Bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK conform NEN 5740 en NEN 5707 Bentheimerstraat 53-55 - De Lutte
Opdrachtgever: East Estate Locatie: Bentheimerstraat 53-55 7587 NE De Lutte Oktober 2017
Kruse Milieu BV Bezoekadres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl
Postadres: Postbus 51 7650 AB Tubbergen
Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739
Tel: 0546 - 63 96 63
KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01
Rapport Verkennend Bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 Bentheimerstraat 53-55 - De Lutte
Opdrachtgever: East Estate Hanzepoort 25 7575 DB Oldenzaal Locatie: Bentheimerstraat 53-55 7587 NE De Lutte Projectcode: 17059118 Projectleider: ing. J. Kienstra Rapportagedatum: 23 oktober 2017 Auteur: mevr. ing. M.J.F. Platenkamp - van der Palen Kruse Milieu BV
INHOUD Pagina 1
Inleiding
1
2.1 2.2 2.3
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie
2 2 2 3
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses
4 4 5 5 6 7
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten van de asbestanalyses Bespreking resultaten asbestanalyses
8 8 8 10 11 12 12
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
13
6
Literatuur en bronvermelding
15
2
3
4
Bijlagen I II III IV V
Regionale ligging locatie Boorplan Kruse Milieu BV, 2007 Situatieschets Kruse Milieu BV met boorlocaties, 2017 Boorstaten Legenda boorstaten Resultaten chemische analyses Toetsing chemische analyses Resultaten asbestanalyses Berekening gewogen asbestgehaltes Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen
Kruse Milieu BV
Project: 17059118
1
Inleiding
Dit rapport beschrijft het verkennend bodemonderzoek, dat in opdracht van East Estate op het terrein aan de Bentheimerstraat 53-55 in De Lutte door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande nieuwbouw van een markthal. In het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning dient onderzoek te worden uitgevoerd naar de bodemkwaliteit. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de locatie als gevolg van aanwezig bodemvreemd materiaal als heterogeen verdacht dient te worden beschouwd, met daarbij een verdachte deellocatie ter plaatse van de voormalige olieopslag in vaten. De onderzoeksopzet gaat uit van - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN 5707, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, augustus 2015; - de aanvulling NEN 5707/C1, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, augustus 2016.
De doelstelling van het onderzoek (heterogeen verdacht) is het opsporen van heterogene verontreinigingen. De doelstelling van het onderzoek op de verdachte deellocatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern ook daadwerkelijk op de vermoede plaats aanwezig is en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden overschrijden. Het veldwerk is uitgevoerd in oktober 2017 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I & M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.
Kruse Milieu BV
Project: 17059118
Pagina 1 van 15
2
Locatiegegevens 2.1
Beschrijving huidige situatie
Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Bentheimerstraat 53-55 in het noordoostelijke gedeelte van de bebouwde kom van De Lutte. Het terrein heeft de coördinaten x = 263.88 en y = 482.40 en is kadastraal bekend als: gemeente Losser, sectie D, nummers 4095 en 4781. De Bentheimerstraat bevindt zich ten zuiden van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is bebouwd met een kaaswinkel en een opslagschuur. Rondom de bebouwing is deels een verharding met tegels, grind en beton aanwezig. Het overige deel van de locatie is onbebouwd en onverhard en betreft gras en/of gazon. Onderzoekslocatie Er zijn plannen voor de nieuwbouw van een markthal op de locatie. In het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning dient onderzoek te worden uitgevoerd naar de bodemkwaliteit op het terrein. De onderzoekslocatie betreft een deel van het terrein, is bebouwd met de oude woning en de kaaswinkel en deels verhard met tegels, grind en beton. Het onverharde deel betreft gras. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 480 m². In bijlage I is de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn tevens twee situatieschetsen opgenomen. De eerste betreft het boorplan van Kruse Milieu BV uit 2007 op de locatie en de tweede situatieschets betreft het boorplan met de boorlocaties van onderhavig onderzoek (Kruse Milieu BV, oktober 2017). 2.2
Vooronderzoek
Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever (East Estate) en bij J.G.M. Venterink-Westenbroek van de gemeente Losser. Tevens is gebruik gemaakt van bodematlas. De volgende informatie is verzameld: - Op de locatie is een kaaswinkel gevestigd. - Op 25 mei 1948 is een Hinderwetvergunning verleend voor de opslag van petroleum in vaten. Maximaal mochten 10 vaten met een inhoud van elk 200 liter aanwezig zijn. - Op 19 mei 1995 is deze Hinderwetvergunning ingetrokken. - Gelet op de opslag van petroleum (alifatische koolwaterstoffen) wordt de locatiestatus in het bodeminformatiesysteem aangemerkt als potentieel ernstig. - Voor zover bekend is er op het terreindeel nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel. - Voor zover bekend hebben er op het terrein geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden. - Voor zover bekend bevindt zich geen asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie. Tevens is de locatie niet gelegen aan een asbestweg. De locatie is niet aangemeld voor de 2e of 3e fase van de saneringsregeling asbestwegen. - Er is op de locatie een bodemonderzoek uit 2007 bekend: Kruse Milieu BV, Bodemonderzoek Bentheimerstraat 53-55 in De Lutte, d.d.
augustus 2007 met projectcode 07025310) De resultaten van dit onderzoek worden hiernavolgend kort besproken: In de bodem zijn sintels, slakken en kolengruis aangetroffen. Er is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De grondwaterstand was gemiddeld 1.85 m-mv.
