Gebundelde reacties van de verschillende gemeenschappelijke regelingen op de quick
Tekst van het document
Gebundelde reacties van de verschillende gemeenschappelijke regelingen op de quick-scan van de samenwerkende rekenkamers op de begrotingen van de verschillende gemeenschappelijke regelingen.
Samen Twente Algemene bevindingen over GR-en 1. Personele bezetting en onderbesteding Het geschetste punt ten aanzien van personele bezetting en de spanning op de arbeidsmarkt is herkenbaar. Tegelijkertijd constateren wij dat het ons over het algemeen in toenemende mate lukt om vacatures sneller te vervullen dan in voorgaande jaren. Hierdoor is het budgettair voordeel als gevolg van onderbezetting geringer dan voorheen. Invulling van vacatures is wel sterk afhankelijk van de functie. Medische functies (met name artsen) en IT-functies zijn nog steeds lastig in te vullen. Wij geven in onze jaarstukken via de paragraaf Bedrijfsvoering (pagina 46) reeds inzicht in de verhouding tussen formatie en feitelijke bezetting, evenals in het gemiddelde ziekteverzuim. Hiermee is voor de lezer beschikbaar hoe de personele capaciteit zich verhoudt tot de opgaven van de organisatie. 2. Knelpuntenbrieven Wij zien ook de meerwaarde van een knelpuntenbrief. Sinds het begrotingsjaar 2023 werkt SamenTwente met een Ontwikkelingenbrief en begrotingskaders voor het volgende begrotingsjaar. Via deze brief maken we voor ons bestuur en de gemeenteraden de eventuele knelpunten en uitvoeringsvraagstukken reeds inzichtelijk. 3.
Onderbesteding De suggestie om niet ingezette budgetten tijdig over te hevelen vinden wij een goed punt en zien de mogelijke meerwaarde hiervan in het beter laten aansluiten van middelen en uitvoering. Wij staan open voor een verdere verkenning van deze werkwijze. Op dit moment hanteren wij met het algemeen bestuur de afspraak dat de resultaatbestemming plaatsvindt bij de vaststelling van de jaarrekening. 4. Verschuivingen kostenstructuur Wij herkennen de toenemende afhankelijkheid van ICT (in brede zin), de groeiende complexiteit van opgaven en de daarmee samenhangende kostenontwikkeling, zoals ook door de rekenkamer wordt geschetst. Tegelijkertijd constateren wij dat dit vraagstuk in relatie tot uurtarieven onze gemeenschappelijke regeling in beperktere mate raakt vanwege onze financieringswijze. Binnen SamenTwente werken wij voornamelijk met een gemeentelijke bijdrage, aangevuld met een beperkter deel op basis van uurtarieven voor specifieke dienstverlening zoals maatwerktaken. 5. ICT-vraagstukken Het verstandig en verantwoord toepassen van AI is voor SamenTwente een expliciet aandachtspunt en maakt onderdeel uit van ons basisprincipe “Samen in control”. In de begroting 2027 (pagina 23) is dit uitgewerkt. Daarbij hebben wij als doel gesteld om in 2027 te komen tot een vastgesteld beleidskader voor het gebruik van AI.
Vanaf eind 2025 zijn we onze medewerkers hierop gericht aan het trainen. Daarnaast zoeken wij op dit thema actief de
samenwerking met de Twentse gemeenten, onder andere via het IT‑platform Twente, zoals ook in onze reactie op Quickscan van vorig jaar is aangegeven. 6. Rente en financiering SamenTwente is geen kapitaalintensieve organisatie en maakt om die reden geen gebruik van externe financiering. In die zin raakt de geschetste ontwikkeling rondom financieringsstrategieën ons beperkt. Het onderwerp rentebaten in relatie tot schatkistbankieren, is voor ons wel relevant. Hierop gaan wij nader in bij de financiële opmerkingen van de rekenkamer. Bevindingen over SamenTwente Inhoudelijke opmerkingen / vragen 1. Vaccinatieprogramma’s en bereik hiervan Om vaccinatiemomenten onder de aandacht te brengen bieden wij ouders, ketenpartners en gemeenten tijdige en gerichte informatie. Op individueel niveau verstrekken we informatie in meerdere talen (zoals Pools, Arabisch en Engels). Daarnaast organiseren we groepsvoorlichtingen voor anderstaligen. Moeilijk bereikbare ouders worden actief opnieuw benaderd. We zetten ook digitale kanalen in en bieden inhaalmomenten voor vaccinaties op laagdrempelige locaties dichtbij inwoners om het bereik te vergroten. Bij twijfel gaan we in gesprek met ouders om extra uitleg te geven over vaccinaties en het Rijksvaccinatieprogramma. Ook onderzoeken we een andere inrichting van het 22‑wekenconsult, zodat ouders al vroeg worden geïnformeerd.
Voor specifieke doelgroepen, zoals biculturele inwoners, arbeidsmigranten en ouderen, zetten wij gerichte vaccinatie- en preventieactiviteiten in. Zo organiseren we onder meer gordelroosvaccinatiedagen en de COVID-19-najaarscampagne. In samenwerking met huisartsen wordt gekeken naar het gecombineerd aanbieden van vaccinaties om het bereik te vergroten. Binnen seksuele gezondheid richten we ons op risicogroepen, zoals kwetsbare jongeren, sekswerkers en mannen die seks hebben met mannen. Daarnaast analyseren we deelname aan campagnes, voeren we lokaal overleg om doelgroepen beter te bereiken en is onderzoek gestart naar vaccinatiebereidheid van thuiszorgmedewerkers. Ook landelijk werken GGD’en samen aan het verbeteren van het bereik van specifieke doelgroepen. 2. Balans tussen thuis wonen en wonen met verblijf Per situatie moet goed worden gekeken wat de best passende oplossing is voor de jeugdige en het gezin. In de Hervormingsagenda Jeugd, de Wet verbetering jeugdbescherming en de Regiovisie Twente staat ook beschreven dat de visie is dat kinderen zoveel mogelijk thuis opgroeien, mits dit veilig en verantwoord is. In de regiovisie staat ook opgenomen dat we het leidende principe hanteren om jeugdhulp zo aan te bieden dat jongeren thuis kunnen blijven wonen. Thuis is bij voorkeur de ‘gewone gezinssituatie’ bij de ouders.
