Buitengebied_ partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane_Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Toelichting Buitengebied, Partiële Herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane
Opdrachtgever: Voedselbos Glanerbeek Glanerbrugstraat 47-49 7585 PK Losser
Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl
Projectgegevens:
Projectnummer: 202492 Datum: 24 oktober 2023 Projectleider: B. ten Dam Opgesteld: T. Rood Gecontroleerd: M. Brakels Status: ontwerp Versie: 1 © 2023 Eelerwoude Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
1.1 Aanleiding
6
1.2 Locatie plangebied
6
1.3 Huidig planologisch regime
8
1.4 Bij het plan behorende stukken
9
1.5 Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
10
2.1 Huidige situatie
10
2.2 Toekomstige situatie
15
Hoofdstuk 3
Beleidskader
24
3.1 Inleiding
24
3.2 Rijksbeleid
24
3.3 Provinciaal beleid
26
3.4 Gemeentelijk beleid
39
Hoofdstuk 4
Waardentoets
41
4.1 Inleiding
41
4.2 Natuurwaarden
41
4.3 Archeologie en cultuurhistorie
43
4.4 Water
44
Hoofdstuk 5
Milieutoets
48
5.1 Inleiding
48
5.2 Bodem
48
5.3 Geluid
49
5.4 Luchtkwaliteit
49
5.5 Externe veiligheid
50
5.6 Bedrijven en milieuzonering
51
5.7 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
52
5.8 Verkeer en parkeren
53
5.9 Conclusie milieutoets
53
Hoofdstuk 6
Juridische aspecten en planverantwoording
54
6.1 Inleiding
54
6.2 Inleidende regels
54
6.3 Bestemmingsregels
54
6.4 Algemene regels
54
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 3
6.5 Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 7
Uitvoerbaarheid
55 56
7.1 Inleiding
56
7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
56
7.3 Economische uitvoerbaarheid
57
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 4
Toelichting
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Aan de Glanerbrugstraat 47-49 te Glane (gemeente Losser) is een voormalig melkveebedrijf gelegen. De initiatiefnemers zijn onlangs eigenaar geworden van het agrarisch bedrijf en zijn voornemens de agrarische activiteiten voort te zetten in de vorm van een voedselbos met een voedselbos kwekerij en de daarbij horende nevenactiviteiten, waaronder de verwerking van eigen geteelde producten en een kwekerij.
De bijbehorende gronden rondom het erf (circa 17 hectare) worden ingericht als voedselbos, passend bij de landschappelijke en bodemkundige kenmerken en het erf wordt gebruikt voor de verwerking en verkoop van de producten afkomstig uit het voedselbos. Op die manier worden de agrarische activiteiten op het erf voortgezet, maar dan in een andere vorm dan voorheen. Daarnaast is op circa 1 kilometer van het erf een veldkavel (circa 8 hectare) gelegen, welke ook onderdeel uitmaakt van de 17 hectare. Deze veldkavel is gelegen in de gemeente Enschede en maakt derhalve geen onderdeel uit van voorliggend bestemmingsplan.
Op 21 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Losser een positief principebesluit genomen ten aanzien van het, door de initiatiefnemers, ingediende principeverzoek. De realisatie van het voedselbos, inclusief bijbehorende activiteiten, wordt mogelijk gemaakt middels voorliggend bestemmingsplan.
1.2 Locatie plangebied Het plangebied is gelegen in Glane, net buiten Glanerbrug tussen Enschede en Losser. Het totale plan omvat de herontwikkeling van het erf en bijbehorende gronden aan de Glanerbrugstraat 47-49 en de veldkavel aan de Lonnekerweg in de gemeente Enschede. Voorliggend bestemmingsplan voorziet enkel in de voorgenomen ontwikkeling aan de Glanerbrugstraat 47-49. Het plangebied binnen de gemeente Losser bedraagt circa 17 hectare en is gelegen aan de Glanerbrugstraat, welke Losser met Enschede verbindt. Het plangebied grenst daarnaast aan de Glanerbeek, welke tevens de grens met Duitsland vormt. Afbeelding 1 geeft de ligging van het totale plan weer. Afbeelding 2 laat het erf en de omliggende gronden aan de Glanerbrugstraat zien.
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 6
Afbeelding 1: Overzicht totale plan Voedselbos Glanerbeek.
Afbeelding 2: Luchtfoto met het plangebied aan de Glanerbrugstraat 47-49 binnen het witte kader.
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 7
Het erf binnen het plangebied bestaat uit een tweetal bedrijfswoningen, een ligboxenstal, een jongveestal en een werktuigenberging. Daarnaast zijn op het erf diverse kuilplaten en sleufsilo's aanwezig. Onderstaande afbeelding laat de reeds aanwezige bedrijfsgebouwen en sleufsilo's zien.
Afbeelding 3: Aanwezige bedrijfsgebouwen aan de Glanerbrugstraat 47-49.
1.3 Huidig planologisch regime Het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan 'Buitengebied' van de gemeente Losser, welke is vastgesteld op 19 maart 2013 door de gemeenteraad. Binnen dit bestemmingsplan kent het plangebied de enkelbestemming 'Agrarisch - 2'. Daarnaast kent het zuidoostelijke deel van het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Verder kent het perceel aan de noordzijde de gebiedsaanduiding 'essen' en is over het gehele plangebied de gebiedsaanduiding 'Reconstructiewetzone - verwevingsgebied' van toepassing. Een uitsnede van het bestemmingsplan is weergegeven in afbeelding 4.
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 8
Afbeelding 4: Uitsnede Bestemmingsplan 'Buitengebied' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).
1.4 Bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan 'Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane' bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek. nr. NL.IMRO.0168.bp008vzp20ph03-0301) en een renvooi; regels; toelichting; Bijlagen behorende bij de regels en toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van het plangebied weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van de voorliggende toelichting.
1.5 Leeswijzer De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit een zevental hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plan. In hoofdstuk 3 komt het beleidskader aan bod. In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het, van toepassing zijnde rijksbeleid, provinciaal beleid en gemeentelijk beleid. Het voorgenomen plan wordt getoetst aan de randvoorwaarden die volgen uit het beleid. Hoofdstuk 4 bevat een waardentoets. Hieruit blijkt welke waarden er in het projectgebied en de directe omgeving aanwezig zijn en of deze worden aangetast door de ontwikkeling. In hoofdstuk 5 komen de relevante milieu-aspecten aan bod. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 een korte toelichting gegeven van de juridische aspecten en planverantwoording. In hoofdstuk 7 wordt tot slot ingegaan op de ruimtelijke, maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 9
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt de voorgenomen ontwikkeling nader toegelicht, waarbij eerst de huidige situatie wordt beschreven. Hierna volgt een beschrijving van het toekomstige erf.
