CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan

Raadsvergadering 6 mei 2025, gemeente LosserBij agendapunt: Vaststellen BP Buitengebied part.herz. Koopsweg 1 De Lutte3.818 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ruimtelijk kwaliteitsplan Losser, Koopsweg 1

Ruimtelijk kwaliteitsplan Losser, Koopsweg 1

Inhoudsopgave 1. Inleiding 4 2. Omgevingsanalyse 7 2.1 2.2 2.3

Natuurlijke ondergrond 8 Landschapstype 10 Huidige situatie 11

3. Beleid 13 3.1

Omgevingsvisie Overijssel 14

3.2

Landschapsontwikkelingsplan 15

4. Onderbouwing landschapsplan 16 4.1 4.2 4.3

Uitgangspunten 17 Groenstructuren en inrichting 19 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving 20

5. Aanleg en beheer 21 5.1 5.2 5.3

Algemene aanplantinstructie 22 Specifieke aanplantinstructie 22 Specifiek beheer 22

1

2

1. Inleiding In dit hoofdstuk wordt het projectgebied geïntroduceerd en daarnaast een toelichting over het plan gegeven.

1

1. Inleiding Voorliggend plan heeft betrekking op het bedrijfsperceel aan de Koopsweg 1 in het buitengebied van De Lutte. Ter plaatse is een mechanisatiebedrijf gevestigd. Het voornemen bestaat om een nieuwe opslaghal te bouwen om zo meer ruimte te creëren voor opslag van machines, bouwstoffen en overige materialen. De gemeente Losser wil in principe meewerken aan de voorgenomen ontwikkeling, mits de ruimtelijke kwaliteit op de beoogde te bouwen plek geborgd wordt en er een aanvullende investering in het kader van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving plaatsvind. BJZ.nu is gevraagd een visie te geven op de inrichting van het perceel in de gewenste situatie, waar in voorliggend ruimtelijk kwaliteitsplan invulling aan wordt gegeven. Het ruimtelijk kwaliteitsplan is gebaseerd op een analyse van het landschap en het van toepassing zijnde beleid. Daarnaast zijn de wensen van de initiatiefnemer in het plan verwerkt.

4

Afbeelding 1 Locatie projectgebied (Bron: Plattekaart.nl)

1

Afbeelding 2 Luchtfoto projectgebied (Bron: topotijdreis.nl)

5

6

2. Omgevingsanalyse In dit hoofdstuk wordt de omgeving geanalyseerd. Hierbij wordt ingegaan op het landschapstype en wordt de huidige situatie toegelicht. 1

2. Omgevingsanalyse 2.1 Natuurlijke ondergrond

Om een goede keuze te kunnen maken in het type beplanting is het van belang om in beeld te hebben wat de natuurlijke ondergrond is. Door in het projectgebied gebruik te maken van de plantensoorten die passen bij deze natuurlijke ondergrond, wordt zwak plantmateriaal voorkomen. Ook wordt met natuurlijke vegetatie een grotere bijdrage geleverd aan de biodiversiteit. Geomorfologie Geomorfologie valt in te delen in verschillende landvormen. Het projectgebied ligt op een stuwwal. Stuwwallen zijn in de ijstijd ontstaan door de druk en stuwende werking die het landijs op bevroren ondergrond onder en voor het ijsfront uitoefende. Het zijn boogvormige heuvelruggen, die veelal een vlakker plateaudeel bezitten.

Afbeelding 3 Geomorfologie (Bron: Dinoloket.nl)

Hoogteligging Door de ligging op een stuwwal kent het projectgebied een hoge ligging. De hoogte ter plaatse van het projectgebied bedraagt gemiddeld circa 52 meter boven NAP. Op de kaart is te zien dat het terrein richting het oosten afloopt.

Afbeelding 4 Hoogteligging (Bron: AHN viewer)

8

Bodem Het ontstaan van een bepaalde bodem wordt beïnvloed door het materiaal van de ondergrond, de hoogteligging en de vochtigheid van de grond. Ter plaatse van het projectgebied is sprake van hoge bruine enkeerdgrond. De hoge bruine enkeerdgronden komen veelvuldig voor ten oosten van de denkbeeldige lijn Delden, Borne, Albergen, Tubbergen, Delden. De bruine enkeerdgronden betreffen de oude bouwlanden, welke door het opbrengen van potstalmest een dikke humushoudende bovengrond van gemiddeld 80 - 100 centimeter hebben.

