CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsnota Dierenwelzijn gemeente Losser

Oordeelsvormende vergadering 15 april 2025, gemeente LosserBij agendapunt: Beleidsnota Dierenwelzijn3.482 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1

Inleiding. Als landelijke gemeente met zowel een rijk natuurlijk landschap als een sterke betrokkenheid bij veehouderij, huisdieren en natuurbeheer hecht Losser grote waarde aan het welzijn van alle dieren. Zowel in huiselijke als in de natuurlijke omgeving. Het welzijn van dieren is de zorg en de verantwoordelijkheid van de gemeente en haar inwoners. Wanneer iemand niet meer voor zijn huisdier kan zorgen, vanwege ruimtegebrek, financiële of gezondheidsproblemen dan moet deze opgevangen worden. Dieren die gewond of ziek zijn, al dan niet door toedoen van ons mensen moeten opgevangen en verzorgd worden. Enkele taken en verantwoordelijkheden op het gebied van Dierenwelzijn zijn vastgelegd in de wet, zoals de zorg voor zwervende huisdieren, zorg voor gewonde of verzwakte wilde dieren en de regie op de dierenhulpketen. De doelen van de gemeente Losser gaan echter verder dan de wet voorschrijft. Deze notitie beschrijft hoe deze doelen er uitzien en welke acties we gaan ondernemen om deze te verwezenlijken. We maken hierbij onderscheidt tussen de onderstaande diersoorten: Huisdieren/ gezelschapsdieren Het verschil tussen huisdieren en gezelschapsdieren is subtiel. Huisdieren kunnen zowel gezelschapsdieren als andere soorten dieren zijn. Denk hierbij aan werkhonden/waakhonden. Gezelschapsdieren zijn dieren die puur gehouden worden voor gezelschap, liefde en interactie.

Het houden van deze dieren brengen een grote verantwoordelijkheid met zich mee. De gemeente heeft hier direct mee te maken. Bijvoorbeeld binnen het sociale domein (bij huisuitzettingen), in de openbare ruimte/vergunningen en vanuit de zorgplicht in het burgerlijk wetboek voor zwervend aangetroffen dieren. Landbouwhuisdieren en hobbydieren. Het verschil tussen landbouwhuisdieren en hobbydieren ligt in hun primaire doel en functie. Landbouwhuisdieren worden voornamelijk gehouden voor economische doeleinden, zoals voedselproductie. Hobbydieren worden voornamelijk gehouden voor het plezier, zonder primair economisch oogmerk. Beide zijn afhankelijk van de mens en de randvoorwaarden van beleid zijn zeer bepalend voor de manier waarop met ze wordt omgegaan. Wilde dieren In Losser zijn wilde dieren, zoals het hert, de vos en egels een belangrijk onderdeel van de leefomgeving. Zij zijn in hoge mate afhankelijk van de mens omdat ze in een omgeving moeten leven die grotendeels door de mens is gevormd.

2

Leeswijzer In hoofdstuk 1 staat wat onze algemene doelen zijn als het gaat om gemeentelijk dierenwelzijnsbeleid. Vervolgens gaan we in hoofdstuk 2, 3 en 4 in op de verantwoordelijkheid van de gemeente als het gaat om huisdieren/gezelschapsdieren, landbouwhuisdieren/ hobbydieren en wilde dieren. Tot slot leggen we in hoofdstuk 5 uit hoe de zorgplicht voor dierenwelzijn vanuit de omgevingswet binnen onze gemeente wordt toegepast. Hierin beschrijven we de lokale regels en verantwoordelijkheden om het welzijn van dieren te waarborgen.

3

Inhoud Inleiding. ............................................................................................................................................................2 Hoofdstuk 1 Doelen en uitgangspunten gemeentelijk Dierenwelzijnsbeleid......................................................5 Hoofdstuk 2 Huisdieren/Gezelschapsdieren......................................................................................................6 Hoofdstuk 3 Landbouwhuisdieren /Hobbydieren. ..............................................................................................8 Hoofdstuk 4 Wilde dieren.................................................................................................................................10 Hoofdstuk 5 Overige gebieden die dierenwelzijn raken...................................................................................12

4

Hoofdstuk 1 Doelen en uitgangspunten gemeentelijk Dierenwelzijnsbeleid. Het uitgangspunt van de nota Dierenwelzijn is dat dieren integraal onderdeel uitmaken van de Losserse samenleving en dat dieren hun eigen intrinsieke waarde, behoeften en rechten hebben. De gemeente Losser wil zich op verschillende manieren inzetten om dierenwelzijn te bevorderen en dierenleed zoveel mogelijk te voorkomen. In deze beleidsnota beschrijven we wat onze rol is en welke plichten we hebben op het gebied van dierenwelzijn. Hierbij hanteren we de volgende uitgangspunten: •

