CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane_Toelichting_GEMARKEERD

Raadsvergadering 30 juni 2026, gemeente LosserBij agendapunt: Beantwoording technische vragen t.b.v Glanerbrugstraat 47-4915.038 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 37

van openheid en kleinschaligheid De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een transformatie van een intensief agrarisch melkveebedrijf naar een agrarisch bedrijf met een voedselbos. Hierbij worden de dragende structuren behouden, geaccentueerd en versterkt. Zo blijft het essencomplex langs de Glanerbeek beschermd en worden met de aanplant keuzes gemaakt om de beleefbaarheid van de es te behouden. De landschappelijke inpassing en de nieuwe functie van het agrarisch bedrijf als voedselbos draagt bij aan het behoud en de accentuering van de dragende structuren van het oude hoevenlandschap. Zie hiervoor tevens paragraaf 2.2 Stedelijke laag In de stedelijke laag is de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen een belangrijk ordenend principe. Efficiëntie en nabijheid zijn belangrijke vestigingsoverwegingen. Daarbij wordt kwaliteit, eigenheid en onderscheidend vermogen van de regio steeds belangrijker. Agrarische erven hebben van oudsher een hele sterke binding met het landschap. Vanuit het erf werden de omliggende gronden in cultuur gebracht en vervolgens eeuwenlang bewerkt. Bijzonder is dat elk landschap zijn eigen erftype heeft.

De opbouw, erfbebouwing, erfbeplantingen en relaties met de omliggende gronden zijn specifiek voor het betreffende landschapstype, alsof in het erf de genen van het landsschap besloten liggen. Bij de transformatie van erven in het landelijk gebied vervalt vaak de vanzelfsprekende samenhang tussen erf en landschap. De ambitie is de erven levend te houden, verbonden met het landschap. Voor het plangebied zijn de aanduidingen 'informele trage netwerk' en 'verspreide bebouwing' van toepassing. Relevante uitgangspunten zijn: Bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit. Behoud en versterking kenmerkende erfstructuur en volumematen. Behouden robuuste ensemble. Koppelen erf aan landschap. Toegankelijkheid landschap verbeteren. Met deze uitgangspunten is waar mogelijk rekening gehouden in het inrichtingsplan. Zo wordt de ruimtelijke kwaliteit verbeterd (landschappelijk inpassing en realisatie voedselbos) en wordt het erf gekoppeld aan het agrarisch landschap, welke gebruik gaat worden als voedselbos. Laag van beleving De laag van de beleving heeft geen rechtstreekse doorwerking op dit plan.

3.3.2

Conclusie provinciaal beleid

Het voorliggende ruimtelijke plan past binnen het provinciale beleid, zoals ook vastgelegd in de provinciale verordening. Het plan past binnen de geldende ontwikkelingsperspectieven en de geldende gebiedskenmerken.

Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 38

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1

Omgevingsvisie Losser 2023-2040

Op 28 maart 2023 heeft de gemeenteraad van Losser de 'Omgevingsvisie 2023-2040' vastgesteld. Met de Omgevingsvisie wil de gemeente losser een toekomstbeeld voor haar gemeente schetsen, waarbij ingegaan wordt op de ambities en de leefomgeving in 2040. Hiervoor heeft de gemeente één centraal uitgangspunt geformuleerd: "Bij alle ambitities en speerpunten staan onze landschappelijke waarden en kwaliteiten centraal". Als grensgemeente wil Losser zich de komende jaren focussen in het aanrekken van toeristen en ondernemers. Hiervoor heeft Losser een viertal overkoepelende ambities geformuleerd met daaraan gekoppeld doelen, keuzes en acties: 1. 2. 3. 4.

Een herkenbaar en gastvrij Losser. Een leefbaar en gezond Losser. Een toekomstgericht Losser. Een innovatief en ondernemend Losser

Deze vier ambities garanderen bovendien dat de opgaven in de fysieke leefomgeving van Losser integraal worden benaderd en daarmee aansluiten bij de Omgevingswet. Naast de overkoepelende ambities heeft de gemeente Losser ook per gebied eigen gebiedsgerichte keuzes. Dit doet de gemeente aan de hand van Geibedskompassen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Voorliggend plangebied is gelegen in het gebiedskompas 'In het dal van de Dinkel'. In dit gebied, dat in de kern kwetsbaar is vanwege natuurwaarden, komen verschillende functies samen. De weidegronden in het beekdal zijn van oudsher onderdeel van het kampenlandschap met de akkergronden en boerderijen op de flank van de stuwwal. Naast het behoud en de ontwikkeling van de natuurwaarden van de Dinkel heeft het dal van de Dinkel ook een belangrijke recreatieve doelstelling, waaronder kansen voor fiets- en wandelmogelijkehden en andere meer kleinschalige vormen van (verblijfs)recreatie. Verder wil de gemeente inzetten op het behoud van de agrarische functie, waarbij ingezet wordt op verbreding en transitie naar kringlooplandbouw. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de ambities uit de Omgevingsvisie met specifiek het gebiedskompas 'in het dal van de Dinkel'.

