CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij toelichting_Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan.pdf

Oordeelsvormende vergadering 20 september 2022, gemeente LosserBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied partiele herziening Oldenzaalsestraat 135 Losser7.757 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

LANDSCHAPSPLAN L A N D G O E D

’ T

Datum

oktober 2022

Bestand

420-01-v16

B O R G H U I S

L O S S E R

LANDSCHAPSPLAN L A N D G O E D Opdrachtgever

’ T

B O R G H U I S

L O S S E R

Fam. Van der Aa Oldenzaalsestraat 135b 7581 PZ Losser

In samenwerking met

BJZ.nu Bestemmingsplannen

Door

Buro Stad en Land Zomerdijk 9e 7942 JR Meppel

Telefoon

06 41 66 55 76

E-mail

wilfred@burostadenland.nl

Internet

www.burostadenland.nl

Project

420-tborghuis

Auteur

Wilfred Hilbers

Datum laatst gewijzigd Datum afdruk Aantal pagina's

30

Bestand

d:\dropbox\data\420-tborghuis\doc\420-01-v16.docx

Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of Buro Stad en Land

INHOUD 1

AANLEIDING

1

1.1

KWALITEITSIMPULS GROENE OMGEVING

4

2

PROVINCIAAL BELEID: OMGEVINGSVISIE 2017

5

2.1

GEBIEDSKENMERKEN

5

2.2

ONTWIKKELINGSPERSPECTIEF

8

3

GEMEENTELIJK BELEID

9

3.1

STRUCTUURVISIE LOSSER

9

4

OVERIGE RAPPORTEN

11

4.1

OVERSTICHT ERVENCONSULENTADVIES

11

4.2

WATERCOLLECTIEF TWENTE ’T BORGHUIS

12

4.3

NOTA VERBLIJFRECREATIE IN NOORDOOST TWENTE 2018

13

5

RUIMTELIJK KWALITEITSPLAN

15

5.1

UITGANGSPUNTEN

15

5.2

OVERZICHT LANDSCHAPPELIJKE INSPANNING

18

6

BEHEER

19

6.1

1,56 HA KRUIDEN- EN FAUNARIJK GRASLAND

19

6.2

0,92 HA VOCHTIG, BLOEMRIJK HOOILAND (ALS KGO)

20

6.3

OMVORMING VAN 1,7 HA LANDBOUWGROND NAAR BLOEMRIJK GRASLAND

21

6.4

OMVORMING VAN 0,43 BOS MET OVERSTAANDERS NAAR MANTEL-ZOOMVEGETATIE

21

6.5

735 M2 HOUTWAL /-SINGEL

22

6.6

HOOGSTAMFRUITBOOMGAARD EN FRUITBOMEN

22

6.7

300 M2 WILDE HAAG (MEIDOORN/SLEEDOORN/VUILBOOM)

23

6.8

49 SOLITAIRE, STREEKEIGEN BOMEN

23

BIJLAGE LANDSCHAPPELIJK INRICHTINGSPLAN

25

BIJLAGE AANLEG EN BEHEER EN BEPLANTINGSLIJST

26

1

AANLEIDING

Het beeld wordt bepaald door het karakter van het Jonge bos- en heideont-

Deze rapportage vormt de toelichting op het plan voor de locatie Landgoed ‘t

ginningenlandschap. Dit is van oudsher een kleinschalig landschap met ver-

Borghuis te Losser, een landelijk gebied, gelegen aan de Oldenzaalsestraat.

spreid liggende erven. Er is een samenhangend systeem van essen, erven op

Het plan is uitgewerkt om de park- en landschapsachtige aanleg voor te be-

de flanken, natte laagtes en voormalige heidevelden. De ruimtelijke struc-

reiden en de realisatie van drie vergunde groepsaccommodaties, een kleine

turen volgen de natuurlijke organische vormen van het landschap. Houtwal-

schaapskooi en bedrijfswoning (verplaatsing) mogelijk te maken, een en an-

len en bosjes komen veelvuldig voor in dit landschap en smalle wegen wor-

der mede ten behoeve van wijziging van het bestemmingsplan en de beleids-

den begeleid door laanbeplanting.

matige beoordeling. In de ruimtelijke context staat het gebied bekend als De Snippert. De Snippert is een natuurgebied gelegen tussen de natuurgebieden Haagse Bos en Boerskotten aan de provinciale weg 734 van Losser naar Oldenzaal. Het gebied bestaat uit gemengd bos, heide, weiden en akkers. Het gebied wordt ontwaterd door de Bethlehemschebeek. Er heeft een studie plaatsgevonden om met kleinschalige maatregelen de verdroging van het natuurterrein tegen te gaan. De Snippert wordt thans beheerd door Natuurmonumenten. ’t Borghuis vormt een van de meerdere landgoederen/grote erven binnen De Snippert. Karakteristiek voor een groot deel van het Twentse landschap zijn de kleinschaligheid, de cultuurhistorische waarden, de grote variatie en verwevenheid van het landschap. Er is een grote landschappelijke diversiteit (gradiënten/overgangen) op korte afstand, die telkens opnieuw tot andere landschapstypen, ruimtelijke structuren en beelden leidt. Deze kwaliteiten zorgen voor een visueel, ecologisch en recreatief aantrekkelijk landschap, een gevarieerd landschap dat bovendien zeer aantrekkelijk is om in te wonen en te werken. Duurzame handhaving en waar mogelijk versterking van deze landschappelijke kwaliteiten zijn belangrijk. Figuur 1 Projectgebied

Buro Stad en Land – Landschapsplan - 30-8-2022

De initiatiefnemers zijn te karakteriseren als sterke ondernemers met hart

voor natuur en leefomgeving én een bovengemiddeld gevoel voor kwaliteit, mede gelet op eerdere ontwikkelingen. Alle belang hechten zij aan een kwali-

de bouw van drie recreatiegebouwen, een kleine schaapskooi en inpandige vestiging van 3e bedrijfswoning

realisatie van zo’n 3,85 ha nieuwe natuur op basis van een duurzame inrichting en daarop afgestemd beheer voor langere termijn.

tatief, hoogwaardige ontwikkelingsvisie voor hun woon- en werkgebied. De meerwaarde van een gedegen, sterk onderbouwde planvorming van hun wensen wordt door hun onderkend en zien zij als waardevolle ondersteuning

De bouw van de drie groepsaccommodaties was in het verleden al vergund.

van hun plannen.

