Gebundelde reactie vd vragen uit de quickscan.docx
Tekst van het document
Quick-scan jaarstukken gemeenschappelijke regelingen In het bijgaande overzicht is de beantwoording van de vragen door de gemeenschappelijke regeling steeds in rood aangegeven. GBTwente •
•
•
•
Vraag u op lokaal niveau af wat u wilt met de rioolheffing gelet op de opmerkingen van GBTwente over de verbreding daarvan naar een waterzorgheffing. Het verbreden van de huidige rioolheffing vraagt inderdaad bestuurlijke en politieke aandacht. Als er overgegaan wordt op een nieuw model dan worden meer inwoners en bedrijven in de heffing betrokken omdat die ook profijt hebben van de gemeentelijke maatregelen. Dit heeft tot gevolg dat de baten ter dekking van de lasten (max. 100%) over meer belastingplichtigen worden verdeeld waardoor het gemiddelde aanslagbedrag op de rioolheffing zal dalen. Dit is onderdeel van het gesprek van GBTwente met de accounthouders van de gemeenten hoe dit vervolgens verder te brengen in de gemeentelijke organisaties. Om de heffing van deze bestemmingsheffing efficiënt en effectief uit te kunnen blijven voeren heeft GBTwente belang bij een zoveel mogelijk uniforme belastingverordening in alle GBTwente-gemeenten. Uiteraard met oog voor de couleur locale. Bepaal of u kaders wil stellen rondom pilots voor de waardering van woningen. Eén van de pijlers uit het strategieplan 2023-2026 is de optimale uitvoering [hoe] van het belastingproces. Daarbij streven we ernaar dat het werkproces zorgvuldig, transparant, van hoge kwaliteit en tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten wordt uitgevoerd.
Een betrouwbare overheid managet echter de verwachtingen en die neemt de inwoner serieus. We hebben lering getrokken uit de pilot in Enschede en zullen eventuele toekomstige pilots op de WOZ-waardebepaling, maar ook andere innovatieve pilots waarbij de inwoner een rol speelt, optimaal in samenspraak met onze deelnemende gemeenten voorbereiden. Inhoudelijk zijn er in de tekst van het jaarverslag ontwikkelingen genoemd rondom de belastingheffing met als specifiek knelpunt de No Cure No Pay (NCNP) problematiek bij de OZB. Kern is dat inwoners bezwaar maken via gespecialiseerde bureaus die daar hun verdienmodel van hebben gemaakt. Dit is geen typisch Twents probleem: op 17 maart jl. heeft de staatssecretaris een brief over dit onderwerp naar de Tweede Kamer gestuurd, waarin is aangegeven dat hij voornemens is de financiële prikkels in het bezwaarstelsel weg te nemen. De actuele ontwikkelingen met als specifiek knelpunt de No Cure No Pay problematiek brengt voor GBTwente flinke uitdagingen met zich mee. Het aantal woz-bezwaarschriften stijgt in het jaar 2023 fors ten opzichte 2022. De No Cure No Pay bureaus (NCNP) hebben de inwoners met grote campagnes aangemoedigd om bezwaar in te dienen.
Het is niet ondenkbaar dat deze ontwikkelingen impact hebben op de uitvoeringskosten van GBTwente en op de hoogte van de proceskostenvergoedingen die in de exploitatie van de gemeente verantwoord worden. Maar zoals de commissie hierboven al heeft opgemerkt is het verdienmodel van de NCNP bij het ministerie van Financiën niet onopgemerkt gebleven en Staatssecretaris Van Rij heeft inmiddels aangekondigd maatregelen te nemen tegen deze ongewenste ontwikkeling. De inzet van deze maatregelen zal moeten helpen om de steeds meer toenemende uit te keren proceskostenvergoeding aan deze bureaus een halt toe te roepen. GBTwente werkt hierin nauw samen met de belastingsamenwerkingsverbanden en de gemeenten. Wij zijn één van de initiatiefnemers die de brandbrief bij de VNG onder de aandacht hebben gebracht. Het is moeilijk een goed beeld te krijgen van de totale kosten van ICT, bijvoorbeeld omdat ICT componenten in de balans onder verschillende rubrieken staan.
