Bestemmingsplan Losser - De Muchte_ontwerp_(04-10-2021).pdf
Tekst van het document
Kruse Milieu BV
Project: 200074110
1
Inleiding
Dit rapport beschrijft het verkennend bodemonderzoek, dat in opdracht van de gemeente Losser op een terrein aan de Vlasakker 2 en de Diepenbrocklaan 39 en 41 in Losser door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande herontwikkeling tot woningen. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning. Hiervoor dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie als onverdacht kan worden beschouwd. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN 5707+C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017.
De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. Het veldwerk is uitgevoerd in november en december 2020 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018 waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.
Kruse Milieu BV
Project: 20074110
Pagina 1 van 14
2
Locatiegegevens 2.1
Beschrijving huidige situatie
Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Vlasakker 2 en de Diepenbrocklaan 39+41, binnen de bebouwde kom van Losser. Het centrale punt van het te onderzoeken terrein heeft de RDcoördinaten x = 265.221 en y = 475.923 en is kadastraal bekend als: gemeente Losser, sectie N, nummers 3523, 3524 en 5138. De Vlasakker bevindt zich ten zuiden en ten oosten van de onderzoekslocatie, de Muchteweg bevindt zich ten noorden en de Diepenbrocklaan bevindt zich ten westen. Bebouwing en verharding Op de onderzoekslocatie staan momenteel drie te slopen gebouwen. Alle gebouwen staan momenteel leeg. De gebouwen zijn voorzien van betonvloeren. Op het dak van het gebouw en de berging aan de Diepenbrocklaan 39 zijn asbesthoudende golfplaten aanwezig. Het terrein rondom de gebouwen is verhard met klinkers, tegels, asfalt. Het overige deel is in gebruik als tuin (gras, bomen en struiken). Onderzoekslocatie In het kader van de geplande bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning is een bodemonderzoek noodzakelijk. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en deels verhard en omvat circa 8433 m². In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en is het boorplan van Kruse Milieu BV van december 2020 opgenomen. 2.2
Vooronderzoek
In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de eigenaar (Stichting Fundament) en de gemeente Losser. De volgende informatie is verzameld: - De onderzoekslocatie heeft al jaren de huidige (maatschappelijke) bestemming. De gebouwen dateren van 1983 (Vlasakker 2), 1988 (Diepenbrocklaan 39) en 1971 (Diepenbrocklaan 41). In de gebouwen waren Stichting Fundament (actief in de belangenbehartiging) voorheen De Muchte (actief in de ambulante jeugdzorg, maatschappelijk werk, advies en lokaal welzijnswerk), een peuterspeelzaal/kinderdagopvang (Centrum Jeugd en Gezin) en een muziekschool (de Sleutel) gevestigd. - Voor zover bekend is er op de onderzoekslocatie nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel. - Voor zover bekend is de onderzoekslocatie in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden. - De onderzoekslocatie is voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn.
- Ter plekke van de Vlasakker 2 en Diepenbrocklaan 41 zijn geen asbesthoudende materialen aangetroffen, die in direct contact komen met hemelwater (rapportages asbestinventarisatie BestVision van 27 en 28 december 2017 met projectnummers 17BV18005 en 17BV18004). De aangetroffen asbestbronnen leiden niet tot een verdenking voor de aanwezigheid van asbest in de bodem op de onderzoekslocatie.
Kruse Milieu BV
Project: 20074110
Pagina 2 van 14
Op het dak van het gebouw en de berging aan de Diepenbrocklaan 39 liggen asbesthoudende golfplaten (rapport asbestinventarisatie BestVision van 28 december 2017 met projectnummer 17BV18003). Er is sprake van een druppelzone wanneer hemelwater via asbestverdachte dakplaten afwatert op onverhard terrein. Ter plekke is geen sprake van druppelzones, omdat de daken van het gebouw en de berging voorzien zijn van dakgoten. - Voor zover bekend bevinden verder zich geen asbesthoudende beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie. Tevens is de locatie niet gelegen aan een asbestweg. - Er is nog niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd op het terrein of in de nabije omgeving. 2.3
Bodemsamenstelling en geohydrologie
Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid:
- Het maaiveld bevindt zich circa 37 meter boven NAP. - De locatie bevindt zich enkele kilometers ten oosten van de stuwwal Oldenzaal. - De deklaag bestaat uit kwartair zand, een door de wind afgezet dekzandpakket, dat behoort tot de formatie van Twente. Deze laag is ter plaatse bijna 10 meter dik. Het doorlatend vermogen ter plekke van de onderzoekslocatie wordt geschat op ongeveer 200 m²/dag. - De grondwaterspiegel bevindt zich circa 2.0 meter onder het maaiveld. Het grondwater stroomt in oostelijke richting met een verhang van 3 tot 4 m/km. - Het grondwaterbeschermingsgebied Enschede-Losser ligt op circa 360 meter ten noordwesten van het te onderzoeken terrein. - Op circa 1.0 kilometer ten oosten van de onderzoekslocatie stroomt de Dinkel in noordelijke richting en op circa 1.6 kilometer stroomt ten noorden van de onderzoekslocatie de Bethlehemschebeek. De invloed van deze watergangen op de lokale stand en stromingsrichting van het freatische grondwater is bij ons bureau onbekend.