Het is echter wenselijk om de accommodaties op een andere locatie te situeren. Het gaat in feite dan ook enkel om een verplaatsing van reeds vergunde bouwwerken. Het agrarische erf behorende bij ’t Borghuis zal worden omgevormd tot recreatief erf, zodat wordt aangesloten bij ’t Borghuis en er in de nieuwe situatie één recreatief terrein ontstaat. Op het geheel is de ‘Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving’ van toepassing. Concreet gaat het om de volgende ontwikkelingen: 

Het uitbreiden van het recreatieve erf teneinde de bouw van de vergunde groepsaccommodaties mogelijk maken, die reeds eerder zijn vergund binnen het huidige recreatieve erf;

De landschappelijke inpassing van de nieuwe groepsaccommodaties;

De bouw van een schaapskooi op het zuidelijke deel van het perceel;

De realisatie van nieuwe natuur in de vorm van het herstel van een slenk met een oppervlakte van 2,15 ha en de ontwikkeling van een 1,7

Figuur 2 Bedrijfswoning op erf

Deze visie is door Buro Stad en Land nader uitgewerkt tot het Inrichtingsplan Landgoed ‘t Borghuis. Deze rapportage beschrijft het vigerende beleid, de landschappelijke kwaliteit en geeft daarmee een onderbouwing van het plan. De initiatiefnemers willen de locatie ontwikkelen om te komen tot de volgende situatie: 

een cultuurhistorisch en geomorfologisch verantwoord natuur- en landschapspark met recreatief medegebruik;

Buro Stad en Land –Landschapsplan - 30-8-2022

pagina 2

ha groot bloemrijk grasterrein ; 

Omzetten van het agrarisch erf tot een recreatief erf.

Figuur 3 Huidige groepsaccommodatie

Vanuit de overheid wordt in principe medewerking aan bovengenoemde ontwikkelingen verleend indien de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd en zo mogelijk versterkt kan worden. Het belangrijkste doel hierbij is de leefomgeving te beschermen. Het initiatief moet leiden tot een kwalitatief hoogwaardige ruimtelijke situatie. De karakteristiek van het landschap vormt de basis voor de ontwikkelingen binnen het gebied. De gemeente Losser hanteert voor haar beleid onder de Structuurvisie Losser waarmee de identiteit en de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied worden bepaald aan de hand van de specifieke kenmerken en kwaliteiten. Zowel Waterschap Vechtstromen, Natuurmonumenten, als Oversticht zijn in de planvorming betrokken.

Buro Stad en Land –Landschapsplan - 30-8-2022

pagina 3

Figuur 4 Luchtfoto winter 2018

1.1

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving

In het uitgewerkte plan (zie Hoofdstuk 5) wordt ingezet op het herstel van een oorspronkelijk droogloop van het bekenstelstelsel, voorgesteld vanuit de Ecologische verkenning van het Watercollectief Twente, met het Waterschap Vechtstromen als partner. Hierdoor wordt een gebied van ruim 3,85 hectare nieuwe natuur ontwikkeld door ’t Borghuis. Ten behoeve van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is vereist dat 0,9 ha (onderzoek BJZ.nu) nieuwe natuur gaat worden gerealiseerd. Daarnaast gaat ’t Borghuis ook de omlopen van de te realiseren droogloop als EXTRA natuur inrichten door bestaande graslanden om te vormen tot extensief beheerde bloemrijke graslanden. Tevens worden ten behoeve van landschappelijke inpassing nog zo’n 1500 m2 houtsingels en wilde hagen aangeplant, samen met zo’n 75 nieuwe solitaire streekeigen bomen en hoogstamfruitbomen. Daarnaast wordt ruim 4200 m2 van de bestaande (relatief monotone) bosrand omgevormd tot bosmantel, met zoombegroeiing. Aan de zuidzijde wordt tot slot een terrein van 1,7 hectare omgevormd tot bloemrijk grasland.

In totaal wordt op deze wijze ruim 2,15 ha. nieuwe natuur gerealiseerd: 

0,92 ha vochtig bloemrijk hooiland, ‘de droogloop’ (eigen initiatief), als KGO-natuur

Op basis van (met name provinciaal) beleid wordt ontwikkelingsruimte gebo-

den aan differentiatie en kwaliteitsverbetering van het toeristisch-recrea-

Daarnaast wordt geïnvesteerd in:

tieve aanbod. Deze initiatieven worden per afzonderlijke situatie bekeken.

Het werkboek Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is daarbij als leidraad gebruikt, bedoeld om kwalitatief te sturen vanuit de provincie.

1,01 ha kruiden- en faunarijk grasland 1500 m2 structuurbeplanting, houtsingels en wilde haag (eigen initiatief)

4200 m2 bosmantel en -zoom (meer natuurlijke omvorming eigen initiatief)

Buro Stad en Land –Landschapsplan - 30-8-2022

pagina 4

Ruim 1,7 ha bloemrijk grasland

2

PROVINCIAAL BELEID: OMGEVINGSVISIE 2017

2.1.1 Natuurlijke laag

De Provincie Overijssel heeft het streekplan, het verkeer- en vervoerplan, het waterhuishoudingsplan en het milieubeleidsplan samengevoegd tot de Omgevingsvisie. Het vormt het provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De Provincie Overijssel stuurt op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Bestaande kwaliteiten moeten worden beschermd en er moeten verbindingen worden gelegd tussen deze bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Dat wil zeggen dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Voor het behoud en het versterken van de ruimtelijke kwaliteit vormen essentiële gebiedskenmerken het uitgangspunt. Figuur 5 Kaartuitsnede Natuurlijke laag

2.1

Gebiedskenmerken

Stuwwallen en beekdalen

Middels een verdeling in 4 lagen zijn de gebiedskenmerken binnen de Omge-

Stuwwallen

vingsvisie toegelicht:

De stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. De ambitie is

De natuurlijke laag

het eigen karakter van de afzonderlijke stuwwalen te behouden en te

De laag van het agrarisch-cultuur landschap

versterken. De inzet is het reliëf daarbij ruimtelijk beeldbepalend te laten

De laag van de beleving

zijn. Door bijvoorbeeld de overgangen naar andere landschappen te accentu-

De stedelijke laag (hier n.v.t)

ren en door de zichten erop én er vanaf te versterken. Beekdalen Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Beeld van de beken: zomers een kleine stroom met droge geulen, ’s winters een bredere stroom met meestromende geulen. De ambitie is de beekdalen als functionele en ruimtelijke dragende structuren van het landschap betekenis te geven. Ruimte voor

Buro Stad en Land –Landschapsplan - 30-8-2022

pagina 5

water, continuïteit van het systeem zijn leidend. Tevens is de ambitie afwen-

Oude hoevenlandschap

teling van wateroverlast op stroomafwaarts gelegen gebieden te voorkomen

Het Oude hoevenlandschap vormt een landschap met verspreide erven. Het

door het beeksysteem als eenheid te beschouwen en het vasthouden van

werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en

water te bevorderen. Tot slot zijn beekdalen belangrijke verbindingen voor

een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die von-

mens, plant en dier.

den ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de ver-

Brongebieden

spreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Deze erven bieden

Brongebieden zijn kleine, soms moeilijk herkenbare gebieden, waar van ho-

veel ruimte voor landbouw, wonen, werken en recreatie, mits er wordt

gere delen afkomstig grondwater als schoon kwelwater aan de oppervlakte

voortgebouwd aan kenmerkende structuren van het landschap: de open es-

komt. De ambitie is de bronnen als de kleine beginpunten van het watersys-

jes, de routes over de erven, de erf- en landschapsbeplantingen. Binnen deze

teem weer te laten stromen en de gebiedjes eromheen weer te koesteren.

structuren zijn er volop mogelijkheden om functioneel grootschalige land-

De - potentieel - bijzondere natuurwaarden, en de eeuwen oude betekenis

bouw en/of andere functies in een kleinschalig landschap te ontwikkelen.

van deze plekken, kunnen op terughoudende wijze weer beleefbaar worden gemaakt. 2.1.2 Agrarisch cultuurlandschap

Jong heide- en broekontginningslandschap De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. De ambitie is de ruimtelijke kwaliteit van deze gebieden een stevige impuls te geven en soms een transformatie wanneer daar aanleiding toe is. De dragende structuren worden gevormd door landschappelijk raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen, die de rechtlijnige ontginningsstructuren versterken.

