CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Beuningen woningbouw achter Beuningerstraat 71.pdf

Oordeelsvormende vergadering 6 december 2022, gemeente LosserBij agendapunt: Bestemmingsplan "Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71"34.825 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71

Plangegevens Naam: Plantype: IMRO: Status:

Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71 bestemmingsplan NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401 vastgesteld

Datum: Projectnummer:

18JA116

Opdrachtgever:

Opsteller:

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) 074 – 255 7020 E) info@ad-fontem.nl

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV | Stationsstraat 37 | 7622 LW Borne | T 074-2557020 | F 074-265967 | E info@ad-fontem.nl

Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

5 5 5 6 7 8

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

9 9 9

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

12 12 13 22 24

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Geur 4.4 Bodem 4.5 Geluid 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Externe veiligheid 4.8 Water 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie en Cultuurhistorie 4.11 Verkeer / parkeren

27 27 28 30 30 31 32 34 35 37 39 40

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels

42 42 42

Hoofdstuk 6

45

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen

46 46 46

Bijlagen toelichting

47

Bijlage 1

Bodemonderzoek

48

Bijlage 2

Watertoets

127

Bijlage 3

Natuurwaardenonderzoek

135

Bijlage 4

Stikstofonderzoek

166

Regels

187

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

188 188 192

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Bestemmingsregels Groen Horeca Tuin Verkeer - Verblijfsgebied

193 193 194 196 198

bestemmingsplan Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71 NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401

2

Artikel 7 Artikel 8

Wonen Waarde - Bomen

199 202

Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels

203 203 204 205 206

Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

207 207 208

Bijlagen regels

209

Bijlage 1

210

Horecalijst

bestemmingsplan Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71 NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401

3

bestemmingsplan Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71 NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401

4

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In de kern van het dorp Beuningen is achter de Beuningerstraat 65 en 71 een plan ontwikkeld ten behoeve van de ontwikkeling van 6 starterswoningen. De initiatiefnemer is voornemens de ruimte achter café-restaurant 't Sterrebos in te richten als woongebied. Deze ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan, waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Ligging Beuningen is een kleine plattelandskern in het noorden van de gemeente Losser. Het dorp is gelegen vlak bij de doorgaande provinciale weg N342 (Denekamperstraat) tussen Oldenzaal en Denekamp. Het dorp ligt een ruime kilometer ten zuiden van Denekamp. Het plangebied is gelegen aan de Beuningerstraat, midden in de kern nabij de voorzieningen van het dorp. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Losser, sectie A, perceelsnummers 1358, 3282, 3502, 3503, 3504 en 3505. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1: Ligging plangebied blauw omcirkeld (bron: atlasvanoverijssel.nl) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (blauw omkaderd). In dit figuur is een kadastrale kaart met luchtfoto weergegeven waarop het plangebied te zien is. Het plangebied wordt aan de noord en oostzijde begrenst door de Beuningerstraat en de woning aan de Beuningerstraat 65, aan de zuidzijde door een basisschool en aan de noord-westzijde door het kerkhof. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.

bestemmingsplan Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71 NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401

5

Figuur 1.2: Begrenzing plangebied blauw omkaderd (bron: atlasvanoverijssel.nl)

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Het plangebied is gelegen binnen de grenzen van het bestemmingsplan 'Beuningen 2015'. Het bestemmingplan 'Beuningen 2015' is door de gemeenteraad van Losser op 15 december 2015 vastgesteld. In figuur 1.3 is een fragment uit de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen.

bestemmingsplan Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71 NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401

6

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Beuningen 2015' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Aan het plangebied is de bestemming 'Horeca', 'Wonen' en 'Groen' met een klein gedeelte 'Tuin' bestemming toegekend. De locatie van horecagelegenheid 't Sterrebos kent de enkelbestemming 'Horeca', twee bouwvlakken, de aanduiding bedrijfswoning en een maatvoering (maximum bouwhoogte 10 meter, maximum goothoogte van 4 meter). Een klein gebied binnen dit perceel kent de functieaanduiding 'specifieke vorm van horeca – toerisme'. De horecagelegenheid heeft de mogelijkheid tot uitbreidingen en het toevoegen van een bedrijfswoning op basis van het vigerende bestemmingsplan. Naast de horeca gelegenheid is zuidoostelijk het perceel Beuningerstraat 65 gelegen dat de enkelbestemming 'Wonen' kent. Voor de voorgevelrooilijn is de bestemming 'Tuin' aanwezig. De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn in eerste instantie bestemd voor horecabedrijven met een bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' en een infopunt toerisme en winkel in streekproducten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - toerisme'.

De voor ' Wonen ' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen en de voor ' Tuin ' aangewezen gronden zijn bestemd voor een tuin behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen gebouwen en gebouwen, erkers en ingangspartijen ten dienste van de aangrenzende bestemming ' Wonen '. Het geldende bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden om zes woningen toe te voegen aan de woningvoorraad van de kern Beuningen. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk.