Kruse Milieu BV
Project: 17059118
Pagina 2 van 15
Resultaten chemische analyses - het bovengrondmengmonster BG I uit de bovengrond van boringen 2 t/m 8 is licht verontreinigd met PAK’s; - het grondmonster uit de laag van 0.4 tot 0.7 m-mv van boring 4 is licht verontreinigd met koper, nikkel, zink en PAK’s; - het grondmonster uit de laag van 0.3 tot 0.8 m-mv van boring 8 is licht verontreinigd met cadmium, koper, nikkel en minerale olie, matig verontreinigd met lood en PAK’s en sterk verontreinigd met zink; - het bovengrondmengmonster BG II is niet verontreinigd; - het ondergrondmengmonster OG I is niet verontreinigd; - het ondergrondmengmonster OG II is niet verontreinigd; - het grondwatermonster uit peilbuis 1 is niet verontreinigd; Na nader onderzoek naar de verontreiniging in horizontale richting rondom boring 8 werd het volgende geconcludeerd: - het grondmonster uit de laag van 0.5 tot 0.7 m-mv van boring 21 is licht verontreinigd met cadmium, koper, nikkel, minerale olie en PAK’s en sterk verontreinigd met lood en zink; - het grondmengmonster uit de laag van 0.5 tot maximaal 1.0 m-mv van boringen 23 en 24 is licht verontreinigd met lood, zink en PAK’s. In de grond ter plaatse van de parkeerplaats (eigendom gemeente) zijn geen verontreinigingen aangetoond.
In de grond ter plaatse van boringen 8 en 21 is een sterke verontreiniging met lood en zink aangetoond, een matige verontreiniging met lood en PAK’s en een lichte verontreiniging met cadmium, koper en nikkel. De hoeveelheid sterk met zink verontreinigde grond ter plekke van boring 8 (welke in noordoostelijke richting niet is afgeperkt en in zuidwestelijke richting wel) werd geschat op minder dan 5 m³. Resumé: De bovengrond is licht verontreinigd met PAK. Op de noordoosthoek van het perceel is de bodem sterk verontreinigd met zink, matig verontreinigd met lood en PAK en licht verontreinigd met cadmium, koper, nikkel en minerale olie. De (sterke) verontreiniging valt niet binnen de huidige onderzoekslocatie. 2.3
Bodemsamenstelling en geohydrologie
Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - Het terrein is gelegen op de oostgrens van de stuwwal Oldenzaal. - Het maaiveld bevindt zich circa 42.5 meter boven NAP. - Op circa 1.0 kilometer ten noorden van het terrein dagzoomt het tertiair. De deklaag heeft een dikte van minder dan 10 meter en bestaat uit kwartair zand, een door de wind afgezet dekzandpakket, dat behoort tot de formatie van Twente. Het doorlatend vermogen is gering en wordt geschat op minder dan 100 m²/dag. - Onder de zandige bovenlaag bevindt zich de slecht doorlatende bodemlaag van de stuwwal, bestaande uit tertiaire klei of keileem. Verwacht wordt dat grondwater over de gestuwde ondergrond, die klei- of leemhoudend is, stroomt. Vermoedelijk is er slechts een zeer dunne bodemlaag grondwaterhoudend. - Het freatische grondwater stroomt in oostelijke richting onder invloed van afstroming vanaf de stuwwal met een verhang van circa 4 m/km. - De locatie is niet in een waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied gelegen. De Dinkel stroomt op circa 1.5 kilometer ten oosten van het terrein. Er wordt geen grote invloed verwacht op de lokale stand en stromingsrichting van het freatische grondwater.
Kruse Milieu BV
Project: 17059118
Pagina 3 van 15
3
Uitvoering bodemonderzoek 3.1
Onderzoeksstrategie
De onderzoeksopzet gaat uit van NEN 5740 en NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 en NEN 5707 en NEN 5707/C1, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, augustus 2016. Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, wordt de onderzoekslocatie (door de aanwezige puin en kolengruis) als heterogeen verdacht beschouwd (verdacht van lood en zink (door aanwezigheid van slakken, sintels en kolengruis) en verdacht van minerale olie ter plaatse van de voormalige olieopslag). De hypothese "verdachte locatie" uit NEN 5740 en NEN 5707 (VED-HE-NL: verdachte locatie met een diffuse bodemverontreiniging met een heterogene verspreiding) wordt voor de locatie gebruikt. De locatie van de (voormalige) olieopslag in vaten wordt beschouwd als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van minerale olie in de grond en van minerale olie en BTEXN in het grondwater. De hypothese “verdachte locatie” uit NEN 5740 wordt voor deze deellocatie gebruikt.
De onderzoeksstrategie op deze deellocatie is gebaseerd op de NEN 5740, paragraaf 5.3: Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). In de normen NEN 5740 en NEN 5707 zijn voor verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van een omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40).
Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN 5897 van toepassing, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, augustus 2015
Kruse Milieu BV
Project: 17059118
Pagina 4 van 15
3.2
Veldwerkzaamheden
Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie voor verdachte locaties uit NEN 5740 en NEN 5707. Beide onderzoeksstrategieën worden met elkaar gecombineerd. Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Overig terrein Op basis van het oppervlakte van circa 480 m², worden er in totaal 5 boringen verricht, waarvan 3 tot 0.5 meter en 2 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Aangezien het verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN5740 wordt gecombineerd met het verkennend bodemonderzoek volgens norm NEN5707 naar de aanwezigheid van asbest in de bodem worden alle grondboringen tot 0.5 meter diepte vervangen door gaten met een lengte en breedte van minimaal 0.3x0.3 meter. De opgegraven grond wordt gezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbesthoudende materialen. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. Vanwege eerdere onderzoeken op de locatie worden de boringen/inspectiegaten gecodeerd als 101 tot en met 105. Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters wordt met behulp van een Edelmanboor één diepe boring overeenkomstig NEN 5766 afgewerkt tot peilbuis. De peilbuis (101) wordt centraal op de onderzoekslocatie geplaatst.
Voormalige opslag vaten Ter plaatse van de voormalige opslag van vaten worden met behulp van een Edelmanboor 3 boringen verricht tot 1.0 meter minus maaiveld (gecodeerd als 111, 112 en 113). Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters wordt één diepe boring (111) afgewerkt tot peilbuis. Van elk inspectiegat en iedere boring wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN 5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. 3.3
Analyses
De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door ACMAA Asbest BV, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in een verkennend onderzoek van deze omvang 6 mengmonsters samengesteld en er wordt 1 grondwatermonster genomen. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 3. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN 5740 onderzocht. In tabel 1 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd.
Kruse Milieu BV
Project: 17059118
Pagina 5 van 15
Tabel 1: Analysepakket per (meng)monster Monster
Analysepakket Overig terrein
Bovengrond (BG I) Ondergrond (OG I)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organisch stof, lutum en droge stof
Bovengrond MM FF
Asbest en droge stof
Grondwater (PB101)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting Voormalige bovengrondse olieopslag in vaten
Bovengrond BG II
Minerale olie, organische stof en droge stof
Grondwater (PB111)
Minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, pH, EC en troebelheid.
Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. Indien zintuiglijk asbestverdachte materialen worden waargenomen, wordt per gat een materiaal(verzamel)monster samengesteld. 3.4
Toetsing chemische analyses
De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging. Kruse Milieu BV
Project: 17059118
Pagina 6 van 15
tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde.
De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. 3.5
Toetsing asbestanalyses
De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.
Kruse Milieu BV
Project: 17059118
Pagina 7 van 15
4
Resultaten 4.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses en de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.3. en in paragraaf 4.4. worden de resultaten besproken. 4.2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn in oktober 2017 uitgevoerd door de heren J. Hartman en R. Veltmaat. De veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/07). Er heeft op 4 oktober 2017 een veldinspectie plaatsgevonden. Tijdens de veldinspectie is gebleken dat op een berging achter de woning asbestverdachte dakplaten liggen. Het hemelwater loopt via het dak op onverhard terrein. Deze zogenaamde druppelzone is verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van asbest en dient derhalve aanvullend onderzocht te worden. De onderzoeksstrategie op deze deellocatie is gebaseerd op de NEN 5707, paragraaf 6.4.4: verdachte locatie met plaatselijke bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern (VEP). Ten behoeve van het onderzoek ter plekke van de druppelzone worden 3 gaten gegraven in de toplaag met een lengte en breedte van minimaal 0.3 meter. Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. Er wordt 1 mengmonster van de fijne fractie samengesteld, dat wordt geanalyseerd op asbest. Op 4 oktober zijn 2 peilbuizen geplaatst: peilbuis 101 ten behoeve van het onderzoek op de onverdachte locatie en peilbuis 111 ten behoeve van het grondwateronderzoek ter plaatse van de voormalige olieopslag. Met behulp van een Edelmanboor zijn twee diepe boringen verricht tot maximaal 4.0 m-mv.
Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal waarna de peilbuizen zijn doorgepompt. Op 11 oktober 2017 zijn de volgende werkzaamheden verricht: Overig terrein - verspreid over de locatie zijn 5 inspectiegaten gegraven (handmatig met een schop). De inspectiegaten zijn gecodeerd als 101A en 102 tot en met 105. Twee gaten zijn met behulp van een Edelmanboor verdiept tot 2.0 m-mv; - Peilbuis 101 is bemonsterd; Voormalige olieopslag - Ter plaatse van de voormalige opslag van vaten zijn 3 boringen verricht tot 1.0 m-mv (gecodeerd als 111A, 112 en 113); - Peilbuis 111 is bemonsterd; Druppelzone - Aan de noordzijde van de overkapping (van asbestgolfplaten) zijn ter plekke van de druppelzone 3 inspectiegaten (121, 122 en 123) gegraven in de toplaag met een lengte en breedte van 0.3 meter (handmatig met een schop).