Kruse Milieu BV
Project: 20074110
Pagina 3 van 14
3
Uitvoering bodemonderzoek 3.1
Onderzoeksstrategie
De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, kan de onderzoekslocatie als niet verdacht worden beschouwd. De hypothese "onverdachte locatie" uit NEN 5740 wordt voor de locatie gebruikt. Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. In de norm NEN 5740 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplan-wijziging of eigendomsoverdracht. Indien tijdens het veldwerk blijkt dat de bodem puinhoudend is, worden de puinhoudende boringen tot 0.5 meter diepte conform NEN 5707 vervangen door inspectiegaten.
Aangezien puinhoudende grond per definitie asbestverdacht is, dient in voorkomende gevallen asbestonderzoek plaats te vinden. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN 5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40).
Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden.
Kruse Milieu BV
Project: 20074110
Pagina 4 van 14
3.2
Veldwerkzaamheden
Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPRvoorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Op basis van het oppervlakte van 8433 m² kan op basis van norm NEN5740, strategie onverdachte locatie worden afgeleid dat er 19 boringen dienen te worden verricht, waarvan 13 tot 0.5 meter en 6 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Er worden 2 boringen overeenkomstig NEN 5766 afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters. Van elk inspectiegat en/of boring wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN 5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. 3.3
Analyses
De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. Eventuele asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam in Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in dit verkennend onderzoek 5 grondmengmonsters samengesteld en er worden 2 grondwatermonsters genomen. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 3. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN 5740 onderzocht. In tabel 1 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 1: Analysepakket per (meng)monster Monster
Analysepakket
Bovengrond (3x) Ondergrond (2x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organisch stof, lutum en droge stof
Grondwater (2x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting
Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats.
Kruse Milieu BV
Project: 20074110
Pagina 5 van 14
3.4
Toetsing chemische analyses
De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging.
tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde.
De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie 2 juli 2020) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de sinds 5 maart 2020 door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater.
Kruse Milieu BV
Project: 20074110
Pagina 6 van 14
3.5
Toetsing asbestanalyses
De resultaten van eventuele asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities.
Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.
Kruse Milieu BV
Project: 20074110
Pagina 7 van 14
4
Resultaten 4.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.5 en besproken in paragraaf 4.6. 4.2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn in november en december 2020 uitgevoerd door de heren J. Hartman en N. Pepping. De veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). Er zijn op 25 november 2020 in totaal 19 boringen verricht met behulp van een Edelmanboor. Bij het boren is baksteen aangetroffen in de bovengrond van de boringen 2, 7, 9 en 10, waarna de bovengrondboringen direct zijn vervangen door inspectiegaten. Boring 1 en inspectiegat 2 zijn vervolgens met behulp van een Edelmanboor doorgezet in de diepere ondergrond, waarna deze zijn afgewerkt tot peilbuizen (peilbuis 1 en 2). Boring 1 is op 3.3 meter diepte gestaakt op een laag grind. Onder het gebouw aan de Diepenbrocklaan 41 is onder de betonvloer een kruipruimte tot circa 1.3 m-mv aanwezig (boring 5 en 17). Onder het asfalt zijn in de boringen 6 en 8 een baksteenlaag en een laag met puingranulaat tot circa 0.3 meter diepte aangetroffen. Ter plekke van boring 19 zijn sporen puin op het maaiveld aangetroffen. Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van asfalt, tegels, klinkers, gras en planten, niet (goed) geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, geen neerslag).
Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld, in de baksteenlaag en het puingranulaat waargenomen. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat globaal tot circa 1.0 meter diepte uit uiterst fijn tot matig fijn zand met daaronder tot einde boordiepte een zwak tot sterk zandige leemlaag. In de ondergrond zijn roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn bodemvreemde materialen waargenomen. Deze zijn in tabel 2 opgenomen. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen in de bodem waargenomen. Tabel 2: Weergave bodemvreemde materialen. Boring
Diepte (m-mv) Waarneming
2
0 - 0.5
Zwak baksteenhoudend, dakpanscherf en sporen glas
7
0.2 - 0.55
Sporen baksteen
9
0.07 - 0.6
Sporen baksteen
10
0 - 0.4 0.4 - 0.9
Matig baksteenhoudend, zwak puinhoudend en sporen glas Sporen glas
Kruse Milieu BV
Project: 20074110
Pagina 8 van 14
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de (meng)monsters samengesteld, zoals in tabel 3 staat omschreven. Van de fijne fractie van de puinhoudende bodemlaag is een extra monster geanalyseerd op asbest. Tabel 3: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m -mv)
Analyse
BG I (visueel schoon)
1 en 13 3 11, 15, 16 en 19
0 - 0.4 0 - 0.45 0 - 0.5
Standaard pakket
BG II (visueel schoon)
6 8 9 14
0.3 - 0.7 0.3 - 0.75 0.6 - 1.0 0.35 - 0.5
Standaard pakket
BG III (zwak tot matig puinhoudend)
2 10
0 - 0.5 0 - 0.4
Standaard pakket
OG I
2 4 5
1.0 - 1.2 0.45 - 0.9 1.34 - 1.75
Standaard pakket
OG II
1 2 3 4 4 5 6
1.5 - 2.0 1.2 - 1.7 0.7 - 1.2 0.9 - 1.4 1.5 - 2.0 1.75 - 2.0 0.7 - 1.0
Standaard pakket
MM FF - 01
2 7 9 10
0 - 0.5 0.2 - 0.55 0.07 - 0.57 0 - 0.4
Asbest
De boringen 1 en 2 zijn doorgezet tot 3.3 m-mv en 2.9 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. In verband met de aanwezige grindlaag op 3.3 m-mv in boring 1 is gebruik gemaakt van een filter met een lengte van 0.5 meter, om beluchting van het grondwatermonster te voorkomen. Het gebruik van een verkort filter is een afwijking van de richtlijnen, maar heeft geen significante invloed op de analyseresultaten van het grondwater. Op 3 december 2020 zijn de peilbuizen bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN 5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min).
Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 4. Kruse Milieu BV
Project: 20074110
Pagina 9 van 14
Tabel 4: Weergave gegevens grondwater. Troebelheid Toestroming EC (NTU) (μS/cm)
Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH (-)
PB 1
2.80 - 3.30
1.80
7.5
940
66
Slecht niet belucht
PB 2
1.90 - 2.90
1.30
7.1
930
97
Slecht niet belucht
De waarden voor de pH en de EC worden normaal geacht. In de grondwatermonsters is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. 4.3
Resultaten en toetsing van de chemische analyses
In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In het grondwater (PB 1 en PB 2) zijn enkele licht verhoogde concentraties aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 5. In de bovengrond (BG I, BG II en BG III) en in de ondergrond (OGI en OG II) zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Tabel 5: Verhoogde concentraties (μg/l). Monster
Component
Gemeten concentratie
GSSD
Streefwaarde
Interventiewaarde
Peilbuis 1
Barium
55
55 *
50
625
Peilbuis 2
Barium
150
150 *
50
625
In de vierde kolom van tabel 5 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan S; * concentratie groter dan S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I.
Kruse Milieu BV
Project: 20074110
Pagina 10 van 14
4.4
Bespreking resultaten chemische analyses
Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn enkele verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Grondwater - Peilbuizen PB 1 en PB 2 - Barium De (zeer) licht verhoogde bariumgehalten in het grondwater zijn waarschijnlijk te wijten aan plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarden. In de ondergrond zijn roesthoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. 4.5
Resultaten van de asbestanalyses
In bijlage IV is het analyserapport en de concentratieberekeningen van het asbestonderzoek opgenomen. De gewogen asbestgehalten zijn in tabel 6 weergegeven. In het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 01 is asbest aangetoond. Tabel 6: Gewogen asbestconcentratie (mg/kg droge stof). Component
Gewogen asbestconcentratie
Achtergrondwaarde
Interventiewaarde
Gat 2
Asbest
1.3
-
100
Gat 7
Asbest
1.3
-
100
Gat 9
Asbest
1.3
-
100
Gat 10
Asbest
1.3
-
100
Inspectiegat
In de derde kolom van tabel 6 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Onderstreept : Overschrijding van de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Vet : Overschrijding van de interventiewaarde. 4.6
Bespreking resultaten asbestanalyses
Zoals in paragraaf 4.5 is weergegeven, is in de gaten 2, 7, 9 en 10 asbest aangetoond in gehalten ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek.