1.4

De bij het plan behorende stukken

Het onderhavige bestemmingsplan 'Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

bestemmingsplan Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71 NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401

7

1.5

Leeswijzer

De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

bestemmingsplan Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71 NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401

8

Hoofdstuk 2 2.1

Het plan

Huidige situatie

Het huidige Beuningen ontwikkelde zich als een kerkdorp, rond de in 1948 gebouwde kerk. De Beuningerstraat slingert als doorgaande weg door het dorp en vormt het historische lint. Via deze weg worden drie kleine woonbuurten ontsloten die na elkaar zijn gebouwd: de Pastoor Bolscherstraat, de Broeninkskamp en de Lomanskamp. Kenmerkend is dat vrijwel alle woningen met hun achtertuin aan het landschap grenzen en veelal zijn omgeven door een groene rand van opgaande beplanting. Mede ook door de vele bomen tussen de woningen heeft het dorp een groene uitstraling. In de huidige situatie is er aan de Beuningerstraat 65 sprake van een woonhuis en een bijgebouw. Aan de Beuningerstraat 71 is café-restaurant 't Sterrebos aanwezig met aan de voorzijde het terras en aan de zijkant de parkeerplaatsen. Het achterterrein van 't Sterrebos is tot nu toe nog onbebouwd gebleven. Initiatiefnemer is niet meer voornemens de gronden te gaan gebruiken voor een eventuele uitbreiding van het café-restaurant, dan wel voor de bouw van een vrijstaande bedrijfwoning. Onderstaand een weergave van de huidige situatie.

Figuur 2.1: Huidige situatie horecagelegenheid waar aan de achterzijde woningen zullen worden toegevoegd (bron: Google Maps)

2.2

Toekomstige situatie

In Beuningen is er vraag naar woningen voor zowel starters als voor ouderen. De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit het toevoegen van een zestal woningen, met kavels van tussen de circa 300m2 en 400m2. Het betreffen twee-onder-een-kap woningen. De doelgroep voor deze woningen bestaat hoofdzakelijk uit starters uit Beuningen.

bestemmingsplan Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71 NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401

9

Figuur 2.2: Toekomstige situatie (bron: Leferink architecten) Voor het plangebied is een stedenbouwkundig plan gemaakt die voorziet in zes woningbouwkavels. De woningen zijn te bereiken via de inrit aan de Beuningerstraat, tussen de Beuningerstraat nummer 65 en 71 in. De erftoegangsweg betreft een private weg naar de woningen en geen openbaar toegankelijk gebied. Het plangebied is groen ingekaderd door bestaande bomen die het woongebied een groen karakter geven. Op het plein worden een aantal passende bomen geplant die de besloten sfeer benadrukken. Daarnaast zijn er waterhuishoudkundige voorzieningen getroffen zoals de aanleg van wadi's. In het plangebied worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd voor de woningen. Café en restaurant 't Sterrebos zal blijven bestaan in de vorm zoals deze momenteel aanwezig is. De entree en het terras blijven gesitueerd aan de Beuningerstraat. Aan de zijkant van het bestaande pand blijven de parkeerplaatsen voor zowel auto's als fietsen en andere tweewielers gesitueerd. De achterzijde van het horecaterrein wordt begrenst met een bijgebouw voor opslag. Belang groen Het groene karakter van de gronden in het plangebied zijn belangrijk voor de identiteit en kwaliteit van de leefomgeving van het dorp Beuningen, het zorgt voor structuur en oriëntatie in het dorp. Deze groene kwaliteit wordt in belangrijke mate bepaald door de aanwezige bomen.

Om deze waarde c.q. het bomenbestand voor nu en de toekomst te behouden zijn voor de behoudenswaardige bomen in dit bestemmingsplan regels opgenomen die strekken tot de bescherming van deze bomen. Ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Bomen' dienen de bestaande bomen behouden te blijven. Onderstaand de inventarisatie van de bestaande bomen, de te vellen bomen (rood omkaderd) en de te behouden bomen (groen ingetekend) ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling.

bestemmingsplan Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71 NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401

10

Figuur 2.3: Toekomstige situatie (bron: Leferink architecten)

bestemmingsplan Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71 NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401

11

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie Wonen is één van de basisbehoeften van mensen. In de Nationale Omgevingsvisie wordt aangegeven dat iedereen in Nederland prettig moet kunnen wonen voor een redelijke prijs. Een woningvoorraad die aansluit op de huidige en toekomstige woonbehoefte van mensen is daarom van nationaal belang. Het huidige woningtekort en de toename van het aantal inwoners en huishoudens vraagt een groei van de woningvoorraad (vooral in en bij de stedelijke regio's) in een fijne, leefbare omgeving. Tussen 2019 en 2035 moet de woningvoorraad met circa 1,1 miljoen woningen worden vergroot.

De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving, de woningvoorraad en de leefbaarheid ligt bij gemeenten en provincies. Het Rijk is systeemverantwoordelijk. Het is de rol van het Rijk om de kaders te stellen, te stimuleren, eventueel te sanctioneren, waar nodig middelen ter beschikking te stellen – bijvoorbeeld via de huurtoeslag, hypotheekrenteaftrek of de regeling woningbouwimpuls voor gemeenten – en met gemeenten en provincies samen te werken om (bovenlokale, inclusief grensoverschrijdende) knelpunten op te lossen en realisatie van de nationale belangen te waarborgen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van zes woningen voor starters en/of senioren. Zoals is beschreven ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving en de woningvoorraad bij de gemeenten en provincies. In de paragrafen 3.2.3 en 3.3.2 wordt de realisatie van de zes woningen getoetst aan het provinciale beleid en aan de woonvisie van de gemeente Losser. Daarin wordt aangetoond dat het past binnen het

bestemmingsplan Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71 NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401

12

provinciale en gemeentelijke beleid ten aanzien van wonen. Concreet draagt het plan bij aan de realisatie van nieuwe (levensloopbestendige) woningen voor zowel starters als senioren. Daarmee past het plan binnen de het gemeentelijke woonbeleid en de prioriteiten van de NOVI en kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.