Zo zorgt de voorgenomen tranisitie van het agrarische bedrijf voor het behoud van de agrarische functie, maar dan in de vorm van een voedselbos waarbij de intensieve agrarische functie komt te vervallen. Tevens zorgt de transitie van het erf ervoor dat op het erf ruimte ontstaat voor recreatie, waaronder kleinschalige (verblijfs)recreatie. Hiermee past de voorgenomen ontiwkkeling binnen de Omgevingsvisie.

Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 39

3.4.2

Nota Verblijfsrecreatie Noordoost Twente 2018

In samenwerking met de gemeenten Dinkelland, Oldenzaal en Tubbergen heeft de gemeente Losser de beleidsnota 'Verblijfsrecreatie Noordoost Twente' opgesteld. Het doel van de beleidsnota is om kaders weer te geven waarbinnen de verschillende vormen van verblijfsrecreatie zich in de toekomst, in de vier gemeente van Noordoost Twente, kunnen blijven ontwikkelen. Binnen de regio is de verblijfssector over het algemeen kleinschalig en traditioneel van karakter. Hierdoor valt te spreken van een verzadigde markt. Conform de beleidsnota is vernieuwing, differentiatie en innovatie nodig binnen de sector, waarbij vraag en aanbod beter aansluiten, om de sector vitaal te houden. Hierbij is de volgende visie geformuleerd: Versterking van het verblijfstoerisme in Noordoost Twente door middel van kwaliteitsverbetering, productvernieuwing en differentiatie in het verblijfsrecreatief aanbod. Voor toekomstige ontwikkelingen hanteert Noordoost Twente een aantal uitgangspunten voor verschillende verblijfsvormen. Zo ook voor plattelandkamers. Onder plattelandkamers wordt verstaan: een (deel van) een (voormalig) agrarisch gebruikt gebouw dat blijvend bestemd is voor recreatief nachtverblijf. Hierbij wordt overnacht: In kamers waarin keuken en/of sanitair in een gemeenschappelijk ruimte worden ondergebracht of In zelfstandige eenheden al dan niet in combinatie met een dagverblijf.

Het gaat om een vorm van verblijfsrecreatie waarbij beleving van het platteland centraal staat. Bij plannen voor verbreding, uitbreiding of nieuwvesting dient bij de afweging met een aantal aspecten rekening te worden gehouden. Zo dient de meerwaarde aangetoond te worden, dienen de plattelandkamers aan brandveiligheidseisen te voldoen, te voldoen aan een goede ruimtelijke ordening (m.b.t. verkeer, milieu, ecologie en landschap). Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Bij de voorgenomen ontwikkeling worden een tweetal plattelandkamers ontwikkeld ten behoeve van de beleving van het Voedselbos en de daarbij horende activiteiten. Hierbij wordt voldaan aan de richtlijnen uit de beleidsnota 'Verblijfsrecreatie Noordoost Twente 2018'. Zo worden de drie plattelandskamers in (voormalige) agrarische bebouwing gerealiseerd, hebben ze beide een maximale oppervlakte van 60 m2 , vindt parkeren plaats op eigen erf en worden de plattelandskamers, als onderdeel van het erf, landschappelijke ingepast. Met de realisatie wordt bijgedragen aan de diversificatie van het aanbod voor verblijfsrecreatie. Een combinatie van plattelandskamers op een agrarisch erf, waarbij de agrarische activiteiten bestaan uit een een voedselbos met de daarbij horende nevenactiviteiten is een nieuwe concept voor Noordoost-Twente.

Hiermee past de voorgenomen ontwikkeling binnen de beleidsnota Verblijfsrecreatie Noordoost-Twente.

3.4.3

Conclusie gemeentelijk beleid

De ontwikkeling is in lijn met de doelen en ambities zoals beschreven in de 'Omgevingsvisie Losser 2023-2040' en in de 'Nota verblijfsrecreatie Noordoost Twente 2018'.

Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 40

Hoofdstuk 4 Waardentoets 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de impact van de ontwikkeling op verschillende waarden beschreven. Hieronder vallen ecologie, archeologie en water. Er wordt beschreven wat er is onderzocht en welke resultaten hieruit zijn gekomen. Vervolgens wordt hier een conclusie uit getrokken met betrekking tot de gewenste ontwikkeling.