Kruse Milieu BV
Project: 20074110
Pagina 11 van 14
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
Algemeen In opdracht van de gemeente Losser is in een verkennend bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terrein ter grootte van circa 8433 m² aan de Vlasakker 2 en de Diepenbrocklaan 39+41 in Losser. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en deels verhard (beton, asfalt, klinkers en tegels). De aanleiding van dit onderzoek is de geplande herontwikkeling tot woningen. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie als onverdacht kan worden beschouwd. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 4 inspectiegaten gegraven en 15 boringen verricht, waarvan er 2 zijn doorgezet tot 3.3 m-mv en 2.9 m-mv. Deze boringen zijn afgewerkt met peilbuizen (PB 1 en PB 2). Gebleken is dat de bodem globaal tot circa 1.0 meter diepte bestaat uit uiterst fijn tot matig fijn zand met daaronder tot einde boordiepte een zwak tot sterk zandige leemlaag. In de ondergrond zijn roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn bodemvreemde materialen waargenomen (baksteen, puin, glas, dakpan). Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld, in de baksteenlaag, in het puingranulaat of in de bodem waargenomen.
Het freatische grondwater in de peilbuizen is gemiddeld aangetroffen op 1.55 meter min maaiveld. Resultaten chemische en asbestanalyses Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: - de bovengrond (BG I) is niet verontreinigd; - de bovengrond (BG II) is niet verontreinigd; - de bovengrond (BG III) is niet verontreinigd; - de ondergrond (OG I) is niet verontreinigd; - de ondergrond (OG II) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB 1) is zeer licht verontreinigd met barium; - het grondwater (PB 2) is licht verontreinigd met barium. Asbestonderzoek - MM FF - 01 bevat asbest, maar is het gehalte ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader onderzoek. - Gat 2 bevat asbest, maar is het gehalte ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader onderzoek. - Gat 7 bevat asbest, maar is het gehalte ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader onderzoek. - Gat 9 bevat asbest, maar is het gehalte ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader onderzoek. - Gat 10 bevat asbest, maar is het gehalte ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader onderzoek. Hypothese De hypothese "onverdachte locatie" dient te worden verworpen, aangezien er overschrijdingen van de streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese “onverdacht van aanwezigheid van asbest” dient te worden verworpen, aangezien er asbest is aangetoond. Kruse Milieu BV
Project: 20074110
Pagina 12 van 14
Conclusies en aanbevelingen In het grondwater (PB 1 en PB 2) zijn lichte verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de bovengrond (BG I, BG II en BG III) en in de ondergrond (OG I en OG II) zijn geen verontreinigingen aangetoond. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. In de gaten 2, 7, 9 en 10 is asbest aangetoond in gehalten ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de bestemmingsplanwijziging en de nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico’s voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht.
Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.
Kruse Milieu BV
Project: 20074110
Pagina 13 van 14
6
Literatuur en bronvermelding
Informatie van de gemeente Losser BestVision, asbestinventarisatie Vlasakker 2 in Losser, d.d. 27 december 2017 met projectnummer 17BV18005 BestVision, asbestinventarisatie Diepenbrocklaan 39 in Losser, d.d. 28 december 2017 met projectnummer 17BV18004) BestVision, asbestinventarisatie Diepenbrocklaan 41 in Losser, d.d. 28 december 2017 met projectnumer 17BV18003 NEN 5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NEN 5707+C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 De kamerbrief “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, 8 juli 2019 De kamerbrief “Aanpassing tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, geactualiseerde versie 2 juli 2020 Document “Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreinigingen (INEV’s) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX,
RIVM, 15 januari 2020 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, kaartblad 29 C,Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV www.overijssel.nl, bodem- en wateratlas www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl
Kruse Milieu BV
Project: 20074110
Pagina 14 van 14
Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, december 2020
Vlasakker 2 / Diepenbrocklaan 39+41 in Losser
Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster
Topografische kaart Projectnummer: 20074110 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 29 C
Gemeente Losser
Vlasakker 2 / Diepenbrocklaan 39+41 7582 AS Losser
Mu
28
g we e t ch
30
Verkennend bodemonderzoek
32
21
34 36
p Die
38
en n laa ck br o
gras
eweg Mucht 12
11
bos
1 18 2
gras
3
De Roezemoes
2 16
13
4 groen
15
10
13 gras
De Muchte
17 11
39 14
9
16 groen
9
17
gras
5 39 3 41
asfalt
Muziekschool de Sleutel
6 41
43
1A 6
5
1
gras groen
8 Die an ckla bro pen
= Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis
7
8
15
10
Vlasak ker
2
4
19
7
er akk s a l V
18
gras
gras
ker sak a l V
19
0 55
51 53
57 59
25
Kruse Milieu BV
Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren Veldwerker: JH/NP
Projectcode Schaal Datum
0546 - 639663 www.krusegroep.nl
Tekenaar: JL
: 20074110 : 1:500 (A3-formaat) : December 2020
Bijlage II Boorstaten
1
1
1 50
2 3 4
100
3
, m aaiveld
0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker zwart , bruin zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, bruin, m at ig t eelaarde, geroerd zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs zand, uit erst fijn, zwak silt ig, licht grijs, bruin, sporen t eelaarde, sporen roest
150 5
leem , zwak zandig, licht grijs, geel, m at ig roest
0
1 -40
50
100
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, sporen oer
3
leem , zwak zandig, licht grijs, geel, sporen roest
-80
-100
leem , zwak zandig, neut raal grijs, rood, sporen roest , zeer hard
280
leem , zwak zandig, donker grijs
300
leem , zwak zandig, st erk grindig, donker grijs, ext reem hard, gest opt t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r op grind dat um 2 5 -1 1 -2 0 2 0 boorm eest er J. H a r t m a n
-250
1 50 2 100
150
190
3
4
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, zwak bakst een dakpanscherf, sporen glas, st erk wort els, gf/ff : 4,2/39,15 kg. zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, sporen wort els leem , st erk zandig, neut raal bruin, rood, st erk oer leem , zwak zandig, licht grijs, geel, sporen roest
-320
-200
t ype g r on d b or in g dat um 2 5 -1 1 -2 0 2 0 boorm eest er J. H a r t m a n
4
bet on, m aaiveld
0
0 1
-330 50
100 3
zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige leem , st erk zandig, zwak hum eus, donker zwart , grijs leem , zwak zandig, licht grijs, geel, sporen roest
-16 -45
-90
0 150 4 -50
-100
200
-200
t ype g r on d b or in g dat um 2 5 -1 1 -2 0 2 0 boorm eest er J. H a r t m a n
-120
5
5
bet on, m aaiveld
0
200
0
kruipruim t e
-14
50
250
290
-290
t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 2 5 -1 1 -2 0 2 0 boorm eest er J. H a r t m a n
100
150
1 2
200
t ype g r on d b or in g dat um 2 5 -1 1 -2 0 2 0 boorm eest er J. H a r t m a n
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
-70
-280
gras, m aaiveld
0
-45
4
2
2
0
150
200
250
1
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker zwart , bruin, zwak wort els
2
-60
200
330
gras, m aaiveld
0
V la sa k k e r /D ie p e n b r ock la a n - Losse r 20074110 N EN 5 1 0 4
leem , st erk zandig, zwak grindig, licht grijs, geel, sporen roest leem , zwak zandig, licht grijs, geel, sporen roest
-134
-175 -200
6
10
asfalt , m aaiveld
0
0
1
2 100
volledig puin puingranulaat zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart leem , zwak zandig, licht grijs, sporen roest leem , zwak zandig, licht grijs, geel, sporen roest
150
1
-8
volledig bakst een 50
-13 -13
50 2
-30 -30 -70 -100
gras, m aaiveld
0
3
100
t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 5 -1 1 -2 0 2 0 boorm eest er J. H a r t m a n
31x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, zwak zand, m at ig bakst een, zwak puin, sporen glas, gf/ff : 5,1/48,3 kg. zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, sporen t eelaarde, sporen glas zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel
0
-40
-90 -100
3 200
-200
t ype g r on d b or in g dat um 2 5 -1 1 -2 0 2 0 boorm eest er J. H a r t m a n
11
groenst rook, m aaiveld
0 1
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, m at ig wort els
50
7
klinker, m aaiveld
0
0 1 2
50
30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, ophoogzand 30x30cm , zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen bakst een, geroerd
t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 5 -1 1 -2 0 2 0 boorm eest er J. H a r t m a n