•
Door personele wisselingen heeft in 2022 de focus gelegen op stabilisatie van de IT-omgeving en kon er niet optimaal gewerkt worden aan doorontwikkeling van de in 2021 opgestarte ITvisie. In 2023 worden de ambities in de IT-visie herijkt en zal projectmatig de doorontwikkeling verder worden opgepakt. Dit om persoonlijk en begrijpelijk te kunnen blijven, om nog beter te kunnen afstemmen op de behoeften van opdrachtgevers en inwoners en om in de toekomst het applicatielandschap in verband met rechtmatigheid te kunnen aanbesteden. In de visie wordt beschreven hoe het IT-landschap, de IT-organisatie en de IT-governance van GBTwente er in 2026 uit zal zien. Daarnaast wordt een beeld van de komende relevante IT-ontwikkelingen, de huidige (IST) en toekomstige situatie (SOLL) opgenomen. Op basis van een gap-analyse wordt een projectenkalender (-schets) weergegeven en volgt er een financiële impact analyse. In de begroting is op p. 17 onder ‘onderhoud kapitaalgoederen’ sprake van een meerjarig onderhoudsplan voor het kantoorgebouw. Onduidelijk is of er in de begroting kosten voor onderhoud zijn opgenomen. Er is in 2021 inderdaad een meerjarig onderhoudsplan voor de binnenzijde van het kantoor opgesteld. De buitenzijde van het pand wordt door de verhuurder onderhouden. Het meerjarig onderhoudsplan is onlangs in 2023 geactualiseerd.
Er was tot nu geen sprake van grootschalig onderhoud aan de binnenzijde. GBTwente heeft het pand vanaf mei 2019 gehuurd. Op basis van het geactualiseerde meerjarig onderhoudsplan is inmiddels een berekening gemaakt van de kosten voor groot onderhoud voor de komende 10 jaar. In juli 2023 zal aan het Algemeen Bestuur een voorstel worden gedaan om hiervoor een onderhoudsvoorziening te treffen zodat de kosten in de tijd gespreid kunnen worden.
Omgevingsdienst Twente •
•
Ga na wat de betrokkenheid van gemeenteraden is bij de pilot Omgevingstafel en de keuze voor een nieuw specialisme ‘energie en duurzaamheid’ en neem een standpunt in over de gewenste betrokkenheid van de gemeenteraad. De pilot Omgevingstafel is geïnitieerd door de gezamenlijke ‘programmamanagers invoering Omgevingswet Twente’. Aan de OD Twente is gevraagd om deze pilot uit te voeren. De kosten worden door alle betrokkenen gedeeld. De definitieve keuze voor een gezamenlijke Twentse Omgevingstafel moet nog gemaakt worden, hierbij worden ook de lokale besturen betrokken via het PFO VTH. Het nieuwe specialisme energie en duurzaamheid is een gevolg van de toenemende aandacht voor dit thema binnen omgevingsdiensten. Door deze autonome ontwikkeling is het noodzakelijk dat dit onderwerp doorontwikkelt naar een volwaardig specialisme, zoals we in het verleden ook hebben gezien bij andere milieuthema’s zoals bodem, geluid of externe veiligheid. Deze beweging wordt gedekt door Rijksmiddelen en is via het dagelijks bestuur en algemeen bestuur vastgelegd. Vraag om een benchmark over de productieve uren van medewerkers van omgevingsdiensten gelet op de meerdere keren neerwaarts bijgestelde productiviteitscijfers van de Omgevingsdienst Twente. Tijdens het traject herijking van de financiering is gebleken dat de productiviteit van de OD Twente bij de start te rooskleurig is ingeschat.
Uit de Benchmark Omgevingsdiensten 2023, waarin 16 omgevingsdiensten zijn opgenomen, blijkt dat de OD Twente in 2023 het laagste uurtarief heeft en een hoge productiviteit per fte. Aan de hand van de benchmark en het traject herijking van de financiering wordt de productiviteitsnorm vanaf 2024 bijgesteld naar
1360 uur per fte. Dit is overeenkomstig het niveau van de meeste andere omgevingsdiensten. In onderstaande afbeelding wordt het uurtarief en de productiviteit per fte van 16 omgevingsdiensten uit de benchmark weergeven1, waarbij de OD Twente nummer 1 is van onderstaande lijst.