4.2 Natuurwaarden Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen getoetst te worden aan de relevante natuurwetgeving en het relevante natuurbeleid. De bescherming van houtopstanden, de bescherming van soorten en de bescherming van gebieden is geborgd in de Wet Natuurbescherming. De kern van het natuurbeleid wordt gevormd door het Natuurnetwerk Nederland (NNN), dat een samenhangend netwerk vormt van natuurgebieden. De provincies zijn het bevoegd gezag. Alleen in een aantal situaties, zoals bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk het bevoegd gezag. Door Eelerwoude is een natuurtoets uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. Deze is opgenomen in Bijlage 5 Voedselbos Glanerbeek Flora- en Fauna Quickscan behorend bij deze toelichting. De belangrijkste conclusies zijn weergegeven in deze paragraaf.

4.2.1

Soortenbescherming

Het uitgangspunt bij het onderdeel soortenbescherming is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten. De wet kent een drietal beschermingsregimes; beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en beschermingsregime “andere soorten”. Elk beschermingsregime heeft zijn eigen verbodsbepalingen. Voor ieder ruimtelijk plan of ruimtelijke ontwikkeling is het verplicht om te toetsen of deze leidt tot overtreding van de betreffende verbodsbepalingen. Wanneer er sprake is van een overtreding dient er onderzocht te worden of er een vrijstelling geldt. Indien er geen vrijstelling geldt, kan het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk zijn. Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt De ontwikkeling zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van een aantal beschermde soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er sprake is van een tijdelijke en plaatselijke verstoring, voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft.

Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Broedvogels Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, als ook op het wegnemen van nesten van vogels. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen,

Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 41

tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. In veel situaties kan dit voorkomen worden door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen (circa van 1 maart tot 15 juli) uit te voeren. De meeste werkzaamheden kunnen binnen het broedseizoen plaatsvinden omdat de omliggende beplantingen hierbij gespaard blijven. Wel dient met werkzaamheden in de schuren rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van in gebruik zijn de nesten. Met name witte kwikstaart en winterkoning gebruiken dergelijke schuren regelmatig om in te broeden. Ongewervelden Binnen het plangebied komt mogelijk kleine ijsvogelvlinder voor. Kleine ijsvogelvlinder plant zich mogelijk ook voort in de aanwezige wilde kamperfoelie. Zolang de houtwal met wilde kamperfoelie in zijn geheel gehandhaafd blijft is nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming niet aan de orde. Deze blijft gehandhaaft. Algemene zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 een omschrijving opgenomen over de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht neemt voor alle in het wild levende dieren en planten, dus ook niet-beschermde soorten, en hun directe leefomgeving. Dit is een algemene verantwoordelijkheid dievoor iedereen geldt.

Het betekent bijvoorbeeld dat er niet onnodig dieren en planten worden gedood, wanneer er redelijkerwijs een andere oplossing voor is, bijvoorbeeld door de dieren te verplaatsen naar een ander gebied.

4.2.2

Gebiedsbescherming

Niet stikstof-gerelateerde effecten In de directe omgeving van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied Dinkelland, de Glanerbeek langs het plangebied maakt hier onderdeel van uit. Dit Natura 2000-gebied ligt op enkele meters afstand van het gebied. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maken echter dat de effecten uitsluitend tot het plangebied beperkt blijven. Hiernaast worden er geen veranderingen uitgevoerd binnen het plangebied welke het Natura 2000-gebied negatief beïnvloeden. Het extensiever gaan beheren van de gronden heeft mogelijk zelfs een positief effect doordat er minder uitspoeling van meststoffen plaatsvindt. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming van niet stikstof-gerelateerde effecten wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof-gerelateerde effecten In het plangebied is sprake van een afname van de stikstofdepositie, aangezien een veehouderij komt te vervallen. Een voedselbos is een dusdanig extensieve vorm van agrarisch ondernemen dat het aannemelijk is dat er sprake zal zijn van een afname van de stikstofdepositie op nabij gelegen Natura 2000-gebieden.

Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 42

4.2.3

Bescherming van houtopstanden

Het omhakken of rooien van bossen is niet zomaar toegestaan in de Wet natuurbescherming. Dit geldt ook bij het rooien of het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging van bomen tot gevolg hebben. Hieronder valt ook beschadiging door vee. Onder bos wordt verstaan: alleen bossen die buiten de 'bebouwde kom Boswet' liggen; alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are (1.000 m2 ); bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het plangebied ligt buiten de bebouwde kom Boswet. Mogelijk worden ruwe berken gekapt ten westen van de woningen. Dit betreft geen rijbeplanting van meer dan 20 bomen of een boselement, groter dan 10 are. Het uitvoeren van een nadere toetsing houtopstanden is hierom niet aan de orde.