2.1 Huidige situatie 2.1.1
Beschrijving plangebied
Het plangebied van de voorgenomen ontwikkeling is gelegen in de gemeente Losser, aan de rand van Glane tegen Glanerbrug (Gemeente Enschede) aan. Het plangebied wordt begrenst door de Glanerbeek, welke aan de zuidoostzijde van het plangebied loopt, en de Glanerbrugstraat, welke de kern Losser met Glanerbrug verbind. Het plangebied bestaat uit het erf van een voormalig melkveebedrijf en de daarbij horende gronden. In totaal beslaat het plangebied circa 17 hectare. Onderstaande afbeeldingen geven een impressie van het erf en de omliggende huiskavel weer.
Afbeelding 5: Impressie van het erf aan de Glanerbrugstraat 47-49.
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 10
Afbeelding 6: Impressie de gronden rondom het erf.
2.1.2
Historie
Op historische kaarten is de ontwikkeling van het huidige landschap goed zichtbaar. De Glanerbeek, met de daarbij horende groenstructuur is op de kaart van 1900 duidelijk zichtbaar. Op de historische kaart van 1900 is de kleinschaligheid en de aanwezigheid van diverse landschapselementen van het oude hoevenlandschap, langs de meanderende beek weergegeven. Percelen werden afgebakend met houtwallen om het vee te kunnen weiden. Op de hoger gelegen koppen de essen en kampen die voornamelijk voor graanteelt gebruikt werden. De historische kaart van 1900 geeft ook duidelijk de verschillende hoogteverschillen tussen de essen en de omliggende percelen weer. Op de kaart van 1935 is goed te zien dat de heide en ook de moerassen zijn verdwenen. In die periode werden in heel Nederland deze woeste gronden ontgonnen en werden wegen aangelegd. Het karakter veranderde doordat houtwallen verdwenen en akkers deels werden omgezet naar grasland, omzoomd door prikkeldraad.
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 11
Afbeelding 7: Historische kaarten ter plaatse van het plangebied.
Na de tweede wereldoorlog vestigde zich steeds meer bewoners langs de Glanerbrugstraat en vanaf de jaren 60 is goed te zien dat boerenbedrijven groter werden en in het landschap diverse erven ontstonden. In de jaren 60 vestigde een melkveehouder zich op het erf aan de Glanerbrugstraat 47-49, deze is op de kaart van 1966 nog niet zichtbaar. De toename van grasland is echter wel zichtbaar op bovenstaande kaart.
2.1.3
Landschap
Het plangebied is gelegen op een helling met als laagste punt de Glanerbeek. Onderstaande hoogtekaart geeft duidelijk de ligging op de helling weer. De ligging aan het Dinkeldal, in de flank van de stuwwal Enschede-Oldenzaal is bepalend voor de natuurlijke ondergrond. De stuwwal is gevormd tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien (370.000 tot 130.000 jaar geleden). Landijs voerde toen sediment mee uit Scandinavië, dat vermengd werd met lokaal materiaal en zich afzette als keileemlaag, of grondmorene. Deze keileem bestaat uit sterk zandige tot siltige klei, met daarin grind, stenen, blokken en keien. De bovenste laag is vaak zandiger dan de onderlaag, door verwering en uitspoeling van de kleideeltjes.
In de laatste ijstijd, het Weichselien, 120.000 tot 15.000 jaar geleden, was het klimaat in Nederland koud en droog. Er was weinig begroeiing en de wind had vrij spel. Grote hoeveelheden zand uit drooggevallen rivier- en beekbeddingen werden verstoven en als dekzand
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 12
over het gebied afgezet, zoals langs de randen van de stuwwallen. Dit dekzand bestaat voornamelijk uit fijn, kalkloos zand. In de laatste 10.000 jaar, het Holoceen, ontstond een landschap van dicht begroeide zandruggen en –koppen met daaromheen vochtige, laaggelegen delen waar beken doorheen stroomden.
Afbeelding 8: Hoogtekaart plangebied (bron: AHN, bewerking door initiatiefnemers).
Essen Aan de noordzijde van het plangebied (zie afbeelding 9) is een es gelegen, welke door hoge groene randen wordt omsloten. Deze es is sterk aangetast, doordat de es door de jaren heen is afgevlakt en een watergang door de es is gegraven. Vanwege de aanwezigheid van een watergang door de es en het ontbreken van kenmerkende stijlranden is de es ruimtelijk gezien niet als es te herkennen. De initiatiefnemers willen de huidige essenstructuur in overeenstemming brengen met de daadwerkelijke situatie. Dit willen zij doen door de es op de
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 13
juiste plek aan te duiden. De daadwerkelijke plek van de essen is gelegen langs de Glanerbeek. Dit is ook zo opgenomen in de beleidskaarten van Provincie Overijssel. Hierdoor is de huidige gebiedsaanduiding 'Overige zone - essen' niet juist. Aangezien de es elders is gelegen ten opzichte van de huidige gebiedsaanduiding verleggen de initiatiefnemers de gebiedsaanduiding naar de daadwerkelijke es, langs de Glanerbeek. De es langs de Glanerbeek fungeert tevens als kapstok voor het landschappelijk raamwerk (2.2.2). In de presentatie van Van Pardion x De Groot, welke als Bijlage 2 is bijgevoegd is dit voornemen landschappelijk en ruimtelijk weergegeven.
Afbeelding 9: Foto van de diepe sloot welke de es (conform bestemmingsplan) aan de noordzijde doorsnijdt (bron: initiatiefnemers).
Glanerbeek Langs de Glanerbeek zijn de hoogteverschillen (bolling) nog wel goed te herkennen en te ervaren. Wel zijn de essen langs de Glanerbeek door de jaren heen afgevlakt en zijn de stijlranden ook hier verdwenen. Echter, in tegenstelling tot de es aan de noordzijde is de es langs de beek ruimtelijk nog wel te herkennen. De gronden langs de Glanerbeek behoren tot de oudere landbouwgronden. Langs de Glanerbeek is tevens nog een klein stuk beekbos aanwezig, maar een groot deel is onbegroeid tot aan de beek. Aan de Duitse zijde van de Glanerbeek staan oude eikenbosjes aan de beek, waardoor een stevige, hoge wand aan deze langgerekte ruimte staat. De combinatie van de welvingen in het landschap met de lange zichtlijnen en doorkijkjes levert een bijzonder fraai landschap op.
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 14
Afbeelding 10: Foto van de es (conform provinciaal beleid) langs de Glanerbeek, waarbij de bolling zichtbaar is (bron: VPxDG).