Als uithuisplaatsing onvermijdelijk is, kiezen we voor woonvormen die zo dicht mogelijk aansluiten bij een huiselijke omgeving. Uithuisplaatsing hebben vaak ingrijpende gevolgen, maar kan niet in alle gevallen worden voorkomen. Het voorkomen ervan kan ook leiden tot overbelasting van het gezin. Soms is een (tijdelijke) uithuisplaatsing nodig voor rust en stabiliteit of om een andere reden niet te voorkomen. Tegelijkertijd zien we dat terugkeer naar huis lastig is met name als het om een langdurige uithuisplaatsing gaat. Langdurig uithuisplaatsen heeft daarnaast ook negatieve effecten op de ontwikkeling van het kind, naast de hoge kosten die hiermee gemoeid gaan. Dit vraagt om een zorgvuldige balans tussen het versterken van gezinnen en het erkennen van grenzen aan wat haalbaar is. De rol die SamenTwente/OZJT hierbij vervult ligt zowel in de basistaak, als in de coalitietaak. In de basistaak wordt ervoor gezorgd dat bovengenoemde
werkwijze op de juiste wijze is geregeld in de contractering met verschillende zorgaanbieders. Vervolgens wordt ervoor gezorgd dat contracten volgens de bedoeling van de contracten worden nageleefd. Ook worden nieuwe regionale of landelijke ontwikkelingen, leemtes in het zorgaanbod of innovaties weer verwerkt in de aanpak, werkwijze of in nieuwe inkooptrajecten. In de coalitietaak is beschreven dat er een coördinatiepunt wonen en verblijf bij SamenTwente/OZJT is, waar kinderen door gemeenten worden aangemeld wanneer zij uit huis moeten worden geplaatst. In dat proces komende verschillende ontwikkeling samen, zoals het werken met een zogenaamde ‘Verklarende Analyse’ die recht doet aan zorgvuldigheid en het inschatten wat de belastbaarheid van het gezin in, het inzetten van ambulante alternatieven die mogelijk de uithuisplaatsing toch kunnen voorkomen, en het zoveel als voorkomen van de situatie waarin een aanvraag als urgent/ een crisis wordt ervaren. Sinds begin 2026 is er een regionale projectleider “wonen en verblijf’ bij SamenTwente/OZJT in dienst, die zich volledig op dit vraagstuk richt. 3. Abstractieniveau geformuleerde ambities en een realistisch tijdspad hiervoor In de Quickscan is aangegeven dat de ambities in de begroting soms concreet en soms meer abstract zijn geformuleerd.
In de begroting 2027 is in hoofdstuk 3 toegelicht dat wij bij de uitwerking van de ambities binnen het strategisch programma werken met een regiespoor en een adaptief spoor. In het regiespoor zijn ambities, opgaven en resultaten uitgewerkt waarvan al duidelijk is dat deze in 2027 worden opgepakt. Deze zijn daarom concreter geformuleerd. Via het adaptieve spoor houden wij als organisatie ruimte om in te spelen op nieuwe of veranderende opgaven. Deze opgaven zijn in de begroting bewust abstracter geformuleerd. De nadere invulling van het adaptieve spoor vindt plaats in samenspraak met de 14 Twentse gemeenten en is geborgd in het strategisch programma. Ten aanzien van het in de Quickscan genoemde voorbeeld van de ambitie om de instroom in de JeugdzorgPlus met 10% te verminderen, onderschrijven wij dat gedrags- en systeemverandering tijd vraagt, zoals ook benadrukt in de Hervormingsagenda Jeugd. Tegelijkertijd is ervoor gekozen om, naast lange termijn doelen, ook concrete en kort-cyclische ambities te formuleren. Dit doen wij om urgentie te creëren, het belang te onderstrepen, voortgang zichtbaar te maken en tijdig bij te kunnen sturen. Specifiek voor de JeugdzorgPlus geldt dat de effecten van plaatsingen voor jongeren vaak ingrijpend en negatief zijn. Daarom wordt zowel landelijk als regionaal ingezet op een zo snel mogelijke afbouw richting nul.
De ambitie om de instroom te verminderen sluit hier direct op aan. Dit vraagt tegelijkertijd om het gericht ontwikkelen van passende alternatieven in de nabijheid van het gezin, zoals versterkte ambulante ondersteuning en kleinschalige voorzieningen. Wij realiseren ons dat dergelijke doelen niet altijd lineair of binnen één jaar volledig haalbaar zijn. De ambitie moet daarom worden gezien als richtinggevend binnen een bredere beweging naar “zo thuis mogelijk opgroeien”. Daarbij monitoren wij de ontwikkeling en stellen we waar nodig bij, in een balans tussen realisme en de noodzakelijke versnelling. 4. Betrokkenheid gemeenteraden bij de Prioritaire Agenda Jeugdzorg Vanuit SamenTwente betrekken wij de raden op een passende wijze, in lijn met onze eigen verantwoordelijkheid en die van de gemeenten en de raden. Concreet betekent dit dat de raden door SamenTwente betrokken worden via onder meer de reguliere P&C cyclus van SamenTwente (ontwikkelingenbrief, begroting, jaarstukken, etc.). Daarnaast is het de intentie van het algemeen bestuur om de bouwstenen van de Prioritaire Agenda Jeugdzorg te zien als noodzakelijke elementen om als Twente tot een meer robuuste Jeugdhulpregio te komen. Het is de wens om als gemeenten meer datagedreven en gezamenlijk te sturen op de jeugdhulp, waarbij er verder wordt geïnvesteerd in de Jeugdhulpregio (OZJT).
Voor structurele borging van een deel van deze taken, moet de Gemeenschappelijke Regeling (GR) worden aangepast. Vrijwel alle gemeenteraden zijn begin 2026 door hun college via een raadsbrief geïnformeerd over de Prioritaire Agenda Jeugdzorg en het besluit van het algemeen bestuur dat hierover in januari 2026 is genomen. Indien tot structurele borging wordt besloten, dan wordt de raad uiteraard ook via de afgesproken procedures betrokken bij de GR-wijziging en bij de verwerking hiervan in de begroting 2028. Wanneer blijkt dat hier meer op nodig is in de informatieverstrekking naar de raad, dan zal SamenTwente dit faciliteren. 5. Veilig Thuis Twente informeren raden over aanpak termijnen Veiligheidsbeoordeling en hoe worden raden hierover geïnformeerd Zoals aangegeven heeft Veilig Thuis Twente een plan opgesteld voor de aanpak van de wachttijden, wachtlijsten en zicht op veiligheid van de wachtenden. Hiervoor wordt onder meer in 2026 tijdelijk extra personeel aangesteld. Dit plan wordt ook ambtelijk besproken met alle gemeenten. Wij zijn voornemens om ook ons algemeen bestuur hierover aanvullend te informeren via een beeldvormende bijeenkomst in juni 2026. Via onze reguliere planning & control cyclus informeren we de gemeenteraden. De raden kunnen voor informatie ook terecht bij hun algemeen bestuurslid. 6.