Onderhavig plan Uit jurisprudentie is inmiddels gebleken dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is voor zeer kleinschalige ontwikkelingen. Uit de uitspraak (ECLI:NL:RVS:2015:2921) blijkt namelijk dat de ontwikkeling van respectievelijk acht en elf woningen niet wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6, tweede lid Bro. Onderhavig plan betreft de realisatie van zes woningen. Gelet op het aantal van zes woningen is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. De ladder van duurzame ontwikkeling is daarom niet van toepassing op het voorliggende plan.

3.2

Provinciaal beleid Overijssel

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

bestemmingsplan Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71 NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401

13

3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.

De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleidsen kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

bestemmingsplan Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71 NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401

14

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden tussen generieke beleidskeuzes die voor heel Overijssel gelden en gebiedspecifieke beleidskeuzes die op voorhand bepaalde ontwikkelingen uitsluiten in een bepaald gebied. Relevante artikelen uit de Omgevingsverordening Overijssel zijn in dit geval artikel 2.1.2, 2.1.3, 2.1.5. en artikel 2.2.2 lid 1 t/m 4. Op deze artikelen wordt hierna nader ingegaan. Artikel 2.1.2 Principe van concentratie Middels het principe van concentratie is bepaald dat bestemmingsplannen uitsluitend voorzien in woningbouw en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Voorliggend bestemmingsplan ziet toe op de realisatie van 6 woningbouwkavels op een inbreidingslocatie in Beuningen.

Deze woningen voorzien in een lokale behoefte om voor de inwoners van Beuningen voldoende woningbouwkavels beschikbaar te hebben. Er wordt voldaan aan het principe van concentratie. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Het principe van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' staat ervoor dat in eerste instantie bestaande bebouwing en stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt. De nieuwbouwlocatie van de zes woningen is in het vigerende bestemmingsplan gelegen op gronden die reeds bestemd zijn voor 'Horeca', Wonen' en

bestemmingsplan Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71 NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401

15

'Groen'. Deze bestemmingen maken onder meer horecafuncties, woningen, groen en binnenstedelijke infrastructuur mogelijk. Dergelijke voorzieningen worden op basis van de verordening gezien als stedelijke functies en voldoen aan het begrip 'bestaand bebouwd gebied'. Van een extra ruimtebeslag op de Groene Omgeving is als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling dan ook geen sprake. Artikel 2.1.5. Ruimtelijke kwaliteit In artikel 2.1.5 van de verordening is bepaald dat in de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Dit onderdeel is toegelicht in paragraaf 3.2 waarbij toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. Daarnaast is in het inrichtingsplan aandacht bestaat aan het behouden van het groene karakter van de plek. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling zorgt voor versterking van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse en dat de ontwikkeling als passend kan worden aangemerkt. Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen 1.

Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. 4. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. 5. Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. 6.

In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden. De van belang zijnde begrippen in het kader van artikel 2.2.2 zijn hieronder beschreven: Nieuwe woningen: te realiseren woningen, waarvoor nog geen omgevingsvergunning is afgegeven. Actueel onderzoek woningbouw: door de raad vastgesteld onderzoek waarin de behoefte van de gemeente aan nieuwe woningen is onderbouwd op basis van de regionale behoefte woningbouw, markt- en vastgoedanalyses en andere relevante gegevens. Regionale behoefte woningbouw: door Gedeputeerde Staten vastgestelde provinciale analyse waarin de regionale behoefte aan nog te realiseren woningen is onderbouwd op basis van provinciale behoefteprognoses. Woonafspraken: bestuurlijke afspraken tussen provincie Overijssel en gemeenten over onder meer doelgroepen, wonen en zorg, stedelijke vernieuwing, toekomstbestendigheid bestaande voorraad, programmeren en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en bijbehorende programmeringsdocumenten, zoals voor een aangegeven periode zijn gemaakt. Regio: de gemeenten die onderdeel uitmaken van de samenhangende woningmarkt die bediend wordt met de woningbouwmogelijkheden die een gemeente biedt.

Doorwerking voor voorliggend plan: In artikel 2.2.2 lid 1 van de Omgevingsverordening wordt onder actueel onderzoek woningbouw verstaan: onderzoek wat eens in de 2 jaar wordt geactualiseerd. De gemeente Losser heeft op 6 juli 2021 de Woonvisie 2021 - 2031 gemeente Losser vastgesteld. In de woonvisie van Losser zijn onder andere de regionale afspraken die de gemeenten in Twente samen met de provincie Overijssel op 25 maart 2021 hebben

bestemmingsplan Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71 NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401