4.2.4

Natuurnetwerk Nederland

Het plangebied valt niet binnen de begrenzing van het NNN-gebied van de provincie Overijssel of de Zone Ondernemen met Natuur en Water. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied betreft de Glanerbeek. Van afname van areaal is hierom geen sprake, tevens worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN significant aantasten. Een uitgebreide toetsing wordt daarom niet noodzakelijk geacht.

4.3 Archeologie en cultuurhistorie Aardkundige, archeologische en cultuurhistorische waarden moeten zoveel mogelijk worden behouden.

4.3.1

Archeologie

Op basis van het Verdrag van Malta en de Wet op de archeologische monumentenzorg is het uitgangspunt gesteld om archeologische erfgoed zoveel mogelijk ter plekke te bewaren en maatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. De verstoorder van de bodem is verantwoordelijk voor het behoud van de archeologische resten. Daar waar behoud ter plekke niet mogelijk is, betaalt de verstoorder het archeologisch onderzoek en de mogelijke opgravingen. Voor ruimtelijke plannen die archeologische waarden bedreigen, moeten betrokken partijen in beeld brengen welke archeologische waarden in het geding zijn. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De gemeente Losser heeft haar archeologische waarden beschermd middels dubbelbestemmingen in het bestemmingsplan 'Buitengebied'(vastgesteld 19-03-2013). Voorliggend plangebied kent gedeeltelijk de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Voor deze gronden geldt een onderzoeksplicht voor ingrepen met een oppervlakte groter dan 2.000 m2 en dieper dan 30 cm onder het maaiveld. De realisatie van de voorgenomen kas en werkschuur zijn niet binnen de dubbelbestemming gelegen. Daarnaast blijven geplande werkzaamheden (zoals bodem ingrepen) beperkt en beneden de grenswaarden. Daarmee wordt archeologisch onderzoek niet benodigd geacht. De archeologische dubbelbestemming blijft behouden om de archeologische waarden ook in de toekomst te beschermen.

Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 43

Afbeelding 27. Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied, met de agrarische dubbelbestemming uitgelicht (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

4.3.2

Cultuurhistorie

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, ook cultuurhistorische waarden in het plangebied worden meegewogen bij ruimtelijke ontwikkelingen die met een nieuw bestemmingsplan planologisch mogelijk worden gemaakt. Er worden met het voorliggende plan geen cultuurhistorische waarden gesloopt of aangetast. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Met het voorliggende plan worden geen cultuurhistorische waarden gesloopt of aangetast. Er bevinden zich in het plangebied geen rijks- of gemeentelijke monumenten die worden gesloopt en/of aangetast. Ook worden andere cultuurhistorische waarden niet aangetast. Zo blijft de es aan de noordkant van het plangebied intact en beleefbaar.

4.4 Water Het is verplicht om in elk bestemmingsplan een waterparagraaf op te nemen. In deze waterparagraaf wordt een overzicht gegeven van het beleid dat van toepassing is op het plangebied. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden aangetoond dat in het plan mogelijkheden bestaan voor een goede waterhuishouding. Europees beleid Sinds 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht. Deze richtlijn moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater verbeterd zodat het water chemisch en ecologisch (weer) gezond wordt. Alle waterbeheerders moeten ervoor zorgen dat de waterkwaliteit in 2015 op orde is. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op stroomgebied niveau plannen opgesteld. In deze stroomgebiedplannen staan de concrete

Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 44

doelstellingen en maatregelen beschreven voor de verschillende stroomgebieden. Rijksbeleid Het Nationaal Water Programma 2022–2027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Er wordt gewerkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Er liggen grote opgaven voor het waterdomein: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. We moeten blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en klimaatrobuuste zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte. Ook de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht. Daarnaast zijn allerlei functies afhankelijk van water, zoals de scheepvaart, de landbouw en de natuur. Op de Noordzee moeten vele functies, waaronder de opgaven voor windenergie, natuurontwikkeling, duurzame visserij, scheepvaart en zandwinning, in balans met elkaar een plek krijgen. Om aan te geven hoe we omgaan met de uitdagingen van ons water, ontwikkelde de Rijksoverheid het Nationaal Water Programma 2022-2027. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022.