Publieke Gezondheid asielzoekers, aantallen, effecten spreidingswet en impact op begroting Het is lastig om het aantal asielzoekers en het verloop hiervan in een vroeg stadium van de begroting goed in te schatten. De instroom van asielzoekers is al jaren sterk wisselend. Daarom begroten wij op basis van ervaringen uit voorgaande jaren. Gedurende het jaar monitoren wij continu de in- en uitstroom en passen wij de personele inzet hierop aan. De effecten van de spreidingswet hebben voor deze taak naar verwachting weinig invloed op de werkzaamheden van de GGD. De instroom blijft namelijk grillig, onder andere doordat vooraf niet bekend is hoeveel asielzoekers instromen en welke gemeenten opvang verzorgen. Daarnaast is de JGZ-zorg voor kinderen van asielzoekers door het COA landelijk aanbesteed. In april 2026 is duidelijk geworden dat deze opdracht niet gegund is aan de GGD-en. Deze werkzaamheden komen per oktober 2026 voor ons te vervallen. Wij beschouwen deze aanbesteding niet als een positieve ontwikkeling. Voor publieke gezondheidszorgtaken zou volgens ons het uitgangspunt moeten zijn dat deze publiek, samenhangend en vanuit een preventieve benadering worden georganiseerd. Dit punt heeft ook landelijk de aandacht, gezien de vragen die hierover in de Tweede Kamer zijn gesteld. Financiële opmerkingen / vragen 1.
Incidentele meevallers en tekort OZJT Het is juist dat circa 70% van het gerealiseerde resultaat wordt verklaard door incidentele gebeurtenissen. De Quickscan verwijst daarbij ook naar het negatieve bedrijfsresultaat van OZJT. Dit resultaat is eveneens van incidentele aard en hangt voornamelijk samen met kosten voor de vervanging van personeel bij langdurig ziekteverzuim. 2. Rentebaten en hoe ga je hiermee om Rentebaten zijn grillig. In 2025 zijn deze bijvoorbeeld circa 50% lager dan in 2024. Zoals ook in de eerdere ambtelijke reactie is aangegeven, gaan wij daarom voorzichtig om met het ramen van deze opbrengsten. Om die reden zijn in de begroting 2027 geen rentebaten opgenomen. In 2025 zijn de rentebaten, na besluitvorming van het algemeen bestuur en zienswijzemogelijkheid voor de gemeenteraden, deels ingezet voor het oplossen van het knelpunt binnen Veilig Thuis Twente. Wij onderschrijven daarmee de lijn van de rekenkamer dat rentebaten ingezet kunnen
worden voor interne knelpunten. Dit voorkomt dat achteraf een aanvullend financieel beroep op gemeenten moet worden gedaan. Uiteraard vindt een dergelijke inzet van rentebaten altijd plaats in afstemming met het algemeen bestuur. 3. Bezuinigingen pandemische paraatheid Wij zijn positief over het besluit van het kabinet om de voorgenomen bezuiniging op pandemische paraatheid terug te draaien. Pandemische paraatheid vraagt volgens ons om een structurele versterking. Tegelijkertijd wachten wij nog op definitieve duidelijkheid vanuit het Rijk, inclusief inzicht in de structurele middelen die hiermee gemoeid zijn en de financieringswijze. Zoals ook door de rekenkamer geschetst, zal deze ontwikkeling leiden tot een begrotingswijziging. 4. Coalitions of the Willing en onderschrijding begroting Bij de coalitie Twentse Koers is sprake van een onderschrijding van de gewijzigde begroting van circa € 1 miljoen. Deze onderbesteding wordt met name verklaard door bijdragen van derden met een jaaroverstijgende bestedingstermijn. In de begroting zijn deze middelen, zowel initieel als via begrotingswijzigingen, volledig opgenomen in het jaar 2025. In de praktijk is echter slechts een deel van de werkzaamheden in 2025 uitgevoerd en daarmee ook een deel van het budget besteed. De uitvoering van het resterende deel is doorgeschoven naar 2026, waarbij de bijbehorende middelen worden meegenomen. 5.
Paragraaf weerstandsvermogen De door de rekenkamer aangehaalde actualisatie van het weerstandsvermogen voor het onderdeel GGD Twente houdt verband met het risico rondom de Wet DBA, in relatie tot de inhuur van forensische zzp‑artsen. Ons algemeen bestuur is hierover nader geïnformeerd. In de paragraaf weerstandsvermogen wordt dit risico en de bijbehorende actualisatie verder toegelicht, inclusief de gehanteerde scenario’s. 6. Paragraaf Covid-19 Het verbreden van deze paragraaf vinden wij een goede suggestie. Verbreding naar het thema weerbaarheid en pandemische paraatheid past bij de ontwikkelingen en het belang van structurele aandacht voor dit onderwerp. Wij zullen deze mogelijkheid nader onderzoeken.
GBTwente Reactie op de algemene bevindingen in hoofdstuk 3 Inzage in verwachte en gerealiseerde bezetting in paragraaf 3.1 In de QuickScan is opgenomen dat er bij veel Gemeenschappelijke Regelingen onvoldoende inzage is in de verwachte en gerealiseerde gemiddelde bezetting in het jaar in combinatie met het te verwachten en gerealiseerde ziekteverzuim. Deze cijfers kunnen bestuurders inzage geven over het al dan niet zomaar uit kunnen voeren van extra taken door een organisatie en deze informatie in nu niet makkelijk vindbaar. Reactie GBTwente: GBTwente zal bij het opstellen van de eerstvolgende jaarrekening en begroting kijken in hoeverre deze informatie duidelijker vindbaar opgenomen kan worden. Onderbesteding in paragraaf 3.3
Er wordt geopperd om gedurende het jaar alvast geld te reserveren voor specifieke taken in plaats van aan het einde van het jaar een groot positief resultaat te verantwoorden. Reactie GBTwente: GBTwente merkt in de gesprekken met haar bestuurders dat er terughoudend omgegaan wordt met het instellen van specifieke reserves. We blijven hierover in gesprek met onze bestuurders.
ICT vraagstukken in paragraaf 3.5 Er wordt een opmerking gemaakt dat er in de jaarstukken of begrotingen van Gemeenschappelijke Regelingen niet of nauwelijks aandacht wordt besteed aan vraagstukken rondom gegevensuitwisseling, algoritmen of gebruik van kunstmatige intelligentie. Reactie GBTwente: In paragraaf 3.1.1 van de begroting 2027 wordt uitgebreid aandacht besteed aan de Nederlandse Digitalisering Strategie, waarbinnen ook de inzet van kunstmatige intelligentie wordt meegenomen. Wij zijn dus druk bezig met de nadere uitwerking van de inzet van kunstmatige intelligentie binnen GBTwente. Ook binnen de vastgestelde IT-visie heeft dit een prominente plek. De inzet van kunstmatige intelligentie binnen de processen van GBTwente heeft zich tot nu toe voornamelijk gefocust op de inzet van RPA, voornamelijk binnen het bezwaarproces. Hierover is veelvuldig gesproken in de P&C-documentatie en dit heeft vanaf 2026 geleid tot een forse kostenreductie voor personeel van derden. Rente en financiering in paragraaf 3.6 Er wordt een opmerking geplaatst dat Gemeenschappelijke regelingen soms veel kasgeld aanhielden en kozen voor financiering met kortlopende leningen in verband met de lage rentes tot 2022. De vraag wordt gesteld of een dergelijke strategie nog wel houdbaar is.