Figuur 6 Uitsnede kaart agrarisch cultuurlandschap

Buro Stad en Land –Landschapsplan - 30-8-2022

pagina 6

2.1.3 Laag van de beleving

met de kwaliteiten van de omgeving en onderdeel uit te laten maken van het hele recreatieve netwerk. Tegelijkertijd kan de kracht van de sector dan beter worden benut om de kwaliteit van de omgeving te versterken. Zo kan het aanbod van recreatieve verblijfsmogelijkheden verbreden en verblijf je in NO-Twente bijvoorbeeld op een boerenerf.

Figuur 7 Kaartuitsnede Laag van beleving

Landgoederen en buitenplaatsen Op landschappelijk of strategisch interessante plekken (bijvoorbeeld op een oeverwal langs de rivier) liggen buitenplaatsen en landgoederen. De ambitie is het in stand houden en herstel van bestaande landgoederen. De groene raamwerken, de parkbossen, de tuinen, open ruimtes met solitaire bomen worden daarbij als deel van het culturele erfgoed beschouwd. Ze bieden ruimte voor nieuwe functionele toevoegingen, zoals recreatieve functies, publieke voorzieningen, eventueel woningen, als deze de kwaliteit versterken. Bij dit alles mag een natuurgericht beheer niet ten koste gaan van monumentaliteit en het behoud van het erfgoed. Gebieden voor verblijfsrecreatie Campings, complexen van zomerhuizen/vakantiewoningen liggen veelal in of gekoppeld aan aantrekkelijke natuurlijke landschappen en/of agrarische cultuurlandschappen. De ambitie is de verblijfsrecreatie sterker te verbinden Buro Stad en Land –Landschapsplan - 30-8-2022

pagina 7

2.2

Ontwikkelingsperspectief In het ontwikkelingsperspectief zijn gebieden beschreven waarmee richting wordt gegeven aan ruimtelijke en economische ontwikkelingen. Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden – net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities: 

een zichtbaar en beleefbaar mooi landschap

sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel

een continu en beleefbaar watersysteem

2.2.1 Zone ondernemen met Natuur en Water buiten het Natuurnetwerk Nederland Rond het Natuurnetwerk Nederland (NNN) zijn er goede kansen de kwaliteit van natuur, landschap en water te versterken door ontwikkeling van bestaande en nieuwe functies. Daarmee wordt enerzijds het natuurnetwerk versterkt en anderzijds de regionale economie. Strekking van het beleid: In de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW) buiten het NNN zet de provincie in op versterking van de kwaliteit van natuur, landschap en water door initiatieven te verbinden aan deze kwaliteiten. De Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is hier specifiek gericht op versterking van deze kwaliteiten. Nieuwe landgoederen komen bij voorkeur hier tot ontwikkeling. Versterking van de kwaliteit van natuur, landschap en water rond het NNN draagt bij aan een robuust en samenhangend netwerk van gebieden met groene en blauwe kwaliteiten, aan de recreatieve kwaliteit en toegankelijkheid en aan versterking van groen ondernemerschap. Juist hier liggen kansen om de synergie tussen economie en ecologie te versterken.

Figuur 8 Kaartbeeld ontwikkelingsperspectief

Buro Stad en Land –Landschapsplan - 30-8-2022

pagina 8

3

GEMEENTELIJK BELEID

3.1

Structuurvisie Losser De Structuurvisie Losser geeft een actueel beeld van het ruimtelijk ordeningsbeleid van de gemeente. Met de totstandkoming van de visie beschikt de gemeente over een samenhangend beleidsdocument dat leidend is voor de ruimtelijke ordening en ontwikkelingen voor de komende jaren. De structuurvisie geeft richting aan de wijze waarop ruimtelijke kwaliteiten binnen de gemeente kunnen worden behouden en versterkt. In de visie wordt bepaald wat de essentiële en gebiedsspecifieke kwaliteiten zijn, waar kansen liggen en hoe ontwikkelingen op deze kwaliteiten en kansen kunnen inspelen.

3.1.1 Visie buitengebied

Figuur 10 Uitsnede structuurvisiekaart

Het plangebied is benoemd als ‘Het recreatieve landschap’, als onderdeel van het jonge ontginningslandschap. Het is gelegen in grondwaterbeschermingsgebied en behoud en versterking van de beekbron (ten noordwesten plangebied) wordt als waardevol gezien. Aan drie zijden wordt het plangebied omsloten door het Natuurnetwerk Nederland.

Figuur 9 Structuurvisiekaart Buro Stad en Land –Landschapsplan - 30-8-2022

pagina 9

3.1.2 Het Recreatieve Landschap De recreatieve landschappen zijn de gebieden waar nu grotere aaneengesloten bosgebieden liggen. In deze gebieden (en in de omgeving) zijn bijzondere landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten aanwezig. Hierdoor vormt het gebied een aantrekkelijk landschap waar toeristen en recreanten graag willen verblijven. Het is niet verwonderlijk dat dit de gebieden zijn waar al verschillende vormen van verblijfsrecreatie aanwezig zijn. Het doel voor dit gebied is om de recreatieve sector hier verder te ontwikkelen en de natuur‐ en landschapswaarden beleefbaar te maken. Dit betekent dat hier in de toekomst kleinere en grotere verblijfs‐ en dagrecreatieve voorzieningen kunnen komen. Ontwikkeling 

Beleefbare natuur ontwikkelen ✔

Aanleg van paden en routes ✔

Realisatie van de NNN

Verbindingen tussen attracties en recreatiegebieden

Beleefbaarheid en zichtbaarheid van de overgang van de stuwwal naar het omliggende gebied versterken

Beleefbaarheid van de beek‐ en rivierdalen versterken ✔

Versterking van de potentiële natuurlijke kwaliteiten van de ‘natte voet’ van de stuwwal (kwelzone, brongebied) en deze beter zichtbaar maken ✔

Buro Stad en Land –Landschapsplan - 30-8-2022

pagina 10

Figuur 11 Referentie brongebied beek en eerste deel bovenloop

4

OVERIGE RAPPORTEN

zijn gebied van oorsprong krijgt. Toegankelijkheid voor gasten van deze na-

4.1

Oversticht ervenconsulentadvies

stoorde natuurontwikkeling hier mogelijk moet zijn.

tuurstrook geeft het een meerwaarde, tegelijk is het belangrijk dat onge-

Het overheidsbeleid biedt ruimte aan nieuwe ontwikkelingen mits er ruimtelijke kwaliteit wordt toegevoegd aan landschap, erf en gebouwen. Het advies van de Ervenconsulent helpt eigenaren bij het realiseren van de vereiste kwaliteit. Het advies geeft de initiatiefnemer en gemeente inzicht in de wijze waarop een plan hieraan bijdraagt. Met de afstemming tussen ervenconsulent en beleidsmakers en adviseurs wordt het planproces positief te beïnvloeden. Het advies van de het Oversticht is onafhankelijk en op maat. In juli 2018 heeft het Oversticht een advies opgesteld voor situering van de drie groepsaccommodaties. Advies Op het groene erf is een toevoeging van drie gebouwen met een recreatieve functie op deze locatie mogelijk onder voorwaarden. Landschap Het karakter van een ‘verborgen erf’ zal verdwijnen als er gebouwen aan de voorzijde worden toegevoegd. De relatie met het landschap is juist hier heel belangrijk. De open ruimte die vanaf de grote weg richting het erf loopt zal dan begrensd worden door bebouwing (tegen de aanwezige bosrand). Dit hoeft niet persé negatief te zijn als de gebouwen op een juiste wijze worden geplaatst, als een logisch ensemble. Het is hiermee wel een geheel nieuw ensemble, dat los staat van de rest van het erf.

