CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen Toelichting bestemmingsplan.pdf

Raadsvergadering 12 juli 2022, gemeente LosserBij agendapunt: Vastgesteld bestemmingsplan Pastoor Geerdinkstraat 30, de Lutte16.359 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

ANALYSERAPPORT Opdracht 1009697 Water Opdrachtgever

35008640 Terra Agribusiness BV 2020-241 BJZ Geerdinkstraat de Lutte

Uw referentie

26.01.21

Opdrachtacceptatie Monsternemer

Opdrachtgever

Geachte heer, mevrouw, Hierbij zenden wij u de resultaten van het door u aangevraagde laboratoriumonderzoek. De analyses zijn, tenzij anders vermeld, uitgevoerd overeenkomstig onze erkenning voor de werkzaamheid "Analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek" van het Besluit Bodemkwaliteit. Dit rapport mag alleen in zijn geheel worden gereproduceerd. Eventuele bijlagen zijn onderdeel van het rapport. Indien u nog vragen heeft of aanvullende informatie wenst, verzoeken wij u om contact op te nemen met Klantenservice. Wij vertrouwen U met de toegezonden informatie van dienst te zijn. Met vriendelijke groet,

AL-West B.V. Jørgen Smit, Tel. +31/570788120

Blad 1 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

De parameters die in dit document worden vermeld, zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde parameters/resultaten zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".

DOC-13-15587205-NL-P2

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Opdracht 1009697 Water Monsternr. Monster beschrijving

Monstername

326079

26.01.2021

PB1 WM1

Eenheid

Monsternamepunt

326079 PB1 WM1

Metalen (AS3000) S Barium (Ba)

µg/l

-88

S Cadmium (Cd)

µg/l

-1,5

S Kobalt (Co)

µg/l

-15

S Koper (Cu)

µg/l

-3,0

S Kwik (Hg)

µg/l

-<0,05

S Lood (Pb)

µg/l

-2,1

S Molybdeen (Mo)

µg/l

-<2,0

S Nikkel (Ni)

µg/l

-26

S Zink (Zn) Aromaten (AS3000)

µg/l

-170

S Benzeen

µg/l

-<0,20

S Tolueen

µg/l

-<0,20

S Ethylbenzeen

µg/l

-<0,20

S m,p-Xyleen

µg/l

-<0,20

S ortho-Xyleen

µg/l

-<0,10

S Som Xylenen (Factor 0,7)

µg/l

0,21 --

S Naftaleen

µg/l

-<0,020

S Styreen

µg/l

-<0,20

#)

Chloorhoudende koolwaterstoffen (AS3000)

S Dichloormethaan

µg/l

-<0,20

S Trichloormethaan (Chloroform)

µg/l

-<0,20

S Tetrachloormethaan (Tetra)

µg/l

-<0,10

S 1,1-Dichloorethaan

µg/l

-<0,20

S 1,2-Dichloorethaan

µg/l

-<0,20

S 1,1,1-Trichloorethaan

µg/l

-<0,10

S 1,1,2-Trichloorethaan

µg/l

-<0,10

S Vinylchloride

µg/l

-<0,20

S 1,1-Dichlooretheen

µg/l

-<0,10

S Cis-1,2-Dichlooretheen

µg/l

-<0,10

S trans-1,2-Dichlooretheen

µg/l

-<0,10

µg/l

0,14 --

#)

µg/l

0,21 --

#)

S Trichlooretheen (Tri)

µg/l

-<0,20

S Tetrachlooretheen (Per)

µg/l

-<0,10

S S

Som cis/trans-1,2-Dichlooretheen (Factor 0,7) Som Dichlooretheen (Factor 0,7)

Blad 2 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

De parameters die in dit document worden vermeld, zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde parameters/resultaten zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".