Reactie GBTwente: GBTwente heeft geen kasgeldleningen of andere kortlopende leningen, en neemt deze opmerking daarom voor kennisgeving aan. Reactie op de specifieke opmerkingen met betrekking tot GBTwente in hoofdstuk 4 Inhoudelijke opmerkingen in paragraaf 4.2 Opmerking commissie over de groeiambitie, 1e punt Op pagina 26 van de begroting wordt een opmerking gemaakt over de groeiambitie van GBTwente en de gevolgen voor GBTwente. Dit roept de vraag op of er aanleiding is om voor een langere termijn een strategie tot bijvoorbeeld 2040 voor de organisatie te ontwikkelen. Ambtelijk is reeds aangegeven dat hier in 2026 aan gewerkt wordt, waarbij in het midden blijft of de gemeenteraad daarbij wordt betrokken. Reactie GBTwente: In 2025 en 2026 is gewerkt aan het strategieplan 2027-2030. Met het vaststellen van een concept-strategieplan 2027-2030 op 1 april 2026 geeft het ‘oude’ bestuur een vliegende start aan het nieuwe bestuur. Het nieuwe bestuur krijgt later dit jaar het definitieve strategieplan ter vaststelling aangeboden. Bij het opstellen van dit strategieplan zijn met diverse stakeholders, waaronder onze bestuursleden als vertegenwoordigers van de gemeente, analyses gemaakt en
zijn quotes, steekwoorden, aandachtspunten en toekomstbeelden verzameld die als input zijn gebruikt voor het opgestelde concept. Op 1 juli aanstaande wordt er een voorstel in ons bestuur geagendeerd om het strategieplan 2027-2030 voor zienswijzen aan de gemeenteraden voor te leggen. Opmerking commissie over de Wajong uitkering in relatie tot kwijtschelding van belastingen, 2e punt In het jaarverslag wordt op pagina 32 gemeld dat als gevolg van landelijke regelgeving in 2023 een groep mensen met een Wajong uitkering niet meer in aanmerking komt voor kwijtschelding van belastingen. Behalve Almelo en Twenterand hebben deelnemende gemeenten besloten om in voorkomende gevallen de aanslag buiten invordering te stellen. De vraag wordt gesteld of gemeenteraden hiervan op de hoogte zijn en welke keuzes de gemeenteraden voor 2027 en volgende jaren gaan maken. Reactie GBTwente De situatie rondom de mensen met een Wajong uitkering is nog ongewijzigd. Er wordt landelijk een reparatiewetgeving voorbereid. GBTwente heeft via de accounthouders van de gemeenten gevraagd om het huidige beleid van de gemeente gecontinueerd kan worden totdat deze reparatiewetgeving ingaat. Op de gemeente Almelo na hebben de gemeenten inmiddels laten weten om de aanslagen buiten invordering te stellen.
Bij een aantal gemeenten is dit een collegebesluit geweest, bij een aantal gemeenten echter ook een ambtelijk besluit gezien het geringe aantal personen waar het om gaat. Opmerking commissie over de maatschappelijke effecten van bezwaren en kwijtschelding, 3e punt In het jaarverslag wordt op pagina 16 de feitelijke stand over bezwaren en kwijtschelding weergegeven. Bezie of het mogelijk is om hierover meer in termen van maatschappelijke effecten verantwoording af te leggen. Reactie GBTwente Wij nemen dit advies ter harte en bezien bij het opstellen van het jaarverslag over 2026 of wij in de toelichting ook de maatschappelijke effecten mee kunnen nemen. Opmerking commissie over knelpuntenbrieven, 4e punt Op de pagina’s 24-26 van de begroting staan verschillende opmerkingen over uniformiteit van beleidsregels en uitvoeringskwesties. Zo staan er opmerkingen over de basisregistratie adressen en gebouwen, nieuwe ontwikkelingen bij de rioolheffing en over de leegstandswet. Grote landelijke uitvoeringsorganisaties maken tegenwoordig knelpuntenbrieven waarin ze aangeven waar ze bij de uitvoering van hun taken tegenaan lopen. Dat kan gaan over wetgevingstechniek, maar ook over personele capaciteit. U kunt als gemeenteraad het bestuur van GBTwente vragen een dergelijke brief aan de colleges en gemeenteraden op te stellen. Dat kan helpen bij de besluitvorming over lokale belastingregels.
Reactie GBTwente Het heeft niet onze voorkeur om nog een nieuw document aan de planning en control cyclus toe te voegen. Het is wel een optie om in de kaderbrief een aparte paragraaf te wijden aan knelpunten die worden voorzien, zodat de deelnemers hiermee worden geholpen in hun eigen besluitvormingsproces over lokale belastingregels. Financiële opmerkingen in paragraaf 4.3 Opmerking commissie over de vacatureruimte en de gevolgen voor de dienstverlening (3e opmerking)
In de begroting 2027 is veel duidelijker dan in de jaarrekening toegelicht hoe de personeelskosten zijn opgebouwd. Dan valt ook de formatieruimte van bijna 15 FTE (13% per eind december 2025) op. Als dat zich doorzet, en de neerwaarts bijgestelde begroting salariskosten 2026 (p. 6 begroting) lijkt in die richting te wijzen, dan ontstaan opnieuw overschotten bij de jaarrekening. In combinatie met het in 2025 gerapporteerde ziekteverzuim van 6,6% (p. 28 jaarrekening 2025) ontstaat een verlies aan capaciteit dat snel boven 10% uitstijgt. Welke gevolgen gaat dat hebben voor de dienstverlening? Reactie GBTwente De neerwaarts bijgestelde salariskosten 2026 in de eerste gewijzigde begroting 2026 zijn volledig het resultaat van het verwerken van de uitkomsten van de CAO-onderhandeling. De daadwerkelijke loonindexatie volgens de CAO is lager dan het percentage waarmee in de primitieve begroting is gerekend. Omdat wij toch al een gewijzigde begroting 2026 moesten opstellen voor de toetreding van de gemeenten Bronckhorst en Berkelland tot de gemeenschappelijke regeling is ook dit effect verwerkt, zodat nog uitsluitend niet ingevulde vacatureruimte tot uitdrukking gebracht hoeft te worden in de bestuursrapportages en de jaarstukken 2026. In 2025 waren er veel langdurig zieken (vooral privé gerelateerd), waardoor het ziekteverzuim op een voor GBTwente hoog percentage lag.