Het voorstel om tussen bos en erf de aanwezige laagte te vernatten en het als natuur te beheren is heel positief omdat het bijdraagt aan verbetering van de biodiversiteit en omdat de Bethlehemsebeek zo weer een relatie met Buro Stad en Land –Landschapsplan - 30-8-2022

pagina 11

Conclusie: Door het plaatsen van drie groepsvakantiewoningen ten noorden van de bestaande wordt een nieuw erf gecreëerd. Een zorgvuldige inpassing is hierbij van groot belang, door ligging ten opzichte van elkaar, door architectuur, kleur- en materiaalgebruik. Het toevoegen van gebouwen betekent vooral: het aanzien wijzigen van de noordoostzijde van het erf. De groepsvakantiewoning is hier al heel ‘eigenwijs’ vooraan het erf geplaatst. De te bouwen woningen moeten vooral een relatie hebben met dit gebouw; samen vormen zij een nieuw ensemble.

Op de voorzijde van het erf is zicht op en vanaf de gebouwen; daarom worden hier bij voorkeur geen bomen geplant. Lage gemengde heggen zorgen voor onderlinge privacy;

De vier gebouwen hebben met elkaar een samenhang (‘familie’), maar door vorm en materiaalgebruik zijn ze verschillend;

Vanwege hun maat is het beter twee clusters van twee gebouwen te maken dan een groep (rij) van vier gebouwen;

Dan vormt de bestaande woning met een eenvoudiger versie (‘bijgebouw’) een ensemble;

strakkere (modernere) vormgeving, bijvoorbeeld meer gebruik van hout

Randvoorwaarden zijn: 

(bijvoorbeeld het noordelijkste gebouw op poten in het water / natuur-

Een nieuwe oprijlaan loopt rechtdoor, over een oude lijn naar de achter-

gebied) en grotere overstekken van de kappen.

zijde van het ensemble. Daar waar dit pad uit het bos komt is er mooi zicht op de gebouwen;

Het noordelijke ensemble is daarvan weer een afgeleide, door nog

4.2

Watercollectief Twente ’t Borghuis Ecologische verkenning met voorstellen voor inrichting en beheer In februari 2015 heeft het Waterschap Vechtstromen (als partner in het Watercollectief Twente (WCT)) opdracht verleend aan de Unie van Bosgroepen voor het opstellen van een ecologische verkenning voor inrichting en beheer van ’t Borghuis. Het projectgebied maakt onderdeel uit van het stroomgebied van de Bethlehemsbeek. Deze beek is in de Omgevingsvisie van de Provincie Overijssel en het Waterbeheerplan 2016-2021 aangemerkt als waardevol water. Deze beek heeft in de huidige situatie te kampen met een tweetal problemen; zowel piekafvoeren als droogval komen frequent voor. Mogelijk-

Figuur 12 Zichtpunt vanaf boshoek met oprijlaan

heden zijn beschreven om water (met name bij hoge afvoeren) langer vast te houden (beperkt mogelijk op de keileem) en te bergen in de graslandperce-

Het bos is de besloten achterkant; daarvoor ligt de groene parkeer-

len. Doel is om de hydrologische situatie te verbeteren en maatregelen te ne-

strook, afgescheiden van de woningen door een groene singel van

men die leiden tot het vertraagd afgeven aan het oppervlaktewatersysteem.

streekeigen struiken en (fruit- en vruchtdragende) bomen;

Buro Stad en Land –Landschapsplan - 30-8-2022

pagina 12

4.2.1 Voorgestelde inrichtingsmaatregelen

Perceel 3: sloot (lichtblauw) verondiepen tot 20 cm -MV), ondiepe komvormige laagte aanbrengen (groen), aanwezige vijver dempen en raster verwijderen, sloot verondiepen tot 30 cm -MV, vijver dempen, raster verwijderen. 1

Perceel 4: (ondiepe) komvormige laagte graven (waarvan het diepste punt op 20 cm –MV). En hier wordt de aansluiting gezocht met de leggerbeek die in 2

het bos ontspringt. Waar deze laagte het wandelpad doorkruist wordt een eenvoudige voorde aangelegd, ev. aanleg houtwal en houtwal versterken. Voor de ontwikkeling van het kruiden- en faunarijke grasland bestaat het be-

3

heer in grote lijnen uit een verschralingsbeheer in combinatie met nabeweiding.

4

4.3

Nota verblijfrecreatie in Noordoost Twente 2018 De gemeenten Dinkelland, Losser, Oldenzaal en Tubbergen hebben een gezamenlijke beleidsnota Verblijfsrecreatie in Noordoost Twente opgesteld. Met

Figuur 13 Maatregelenkaart

Perceel 1: duiker (oranje verwijderen en dichten), en voorzien van komvormige laagte (20 cm -MV), sloot (lichtblauw) verondiepen tot 20 cm -MV), eventueel houtwal aan oostzijde perceel met solitaire eik in perceel). Perceel 2: sloot (lichtblauw) verondiepen tot 20 cm -MV), ondiepe komvormige laagte aanbrengen (groen), overwogen kan worden om een zoom- en mantelvegetatie te ontwikkelen aan de oostzijde van het perceel op de overgang van het Dennenbos.

voorliggende beleidsnota beschikken de vier NOT-gemeenten over een actueel beleidskader, waarmee duidelijke kaders naar ondernemers worden geboden op welke wijze de verblijfsrecreatieve sector zich kan ontwikkelen. Noordoost Twente maakt met haar vier gemeenten deel uit van de regio Twente en heeft de toerist landschappelijk veel te bieden. Goede en kansrijke initiatieven die van toegevoegde waarde zijn voor het huidige verblijfsrecreatieve product worden daar waar mogelijk aangemoedigd. Het verblijfsrecreatief aanbod in Noordoost Twente wordt vooral gekenmerkt door een groot aanbod aan hotel- en kampeermogelijkheden en bed & breakfast aanbieders. Er is relatief weinig aanbod van groepsaccommodaties en huisjes op bungalowparken.

Buro Stad en Land –Landschapsplan - 30-8-2022

pagina 13

bestaande woningen aan elkaar te koppelen, kunnen ook grotere vakantiewoningen gerealiseerd worden. Toetsingscriteria (nieuwe) ontwikkelingen verblijfsrecreatie Aantoonbare meerwaarde door landschappelijke inpassing Op het platteland vinden grote veranderingen plaats binnen en buiten de agrarische sector. Naast bedrijfsuitbreidingen komen in toenemende mate bedrijfsbeëindigingen en functieveranderingen voor. Er wordt dan veranderd van agrarisch gebruik naar bijvoorbeeld wonen of niet agrarisch gebruik. Deze ontwikkelingen vragen om een landschappelijke inpassing om aantasting van het landschap te voorkomen.