Afbeelding 5 Bodem (Bron: Dinoloket.nl)

Grondwatertrappen De grondwatertrap is IIa. De grondwaterstand ligt gemiddeld tussen de 197 - 28 cm diepte ten opzichte van het maaiveld. Dit betekent dat het een relatief nat gebied is. Beplanting De gronden rondom het projectgebied bieden van nature een goede basis voor onder andere de volgende beplantingsoorten: zomereik, wintereik, ruwe berk, lijsterbes, meidoorn, hazelaar, veldesdoorn, vuilboom, gelderse roos, beuk, linde, tamme kastanje, paardenkastanje, kers, pruim en wlanoot. Dit wordt ook wel potentiële natuurlijke vegetatie genoemd.

Afbeelding 6 Grondwater (Bron: Dinoloket.nl)

9 1

2. Omgevingsanalyse 2.2 Landschapstype

1860

1900

1950

2022

Het projectgebied ligt in het buitengebied van de gemeente Losser, op circa 3 kilometer ten zuidwesten van de kern De Lutte. In afbeelding 7 is de ontwikkeling van het landschap ter plaatse van het projectgebied tussen 1860 en 2022 te zien. Het landschap nabij de locatie betreft een kampenlandschap. In het kampenlandschap waren grote ontginningen door waterkundige aspecten niet mogelijk. Hierdoor overheersten kleine particuliere ontginningen in dit gebied. Door deze kleinschalige ontginningen ontstonden kleine percelen, met een afwisseling van grasland en akkerland. De lage delen waren doorgaans in gebruik als grasland, de middenpercelen als bouwland en de hogere (arme zandgronden) als bos. De percelen werden omgeven door heggen en houtwallen waarmee vee op de plek werd gehouden, gewas werd beschermd tegen wind en waar brand- en geriefhout vandaan kon worden gehaald. De wegen volgen hogere delen in het landschap en hebben daardoor een bochtig verloop. Hierdoor zijn onregelmatige blokvormige patronen van verkaveling ontstaan. De plaats van de bebouwing volgt het hoogteverschil, een bestaand of voormalig bouwlandperceel en de weg. Het kampenlandschap leverde een kleinschalig en afwisselend landschapsbeeld op, bestaande uit vele verschillend groenstructuren (ervenbosjes, lanen, singels en hagen), organische wegenpatronen, gestrooide erven en hoogteverschillen.

Afbeelding 7 Ontwikkeling van het landschap (Bron: Topotijdreis)

10

2.3 Huidige situatie

Relicten van de ontginningsgeschiedenis zijn in de omgeving met name nog terug te zien in de onregelmatige wegen- en verkavelingspatronen en het fijnmazige patroon van houtsingels, houtwallen en bomenrijen. Ook voldoen de erven in de omgeving van het projectgebied sterk aan de karakteristieken van het kampenlandschap. Deze zijn over het algemeen ruim en volgen de onregelmatige verkaveling van het landschap. Op de erven komt een divers assortiment aan beplanting voor in de vorm van houtwallen, singels, hagen, solitaire bomen en (fruit)boomgaarden.

1

Het projectgebied zelf maakt onderdeel uit van een bebouwingscluster van twee aan elkaar gegroeide erven langs de Koopsweg. Binnen het projectgebied bevinden zich een woning met enkele bijgebouwen en een bedrijfshal met bijbehorende erfverharding. De bedrijfshal wordt gebruikt voor een mechanisatiebedrijf van waaruit tuin en parkmachines worden verkocht, verhuurd en gerepareerd kunnen worden.