We zien het ziekteverzuim in 2026 al dalen. Zoals wordt geconstateerd is er inderdaad formatieruimte binnen onze loonsombegroting, waardoor er vrijval aan middelen plaats zal vinden. Inmiddels is in de eerste helft van 2026 54% van de getoonde formatieruimte ingevuld, wordt 2% ingevuld via gedetacheerd vanuit een andere gemeente, wordt 7% op projectbasis opgevangen door de inzet van gespecialiseerde bureaus, is er voor 7% nog een lopende werving waarop de eerste reacties al binnen zijn. Kortom: de gevolgen voor de dienstverlening zijn beperkt. Daar waar nodig worden knelpunten opgevangen door de inzet van personeel van derden. Opmerking commissie over de functieherwaardering (4e opmerking) In de begroting is vermeld dat er sprake is van een proces van functieherwaardering (p. 12). Dat is een zaak voor het bestuur, niet voor de raad. Wat u wel kunt vragen is om een risicoinschatting van de financiële gevolgen, bijvoorbeeld het financieel effect op de totale begroting als de herwaardering leidt tot gemiddeld 1 rang hogere inschaling. Dit naar analogie van risico's over rente zoals die bij een grondexploitatie wel worden aangegeven. Dergelijke informatie had ook in de risicoparagraaf kunnen staan en ook daar ontbreekt een verwijzing. Reactie GBTwente Op dit moment is het nog volledig onduidelijk wat de uitkomst zal zijn van de functieherwaardering.
Het is op voorhand niet gezegd dat alle functies binnen GBTwente hoger ingeschaald zullen worden. In 2026 zal hier meer over duidelijk worden en hier zal via de reguliere P&C-documenten over gerapporteerd worden. Opmerking commissie over kostenontwikkeling vaste kosten (5e opmerking) Het bestuur stelt voor om vaste kosten (denk aan huisvesting en ICT) in het vervolg niet meer in de tarieven per aanslagregel te verwerken maar te verdelen op basis van het aantal inwoners. Het bestuur beargumenteert dat met het voorkomen van herverdeeleffecten bij desintegratie (p. 14 begroting). Door de hele begroting heen is ook een ander argument af te leiden: sommige kosten zoals ICT nemen duidelijk toe zonder dat er een relatie is met het werkelijke productievolume van GBTwente. De redenering is navolgbaar. Wat ontbreekt is dat er in de begroting geen zicht is op de kostenontwikkeling van vaste kosten. Op basis van de tarieven op pagina 43 van de begroting is een schatting te maken: bij circa 530.000 inwoners in de deelnemende gemeenten gaat het dan om ongeveer € 3,15 miljoen. U zou in een zienswijze kunnen vragen om de vaste kosten in begroting en rekening afzonderlijk zichtbaar te maken.
Reactie GBTwente In de kaderbrief is aangegeven dat de kosten voor verzekeringen, huisvesting (inclusief onderhoudskosten huisvesting, dotatie onderhoudsvoorziening, onderhoud meubilair), onderhoud hard- en software, kosten voor DVO Financiën, ICT-kosten, kosten HRM, advieskosten bij overhead, contributies en lidmaatschappen voor bedrijfsvoeringstaken (overhead), kosten OR, accountantskosten voor jaarrekeningcontrole, kosten voor de leaseauto’s en de kapitaallasten (rente en afschrijving) zijn aangemerkt als vaste kosten. In hoofdstuk 1 van de begroting zijn de kosten weergegeven die anders dan de reguliere prijsindexatie naar boven worden bijgesteld of naar beneden worden bijgesteld. De advieskosten en de kosten voor ICT staan hier specifiek genoemd met de geraamde stijging. Alle overige kosten binnen de vaste kosten zullen uitsluitend stijgen met de prijsindexatie. Opmerking technische onderwerpen (7e opmerking) Tot slot twee meer technische onderwerpen gericht aan het bestuur van GBTwente. Ten eerste wordt in de balans alleen een bestemmingsreserve zichtbaar gemaakt. In de paragraaf over weerstandsvermogen wordt daarentegen een onderscheid gemaakt tussen algemene reserve voor risico's en bestemmingsreserves. Het zou logisch zijn om dat onderscheid ook in de balans te maken zodat de aansluiting tussen cijfers te vinden is.
Ten tweede roept de indeling van de baten naar taakvelden (p. 63 begroting) vragen op. Alle baten zijn daar verantwoord op overige baten en lasten in plaats van op de inhoudelijke taakvelden of op overhead. Dat lijkt in strijd met de geldende informatievoorschriften (IV3-2026, p. 18). Juiste toepassing van de informatievoorschriften is van belang omdat de rijksoverheid op die statistische informatie gemeentelijke financiën beoordeelt. Reactie GBTwente In de paragraaf weerstandsvermogen hebben wij helaas ten onrechte de term ‘Algemene Reserve’ gebruikt. Ook de reserve 5% Jaarresultaten is een bestemmingsreserve, waarvoor in de beleidsregels een specifieke bestemming staat beschreven. GBTwente beschikt dus over een tweetal bestemmingsreserves. In toekomstige begrotingen zullen we de juiste terminologie gaan gebruiken. Ten aanzien van de taakveldentabel: wij zullen uitzoeken welke informatievoorschriften thans van toepassing zijn en deze verwerken in de taakveldentabel. De aangepaste taakveldentabel wordt opgenomen in de begroting 2027 zoals deze, behoudens eventuele zienswijzen, op 1 juli 2026 door het algemeen bestuur van GBTwente wordt vastgesteld.
Recreatieschap Twente Reactie op ‘7.2 Inhoudelijke opmerkingen’ Opmerking 1: […]. Heeft het bestuur van het Recreatieschap nagedacht over grenzen aan de capaciteit van de recreatiegebieden en wat toenemend gebruik van recreatiegebieden op termijn, zowel vanuit perspectief van natuurbeheer als overlast, kan betekenen? De recreatieparken in Twente zijn doelbewust aangelegd om recreatie te concentreren en daarmee de druk op kwetsbare natuurgebieden te beperken. Het in de Quickscan genoemde voorbeeld van de Posbank en de verbreding van fietspaden op de Veluwe is niet één-op-één vergelijkbaar met de recreatieparken. Opmerking 2: In de begroting wordt op pagina 10 gesproken van een extra toiletgebouw op Het Lageveld. Dat roept twee vragen op: ten eerste is de capaciteit op de andere parken wel voldoende en van passend kwaliteitsniveau. Ten tweede is in het overzicht van investeringen
op pagina 37 van de begroting een dergelijke investering niet herkenbaar terug te vinden. Wat is de oorzaak daarvan? Ten aanzien van de toiletvoorzieningen bij Lageveld geldt dat de bestaande gebouwen verouderd waren en niet doelmatig konden worden gerenoveerd. Daarom is gekozen voor sloop en gefaseerde nieuwbouw van twee nieuwe toiletgebouwen, waarvan de eerste in de zomer van 2024 is opgeleverd. Voor de komende zomer wordt een tijdelijke toiletunit geplaatst. Bij Hulsbeek en Rutbeek zijn de sanitaire voorzieningen reeds op orde en toekomstbestendig. De investering voor het nieuwe toiletgebouw bevindt zich nog in de planfase en is daarom nog niet opgenomen in het investeringsoverzicht. Opmerking 3: Gemeenten hebben zelf ook groenvoorzieningen en parken in beheer. Zijn er afspraken gemaakt over de kwaliteitsniveaus van onderhoud van parken tussen gemeenten en het recreatieschap? Zo nee, welke argumenten zijn er om dat niet te doen? Het is lastig om de kwaliteitsniveaus van de 14 deelnemende gemeenten te integreren in één onderhouds- of beeldkwaliteitsplan voor Recreatieschap Twente. De recreatieparken hebben een regionale functie, met een andere schaal en gebruiksintensiteit. Uniformering zou onvoldoende recht doen aan deze verschillen en kan leiden tot onduidelijkheid over verantwoordelijkheden en kosten.