•
Vraag een toelichting op de inhoudelijke inzet van bestemmingsreserves en hoe onttrekkingen aan reserves in de rekening van baten en lasten zijn verwerkt. Bestemmingsreserve werkvoorraad De aanvullende uren voor het werkwerken van de opgelopen werkvoorraad zijn in de exploitatie opgenomen. Dit heeft geresulteerd in een hoger aantal geleverde uren. Deze in rekening gebrachte aanvullende uren zijn gedekt door de onttrekking van de bestemmingsreserve werkvoorraad. De onttrekkingen uit de bestemmingsreserves zijn niet verwerkt in het overzicht van de baten. Deze zijn in mindering gebracht op de verrekening van de meer geleverde uren (factuur / debiteuren). Overige bestemmingsreserves De inzet van deze bestemmingsreserves vindt plaats door een onttrekking aan de reserves. Deze onttrekkingen zijn dus niet in de baten en lasten (exploitatierekening) verwerkt. Voor inhoudelijke toelichting op de inzet van bestemmingsreserve zie toelichting pagina 36 en 37 van de jaarstukken 2022 OD Twente.
•
Vraag een toelichting op de risico’s voor gemeenten als gevolg van veranderingen in de mix van werkzaamheden van de Omgevingsdienst Twente.
Niet duidelijk is welke vermeende risico’s worden geduid. Nieuwe taken, bijvoorbeeld de pilot Omgevingstafel worden door andere/tijdelijke krachten ingevuld en gaan niet ten koste van de basistaken die verplicht bij de OD Twente zijn ondergebracht. In de begroting 2024 is de toenemende vraag naar producten van de OD Twente verwerkt conform het Twents VTH beleid en de bestuurlijke uitgangspunten bij de herijking2. Dit betreft geen toename van nieuwe werkzaamheden maar een intensivering als gevolg van de bestuurlijke ambities. Recreatieschap Twente •
•
•
•
Ga met het bestuur van het Recreatieschap in gesprek over de gewenste richting van het recreatieschap: staat een regionale of nationale oriëntatie in de taakopdracht centraal. In de Quick Scan werden een aantal aandachtspunten benoemd die te maken hebben met visie en beleid van de recreatieparken. In 2022 heeft het bestuur van het Recreatieschap de opdracht gegeven om te starten met een geheel nieuw visietraject voor de Twentse recreatieparken. De visie wordt breed aangevlogen en belangrijke stakeholders worden actief betrokken. Op diverse momenten wordt het bestuur van het Recreatieschap meegenomen in het proces. Naar verwachting zal eind 2023 de conceptvisie bij het bestuur worden aangeboden en dan zal deze via het college ook aan uw raad worden doorgestuurd. Taakstelling en bungalowpark Het Rutbeek Kijkend naar de taakstelling, hebben we hierin de afgelopen maanden flinke stappen gemaakt. De taakstelling is fors gereduceerd met ruim twee derde, mede door diverse efficiéntieslagen binnen de organisatie. De resterende taakstelling ad € 57.000 wordt de komende jaren ingelost. Zoals in de begroting van het Recreatieschap genoemd, zullen de te verwachten opbrengsten uit het realiseren van een nieuw bungalowpark op Het Rutbeek een structurele invulling geven aan de taakstelling.
Het omvangrijke bestemmingsplantraject van het bungalowpark wordt momenteel hervat en zodra deze een definitiever karakter krijgt, zullen ook de baten voor het Recreatieschap geactualiseerd worden. AIIe kosten voortkomend uit voorbereiding en realisatie zijn voor rekening van de initiatiefnemers. Het bungalowpark krijgt overigens in de visie van de recreatieparken een rol. Ga met het bestuur van het Recreatieschap in gesprek over het te voeren parkeerbeleid: is hier sprake van enkel kostendekkend tarief of kunnen parkeerinkomsten dienen als verdienmodel voor andere activiteiten van het Recreatieschap? Recreatieschap Twente genereert structurele inkomsten uit de parkeervoorzieningen op de recreatieparken. Het bestuur heeft de opdracht gegeven om de inkomsten op de recreatieparken te verhogen en deze parkeeropbrengsten dragen hier voor een belangrijk deel aan bij. Omdat het aantal bezoekers - en daarmee ook het aantal parkerende auto’s - van de parken sterk afhankelijk is van o.a. weersinvloeden en economische omstandigheden, fluctueren de jaarcijfers op dit onderdeel ook. In de begroting van 2024 gaan wij uit van een gemiddelde van de afgelopen jaren en dat verklaart het verschil met de jaarrekening van een zonnig 2022, waarnaar in de Quick Scan wordt gerefereerd.
