CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij toelichting_Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan

Raadsvergadering 10 maart 2026, gemeente LosserBij agendapunt: Vaststellen TAM-Omgevingsplan Buitengebied Lossersestraat 71 de Lutte4.061 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ruimtelijk kwaliteitsplan Lossersestraat 71, De Lutte

Ruimtelijk kwaliteitsplan Lossersestraat 71, De Lutte 2

Inhoudsopgave 1. Inleiding

5

2. Omgevingsanalyse

9

2.1 2.2 2.3

Natuurlijke ondergrond Landschapstype Huidige situatie

10 12 13

3. Beleid

15

3.1

16 16 17 17 17

3.2

Provinciaal beleid 3.1.1 Omgevingsvisie Overijssel Gemeentelijk beleid 3.2.1 Welstandsnota gemeente Losser 3.2.1 Structuurvisie gemeente Losser

4. Onderbouwing landschapsplan 4.1 4.2

Uitgangspunten Groenstructuren en inrichting 4.2.1 Kenmerken landschapsplan

5. Aanleg en beheer 5.1 5.2

Algemene aanplantinstructie Specifieke aanplantinstructie

Colofon

19 20 22 22

23 24 24

26 3

4

1. Inleiding In dit hoofdstuk wordt het projectgebied geïntroduceerd en daarnaast een toelichting over het plan gegeven.

1

1. Inleiding Voorliggend plan heeft betrekking op een perceel aan de Lossersestraat 71 in De Lutte. Het projectgebied staat kadastraal bekend als gemeente Losser, sectie G, perceelnummers 3901, 2572, 2696, 2697, 2038, 3804 en 2808. Het projectgebied is gelegen in het buitengebied van gemeente Losser. Het voornemen bestaat om op het erf drie nieuwe plattelandskamers en een trekkershut te realiseren als extra recreatieve verblijfsplaatsen. Deze ontwikkeling moet landschappelijk worden ingepast. BJZ.nu is gevraagd een visie te geven op de inrichting van het projectgebied in de gewenste situatie, waar in voorliggend ruimtelijk kwaliteitsplan invulling aan wordt gegeven. Het voorliggende ruimtelijk kwaliteitsplan is gebaseerd op een analyse van het landschap en het van toepassing zijnde bleeid. Daarnaast zijn de wensen van de initiatiefnemer in het plan verwerkt.

Afbeelding 1 Locatie projectgebied opzichte van kern De Lutte (Bron: Plattekaart)

Afbeelding 2 Locatie projectgebied (Bron: Plattekaart)

6

1

Afbeelding 3 Luchtfoto projectgebied (Bron: Topotijdreis)

7

8

2. Omgevingsanalyse In dit hoofdstuk wordt de omgeving geanalyseerd. Hierbij wordt ingegaan op de natuurlijke ondergrond van het gebied. Daarnaast wordt het landschapstype en de huidige situatie toegelicht. 1

2. Omgevingsanalyse 2.1 Natuurlijke ondergrond

Geomorfologie

Om een goede keuze te kunnen maken in het type beplanting is het van belang om in beeld te hebben wat de natuurlijke ondergrond is. Door in het projectgebied gebruik te maken van de plantensoorten die passen bij deze natuurlijke ondergrond, wordt zwak plantmateriaal voorkomen. Ook wordt met natuurlijke vegetatie een grotere bijdrage geleverd aan de biodiversiteit. Geomorfologie Geomorfologie valt in te delen in verschillende landvormen. In dit geval ligt het projectgebied op een stuwwal. De stuwwal is ontstaan door de druk en stuwende werking die het landijs op bevroren ondergrond onder en voor het ijsfront uitoefende. De afzettingen in de stuwwal liggen veel hoger dan het niveau waarop ze oorspronkelijk zijn afgezet. De stuwwallen in Oost-Nederland bestaan naast zand en grind uit tertiaire kleien en gestuwde grondmorene.