DOC-13-15587205-NL-P3

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Opdracht 1009697 Water

Eenheid

326079 PB1 WM1

Chloorhoudende koolwaterstoffen (AS3000)

S 1,1-Dichloorpropaan

µg/l

-<0,20

S 1,2-Dichloorpropaan

µg/l

-<0,20

S 1,3-Dichloorpropaan

µg/l

-<0,20

µg/l S Broomhoudende koolwaterstoffen

0,42 --

S Tribroommethaan (bromoform) Minerale olie (AS3000)

µg/l

-<0,20

S Koolwaterstoffractie C10-C40

µg/l

-<50

Koolwaterstoffractie C10-C12

µg/l

-<10

*)

Koolwaterstoffractie C12-C16

µg/l

-<10

*)

Koolwaterstoffractie C16-C20

µg/l

-<5,0

*)

Koolwaterstoffractie C20-C24

µg/l

-<5,0

*)

Koolwaterstoffractie C24-C28

µg/l

-<5,0

*)

Koolwaterstoffractie C28-C32

µg/l

-<5,0

*)

Koolwaterstoffractie C32-C36

µg/l

-<5,0

*)

Koolwaterstoffractie C36-C40

µg/l

-<5,0

*)

Som Dichloorpropanen (Factor 0,7)

#)

#) Bij deze som zijn resultaten "<rapportagegrens" vermenigvuldigd met 0,7. S) Erkend volgens AS SIKB 3000 Verklaring:"<" of n.a. betekent dat het gehalte van de component lager is dan de rapportagegrens. De parameter-specifieke meetonzekerheid en informatie over de berekeningsmethode zijn op aanvraag beschikbaar, indien de gerapporteerde resultaten boven de parameterspecifieke rapportagegrens liggen. Begin van de analyses: 26.01.2021 Einde van de analyses: 29.01.2021 De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geanalyseerde monsters. In gevallen waarin het testlaboratorium niet verantwoordelijk was voor de bemonstering, gelden de gerapporteerde resultaten voor de monsters zoals zij zijn ontvangen. .

AL-West B.V. Jørgen Smit, Tel. +31/570788120

Blad 3 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

De parameters die in dit document worden vermeld, zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde parameters/resultaten zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".

DOC-13-15587205-NL-P4

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Opdracht 1009697 Water

Toegepaste methoden eigen methode

*) :

Protocollen AS 3100 :

Koolwaterstoffractie C10-C12 Koolwaterstoffractie C20-C24 Koolwaterstoffractie C32-C36

Koolwaterstoffractie C12-C16 Koolwaterstoffractie C24-C28 Koolwaterstoffractie C36-C40

Koolwaterstoffractie C16-C20 Koolwaterstoffractie C28-C32

Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Lood (Pb) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Zink (Zn) Dichloormethaan Tribroommethaan (bromoform) Benzeen Trichloormethaan (Chloroform) Tetrachloormethaan (Tetra) Tolueen Ethylbenzeen 1,1-Dichloorethaan m,p-Xyleen ortho-Xyleen 1,2-Dichloorethaan Som Xylenen (Factor 0,7) Naftaleen Styreen 1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan Vinylchloride 1,1-Dichlooretheen Cis-1,2-Dichlooretheen trans-1,2-Dichlooretheen Som cis/trans-1,2-Dichlooretheen (Factor 0,7) Som Dichlooretheen (Factor 0,7) Trichlooretheen (Tri) Tetrachlooretheen (Per) 1,1-Dichloorpropaan 1,2-Dichloorpropaan 1,3-Dichloorpropaan Som Dichloorpropanen (Factor 0,7) Koolwaterstoffractie C10-C40

Blad 4 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl [@ANALYNR_START=326079]

DOC-13-15587236-NL-P1

CHROMATOGRAM for Order No. 1009697, Analysis No. 326079, created at 29.01.2021 07:25:12 Monster beschrijving: PB1 WM1

Blad 1 van 1 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

Tabel 1: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Grondmonster Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus Lutum Datum van toetsing Monsterconclusie Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3

% ds % ds

BM1 1007746 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 0,00 - 0,50 2,60 6,20 28-1-2021 Overschrijding Achtergrondwaarde

OM1 1007746 1, 1, 1, 2, 2, 2 0,50 - 2,00 1,60 5,60 28-1-2021 Voldoet aan Achtergrondwaarde

Meetw

Meetw

GSSD

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010

<0,019 <0,0027 <0,0027 <0,0027 <0,0027 <0,0027 <0,0027 <0,0027

METALEN IJzer Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Barium Kwik Lood

% ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<5,0 4,5 7,1 19 120 <1,5 0,28 41 <0,05 89

3,5 (6) 10,8 15,3 34 232 <1,1 0,44 104 (6) <0,05 129

OVERIG Droge stof Lutum Organische stof (humus)

% % %

84,4 6,2 2,6

84,4 (6)