2.2 Toekomstige situatie De intiatiefnemers zijn voornemens het huidige melkveebedrijf te transformeren naar een voedselbos met een voedselbos kwekerij, waarbij een bijdrage wordt geleverd aan de ontwikkeling van een toekomstbestendige, regeneratieve, landbouw. Hiermee komt de functie van de intensieve veehouderij te vervallen. Het doel van de transformatie is om de agrarische activiteiten voort te zetten, maar dan in de vorm van een voedselbos. De initiatiefnemers willen een florerend en natuurvriendelijk agrarisch bedrijf opbouwen met een productief en duurzaam toekomstbestendig voedselbos. Naast de ontwikkeling en productie van het voedselbos wil de initiatiefnemer andere mensen ook kennis laten maken met het voedselbos en de producten die daar vanaf komen. Daarom wordt op het erf ook ruimte geboden om producten te proeven en te kopen. Verder zijn de initiatiefnemers voornemens op grote schaal te experimenteren met deze nieuwe manier van landbouw en daarmee ook andere te inspireren om zelf aan de slag te gaan met voedselbosconcept. Daarom worden er cursussen gegeven en naast het voedselbos ook een voedselboskwekerij opgestart waarbij voedselbosplantgoed wordt gekweekt.
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 15
Afbeelding 11: Overzicht huidige situatie (bron: initiatiefnemers).
2.2.1
Het voedselbos
In een voedselbos wordt een ecosysteem nagebootst, waarin een ecologisch evenwicht ontstaat die de bodemkwaliteit verbetert en de biodiversiteit verhoogt. Het systeem maakt zoveel mogelijk gebruik van de beschikbare energie van de zon doordat het is opgebouwd uit verschillende lagen. Wanneer het ecosysteem gevestigd is, houdt het voedselbos zichzelf in pincipe in stand en zal de oogst elk jaar groter worden, zonder dat daarvoor mest of intensieve bewerkingen nodig zijn. De soorten die toegepast worden in een voedselbos vervullen voedselproducerende functies of eco-systeem-diensten, specifiek om de bodem te voeden, insecten en andere dieren aan te trekken of om beschutting te bieden.
Voor het voorgenomen voedselbos is nog geen concreet beplantingsplan van soorten en ontwerp gemaakt. Afhankelijk van diverse onderzoeken, zoals bodemonderzoeken, grondwaterstanden en dergelijke, de lokale behoefte en eventuele samenwerkingen met andere toekomstboeren zal een concreet plan worden gemaakt voor de beplanting van het voedselbos. Aangezien het telen- en oogsten in de vorm van een voedselbos passend is binnen de agrarische bestemming en een voedselbos een eigen gewascode kent bij de Rijksdiens voor Ondernemend Nederland (RVO) is er geen noodzaak om een concreet beplantingsplan te hebben om de voorgenomen partiële herziening mogelijk te maken. Vanuit het principeverzoek geldt wel een voorwaarde om het erf landschappelijk in te passen. Voor het erf wordt wel een beplantingsplan opgesteld, voor het voedselbos is dit niet noodzakelijk. Tevens zal bij de provincie Overijssel een ontheffing worden aangevraagd voor de herplantverplichting. Dit maakt dat de houtopstanden ten behoeve van het voedselbos te allen tijde verwijderd en gewijzigd kunnen worden, zoals dit bij gangbare gewasproductie ook mogelijk is.
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 16
2.2.2
Inrichtingsplan
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een inrichtingsplan (vlekkenplan) opgesteld, welke is opgenomen in Bijlage 1 van de toelichting van dit bestemmingsplan. Hierna volgt een beknopte beschrijving van de beoogde inrichting van het erf en omgeving aan de Glanerbrugstraat 47. Afbeelding 12 laat een schetsontwerp van het beoogde eindbeeld zien.
Afbeelding 12: Beoogde planonderdelen van het voedselbos en de voedselboskwekerij (bron: initiatiefnemers).
De inrichting van het voedselbos is erop gericht om de bestaande landschappelijke elementen te versterken en toekomstbestendig te maken. In het uiteindelijke beplantingsplan voor het voedselbos worden de verschillen in hoogtes, grondsoorten en waterstanden en de kamers met verschillende ruimtelijke- en cultuurhistorische kwaliteiten meegenomen in de keuzes voor bijvoorbeeld specifieke teelten. Daar waar op het vlekkenplan voedselbos is gesitueerd is het de bedoeling om een aantrekkelijk landbouwsysteem te realiseren. De uitstraling moet hierbij uitnodigend zijn voor voorbijgangers.
Landschappelijk raamwerk Een uitgebreide analyse naar historie en ondergrond van het plangebied is gemaakt vanuit een besef dat de plek de absolute basis moet zijn van het voedselbos. Het landschap is de
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 17
onderlegger voor het logisch situeren van de verschillende functies, een duurzaam raamwerk voor agrarische ontwikkeling. Daarbij is herstel van de landschappelijke eenheden en logica het uitgangspunt. Zoals eerder in de toelichting al aangeven is geconstateerd dat de noordelijke es niet langer als es herkenbaar is. Het essencomplex aan de beek is ook vergraven, maar hier is de bolling nog wel waarneembaar en ook het kleine esje ten zuiden van het erf heeft wel nog een typische bolling. Door de nieuwe functies zorgvuldig te positioneren kunnen deze essen weer herkenbaar worden. De volgende onderdelen geven concreet vorm aan deze ambitie.
Afbeelding 13. Weergave landschappelijk raamwerk (bron: initiatiefnemers).
Houtwal De bestaande houtwallen tussen de verschillende percelen worden opgeknapt. In het verlengde van de bestaande houtwal worden ook nieuwe houtwallen gerealiseerd. Zo wordt circa 200 meter aan houtwal aangelegd op de percelen van het voedselbos.
Beekdal Ander onderdeel in de onderlegger is het terugbrengen van een zone met bomen aan de beek. De Glanerbeek komt dan in de schaduw te liggen, wat voor de flora en fauna in de beek zeer gunstig
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 18
is.
Erven in het bos De verschillende erven met woningen, agrarische gebouwen en tuinen worden aan elkaar geregen tot één ruimtelijk herkenbaar geheel. Rondom de gebouwen zijn natuurlijk al veel grote eiken. Door hier veel bomen van eerste grootte eetbare bomen, zoals kastanje en walnoot, aan te planten vullen de nieuwe bomen de bestaande grote eiken aan.
Laan Een beetje landgoedallure wordt toegevoegd aan het agrarisch perceel door een brede notenlaan als nieuwe entree naar het erf aan te leggen. Zie hiervoor tevens het kopje hieronder 'nieuwe entree'.