ö

Afbeelding 4 Geomorfologie (Bron: Bodemdata)

Hoogteligging

Hoogteligging Het betreft een reliëfrijk gebied. Er komen hoogteverschillen van 10m voor. Het projectgebied zelf is glooiend en de maximale hoogteverschillen zijn 1,10m. De hoogte bedraagt gemiddeld 38,50m boven het NAP.

Afbeelding 5 Hoogteligging (Bron: AHNviewer)

10

2. Omgevingsanalyse Bodem

Bodem Het ontstaan van een bepaalde bodem wordt beïnvloed door het materiaal van de ondergrond, de hoogteligging en de vochtigheid van de grond. Het projectgebied ligt in een zeer ondiepe kleileem, potklei. Dit zijn gronden waarbij binnen 40 cm diepte keileem of potklei voorkomt. Potklei komt beduidend minder voor dan keileem. De deklaag bestaat meestal uit matig fijn dekzand of keizand. Keileem bestaat overwegend uit kalkloze zandige zavel; potklei is gewoonlijk (veel) zwaarder en bevat vaak wat koolzure kalk. Ondiepe keileem en potklei komt verspreid voor in Noord- en Oost-Nederland.

Afbeelding 6 Bodem (Bron: Bodemdata)

Afbeelding 7 Grondwatertrappen (Bron: Bodemdata)

Grondwatertrappen Het perceel ligt geheel in grondwatertrap 5. De grondwaterstand ligt gemiddeld tussen de 40 en 120 cm ten opzichte van het maaiveld. Dit betekent dat het niet erg nat maar ook niet een droog gebied is. Beplanting De gronden rondom het projectgebied bieden van nature een goede basis voor de volgende beplanting: zomereik, ruwe berk, zachte berk, lijsterbes, zwarte els, meidoorn, sleedoorn, boswilg vogelkers, gelderse roos, gewone es, fruitbomen, paardenkastanje, beuk, liguster, veldesdoorn. Dit wordt ook wel de potentiële natuurlijke vegetatie genoemd. Door in het projectgebied gebruik te maken van de plantensoorten die passen bij deze natuurlijke ondergrond, wordt zwak plantmateriaal voorkomen. 11

2. Omgevingsanalyse 2.2 Landschapstype

185 70 5

190 20 5

195 70 5

2021 4

Het projectgebied ligt ten zuiden van het dorp De Lutte. In afbeelding 8 is de ontwikkeling van dit landschap in de omgeving van het projectgebied tussen 1875 en 2024 te zien. Het projectgebied ligt in een Jonge heideontginningslandschap. Lange tijd was uitgestrekt heidegebied aanwezig, met plaatselijke opgaande beplanting. Door natuurlijke omstandigheden, vooral arme en droge bodems, waren deze gronden gebruikt voor het steken van plaggen voor de bemesting van akkers en het weiden van vee. Onder invloed van verschillende maatschappelijke en economische factoren, is het overgrote deel van de heidevelden in Nederland uiteindelijk tussen 1850 en 1960 ontgonnen. Belangrijke factoren waren de invoering van kunstmest en de verdeling van de gronden onder de markegenoten met bijbehorende aanleg van wegen en watergangen. De heideontginningen kenmerken zich door hun rationele opzet, de duidelijke lijnen in het landschap en de grote regelmatige verkaveling. Erven liggen vaak aan de weg of iets verder van de weg op een kleine zandkop. Doordat veel wegen en erven zijn beplant, wordt de van oudsher aanwezige openheid gebroken. Op sommige plekken zijn bosjes en restanten van heidevelden nog aanwezig.

Afbeelding 8 Ontwikkeling van het landschap (Bron: Topotijdreis)

12

2. Omgevingsanalyse 2.3 Huidige situatie Het projectgebied ligt aan de Lossersestraat 71. Ten westen wordt het projectgebied begrensd door de Lossersestraat met een bomenrij, waarachter het arboretum Poort Bulten is gelegen. Aan de noordzijde wordt het projectgebied begrensd met een grondwal, kruidenrijk grasland en een bosje. Hierachter ligt natuur en bos. Aan de oostkant wordt het projectgebied begrensd door een stuk bos, waarachter agrarische gronden gelegen liggen.