Wij integreren dierenwelzijn in het gemeentelijk handelen en zien toe op de integraliteit van

• • • •

gemeentelijk beleid dat is gericht op het versterken van het ecosysteem. We voorkomen dierenleed. We dragen zorg voor een prettig samenleven van mens en dier in de openbare ruimte. Wij helpen dieren in nood en geven uitvoering aan onze plicht voor deze dieren te zorgen. We moedigen diervriendelijke initiatieven aan en vergroten de aandacht voor dierenwelzijn bij

• •

inwoners en organisaties. We bevorderen de samenwerking van instanties ten behoeve van dierenwelzijn (dierenhulpketen). We creëren een diervriendelijke en duurzame omgeving (openbare ruimte) waarin mens en dier verantwoord en respectvol met elkaar samenleven.

Deze uitgangspunten komen per onderdeel terug en resulteren vervolgens in standpunten en doelen. In het onderliggende uitvoeringsplan staan de acties omschreven die we per onderdeel de komende jaren gaan uitzetten.

5

Hoofdstuk 2 Huisdieren/Gezelschapsdieren. Voor deze diergroep dragen we een speciale verantwoordelijkheid. Juist door het ingrijpen van mensen in de ontwikkeling van deze diersoorten zijn we verantwoordelijk voor een goede huisvesting en verzorging die tegemoetkomt aan de aanwezige natuurlijke behoeften en gedragingen van het dier. Vaak weten mensen niet genoeg over huisdierbezit en de wettelijke regels die hierbij gelden. Dit kan leiden tot verwaarlozing of mishandeling. Wettelijke regels met betrekking tot huisdieren en hobbydieren zijn vastgelegd in de Wet dieren. Het Besluit houders van dieren, een uitvoeringsbesluit bij deze wet, bevat algemene regels over het houden en de verzorging van huisdieren/gezelschapsdieren. Onze wettelijke dierenwelzijnstaken bij gezelschapsdieren. 1. Opvangplicht gevonden gezelschapsdieren. Gevonden dieren vallen volgens het Burgerlijk Wetboek (boek 5, artikel 8, lid 3), onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Een vinder van een zwerfdier is verplicht hiervan zo snel mogelijk aangifte te doen bij de politie. Vervolgens treedt het Burgerlijk Wetboek in werking. Op grond daarvan is de gemeente verplicht een gevonden dier minimaal twee weken te bewaren en te verzorgen. In deze twee weken kan de eigenaar het dier terughalen. Als de eigenaar zich niet binnen twee weken meldt, zijn wij bevoegd het dier aan een ander te verkopen of af te geven.

De opvangplicht is niet beperkt tot honden en katten. Het gaat om alle gevonden dieren die vermoedelijk een eigenaar hebben. Voor de opvang, het vervoer en (medische) verzorging van gevonden dieren heeft de gemeente Losser een contract afgesloten met de dierenbescherming. 2. Zorg voor gezelschapsdieren bij rampen. In het regionaal crisisplan van de veiligheidsregio Twente is de opvang en verzorging van dieren geregeld in het proces publieke zorg. Het betreft hier opvang en voorzien in primaire levensbehoeften incl. de kleinschalige verplaatsing van mens en dier. Getroffenen en dieren die tijdelijk zelf niet in hun levensbehoefte kunnen voorzien, in geval van een ramp of crisis, worden voorzien in noodhulp (drinkwater, voeding etc) en in veiligheid gebracht (vervoer en transport). 3. Opvang en vervoer dieren bij ontruimingen, arrestaties en gedwongen opnames. Volgens de Algemene wet bestuursrecht hebben gemeenten een zorgplicht voor dieren bij huisontruimingen, arrestaties en gedwongen opname van de eigenaar van het dier. De gemeente moet hierbij zorgen voor een geschikte opvang en moet het dier voor maximaal 13 weken op (laten) vangen. De kosten voor de opvang van het dier dient door de opdrachtgever van de ontruiming/gedongen opname betaald te worden.

Als het dier na 13 weken nog niet overgedragen kan worden aan de eigenaar dan is de gemeente bevoegd het dier in eigendom over te dragen aan een dierenasiel. Wat willen we bereiken. Het uitgangspunt van de gemeente Losser is de eigen verantwoordelijkheid van de dierenbezitter. Dit betekent dat de eigenaar van het gezelschapsdier in de eerste plaats verantwoordelijk is voor de gezondheid en het welzijn van het dier. Als dit om bepaalde redenen niet kan of lukt, dan dient de samenleving als geheel, en de gemeente in het bijzonder, verantwoordelijkheid te nemen.