Afbeelding 8 Huidige situatie projectgebied (Bron: Topotijdreis)

11

12

3. Beleid In dit hoofdstuk wordt het van toepassing zijnde beleid weergeven.

1

3. Beleid 3.1 Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De provincie Overijssel stuurt op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Bestaande kwaliteiten moeten worden beschermd en er moeten verbindingen worden gelegd tussen deze bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Dat wil zeggen dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. Voor het behoud en het versterken van de ruimtelijke kwaliteit vormen essentiële gebiedskenmerken het uitgangspunt. Hierna wordt ingegaan op de gebiedskenmerken in de omgeving van het plangebied.

14

Natuurlijke laag: Stuwwallen De stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. Op een aantal plekken zijn de ruggen al van verre zichtbaar; bovenop staand bieden ze spectaculaire zichten over de provincie. De stuwwalen hebben als regionale inzijggebieden een belangrijke functie in het watersysteem. Het zijn de ‘ingangen’ van regionale en lokale stelsels van grondwaterstromen. Lagen met diverse bodemsamenstelling zijn scheef gesteld, waardoor er voedselrijker en armere, waterdoorlatende en ondoorlatende lagen direct naast elkaar kunnen liggen. Zo bestaan de Twentse stuwallen voor een groot deel uit tertiaire (zee)klei en keileem. Hierdoor zijn ze overwegend nat en komen er talrijke brongebieden voor. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en van de over-

gang tussen stuwwal en omgeving. Ook dienen ontwikkelingen bij te dragen aan versterking van de potentiële natuurlijke kwaliteiten van de ‘natte voet’ van de stuwwal (kwelzone, brongebied) en deze beter zichtbaar maken. Laag van het agrarisch cultuurlandschap: Oude hoevenlandschap Landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat dezelfde opbouw kent als het essen essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Deze erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken, recreatie, mits er wordt voortgebouwd aan kenmerkende structuren van het landschap: de open esjes, de routes over de erven, de erf- en landschapsbeplantingen. Binnen deze structuren zijn er vol op mogelijkheden om een functioneel grootschalige landbouw in een kleinschalig land-

Stuwwallen

Afbeelding 9 Natuurlijke laag (Bron: Omgevingsvisie provincie Overijssel

schap te ontwikkelen.

Oude hoevenlandschap

Afbeelding 10 Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Omgevingsvisie provincie Overijssel

3.2 Landschapsontwikkelingsplan Het beleid van de gemeente Losser op het gebied van landschap is verwoord in het landschapsontwikkelingsplan (LOP) Noord Oost Twente deeluitwerking gemeente Losser. Het geeft de visie van de gemeente op het omgaan met haar landschap voor de komende 10 jaar. In het LOP wordt onderscheid gemaakt tussen vier landschappelijke eenheden, met daarbinnen diverse deelgebieden. Het projectgebied ligt in de landschappelijke eenheid ‘Oldenzaalse stuwwal’, binnen het deelgebied ‘Elfterheurne-Lage Hoek . Oldenzaalse stuwwal, deelgebied Elfterheurne -Lage Hoek Door de hoge reliëfgraad, de grote hoogteverschillen en de ondoorlatendheid van de bodem wordt de Oldenzaalse stuwwal gekenmerkt door vele waardevolle bronnen en snelstromende beken. Het deelgebied Elfterheurne-Lage Hoek bekleed in Losser een bijzondere rol, vanwege zijn waterhuishoudkundige opbouw. Op de rand van de stuwwal ontspringen veel bronnen die de bovenlopen van de Dinkel voeden. Het gebied bevat veel bos en landbouw, waarin een deels herkenbaar oorspronkelijk essen- en kampenlandschap te vinden is. Met name in de noordoost hoek en zuidpunt. Als ontwikkelingsaccenten worden behoud en versterking van landschapswaarden voorgestaan. De brongebieden dienen zo te worden ingericht