16

ondertekend en verwerkt zijn in de Regionale Woonagenda Twente 2021-2025, verwerkt. Daarin zijn tevens 150 woningen begrepen die op grond van de Regionale Woonagenda Twente noodzakelijk zijn voor het inlopen van de woningtekorten. Voor de kern Beuningen wordt aangegeven dat er plancapaciteit aanwezig is voor maximaal 33 woningen, waarvan 12 hard. De berekende behoefte is maximaal 25 woningen. Er is de komende 10 jaar nog noodzaak om meer plancapaciteit hard te maken. Onderhavig plan betreft een inbreidingslocatie voor de ontwikkeling van 6 woningen in de kern Beuningen in de gemeente Losser. De nieuwe toe te voegen woningen voldoen aan de kwalitatieve behoefte (zie paragraaf 3.3.3) in de markt en wordt gebouwd voor de lokale behoefte. Deze ontwikkeling is passend binnen de gemeentelijk woonvisie en binnen de woonafspraken zoals overeengekomen met andere Twentse gemeenten en de provincie Overijssel. Gelet op vorenstaande is de voorliggende ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming te achten met artikel 2.2.2. uit de Omgevingsverordening Overijssel.

Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is omlijnd (bron: provincie Overijssel) Het plangebied is gelegen binnen de grenzen van het gebied dat is aangemerkt als 'woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op

bestemmingsplan Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71 NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401

17

klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Binnen gebieden met het ontwikkelingsperspectief ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ is ruimte voor herstructurering, inbreiding en transformatie. Door voorgenomen ontwikkeling wordt binnen het bestaand stedelijk gebied een woongebied met 6 woningen toegevoegd aan de kern Beuningen. Het plan bestaat uit de realisatie van zes grondgebonden woningen voor starters. Daarbij zullen de gronden achter café-restaurant 't Sterrebos en een deel van de naastgelegen woonbestemming getransformeerd worden tot woongebied in het groen voor de lokale behoefte. Gesteld wordt dat het project goed aansluit op de ambities binnen het perspectief en aansluit op de stedenbouwkundige en functionele structuur van de omgeving.

Geconcludeerd wordt dat het ontwikkelingsperspectief ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ zich niet verzet tegen de voorgenomen ontwikkeling.

Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen' (zie figuur 3.3).

Figuur 3.3: Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen van Overijssel een relëfrijk - door de wind gevormd zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms zijn deze gebieden ver van elkaar verwijderd en soms zijn deze zijn ze vlak bij elkaar gelegen. De ambitie voor gebieden met het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen' is om de verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat

bestemmingsplan Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71 NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401

18

functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door het een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met 'natuurlijke' soorten. Nieuwe ontwikkelingen moeten dan ook bijdragen aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van hoogteverschillen en het waterysteem. Daarnaast is bij ontwikkelingen de vorm van het landschap het uitgangspunt. Toets De gronden binnen het plangebied zijn midden in de kern van Beuningen gelegen. De van oorsprong voorkomende 'natuurlijke laag' is nog herkenbaar door de wat hogere ligging van het dorp ten opzichte van de beekgronden waar de Dinkel stroomt. In het plan wordt de beplanting afgestemd op de eigenschappen van de natuurlijke ondergrond. Het hemelwater dat van het verhard oppervlak stroomt zal worden opgevangen in een wadi. De gronden op een dekzandvlakte zijn geschikt om het water in het wadi te laten infilteren in de bodem. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de 'Natuurlijke laag'. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'oude hoevenlandschap' aan het gebied toe. In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.

Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Het oude hoevenlandschap wordt gekenmerkt door verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Deze ontwikkelingsruimte werd gevonden bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot het oude hoevenlandschap, dat bestaat lijkt op het essenlandschap, maar kleinschaliger, individueler en jonger is. De ambitie is om dit kleinschalige en afwisselende landschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Als ontwikkelingen plaatsvinden dan kunnen deze bijdragen aan het behoud en de accentuering van de dragende structuren (groenstructuren en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang van de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen (erven met erfbeplanting). Daarnaast kunnen nieuwe ontwikkelinge bijdragen aan het vergroten van de toegankelijkheid van erven en

bestemmingsplan Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71 NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401

19

erfroutes. Toets Het plangebied was voorheen gelegen aan de rand van een kamp die begrenst werd door groen. Het groene karakter van de plek is door de jaren heen behouden gebleven ondanks de bestaande bestemming ten behoeve van de horeca gelegenheid en de bouwmogelijkheid voor een bedrijfswoning. De woningen zullen zo veel mogelijk worden ingepast in het bestaande groen. Het groen dat verwijderd wordt zal vervangen worden door nieuwe aanplant. De gronden liggen wat hoger in het landschap in vergelijking met de gronden richting het beekdal. Derhalve is de ondergrond geschikt om het hemelwater door een wadi in de grond te laten infiltreren. Stedelijke laag De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart van de ‘Stedelijke laag’ aangeduid met de gebiedstypen ‘Bebouwingsschil 1900-1955’ en ‘Woonwijken 1955 – nu’. Onderstaande afbeelding betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de “Stedelijke laag”. Het plangebied is rood omkaderd weergegeven.