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C10 - C40 Minerale olie C12 - C16 Minerale olie C16 - C20 Minerale olie C20 - C24 Minerale olie C24 - C28 Minerale olie C28 - C32 Minerale olie C32 - C36 Minerale olie C36 - C40

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<3 <35 <3 <4 <5 <5 6 <5 <5

8 (6) <94 8 (6) 11 (6) 13 (6) 13 (6) 23 (6) 13 (6) 13 (6)

PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Benzo(g,h,i)peryleen PAK 10 VROM

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<0,050 0,064 0,43 0,65 0,37 0,33 0,39 0,21 0,26 0,31

<0,035 0,064 0,43 0,65 0,37 0,33 0,39 0,21 0,26 0,31 3,05

Projectcode: 2020-241

Index

-0

-0,02 -0,3 -0,04 0,16 -0 -0,01 -0 0,16

-0,02

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010

<0,025 <0,0035 <0,0035 <0,0035 <0,0035 <0,0035 <0,0035 <0,0035

<5,0 <3,0 <4,0 <5,0 <20 <1,5 <0,20 <20 <0,05 11

3,5 (6) <5,3 <6,3 <6,4 <28 <1,1 <0,23 <37 (6) <0,05 16

87,0 5,6 1,6

87,0 (6)

<3 <35 4 <4 <5 <5 <5 <5 <5

<0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,04

GSSD

11 (6) <123 20 (6) 14 (6) 18 (6) 18 (6) 18 (6) 18 (6) 18 (6)

<0,035 <0,035 <0,035 <0,035 <0,035 <0,035 <0,035 <0,035 <0,035 <0,035 <0,35

Index

0

-0,06 -0,44 -0,22 -0,19 -0 -0,03 -0 -0,07

-0,01

-0,03

---------< 8,88 <=T 8,88 8,88 6 # GSSD Index

: Geen toetsnorm aanwezig : kleiner dan de detectielimiet : <= Achtergrondwaarde : Kleiner of gelijk aan Tussenwaarde : <= Interventiewaarde : > Interventiewaarde : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - AW) / (I - AW) - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.1.0 -

Tabel 2: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming AW

WO

IND

I

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)

mg/kg ds

0,02

0,04

0,5

1

METALEN Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Kwik Lood

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

15 35 40 140 1,5 0,6 0,15 50

35 39 54 200 88 1,2 0,83 210

190 100 190 720 190 4,3 4,8 530

190 100 190 720 190 13 36 530

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40

mg/kg ds

190

190

500

5000

PAK PAK 10 VROM

mg/kg ds

40

40

Projectcode: 2020-241

1,5

6,8

Tabel 3: Gemeten concentraties in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Watermonster Datum Filterdiepte (m -mv) Datum van toetsing Monsterconclusie Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3

PB1 WM1 26-1-2021 3,20 - 4,20 29-1-2021 Overschrijding Streefwaarde

Meetw AROMATISCHE VERBINDINGEN Benzeen Ethylbenzeen Tolueen Xylenen (som) meta-/para-Xyleen (som) ortho-Xyleen Styreen (Vinylbenzeen) Som 16 Aromatische oplosmiddelen GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,3-Dichloorpropaan 1,1-Dichloorpropaan Dichloorpropaan Dichloorpropanen (0,7 som, 1,1+1,2+1,3) cis + trans-1,2Dichlooretheen 1,1-Dichlooretheen cis-1,2-Dichlooretheen trans-1,2-Dichlooretheen Dichloormethaan Trichloormethaan (Chloroform) Tribroommethaan (bromoform) Tetrachloormethaan (Tetra) 1,1-Dichloorethaan 1,2-Dichloorethaan 1,2-Dichloorpropaan 1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan Trichlooretheen (Tri) Tetrachlooretheen (Per) Vinylchloride

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<0,20 <0,20 <0,20

µg/l µg/l µg/l µg/l

<0,20 <0,20

<0,20 <0,10 <0,20

GSSD

Index

<0,14 -0 <0,14 -0,03 <0,14 -0,01 <0,21 0 <0,14 <0,07 <0,14 -0,02 <0,77 (2,14)

<0,14 <0,14 <0,42

-0

<0,14

0,01 0,01

0,42

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<0,10 <0,10 <0,10 <0,20 <0,20

<0,07 <0,07 <0,07 <0,14 <0,14

µg/l

<0,20

<0,14 (14)