dat het watersysteem wordt versterkt. Acties als het langer vasthouden en het laten infiltreren van kwalitatief hoog bronwater door het dempen van sloten zijn erg belangrijk om te stimuleren. Dit sluit aan op de Provinciaal natuurbeleid, waarin bestaande natuur& bosgebied en begrensde nieuwe natuur aangewezen is en waarvan habitatrichtlijn gebied ‘Landgoederen Oldenzaal’ in dit deelgebied ligt. Ook sluit het aan op de visie van het waterschap. Landschapstype: • kampenlandschap Ontwikkelingsrichting: • Behoud, herstel en versterking landschapswaarden Aandachtspunten en kansen: • Actief herstel van kleine landschapselementen in de vorm van bos of houtwallen. • Stimuleren grondgebonden landbouw (akkerproducten) op de kampen. • Aanleg recreatieve paden, herstel en/of openstellen kerkepaden. • Ruimte bieden aan kleinschalige ontwikkelingen gecombineerd met aanleg van landschapselementen en boscomplexen. • Kwalitatief schoon bronwater rond bronnen langer vasthouden door het dempen van sloten. • Bron-/Beekherstel.

Afbeelding 11 Uitsnede LOP (Bron: gemeente Losser)

15

4. Onderbouwing landschapsplan In dit hoofdstuk wordt het landschapsplan toegelicht aan de hand van een onderbouwing.

1

4. Onderbouwing landschapsplan 4.1 Uitgangspunten Uitgangspunten initiatiefnemer: • Bouw van een nieuwe opslaghal (circa 600 m 2) • Inpassing van het geheel in de omgeving; Uitgangspunten provincie Overijssel • Het erf moet aansluiten bij de gebiedskenmerken van het ‘oude hoevenslandschap’ volgens de Omgevingsvisie Overijssel; Uitgangspunten gemeente Losser • Kleinschalige ontwikkelingen gaan gecombineerd met aanleg van landschapselementen; • De kleinschaligheid van het landschap dient behouden te blijven en waar mogelijk te worden versterkt; • Er dient gebruik te worden gemaakt van streekeigen beplanting met inheemse soorten; • De Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is van toepassing;

17 1

geselecteerde server reageert. Legenda 1. Bestaande woning 2. Bestaande (bedrijfs)gebouwen 3. Te slopen bouwwerk 4. Nieuw bedrijfsgebouw ca. 600 m2 5. Aanplant houtsingel 6. Verlaging (wadi) in houtsingel met bijbehorende beplanting 7. Aanplant wilde haag 8. Geschoren haag als beuk of meidoorn 9. Aanplant zomereiken 10. Aanplant bosplantsoen

2

2 9

1

5 7 3

6

4

2

7

8 9

10

Gewenste situatie De Lutte, Koopsweg 1 Formaat: A4 Schaal: 1 : 1000 Datum: Juni 2024

4. Onderbouwing landschapsplan 4.2 Groenstructuren en inrichting In het landschapsplan wordt op twee aspecten ingegaan, namelijk: de erfinrichting en de groenstructuren. De erfinrichting gaat in op de situering van de bebouwing op het erf en de groenstructuren gaat in op de passende beplanting op het erf. Erfinrichting Bij de erfinrichting is het van belang dat de nieuw te realiseren bedrijfshal op een passende locatie op het bestaande erf wordt gerealiseerd. De gebouwen op erven in het buitengebied zijn over het algemeen volgens een bepaalde hiërarchie op het terrein gesitueerd. Het woongedeelte (woning) bevindt zich daarin aan de voorzijde van het erf en het werkgedeelte (schuren) ondergeschikt daarachter. Daarbij liggen gebouwen niet verspreid van elkaar, maar altijd geclusterd. Het erf aan de Koopsweg 1 voldoet aan deze karakteristieke opbouw. De entree van het erf gemarkeerd door de bestaande woning met ruime siertuin. Daarachter bevindt zich het werkgedeelte met de bedrijfsgebouwen. Om deze karakteristieke opbouw te behouden, wordt de nieuwe bedrijfshal binnen het werkgedeelte gerealiseerd, achter de bestaande bedrijfshal. De nieuwe bedrijfshal wordt op korte afstand van de bestaande bedrijfshal gepositioneerd, zodat enerzijds een compact cluster van gebouwen ontstaat en anderzijds langs de kavelgrens ruimte overblijft voor een groene invulling.