De suggestie vanuit de Quick Scan, om in de nieuwe visie van de recreatieparken het inkomstenmodel uit het parkeren te behandelen, zullen we meegeven aan de ontwikkelaars van de visie. In de begroting is sprake van een kostenstijging van € 0,45 mln. voor het beheer van het routenetwerk. Dat is ongeveer de helft van de totale stijging van de kosten en van de stijging van de gemeentelijke bijdragen. Uit de jaarrekening 2022 blijkt dat er in 2022 voor € 0,15 mln. is geïnvesteerd. Dat roept vragen op over de onderbouwing en de haalbaarheid van de kostenstijging in 2024: kan de organisatie een dergelijke intensivering van beheer en
onderhoud eigenlijk wel aan? Na een zorgvuldige procedure waarin uw gemeente intensief is betrokken, is de visie van Routenetwerken Twente in 2022 vastgesteld door ons bestuur. In de begroting van het Recreatieschap is de aan deze visie gekoppelde kostenstijging van 5 0,45 mln. zichtbaar. De visie betreft niet zozeer een intensivering van beheer en onderhoud, zoals in de Ouick Scan wordt gesteld, maar het professionaliseren en toekomstbestendig maken van de enorme ontwikkeling die Routenetwerken Twente afgelopen 11 jaren is ondergaan. De extra middelen uit de visie worden onder andere ingezet voor het aanvullen van personeel en voor toekomstige onderhoudskosten van bijvoorbeeld routebebording en materieel. Samen Twente • • • •
Vraag om actieve betrokkenheid bij het opstellen van de bestuursagenda 2024-2027, bijvoorbeeld op thema’s als de kwaliteit van de publieke gezondheidszorg, vluchtelingen en de inkoop van jeugdzorg. Op welke wijze is het bestuurlijk proces rondom bestuurlijke keuze rondom de inkoop van jeugdzorg geborgd. Onderzoek of en zo ja welke instrumenten beschikbaar zijn om groepen met een relatief lage vaccinatiegraad op creatieve manieren te bereiken en welke middelen daar voor nodig zijn. Vraag om een uitgebreidere toelichting bij baten die niet afkomstig zijn uit de reguliere gemeentelijke bijdragen.
Stadsbank •
•
•
Vraag een bestuurlijk oordeel over de verdeling van schulden en budget-beheer taken over verschillende leeftijdsgroepen en welke gevolgen dat volgens het bestuur heeft voor werkwijzen en bekostiging van de Stadsbank. De Stadsbank ziet geen grote veranderingen in de samenstelling van de populatie die aanklopt voor schuldhulp, die gevolgen heeft voor onze werkwijze in het algemeen. Met de inzet van een meer klant- en resultaatgerichte dienstverlening met meer tijd en aandacht voor de klant, wordt juist ingezet op maatwerk en de best passende dienstverlening voor de klant (klant voorop). In samenwerking met gemeenten wordt wel op projectbasis gekeken en ervaren of bepaalde doelgroepen meer aandacht behoeven. Zo is samen met de gemeente Enschede voor jongeren een aanpak opgezet met een jongerencoach i.h.k.v. de Twentse belofte. Als schakel tussen gemeente en Stadsbank, met veel tijd voor en aansluitend bij de belevingswerkeld van de jongere en een hands on aanpak worden goede resultaten gehaald. Vraag een meer inhoudelijke onderbouwing van risico’s in relatie tot het eigen vermogen van de Stadsbank alvorens in te stemmen met het verder opbouwen van de algemene reserve. De hoogte van het begrotingstotaal in de ontwerp begroting is niet direct bepalend voor de hoogte van het benodigde weerstandsvermogen.