1

Ten zuiden wordt het projectgebied begrensd door de Postweg. Langs deze weg staan enkele bomen. Ten zuiden van de postweg liggen agrarische gronden en een loon- en grondverzetbedrijf. Op het erf staat langs de inrit voor de camping een rij oude eikenbomen. Verder is het erf groen aangekleed met verschillende beplanting. Rondom het campingveld is een haag met kleine bomen aanwezig. Kenmerkend aan de omgeving zijn de oude bouwlanden met houtsingels rondom de percelen. Het verkavelingspatroon bestaat voornamelijk uit onregelmatige blokverkaveling. Langs perceelsranden en wegen zijn veelal boomsingels en bomenrijen te vinden.

Afbeelding 9 Huidige situatie projectgebied (Bron:Topotijdreis)

Het huidige bebouwingsbeeld in de omgeving bestaat voornamelijk aan agrarische bedrijven. De tuinen en wegen zijn veelal groen ingericht. 13

14

3. Beleid In dit hoofdstuk wordt het huidige beleid weergeven. Dit wordt toegelicht door middel van het provinciale -en gemeentelijke beleid. 1

3. Beleid 3.1 Provinciaal beleid 3.1.1 Omgevingsvisie Overijssel De omgevingsvisie Overijssel is de provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De provincie Overijssel stuurt op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Bestaande kwaliteiten moeten worden beschermd en er moeten verbindingen worden gelegd tussen deze bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Dat wil zeggen dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit vormen essentiële gebiedskenmerken het uitgangspunt. Hierna wordt ingegaan op de gebiedskenmerken in de omgeving van het projectgebied. Natuurlijke laag: Stuwwallen De stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. Op een aantal plekken zijn de ruggen al van verre zichtbaar; bovenop staand bieden ze spectaculaire zichten over de provincie. De stuwwalen hebben als regionale inzijggebieden een belangrijke functie in het watersysteem. Het zijn de ‘ingangen’ van regionale en lokale stelsels van grondwaterstromen.

16

Lagen met diverse bodemsamenstelling zijn scheef gesteld, waardoor er voedselrijker en armere, waterdoorlatende en ondoorlatende lagen direct naast elkaar kunnen liggen. Zo bestaan de Twentse stuwallen voor een groot deel uit tertiare (zee)klei en keileem. Hierdoor zijn ze overwegend

nat en komen er talrijke brongebieden voor. De Steenwijker kamp is geologisch geen stuwwal maar een eindmorene. De ruimtelijke kenmerken en daarmee de provinciale sturing zijn vergelijkbaar met die van de stuwwallen. Daarom is de Steenwijker kamp in deze catalogus onder de stuwwallen opgenomen. De ambitie is het eigen karaker van de afzonderlijke stuwwalen te behouden en versterken. De inzet is het reliëf daarbij ruimtelijk beeldbepalend te laten zijn. Door bijvoorbeeld de overgangen naar andere landschappen te accenturen en door de zichten erop én er vanaf te versterken. Laag van agrarisch cultuurlandschap: Jong heide- en broekontginningslandschap De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oor spronkelijk functioneel verbonden met het essen en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuur verbeteraar en bemesting voor de akker gronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinscha lig en min of meer individueel door keu terboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw).