Figuur 14 Leisure Leefstijlen, het onderscheid in 7 groepen toeristen

Doelstelling van de inpassing is het optimaal op elkaar afstemmen van bebouwing en beplanting, rekening houdend met de ter plaatse voorkomende landschappelijke en cultuurhistorische waarden om zo te komen tot een

De Leisure Leefstijlen (zie figuur) wordt gehanteerd om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. Voor de comfort en luxe blauw, sportief en avontuurlijk paarse en cultureel en inspirerend rode leefstijlen lijkt er relatief juist weinig aanbod te zijn ten opzichte van de vraag. Dit zijn groepen die op zoek zijn naar een vernieuwend of luxe aanbod. De gemeenten staan daarom met name uitnodigend ten opzichte van plannen die zich richten op de leefstijlen ‘rood’, ‘paars’ en ‘blauw’. Beleid Omgevingsverordening Overijssel 2.12: Bungalows/recreatiewoningen op recreatieterreinen Gezien de vraag naar grotere vakantiebungalows waar meerdere families in kunnen worden ondergebracht, wordt de mogelijkheid tot de bouw van een aantal grotere vakantiebungalows op vakantieparken toegestaan cq. gestimuleerd, mits dit leidt tot een duidelijke kwaliteitsverbetering. Door

Buro Stad en Land –Landschapsplan - 30-8-2022

pagina 14

landschappelijke inpassing van nieuwe bebouwing die recht doet aan de kwaliteit en de beleving van het landschap.

5

RUIMTELIJK KWALITEITSPLAN Op basis van bovenstaande beleidsstukken én adviesrapporten derden heeft Buro Stad en Land een eenduidig, landschappelijk inpassingsplan uitgewerkt.

Figuur 16 Uitsnede inrichtingsplan

5.1

Uitgangspunten 

Realisatie/herstel van het geomorfologische droogdal conform het Watercollectief Twente) met bijbehorende inrichtings- en beheermaatrege-

Figuur 15 Kaartbeeld 1950

len. De laagte wordt gerealiseerd door deze gemiddeld 20 cm onder maaiveld, te ontgraven met flauw oplopende taluds, variabel van 1:5 tot 1:10 waardoor een natte vegetatie tot ontwikkeling kan komen. Hierdoor wordt tevens de verrijkte toplaag verwijderd hetgeen de

Buro Stad en Land –Landschapsplan - 30-8-2022

pagina 15

bloemrijkheid ten goede zal komen. Binnen de verlaging wordt een zone

aangevuld met zichtlijnversterkende solitaire bomen en bossages om

10 cm extra verlaagd zodat water in het natte seizoen zichtbaar wordt

beleving te vergroten en de karakteristiek van de omgeving in dit

gemaakt. Het gebied is toegankelijk voor grazend vee (schapen) en zal

(nieuwe) landgoed door te laten lopen. De bestaande bomen vormen

als zodanig open blijven. Eventueel en indien nodig worden delen 1x per

reeds fraaie landschapselementen en worden als zodanig behouden. Er

jaar gemaaid en afgevoerd (hooilandbeheer). Het aanliggende weiland

wordt een aanzienlijk aantal extra bomen aangeplant zonder dat de ge-

behoudt de gewenste openheid (Oversticht).

wenste zichtlijnen worden beperkt. Er worden nieuwe houtwallen (met en zonder boomvormers gerealiseerd om de kleinschaligheid van het ge-

bied te versterken en het zicht op bouwvolumes te beperken. 

Realisaties van drie groepsaccommodaties conform advies Oversticht (in 2 clusters).

Aanleg van een 35-tal natuurlijk ogende parkeerplaatsen (bijv. grasbeton of halfverharding) aangekleed met hoogstamfruitbomen tegen bestaande bosrand.

Aanleg ontsluitingsweg accommodaties in natuurlijke kleur en materialen (halfverharding, zandasfalt, beige klinker)

Aanleg sober wandelpad rondom, dat tevens de functie krijgt als speel/beleefpad, met desgewenst verbijzonderingen als bijvoorbeeld een keienoversteekplaats, boomstambrug, touwslinger, blotevoetenpad etc.

Versterking droogdalovergang met bijv. vlonderbrug over hoofdontsluitingsweg ter optimalisatie van de beleving.

Figuur 17 Geomorfologische kaart plangebied.

onder kruising.

Fraai is de ligging van het oorspronkelijke droogdal te zien.

Behoud van de (cultuurhistorische) structuur

Doorzetten van de landweg conform het advies Oversticht, met duiker

Aanplant is inheems en streekeigen.

Bosranden toegangsweg omvormen met mantel- en zoomvegetatie,

Het kaartbeeldbeeld van 1950 geeft voor dit gebied een gevarieerd land-

boomvormers verwijderen, gefaseerd op langere termijn, toepassing in-

schap weer van open grazige ruimten, heide en ruigte, bosjes, houtwal-

heemse streekeigen struikvormende soorten.

len en bossages, deels begrensd door aanliggende wegen. In combinatie

Nieuwbouw wordt geplaatst tegen de bosrand, in Twentse architectuur

met gewenste zichtlijnen wordt daarmee de oorspronkelijke cultuurhis-

met subtiele verschillen en gedraaide nokrichtingen onderling om uni-

torische structuur vertaald naar de gewenste situatie met behoud van

formiteit te voorkomen. Situering in twee clusters, gescheiden door

de open weide en zijdelingse situering van bosstroken/-percelen,

houtwal met boomvormers.

Buro Stad en Land –Landschapsplan - 30-8-2022

pagina 16

Een nieuwe schaapskooi (in traditionele architectuur) wordt aan de zuidzijde voorzien ter versterking van het recreatieve karakter. De schapen zullen een bijdrage leveren aan de bloemrijkheid van het droogdal, maar tevens ingezet kunnen worden bij het beheer van het terrein aan de zuidkant van het plangebied. Natuurmonumenten heeft hier in het beginsel zeer positief op gereageerd en onderschrijft de mogelijkheden.

Omvorming van 1,7 ha. landbouwgrond naar bloemrijk gras aan de zuidzijde.