Voor de ontsluiting van het erf blijft de bestaande inrit op de Koopsweg behouden. Deze inrit is de hoofdentree van het erf worden en is als zodanig duidelijk te herkennen. De keuze voor verharding en materialen van de bedrijfshal moet in gedekte kleurstelling sober worden toegepast en in afstemming met elkaar. Bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning zal de bedrijfshal worden getoetst aan de welstandsnota. Landschappelijk Voor de landschappelijke inpassing is het van belang om aan te sluiten bij de structuur rondom het projectgebied. Het betreft een kleinschalig besloten landschap waarin houtwallen, houtsingels, bosjes en bomenrijen het beeld langs de wegen en kavelgrenzen bepalen. Ook komt een divers assortiment aan erfbeplantingen voor. In de huidige situatie is ten zuiden van het erf een bosperceel aanwezig, wat de kleinschaligheid van het landschap naar voren laat komen. Om dit te versterken wordt het bestaande bosperceel ten zuiden van het projectgebied uitgebreid met nieuw bosplantsoen. Ook wordt langs de kavelgrens aan de westzijde van het erf een houtsingel voorgesteld. De houtsingel wordt opgebouwd uit diverse (opgaande) inheemse soorten en schermt de nieuwe bedrijfshal op een passende manier af. Het zuidelijke deel van de houtsingel krijgt een verlaging, zodat waterberging wordt gerealiseerd (wadi).

Hier wordt ook andere beplanting voorgesteld, die geschikt is voor een wadi.

Verder wordt aan de oostelijke kavelgrens, evenals langs de zuidzijde van de toegangsweg, een bomenrij met zomereiken voorgesteld. De bomenrijen dragen bij aan het versterken van de kleinschalig- en beslotenheid van het landschap. Zomereiken behoren tot de potentiële natuurlijke vegetatie, waardoor dit een logische keuze vormt en waarmee zwak plantmateriaal voorkomen wordt. Aanvullend wordt het voorerf van het erf voorzien van een streekeigen haag, bestaande uit beuken of meidoorn. Hiermee wordt het woongedeelte van het erf duidelijker geaccentueerd. Het gewenste eindbeeld bestaat uit een geschoren haag van circa 1 meter hoog. Ten slotte wordt het verharde (parkeer)terrein rondom de bedrijfsbebouwing in een groene jas gestoken, door de aanplant van een wilde gemengde haag langs de zoom. Naast de afschermde functie, functioneert de haag tevens als schuilplaats en voedselbron voor diverse dieren en insecten. De hoogte van de landelijke haag is 2 meter. Met de voorgestelde maatregelen wordt het erf goed ingepast in het landschap en neemt de ruimtelijke kwaliteit toe.

19

4. Onderbouwing landschapsplan schap nodig zijn.

4.3 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving

De Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (KGO) is het kwaliteitsinstrument voor het landelijk gebied. Het KGO houdt in dat in het buitengebied grootschalige uitbreidingen en nieuwe ontwikkelingen mogelijk zijn, mits die gelijk opgaan met verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit. Ontwikkelruimte en kwaliteitsprestaties moeten in evenwicht zijn. Ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd door naast bescherming vooral in te zetten op het verbinden van bestaande gebiedskwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen, waarbij bestaande kwaliteiten worden beschermd en versterkt en nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd. De methodiek voor het bepalen van de balans tussen ontwikkelingsruimte en de gevraagde investering in de groene omgeving, is gericht op het volgende: hoe meer de ontwikkeling als gebiedsvreemd te beschouwen is en /of hoe groter de schaal en impact op de ruimtelijke kwaliteit is en / of hoe groter het eigen belang is, des te zwaarder weegt dat aan de ontwikkelingskant van de balans en hoe hoger de aanvullende kwaliteitsprestaties dan dienen te zijn. Als het gaat om een gebiedsvreemde ontwikkeling van een grote schaal, met een grote impact op de omgeving en groot eigen belang, dan zal een forse investering in het land20

Om te beoordelen of medewerking kan worden verleend aan het verzoek, wordt het initiatief aan het volgende getoetst: • Gebiedseigen / gebiedsvreemde ontwikkeling; • Schaal en impact op de omgeving; • Eigen belang / maatschappelijk belang. Gebiedseigen ontwikkeling Het ontwikkelingsperspectief voor het projectgebied (wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap) richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie Overijssel in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. In voorliggend geval worden omliggende agrarische bedrijven niet in hun mogelijkheden beperkt en draagt het voornemen bij aan nieuwe functies in het mixlandschap ter behoud en versterkin van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Geconcludeerd wordt dan ook dat het gaat om een gebiedseigen ontwikkeling. Schaal en impact op de omgeving De ontwikkeling heeft betrekking op een bestaand bedrijfsperceel, waarop reeds bebouwing aanwezig is.