De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waar door de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Daarnaast zijn vanaf 1750 vanuit de landgoederen en buitens ook veel van de voormalige heidegronden voor de jacht

Afbeelding 10 Natuurlijke laag (Bron: Omgevingsvisie Overijssel)

Afbeelding 11 Laag van agrarisch cultuurlandschap (Bron: Omgevingsvisie Overijssel)

3. Beleid en houtproductie bebost. Dit heeft geresulteerd in grote en kleinere landbouwontginnings landschappen en in landschappen van grote boscomplexen en (nooit ontgonnen) heidevelden, zoals op de Sallandse Heuvelrug. Ten opzichte van omliggend essen en hoevenlandschap zijn de landbouw ontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het ‘inbreidings’ landschappen met en rommelige driehoekstructuren als resultaat. Ook sommige recente heringerichte agrarische landschappen worden tot deze caegorie gerekend, omdat van het oorspronkelijke landschap niets meer terug te vinden is. De ambitie is de ruimtelijke kwaliteit van deze gebieden een stevige impuls te geven en soms een transformatie wan neer daar aanleiding toe is. De dragende structuren worden gevormd door land schappelijk raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen, die de recht lijnige ontginningsstructuren versterken. Binnen deze raamwerken is ruimte voor verdere ontwikkeling van bestaande erven en soms de vestiging van nieuwe erven, mits deze een stevige landschappelijke jas krijgen.

3.2 Gemeentelijk beleid 3.2.1 Welstandsnota gemeente Losser In de welstandsnota en structuurvisie van de gemeente Losser wordt het projectgebied

aangeduid als zijn liggende in een verwevingslandschap. Zoals in de Structuurvisie Losser verwoord, wordt in het ‘verwevingsgebied’ een menging van functies nagestreefd. Enerzijds vormt het gebied een overgang tussen belangrijke recreatieve en natuurgebieden. Anderzijds is dit het overgangsgebied van de kernen naar het buitengebied. Functies als wonen, recreatie, kleinschalige bedrijvigheid en landbouw komen hier bij elkaar. De functie wonen komt hierbij het meest voor. In het verwevingslandschap liggen verschillende landschapstypologieën; het hoevenlandschap, de jonge ontginningen, beekdalen en stuwwal. Het oude hoevenlandschap ligt hierbij grotendeels in het verwevingslandschap. De afwisseling van de verschillende landschapstypen is belangrijk voor de kwaliteit. De verscheidenheid in landschapstypen moet dan ook worden behouden. Door functiemenging in het verwervingslandschap komen verschillende bouwvormen, afhankelijke van de functie, voor. Het meest voorkomend is de boerderijvorm, waarbij grote dakvlakken en een lage gootlijn kenmerkend zijn. Nieuwe grote schuren bij agrarische bedrijven zijn vaak uitgevoerd in rode baksteen met groene damwand als beschieting en donkergrijze of rode golfplaat op het dak. Gevels van machinebergingen kunnen hierbij ook geheel zijn voorzien van damwandprofielen.

Verwevingslandschap Afbeelding 12 Overzichtskaart deelgebieden (Bron: Welstandsnota gemeente Losser)

17

3. Beleid 3.2.2 Structuurvisie gemeente Losser In dit gebied wordt een menging van functies nagestreefd. Het gebied vormt enerzijds de overgang tussen belangrijke recreatieve en natuurgebieden. Anderzijds vormt dit het overgangsgebied van de kernen naar het buitengebied. Door deze ligging kunnen hier functies als wonen, recreatie, kleinschalige bedrijvigheid en landbouw bij elkaar komen. In het verwevingslandschap wordt daarom de nadruk niet op een bepaalde functie gelegd, maar op de menging van deze functies. Wonen, werken, recreatie en agrarische bedrijvigheid moeten hier naast elkaar kunnen functioneren. Landschappelijk betreft het hier eveneens een overgangsgebied, bestaande uit afwisselend het Oude hoevenlandschap en de Jonge ontginningen, de beek- en rivierdalen en de stuwwal. Deze afwisseling in het landschap is de belangrijkste kwaliteit. Het is dan ook gewenst dat deze afwisseling zichtbaar is en blijft. Ontwikkelingen die niet tot verstoring van de verwervingsbalans leiden, zullen worden ondersteund. Het accent wordt daarbij gelegd op een goede landschappelijke inpassing. Grootschalige en/of milieubelastende functies worden niet zonder meer toegelaten.