Figuur 19 Beoogde sfeer schaapskooi (referentie Erve Scholten Hezingen)

Figuur 18 Huidige bosrand is redelijk uniform en kent geen mantel-zoom Figuur 20 Zicht op beoogde locatie groepsaccommodaties

Buro Stad en Land –Landschapsplan - 30-8-2022

pagina 17

5.2

Overzicht landschappelijke inspanning

initiatief)

Realisatie van 3 groepsaccommodaties onder hoogwaardige, streekei-

gen architectuur Realisatie kleinschalige schaapskooi onder hoogwaardige, streekeigen

architectuur mede ten behoeve van inzet beheer NNN-gebied en milieueducatief gebruik 

Realisatie van 1,01 ha kruiden- en faunarijk grasland

Realisatie van 0,92 ha vochtig, bloemrijk hooiland (droogloop)

Realisatie van 1,7 ha. bloemrijk grasland

Omvorming van 0,42 ha bos met overstaanders naar mantel-zoomvegetatie

Realisatie van 735 m2 houtwal /-singel

Realisatie van hoogstamfruitboomgaard (appel-peer-pruim) en solitaire karakteristieke hoogstamfruitbomen (noot-kers) totaal 29 stuks

Realisatie van 300 m2 wilde haag (meidoorn/sleedoorn/vuilboom)

Versterking van 530 m2 bestaande houtsingel

Aanplant van 46 solitaire, streekeigen bomen

Aanleg van 800 m1 wandelpad (1,50 m. breed)

Aanleg van 317 m1 halfverhard toegangspad met bloemrijke bermen (3.00 m)

In totaal wordt op deze wijze ruim 2,15 ha. nieuwe natuur gerealiseerd: 

0,92 ha vochtig bloemrijk hooiland, ‘de droogloop’ (als inspanning KGO)

1,01 ha kruiden- en faunarijk grasland

Daarnaast wordt geïnvesteerd in: 

1500 m2 structuurbeplanting, houtsingels en wilde haag (eigen initiatief)

Buro Stad en Land –Landschapsplan - 30-8-2022

pagina 18

4200 m2 bosmantel en -zoom (meer natuurlijke omvorming eigen

1,7 ha bloemrijk grasland

6

BEHEER

Figuur 21 Beheerkaart (zie ook bijlage)

6.1

1,56 ha kruiden- en faunarijk grasland

Kruiden- en faunarijk grasland omvat graslanden die kruidenrijk zijn, maar niet tot de schraallanden vochtig hooiland, zilt grasland en overstromingsgrasland of glanshaverhooiland behoren. Het betreft grasland, de grasachtigen (monocotylen) zijn dominant, maar kruiden (dicotylen) en mossen hebben een oppervlakteaandeel van tenminste 20%. Het gaat vaak om typisch ‘ouderwets’ grasland met een wat pollige structuur en verspreid voorkomende kruiden. Karakteristiek soorten zijn Paardenbloem, Scherpe boterbloem en Pinksterbloem, en op de drogere percelen. Margriet, Knoopkruid en Leeuwentand. Op de wat vochtiger graslanden kunnen kamgrasweiden ontstaan. Botanisch waardevol grasland kan een belangrijke bijdrage leveren aan diverse vormen van beheer gericht op vogels, insecten en kleine zoogdieren. De aanwezige kruiden zijn een voedselbron, en de wat open, ijle

Buro Stad en Land –Landschapsplan - 30-8-2022

pagina 19

structuur van het gewas kan schuilgelegenheid voor vogels en kleinere zoog-

jaarlijks overstroomd door oppervlaktewater (o.a. regen, instroming opper-

dieren bieden.

vlaktewater) en staat onder invloed van uittredend kwelwater (beekdalen) of is gelegen op met een maximaal waterpeil van 20-30 cm. onder maaiveld,

Indicatie beheerinspanning  

6.2

waarbij het peil in de zomer alleen gedurende korte tijd dieper kan wegzak-

Per jaar wordt 1 tot 2 keer gemaaid en maaisel afgevoerd. Daarnaast

ken. Vanaf het eerste jaar na inzaaien kan alleen gemaaid worden op mo-

kan gebruik gemaakt worden van extensieve nabeweiding;

menten dat de grond voldoende droog is in de periode juli-november. Hier-

Er wordt geen bemesting toegepast, anders dan door inzet van dieren,

mee wordt onnodige schade aan de vegetatie en bodem door maaivoertui-

ruige stalmest (max. 20 ton per ha per jaar) of bekalking.

gen voorkomen. Een éénasser of rups/amfibisch voertuig is hierbij aan te be-

0,92 ha vochtig, bloemrijk hooiland (als KGO)

velen. Ook maaien als de grond hard bevroren is, kan op zeer vochtige en natte terreinen schade aan de bodem helpen voorkomen. Als de vegetatie tot ontwikkeling is gekomen, pas maaien in de late nazomer of herfst. Veel soorten moeten daarvoor nog bloeien of zaad zetten. Bij ecologisch maaibeheer het maaien uitstellen tot maart-april, waardoor dieren optimaal kunnen profiteren van de begroeiing. Meestal is eens per jaar maaien en hooien voldoende. Als de grond redelijk arm is of de vegetatie mag enigszins verruigen, kan worden volstaan met eens per twee jaar maaien en hooien. Optimaal is een gefaseerd maaibeheer. Indicatie beheerinspanning 

Het vochtig hooiland wordt jaarlijks (1 a 2x) gemaaid en het maaisel

Er wordt geen bemesting toegepast, anders dan door inzet van dieren,

wordt afgevoerd;

Figuur 22 Referentie halfdroge bovenloop beek

Vochtig hooiland is ontstaan door de ontginning van moerassen of natte bossen en door langdurig gebruik als hooiland. Vochtig hooiland omvat hooilanden, al dan niet met nabeweiding. Vochtig hooiland wordt ofwel vrijwel

Buro Stad en Land –Landschapsplan - 30-8-2022

pagina 20

ruige stalmest (max. 20 ton per ha per jaar) of bekalking; 

Daarnaast wordt er zo min mogelijk ingegrepen om natuurlijke processen niet te verstoren.

6.3

Omvorming van 1,7 ha landbouwgrond naar bloemrijk grasland

6.4

Omvorming van 0,43 bos met overstaanders naar mantel-zoomvegetatie

An de zuidzijde ligt een 1,7 ha. groot stuk akkerbouwterrein. Het terrein wordt omgevormd tot bloemrijk grasland door het gebied extensief te beheren. Middels extensief maaien en afvoeren (1x/jaar) zal het terrein worden verschraald waardoor na verloop van tijd de bloemrijkheid zal toenemen.

Natuurlijk bosranden kennen een opbouw van kern-mantel-zoom. Het bos langs de hoofdentree van ’t Borghuis kent een harde overgang van weiland naar kernbos. Veel bedreigde en karakteristieke dagvlinders leven in de overIndicatie beheerinspanning:  

gang van grasland en heiden naar bos. Deze overgang van open veld naar bos

1e 5 jaar 2x maaien en afvoeren van opgaande beplanting, overwegend

bestaat uit een zoom en een mantel. Deze overgang is nu te abrupt. De situa-

grassen en ruigte.

tie voor de bosrandvlinders kan verbeterd worden door plaatselijk meer

Daarna afhankelijk van de intensiteit van grasontwikkeling 1x/jaar

openheid en geleidelijke overgangen te creëren.

maaien. Indicatie beheerinspanning: 

Verwijderen van alle boomvormers (beuk, berk, esdoorn) uit de rand variërend 10-30 meter.

Aanplant met bosplantsoen struikvormers als hazelaar, meidoorn, sleedoorn, vuilboom waarbij delen (min. 100 m2) open worden gehouden ten behoeve van de spontane kruidlaagontwikkeling (zoom).

Buro Stad en Land –Landschapsplan - 30-8-2022

pagina 21

6.5

735 m2 houtwal /-singel

Het afzetten van het element wordt alleen verricht in de periode tussen 1 oktober en 15 maart (broedseizoen). Overhangende takken kunnen gedurende het gehele jaar worden teruggesnoeid.