Nieuwe entree Ten behoeve van de nieuwe bedrijfsvoering zal vanaf de Glanerbrugstraat een nieuwe entree worden aangelegd. De huidige entree loopt over het erf van de buren op nummer 45, via het erf van de initiatiefnemer, naar nummer 41 en 43. Met de nieuwe bedrijfsvoering is dat niet wenselijk. Door een nieuwe entree aan te leggen hebben de buren op nummer 45 geen last meer van (vracht)verkeer van en naar het voedselbos. Met de nieuwe inrit wordt tevens een aparte afslag gemaakt richting nummer 41 en 43. In de nieuwe situatie hoeven de bewoners van 41 en 43 niet meer over het erf van de initiatiefnemers om bij de woningen te komen. Vanuit de gemeente (projectgroep Glanerbrugstraat) is aangegeven welk punt voor de nieuwe entree aan de Glanerbrugstraat verkeerskundig wenselijk is, waarna de route naar het erf zo veel mogelijk wordt aangesloten op de landschappelijk kenmerken. De nieuwe ontsluiting zorgt er daarnaast voor dat bezoekers via het voedselbos richting het erf rijden, waardoor de aandacht gelijk op de bebouwing van het erf wordt getrokken. Zo is het voor bezoekers duidelijk waar zij terecht kunnen voor o.a. producten uit het voedselbos.
Het erf Naast de inrichting van de agrarische percelen wordt het erf aan de Glanerbrugstraat 47-49 ook heringericht. Ten behoeve van de voedselbos kwekerij wordt bij nummer 49 een nieuwe kas en nieuwe werkschuur gerealiseerd. Om de kas met bijbehorende werkschuur te realiseren, wordt de begrenzing van het bouwvlak verlegd om ruimte creëren. Per saldo blijft de oppervlakte van het bouwvlak hierbij gelijk. Daarnaast zijn de initiatiefnemers voornemens om het essencomplex langs de Glanerbeek te herstellen. Het huidige bouwvlak ligt over het essencomplex (conform de typering van Provincie Overijsel) langs de Glanerbeek. In de beoogde situatie, waarbij het essencomplex wordt beschermd middels een gebiedsaanduiding, is het niet mogelijk om de kas binnen het bestaande bouwvlak te realiseren, aangezien bebouwing op de flank van de es gebouwd dient te worden. Zie hiervoor tevens de onderbouwing, welke met de gemeente Losser is besproken in Bijlage 3. Het verleggen van de grenzen van het bouwvlak maakt het tevens mogelijk dat het essencomplex weer open kan worden gemaakt. Hierdoor kunnen de bestaande sleufsilo's voor kuilvoeropslag en bijbehorende erfverharding worden verwijderd en kan de inpassing ten behoeve van het essencomplex plaatsvinden.
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 19
Afbeelding 14. Herindeling bestaand erf (bron: initiatiefnemers).
Afbeelding 15. Aanpassing grenzen bouwvlak (bron: initiatiefnemers).
Nieuwe functies op een bestaand erf Op het erf van het voedselbos (nummer 47) worden tevens een aantal bedrijfsgebouwen opgeknapt om in gebruik te kunnen worden genomen voor het voedselbos. Onderstaande afbeelding geeft de voorgenomen landschappelijke inrichting van het nieuwe erf weer.
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 20
Afbeelding 16. Erfinrichting aan de Glanerbrugstraat 47-49 (bron: Initiatiefnemers).
Voorerf Op het voorerf wordt een open ruimte gerealiseerd. Alle boerenerven in Nederland kenden oorspronkelijk een sierdeel aan de voorzijde en een werk-deel aan de achterkant. Op het achtererf vinden ook meer de bedrijfsactiviteiten plaats. Rondom het erf is er meer nadruk op de beleving, aangezien daar het proeflokaal is, de winkel en de verwerking van de oogst.
Proeflokaal In één van de bestaande bedrijfsgebouwen wordt een proeflokaal en theeschenkerij gerealiseerd, waar producten uit het voedselbos verwerkt worden. Hier worden tevens cursussen en workshops gehouden.
Winkel In de voorzijde van de ligboxenstal wordt een kleine (boerderij)winkel gerealiseerd voor de verkoop van streekeigen producten afkomstig uit o.a. het voedselbos. De winkel betreft een nevenfunctie van het voedselbos.
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 21
Afbeelding 17: Referentie lokale (boerderij)winkel (bron: Initiatiefnemers).
Kwekerij De kwekerij is gesitueerd naast de tweede bedrijfswoning. De opkweek van plantmateriaal zal plaatsvinden in de volle grond. Voor de opslag van materialen en het beschut kunnen werken met stekken en enten is een bedrijfsgebouw noodzakelijk. Ook is voor de allereerste fase van de kweek een kas noodzakelijk. De kas moet duidelijk zichtbaar en aantrekkelijk zijn én daarnaast moet het goed bereikbaar zijn vanaf de entreelaan, omdat deze tevens dient voor de informatie over en verkoop van plantmateriaal. Daarnaast zal plantgoed gekweekt worden rondom de kas in de volle grond. De kas en omliggende kweekbedden worden landschappelijk ingepast in het landschappelijk raamwerk, zodat de uitstraling van de kwekerij netjes en aantrekkelijk blijft.
Plattelandskamers Op het erf aan de Glanerbrugstraat 47 worden in de voormalige jongveestal een vijftal plattelandskamers gerealiseerd . Deze plattekamers zijn als nevenactiviteit een integraal onderdeel van het voedselbos, waarbij bezoekers van het erf optimaal het voedselbos en de daarbij horende activiteiten, waaronder de verwerking van eigen geteelde gewassen, kunnen beleven.
Landschappelijke versterking van het erf Binnen het landschappelijk raamwerk krijgt het erf aan de Glanerbrugstraat 47-49 ook een versterking. Zo worden aan weerszijde van de entreelaan notenbomen aangeplant en worden op het erf nieuwe erfbomen aangeplant. Deze nieuwe aanplant moet de groene zone rondom het erf verbinden met de verschillende elementen van het voedselbos. Zie hiervoor tevens Bijlage 1
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 22
Afbeelding 18. Erfinrichting met bijbehorende aanplant aan de Glanerburgstraat 47-49 (bron: Initiatiefnemers).
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 23
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid beschreven dat betrekking heeft op het projectgebied en de voorgenomen ontwikkeling. Het wordt benaderd vanuit het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Uit het beleid volgen randvoorwaarden die worden getoetst aan het voorgenomen plan.