De ontwikkeling gaat uit van het bouwen

van een extra bedrijfshal binnen het bestaande erf. De nieuwe bedrijfshal wordt zodanig gepositioneerd dat de karakteristieke opbouw van het erf niet wordt aangetast. Daarnaast blijkt uit de milieuparagraaf van het voor de ontwikkeling opgestelde plan dat geen sprake is van verslechtering van het leefklimaat van omliggende woonpercelen, mede gezien de al aanwezige bedrijfsmatige actviteiten. De schaal en impact van de ontwikkeling is daarmee klein te noemen. Eigen belang en maatschappelijk belang Er is sprake van een eigen belang. Met de uitbreiding van het oppervlakte bedrijfsgebouwen wordt een duurzaam toekomstperspectief geboden aan het mechanisatiebedrijf. Tegenprestatie Voor de voorgenomen ontwikkeling wordt er naast de basisinspanning aanvullende kwaliteitsprestaties gevraagd die bijdragen aan de versterking van de gebiedskenmerken en landschappelijke kwaliteiten ter plaatse. De basisinspanning bestaat uit het op een passende locatie binnen het erf realiseren van de gewenste bedrijfshal en de realisatie van een gebiedseigen houtsingel, waarmee de hal wordt afgeschermd. Aanvullend worden diverse maatregelen genomen om de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse te verbeteren. Zo wordt op twee plekken een rij zomereiken aangeplant, wordt een bestaand bosperceel uitgebreid, wordt het voorerf voorzien van een passende haag en worden wilde hagen aangeplant.

5. Aanleg en beheer In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de ingetekende landschapselementen idealiter geplant of onderhouden dienen te worden. 1

1

5. Aanleg en beheer 5.1 Algemene aanplantinstructie

1. Het aanplanten van een landschapselementen kan plaats vinden tussen (half) november en (half) maart, mits het niet vriest. 2. Zorg dat er niet te diep geplant wordt. De diepte is afhankelijk van de omvang van het wortelstelsel. Zorg dat alleen de wortels in het gat zitten. 3. Indien niet direct alle bomen en/of struiken kunnen worden aangeplant, dan kunnen deze tijdelijk worden opgekuild. Kies hiervoor een vochtige schaduwrijke plaats uit. Het opkuilen kan door een gat in de grond te graven en daar de bomen/struiken met de wortels in te zetten.

5.2 Specifieke aanplantinstructie

Houtsingel 1. Plant de houtsingel in rijen aan met een plantafstand van bij voorkeur 1 bij 1 meter. 2. Plant de soorten aan in groepen van minstens 5-7 stuks per soort. Op die manier wordt voorkomen dat langzaam groeiende soorten worden overgroeid door snel groeiende soorten. 3. Plaats een afrastering op 2 meter afstand van de houtsingel, om de nieuwe aanplant tegen vraat door vee te beschermen. 4. Geef de jonge aanplant, indien mogelijk, met name de eerste twee jaar na aanplant voldoende water in droge perioden en houd het element zoveel mogelijk onkruid vrij.

22

5.3 Specifiek beheer

Houtsingel Na ongeveer 5-6 jaar zullen de takken in de houtsingel elkaar gaan raken en dient er waar nodig gesnoeid en gedund worden. Na 10 jaar is de eerste keer onderhoud noodzakelijk. De meeste houtsingels en houtwallen worden als hakhout beheerd en tussen de 10-12 jaar afgezet. Afzetten betekent dat de bomen en struiken tot 10 à 20 cm boven de grond worden afgezaagd. De bomen en struiken groeien uit zichzelf weer uit. Bij voorkeur dient er kleinschalig gewerkt te worden waarbij niet alle singels tegelijk een onderhoudsbeurt krijgen. Om de variatie in leeftijd te waarborgen dient ieder jaar, afhankelijk van het onderhoudsinterval, een gedeelte van de singel te worden afgezet. Bij het afzetten is het in elk geval van belang dat er genoeg licht op de bodem valt om de stobben te laten uitlopen. Dat betekent vaak een vrij drastische dunning. Oude bomen blijven meestal staan, evenals bomen met holten die vaak het domein van vogels en vleermuizen zijn.