18

Afbeelding 13 Verwevingslandschap (Bron: Structuurvisie gemeente Losser)

Afbeelding 14 Visiekaart De Lutte (Bron: Structuurvisie gemeente Losser)

4. Onderbouwing landschapsplan In dit hoofdstuk wordt het landschapsplan toegelicht aan de hand van een onderbouwing.

1

4. Onderbouwing landschapsplan 4.1 Uitgangspunten

Situering

Het projectgebied ligt te zuiden van de kern De Lutte in het buitengebied van gemeente Losser. Het projectgebied is gelegen in een Jong heideontginningslandschap. In gemeentelijk beleid ook wel verwevingslandschap genoemd.

• De landschappelijke structuur, de positie en oriëntatie van bebouwing op het erf in de directe omgeving zijn richtinggevend bij nieuwbouw. De bebouwing sluit aan op de losse erfstrooiing(soms landschapsgekeerd: met de achterzijde naar de weg).

Het bebouwingsbeeld in de omgeving bestaat voornamelijk uit boerderijwoningen en vrijstaande woningen. Uitgangspunten initiatiefnemer: • Het voornemen bestaat om camping uit te breiden met drie nieuwe plattelandskamers en een trekkershut. Uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel: • De erven moeten aansluiten op de gebiedskenmerken volgens de Omgevingsvisie Overijssel. Uitgangspunten Welstandsnota gemeente Losser: • Behoud en stimulering van de agrarische architectuur(voor-achterhuis principe) met bijbehorende detaillering en materiaalgebruik zoals beschreven in de waardering. • Behouden helder onderscheid op erf tussen voor(wonen) en achter(werken). (soms landschapsgekeerd: met de achterzijde naar de weg). • Sturen op: donker kleurgebruik met voldoende reliëf. Behoud kleuren (gevels en daken in donkere aardtinten). 20

Hoofdvorm • De hoofdmassa is eenduidig en passend (qua maat en schaal) bij de bebouwing in de omgeving. • Er dient een enkelvoudige (kap)vorm te worden toegepast. • In geval van een uitbreiding, verbouw of renovatie wordt deze afgestemd op het bestaande bouwwerk. Erfafscheidingen • Gebouwde erfafscheidingen respecteren het landschap door een ingetogen vormgeving.

Uitgangspunten Structuurvisie gemeente Losser: Behoud • De afwisseling en overgangen tussen de landschapstypen (jong/oud, stuwwal/rivierdal) • Kenmerkende, naar landschapstype gedifferentieerde landschapsstructuren. Ontwikkeling • Beleefbaarheid van het landschap vergroten • Nieuwe functies in oude gebouwen (flexibiliteit in functiepatroon) • Het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. • De (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, vormt het uitgangspunt.

Legenda Nieuw te realiseren: 1. Nieuwe plattelandskamers 2. Nieuwe trekkershut 3. Gedraaide schuur 4. Nieuwe boomgaard 5. Nieuwe struweelhaag 6. Nieuwe bomenrij 7. Nieuwe houtsingel 8. Nieuwe gemengde haag 9. Nieuwe solitaire boom

7

Bestaand: 10. Trekkershut 11. Toiletgebouw 12. Schuur/opslag 13. Kampeerveld 14. Dierenweide 15. Kruidenrijk grasland 16. Bestaande beplanting 17. Parkeerplaats

16 15 17

10

16

8

16

16

16

1

4

11

3 12

13 5

16 9 2

14

16 5

6

16

4. Onderbouwing landschapsplan 4.2 Groenstructuren en inrichting In het landschapsplan wordt op twee aspecten ingegaan, namelijk: de erfinrichting en de groenstructuren. De erfinrichting gaat in op de situering van de bebouwing op het erf en de groenstructuren gaat in op de passende beplanting op het erf.