Opmerking 4: In de quick scan van vorig jaar stond een opmerking naar aanleiding van verkenningen om onderhoud van gemeentelijke fietspaden door het recreatieschap te laten uitvoeren. In de jaarrekening 2025 noch in de begroting 2027 is over dit onderwerp iets terug te vinden. Wat is de voortgang bij dit onderwerp? De verkenning naar een mogelijke rol van Recreatieschap Twente bij het onderhoud van gemeentelijke fietspaden bevindt zich in een afrondende fase. Het bestuur moet nog besluiten of Recreatieschap Twente deze taak daadwerkelijk gaat uitvoeren. Zolang hierover geen besluit is genomen, kunnen de financiële consequenties nog niet definitief worden bepaald en is opname van bedragen hiervoor in de begroting niet mogelijk. Reactie op ‘7.3 Financiële opmerkingen’ Opmerking 1: Op de meeste onderdelen van de begroting is bij de baten sprake van indexatie. Bij parkeergelden is de begroting 2027 exact gelijk aan die van 2026. De gerealiseerde baten in 2025 liggen ongeveer 10% hoger dan wat nu in de begroting staat. U zou een zienswijze kunnen indienen om ook parkeergelden bij het recreatieschap te indexeren. De inkomsten uit parkeren zijn sterk afhankelijk van externe factoren, zoals weersomstandigheden, en kunnen daardoor aanzienlijk fluctueren.
Vanuit het voorzichtigheidsprincipe worden de opbrengsten daarom gebaseerd op meerjarige ontwikkelingen en dus niet op de standaard indexatie. Vraag 2: Op pagina 15 staat een opmerking over opschaling van Twente Marketing. Het recreatieschap verzorgt voor Twente Marketing alleen het doorbetalen van gemeentelijke subsidies. Opscha ling van activiteiten kan betekenen dat er extra subsidie nodig is. Vragen hierover kunt u rechtstreeks aan uw college van B&W stellen. Met betrekking tot Twente Marketing vervult Recreatieschap Twente uitsluitend een administratieve rol als doorgeefluik van een jaarlijks aangevraagde en toegekende subsidie. De bijdrage is gebaseerd op een door de gemeenten vastgesteld bedrag per inwoner.
Inhoudelijke keuzes over eventuele opschaling van activiteiten en de bijbehorende financiering liggen bij de deelnemende gemeenten zelf. Activiteiten vinden plaats binnen het vastgestelde budget. Vraag 3: […]. In de teksten van het recreatieschap zijn geen verwijzingen te vinden naar een nieuw groot onderhoudsplan. Het ontbreken van een voornemen om een plan te maken kan aanleiding zijn om een zienswijze in te dienen en te vragen om een plan met financiële onderbouwing. Het huidige onderhoudsplan loopt tot en met 2027. Een nieuw onderhoudsplan, inclusief financiële onderbouwing, zal tijdig worden opgesteld en betrokken bij de begrotingsbehandeling voor 2028 en verder. Vraag 4: […]. Los van deze constatering is in het jaarverslag terug te lezen dat voor de beschoeiing € 1,340 miljoen is uitgegeven tegenover begroot € 1,518 miljoen. Uit de ambtelijke reactie op de concept quick scan blijkt dat het project rondom de beschoeiing in 2026 wordt afgerond. Dit betreft een meerjarig project dat doorloopt tot en met 2026. De in de jaarstukken 2025 genoemde uitgaven hebben uitsluitend betrekking op dat verslagjaar; in 2026 volgen nog aanvullende werkzaamheden. Van een definitieve meevaller is op dit moment dan ook geen sprake.
Veiligheidsregio Twente Kernpunten specifiek (par. 10, pagina 25 ev) Knelpunten inzet vrijwilligers op kazernes Almelo / Hengelo. Oplossing van dit landelijke probleem nog niet in zicht (par. 10.1 laatste alinea). De kazernes in Almelo en Hengelo werken met een model van kazernering waarin vrijwilligers samen met de beroeps de dienst draaien. Dat model is juridisch niet houdbaar. Daarom is in het beleidsplan 2026-2029 een heroverweging van deze organisatievorm afgesproken. De grootste uitdaging zit niet zozeer in de oplossing zelf, maar in de financiering daarvan. Afspraken met de meldkamer Oost Nederland over continuïteit en de relatie met de continuïteitsplannen van VRT (opmerking 10.2.1). De meldkamerorganisaties hebben maatregelen getroffen om bij een storing of calamiteit operationeel te blijven. Denk aan de mogelijkheid om uit te wijken naar een andere locatie. Bij langdurige stroomuitval raakt de meldkamer enigszins “buiten spel” en neemt de afhankelijkheid van lokale informatie toe. Vandaar ook het belang van een goed functionerend netwerk van noodsteun- en coördinatiepunten. VRT werkt aan verdere versterking van de eigen bedrijfscontinuïteit. Het is belangrijk dat andere hulpdiensten en vitale partners in de regio dat ook doen. Dat is uiteindelijk de beste voorwaarde voor een weerbare samenleving.
Verduurzaming: waar liggen de grenzen van elektrificatie van het materieelpark? (opmerking 10.2.1)
Het elektrificeren van het wagenpark kent duidelijke beperkingen. We lopen aan tegen overschrijding van contractvermogens. Investeringsuitgaven nemen toe door batterijsystemen en afbouw van fiscale voordelen (BPM). De verduurzaming maakt de organisatie ook niet per se weerbaar: bij stroomuitval zijn de elektrische voertuigen minder inzetbaar. Soortgelijke knelpunten en dilemma’s spelen bij de verduurzaming van de kazernes. Door de netcongestie is de kazerne in Enschede bijv. niet “full-electric” te maken. Er moet worden geïnvesteerd in opslagcapaciteit en energiemanagement. In de volgende kadernota besteden we hier uitgebreider aandacht aan. Geen informatie over bovenlokale systeem- en rampenbestrijdingsoefeningen. (10.2.2) Het huidige oefenprogramma richt zich inderdaad minder op het tussenliggende, bovenlokale niveau. Het belang van dit tussenniveau is gebleken uit de blackout-sessies van vorig jaar. Dit belang wordt meegenomen in de volgende actualisatie van het oefenprogramma. Onderscheid doelen routine en doelen nieuwe ontwikkelingen. In de kadernota wordt een dergelijk onderscheid al gemaakt. Deze presentatiewijze kunnen we overnemen in de begroting. Kernpunten financieel (par. 10.3 pagina 26 ev) Meevallers personele lasten niet alleen eenmalig. In de verklaring wordt gewezen op invulling vacatures. (opmerking 10.3.2).