3.2 Rijksbeleid 3.2.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Nederland staat in de komende jaren voor een aantal opgaven van nationaal belang. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) stelt dat grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw Nederland flink zullen veranderen. Deze opgaven moeten benut worden om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden. De NOVI biedt perspectief om de grote opgaven aan te pakken. Hierbij is omgevingskwaliteit het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit.
Vanuit de NOVI geeft het Rijk kaders en richting voor zowel nationale als decentrale keuzes. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. In de NOVI wordt gesproken over een 'omgevingsinclusief' beleid. De NOVI beschrijft enerzijds een toekomstperspectief met ambities en anderzijds de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven. Deze opgaven zijn het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in vier prioriteiten. Op deze vier prioriteiten zijn beleidskeuzes gemaakt: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Om de beleidskeuze weloverwogen te maken worden drie afwegingsprincipes, die helpen bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven, gehanteerd namelijk: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Voorliggend plan betreft de herontwikkeling en omschakeling van een melkveebedrijf naar een agrarisch bedrijf waarbij een voedselbos met voedselbos kwekerij wordt gerealiseerd. Met de transformatie van de agrarische activiteiten komt een intensieve veehouderijfunctie, nabij het Natuurnetwerk Nederland en het Natura 2000-gebied Dinkelland te vervallen. De omschakeling naar een extensievere vorm van agrarisch grondgebruik heeft geen negatieve effecten op
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 24
nationale belangen. Met het voorgenomen plan wordt voldaan aan de prioriteit voor toekomstbestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied. Daarbij worden binnen het plangebied diverse functies gecombineerd, welke allen gekoppeld zijn aan het voedselbos. Hiermee is de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming met de NOVI.
3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro wordt een aantal projecten die van Rijksbelang zijn met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen. Binnen het Barro worden de volgende onderdelen besproken: Project Mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijkswegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, de EHS/NNN, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater, maximering van het de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer en is het onderwerp duurzame verstedelijking in regelgeving opgenomen. De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (bij besluit van 21 april 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd in verband met de aanpassing van de 'ladder voor duurzame verstedelijking').
Het Bro (artikel 3.1.6 lid 2) bepaalt dat voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen de treden van de ladder moet worden doorlopen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd.
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling betreft de herontwikkeling van een agrarisch erf, waarbij de intensieve functie komt te vervallen en de agrarische activiteiten worden voortgezet in de vorm van een voedselbos. Er worden geen extra woningbouwkavels gerealiseerd met het voorgenomen plan. De voorgenomen ontwikkeling betreft geen stedelijke ontwikkeling in de zin van de Bro. Een verdere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarmee niet noodzakelijk. Het onderhavige plan heeft verder geen betrekking op de overige benoemde onderdelen in het Barro.
3.2.3
Conclusie Rijksbeleid
Vanuit de NOVI, het Barro, de Bro en de ladder voor duurzame verstedelijking komen geen randvoorwaarden of uitgangspunten naar voren die rechtstreeks doorwerken op het voorliggend plan. Geconcludeerd kan worden dat het plan passend is binnen het rijksbeleid.
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 25
3.3 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in meerdere visies, nota's en andere plannen. Voor deze ontwikkeling zijn de Omgevingsvisie en -verordening van de provincie Overijssel van belang.
3.3.1
Omgevingsvisie- en verordening Provincie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel betreft een integrale visie. Het plan is op 1 juli 2009 vastgesteld door Provinciale Staten en op 1 september 2009 in werking getreden. De twee grote thema's van de Omgevingsvisie zijn duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit. Deze thema's zijn in de Omgevingsverordening in definities verankerd. De definitie van duurzaamheid luidt: “duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte aan de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien”. Duurzaamheid vraagt om een transparante afweging van ecologische, economische en sociaal-culturele beleidsambities. De definitie van ruimtelijke kwaliteit luidt: “Het resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen dat de ruimte geschikt maakt en houdt wat voor mens, plant en dier belangrijk is”. Ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen. De provincie wil ruimtelijke kwaliteit realiseren door, naast bescherming, vooral in te zetten op het verbinden van bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. De provincie heeft een hoofdambitie, zorgen voor een toekomst vaste groei van welvaart en welzijn met daarbij een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden.
Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: Herstructurering: Er wordt ingezet op een breed spectrum aan woon-, werk- en mixmilieu's, dorpen en steden worden gestimuleerd om hun eigen kleur te ontwikkelen. Hoofdinfrastructuur: Investeren in wegverkeer: trein, fiets, waar veiligheid en doorstroming centraal staan. SER-ladder: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik toepassen bij bebouwing door hantering van de 'SER-ladder'. Deze methode maakt eerst het gebruik van de ruimte, die wordt geoptimaliseerd, daarna wordt de toepassing van meervoudig ruimtegebruik onderzocht, vervolgens de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden. Hierbij is afstemming tussen gemeenten over woningbouwprogramma's en bedrijfslocaties noodzakelijk. Plannen: Ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid. 3.3.1.1 Actualisatie Omgevingsvisie- en verordening Provinciale Staten hebben op 3 juli 2013 de actualisatie Omgevingsvisie vastgesteld, evenals de actualisatie van de verordening. Daarmee staat onder andere ook de herbegrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) / Natuurnetwerk Nederland (NNN) vast. Binnen de begrenzing van de NNN heeft de provincie de gronden opgenomen die nodig zijn om de doelen te halen voor Natura 2000.
Voor de begrenzing van de ontwikkelopgave Natura 2000 heeft de provincie gebiedsdocumenten en maatregelkaarten laten opstellen. Voor het realiseren van de NNN en de Ontwikkelopgave Natura 2000 zijn landbouwgronden nodig. Deze gronden worden gebruikt voor het realiseren van nieuwe natuur of om maatregelen te nemen voor de naastgelegen natuurgebieden. Deze maatregelen zorgen veelal voor vernatting van de gronden en/of hebben betrekking op minder of geen bemesting. Hierdoor worden deze gebieden minder of ongeschikt voor de landbouw. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken kleur' en
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 26
de Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. Met de vaststelling van het nieuwe Omgevingsbeleid is invulling gegeven aan de: 1. 2. 3. 4.