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker zwart , bruin, oude m aaiveld leem , st erk zandig, licht beige, bruin, zwak roest
8
-7
50
12
-20
1
-55
-70
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart
100
leem , st erk zandig, licht grijs, geel, sporen roest
t ype g r on d b or in g dat um 2 5 -1 1 -2 0 2 0 boorm eest er J. H a r t m a n
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, zwak wort els
50
-50
t ype g r on d b or in g dat um 2 5 -1 1 -2 0 2 0 boorm eest er J. H a r t m a n
-13 -13 -30 -30 -75
13
groenst rook, m aaiveld
0 1 50
2
t ype g r on d b or in g dat um 2 5 -1 1 -2 0 2 0 boorm eest er J. H a r t m a n
leem , st erk zandig, zwak hum eus, donker bruin
klinker, m aaiveld
0
50 2
30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, bruin, zwak t eelaarde, sporen bakst een zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , grijs
100
-40 -60
t egel, m aaiveld
-7
-60
-100
t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 5 -1 1 -2 0 2 0 boorm eest er J. H a r t m a n
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 V la sa k k e r /D ie p e n b r ock la a n - Losse r 20074110 N EN 5 1 0 4
0 1
0 1
0
-100
14
onderzoek project code get ekend conform
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, m at ig zand, zwak wort els
0
9
0
-75
-8
volledig puin puingranulaat
gras, m aaiveld
0
0
volledig bakst een
-50
t ype g r on d b or in g dat um 2 5 -1 1 -2 0 2 0 boorm eest er J. H a r t m a n
asfalt , m aaiveld
0
0
50
t ype g r on d b or in g dat um 2 5 -1 1 -2 0 2 0 boorm eest er J. H a r t m a n
2
zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, ophoogzand zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, sporen wort els
-5 -35
-50
15
gras, m aaiveld
0 1
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen wort els
0
50
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, bruin
t ype g r on d b or in g dat um 2 5 -1 1 -2 0 2 0 boorm eest er J. H a r t m a n
16
-70 -75
gras, m aaiveld
0 1
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen wort els
0
50
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, bruin
t ype g r on d b or in g dat um 2 5 -1 1 -2 0 2 0 boorm eest er J. H a r t m a n
17
-70 -75
bet on, m aaiveld
0
0 -14
kruipruim t e 50
100
leem , st erk zandig, zwak grindig, licht grijs, rood, zwak oer 150
-115
-150
t ype g r on d b or in g dat um 2 5 -1 1 -2 0 2 0 boorm eest er J. H a r t m a n
18
klinker, m aaiveld
0
0 1 2
50
zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, ophoogzand leem , st erk zandig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, sporen wort els
t ype g r on d b or in g dat um 2 5 -1 1 -2 0 2 0 boorm eest er J. H a r t m a n
19
gras, m aaiveld
1
t ype g r on d b or in g dat um 2 5 -1 1 -2 0 2 0 boorm eest er J. H a r t m a n
-25
-50
0
50
-7
zand, zeer grof, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, sporen wort els sporen puin op m aaiveld.
0
-50
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
V la sa k k e r /D ie p e n b r ock la a n - Losse r 20074110 N EN 5 1 0 4
PEILBUIS
BORIN G
OLIE OP W ATER REACTIE
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
GEUR IN TEN ISTEIT
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP
GRON D SOORTEN
M ATE V AN BIJM EN GIN G
GRIND, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
ZAND, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
LEEM, silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
KLEI, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
VEEN, hum eus (V,h) slib
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE Z AN D
asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OV ERIG
GRAD ATIE GRIN D
bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
wat er
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
Bijlage III Resultaten chemische analyses
Kruse Milieu BV T.a.v. Jeroen Lammers Huyerenseweg 33 7678 SC GEESTEREN
Analysecertificaat Datum: 01-Dec-2020
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2020189968/1 20074110 Vlasakker/Diepenbrocklaan - Losser 25-Nov-2020
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
20074110 Vlasakker/Diepenbrocklaan - Losser Jan Hartman
2020189968/1 26-Nov-2020 01-Dec-2020 01-Dec-2020/11:39 A,B,C 1/2
1
2
3
4
5
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
% (m/m)
86.2
77.9
89.7
84.9
83.4
Eenheid
Analyse
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
Voorbehandeling
Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses
S
Droge stof
S
Organische stof
% (m/m) ds
3.8
4.0
2.2
2.4
1.0
Gloeirest
% (m/m) ds
96
94
98
97
98