In de jaarrekening is het voordeel op de loonsom deels als “structureel” is aangemerkt, vanwege invulling van vacatures. Het gaat hierbij niet om de invulling van een specifieke vacature, maar om het feit dat vacatures meestal eerder ontstaan dan dat ze zijn ingevuld. Het personeelsverloop leidt dus tot een zekere onderbesteding van budget. Op zichzelf is dat een stelselmatig gegeven. Onderhoudsbudget materieel wel toereikend? (opmerking 10.3.2) Het nadelige resultaat op materieelonderhoud geeft in de jaarrekening een vertekend beeld, omdat sommige investerings- en onderhoudsuitgaven administratief door elkaar lopen. De begroting en administratie worden hierop aangepast. Er zijn geen signalen dat het onderhoudsbudget niet toereikend is. Meevaller Twente Safety Campus. Kan de bijdrage daarom niet worden verlaagd. Gaat het Rijk niet korten op de bijdrage ingeval van terugkerende meevallers. (10.3.3) Twente Safety Campus behaalt al enkele jaren positieve resultaten. Dat komt door een groeiende en beter gespreide orderportefeuille. Deze omzetontwikkeling is echter niet gegarandeerd. Daarom blijft een kostendekkend resultaat in de begroting het uitgangspunt. Door de positieve resultaten van afgelopen jaren is de reserve van TSC gegroeid. Dit jaar wordt een passend maximum voor deze reserve vastgesteld.
Eventuele extra opbrengsten komen daarmee via de jaarrekening ten goede aan de gemeenten. De rijksbijdrage staat los van de financiële positie van een Veiligheidsregio en wordt dus ongeacht evt meevallers toegekend.
Vooruitontvangen bedragen: post “Service en Beheer” wordt niet besteed (10.3.4) Dit betreft een subsidie voor de verduurzaming van de kazerne in Enschede. Door de eerder genoemde knelpunten in de verduurzamingsopgave, loopt de verbouwing van de kazerne vertraging op en kan deze subsidie niet tijdig worden besteed. Daarom wordt gekeken naar nieuwe subsidiemogelijkheden voor de betreffende verbouwing. Algemene bevindingen (par. 3 pagina 8 e.v.) 3.1 Informatie over personele bezetting als indicator voor krapte / werkdruk. We nemen de gemiddelde bezetting voortaan als indicator op in de P&C-stukken (BERAP, jaarrekening). 3.2 Knelpuntbrieven voor uitvoeringsorganisaties, vergelijkbaar met de sociale verzekeringsbank. Eventuele knelpunten in de uitvoering worden aangekaart in de kadernota. We zien geen meerwaarde in een afzonderlijke brief. 3.3 Onderbesteding ten gevolge van extra baten of tussentijdse aanpassingen van de begroting. Extra bijdragen gedurende het jaar kunnen niet altijd direct worden besteed. Zie bijvoorbeeld de pilotgelden voor Weerbaarheid, die vanuit 2025 worden meegenomen naar dit jaar. Dergelijke bijdragen geven een vertekend beeld van het rekeningsaldo. Dit is ook in de stukken toegelicht. 3.4 Verschuivingen kostenstructuur en relatie naar systematiek van bekostiging (uurtarieven) Niet aan de orde. VRT wordt niet gefinancierd op basis van uurtarieven.
3.5 IT: gebruik algoritmen en kunstmatige intelligentie. Kunstmatige intelligentie en algoritmen zijn kort benoemd in de paragraaf bedrijfsvoering. Naarmate AI een grotere rol krijgt binnen de organisatie, zal dit onderwerp ook uitgebreider in de stukken aan bod komen. 3.6 Rente en financiering: herijking strategie? VRT beschikt over veel kaptaalgoederen (kazernes, materieel, uitrusting, ICT). Het is toegestaan om een beperkt deel van deze goederen met kortlopende leningen te financieren. VRT maakt normaliter maximaal gebruik van deze mogelijkheid. Door de stijgende rente wordt bekeken of de gehanteerde strategie nog passend is. Dit stemmen we af met de ambtelijke werkgroep van GR-en of met de financiële specialisten van enkele gemeenten.
Openbaar Lichaam Crematoria Twente
Op de opmerkingen met betrekking tot het Openbaar Lichaam Crematoria Twente wordt in de bijlage bij het raadsvoorstel al antwoord op gegeven.
Omgevingsdienst Twente Inhoudelijke opmerkingen
Toekomstvisie 2030+ Wij onderschrijven het belang van een duidelijke strategische koers. De Strategische meerjarenagenda wordt momenteel opgesteld in nauwe samenspraak met accounthouders en de VTH-kerngroep. Daarbij is het van belang te benadrukken dat deze agenda wordt vastgesteld door het algemeen bestuur en gebaseerd is op bestuurlijk commitment van de deelnemers. De mijlpalen uit de agenda met financiële impact worden eerst bestuurlijk voorgelegd en vervolgens opgenomen in de P&C-cyclus, zodat de voortgang en financiële impact transparant worden gemaakt. Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water heeft impact op het werkveld van de OD Twente. In dat kader is een project gestart gericht op het actualiseren van vergunningen en het daarop afstemmen van het toezicht. Het toezicht op het dempen van sloten behoort niet tot de primaire taak van de OD Twente. Wel fungeren wij als signalerende partij (“oren en ogen”) voor gemeenten en waterschappen. Kunstmatige intelligentie Het gebruik van kunstmatige intelligentie wordt geborgd in het AI beleid dat momenteel wordt opgesteld. Daarnaast hebben we een vastgestelde BI-strategie. Het onderwerp is geen nieuw beleidsmatig vraagstuk en is daarom niet afzonderlijk opgenomen in de begroting. De toepassing van AI wordt beschouwd als onderdeel van de bedrijfsvoering en valt daarmee onder de bevoegdheid van het dagelijks bestuur.