Het opgegraven materiaal is gezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. Kruse Milieu BV
Project: 17059118
Pagina 8 van 15
Het maaiveld was vrij van obstakels en was goed te inspecteren (inspectie-efficiëntie: 90100%). De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, weinig regen). De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie is globaal als volgt: vanaf het maaiveld (onder de tegel-, grind- of betonverharding) wordt zeer fijn tot matig fijn, zwak siltig, zwak humeus zand opgeboord tot circa 1.20 meter min maaiveld (m-mv). Ter plekke van boring 111 wordt vanaf 1.2 tot 2.5 m-mv sterk siltige, groene klei opgeboord. Hieronder is tot einde boordiepte (4.0 m-mv) matig fijn, zwak siltig zand opgeboord. Ter plekke van boring 101 wordt vanaf 1.2 m-mv tot einde boordiepte (2.8 m-mv) matig fijn, zwak siltig zand aangetroffen. In de grond zijn roest- en/of oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn in diverse boringen bodemvreemde materialen waargenomen. Deze zijn in tabel 2 weergegeven. Onder het beton ter plekke van boring 103 is een sintellaag aangetroffen. Deze laag voldoet niet aan de definitie bodem en valt buiten de scope van dit onderzoek.
Het opgeboorde materiaal is wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld, in de sintellaag of in de bodem. Er is zintuiglijk geen minerale olie waargenomen in de grond of in het grondwater ter plekke van de voormalige olieopslag (geen olie-waterreactie en geen oliegeur). Tabel 2: Weergave bodemvreemde materialen. Boring
Diepte (m-mv)
Waarneming
101
0 - 1.00 1.00
Sporen glas, sporen kolengruis, sporen puin Oude maaiveld
101A
0 - 1.00 1.00
Sporen glas, sporen kolengruis, sporen puin Oude maaiveld
102
0.20 - 0.50
Sporen baksteen
103
0.08 - 0.12 0.12 - 0.45
Sintellaag Zwak puinhoudend
104
0 - 0.40
Sporen puin
105
0 - 0.50
Sporen puin
111
0 - 0.80 0.80
Sporen glas, sporen kolengruis, sporen puin Oude maaiveld
111A
0 - 0.80 0.80
Sporen glas, sporen kolengruis, sporen puin Oude maaiveld
121
0 - 0.20
Sporen puin, resten glas
122
0 - 0.20
Resten puin
123
0 - 0.20
Sporen puin
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 3 staat omschreven. Van de puinhoudende laag onder de sintellaag in boring 103 is in overleg met de opdrachtgever aanvullend een mengmonster van de fijne fractie samengesteld en geanalyseerd op asbest. Kruse Milieu BV
Project: 17059118
Pagina 9 van 15
Tabel 3: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster
Boring/inspectiegatnummer Traject (diepte in m-mv)
Analyse op
Overig terrein BG I
101A en 105 102 103 104
0 - 0.50 0.20 - 0.50 0.12 - 0.45 0 - 0.40
Standaard pakket
MM FF A
101A, 102, 104 en 105 103
0 - 0.50 0.12 - 0.45
Asbest
OG
101 102
0.50 - 1.70 0.50 - 1.50
Standaard pakket
Voormalige olieopslag in vaten BG II
111A en 113 112
0 - 0.50 0 - 0.40
Minerale olie
0 - 0.20
Asbest
Druppelzone MM FF - 121 t/m 123
121, 122 en 123
Op 11 oktober 2017 zijn de peilbuizen bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN 5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 4. Tabel 4: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH (-)
EC (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Toestroming
101
1.8 - 2.8
1.45
5.9
273
<0.1
Goed
111
3.0 - 4.0
0.93
5.6
532
<0.1
Goed
De waarden voor de pH, de EC en de troebelheid worden als normaal beschouwd. 4.3
Resultaten en toetsing van de chemische analyses
In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden.
Kruse Milieu BV
Project: 17059118
Pagina 10 van 15
In de bovengrond BGII ter plaatse van de voormalige olieopslag, in mengmonster BG van de bovengrond en in het grondwater uit peilbuis 101 zijn enkele van de onderzochte stoffen in verhoogde concentraties ten opzichte van de betreffende achtergrond- of streefwaarde aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 5. In mengmonster OG van de ondergrond en in het grondwater ter plaatse van de voormalige olieopslag zijn geen van de onderzochte stoffen in verhoogde gehalten gemeten. Tabel 5: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of µg/l). Monster
Component
Gemeten concentratie
GSSD
Achtergrond1of streefwaarde
Interventiewaarde
Overig terrein BG
Lood Zink PAK
Peilbuis 101 Barium
60 78 3.7
88.24 * 158.8 * 3.645 *
50 140 1.5
530 720 40
74
74 *
50
625
190
5000
Voormalige olieopslag in vaten BG II 1
Minerale olie
100
196.1 *
AW2000
In kolom 4 van tabel 4 is het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 4.4
Bespreking resultaten chemische analyses
Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele (zeer) lichte verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Overig terrein Bovengrond - Lood, zink en PAK Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met metalen en PAK niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). Oorzaak voor de licht verhoogde gehalten wordt gezocht in de waargenomen bodemvreemde materialen. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Grondwater - Barium Het licht verhoogde bariumgehalte in het grondwater is mogelijk te wijten aan een plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarde. In de ondergrond zijn roesthoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. Voormalige olieopslag Bovengrond - Minerale olie Er is in de bovengrond ter plekke van de voormalige olieopslag een licht verhoogd minerale oliegehalte aangetoond. Minerale olie is een bestanddeel van olieproducten en brandstoffen. Zintuiglijk is geen minerale olie aangetroffen in de bovengrond (geen olie/water-reactie of oliegeur).
Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Kruse Milieu BV
Project: 17059118
Pagina 11 van 15
4.5
Resultaten van de asbestanalyses
In bijlage IV zijn de analyserapporten en de berekeningen van het asbestonderzoek opgenomen. In het mengmonster van de fijne fractie MM FF A is asbest aangetoond (volgens het laboratorium brandwerend board). De berekende gewogen asbestgehalten zijn in tabel 6 weergegeven. In het mengmonster van de fijne fractie van de druppelzone (MM FF - 121 t/m 123) is geen asbest aangetoond. Tabel 6: Gewogen asbestconcentraties (mg/kg droge stof). Inspectiegat
Component
Gewogen asbestgehalte
Achtergrondwaarde
Interventiewaarde
Gat 101A
Asbest
207.9
-
100
Gat 102
Asbest
207.9
-
100
Gat 103
Asbest
206.4
-
100
Gat 104
Asbest
207.9
-
100
Gat 105
Asbest
206.4
-
100
In de derde kolom van tabel 6 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Onderstreept : Overschrijding van de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Vet : Overschrijding van de interventiewaarde. 4.6
Bespreking resultaten asbestanalyses
Zoals in paragraaf 4.5 is weergegeven, is er in het mengmonster van de fijne fractie MM FF A asbest aangetoond. De gewogen asbestgehalten in gaten 101 tot en met 105 overschrijden de interventiewaarde voor asbest, waardoor nader asbestonderzoek nodig is.
Kruse Milieu BV
Project: 17059118
Pagina 12 van 15
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
Algemeen In opdracht van East Estate is in een verkennend bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terrein ter grootte van circa 480 m², gelegen aan de Bentheimerstraat 53-55 in De Lutte. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande nieuwbouw van een markthal. In het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning is onderzoek uitgevoerd naar de bodemkwaliteit. Voorafgaande aan het veldwerk is uitgegaan van een verdachte locatie met een diffuse bodemverontreiniging met een heterogene verspreiding (asbest, metalen en PAK). Ter plekke van de voormalige olieopslag is uitgegaan van een verdachte locatie (verdacht voor minerale olie). Resultaten veldwerk Overig terrein Hier zijn in totaal, verspreid over het terrein, 5 inspectiegaten gegraven (101A en 102 tot en met 105). Twee inspectiegaten (101A en 102) zijn met behulp van een Edelmanboor doorgezet in de ondergrond tot maximaal 2.0 m-mv. Er is 1 peilbuis geplaatst (101). De bodem bestaat onder een laag zeer tot matig fijn, zwak siltig, zwak humeus zand van 1.2 tot 2.8 m-mv uit matig fijn, zwak siltig zand. In de grond zijn roest- en/of oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn bodemvreemde materialen waargenomen (zie tabel 2). Er zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld, in de sintellaag of in de bodem. Het grondwater is in peilbuis 101 aangetroffen op 1.45 m-mv.
Druppelzone In totaal zijn er 3 inspectiegaten gegraven ter plekke van de druppelzone (121, 122 en 123). De bodem bestaat uit matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, zwak humeus zand. In de toplaag zijn sporen puin aangetroffen. Er zijn door de veldwerker visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld of in de inspectiegaten. Voormalige bovengrondse olieopslag in vaten Ter plekke van de voormalige olieopslag zijn 3 boringen verricht (111A 112 en 113). Er is 1 peilbuis geplaatst (peilbuis 111). Onder een laag uiterst tot matig fijn, zwak siltig, zwak humeus zand is van 1.2 tot 2.5 m-mv sterk siltige klei opgeboord waaronder tot 4.0 m-mv matig fijn, zwak siltig zand is aangetroffen. In de grond zijn tot uiterst roesthoudende lagen aangetroffen. In boringen 111 en 111A zijn bodemvreemde materialen aangetroffen (zie tabel 2). Er is zintuiglijk geen minerale olie waargenomen in de grond of in het grondwater ter plekke van de voormalige olieopslag. Het freatische grondwater is in de peilbuis aangetroffen op 0.93 m-mv. Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de chemische analyses wordt het volgende geconcludeerd: Overig terrein Chemische analyses - mengmonster BG is (zeer) licht verontreinigd met lood, zink en PAK; - mengmonster OG van de ondergrond is niet verontreinigd; - het grondwater is licht verontreinigd met barium.