4.2.1 Kenmerken landschapsplan Stedenbouwkundige opzet Erven en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Waar en hoe een erf ligt en hoe het eruit ziet, wordt bepaald door de bodem en het type landschap. Het voornemen bestaat om op het erf drie nieuwe plattelandskamers en een trekkershut te realiseren als extra recreatieve verblijfplaatsen. De drie plattelandskamers worden gerealiseerd op de plek van de bestaande kapschuur. De trekkershut wordt aan de zuidwestzijde van het kampeerveld gesitueerd. Door deze plaatsing behoud het projectgebied een centraal erf. De nieuwe verblijfsmogelijkheden worden in gedekte sobere kleurstelling gerealiseerd. Het materiaalgebruik is aangepast op het landschap en de bebouwing in de omgeving en het erf.

22

De bestaande schuur wordt herbouwd en een kwartslag gedraaid, zodat deze beter aansluit bij het landschap en de inrichting van het erf. Door deze draai komt de schuur in verbinding met

de nieuwe boomgaard, wat zowel praktisch als esthetisch meer harmonie brengt in het geheel. Zo voegt de schuur zich op natuurlijke wijze in het landschap en versterkt het de landschappelijke samenhang van het plan. Het projectgebied wordt van voldoende parkeerplekken voorzien op het achtererf. Landschappelijk De ambitie is het karakter van het gebied behouden en versterken. Daarbij is het belangrijk dat rekening wordt gehouden met de kenmerken van het jonge ontginningslandschap. Het erf is al voorzien van verschillende belangrijke landschapselementen, zoals hagen en bomenrijen. Daarnaast is er ook aan de noordzijde van het perceel een kruidenrijk gebied aangeplant. Hier kunnen bezoekers van de camping doorheen lopen. Daarnaast wordt er aan de noordzijde een houtsingel aangeplant. Hiervoor worden inheemse streekeigen soorten gebruikt, wat bijdraagt aan de biodiversiteit. Daarnaast heeft het aanplanten van een houtsingel op die plek landschappelijk gezien een meerwaarde. Om de plattelandskamers in te passen wordt een fruitboomgaard gerealiseerd ten westen van de plattelandkamers. Om deze boomgaard wordt een gemengde inheemse haag gerealiseerd. Dit is karakteristiek voor boeren erven uit dit landschap. De trekkershut wordt aan de noordzijde ingepast

met een solitaire paardenkastanje boom. Ten zuiden van de trekkershut wordt een bomenrij van 5 bomen gerealiseerd. Dit zorgt voor meer beschutting. Echter worden ze op voldoende afstand van elkaar geplaatst, zodat er hier en daar zichtvensters blijven behouden. Onder de bestaande bomenrij en nieuwe bomenrij wordt inheemse struweelbeplanting gerealiseerd. Dit zorgt voor meer beschutting en biodiversiteit. Met deze landschapsmaatregelen worden de nieuwe plattelandskamers en de trekkershut goed ingepast in het landschap en neemt de ruimtelijke kwaliteit en biodiversiteit toe. Daarnaast blijven groene zichtvensters behouden en blijft de openheid op het perceel behouden.

1

5. Aanleg en beheer In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de ingetekende landschapselementen idealiter geplant of onderhouden dienen te worden. 1

5. Aanleg en beheer 5.1 Algemene aanplantinstructie 1. Het aanplanten van een landschapselementen kan plaats vinden tussen (half) november en (half) maart, mits het niet vriest. 2. Voor de aanplant wordt vaak gekozen voor een zogeheten bewortelde stek met de maat 200-250 cm hoogte vanaf de wortelhals. 3.Indien u niet direct alle bomen kunt aanplanten, dan kunt u ervoor kiezen de bomen tijdelijk op te kuilen. Kies hiervoor een vochtige schaduwrijke plaats uit. Het opkuilen kan door een gat in de grond te graven en daar de bomen met de wortels in te zetten. Bedek de wortels met de vrijgekomen grond.