µg/l

<0,10

<0,07

0,01

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<0,20 <0,20 <0,20 <0,10 <0,10 <0,20 <0,10 <0,20

<0,14 <0,14 <0,14 <0,07 <0,07 <0,14 <0,07 <0,14

-0,01 -0,02

METALEN Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Barium Kwik Lood

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

15 26 3,0 170 <2,0 1,5 88 <0,05 2,1

15 26 3,0 170 <1,4 1,5 88 <0,04 2,1

-0,06 0,18 -0,2 0,14 -0,01 0,2 0,07 -0,06 -0,22

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C10 - C40 Minerale olie C12 - C16

µg/l µg/l µg/l

<10 <50 <10

7 (6) <35 7 (6)

-0,03

Projectcode: 2020-241

0 -0,01

0 0 -0,05 0 0,03

Watermonster Datum Filterdiepte (m -mv) Datum van toetsing Monsterconclusie Minerale olie C16 - C20 Minerale olie C20 - C24 Minerale olie C24 - C28 Minerale olie C28 - C32 Minerale olie C32 - C36 Minerale olie C36 - C40

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

PAK Naftaleen PAK 10 VROM

µg/l -

---------< 8,88 8,88 8,88 >T 11 14 2 6 # GSSD Index

PB1 WM1 26-1-2021 3,20 - 4,20 29-1-2021 Overschrijding Streefwaarde <5,0 3,5 (6) <5,0 3,5 (6) <5,0 3,5 (6) <5,0 3,5 (6) <5,0 3,5 (6) <5,0 3,5 (6)

<0,020

<0,014 0 <0,00020 (11)

: Geen toetsnorm aanwezig : kleiner dan de detectielimiet : <= Streefwaarde : > Streefwaarde : > Interventiewaarde : Groter dan Tussenwaarde : Enkele parameters ontbreken in de berekening van de somfractie : Streefwaarde ontbreekt zorgplicht van toepassing : Enkele parameters ontbreken in de som : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - S) / (I - S) - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.1.0 -

Tabel 4: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming S AROMATISCHE VERBINDINGEN Benzeen Ethylbenzeen Tolueen Xylenen (som) Styreen (Vinylbenzeen) Som 16 Aromatische oplosmiddelen

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

0,2 4 7 0,2 6

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN Dichloorpropaan cis + trans-1,2-Dichlooretheen 1,1-Dichlooretheen Dichloormethaan Trichloormethaan (Chloroform) Tribroommethaan (bromoform) Tetrachloormethaan (Tetra) 1,1-Dichloorethaan 1,2-Dichloorethaan 1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan Trichlooretheen (Tri) Tetrachlooretheen (Per) Vinylchloride

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

0,8 0,01 0,01 0,01 6 0,01 7 7 0,01 0,01 24 0,01 0,01

METALEN Kobalt Nikkel Koper

µg/l µg/l µg/l

20 15 15

Projectcode: 2020-241

S Diep

Indicatief

I

30 150 1000 70 300 150

80 20 10 1000 400 630 10 900 400 300 130 500 40 5

0,7 2,1 1,3

100 75 75

Zink Molybdeen Cadmium Barium Kwik Lood

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

S 65 5 0,4 50 0,05 15

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40

µg/l

50

600

PAK Naftaleen

µg/l

0,01

70

Projectcode: 2020-241

S Diep 24 3,6 0,06 200 0,01 1,7

Indicatief

I 800 300 6 625 0,3 75

BIJLAGE VI Foto's onderzoekslocatie

Pastoor Geerdinkstraat 30 de Lutte vastgesteld

Bijlage 3

Quickscan flora en fauna

BJZ.nu Bestemmingsplannen

86

Quickscan natuurwaardenonderzoek Pastoor Geerdinkstraat 30 De Lutte

Effectbeoordeling sloop bebouwing en nieuwbouw woningen in het kader van de Wet natuurbescherming, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000

Colofon Quickscan natuurwaardenonderzoek Pastoor Geerdinkstraat 30 De Lutte

Effectbeoordeling sloop bebouwing en nieuwbouw woningen in het kader van de Wet natuurbescherming, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700

Opdrachtgever:

BZJ.NU

Projectnummer en versie: 3268 versie 1.0 Locatie plangebied: Pastoor Geerdinkstraat 30 – De Lutte