Resultaten asbestanalyses overig terrein - MM FF A bevat asbest; De gewogen asbestgehalten in gaten 101A en 102 tot en met 105 overschrijden de interventiewaarde voor asbest, waardoor nader asbestonderzoek uitgevoerd dient te worden. Druppelzone Resultaten asbestanalyses druppelzone - MM FF 121, 122 en 123 bevat geen asbest. Kruse Milieu BV
Project: 17059118
Pagina 13 van 15
Voormalige olieopslag Chemische analyses - mengmonster BGII is zeer licht verontreinigd met minerale olie; - het grondwater is niet verontreinigd met minerale olie of vluchtige aromaten (BTEXN). Hypothese De hypothese "verdachte locatie met een diffuse bodemverontreiniging met een heterogene verspreiding" dient te worden gehandhaafd, aangezien er enkele overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese “verdacht van aanwezigheid van asbest” blijft gehandhaafd, gezien het feit dat het gewogen asbestgehalte de interventiewaarde voor asbest overschrijdt. Conclusies en aanbevelingen Uit de resultaten van het asbestonderzoek blijkt dat er in het mengmonster van de fijne fractie MM FF A asbest is aangetoond. De gewogen asbestgehalten in gaten 101A en 102 tot en met 105 overschrijden de interventiewaarde voor asbest, waardoor nader asbestonderzoek nodig is. Geadviseerd wordt nader asbestonderzoek uit te voeren om de mate en omvang van de asbestverontreiniging vast te kunnen stellen. Uit het chemisch analytisch onderzoek is gebleken dat de bovengrond en het grondwater licht verontreinigd zijn met enkele zware metalen en/of PAK. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4.
Ten aanzien van het chemischanalytische onderzoek is nader onderzoek niet nodig is aangezien de tussenwaarden voor lood, zink en PAK niet worden overschreden. Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend bodemonderzoek een beperkt aantal boringen of inspectiegaten verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.
Kruse Milieu BV
Project: 17059118
Pagina 14 van 15
6
Literatuur en bronvermelding
Informatie van de gemeente Kruse Milieu BV, Bodemonderzoek Bentheimerstraat 53-55 in De Lutte, d.d. augustus 2007 met projectcode 07025310) NEN 5707, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, augustus 2015 NEN 5707/C1, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, augustus 2016 NEN 5725, “Bodem. Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, januari 2009 NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NTA 5755, "Bodem - Landbodem.
Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging", NNI Delft, juli 2010 NEN 5897, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, augustus 2015 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, Topografische Dienst Emmen Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV www.overijssel.nl, bodem- en wateratlas www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl
Kruse Milieu BV
Project: 17059118
Pagina 15 van 15
Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan Kruse Milieu BV, 2007 Situatieschets Kruse Milieu BV met boorlocaties 2017
Bentheimerstraat 53-55 De Lutte
Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster
Topografische kaart Schaal: 1:25000 Bijlage: I
East Estate Bentheimerstraat 53+55 7587 NE De Lutte
N
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek
24
5
houten schuur
21 8 22
23 6 moestuin
2 schuur
7
tegels
3 asfalt gazon
11 parkeerplaats
1 woning
4
12 14
13
Bentheimerstraat
0
25
Kruse Milieu BV = Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis
Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren www.krusegroep.nl
Projectcode Schaal Datum
Tel: 0546 - 631153 Fax: 0546 - 632139
: 07025310 : 1:500 (A4-formaat) : Augustus 2007
East Estate Bentheimerstraat 53-55 7587 NE De Lutte Verkennend bodemonderzoek
Toekomstige markthal 102 103
Voormalige olieopslag in vaten
112 111 111A
gras 104
113 53
asfalt
101 101A
121
122
123 Druppelzone
tegels
105
0 = Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis
Be n
the i
me rs
f i et sp a traa t
12.5
55
d
Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl
Veldwerker: JH/RV
Tekenaar: JL
Projectcode Schaal Datum
: 17059118 : 1:250 (A4-formaat) : Oktober 2017
Bijlage II Boorstaten
101
1
103
t egel, m aaiveld
0
0
zand, m at ig fijn, st erk silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, sporen glas, sporen kolengruis, sporen puin, sporen grind
50
bet on, m aaiveld
0
0 1
-12
50
31x31cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, bv: 10.3%, neut raal beige, bruin, zwak puin < 20 m m 53,4 kg > 20 m m 0.8 kg, m at ig leem , rest en grind
80 100
-100
100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, oude m v
130
-120
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, zwak roest , ext reem hard
150
-8
volledig sint els
-45
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal beige, bruin, geroerd
t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 1 -1 0 -2 0 1 7 boorm eest er Ja n H a r t m a n
-85
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige
180
104
200
m oest uin, m aaiveld
0
0 1
250 50
280
32x32cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, bv: 11.8%, donker bruin, sporen puin < 20 m m 69,9 kg, geroerd
-40
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, rest en t eelaarde, rest en oer, geroerd
t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 0 4 -1 0 -2 0 1 7 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t
-80
100
101A
t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 1 -1 0 -2 0 1 7 boorm eest er Ja n H a r t m a n
t egel, m aaiveld
0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, rood, m at ig oer
0 1
50
30x31cm , zand, m at ig fijn, st erk silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, sporen glas, sporen kolengruis, sporen puin, sporen grind, < 20 m m 78,6 kg
105
100
-100 3
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, oude m v
4
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, zwak roest , ext reem hard
50
100
t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 1 -1 0 -2 0 1 7 boorm eest er Ja n H a r t m a n
t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 1 -1 0 -2 0 1 7 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t
102
grind, m aaiveld
0
0
33x32cm -20 50 2
100
3
4 150