6.6

Hoogstamfruitboomgaard en fruitbomen

Deze lijnvormige landschapselementen kennen een sterke samenhang met het omringende landschap. Houtwallen en houtsingels zijn beeldbepalend en kenmerkend voor het kleinschalige kampenlandschap op de zandgronden. Een houtwal of een houtsingel is een vrijliggend, lijnvorming en aaneengesloten landschapselement, al dan niet groeiend op een aarden wal, met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en/of struiken. De begroeiing wordt als hakhout beheerd. De houtwal of houtsingel is minimaal 25 meter lang en maximaal 20 meter breed. Indicatie beheerinspanning 

1 keer in de 15 jaar worden natuurlijke houtwallen vanaf de grond te worden afgezet, zo wordt voorkomen dat de houtwal een bomenrij wordt. Daarnaast wordt er zo min mogelijk ingegrepen om natuurlijke processen niet te verstoren. Hierbij dient zo veel mogelijk gefaseerd gewerkt te worden (bijv. iedere 5 jaar 30% van de oppervlakte)

Buro Stad en Land –Landschapsplan - 30-8-2022

pagina 22

Een hoogstamboomgaard is een boomgaard of boomweide met fruitrassen of notenbomen. Een hoogstamboomgaard is een verzameling van fruitbomen, met een stam van minimaal 1,5 meter hoog en waarvan de onderbegroeiing bestaat uit een grazige vegetatie. Een hoogstamboomgaard bestaat uit minimaal 10 fruitbomen en heeft een dichtheid van minimaal 50 en maximaal 150 bomen per hectare. Maximaal 10% van de bomen bestaat uit walnotenbomen. - Een hoogstamboomgaard is vaak in een cluster geplant en duidelijk afgescheiden van de omgeving.

Indicatie beheerinspanning 

vlinders, bijdrage aan een aantrekkelijk landschap en/of instandhouding van

Appel- of perenbomen dienen tenminste éénmaal per 2 jaar te worden

een cultuurhistorisch element.

gesnoeid. Andere soorten enkel vormsnoei; 

De grasvegetatie wordt 1 keer per jaar gemaaid of beweid. Bij maaien

Indicatie beheerinspanning

wordt

De wilde haag wordt gemiddeld 1x/jaar gesnoeid waarbij circa 50% van

maaisel afgevoerd;

De hoogstamfruitboom mag niet beschadigd worden door vee. Jonge

Tevens wordt circa 10% jaarlijks tot op de grond teruggezet

bomen zijn voorzien van een boomkorf;

Snoei kan het best plaatsvinden in de winter.

Bemesten en bekalken van de boomgaard is toegestaan. Bij bemesten van de boomgaard worden de fruitbomen en wortels niet beschadigd;

de dikste takken tot een hoogte van 1-1,5 meter worden teruggezet.

6.8

49 solitaire, streekeigen bomen

Snoeiwerkzaamheden kunnen gedurende het gehele jaar worden verricht.

6.7

300 m2 wilde haag (meidoorn/sleedoorn/vuilboom)

De solitaire bomen hebben een belangrijke landschappelijke waarde om zichtlijnen te versterken en minder gewenste bouwwerken of objecten aan Onder wilde hagen verstaan we lijnvormige elementen van struiken. Wilde hagen zijn geplant of spontaan ontstaan. Ze worden gesnoeid of groeien volop in de hoogte en breedte uit. Wilde hagen bestaan uit struiken zoals meidoorn, sleedoorn, haagbeuk, vuilboom en dergelijke. Vaak doen ze dienst als perceelsscheiding. Vroeger hadden ze ook de functie van veekering. Ze kennen een belangrijke functie als nest-, schuil- en voedselgelegenheid voor vogels en zoogdieren, verbindingroute voor zoogdieren, amfibieën en Buro Stad en Land –Landschapsplan - 30-8-2022

pagina 23

het oog te onttrekken. Solitaire bomen kennen een belangrijke functie voor vogels (nest), en roofvogels (als observatie- en uitvalsbasis voor jacht). Indicatie beheerinspanning 

Jonge bomen moeten worden begeleid, dubbele toppen en vormsnoei toepassen. Enkel opkronen indien gewenst (t.b.v. maaien of verkeer);

Aanplant met twee boompalen en twee maaipalen, palen verwijderen bij stamdikte gelijk aan boompaal;

Bij droogte water geven in jeugdstadium (1e 2 jaar);

Op oudere leeftijd dood hout verwijderen en eventueel begeleidende snoei toepassen (schurende of kruisende takken)

Bij begrazing boomkorven toepassen

Buro Stad en Land –Landschapsplan - 30-8-2022

pagina 24

BIJLAGE LANDSCHAPPELIJK INRICHTINGSPLAN

Buro Stad en Land –Landschapsplan - 30-8-2022

pagina 25

K

LEGENDA A bestaande groepsaccommodatie B vlonderbrug/duiker C

herstel laagte geomorfologisch droogdal

E

nieuwbouw groepsaccommodatie (3x)

F

nieuwbouw schaapskooi

E

J

landweg doortrekken

K

omvorming naar bos met zoom- en mantelvegetatie

L

zwaardere boswal ter scheiding 2 clusters groepsaccommodaties streekeigen boom- en struikvormers (zomereik, beuk, berk, zwarte els, meidoorn, sleedoorn, hazelaar, vuilboom)

I

L

42 pp

H duiker dichten sloot dempen

K

C

G extensief wandelpad I

D

E

D bloemrijk grasland

E p 10

J

p

I

H

D A B 4 pp

40

M hoogstamfruitboomgaard

pp

G

N wilde haag O te ontwikkelen bloemrijk grasland (17.000 m2)

I

4 pp

M N

F

O

LA N D G O ED 'T B O R G H UIS L O SSER

LA N DSC H APPELIJKE IN PASSIN G

tekeningno

formaat

datum

advies en inrichting landschap en openbare ruimte

1(2)

A3

20-6-22

versie

schaal

door

bestand

14

1 : 2500

w.f. hilbers

420-04_v2022.vwx

meppel - info@burostadenland.nl - www.burostadenland.nl - tel 06 41 66 55 76

BIJLAGE AANLEG EN BEHEER EN BEPLANTINGSLIJST

Buro Stad en Land –Landschapsplan - 30-8-2022

pagina 26

te planten solitaire boom

TC PA

te planten hoogstamfruitboom bosrand omvorming naar mantel-zoom BP

kruiden- en faunarijk grasland kruiden- en faunarijk grasland vochtig bloemrijk hooiland 20-30 cm verlaging KGO-natuur houtwal -/singel/bosje wandelpad (puinstof met cement) QR

toegangspad gebroken puin sloten dichten

QR

QR

QR

TC

-0.20 MV MV -0.30 max.

MV 30 -0.