In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Provinciaal beleid In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. De provincie werkt nauw samen met Waterschappen om haar ambities te realiseren. Hiervoor hebben de waterschappen eigen regionale waterbeheerplannen opgesteld. De Provinciale staten hebben de wettelijke bevoegdheid tot het instellen en opheffen van waterschappen, tot regeling van hun gebied, taken, inrichting, samenstelling van hun bestuur en tot de verder reglementering van waterschappen. De manier waarop de waterschappen hun taak uitoefenen is onderhevig aan provinciaal toezicht doordat het waterbeheerplan de goedkeuring van Gedeputeerde Staten behoeft. Dus de provincie stelt de regels en de waterschappen doen verder de uitvoering van het waterbeheer.

Waterschap Vechtstromen Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in een Watervisie 2050 en Waterbeheerprogramma 2022-2027. De drie belangrijkste opgaven voor waterschap Vechtstromen uit de Watervisie 2050 zijn de toenemende droogte en overlast als gevolg van klimaatverandering, de waterkwaliteit die onder druk staat en de transitie naar een duurzame ontwikkeling. Maar deze opgaven bieden ook kansen. De Watervisie van Vechtstromen benoemt zeven hoofdlijnen, maakt een doorkijk naar 2050, richt het denken en werken van de waterschapsorganisatie en biedt belanghebbenden duidelijkheid hoe we het gesprek over de leefomgeving insteken en we moeilijke keuzes niet willen ontwijken. Het Waterbeheerprogramma vloeit rechtstreeks voort uit de Watervisie en beschrijft hoe het waterschap in de periode van 2022-2027 werkt aan het realiseren van het gewenste

Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 45

waterbeheersysteem. De Keur en Legger Op de Leggerkaart, behorende bij de Keur waterschap Vechtstromen, is te zien dat er een drietal watergangen nabij het plangebied zijn gelegen. Dit zijn de Glanerbeek aan de oostzijde, de sloot aan de noordzijde bij de es en een watergang, welke langs en onder het erf doorloopt. In de Keur artikel 3.2 (Watervergunning waterstaatswerken en beschermingszones) staat vermeld dat het zonder vergunning verboden is om gebruik te maken van en handelingen te verrichten, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, met betrekking tot een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszone.

Afbeelding 28. Uitsnede legger Waterschap Vechtstromen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een voedsbos op de agrarische percelen, waarbij de agrarische bestemming blijft behouden. Ter plaatse van het erf wordt overtollige verharding verwijderd en naast nummer 49 een nieuwe kas en werkschuur gerealiseerd. Deze ontwikkelingen hebben geen directe impact op de aanwezige watergangen. Werkzaamheden en handelingen vinden buiten de watergangen en de daarbijhorende beschermingszones plaats. Digitale watertoets Op grond van artikel 12 van het Besluit op de ruimtelijke ordening moeten ruimtelijke plannen voorzien worden van een waterparagraaf. Hiervoor moet het proces van de watertoets worden doorlopen. Bij het watertoetsproces gaat het om het hele proces van vroegtijdig meedenken, informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het waterschap is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (zie Bijlage 6). Uit de digitale watertoets komt dat de 'normale procedure' gevolgd kan worden. De initiatiefnemers hebben de voorgenomen plannen afgestemd en hebben nauw contact met het waterschap. Het waterschap staat positief

Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 46

tegenover de ontwikkeling en verwachten ook positieve effecten met de komst van het voedselbos.

Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 47

Hoofdstuk 5 Milieutoets 5.1 Inleiding Nieuwe initiatieven hebben te maken met milieuaspecten. Een aantal van deze milieuaspecten zijn ruimtelijk relevant. In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op: bodem; geluid; luchtkwaliteit; externe veiligheid; bedrijven en milieuzonering; vormvrije m.e.r.-beoordeling; verkeer en parkeren.

5.2 Bodem Sinds 1 januari 2008 is in het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) vastgelegd hoe we in Nederland omgaan met het hergebruik van schone en licht verontreinigde grond en de bescherming van de bodem. Bij vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de gewenste ontwikkeling. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling betreft geen ontwikkeling waarbij nieuwe woningen of andere milieugevoelige objecten worden toegevoegd. Voorliggend bestemmingsplan maakt een voedselbos met de daarbij horende activiteiten mogelijk en zorgt er daarnaast voor dat de intensieve functie komt te vervallen. De agrarische bestemming blijft behouden. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling worden in de nieuwe situatie bestaande gebouwen, zoals de ligboxenstal, getransformeerd zodat deze passen bij de functie van het voedselbos en daarbij horende nevenactiviteiten, waaronder een winkelfunctie en proeflokaal. De bestaande jongevee stal wordt verbouwd tot plattelandskamers. De bestaande machine berging wordt binnen het erf verplaatst naar beter passende locatie. Ten behoeve van de aankoop van de locatie aan de Glanerbrugstraat en de beoogde functiewijziging is door Kruse Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd.

