé zeggen dat meer terugval niet plaatsvindt. In de bijlagen zijn overzichten opgenomen van onder andere per gemeente uitstaande leningen (p. 66). Een aantal gemeenten heeft in 2024 minder dan 10 leningen uitstaan. Dat roept de vraag op of de gemeente voldoende zicht heeft op mogelijk problematische schulden of dat er iets anders speelt.
De schaalgrootte van gemeenten, los van Almelo, Enschede en Hengelo, geeft geen aanleiding om te denken dat inwoneraantallen de verschillen tussen gemeenten kunnen verklaren. Wanneer de vijf gemeenten waar minder dan 10 leningen uitstaan worden weggelaten, is de gemiddelde uitstaande schuld ruim 2.700. Vanaf een gemiddelde schuld van € 3.200 in een gemeente is de afwijking meer dan 20% van het algemene gemiddelde. Dat kan aanleiding zijn om lokaal vragen te stellen over vroegsignalering van schulden. Reactie: Het overzicht gaat over verschillende typen leningen. Sociale leningen, herfinancieringen en saneringskredieten. Dit gaat niet allemaal over schuldensituaties. Sociale leningen verstrekken we met name voor huishoudelijke apparatuur en woninginrichting voor inwoners met een inkomen tot 130% van het minimumloon. Van schulden hoeft dan geen sprake te zijn. Bij herfinancieringen (volledige schuld wordt betaald) en saneringskredieten (het regelen/afkopen van een schuld) gaat het om schulden. Bij saneringskredieten is de oorspronkelijke schuld vaak vele malen hoger dan de lening bij de Stadsbank. Sommige gemeenten verstrekken leenbijstand in plaats van een sociale lening bij de Stadsbank waarvoor de gemeente borg staat. Dat is een gemeentelijke keuze en kan de verschillen verklaren.