23 1

Colofon

Project: Koopsweg 1, De Lutte Auteur: BJZ.nu Datum:

Juni 2024

Status:

Defintief

Vestiging Almelo Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo

25 1

Vestiging Zwolle Dr. van Wiechenweg 2 8025 BZ Zwolle

Vestiging Utrecht Wattbaan 51 3439 ML Nieuwegein

www.bjz.nu 0546 434 466 info@bjz.nu

Fout bij het downloaden van de afbeelding. Schakel de optie Automatische resolutie in het Infopalet uit en geef een lagere resolutie op en/of Maak de omtrek van het object groter en/of Controleer of de geselecteerde server reageert. Legenda 1. Aanleg houtsingel (circa 370 m2) Overstaanders: Quercus robur/Prunus avium/Betula pendula/Carpinus betulus, 7 stuks, aanplantmaat 14-16 (stamomtrek in cm), verspreiden

Ondergroei: Viburnum opulus- Geldersche roos (20%) Corylus avalana - Hazelaar (20%) Sorbus aucuparia - Lijsterbes (20%) Rhamnus frangula - Vuilboom (15%) Crataegus monogyna - Meidoorn (20%) Ilex aquifolium - Hulst (5%) Aanplantmaat 60-80, 1 st/m2 aanplanten, aanplanten in groepen van 5 Eindbeeld: opgaande houtsingel 2.

Verlaging in houtsingel met bijpassende beplanting (circa 150 m2) Salix caprea - Boswilg (15%) Salix aurita - Geoorde wilg (55%) Alnus glutinosa - Zwarte els (15%) Betula pubescens - Zachte berk (15%) 15 stuks, verspreid aanplanten 3. Aanleg wilde gemengde haag Crataegus monogyna – Eenstijlige meidoorn (20 %) Cornus mas – Gele Kornoelje (20%) Carpinus betulus - haagbeuk (20%) Prunus spinosa - Sleedoorn (20%) Acer campestre - Spaanse aak (20%) Aanplantmaat 80-100, 2 st/m1 aanplanten, aanplanten in groepen van 5 Eindbeeld: losse haag van circa 2 meter hoog

5

1 3

3 2

4 4

6

4. Aanleg geschoren haag Fagus sylvatica/Crataegus monogyna naar eigen keuze, aanplantmaat 80-100, dubbele rij, 9 st/m1 aanplanten Eindbeeld: geschoren haag van circa 1 meter hoog 5. Aanplant bomenrij zomereiken Quercus robur, 6 stuks, aanplantmaat 14-16 (stamomtrek in cm), maximaal 8 meter plantafstand 6. Aanplant bomenrij zomereiken Quercus robur, 9 stuks, aanplantmaat 14-16 (stamomtrek in cm), maximaal 8 meter plantafstand 7. Aanplant bosplantsoen (circa 925 m2) Corylus avellana - Hazelaar (10%) Prunus spinosa - Sleedoorn (20%) Carpinus betulus - Haagbeuk (10%) Quercus robur - Zomereik (20%) Sorbus aucuparia - Wilde lijsterbes (10%) Ilex aquifolium - Gewone hulst (5%) Lonicera periclymenum - Wilde kamperfoelie (10%) Sambucus nigra - Gewone vlier (5%) Crataegus monogyna – Eenstijlige meidoorn (10 %) Aanplantmaat 80-100, 1 st/m2 aanplanten, aanplanten in groepen van 5

7

Landschapsmaatregelen De Lutte, Koopsweg 1 Formaat: A3 Schaal: 1 : 1000 Datum: Juni 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=feb37064-6be1-4498-bdc9-d903bb922067