Dit onderzoek is in Bijlage 7 behorende bij voorliggende toelichting bijgevoegd. De conclusie van dit onderzoek is dat er enkele verontreigingen zijn waargenomen. Echter overschrijden de gemeten gehalten de tussenwaarden niet, waardoor het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet aan de orde is. Vanuit milieukundig oogpunt was er geen bezwaar tegen de aankoop van het terrein, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico’s voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik.

Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 48

5.3 Geluid Bij het aspect geluid is de Wet geluidshinder (Wgh) van toepassing. Deze wet heeft als doel het terugdringen van hinder als gevolg van geluid. De wet stelt bepaalde eisen aan de geluidsbelasting van geluidsgevoelige functies. Op basis van deze wet dient bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan aandacht te worden besteed aan het aspect geluid door de akoestische situatie te beoordelen. De geluidsbronnen die de Wet geluidhinder behandelt zijn industrielawaai, verkeerslawaai en railverkeerslawaai. Industrielawaai is bij deze locatie niet van toepassing, omdat er geen industrie in de nabije omgeving gelegen is. De mate waarin geluid, veroorzaakt door het wegverkeer, het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder. De wet stelt dat in principe de geluidsbelasting op de gevel van woningen niet hoger mag zijn dan de voorkeursgrenswaarde (48 dB), dan wel een nader bepaalde waarde (hogere grenswaarde). Onder deze waarde hoeft wettelijk gezien aan verkeerslawaai geen aandacht te worden besteed. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in het toevoegen van geluidsgevoelige objecten, zoals woningen. De akoestische situatie blijft onveranderd. Een onderzoek voor het aspect geluid is hiermee niet aan de orde.

5.4 Luchtkwaliteit Het wettelijk kader met betrekking tot de luchtkwaliteit is sinds 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) en in de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). In titel 5.2 van de Wm is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geregeld. In dit programma staat onder andere beschreven wanneer en hoe overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen moet worden aangepakt. In het programma wordt rekening gehouden met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Ontwikkelingen die binnen het programma passen, hoeven niet meer te worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen. Voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging, hoeft geen onderzoek te worden gedaan naar de luchtkwaliteit. Voor een woningbouwlocatie geldt bijvoorbeeld dat deze niet in betekenende mate bijdraagt wanneer deze niet meer dan 1.500 woningen omvat (met de bijbehorende verkeersbewegingen). Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Voorliggend plan voorziet in de ontwikkeling van een voedselbos met daarbij horende activiteiten, zoals een proeflokaal en een winkel. Deze ontwikkeling is kleinschaliger dan het huidige melkveebedrijf en is dan ook niet vergelijkbaar met de omvang van de realisatie van 1.500 woningen.

Tevens is het aantal verkeersbewegingen in de bouw- en gebruiksfase van het voedselbos en de voedselboskwekerij niet beduidend hoog dat deze een negatieve impact heeft op de luchtkwaliteit. Er is daarom sprake van een ontwikkeling die niet in betekende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit.

Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 49

5.5 Externe veiligheid Externe veiligheid is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving door onder andere productie, opslag, verlading en gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Vanaf 1 januari 2010 zijn er strikte risicogrenzen die in milieuvergunningen en bestemmingsplannen moeten worden vastgelegd. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Dit gaat concreet om bedrijven die risicovol zijn, vervoer van gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water, en transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Externe veiligheid kan op twee manieren ingedeeld worden: Transport risico behandelt de externe veiligheid langs transportassen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, zoals spoorlijnen, buisleidingen en snelwegen. Risico bij inrichtingen gaat over externe veiligheid rond bedrijven waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt, bijvoorbeeld tankstations met LPG-verkoop. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) verplicht gemeenten om afstand te houden tussen gevoelige objecten en risicovolle bedrijven. Er wordt gewerkt met een plaatsgebonden risicocontour (PR) en een groepsgebonden risico (GR): In het Bevi heeft iedere risicovolle inrichting een veiligheidszone gekregen. Dit heet de plaatsgebonden risicocontour (PR-contour).