Status: definitief Rapportdatum: 18-3-2021

1

Inhoudsopgave Samenvatting ..................................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1

Inleiding .................................................................................................................................... 5

Hoofdstuk 2

Het plangebied ......................................................................................................................... 6

2.1 Situering ................................................................................................................................................... 6 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 6 Hoofdstuk 3

Voorgenomen activiteiten........................................................................................................ 7

3.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 7 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden ................ 7 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer ............................................................................................................... 7 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied .................................................................................................... 8 Hoofdstuk 4

Gebiedsbescherming ................................................................................................................ 9

4.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 9 4.2 Natuurnetwerk Nederland ....................................................................................................................... 9 4.3 Natura 2000............................................................................................................................................ 10 4.4 Slotconclusie........................................................................................................................................... 11 Hoofdstuk 5

Soortenbescherming .............................................................................................................. 13

5.1 Verwachting en bureauonderzoek ......................................................................................................... 13 5.2 Methode ................................................................................................................................................. 13 5.3 Resultaten .............................................................................................................................................. 15 5.4 Toetsingskader ....................................................................................................................................... 17 5.5 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep............................................................................... 18 5.6 Historische gegevens en overige bronnen ............................................................................................. 21 5.7 Volledigheid van het onderzoek............................................................................................................. 21 Hoofdstuk 6

Conclusies ............................................................................................................................... 22

2

SAMENVATTING Er zijn concrete plannen voor de sloop van een bestaande vrijstaande woning en de bouw van twee vrijstaande woningen op een perceel aan de Pastoor Geerdinkstraat 30 in De Lutte. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Het plangebied is op 9 maart 2021 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming: Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied.

Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de uitvoering van voorgenomen activiteiten, kan op voorhand niet volledig uitgesloten worden. Geadviseerd wordt een stikstofberekening uit te voeren. Wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde dieren. Beschermde dieren benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- en voortplantingsplaats, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats, nestelen er vogels en bezetten vleermuizen er een vaste rust- en voortplantingsplaats. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is het bezette nest beschermd, maar van de huismus is ook de nestplaats beschermd buiten de voortplantingsperiode. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten.

Geadviseerd wordt de beplanting en bebouwing te verwijderen buiten de voortplantingsperiode. Om vast te kunnen stellen of er mussen onder de dakpannen van de woning nestelen, dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden in de maanden april-mei. Op basis van nader onderzoek kunnen de wettelijke consequenties bepaald worden. Vleermuizen en hun vaste rust- en voortplantingsplaatsen zijn beschermd en mogen alleen met een ontheffing negatief beïnvloed worden. Om de functie van de bebouwing voor vleermuizen vast te kunnen stellen dient aanvullend onderzoek conform het vleermuisprotocol uitgevoerd te worden. Dit onderzoek dient uitgevoerd te worden in de periode half mei-half september (half oktober). Op basis van nader onderzoek kunnen de wettelijke consequenties bepaald worden. Voor de amfibieën en grondgebonden zoogdieren, die vaste rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden’ en het ‘beschadigen en vernielen van vaste rust- en/of voortplantingsplaats’. Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling.

3

Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor de in het plangebied foeragerende grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieën en vogels niet af. Wettelijke consequenties samengevat: • Stikstofberekening uitvoeren; • Nader onderzoek naar de functie van de woning voor de huismus uitvoeren in april-mei; • Nader onderzoek naar de functie van de woning voor vleermuizen uitvoeren in de periode juni-september;

4

HOOFDSTUK 1

INLEIDING Er zijn concrete plannen voor de sloop van een bestaande vrijstaande woning en de bouw van twee vrijstaande woningen op een perceel aan de Pastoor Geerdinkstraat 30 in De Lutte. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Er is in het onderzoeksgebied gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming (soorten en Natura 2000-gebied) en de Omgevingsverordening Overijssel (Natuurnetwerk Nederland).