5.2 Specifieke aanplantinstructie Gemengde haag Voor het ontwikkelen van een dichte gemengde haag is de aanplant van 1 rij met bosplantsoen voldoende, meer rijen mag ook. Per strekkende meter kunt u 4 stuks bosplantsoen aanplanten. Graaf voor het planten een sleuf, die diep en breed genoeg is om de wortels van het plantgoed er ruim in te leggen. Eventueel kunt u een draad spannen als hulpmiddel bij het graven van de plant- sleuf. Sluit de plantsleuf na aanplant weer af met aarde. Solitaire boom Voor het aanplanten is een ruim plantgat noodzakelijk waarin de wortels zich wijd kunnen uitspreiden. Het plantgat dient daarom ongeveer een afmeting te hebben van 70x70x70cm groot. Spit na het graven de bodem van het plantgat los. 24

Hoogstamfruitboom Hoogstambomen kunnen meer dan 10 meter hoog en breed worden. Het is daarom belangrijk bij aanplant de fruitbomen op ruime afstand van elkaar te planten. Plant daarom appelbomen minstens 10 meter uit elkaar, peren en kersen 8 meter en pruimen 6 meter uit elkaar. Voor het planten is een ruim plantgat noodzakelijk waarin de wortels zich wijd kunnen uitspreiden. Snoei de jonge boom meteen na de aanplant.

de soorten bomen en struiken op uit. Veel verschillende soorten, geeft meer diversiteit in het element. Een houtsingel bestaat uit minimaal 3 plantrijen.

Bomenrij 1. Voor het aanplanten is een ruim plantgat noodzakelijk waarin de wortels zich wijd kunnen uitspreiden. Het plantgat dient daarom ongeveer een afmeting te hebben van 70x70x70 cm groot. Spit na het graven de bodem van het plantgat los. 2. Plaats daarna een boompaal van onbehandeld hout naast de boom (maat 250 cm lengte bij 8 cm doorsnede), op circa 15 cm van de boom, aan de kant van de heersende windrichting (zuidwesten). Bevestig de jonge boom met sisal boomtouw aan de boompaal. Knoop het touw aan de paal en draai het touw circa 3 maal in een 8-vorm om de boom. Leg een knoop in het touw om deze aan de paal te bevestigen. Snijd overtollig touw af. 3. U kunt nu het plantgat weer dichtgooien. Pas indien nodig bodemverbetering toe door bijvoorbeeld potgrond te mengen met de grond uit het plantgat. 4. Plaats bij een bomengroep de bomen ruim uit elkaar, de minimale plantafstand is 6 meter. Een volwassen boom kan al snel een kroon ontwikkelen van 10 meter breed.

5.3 Specifiek beheer

Houtsingel Houd rekening met het type bodem en kies daar

Heesters/struweelbeplanting Houd rekening met het type bodem en kies daar de soorten bomen en struiken op uit. Veel verschillende soorten, geeft meer diversiteit in het element.

Gemengde haag De beste snoeiperiode is eind februari of begin maart. Solitaire boom Beheer is bij een solitaire boom niet of nauwelijks nodig. Door middel van een visuele beoordeling kan worden bekeken of onderhoudssnoei noodzakelijk is. Het verdient aanbeveling om regelmatig zogeheten zuigers, schurende takken en dood hout te verwijderen. Snoeien kan over het algemeen in de wintermaanden, met uitzondering van haagbeuk, walnoot, wilde paardenkastanje, esdoorn en berk. Hoogstamfruitboom De vormsnoei is vooral belangrijk bij de jonge bomen. Elke soort heeft zijn eigen specifieke vorm. Bomenrij Zo min mogelijk snoeien heeft de voorkeur, omdat er zo weinig mogelijk wonden ontstaan. De boom

5. Aanleg en beheer zal met de mogelijkheden van de groeiplaats uitgroeien tot een volwassen boom. Houtsingel Goed onderhouden houtwallen en houtsingels bestaan uit een boom-, struik- en kruidlaag. Na ongeveer 5 – 6 jaar zullen de takken in de houtsingel of wal elkaar gaan raken en dient er waar nodig gesnoeid en gedund worden. Na tien jaar is de eerste keer onderhoud noodzakelijk. Dit kan door middel van gefaseerd hakhoutbeheer. Heesters/struweelbeplanting Na ongeveer 5 – 6 jaar zullen de takken in de heesterrand elkaar gaan raken en dient er waar nodig gesnoeid en gedund worden. Na tien jaar is de eerste keer onderhoud noodzakelijk. Dit kan door middel van gefaseerd hakhoutbeheer.