Figuur 3.5: Stedelijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel)

Woonwijken 1900 - 1955 De bebouwingsschil 1900-1955 bestaat uit gemengde stadwijken en woonwijken direct aansluitend op de historische centra en binnensteden. Op sommige plaatsen liggen (voormalige) grootschalige fabriekscomplexen direct aansluitend aan woonwijken. Deze stadswijken kennen een gesloten, compacte vorm (bouwblokken) en zijn veelal opdeelbaar in wijken met eigen karakter. De wijken worden van elkaar gescheiden door doorgaande lanen, singels en stadsstraten. Kenmerkend in de bebouwing is de verwantschap in architectuurstijlen en aandacht voor architectonische details en verbijzondering van gebouwen op specifieke plekken als straathoeken. De schil is op te delen in wijken met individuele panden, gekenmerkt door veel variatie in bebouwing en veel (individueel en openbaar) groen. De wijken op basis van de fabrieksdorp /tuindorp-principes zijn juist herkenbaar aan een hechte stedenbouwkundige en architectonische eenheid op basis van collectieve principes. Stationsomgevingen liggen vaak in deze schil. De stadsassen doorkruisen deze bebouwingsschil veelal en vormen belangrijke verbindingsassen tussen de stedelijke centra, stationsgebieden en het hoofdinfrastructuurnetwerk rond de steden.

bestemmingsplan Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71 NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401

20

Als herstructurering, inbreiding en toevoeging van bebouwing plaats vinden in de individueel ontwikkelde stadswijken van de bebouwingsschil 1900 - 1955, dan dragen deze bij aan behoud, versterking en vernieuwing van de individuele bebouwing met een eigen karakter en uitstraling. Ontwikkelingen voegen zich in maat, schaal en ritme naar de omliggende bebouwing. ‘Woonwijken 1955 – nu’ De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningen centra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezins woningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Lokaal zijn kleine eenheden die afwijken van het systeem, zoals ‘goudkustjes’ aan de rand van de wijk. Steeds is sprake van een afgeronde eenheid met duidelijke in- en uitgangen en kunst in de openbare ruimte. Er is aandacht voor de aansluiting op de binnenstad en het hoofdwegennetwerk, maar vaak minder op fietsaansluitingen naar het buitengebied. Soms zijn herkenbare relicten van het oude cultuurlandschap (zoals boerderijen, (zand)wegen of beplantingsstructuren) opgenomen in de wijken.

De tijdsgeest van de bouwperiode is af te lezen in de stedenbouwkundige structuur en architectuur. De wederopbouwwijken worden bijvoorbeeld vaak gekenmerkt door een repeterende stempelstructuur in de bouwblokken, de ruime opzet van de groene ruimte en aandacht voor details zoals deuromlijstingen pergola’s boven de entrees, siermetselwerk e.d. Nieuwbouwwijkjes bij kleinere plaatsen zijn niet altijd afgeronde eenheden, omdat de bouwopgave daarvoor te klein was. Vaak is er een buurtje aangeplakt aan de oudere bebouwingsstructuur, zonder relatie met de oorspronkelijke structuur van het dorp of het voormalige agrarische cultuurlandschap. Als ontwikkelingen plaats vinden de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Toetsing van het initiatief aan de ‘Stedelijke laag’ Het realiseren van de voorgenomen ontwikkeling is zowel vanuit functioneel als stedenbouwkundig oogpunt passend in de omgeving. Het plan voorziet in zes grondgebonden woningen, bestaande uit één bouwlaag en kap. Hiermee wordt aangesloten op de bestaande bebouwingsstructuur in de omgeving. Op deze wijze gaat de nieuwe bebouwing goed op in het huidige straatbeeld.

Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling aansluit op de kenmerken en uitgangspunten van de ‘Stedelijke laag’.

Laag van de beleving De laag van de beleving kent het kenmerk 'Donkerte' aan het plangebied toe. In figuur 3.5 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.

bestemmingsplan Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71 NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401

21

Figuur 3.6: Laag van de beleving, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De donkere gebieden geven een indicatie van de ‘buitengebieden’ van Overijssel: de natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het ‘s nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief ‘luwe’ dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. De donkerte wordt gekoesterd als kwaliteit. Het is de ambitie om de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Stedelijke functies en infrastructuur dienen daarom zo veel mogelijk te worden gebundeld in de 'lichte' gebieden. De voorgenomen ontwikkeling ligt midden in de bestaande woonkern van Beuningen. Daarmee is er sprake van bundeling van licht veroorzakende stedelijke functies. Daarnaast draagt de toevoeging van zes extra woningen slechts in zeer geringe mate bij aan het toenemen van de hoeveelheid licht. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionale Woonprogrammering Twente 2021

In 2021 ondertekenden de provincie Overijssel en de Twentse gemeenten de Regionale Woonagenda Twente 2021-2025. Daarin staat hoe de provincie en de Twentse gemeenten de woningbouwopgave in Twente voor elkaar willen krijgen met als doel: een woningmarkt waar vraag en aanbod in evenwicht zijn. De grootste opgaven die in de Regionale Woonagenda is opgenomen is het toevoegen van circa 20.000 tot 22.000 woningen in Twente. De te verwachten huishoudgroei tussen 2020 en 2030 behoeft een programmering van

bestemmingsplan Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71 NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401