Doel van deze rapportage: De Quickscan natuurwaardenonderzoek is uitgevoerd als één van de verschillende (milieu)onderzoeken in het kader van besluitvorming binnen de Ruimtelijke Ordening (doorgaans het wijzigen van het bestemmingsplan) of het aanvragen van een Omgevingsvergunning. Het onderzoek is uitgevoerd om antwoord te kunnen geven op de vraag: is er sprake van een goede ruimtelijke ordening (is de voorgenomen activiteit uitvoerbaar?). Het is nadrukkelijk geen ecologisch werkprotocol dat opgesteld wordt om te voorkomen dat de Wet natuurbescherming overtreden wordt als gevolg van de voorgenomen activiteiten. De Wet natuurbescherming is tijdens de uitvoering van voorgenomen activiteiten altijd van toepassing en het is aan de uitvoerende partijen om de noodzakelijke zorgvuldigheid te betrachten tijdens de uitvoering. Om een goed ecologisch werkprotocol op te kunnen stellen is meer detailinformatie vereist, zoals de planning in uitvoering, in te zetten materieel en informatie over type bebouwing, bouwwijze, materiaalgebruik etc.

5

HOOFDSTUK 2

HET PLANGEBIED

2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd aan de Pastoor Geerdinkstraat 30 in te Lutte. Het ligt aan de noordwestrand van de woonkern De Lutte. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.

Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: kadaster).

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied vormt een woonerf met een vrijstaande woning en garage, omgeven door een eenvoudige siertuin met gazon, bomen, struiken, vaste planten en heesters. De woning en garage beschikken over bakstenen buitengevels en hebben een met dakpannen gedekt zadeldak. De staat van onderhoud van de gebouwen is goed. Op onderstaande afbeelding wordt een luchtfoto van het plangebied weergegeven, evenals de begrenzing van het onderzoeksgebied. Voor een impressie van het plangebied wordt verwezen naar de fotobijlage.

Begrenzing van het plangebied; deze wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).

6

HOOFDSTUK 3

VOORGENOMEN ACTIVITEITEN

3.1 Algemeen Het voornemen bestaat twee vrijstaande woningen in het plangebied te bouwen. Eén woning krijgt (de te behouden) een vrijstaande garage, de andere krijgt een aangebouwde garage. Om dat mogelijk te maken moet de aanwezige bebouwing gesloopt worden en zal een deel van de aanwezige tuinbeplanting gerooid moeten worden. Op onderstaande afbeelding wordt een verbeelding van het wenselijke eindbeeld gegeven.

Verbeelding van het wenselijke eindbeeld.

De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: • Slopen bebouwing; • Verwijderen beplanting en verharding; • Bouwrijp maken bouwplaats; • Bouwen woningen; • Aanleg erfverharding en beplanting;

3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk een negatieve invloed op beschermde soorten en beschermd (natuur)gebied. We onderscheiden de volgende negatieve invloeden: Mogelijke tijdelijke invloeden: • Verstoren rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden; Mogelijke permanente invloeden: • Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of voortplantingsplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten; • Vernielen/verdwijnen van beschermde soorten; • Aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten;

3.3 Vaststellen van de invloedsfeer Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het onderzoeksgebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang 7

van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie wordt alleen gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals sloop- en bouwwerkzaamheden. Beoordeling van de invloedsfeer van de voorgenomen activiteit: Om de effecten van een voorgenomen activiteiten goed in beeld te kunnen brengen, is het soms van belang ook buiten het plangebied te kijken. In voorliggend geval wordt het plangebied omgeven door openbare ruimte (westzijde) en tuinen van woningen. Het is niet aannemelijk dat beschermde waarden buiten het plangebied negatief beïnvloed worden door uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat beschermde soorten en/of -waarden buiten het plangebied op een dusdanige wijze aangetast worden, dat dit leidt tot wettelijke consequenties.

3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied wordt gelijk gesteld aan het plangebied.

8

HOOFDSTUK 4

GEBIEDSBESCHERMING

4.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het mogelijke effect van de voorgenomen activiteiten op Natura 2000gebied en het Natuurnetwerk Nederland. 4.2 Natuurnetwerk Nederland Provincies zijn verantwoordelijk voor de veiligstelling en ontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland (verder NNN genoemd). De beoordeling of de voorgenomen activiteit past in het NNN, dient met name uitgevoerd te worden in de afweging van een ‘goede ruimtelijke ordening’ als onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing. De aanwezigheid van beschermde planten en dieren is daarbij niet direct van belang. Vanwege het grote belang voor de biodiversiteit en de betekenis voor de kwaliteit van de leefomgeving en regionale economie geldt een beschermingsregime voor het gehele NNN. Voor het NNN geldt de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. In de verordening is het "nee, tenzij"-regime vast gelegd. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Er kan echter aanleiding zijn om toch ontwikkelingen toe te staan. De mogelijkheid om een uitzondering te maken op de algemene lijn van behoud en duurzame ontwikkeling van wezenlijke kenmerken en waarden, is aan strikte voorwaarden gebonden.