Het klopt dat enkel een stijging van de ontwerp begroting niet persé leidt tot een verandering van de geldwaarde van risico’s. Bij de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen wordt gebruik gemaakt van een integrale risicoanalyse op basis van de gangbare ‘NARIS’ methode. Bij deze risicoanalyse wordt per onderwerp het risico in beeld gebracht en de frequentie waarin deze op zou kunnen treden. Vervolgens wordt dit risico financieel vertaald, hetgeen resulteert in een claim op de weerstand. De wijzigingen in risico’s komen door aanpassingen in de bekostigingssystematiek. In de begroting op pagina 14 wordt dit toegelicht en vindt u de inhoudelijke onderbouwing van de risico’s. Vraag een toelichting op de onderbouwing van de personeelskosten in relatie tot de gestegen loonkosten en de ambitie om extra personeel in te zetten. De Primitieve begroting 2023 is begin 2022 opgesteld. Later dat jaar is door het Algemeen
Bestuur van de Stadsbank met een nieuwe Strategische Agenda ingezet op een klant- en resultaatgerichte dienstverlening in optimale verbinding met en faciliterend naar gemeenten en hun regie op het sociaal domein, met daarbij een passende toekomstbestendige bekostiging. Dit betekent onder andere meer inzet en tijd voor de klant bij de start van schuldhulp in samenwerking met en op locatie bij de deelnemende gemeenten. De stijging van het aantal fte in de formatie in de Primitieve begroting 2024 heeft voor en groot deel betrekking op deze inzet. NB 1 Overigens wordt in de begrotingen 2023 en 2024 uitgegaan van de richtlijnen van de deelnemende gemeenten voor verbonden partijen, die echter voor die jaren verschillende uitgangspunten kennen. Een directe vergelijking van de cijfers van de jaarschijf begroting 2024 in de Primitieve begroting 2023 met de cijfers in de Primitieve begroting 2024 is daarom niet mogelijk. NB 2 In de Primitieve begroting 2023 waren de personeelslasten al geïndexeerd conform de richtlijnen: (4,2%+2,8%, totaal 7%) voor jaarschijf 2024. In de Primitieve begroting 2024 zijn de personeelslasten geïndexeerd met 10% (8%+2%). Dit is een stijging van 3% in vergelijking met jaarschijf 2024 in de Primitieve begroting 2023. Veiligheidsregio •
•
•
Vraag een toelichting op het bij de Veiligheidsregio onderbrengen van het dossier zorgfraude. | De versterkte aanpak zorgfraude Twente (Inclusief landelijke proeftuin) is opgesteld in opdracht van het DVO en de toenmalige Bestuurscommissie OZJT. Vervolgens hebben de 14 colleges opdracht gegeven voor uitvoering. De bestuurlijke regie op dit onderwerp werd zowel vanuit Veiligheid als vanuit Zorg gevoerd. Na de gemeenteraadsverkiezingen is ervoor gekozen om het onderwerp in het Veiligheidsdomen onder te brengen. Enerzijds om doublures in bestuurlijke afstemming te voorkomen. Anderzijds vanuit de overweging dat zorgfraude een thema is in de aanpak van ondermijning. De primaire rol die VRT op dit gebied inneemt is die van gastheer. Samen 14 (voorheen OZJT) is nauw betrokken bij dit project. De gemeentelijke inbreng bedraagt op grond van collegebesluiten c.a. 70k per jaar voor een periode van drie jaar. De proeftuin wordt bekostigd met een subsidie van de VNG. Ga met het bestuur van de Veiligheidsregio het gesprek aan over de vraag of crisisnoodopvang een permanente taak binnen de Veiligheidsregio moet worden. Veiligheidsregio’s zijn niet van mening dat de inspanningen rondom de (nood)opvang van vluchtelingen bij hen thuishoort. Het is primair de taak van de gemeente om in AZC’s te voorzien en ook om in locaties voor noodopvang te voorzien.
De veiligheidsregio’s zijn enkel aan dit dossier verbonden omdat de opvang in een crisissituatie verzeild raakte (Ter Apel). Ook voor het programma opvang vluchtelingen geldt dat de VRT slechts gastheer is en hoofdzakelijk een coördinerende rol heeft. Het gastheerschap (in de vorm van een projectbureau) blijft in ieder geval tot 1-1-2024 in stand. Na de zomerperiode volgt een bestuurlijke discussie over de follow-up. Vraag een toelichting op het ontbreken van een investeringsraming voor de jaren 2026 en 2027 en risico’s die dat voor de organisatie en ook voor de benodigde budgetten met zich meebrengt. Een soortgelijke opmerking is eveneens in de quickscan van vorig jaar gemaakt. De investeringsplanning heeft een kortere horizon omdat het complex om in dit stadium een reële doorkijk te maken tot en met 2027. De praktijk wijst uit dat binnen de genoemde horizon er al behoorlijke verschillen kunnen ontstaan tussen plan en realisatie. Bijv. vanwege aanbestedingsperikelen of leveringsproblemen. Interne factoren spelen ook een rol: soms kost het meer tijd om wensen en eisen af te stemmen op de financiële randvoorwaarden.