22

15.000 woningen tot 2030. Dat is de lokale behoefte voor de regio Twente. Daarnaast heeft Twente een extra woningbouwambitie/- opgave op basis van onder andere de (gedeeltelijke) inloop van het huidige woningtekort (circa 3%), de krapte op de woningmarkt, de verstedelijkingsopgaven en de toenemende migratiestromen vanuit de Randstad en andere landsdelen. Deze extra woningbouwambitie/- opgave bedraagt voor Twente circa 5.000 tot 7.000 woningen tot 2030. Om de forse woningbouwambitie van 60.000 woningen in Overijssel te halen, kent Twente een flinke versnellingsopgave. Een opgave die voor de regio Twente goed op te pakken moet zijn vanwege het innovatieve karakter van de sterke bouwsector. In de woonagenda wordt de volgende lokale en regionale woonprogrammering onderscheiden bij het realiseren van de opgave: Lokale programmering: 1. aansluiten bij lokale prognoses en woonwensen op basis van de huidige en de te verwachten toekomstige woningvraag, onderbouwd in het gemeentelijk woonbeleid en bijbehorend woningbouwprogramma uitgesplitst naar prijssegmenten, typologie en woonmilieu. 2. focus op: a. inbreiding (maar met ruimte voor aanvullende uitbreiding) b. transformatie/herstructurering; c. betaalbaarheid/jongeren/senioren/talenten/bijzondere doelgroepen. Regionale programmering: 1. duurzaam en slim ruimtelijk accommoderen groeiambitie / inlopen woningtekort; 2.

koppeling bereikbaarheid/duurzame mobiliteit/economische groei; 3. breed palet woonmilieus/woningtypen; 4. ruimte voor (internationaal) talent. Om de versnelling vorm te geven doet een aantal Twentse gemeenten al een beroep op het aanjaagteam vanuit de provincie. Andere gemeenten zijn voornemens om dat te doen. Tevens worden in de woonagenda de Twentse sleutelgebieden en -projecten aangewezen. Daarbij wordt in de woonagenda gewerkt met ruimtelijke strategieën. Een drietal ruimtelijke strategieën wordt hierin onderscheiden: Buiten wonen in het landelijk gebied en kleine kernen; Wonen langs de radialen in de grote kernen met een goed voorzieningenniveau en die goed bereikbaar zijn; Het stedelijk wonen. Voor de kern Beuningen geldt dat wordt aangesloten bij de ruimtelijke strategie/ruimtelijk DNA van Losser: buiten wonen in het landelijk gebied en kleine kernen. Hier is het wonen nauw verbonden met het Overijsselse landschap, het dorpse leven, natuur en landbouw. Het zijn woonmilieus die gekoesterd worden en waar kwaliteiten aanwezig zijn die zoveel mogelijk behouden moeten worden. Ook worden kansen gezien om wonen als vliegwiel in te zetten om de vitaliteit van de dorpen en linten te versterken en en de transities in het landschap, zoals in de landbouw, of de klimaatadaptieve opgaven kracht bij te zetten.

Bij vrijkomende agrarische bebouwing worden bijvoorbeeld kansen gezien om nieuw aanbod te creëren, passend bij de leefomgeving en als contramal van wonen in het stedelijk gebied. Daarnaast worden kansen gezien om in de kernen met centrum dorpse woonmilieus woningen toe te voegen om daarmee de vitaliteit en de economie van de kernen kracht bij te zetten. Toets De voorgenomen ontwikkeling voorziet in zes starterswoningen voor een actuele zich voordoende behoefte in Beuningen. Daarmee wordt aangesloten bij lokale woonwensen en wordt tevens voorzien in een concrete woningvraag zoals is opgenomen in de Woonvisie van de gemeente Losser (zie paragraaf 3.4.3). Het plan past binnen de uitgangspunten van de Regionale Woonagenda Twente 2021-2025.

bestemmingsplan Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71 NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401

23

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvisie gemeente Losser

Op 16 oktober 2018 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Losser vastgesteld. De structuurvisie Losser geeft een actueel beeld van het ruimtelijk ordeningsbeleid van de gemeente en vormt een samenhangend beleidsdocument dat leidend is voor de ruimtelijke ordening en ontwikkelingen voor de komende jaren. De structuurvisie geeft richting aan de wijze waarop ruimtelijke kwaliteiten binnen de gemeente kunnen worden behouden en versterkt. In de visie wordt bepaald wat de essentiële en gebiedsspecifieke kwaliteiten zijn, waar kansen liggen en hoe ontwikkelingen op deze kwaliteiten en kansen kunnen inspelen. Bouwen naar wensen en behoeften Losser is een gemeente die de komende jaren wat betreft inwoneraantal niet sterk zal groeien. Uitbreiding en herontwikkeling van de woningvoorraad zal gericht zijn op de wensen en de behoeften. Naast kwantitatief blijft de gemeente kijken naar kwaliteit. De gemeente wil bouwen voor de inwoners die hier juist oud willen worden, in een passende woning. Dat geldt ook voor starters die hier gezinnen stichten en een passende woning wensen. De doelstellingen ten aanzien van kwaliteit en kwantiteit woningbouwprogrammering worden afgestemd op basis van de Primos cijfers. Visie en ontwikkelingsrichting Wonen In de kern Beuningen is beperkt ruimte voor nieuwe woningen. De volgende locaties komen hiervoor in aanmerking: 1.