33x32cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, bv: 11.6%, donker bruin, zwart , sporen bakst een < 20 m m 53.5 kg zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, licht beige, bruin, sporen oer, sporen t eelaarde, sporen plant en, geroerd
-50
-80
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker zwart , grijs -125
t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 1 -1 0 -2 0 1 7 boorm eest er Ja n H a r t m a n
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina
Be n t h e im e r st r a a t 5 3 -5 5 - D e Lu t t e 17059118 2 3 -1 0 -2 0 1 7 N EN 5 1 0 4 1 va n 3
32x33cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, bv: 11.3%, donker bruin, sporen puin < 20 m m 89,3 kg, geroerd
-50
zand, zeer fijn, zwak silt ig, m at ig grindig, licht beige, bruin, rest en t eelaarde, rest en oer, geroerd
-120
1
0 1
2
150
t uin, m aaiveld
0
-90
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, licht geel, rood, m at ig oer
111
1
113
gazon, m aaiveld
0
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, sporen glas, sporen kolengruis, sporen puin, sporen grind
50
0 1
-50
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, ow: geen, rest en t eelaarde
-80
-60
100
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, ow:
-120
klei, st erk silt ig, neut raal groen, zwak roest
150
200
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, oude m v
100
gras, m aaiveld
0
t ype g r on d b or in g dat um 1 1 -1 0 -2 0 1 7 boorm eest er Ja n H a r t m a n
121
200
gras, m aaiveld
0 250
250
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht rood, uit erst roest 300
0
32x32cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, bv: 12.3%, donker bruin, beige, sporen puin grove fract ie 0.015 kg., rest en glas, < 20 m m 11,9 kg > 20 m m 0,017 kg.
-250
300
50 -300
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige
t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 1 -1 0 -2 0 1 7 boorm eest er Ja n H a r t m a n
-20
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, rest en zand
350
122 400
gras, m aaiveld
0
400
t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 0 4 -1 0 -2 0 1 7 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t
111A
0
32x32cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, bv: 12.1%, donker bruin, beige, rest en puin grove fract ie 0.005 kg., < 20 m m 12,1 kg . 20 m m 0,015 kg.
50
t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 1 -1 0 -2 0 1 7 boorm eest er Ja n H a r t m a n
gazon, m aaiveld
0
-20
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, rest en zand
0 1
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, sporen glas, sporen kolengruis, sporen puin, sporen grind
123 -80
100
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, oude m v
50 -120
klei, st erk silt ig, neut raal groen, zwak roest
150
t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 1 -1 0 -2 0 1 7 boorm eest er Ja n H a r t m a n
t ype g r on d b or in g dat um 1 1 -1 0 -2 0 1 7 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t
112
gras, m aaiveld
0
0 1
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, ow: geen, geroerd -40
50
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, ow: geen, rest en t eelaarde, rest en oer
100
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker zwart , grijs, ow: geen
-90
t ype g r on d b or in g dat um 1 1 -1 0 -2 0 1 7 boorm eest er Ja n H a r t m a n
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina
gras, m aaiveld
0
Be n t h e im e r st r a a t 5 3 -5 5 - D e Lu t t e 17059118 2 3 -1 0 -2 0 1 7 N EN 5 1 0 4 2 va n 3
0
32x33cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, bv: 12.6%, donker bruin, beige, sporen puin grove fract ie 0.001kg., < 20 m m 12,1 kg > m m 0,023 kg. zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, rest en zand
-20
PEILBUIS
BORIN G
OLIE OP W ATER REACTIE ( OW )
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
GEUR IN TEN SITEIT ( GI)
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
GRON D SOORTEN
M ATE V AN BIJM EN GIN G
Grind, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
Zand, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
Leem , silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
Klei, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
Veen, hum eus (V,h)
Slib
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE Z AN D
Asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OV ERIG
GRAD ATIE GRIN D
Bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
Wat er
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = Phot o Ionisat ie Det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
Bijlage III Resultaten chemische analyses
Kruse Milieu BV T.a.v. J. Kienstra Huyerenseweg 33 7678 SC GEESTEREN
Analysecertificaat Datum: 19-Oct-2017
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2017135011/1 17059118 Bentheimerstraat 53-55 - De Lutte 11-Oct-2017
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer
17059118 Bentheimerstraat 53-55 - De Lutte
Monsternemer Monstermatrix
Riemer Veltmaat Grond (AS3000) Eenheid
Analyse
Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina
1
2
Uitgevoerd
Uitgevoerd
85.0
81.6
2017135011/1 12-Oct-2017 19-Oct-2017/13:37 A,B,C 1/2
Voorbehandeling
Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses
S
Droge stof
S
Organische stof
% (m/m) ds
3.1
2.0
Gloeirest
% (m/m) ds
96.6
97.7
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
4.7
5.1
S
% (m/m)
Metalen
S
Barium (Ba)
mg/kg ds
52
25
S
Cadmium (Cd)
mg/kg ds
0.23
<0.20
S
Kobalt (Co)
mg/kg ds
4.0
<3.0
S
Koper (Cu)
mg/kg ds
11
5.5
S
Kwik (Hg)
mg/kg ds
0.066
<0.050
S
Molybdeen (Mo)
mg/kg ds
<1.5
<1.5
S
Nikkel (Ni)
mg/kg ds
6.1
<4.0
S
Lood (Pb)
mg/kg ds
60
11
S
Zink (Zn)
mg/kg ds
78
21
Minerale olie (C10-C12)
mg/kg ds
<3.0
<3.0
Minerale olie (C12-C16)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
Minerale olie (C16-C21)
mg/kg ds
5.5
<5.0
Minerale olie (C21-C30)
mg/kg ds
13
<11
Minerale olie (C30-C35)
mg/kg ds
8.7
<5.0
Minerale olie (C35-C40)
mg/kg ds
<6.0
<6.0
Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg ds
<35
<35
Minerale olie
S
Polychloorbifenylen, PCB
S
PCB 28
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 52
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 101
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 118
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
Nr. Monsteromschrijving
1
BG
2
OG
Datum monstername
11-Oct-2017 11-Oct-2017
Monster nr.