Uiteraard geldt ook hier dat de generieke regeling van toepassing blijft (zoals de toepassing van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken) Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN’ waarbij tevens zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de andere belangen die in het gebied aanwezig zijn. De kernkwaliteiten binnen het NNN zijn natuurkwaliteit, landschappelijke kwaliteiten en beleving van rust. Voor grootschalige ontwikkelingen die niet passen binnen de doelstelling van het NNN is geen ruimte, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang waar niet op een andere manier aan kan worden voldaan. Daarbij worden de zogenaamde NNN-spelregels gehanteerd: her-begrenzing van het NNN, saldering van negatieve effecten en toepassing van het compensatiebeginsel. Het ‘nee, tenzij’-principe en de overige spelregels hebben is opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening van Overijssel. Er is door toepassing van de spelregels ruimte voor het aanpassen van de begrenzing als daarmee de doelen op een betere manier kunnen worden bereikt. Ligging t.o.v. het Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op minimaal 175 meter afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren.

Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven.

175 meter afstand tussen het plangebied en de gronden die tot NNN behoren

Ligging van Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode marker aangeduid. Gronden die tot Natuurnetwerk Nederland behoren worden met de groene kleur op de kaart aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl). 9

Effectbeoordeling De invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten is lokaal. De voorgenomen activiteiten hebben geen negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied. Wettelijke consequenties Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland. Omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties.

4.3 Natura 2000 De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. Beschermingsregime De Wet natuurbescherming regelt in hoofdstuk 2 de bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszones op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De minister wijst deze gebieden aan. Voor de Natura 2000-gebieden stelt de minister instandhoudingsdoelstellingen op voor: • de leefgebieden van vogels; • de natuurlijke habitats of habitats van soorten (art. 2.1 Wet natuurbescherming); De provincies stellen voor de Natura 2000-gebieden een beheerplan op (art. 2.3 Wet natuurbescherming).

In het beheerplan staan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de instandhoudingsdoelstellingen worden bereikt. Nederland past een vergunningenstelsel toe. Hierdoor is in ons land een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Vergunningen worden verleend door provincies of door het ministerie van LNV. Natura 2000-gebieden mogen geen significante schade ondervinden. Dit houdt in dat bepaalde plannen en projecten, op zichzelf óf in combinatie met andere plannen en projecten, de natuurwaarden waarvoor de gebieden zijn aangewezen niet significant negatief mogen beïnvloeden. Elke ontwikkeling in of nabij een Natura 2000-gebied dient te worden onderworpen aan een ‘voortoets’. Uit de voortoets moet blijken of kan worden uitgesloten dat de gewenste werkzaamheden/ontwikkelingen een (significant) negatief effect hebben (op zichzelf of in combinatie met andere plannen of projecten). Voor alle Natura 2000-gebieden dient een beheerplan te zijn opgesteld waaruit duidelijk wordt welke activiteiten wel en niet zonder vergunning mogelijk zijn in en nabij die gebieden. Als gevolg van het opschorten van de PAS-systematiek, mogen plannen die leiden tot een verhoogde depositie van NOx/NH3 op Natura 2000-gebied, niet in uitvoering gebracht worden zonder Wet natuurbeschermingsvergunning. Per 1-1-2020 is de Spoedwet stikstof van kracht.

Het doel van deze tijdelijke wet is om projecten op het gebied van woningbouw, infrastructuur en landbouw door te laten gaan. Projecten worden daartoe van 'dringend openbaar belang' verklaard. Ligging van het plangebied t.o.v. Natura-2000 Het plangebied ligt op minimaal 1,03 kilometer meter afstand van Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, is het Natura 2000-gebied Landgoederen Oldenzaal. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven.

10

1,03 kilometer afstand tussen het plangebied en de gronden die tot Natura 2000 behoren

Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode marker aangeduid. Gronden die tot Natura 2000 behoren worden met de okergele kleur aangeduid (bron: pdok.nl).