-0.20 MV

B4

QR

BP

QR

wilde haag

m ax .0. 30

M V

AG

AG

-0. 20 MV

TC BP

AG

TC

TC TC

AG

AG

H1

hoogstamfruitboomgaard QR

QR

BP PA PA

AG AG

QR

B3

CB BP

PA

QR B2

B1 B1

JR

QR SA SA

AG

PA

4x MS 4x PS 4x RS

FS BP

PA PA

QR BP

CB

PA

BP

BP

TC

AG AG

AG

BP

AG

AG

PA PA

JR

PA PA

PA PA PA

AG

JR

LA N D G O ED 'T B O R G H UIS L O SSER

A A NLE G EN BE H EER

tekeningno

formaat

datum

advies en inrichting landschap en openbare ruimte

2(2)

A3

18-11-21

versie

schaal

door

bestand

7

1 : 1500

w.f. hilbers

420-01-02.vwx

meppel - info@burostadenland.nl - www.burostadenland.nl - tel 06 41 66 55 76

BP BP

Beplantingslijst Landgoed 't Borghuis

Buro Stad en Land 18-7-2019 Aantal

%

Wetenschappelijke naam

#

420 beplanting def.xlsx

Ned. naam

Planteisen

Levermaat/-kwaliteit

Zomereik Zwarte els Zachte berk Eenst. meidoorn Sleedoorn Vuilboom Lijsterbes Hazelaar Grauwe wilg Gelderse roos

1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 10 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. aan randen solitair aan randen solitair

80-120 wortelgoed 80-120 wortelgoed 80-120 wortelgoed 60-80 wortelgoed 60-80 wortelgoed 60-80 wortelgoed 60-80 wortelgoed 60-80 wortelgoed 60-80 wortelgoed 60-80 wortelgoed

Associatie 10 Elzen-Eikenbos

VAK B1

246 m2

Bosplantsoen

41 13 11 8 8 16 8 41 8 8

VAK B2 Bosplantsoen

271 m2 45 25% Quercus robur 14 8% Alnus glutinosa 13 7% Betula pubescens 9 5% Crataegus monogyna 9 5% Prunus spinosa 18 10% Rhamnus frangula 9 5% Sorbus aucuparia 45 25% Corylus avellana 9 5% Salix cinerea 9 5% Viburnum opulus 100%

Zomereik Zwarte els Zachte berk Eenst. meidoorn Sleedoorn Vuilboom Lijsterbes Hazelaar Grauwe wilg Gelderse roos

1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 10 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. aan randen solitair aan randen solitair

80-120 wortelgoed 80-120 wortelgoed 80-120 wortelgoed 60-80 wortelgoed 60-80 wortelgoed 60-80 wortelgoed 60-80 wortelgoed 60-80 wortelgoed 60-80 wortelgoed 60-80 wortelgoed

VAK B3 Bosplantsoen

219 m2 37 25% Quercus robur 12 8% Alnus glutinosa 10 7% Betula pubescens 7 5% Crataegus monogyna 7 5% Prunus spinosa 15 10% Rhamnus frangula 7 5% Sorbus aucuparia 37 25% Corylus avellana 7 5% Salix cinerea 7 5% Viburnum opulus 100%

Zomereik Zwarte els Zachte berk Eenst. meidoorn Sleedoorn Vuilboom Lijsterbes Hazelaar Grauwe wilg Gelderse roos

1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 10 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. aan randen solitair aan randen solitair

80-120 wortelgoed 80-120 wortelgoed 80-120 wortelgoed 60-80 wortelgoed 60-80 wortelgoed 60-80 wortelgoed 60-80 wortelgoed 60-80 wortelgoed 60-80 wortelgoed 60-80 wortelgoed

25% Quercus robur 8% Alnus glutinosa 7% Betula pubescens 5% Crataegus monogyna 5% Prunus spinosa 10% Rhamnus frangula 5% Sorbus aucuparia 25% Corylus avellana 5% Salix cinerea 5% Viburnum opulus 100%

Beplantingslijst Landgoed 't Borghuis

Buro Stad en Land 18-7-2019 VAK B4 Bosplantsoen

133 m2 25% van 532 m2 aanvullen 22 25% Quercus robur 7 8% Alnus glutinosa 6 7% Betula pubescens 5% Crataegus monogyna 4 5% Prunus spinosa 4 10% Rhamnus frangula 9 4 5% Sorbus aucuparia 22 25% Corylus avellana 4 5% Salix cinerea 4 5% Viburnum opulus

VAK H1 Wilde haag

300 m2 100 50% Crataegus monogyna 60 30% Prunus spinosa 30 15% Rhamnus frangula 10 5% Rosa canina 100%

Zoombeplanting

(inboet 10% ter vervanging overstaanders bos) 424 m2 50% Crataegus monogyna Eenst. meidoorn 100 50 25% Prunus spinosa Sleedoorn 30 15% Rhamnus frangula Vuilboom 10 5% Rosa canina Hondsroos 10 5% Rosa rubiginosa Egelantier 100%

Bomen QR TC FS AG JR CB SA BP PA MS PS RS

12 st 6 st 1 st 14 st 3 st 2 st 2 st 9 st 14 st 4 st 4 st 4 st

Quercus robur Tilia cordata Fagus sylvatica Alnus glutinosa Juglans regia 'Broadview' Carpinus betulus Sorbus aucauparia Betula pendula Prunus avium Malus spec. Pyrus spec. Prunus spec.

420 beplanting def.xlsx

Zomereik Zwarte els Zachte berk Eenst. meidoorn Sleedoorn Vuilboom Lijsterbes Hazelaar Grauwe wilg Gelderse roos

1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 10 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. aan randen solitair aan randen solitair

80-120 wortelgoed 80-120 wortelgoed 80-120 wortelgoed 60-80 wortelgoed 60-80 wortelgoed 60-80 wortelgoed 60-80 wortelgoed 60-80 wortelgoed 60-80 wortelgoed 60-80 wortelgoed

Eenst. meidoorn Sleedoorn Vuilboom Hondsroos

1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 10 st. aan randen solitair

80-120 wortelgoed 80-120 wortelgoed 80-120 wortelgoed 60-80 wortelgoed

1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 10 st. aan randen solitair aan randen solitair

80-120 wortelgoed 80-120 wortelgoed 80-120 wortelgoed 60-80 wortelgoed 60-80 wortelgoed

2 boompalen met band 2 boompalen met band 2 boompalen met band 2 boompalen met band 2 boompalen met band 2 boompalen met band 2 boompalen met band 2 boompalen met band 2 boompalen met band 2 boompalen met band 2 boompalen met band 2 boompalen met band

18-20 Groeikluit 3x verplant 18-20 Groeikluit 3x verplant 18-20 Groeikluit 3x verplant 16-18 Groeikluit 3x verplant 18-20 Groeikluit 3x verplant 16-18 Groeikluit 3x verplant 12-14 Groeikluit 2x verplant 12-14 Groeikluit 2x verplant 12-14 Groeikluit 2x verplant 12-14 Groeikluit 2x verplant 12-14 Groeikluit 2x verplant 12-14 Groeikluit 2x verplant

Zomereik Winterlinde Beuk Zwarte els Walnoot Haagbeuk Lijsterbes Ruwe berk Zoete kers Appel Peer Pruim

Kruidenrijk gras

1,01 ha omlopen 10 kg G1-mengsel

1 g/m2

geen gras meezaaien

Vochtig bloemrijk

1,14 ha droogloop 11 kg G3-mengsel

1 g/m2

geen gras meezaaien

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=e6245ac1-0867-47f0-a059-58ca8bec55f4