Lomanskamp 2: dit betreft de laatste uitbreiding van de kern Beuningen aan de zuidzijde. 2. Landgoed Singraven: dit betreft de ontwikkeling van een tweetal erven binnen het landgoed Singraven, gesitueerd op de hoek Beuningerstraat – Borgbosweg. Overig De belangrijkste aanvullende opgaven voor Beuningen worden hieronder uiteengezet. Essentieel voor Beuningen is dat de lobbenstructuur herkenbaar blijft, de entree van de kern aan beide zijden gemarkeerd wordt door de bestaande erfbebouwing en de centrale zone verbijzonderd is door afwijkende bebouwing/functies in een groene setting waarmee het hart van het dorp wordt benadrukt. Verdichting moet worden vermeden. Van inbreiding naast de bestaande bebouwing kan dan ook geen sprake zijn. Het markeren en definiëren van de entrees aan oost- en westzijde geeft de begrenzing aan weerszijden van het dorp aan. Met de uitbreiding in het verlengde van de Lomanskamp dient rekening gehouden te worden met het behoud van zicht op erf Loman en een doorkijk naar het omliggende landschap. De kwetsbare ligging aan het rivierdal en aan het fraaie landschap aan de zuidzijde vraagt voortdurend aandacht voor de verbetering van de landschappelijke inrichting. De aanleg wandelroutes rond het dorp stimuleren en de kansen hiervoor benutten. Toets Als gevolg van onderhavig plan worden er zes starterswoningen gerealiseerd.

Hiermee wordt bijgedragen aan de groeiende vraag naar woningen voor starters in de gemeente Losser. Tot slot zorgt het voornemen voor een passende stedenbouwkundige opvulling van gronden die momenteel nog niet in gebruik zijn genomen door de horecagelegenheid. De bouw van de nieuwe woningen vindt tevens plaats op gronden die in de huidige situatie in gebruik zijn als tuin behorende bij de naastgelegen woning. Met de situering van de nieuwe woningen is zoveel als mogelijk rekening gehouden met de bestaande bomen. Samen met de nieuwe aanplant blijft het groene karakter van de omgeving behouden. Het plan past naar aard en omvang bij de bestaande bebouwing in de omgeving. Op basis van vorenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan past binnen de Structuurvisie van de gemeente Losser.

bestemmingsplan Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71 NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401

24

3.4.2

Toekomstvisie gemeente Losser 2025

De toekomstvisie van de gemeente Losser ‘Samen schatbewaarders van de gemeente Losser’ is tot stand gekomen door samen met de partners uit de gemeente Losser na te denken over hoe de gemeente er in 2025 uit moet zien, welke voorzieningen er zijn en hoe de gemeente Losser bestuurd zou moeten worden. De toekomstvisie wijst de weg en helpt bij het maken van keuzes op grond van de wensen en behoeften die worden benoemd. Bij het in kaart brengen van de ontwikkelingen voor de toekomst en de opgaven die gaan spelen onderscheidt de gemeente Losser vier thema’s met bij elk thema een strategische doelstelling. Het gaat om: 1. Natuur en Ruimte, dit thema gaat over landschap, wonen, wegen, verkeer en bouwen. 2. Zorg en Welzijn, hieronder vallen onderwijs, sport, cultuur, participatie en volksgezondheid. 3. Recreatie, Toerisme en Economie, hier horen ondernemerschap, werkgelegenheid en inkomen bij. 4. Bestuur en Dienstverlening, dit thema draait om communicatie, veiligheid, toezicht en handhaving. Voor het voorliggende bestemmingsplan is het aspect wonen binnen het eerste thema van belang. Wonen De gemeente wenst in 2025 een vitale samenleving, waarin voorzieningen gespreid gelegen zijn en tevens sprake is van een gevarieerd aanbod.

Voor alle levensfasen dienen woningen te zijn en er is meer ruimte voor inwoners, bijvoorbeeld in de zin van Collectief particulier opdrachtgeverschap of andere initiatieven. Het streven op het gebied van wonen is dan ook: een gemeente waarin voor iedereen die hier wil wonen een kwalitatief goede en levensloopbestendige woning beschikbaar is in één van de vitale karakteristieke kerkdorpen. De beleidsstukken die hierbij met name van belang zijn betreffen de woonvisie en de welstandsnota. Toets Voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het realiseren van zes starterswoningen in de kern Beuningen. Hiermee wordt bijgedragen aan de groeiende vraag hiernaar. Tot slot zorgt het voornemen voor een passende stedenbouwkundige opvulling van gronden die momenteel nog niet in gebruik zijn genomen door de horecagelegenheid. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de Toekomstvisie gemeente Losser 2025. 3.4.3

Woonvisie 2021 – 2031 gemeente Losser

In de Woonvisie 2021-2031 staan de uitgangspunten, ambities en voornemens voor wonen in de gemeente Losser voor de komende 10 jaar beschreven. In de woonvisie zijn diverse ambities opgenomen voor de gemeente. Onderstaand zijn de kern ambities opgesomd: Met ons woonbeleid willen wij voorzien in voldoende, geschikte huisvesting van onze inwoners, jong en oud. Bovendien zien we wonen als vliegwiel voor de vitaliteit en leefbaarheid van onze kernen; Dat betekent dat wij inzetten op activiteit op vele fronten: nieuwbouw, herstructurering, wonen en zorg, betaalbaarheid, beschikbaarheid, duurzaamheid. Bovendien leveren we onze bijdrage aan het inlopen van de woningtekorten, zoals die in de Twentse Woonagenda zijn benoemd; De bevolkingsvooruitzichten op langere termijn zijn mogelijk onzeker, maar dat geldt niet voor het komende decennium. We sorteren dan ook niet voor op bevolkingsdaling; We krijgen uiteraard wel te maken met veroudering. En dan klemt het des te meer om ook jongeren en starters zoveel als zij willen voor onze gemeente te behouden; Daarvoor koersen wij primair op doorstroming. We beseffen dat het streven naar doorstroming veelal niet leidt tot het tijdig vrijkomen van voldoende beschikbare en betaalbare woningen. Daarom willen wij ook voor starters bouwen, en waar mogelijk via doelgroeponafhankelijke woningen.