•
•
•
•
Vooruitzichten De begroting ’24 laat zien dat de investeringsruimte in 2024 tot 0 is gereduceerd en met ingang van 2025 enigszins “in het rood” schiet. Kijken we puur boekhoudkundig wat verder op de horizon (wat is per 2026 afgeschreven en staat aldus op de rol voor vervanging), dan neemt dit tekort in de jaren daarna nog wat verder toe. Dit licht toenemende nadeel houdt verband met het voortschrijdende BTW-nadeel op investeringen. We nemen voortaan deze globale doorkijk ook op in de begroting. De huidige geconstateerde verschillen tussen plan en realisatie zijn niet wenselijk. Zeker nu de rente verder oploopt is het van belang om deze verschillen terug te brengen. Intern staan er de nodige acties op stapel om hier verbetering in aan te brengen (aanpassingen in en versterking van de inkoopfunctie in de organisatie). Verklaring minder positief resultaat Twente Safety Campus. Voor de goede orde: in de begroting van VRT is het resultaat van TSC neutraal opgenomen. Los daarvan wordt jaarlijks mede op basis van een actueel inzicht in de orderportefeuille een resultaatprognose opgesteld. Die prognose voor ’22 ging uit van een positief resultaat van 0,2 mln. Het werkelijke resultaat valt minder positief uit, vanwege o.a. inflatietendensen: dergelijke prijsstijgingen zijn mede om contractuele redenen niet à la minute door te berekenen naar de klant.
Daarnaast zijn de lasten hoger uitgevallen vanwege een hoger dan gemiddeld verzuim. Vergroten risicobewustzijn / zelfredzaamheid Vraag: Is er een specifieke aanleiding om bij dit onderwerp van vergroten van risicobewustzijn het thema gevaarlijke stoffen over het spoor te benoemen? Antwoord: nee, het thema is bij wijze van voorbeeld genoemd. Spoorvervoer van goederen en gevaarlijke stoffen vormt één van de specifieke veiligheidsrisico’s in Twente. En dus is het van belang om ook in termen van bewustwording aandacht te besteden aan het thema. Vraag: hoe verhoudt zich dat tot het ontbreken van opmerkingen over bewustwording en zelfredzaamheid rondom BRZO-bedrijven? Antwoord: het spoorvervoer is als voorbeeld genoemd. Het vergroten van risicobewustzijn bij burgers in de nabije omgeving van BRZObedrijven is evenzeer van belang. Met de nieuwe begrotingsopzet is gepoogd om de beleidsinhoudelijke doelstellingen zo kernachtig mogelijk (zonder reeksen van opsommingen) weer te geven. Oprichting Waarborgfonds ongevallen: financiële consequenties niet weergegeven. De procedure tot oprichting van het Waarborgfonds loopt momenteel (traject wensen en bedenkingen). In de begeleidende raadsbrief is aangegeven dat op termijn een zekere mate van lastenverlichting wordt verwacht. Met het beoogde fonds is het mogelijk om steviger in te zetten op collectief eigen risicodragerschap.
De weg naar meer eigen risicodragerschap verloopt geleidelijk. Op grond van het schade- en premieverloop (landelijke cijfers) is evident dat een hoger eigen risico loont. Vanuit gemeentelijk optiek is het besparingspotentieel overigens relatief beperkt. De ongevallenverzekering bedraagt voor VRT 0,2 mln. op jaarbasis. Deze richting is ook niet primair om financiële redenen ingezet, maar om redenen van goed werkgeverschap. Meerjarenbalans / renterisico’s De financieringsbehoefte loopt het komende jaar verder op vanwege de inhaalslag die nu in het investeringsprogramma wordt gemaakt. De rente is in de afgelopen periode fors opgelopen. Huidige marktrentes stijgen op dit moment uit boven de omslagrente van de organisatie. Daarom is inderdaad het risico aanwezig dat bij het aantrekken van additionele financiering de renteresultaten onder druk komen te staan. En dat de huidige omslagrente op enig moment onhoudbaar blijkt. E.e.a. zal afhangen van macro-economische tendensen in de komende periode. De vooruitzichten zijn op dit moment erg troebel.
•
Begroting naar kostensoorten is verdwenen Dat overzicht is in de ontwikkeling van de nieuwe begrotingsopzet per abuis verwijderd. Het overzicht zal m.i.v. 2025 weer in de begroting weer worden opgenomen.
Crematoria Twente • Het huidige dividendbeleid is inmiddels bijna 10 jaar oud. Dat roept de vraag op of er geen aanleiding is tot evaluatie en eventuele herziening van de afspraken. Een nieuw dividendbeleid is kortgeleden door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders vastgesteld.