Drones Drones worden ingezet bij het toezicht op bedrijven. De vluchten vinden plaats onder een exploitatievergunning van Omgevingsdienst NL. Onze dronepiloten zijn hiervoor opgeleid en beschikken over de vereiste certificeringen. Bij de inzet van drones wordt voldaan aan de geldende privacywetgeving. Toename adviesproducten Sinds de invoering van de Omgevingswet zien wij een toename van adviesproducten, met name op het snijvlak van milieu en ruimtelijke ordening. Gemeenten stellen jaarlijks uitvoeringsprogramma’s op waarin het werkprogramma, inclusief adviesproducten, wordt vastgelegd. Deze adviesproducten zijn grotendeels vraag gestuurd. Financiële opmerkingen Uurtarief Wij herkennen het benoemde risico ten aanzien van het uurtarief. Het uurtarief is gebaseerd op structureel beschikbare uren en niet op incidentele inzet. Door het relatief
hoge aantal productieve uren, waaronder ook incidentele inzet, wordt dit risico gedeeltelijk gemitigeerd. In het najaar van 2026 wordt de evaluatie van de financiering opgestart, waarbij dergelijke risico’s expliciet worden meegenomen. Formatie De uitbreiding van 8,8 fte heeft betrekking op het primaire proces. Conform de bestuurlijke uitgangspunten uit de herijking van de financiering (AB-besluit 2022) groeien de kosten voor overhead mee met 17% ten opzichte van het primaire proces. Dit betekent dat uitbreiding van het primaire proces ook leidt tot financiële ruimte voor overheadfuncties. Deze zijn nog niet specifiek geoormerkt in de begroting en worden de komende periode nader uitgewerkt. Landelijke projecten Landelijke projecten vloeien voort uit wet- en regelgeving waaraan de OD Twente en haar deelnemers moeten voldoen. Deze projecten worden in veel gevallen (mede) gefinancierd door de rijksoverheid.
Stadsbank Oost Nederland (SON) 9.2. Inhoudelijke opmerkingen 1. Er wordt in 2027 een toename van het aantal aanmeldingen verwacht terwijl gelijktijdig het aantal mensen dat zelf betaalt voor de dienstverlening van de Stadsbank afneemt (pagina 15 begroting). Wat zijn de gevolgen hiervan voor de Stadsbank en indirect voor de bijdragen van gemeenten aan de dienstverlening? 2. Uit de prestatie-indicatoren blijkt verder dat de afhandelingssnelheid voor het eerste gesprek steeds verder daalt. In 2020 (jaarverslag 2022, p. 21) was nog 88% van de klanten binnen de termijn geholpen, in 2025 is dat 65%. Wat zijn de maatschappelijke gevolgen hiervan en hoe gaat de Stadsbank hierop bijsturen? 3. De cijfers over opgeloste schulden (pagina 82 jaarverslag) laten een toename van het oplossen van schulden via bemiddeling of de wettelijke regeling (Wet Schuldsanering; Wsnp) zien. Wat verder terugkijkend in de stukken ontstaat een ander beeld, namelijk van een daling in absolute termen, maar ook ten opzichte van het aantal indicatiestellingen in een jaar. Zie afbeelding 1 hieronder. Hoe is dit te duiden: werkt preventie wellicht, bereikt de Stadsbank sommige groepen wellicht niet (meer), heeft het te maken met schulden bij overheden en wat betekent dit voor toekomstige taken en budgetten voor de organisatie?
Reactie: De toename van het aantal aanmeldingen wordt veroorzaakt doordat wij vanaf 2026 de aanmeldingen verzorgen voor de gemeente Rijssen-Holten, waar voorheen uitvoering hiervan bij de gemeente lag. Bij het opstellen van de primaire begroting 2026 was dit nog niet bekend. Het aantal mensen wat wij duiden als zelfbetalers daalt inderdaad. Deze mensen betalen zelf voor de dienstverlening. Dit is afhankelijk van gemeentelijk beleid en kan bijvoorbeeld gelden voor mensen die hun schulden hebben afgelost. Hierin zit wel een dilemma: als dienstverlening voor eigen rekening komt, wordt sneller de afweging gemaakt om hiermee te stoppen, hoewel wij in een groot deel van deze situaties anders adviseren. De maatschappelijke gevolgen van afhandelingssnelheid zijn niet alleen aan deze indicator te koppelen. Vanuit Zorgen weg, waarde terug is het belangrijk hoeveel mensen wij bereiken die succesvol een traject doorlopen. Dat betekent enerzijds schuldenvrij als er sprake is van schulden en anderzijds financieel redzaam. Daarvoor is het uiteraard belangrijk dat we aan de voorkant snel en goed in contact komt en daarom volgen wij deze indicator ook nauwlettend, samen met onze 21 gemeenten. Tegelijkertijd zien we dat situaties van inwoners complexer worden, waardoor er meer tijd nodig is voor een goede opstart, zowel op verbinding als aanpak van de schuldenproblematiek.
We zitten nog binnen het landelijk beeld en de wettelijke termijnen, maar als dit beter kan en moet, zullen we hier uiteraard actie op ondernemen. Overigens kan dit per gemeente verschillen en is het ook mogelijk dat de wachttijd langer duurt doordat de inwoner afspraken opschuift of afzegt. De stap naar schuldhulp wordt in Nederland nog vaak als een drempel ervaren. We doen er alles aan om, o.a. door de samenwerking met vrijwilligersorganisaties, het maatschappelijk veld en gemeenten, het lokaal aanwezig zijn en algemene voorlichting deze drempel weg te nemen. De derde vraag is een macro-economische vraag en ook het landelijk beeld. We bereiken nog slechts een deel van de inwoners met geldzorgen. Zie ook het IBO-rapport ‘Naar een beter werkende schuldenketen’. Naar een beter werkende schuldenketen - met bijlagen 1 t/m 10 | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl Veelal werken we als Stadsbank tweedelijns en zijn we afhankelijk van het aantal inwoners dat naar ons wordt doorgeleid. Dit kan harder gaan stijgen als methoden als
vroegsignalering nog effectiever worden, maar omgekeerd kan ook een daling optreden. E.e.a. is ook afhankelijk van de algemene economische ontwikkeling. In beide gevallen beweegt de Stadsbank als organisatie mee in omvang en in bekostiging die voor een groot deel op omvang van de dienstverlening is gebaseerd. 9.3 Financiële opmerkingen 1. De Stadsbank haalde een financieel resultaat van € 270.000 op € € 14,4 miljoen gerealiseerde lasten. 2. In de toelichting op het financiële resultaat blijft de op basis van een gerechtelijke uitspraak terugbetaalde BTW wat onderbelicht. Behalve dat er sprake is van een onttrekking aan de reserve is niet te herleiden wat er nu in de najaarsnota voor was begroot, wat er nu feitelijk is betaald en onder welke kostensoort het is verwerkt (pagina 75). Dat is relevant omdat uit het overzicht op pagina 75 ook blijkt dat de personeelslasten tussentijds omhoog zijn bijgesteld en zelfs nog lager uitvallen dan oorspronkelijk begroot. Dat komt bij huisvesting en overhead als geheel (pagina 76) ook voor. Reactie: In de Voorjaarsnota is opgenomen dat de incidentele last als gevolg van de afwikkeling btwteruggave over beschermingsbewind €320.000 bedraagt. Deze teruggave is verantwoord onder de beheerskosten. Inmiddels is er € 285.000 terugbetaald en staat het restant nog open omdat nog niet alle teruggave geclaimd is.