In de periode 2021 – 2031 zullen in de gemeente Losser gemiddeld zo’n 65 tot 70 woningen per jaar moeten worden toegevoegd. Op grond van de beschikbare

bestemmingsplan Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71 NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401

25

woningbehoefte-onderzoeken zijn de woningsegmenten en doelgroepen als volgt verdeeld:

Het voorliggend bestemmingsplan gaat uit van de realisatie van zes tweekappers in de koopsfeer voor starters. De woningen blijven met de verkoopprijs onder de NHG, in 2022 een bedrag van € 355.000. Met onderhavige ontwikkeling wordt een deel van de benodigde 100 woningen gerealiseerd. De woningbehoefte per kern wordt voor het dorp Beuningen als het volgende omschreven: De behoefte kwalitatief programmeren. Er is plancapaciteit aanwezig voor maximaal 33 woningen, waarvan 12 hard. Er is dus de komende 10 jaar nog noodzaak om meer plancapaciteit hard te maken. Toets Als gevolg van onderhavig plan worden zes starterswoningein gerealiseerd. Het plan past naar aard en omvang bij de bestaande stedenbouwkundige structuur van de omgeving. Met de situering van de woningein is zoveel mogelijk rekening gehouden met de bestaande bomen. Daarmee blijft het groene karakter van de omgeving behouden. De voorgenomen woningen in het plangebied voorzien in de behoefte die voor de kern Beuningen speelt. De kwalitatieve eisen van de Woonvisie zijn gericht op het toevoegen van starterswoningen zodat jongeren in het dorp blijven wonen en de vitaliteit en leefbaarheid versterkt worden. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de toekomstige woonvisie.

bestemmingsplan Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71 NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401

26

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. Of de ontwikkeling per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant.

Op basis van de jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2020:1832) lijken de volgende aspecten voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject relevant: (een uitbreiding) van de bebouwde oppervlakte, de opzet en de vormgeving van de ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van zes woningen op een gedeeltelijk bebouwd en gedeeltelijk onbebouwd perceel. Het perceel is gelegen binnen de begrenzing van het bestaand stedelijk gebied en is gelegen tussen een vrijstaande woning en een horecagelegenheid. De nieuwe woningen sluiten aan bij de stedenbouwkundig structuur van het gebied en sluiten qua bouwregels aan bij de naastgelegen woningen (o.a. maximum goothoogte van 4 meter en een maximale bouwhoogte van 10 meter). Derhalve past de realisatie van zes nieuwe woningen in de huidige stedenbouwkundige opzet van de omgeving.

Gelet op de toename van de bebouwde oppervlakte en de beperkte toename van bouwmogelijkheden kan aansluiting worden gezocht bij de uitspraak van de Raad van State van 11 maart 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:729). In deze uitspraak heeft de Raad van State geoordeeld dat het toevoegen van twaalf woningen op gronden die reeds bestemd zijn voor stedelijke voorzieningen binnen bestaand bebouwd gebied niet betekent dat hetgeen waarin het plan voorziet moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Daarbij is van belang dat sprake is van bestaand bebouwd gebied en dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is (vgl. de uitspraak van de Afdeling van 15 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:100). Het plan heeft betrekking op de toevoeging van zes woningen op gronden die in de huidige situatie in gebruik zijn als tuin (bestemming Wonen) en horecagelegenheid (bestemming Horeca). Het bouwvlak van de horeca gelegenheid zal verkleind worden van 1741,50 m2 naar

bestemmingsplan Beuningen, woningbouw achter Beuningerstraat 71 NL.IMRO.0168.00BP0012PH01-0401

27

1063 m2 en het bestemmingsvlak gaat van 4469,60 m2 naar 2434,50 m2. Een deel van deze gronden worden dus omgezet in een andere bestemming zoals tuin, verkeer, groen en wonen. De oppervlakte van de woonbestemming betreft 1842 m2 waarvan reeds een deel (495 m2) woonbestemming was behorende bij de Beuningerstraat 65. De oppervlakte van de bouwvlakken binnen de woonbestemming is 594 m2. De oppervlakte aan bouwvlak binnen het plangebied neemt dus af. Bijgebouwen bij de woningen kunnen voor een kleine toename aan bebouwd oppervlak zorgen. De toename van de bebouwde oppervlakte is gering en kan, gelet op de uitspraak van 11 maart 2020 niet worden aangemerkt als een nieuw stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Tevens dient te worden opgemerkt dat de gronden in de huidige situatie reeds voorzien zijn van de bestemming 'Wonen' en 'Horeca' en daarmee bedoeld zijn voor stedelijke voorzieningen. Op basis van vorenstaande wordt geconcludeerd dat het plan niet voorziet in een nieuw stedelijk ontwikkelingsproject.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=92527ae4-33c0-4323-bf81-b62362bcc44c