5.
verdieping van de thema's energietransitie, logistiek, agro & food, bestaand bebouwd gebied en ondergrond; verruiming van de mogelijkheden voor het (onder voorwaarden) toekennen van een woonbestemming aan permanent bewoonde recreatiewoningen; aanpassing van de Omgevingsvisie aan de huidige tijd met het verleidelijke verhaal van Overijssel. Hoe ziet Overijssel er in 2030 uit, met doorkijk naar 2050?; verwerking van reeds genomen PS besluiten over de onderwerpen ADT/TBT, drinkwater/grondwaterbeleid, landgoederen, cultuurhistorie (CHW-kaart), mobiliteit , natuur, ondergrond, ruimtelijk economisch beleid, veiligheid en gezondheid (modernisering milieubeleid), water, luchtvaartbeleid, rode draden duurzaamheid, sociale kwaliteit en ruimtelijke kwaliteit, bestuursfilosofie, instrument reprogrammeren, instrument ladder duurzame verstedelijking; uitvoering in de context van 'de andere overheid' en de participatiesamenleving.
Op 16 november 2022 hebben Provinciale Staten een geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie voor de provincie Overijssel vastgesteld. In deze geconsolideerde versie zijn alle vastgestelde actualisaties meegenomen.
3.3.1.2 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om de opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities van de provincie waar te maken bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie verschillende niveaus. Aan de hand van deze drie niveaus kan worden bepaald of er een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en of er behoefte aan is, waar het past in de Omgevingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. De volgende niveaus komen aan de orde: 1. 2. 3.
Generieke beleidskeuzes (Of). Ontwikkelingsperspectieven (Waar). Gebiedskenmerken (Hoe).
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 27
Afbeelding 19. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: Omgevingsvisie Overijssel).
1. Generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit keuzes van de EU, Rijk of de provincie. Deze keuzes kunnen bepalen of ontwikkelingen mogelijk zijn of niet. Op diverse terreinen verlangt de provincie van gemeenten dat ze goede afspraken maken over plannen met buurgemeenten. Zo blijft het evenwicht bewaard tussen ruimte voor gemeenten en anderzijds het voorkomen van inefficiënte concurrentie. Op deze manier bereikt de provincie een goed afgestemd en zuinig ruimtegebruik en wordt er overcapaciteit voorkomen. Daarnaast zorgt de provincie voor reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden en begrenzing van nationale landschappen. Deze beleidskeuzes zijn vaak normstellend.
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Binnen het plangebied zijn geen belemmeringen op basis van de generieke beleidskeuzes. Hieronder wordt beknopt ingegaan op de regels uit de verordening welke betrekking hebben op het sturen op ruimtelijke kwaliteit. Wel zijn er gebiedsspecifieke beleidskeuzes van toepassing op het voorliggend plangebied. Deze worden hieronder tevens weergegeven.
Sturen op ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit Provincie Overijssel wil met de omgevingsvisie beter sturen op de rode draden in het provinciale beleid ( ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit). Hiervoor stelt de omgevingsverordening een aantal beleidsregels welke gericht zijn op het zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en de ruimtelijke kwaliteit.
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 28
In artikel 2.1.3 van de omgevingsverordening wordt ingegaan op een zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. De omgevingsverordening stelt het volgende: lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. lid 2 Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Voorliggende ontwikkeling voorziet in de transformatie van een agrarisch bedrijf waarbij de melkveetak komt te vervallen en ruimte wordt gecreëerd voor een voedselbos. Lid 1 is van niet toepassing, aangezien voorliggend bestemmingsplan geen stedelijke ontwikkeling betreft. Daarnaast kan worden voldaan aan lid 2.
Bij voorliggende herontwikkeling wordt gebruik gemaakt van hergebruik van de bestaande opstallen. Ten behoeve van de nieuwbouw voor de kas wordt het bouwvlak aangepast, zodat naar rato het oppervlak gelijk. Hierbij blijft het éénerf-gedachte gehandhaafd.
In artikel 2.1.5 wordt ingegaan op de versterking van ruimtelijke kwaliteit.: lid 1 In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. lid 2 In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. lid 3 In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. lid 4 Gemeenteraden mogen gemotiveerd afwijken van het ontwikkelingsperspectief dat voor het betreffende gebied geldt, wanneer: er sprake is sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen; en voldoende verzekerd is dat er sprake is van versterking van ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken. lid 5
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 29
In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. lid 6 Bestemmingsplannen die betrekking hebben op gebieden waarvoor in de Catalogus Gebiedskenmerken normerende uitspraken worden gedaan voorzien voor zover deze uitspraken zich daarvoor lenen, in een bestemmingsregeling conform deze normerende uitspraken. lid 7 Bestemmingsplannen die betrekking hebben op gebieden waarvoor in de Catalogus Gebiedskenmerken richtinggevende uitspraken worden gedaan voorzien voor zover deze uitspraken zich daarvoor lenen, in een bestemmingsregeling conform deze richtinggevende uitspraken. Lid 8 Van normerende uitspraken in de Catalogus Gebiedskenmerken zoals bedoeld in lid 6 mag gemotiveerd worden afgeweken wanneer: er sprake is van zwaarwegende sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen en voldoende verzekerd is dat er sprake is van versterking van ruimtelijke kwaliteit conform de provinciale ambities zoals aangegeven in de Catalogus Gebiedskenmerken.
Lid 9 Van richtinggevende uitspraken in de Catalogus Gebiedskenmerken zoals bedoeld in lid 7 mag worden afgeweken mits voldoende gemotiveerd is dat de kwaliteitsambitie zoals aangegeven in de Catalogus Gebiedskenmerken in gelijke mate gerealiseerd wordt
Met de voorgenomen ontwikkeling wordt voldaan aan artikel 2.1.5 van de provinciale omgevingsverordening. Hieronder wordt onderbouwd hoe voorliggend plan past binnen de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken en op welke manier deze versterkt worden. Daarnaast wordt ook ingegaan op het ontwikkelperspectief en het uitvoeringsmodel.
Reserveringen voor waterveiligheid en beperkingen wateroverlast Het plangebied is gelegen in de primaire watergebieden. Dit zijn laaggelegen gebieden in de buurt van steden en dorpen die bij hevige neerslag ruimte bieden voor waterberging. In de primaire watergebieden is het belang van het water kaderstellend. Hier is geen ruimte voor initiatieven die de wateropvangfunctie belemmeren. Zo is nieuwe bebouwing toegestaan, mits het waterbergend vermogen niet wordt aangetast. Primaire watergebieden laten zich goed combineren met alle ruimtelijke functies die niet kapitaalintensief zijn: landbouwgronden, groenvoorziening, sport en recreatie, natuur en ecologie.
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 30
Afbeelding 20. Uitsnede gebiedsspecifieke beleidskeuzes primaire watergebieden (bron: Omgevingsvisie Overijssel).