25

Colofon

Project:

De Lutte, Lossersestraat 71

Auteur:

BJZ.nu

Datum:

Oktober 2025

Status:

Definitief

www.bjz.nu 0546 434 466 info@bjz.nu

Vestiging Almelo Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo

26

Vestiging Zwolle Dr. van Wiechenweg 2 8025 BZ Zwolle

Vestiging Utrecht Wattbaan 51 3439 ML Nieuwegein

Vestiging Groningen Helperpark 284 9723 ZA Groningen

Legenda 1. Aan te planten gemengde haag Totaal oppervlak: 65m1 met uiteindelijke hoogte max. 150cm Plantwijze: dubbele plantrij, 8 stuks per strekkende m1 Leveringskwaliteit plantmateriaal: bosplantsoen 80-120cm Sortiment haag: 50% Crataegus monogyna (Meidoorn) 50% Prunus spinosa (Sleedoorn) 2. Aan te planten bomenrij Alnus glutinosa (Gewone els) Aantal: 5 stuks met min. 6m onderlinge afstand Aanplantmaat:10-12cm stamomtrek Leveringskwaliteit plantmateriaal: bosplantsoen 80-120cm 3. Aan te planten struweelbeplanting Sortiment: 20% Prunus spinosa (Sleedoorn) 20% Sorbus aucuparia (Wilde lijsterbes) 20% Viburnum opulus (Gelderse roos) 20% Corylus avelana (Hazelaar) 20% Rahmnus frangula (Vuilboom) Te beplanten oppervlakte: 227m2 Plantafstand: 100x100 cm Aantal planten: 228 st Plantverband : vrije keus (Soorten gemengd planten) Leveringskwaliteit plantmateriaal: bosplantsoen 80-120 cm (2+1) 4. Aan te planten hoogstamfruitbomen 2 st: Pyrus communis 'Conference' (Peer) 3 st: Prunus domestica 'Opal' 3 st: Prunus avium 'Stella' (Kers) Aanplantmaat: 16-18cm stamomtrek Alle toegepaste fruitrassen zijn zelfbestuivend, waardoor onderlinge kruisbestuiving niet vereist is. 5. Aan te planten solitaire boom Aesculus hippocastanum (Paardenkastanje) Aantal: 1 stuk Aanplantmaat: 16-18cm stamomtrek, solitair 6.

Aan te planten inheemse houtsingel Sortiment bomen: 10% Quercus robur (Zomereik) 10% Fraxinus excelsior (Gewone es) 10% Alnus glutinosa (Zwarte els) 10% Betula pendula (Ruwe berk) 10% Sorbus aucuparia (Wilde lijsterbes) 10% Acer campestre (Veldesdoorn) Bij aanvang boom om de 10m aanplanten (aanplantmaat: 14-16 cm stamomtrek) Sortiment struiken: 10% Corylus avelana (Hazelaar) 10% Prunus spinosa (Sleedoorn) 10% Rahmnus frangula (Vuilboom) 10% Viburnum opulus (Gelderse roos) Te beplanten oppervlakte: 2160 m2 Plantafstand: 100x100 cm Aantal planten: 2162 st Aanplanten in groepen van 5st/soort en min. 5 rijen breed. De rij en tussenafstand betreft 1-1,5m. Leveringskwaliteit plantmateriaal: bosplantsoen 80-120 cm (2+1)

6

4 1

3

5

2

3

De Lutte, Lossersestraat 71

Formaat: A3 Schaal: 1:1000 Datum: Oktober 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=c7b17a63-ab7d-4e31-9542-4374ff301de8