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
6.1
22.4
3.1
8.6
21.0
S
Metalen
S
Barium (Ba)
mg/kg ds
28
45
70
40
63
S
Cadmium (Cd)
mg/kg ds
<0.20
0.25
<0.20
<0.20
<0.20
S
Kobalt (Co)
mg/kg ds
4.4
3.2
<3.0
<3.0
8.0
S
Koper (Cu)
mg/kg ds
8.1
11
<5.0
<5.0
5.1
S
Kwik (Hg)
mg/kg ds
0.062
0.10
<0.050
<0.050
<0.050
S
Molybdeen (Mo)
mg/kg ds
<1.5
<1.5
<1.5
<1.5
<1.5
S
Nikkel (Ni)
mg/kg ds
4.0
<4.0
<4.0
<4.0
15
S
Lood (Pb)
mg/kg ds
21
32
16
<10
<10
S
Zink (Zn)
mg/kg ds
30
28
32
<20
28
Minerale olie (C10-C12)
mg/kg ds
<3.0
<3.0
<3.0
<3.0
<3.0
Minerale olie (C12-C16)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
<5.0
<5.0
<5.0
Minerale olie (C16-C21)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
<5.0
<5.0
<5.0
Minerale olie (C21-C30)
mg/kg ds
<11
<11
<11
<11
<11
Minerale olie (C30-C35)
mg/kg ds
<5.0
9.3
<5.0
<5.0
<5.0
Minerale olie (C35-C40)
mg/kg ds
<6.0
<6.0
<6.0
<6.0
<6.0
Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg ds
<35
<35
<35
<35
<35
Minerale olie
S
Polychloorbifenylen, PCB
S
PCB 28
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 52
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 101
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 118
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
Nr. Uw monsteromschrijving
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
11727954
BG II
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
3
BG III
Grond (AS3000)
11727956
4
OG I
Grond (AS3000)
11727957
5
OG II
Grond (AS3000)
11727958
1
BG I
2
11727955
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
W: Waals Gewest erkende verrichting
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
S
20074110 Vlasakker/Diepenbrocklaan - Losser
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
Jan Hartman
2020189968/1 26-Nov-2020 01-Dec-2020 01-Dec-2020/11:39 A,B,C 2/2
Analyse
Eenheid
1
2
3
4
5
PCB 138
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 153
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 180
mg/kg ds
<0.0010
PCB (som 7) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0049
S
<0.0010 1)
0.0049
<0.0010 1)
0.0049
<0.0010 1)
0.0049
<0.0010 1)
0.0049
1)
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
S
Naftaleen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
S
Fenanthreen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
S
Anthraceen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
S
Fluorantheen
mg/kg ds
0.075
0.10
0.069
<0.050
<0.050
S
Benzo(a)anthraceen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
S
Chryseen
mg/kg ds
0.055
0.057
<0.050
<0.050
<0.050
S
Benzo(k)fluorantheen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
S
Benzo(a)pyreen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
S
Benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
S
Indeno(123-cd)pyreen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
S
PAK VROM (10) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.41
0.44
0.38
0.35
Nr. Uw monsteromschrijving
<0.050 1)
0.35
1)
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
11727954
BG II
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
3
BG III
Grond (AS3000)
11727956
4
OG I
Grond (AS3000)
11727957
5
OG II
Grond (AS3000)
11727958
1
BG I
2
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
W: Waals Gewest erkende verrichting
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
11727955
Akkoord Pr.coörd.
VA TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2020189968/1 Pagina 1/1 Monster nr.
Uw monsteromschrijving Van
Tot
0538452756
11
0
50
25-Nov-2020
0538452737
1
0
40
25-Nov-2020
0538452283
19
0
50
25-Nov-2020
0538452291
16
0
50
25-Nov-2020
0538452294
15
0
50
25-Nov-2020
0538452527
3
0
45
25-Nov-2020
0538452514
13
0
40
25-Nov-2020
Barcode
Boornr
11727954
Uw datum monstername
Monsteromsch./Monstername ID
BG I
11727955
BG II
0538452304
14
35
50
25-Nov-2020
0538452515
8
30
75
25-Nov-2020
0538452506
6
30
70
25-Nov-2020
0538452517
9
60
100
25-Nov-2020
11727956
BG III
0538452760
2
0
50
25-Nov-2020
0538452747
10
0
40
25-Nov-2020
11727957
OG I
0538452570
2
100
120
25-Nov-2020
0538452300
5
134
175
25-Nov-2020
0538452518
4
45
90
25-Nov-2020
11727958
OG II
0538452755
2
120
170
25-Nov-2020
0538452279
1
150
200
25-Nov-2020
0538452299
5
175
200
25-Nov-2020
0538452305
3
70
120
25-Nov-2020
0538452509
6
70
100
25-Nov-2020
0538452520
4
90
140
25-Nov-2020
0538452523
4
150
200
25-Nov-2020
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2020189968/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)
De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
.
Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2020189968/1
Analyse
Pagina 1/1
Methode
Techniek
Methode referentie
W0106
Voorbehandeling
AS3000
Droge Stof
W0104
Gravimetrie
pb 3010-2 en NEN-EN 15934
Organische stof (gloeiverlies)
W0109
Gravimetrie
pb 3010-3 en NEN 5754
Korrelgrootte < 2 µm (lutum)
W0171
Sedimentatie
pb 3010-4 en NEN 5753
Barium (Ba)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Cadmium (Cd)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Kobalt (Co)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Koper (Cu)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Kwik (Hg)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Molybdeen (Mo)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Nikkel (Ni)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Lood (Pb)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Zink (Zn)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
W0202
GC-FID
pb 3010-7 en NEN-EN-ISO 16703
W0271
GC-MS
pb 3010-8 en NEN 6980
Voorbehandeling
Cryogeen malen Bodemkundige analyses
Metalen
Minerale olie
Minerale Olie (C10-C40) Polychloorbifenylen, PCB
PCB (7)
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
PAK (10) (VROM)
W0271
GC-MS
pb. 3010-6 en NEN-ISO 18287
PAK som AS3000/AP04
W0271
GC-MS
pb. 3010-6 en NEN-ISO 18287
Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie juni 2020.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
BoToVa T12 Toetsing Wbb grond Projectnummer Projectnaam Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
20074110 Vlasakker/Diepenbrocklaan - Losser 25-11-2020 Jan Hartman 2020189968 26-11-2020 01-12-2020
Analyse
Eenheid
Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses % (m/m) Droge stof % (m/m) ds Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Metalen mg/kg ds Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) Minerale olie mg/kg ds Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) Polychloorbifenylen, PCB mg/kg ds PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK mg/kg ds Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7)
1
GSSD
Analytico-nr
Monster
1
11727954
BG I
Eindoordeel:
kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde groter dan Achtergrondwaarde
**
groter dan Tussenwaarde
***
groter dan Interventiewaarde
GSSD
Gestandaardiseerd gehalte
RG
Vereiste Rapportagegrens
AW
Achtergrondwaarde
T
Tussenwaarde
I
Interventiewaarde
I
86,2 3,8
28 <0,20 4,4 8,1 0,062 <1,5 4 21 30
71,74 0,2103 10,68 13,93 0,0824 1,05 8,696 29,8 56,76
-
20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20
190 0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140
555 6,8 103 115 18,1 95,8 67,5 290 430
920 13 190 190 36 190 100 530 720
<3,0 <5,0 <5,0 <11 <5,0 <6,0 <35
5,526 9,211 9,211 20,26 9,211 11,05 64,47
-
35
190
2600
5000
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049
0,0018 0,0018 0,0018 0,0018 0,0018 0,0018 0,0018 0,0128
-
0,007
0,02
0,51
1
<0,050 <0,050 <0,050 0,075 <0,050 0,055 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,41
0,035 0,035 0,035 0,075 0,035 0,055 0,035 0,035 0,035 0,035 0,41
-
0,35
1,5
20,8
40
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
T
86,2 3,8 96 6,1
Gebruikte afkortingen *
AW
Uitgevoerd
Voldoet aan Achtergrondwaarde
-
RG
3,8 6,1
Legenda Nr.
Oordeel
6,1
BoToVa T12 Toetsing Wbb grond Projectnummer Projectnaam Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
20074110 Vlasakker/Diepenbrocklaan - Losser 25-11-2020 Jan Hartman 2020189968 26-11-2020 01-12-2020
Analyse
Eenheid
Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses % (m/m) Droge stof % (m/m) ds Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Metalen mg/kg ds Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) Minerale olie mg/kg ds Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) Polychloorbifenylen, PCB mg/kg ds PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK mg/kg ds Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7)
2
GSSD
Analytico-nr
Monster
2
11727955
BG II
Eindoordeel:
kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde groter dan Achtergrondwaarde
**
groter dan Tussenwaarde
***
groter dan Interventiewaarde
GSSD
Gestandaardiseerd gehalte
RG
Vereiste Rapportagegrens
AW
Achtergrondwaarde
T
Tussenwaarde
I
Interventiewaarde
I
22,4
45 0,25 3,2 11 0,1 <1,5 <4,0 32 28
49,12 0,3063 3,482 12,84 0,1067 1,05 3,025 35,6 31,82
-
20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20
190 0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140
555 6,8 103 115 18,1 95,8 67,5 290 430
920 13 190 190 36 190 100 530 720
<3,0 <5,0 <5,0 <11 9,3 <6,0 <35
5,25 8,75 8,75 19,25 23,25 10,5 61,25
-
35
190
2600
5000
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049
0,0017 0,0017 0,0017 0,0017 0,0017 0,0017 0,0017 0,0122
-
0,007
0,02
0,51
1
<0,050 <0,050 <0,050 0,1 <0,050 0,057 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,44
0,035 0,035 0,035 0,1 0,035 0,057 0,035 0,035 0,035 0,035 0,437
-
0,35
1,5
20,8
40
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
T
77,9 4 94 22,4
Gebruikte afkortingen *
AW
Uitgevoerd
Voldoet aan Achtergrondwaarde
-
RG
4 22,4
Legenda Nr.
Oordeel
77,9 4
BoToVa T12 Toetsing Wbb grond Projectnummer Projectnaam Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
20074110 Vlasakker/Diepenbrocklaan - Losser 25-11-2020 Jan Hartman 2020189968 26-11-2020 01-12-2020
Analyse
Eenheid
Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses % (m/m) Droge stof % (m/m) ds Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Metalen mg/kg ds Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) Minerale olie mg/kg ds Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) Polychloorbifenylen, PCB mg/kg ds PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK mg/kg ds Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7)