De voorgenomen ontwikkeling betreft de transformatie van een agrarisch bedrijf, waarbij de intensieve functie komt te vervallen en het agrarisch bedrijf verder gaat als voedselbos met een voedselboskwekerij, waarbij wordt ingezet op de versterking en verbetering van bodemstructuur, natuur en ecologie. De voorgenomen ontwikkeling past hiermee binnen de gebiedsspecifieke beleidskeuze voor primaire watergebieden.
Natuurnetwerk Nederland Het plangebied is gelegen nabij het Natuurnetwerk Nederland. Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel voor het NNN is gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN: de natuurkwaliteit, landschappelijke kwaliteit en de beleving van rust. In paragraaf 4.2.4 wordt de ontwikkeling in relatie tot het Natuurnetwerk Nederland nader toegelicht. Voorliggende ontwikkeling is niet in strijd met het NNN. Van afname van areaal is geen sprake en tevens worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN significant aantasten. De voorgenomen ontwikkeling wordt hiermee uitvoerbaar geacht.
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 31
Afbeelding 21. Uitsnede gebiedsspecifieke beleidskeuzes Natuurnetwerk Nederland (bron: Omgevingsvisie Overijssel).
Nationale landschappen Het plangebied is gelegen binnen het Nationaal Landschap Noord-Oost Twente. Dit is een gebied met (inter)nationaal zeldzame of unieke landschapskwaliteiten en in samenhang daarmee bijzondere natuurlijke en recreatieve kwaliteiten. In het nationale landschap gaat het om het behouden, duurzaam beheren en waar mogelijk versterken van de bijzondere kwaliteiten van deze gebieden. Voor grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen die in strijd zijn met de doelstellingen van de Nationale Landschappen is geen plek.
In artikel 2.3.6. van de omgevingsverordening wordt ingegaan op de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente. Voor Nooroost-Twente zijn dit de volgende kernkwaliteiten: a. b. c.
het samenhangende complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen; de grote mate van kleinschaligheid; het groene karakter.
Nieuwe ontwikkelingen zijn enkel toegestaan wanneer die bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap. De voorgenomen ontwikkeling, realisatie van het voedselbos, betreft een agrarische activiteit, welke aansluit op het Oudehoevenlandschap. Zie hiervoor tevens paragraaf 2.1.3 Landschap
2 Ontwikkelperspectieven (waar) De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn daarnaast geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene en stedelijke omgeving. Met de ontwikkelingsperspectieven wordt de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van de provincie vorm
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 32
gegeven. Het beleid voor de ontwikkelingsperspectieven is vastgelegd in artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening. In dit artikel is bepaald dat gemotiveerd moet worden dat een voorziene ontwikkeling past binnen de vastgestelde ontwikkelingsperspectieven.
Afbeelding 22. Weergave uitsnede kaart ontwikkelingsperspectieven (bron: Omgevingsvisie Overijssel).
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het plangebied aan de Glanerbrugstraat 47-49 ligt in het ontwikkelperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'. Zie hiervoor bovenstaande afbeelding. In dit ontwikkelingsperspectief is sprake van verweving van functies. Met aan de ene kant melkveehouderij en akkerbouw als belangrijke vorm van landgebruik. En aan de andere kant ruimte voor landschap, natuur, milieubescherming, cultuurhistorie, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De kwaliteitsambitie 'voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen' staat hierbij voorop. De provincie wil de ontwikkelingsmogelijkheden van de landbouw, maar ook van andere sectoren zoals recreatie, nog nadrukkelijker verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke elementen. Uitgangspunten voor mixlandschappen zijn: Behouden en versterken van de leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied. Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen. Ontwikkelingsmogelijkheden verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke elementen. De transformatie van een intensief agrarisch bedrijf naar een extensievere vorm van agrarische bedrijvigheid, door middel van een voedselbos, past binnen dit geldende ontwikkelperspectief.
Met de voorgenomen ontwikkeling blijven verschillende structuren van de agrarische cultuurlandschappen behouden, waarbij de verschillende natuurlijke en landschappelijke elementen worden versterkt. Zo wordt het essencomplex aan de Glanerbeek beter herkenbaar en
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 33
krijgen de gronden langs de beek ruimte om als beekdal te herstellen.
3. Gebiedskenmerken (Hoe) In het provinciale beleid zijn voor alle gebieden gebiedskenmerken aangegeven. Het beleid voor deze gebiedskenmerken is vastgelegd in artikel 2.1.5 van de provinciale verordening. Hierin is bepaald dat inzichtelijk moet worden gemaakt dat voldaan wordt aan dit beleid. Wanneer in het beleid normerende uitspraken worden gedaan, voorziet het bestemmingsplan (voor zover deze uitspraken zich daarvoor lenen) in een bestemmingsplanregeling conform deze normerende uitspraken. Wanneer in het beleid richtinggevende uitspraken worden gedaan, voorziet het bestemmingsplan (voor zover deze uitspraken zich daarvoor lenen) in een bestemmingsplanregeling conform deze richtinggevende uitspraken.
De gebiedskenmerken zijn opgenomen in verschillende lagen; de natuurlijke laag, de agrarische cultuur laag, de stedelijke laag en de lust- en leisurelaag. Op basis van deze kenmerken is er ingezoomd op het plangebied en gekeken welke specifieke kwaliteitsvoorwaarden en opgaven (normerend en richtinggevend) voor ruimtelijke ontwikkelingen van toepassing zijn.
Natuurlijke laag De natuurlijke laag is ontstaan doordat abiotische en biotische processen inwerken op de ondergrond van bodem en geologie. Van oudsher bestaat er een sterke samenhang tussen het natuur- en watersysteem. Vervolgens heeft de natuurlijke laag plek en betekenis gekregen in het menselijke occupatie proces. Lange tijd is de natuurlijke laag sturend geweest voor een groot deel van de ruimtelijke ontwikkelingen. Mensen vestigden zich op de droge plekken en wegen werden aangelegd bij goed doorwaadbare plekken in de beek. Pas de laatste eeuw is deze samenhang door technische mogelijkheden verminderd en zijn de kwaliteiten van de natuurlijke laag aangetast. Het beter afstemmen van de ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag, kan ervoor zorgen dat natuurlijke kwaliteiten weer medebepalend worden.
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Onderstaande afbeelding laat zien dat het plangebied behoort tot een drietal gebiedstypen. Het overgrote deel van het plangebied behoort tot 'Stuwwallen, daarnaast behoort een groot deel langs de beek tot 'Beekdalen en natte laagtes'. Een klein deel van het plangebied, aan de achterzijde van het erf, behoort tot 'Dekzandvlakte en ruggen'.
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 34
Afbeelding 23. Weergave kaart Natuurlijke Laag (bron: Omgevingsvisie Overijssel).