Binnen deze contour mogen nieuwe kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen, grootschalige kantoren) of beperkt kwetsbare objecten (zoals verspreid liggende woningen, bedrijfswoningen, kleinere kantoren) niet of niet zonder meer worden opgericht. Het Bevi gaat uit van een PR-contour 10-6/jr. Naast het plaatsgebonden risico kent het Bevi ook het groepsgebonden risico (GR). Het groepsgebonden risico geeft aan wat de kans is op een ongeval met ten minste 10, 100 of 1000 dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde bron. Het aantal personen dat in de omgeving van de bron verblijft bepaalt daardoor mede de hoogte van het groepsrisico. Voor het GR geldt geen harde juridische norm, maar is een zogenaamde oriënterende waarde. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is vanaf 1 januari 2011 het toetsingskader bij planontwikkeling in de nabijheid van hogedrukaardgasleidingen en overige leidingen met gevaarlijke stoffen. De afweging van de externe veiligheidssituatie van buisleidingen heeft grondslag in de Wet Milieubeheer (Wm) en in de Wro.

Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 50

Afbeelding 29. Uitsnede risicokaart Nederland, waarbij het plangebied binnen de rode cirkel is gelegen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Aan de hand van de risicokaart is de externe veiligheid van het plangebied getoetst. Deze is te zien op bovenstaande afbeelding. Uit de risicokaart blijkt dat in het plangebied geen risicovolle inrichtingen, transportassen (spoor, weg en water) of transportleidingen aanwezig zijn.

5.6 Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies (uitwaartse zonering); het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen (inwaartse zonering); Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen.

Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 51

Bij de toetsing aan de richtafstanden gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling betreft een transformatie van een melkveebedrijf naar een voedselbos met voedselbos kwekerij. Voor een voedselbos zijn geen specifieke richtafstanden opgenomen. Voor kassen en bedrijfsgebouwen behorende bij tuin- of akkerbouw zijn wel richtafstanden opgenomen. De grootste afstand is hierbij 30 meter voor het aspect geluid. De VNG-uitgave kent tevens geen richtafstand voor een proeflokaal. Voor het proeflokaal wordt een vergelijking gemaakt met 'Restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding', waarbij de hoogste richtafstand 10 meter bedraagt. Deze richtafstanden zijn lager dan dat voor het houden melkvee (100 meter) en varkens (200 meter). Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling een positieve bijdrage heeft voor omliggende woningen en andere milieugevoelige objecten. Ook worden er geen bedrijven in de omgeving, met de voorgenomen verandering van bedrijfsvoering, belemmerd in hun bedrijfsvoering. Het voorgenomen plan wordt voor het aspect 'bedrijven en milieuzonering' uitvoerbaar geacht.

5.7 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben ook wel genoemd de 'vergewisplicht'. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst, deze geeft aan of er voor activiteiten en projecten beoordeeld moet worden of er een MER gemaakt moet worden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.

De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten. Drempelwaarden Besluit m.e.r. Het gehele plangebied wordt voorzien in directe eindbestemmingen waardoor, indien activiteiten mogelijk worden gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden, sprake kan zijn van een m.e.r-beoordelingsplichtig plan. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op

Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 52

grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Tevens kan de voorgenomen ontwikkeling niet worden aangemerkt als een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Gelet op de kenmerken van het plan (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten, zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander is tevens bevestigd in de aan bod gekomen milieu- en omgevingsaspecten in dit hoofdstuk en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. Op basis van de beschikbare informatie kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling geen nadelige milieueffecten met zich meebrengt. Dit plan is daarom niet m.e.r.- (beoordelings-)plichtig.

5.8 Verkeer en parkeren Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient rekening te worden gehouden met de parkeer behoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Ten behoeve van een goede ontsluiting wordt de huidige inrit verlegd, zodat er een betere ontsluiting ontstaat naar het erf en naar de woning van de naast gelegen buren (nummer 41 en 43). Op dit moment moeten de bewoners van nummer 41 en 43 langs het erf aan de Glanerbrugstraat 47 om bij hun woning te komen. De nieuwe inrit maakt dat zij een eigen aftakking krijgen, wat ten goede van de verkeersafwikkeling komt. Parkeren Parkeren gebeurt op eigen terrein. Op het terrein van het voedselbos is ruimte voor twaalf parkeerplaatsen achter de verplaatste wagenloods. Bij de nieuwe kas is tevens ruimte voor acht parkeerplaatsen. Bij incidentele piekmomenten is langs de entreelaan ruimte gereserveerd voor zestien extra parkeerplekken.

5.9 Conclusie milieutoets De verschillende aspecten van de milieutoets, zoals besproken in dit hoofdstuk, duiden niet op nadelige milieueffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Er kan geconcludeerd worden dat de milieuaspecten geen belemmering vormen voor de beoogde ontwikkeling.

Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 53

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt uiteengezet hoe de juridische regeling (de regels en de verbeelding) van dit bestemmingsplan is vormgegeven. Er zijn vier typen regels opgenomen: inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en een slotregel. Deze regels zijn gebaseerd op de regels uit het bestemmingsplan 'Buitengebied' (en de daaropvolgende herziening van de regels) van de gemeente Losser. Met onderhavig bestemmingsplan wordt dus aangesloten op de wijze waarop de bestaande planregels zijn geformuleerd in het bestemmingsplan 'Buitengebied' om zo eenduidig om te gaan met de planregels.

6.2 Inleidende regels In Artikel 1 Begrippen is omschreven wat met de gebruikte begrippen wordt bedoeld. Het gaat om begrippen die van het 'normale' spraakgebruik afwijken of een specifieke juridische betekenis hebben. Bij toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. InArtikel 2 Wijze van meten is aangegeven hoe de maten die bij het bouwen in acht moeten worden genomen, gemeten dienen te worden.

6.3 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch - 2 Voor de gronden binnen het plangebied die rondom het agrarisch bedrijf zijn gelegen is de bestemmming 'Agrarisch - 2' toegekend. Deze bestemming blijft hoofdzakelijk ongewijzigd ten opzicht van het vorige bestemmingsplan, is het nieuw dat de bestemming wordt voorzien van een specifieke functieaanduiding ten behoeve van het voedselbos. Artikel 4 Agrarisch - Agrarisch bedrijf De bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' is toegekend aan het agrarisch bedrijf, waarbinnen de bebouwing en de verschillende nevenactiviteiten zijn toegestaan. Deze bestemming blijft in hoofdlijnen gelijk ten opzichte van het vorige bestemmingsplan, waarbij binnend deze bestemming een aantal nevenfuncties worden toegestaan. Artikel 5 Waarde - Archeologie 2 Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor onderzoek naar en bescherming van naar verwachting aanwezige archeologische waarden

Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 54

6.4 Algemene regels Deze regels zijn algemene regels die voor het gehele bestemmingsplan gelden. Vaak zijn ze van toepassing op meerdere bestemmingen: Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich voornamelijk voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Artikel 7 Algemene gebruiksregels In dit artikel worden de vormen van strijdig gebruik voor gronden en bouwwerken genoemd. Artikel 8 Algemene aanduidingsregels In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven. Deze regels zijn de gebiedsaanduidingen in dit bestemmingsplan en regelen de bescherming van de karakteristieken van de essen. Artikel 9 Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Artikel 10 Overige regels In dit artikel worden de overige regels beschreven.

6.5 Overgangs- en slotregels Het overgangsrecht ten aanzien van bouwen en gebruik is opgenomen in Artikel 11 Overgangsrecht Het overgangsrecht ten aanzien van bouwen en gebruik is opgenomen in Artikel 11 Overgangsrecht. Uitbreiding van de bebouwing die onder het overgangsrecht valt is slechts mogelijk met afwijking van het bevoegd gezag. Het laatste artikel is Artikel 12 Slotregel Dit artikel geeft aan onder welke naam dit plan kan worden aangehaald.

Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 55

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1 Inleiding In artikel art. 3.1.6 lid 1, Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat onderzocht moet worden of een bestemmingsplan uitvoerbaar is en beschreven moet worden hoe burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken.

7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.2.1

Overleg

Het Rijk Geoordeeld is dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel Het ontwerpbestemmingsplan wordt in het kader van wettelijk vooroverleg toegezonden aan de provincie Overijssel Waterschap Vechtstromen Tevens is het plan middels de digitale watertoets afgestemd met waterschap Vechtstromen. De resultaten van deze afstemming zijn weergegeven in paragraaf 4.4 Water. Daarnaast hebben de initiatiefnemers al contact gehad met het waterschap over de voorgenomen ontwikkeling. Het waterschap staat positief tegenover de voorgenomen ontwikkeling.

7.2.2

Participatie

De initiatiefnemer hechten veel waarde aan goede buurtschap en dus ook noaberschap. Om de plannen te introduceren hebben de initiatiefnemers een eigen website opgericht waar de ontwikkelingen te volgen zijn. Daarnaast hebben de initiatiefnemers met de buren gesproken over de beoogde plannen. Daarnaast hebben er diverse paticipatiemomenten plaatsgevonden de afgelopen jaren. Hiervoor is door een initiatiefnemers een samenvatting opgesteld, welke in Bijlage 8 is bijgevoegd.

7.2.3

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor de duur van zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn in totaal zes zienswijzen ingediend. In de Nota van zienswijzen, welke als Bijlage 9 is bijgevoegd wordt nader ingegaan op de ingediende zienswijzen en de reactie daarop.

Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 56

7.3 Economische uitvoerbaarheid Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatie plan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatie plan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatie plan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is.

Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 57

www.eelerwoude.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=27fa49cb-dc1c-43e1-b262-000526999147