Stikstofgevoelige habitattypen Niet alle habitattypen in Natura 2000-gebied zijn even gevoelig voor verzuring, als gevolg van stikstofdepositie, maar het Natura 2000-gebied Landgoederen Oldenzaal bestaat voor een aanzienlijk deel uit stikstofgevoelige habitattypen. Effectbeoordeling Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten De uitvoering van fysieke activiteiten in een plangebied zou kunnen leiden tot een negatief effect op instandhoudingsdoelen van een Natura 2000-gebied in de omgeving van een plangebied. Als gevolg van bouwwerkzaamheden kunnen negatieve effecten optreden, zoals een toename van geluid, trillingen, kunstlicht, visuele verstoring, areaalverlies en aantasten hydrologie. Gelet op de aard, omvang en duur van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied, wordt in voorliggend geval een negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied uitgesloten. De invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten is lokaal en gelet op de afstand tussen het plangebied en het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied is een negatief effect uitgesloten. Beoordeling Stikstof Het plangebied ligt op minimaal 1,03 kilometer afstand van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied.

Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied, is het niet aannemelijk dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot een van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied, maar dit kan op basis van voorliggend onderzoek niet geheel uitgesloten worden. Indien zekerheid verkregen moet worden over een mogelijk negatief effect als gevolg van de emissie van stikstof(oxiden) die vrij komen tijdens de realisatie van het voornemen, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden. Wettelijke consequenties Op basis van voorliggend onderzoek kunnen de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten niet met zekerheid vastgesteld worden. Om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten met zekerheid vast te kunnen stellen, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden

4.4 Slotconclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel. Een 11

negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, kan op basis van voorliggende studie niet uitgesloten worden. Mogelijk leiden voorgenomen activiteiten tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied. Om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten vast te kunnen stellen, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden. Geadviseerd wordt een stikstofberekening uit te voeren m.b.v. Aerius Calculator, omdat de uitkomst van dat rekenprogramma houdbaar is in een juridisch procedure.

12

HOOFDSTUK 5

SOORTENBESCHERMING

5.1 Verwachting en bureauonderzoek Uit de bureaustudie (bronnenonderzoek) zijn geen veldbiologische gegevens naar voren gekomen die bruikbaar zijn voor deze studie. Het plangebied vormt een woonerf met één woning aan de rand van een woonkern, tegenover een parkeerplaats van een sportcomplex. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een potentieel geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde diersoorten. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, behoort het plangebied mogelijk tot functioneel leefgebied van sommige algemene en weinig kritische diersoorten uit onderstaande soortgroepen: • vogels; • vleermuizen; • grondgebonden zoogdieren; • amfibieën; Overige soorten Het onderzoeksgebied is niet onderzocht op het voorkomen van beschermde faunasoorten als reptielen, libellen, vissen, dag- en nachtvlinders, bladmossen, sporenplanten, haften en kreeftachtigen omdat het onderzoeksgebied geen geschikte habitat vormt voor deze soorten of omdat het plangebied buiten het normale verspreidingsgebied van deze soortgroepen ligt. Het is niet aannemelijk dat soorten, of soortgroepen, die (soms) moeilijk nieuwe leefgebieden koloniseren, zich spontaan buiten het normale verspreidingsgebied vestigen.

Dit geldt bijvoorbeeld voor sommige kleine grondgebonden zoogdieren, reptielen en voor planten.

5.2 Methode In het kader van het natuurwaardenonderzoek is het plangebied op 9 maart 2021 tijdens de daglichtperiode (ochtend) bezocht. Het onderzoeksgebied is te voet onderzocht op de aanwezigheid en potentiële aanwezigheid van beschermde flora- en faunawaarden. Het gebied is visueel en auditief onderzocht. Tijdens het veldbezoek is gebruik gemaakt van een verrekijker (Swarovski 12x50) en zijn de in dit rapport opgenomen afbeeldingen gemaakt. De onderzoeker beschikte tevens over een warmtebeeldcamera (Helion Pulsar xq28). Bij het bepalen van de mogelijke aantasting van beschermde soorten is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: • veldbezoek door ervaren ecoloog; • aanvullend bronnenonderzoek (o.a. internet); Specifieke relevante literatuurbronnen zijn o.a. • Atlas van de amfibieën en reptielen van Nederland; • Atlas van de zoogdieren van Nederland; • Nieuwe atlas van de Nederlandse flora; • NDFF Verspreidingsatlas;

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=51abc87c-e22b-4341-9f68-9821db021d96