9759668 9759669
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS SIKB erkende verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
M: MCERTS erkend
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer
17059118 Bentheimerstraat 53-55 - De Lutte
Monsternemer Monstermatrix
Riemer Veltmaat Grond (AS3000)
Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina
Analyse
Eenheid
1
2
S
PCB 138
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 153
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 180
mg/kg ds
<0.0010
S
PCB (som 7) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0049
2017135011/1 12-Oct-2017 19-Oct-2017/13:37 A,B,C 2/2
<0.0010 1)
0.0049
1)
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
S
Naftaleen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
S
Fenanthreen
mg/kg ds
0.40
<0.050
S
Anthraceen
mg/kg ds
0.14
<0.050
S
Fluorantheen
mg/kg ds
0.85
<0.050
S
Benzo(a)anthraceen
mg/kg ds
0.41
<0.050
S
Chryseen
mg/kg ds
0.55
<0.050
S
Benzo(k)fluorantheen
mg/kg ds
0.26
<0.050
S
Benzo(a)pyreen
mg/kg ds
0.35
<0.050
S
Benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
0.31
<0.050
S
Indeno(123-cd)pyreen
mg/kg ds
0.34
<0.050
S
PAK VROM (10) (factor 0,7)
mg/kg ds
3.7
0.35
Nr. Monsteromschrijving
1
BG
2
OG
1)
Datum monstername
11-Oct-2017 11-Oct-2017
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS SIKB erkende verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
M: MCERTS erkend
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Monster nr.
9759668 9759669
Akkoord Pr.coörd.
VA TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met deelmonsterinformatie behorende bij analysecertificaat 2017135011/1 Pagina 1/1 Monster nr.
Boornr
9759668
Omschrijving
Van
Tot
Barcode
102
20
50
0534335450
9759668
104
0
40
0534335448
9759668
105
0
50
0534335441
9759668
103
12
45
0534335443
9759669
102
50
80
0534335445
9759669
102
80
125
0534335446
9759669
101A
100
120
0534335728
9759669
101A
120
170
0534335750
Monsteromschrijving
BG
OG
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2017135011/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)
De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
.
Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2017135011/1
Pagina 1/1
Analyse
Methode
Techniek
Methode referentie
Cryogeen malen AS3000
W0106
Voorbehandeling
Cf. AS3000
Droge Stof
W0104
Gravimetrie
Cf. pb 3010-2 en gw. NEN-EN 15934
Organische stof (gloeiverlies)
W0109
Gravimetrie
Cf. pb 3010-3 en cf. NEN 5754
Korrelgrootte < 2 µm (lutum)
W0171
Sedimentatie
Cf. pb 3010-4 en cf. NEN 5753
Barium (Ba)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Cadmium (Cd)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Kobalt (Co)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Koper (Cu)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Kwik (Hg)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Molybdeen (Mo)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Nikkel (Ni)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Lood (Pb)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Zink (Zn)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Minerale Olie (C10-C40)
W0202
GC-FID
Cf. pb 3010-7 en gw. NEN-EN-ISO 16703
PCB (7)
W0271
GC-MS
Cf. pb 3010-8 en gw. NEN 6980
PAK som AS3000/AP04
W0271
GC-MS
Cf. pb. 3010-6 en gw. NEN-ISO 18287
PAK (10) (VROM)
W0271
GC-MS
Cf. pb. 3010-6 en gw. NEN-ISO 18287
Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie juni 2016.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
BoToVa T12 Toetsing Wbb grond Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
17059118 Bentheimerstraat 53-55 - De Lutte
Analyse
Eenheid
11-10-2017 Riemer Veltmaat 2017135011 12-10-2017 19-10-2017
Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) Polychloorbifenylen, PCB mg/kg ds PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK mg/kg ds Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7)