Stuwwallen De stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen. Vanwege de grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. De stuwwalen hebben als regionale inzijggebieden een belang rijke functie in het watersysteem. Het zijn de ‘ingangen’ van regionale en lokale stelsels van grondwaterstromen. De ambitie is het eigen karaker van de afzonderlijke stuwwalen te behouden en versterken. De inzet is het reliëf daarbij ruimtelijk beeldbepalend te laten zijn. Door bijvoorbeeld de overgangen naar andere landschappen te accenturen en door de zichten erop én er vanaf te versterken Met de voorgenomen inrichting van het voedselbos wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van de stuwwal en de overgang naar het beekdal en natte laagtes. Zie hiervoor tevens de analyse in Bijlage 1
Beekdalen en natte laagtes Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren.
De ambitie is de beekdalen als functionele en ruimtelijke dragende structuren van het landschap betekenis te geven. Ruimte voor water, continuïteit van het systeem zijn leidend. Tevens is de ambitie afwenteling van wateroverlast op stroomafwaarts gelegen gebieden te voorkomen door het beeksysteem als eenheid te beschouwen en het vasthouden van water te bevorderen. Tot slot zijn beekdalen belangrijke verbindingen voor mens, plant en dier.
Het plangebied is voor een deel gelegen in het gebiedstype 'Beedalen en natte laagtes'. Echter valt de Glanerbeek en een deel van de daarbij horende gronden buiten het plangebied. Wel
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 35
wordt met het waterschap gesproken om koppelkansen te benutten. Zo heeft er in het najaar van 2022 een herinrichting van de Glanerbeek plaatsgevonden, waarbij de oevers natuurlijker worden ingericht. De landschappelijke inpassing van het erf en het voedselbos wordt aangesloten op de doelen en ambities van het waterschap om zo de ecologische waterkwaliteit van de Glanerbeek te versterken.
Dekzandvlakte en ruggen De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met ‘natuurlijke’ soorten. Van oudsher zijn de hoger gelegen gronden goed bewoonbaar. In de voorgenomen ontwikkeling wordt ter plaatse van dit gebiedstype een deel de erfverharding verwijderd, waardoor het hoogteverschil tussen het erf en de Glanerbeek beter beleefbaar wordt. Hiermee past de ontwikkeling binnen de kenmerken van dit gebiedstype.
Laag van het agrarisch cultuurlandschap In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Vanuit de nederzettingen zijn de omliggende gronden ooit ontgonnen. Daardoor is er een sterke ruimtelijke en functionele relatie met het omringende landschap ontstaan. Afhankelijk van de stand van de techniek en de beschikbaarheid van meststoffen is door de eeuwen heen een geschakeerd patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing gegroeid. Dit verschil in tijd geeft mede richting aan de ontwikkeling van deze gebieden. Binnen de regionale landschappen is er vaak op korte afstand sprake van verschillen: de es, de flank en het beekdal.
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” gelegen in het landschapstype 'jonge heide- en broekontginningenlandschap' en 'Oude hoevenlandschap'. Zie hiervoor onderstaande afbeelding.
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 36
Afbeelding 24. Weergave kaart Laag van het agrarisch cultuurlandschap (bron: Omgevingsvisie Overijssel).
Jong heide- en broekontginningenlandschap De ambitie voor het jonge heide- en broekontginningslandschap is de ruimtelijke kwaliteit van deze gebieden een stevige impuls te geven en soms een transformatie wanneer daar aanleiding toe is. De dragende structuren worden gevormd door landschappelijk raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen. Binnen deze raamwerken is ruimte voor verdere ontwikkeling van bestaande erven en soms de vestiging van nieuwe erven, mits deze een stevige landschappelijke jas krijgen. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen.
De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een transformatie van een intensief agrarisch melkveebedrijf naar een agrarisch bedrijf met een voedselbos. Het voedselbos wordt passend bij de verschillende landschapstypsen ingericht. Hierbij wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van de waterlopen (zoals de Glanerbeek), laanstructuren en de verschillende bosstroken. Ook wordt bijvoorbeeld de es aan de noordzijde van het plangebied zo ingericht dat de beleefbaarheid van de es blijft behouden. Zie hiervoor tevens paragraaf 2.2
Oude hoevenlandschap. De ambitie voor het Oude hoevenlandschap is om het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschaps elementen: de erven met erfbeplanting; open es(je); beekdal; voormalige heidevelden, de mate
Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane | Eelerwoude | 37
van openheid en kleinschaligheid
De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een transformatie van een intensief agrarisch melkveebedrijf naar een agrarisch bedrijf met een voedselbos. Hierbij worden de dragende structuren behouden, geaccentueerd en versterkt. Zo blijft het essencomplex langs de Glanerbeek beschermd en worden met de aanplant keuzes gemaakt om de beleefbaarheid van de es te behouden. De landschappelijke inpassing en de nieuwe functie van het agrarisch bedrijf als voedselbos draagt bij aan het behoud en de accentuering van de dragende structuren van het oude hoevenlandschap. Zie hiervoor tevens paragraaf 2.2
Stedelijke laag In de stedelijke laag is de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen een belangrijk ordenend principe. Efficiëntie en nabijheid zijn belangrijke vestigingsoverwegingen. Daarbij wordt kwaliteit, eigenheid en onderscheidend vermogen van de regio steeds belangrijker. Agrarische erven hebben van oudsher een hele sterke binding met het landschap. Vanuit het erf werden de omliggende gronden in cultuur gebracht en vervolgens eeuwenlang bewerkt. Bijzonder is dat elk landschap zijn eigen erftype heeft. De opbouw, erfbebouwing, erfbeplantingen en relaties met de omliggende gronden zijn specifiek voor het betreffende landschapstype, alsof in het erf de genen van het landsschap besloten liggen. Bij de transformatie van erven in het landelijk gebied vervalt vaak de vanzelfsprekende samenhang tussen erf en landschap. De ambitie is de erven levend te houden, verbonden met het landschap. Voor het plangebied zijn de aanduidingen 'informele trage netwerk' en 'verspreide bebouwing' van toepassing. Relevante uitgangspunten zijn: Bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit. Behoud en versterking kenmerkende erfstructuur en volumematen. Behouden robuuste ensemble. Koppelen erf aan landschap. Toegankelijkheid landschap verbeteren.
Met deze uitgangspunten is waar mogelijk rekening gehouden in het inrichtingsplan. Zo wordt de ruimtelijke kwaliteit verbeterd (landschappelijk inpassing en realisatie voedselbos) en wordt het erf gekoppeld aan het agrarisch landschap, welke gebruik gaat worden als voedselbos.