6

Wat is een gezond leefklimaat voor gezelschapsdieren door een adequaat aanbod van voorzieningen we als gemeente willen bereiken en faciliteiten. Onze lokale inzet. Naast de wettelijke verplichte taken ondernemen we de volgende maatregelen er bevordering van dierenwelzijn en het verantwoord samenleven met elkaar. 1. Voorlichting geven en kennis vergroten over de aanschaf, huisvesting en verzorging van een (huis) dier. Goede voorlichting over het nemen van een huisdier is een van de belangrijkste onderwerpen op het gebied van preventie. Hiermee willen we voorkomen dat dieren aan het dierenasiel worden afgestaan of worden vrijgelaten in de natuur. Door voorlichting te geven over huisvesting en verzorging en chippen van huisdieren kan veel dierenleed worden voorkomen. 2. Signalering en melding van verwaarlozing en mishandeling van gezelschapsdieren. Helaas komt dierenleed als gevolg van verwaarlozing en dierenmishandeling nog steeds voor. De oorzaken liggen ver uiteen: vergeetachtigheid, onverschilligheid, onmacht maar soms gewoon uit wreedheid. Vanaf 1 januari 2024 gelden er wijzigingen in het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Wet Dieren. Deze wijzigingen maken sneller en effectiever optreden tegen diermishandeling en verwaarlozing mogelijk.

Zo zijn er meer mogelijkheden om bedrijven te sluiten als het dierenwelzijn in het geding is, kan een zelfstandig houdverbod worden opgelegd aan overtreders en zijn de maximumstraffen voor dierenmishandeling omhoog gegaan van drie naar vijf jaar. Ook zijn de boetes verhoogd. Met ingang van juli 2024 is de Wet Dieren uitgebreid met een educatieve maatregel (artikel 5.10a). Overtreders kunnen dan via het bestuursrecht opgelegd krijgen dat zij een cursus of training moeten volgen om beter met hun dier om te gaan. Deze maatregelen moeten dierenmishandeling en -verwaarlozing nog meer tegengaan. Jaarlijks telt de politie zo’n 52.000 registraties over dieren. Daarvan komen er ongeveer 700 uiteindelijk voor de rechter. Als gemeente kunnen we niet verhinderen dat dieren verwaarloosd of mishandeld worden. Van belang is wel dat mishandeling of verwaarlozing zo snel mogelijk gesignaleerd en gemeld wordt en dat mensen weten waar zij dit kunnen melden. 3. Voorlichting geven over en het belang van het chippen van katten. Jaarlijks raken er in Nederland zo’n 62.500 katten zoek. Van het aantal kwijtgeraakte katten belanden meer dan 6.500 in asielen van de Dierenbescherming. Van die dieren kan slechts 17 procent verenigd worden met hun baasje omdat er bij de rest een chip ontbreekt of de chip niet goed geregistreerd is.

Deze dieren vallen vervolgens onder de wettelijke opvangplicht van de gemeente. De opvang van deze zwerfkatten kost de gemeente Losser jaarlijks rond de €14.000. Minister Adema heeft in 2023 aangekondigd dat er een landelijke chipplicht komt voor katten. Helaas is deze verplichting nog steeds niet vastgelegd in de wet. Het is dus van belang dat wij mensen zo goed mogelijk informeren over het belang van chippen, zodat zoveel mogelijk mensen in Losser hiervoor kiezen. Door chippen en registeren voorkomen we dat vermiste katten onnodig lang in de opvang zitten.

7

Hoofdstuk 3 Landbouwhuisdieren /Hobbydieren. De gemeente Losser heeft een groot buitengebied en is een gemeente met veel agrarische activiteit. Verschillende partners (agrariërs en natuurorganisaties) beheren ons buitengebied. Door hun directe invloed op de leefomgeving, biodiversiteit en het welzijn van dieren vormen ze een belangrijke schakel in het landelijk gebied. Hun activiteiten bepalen in grote mate hoe het landschap is ingericht en hoe flora en fauna daarin kunnen gedijen. Onze wettelijke dierenwelzijnstaken met betrekking tot landbouwhuisdieren. Er zijn geen wettelijke taken voor de gemeente weggelegd als het gaat om landbouwhuisdieren. Met name de bestemmingsplannen en vergunningen spelen een rol bij hun welzijn. Ze zijn afhankelijk van de mens en de randvoorwaarden van beleid zijn zeer bepalend voor de manier waarop met ze wordt omgegaan. Zo kan door middel van het omgevingsplan en door vergunningen worden voorkomen dat er binnen de gemeente Losser megastallen worden geplaatst. Wat willen we bereiken. We willen binnen de gemeente een gezond leefklimaat voor landbouwhuisdieren en hobbydieren door een adequaat aanbod van voorzieningen en faciliteiten en diervriendelijke randvoorwaarden in beleid, bij vergunningen en het omgevingsplan. We streven naar een duurzaam buitengebied met een gezonde balans tussen natuur en land- en tuinbouw. Onze lokale inzet. 1.

Schuilstallen mogelijk maken. In het bestemmingsplan buitengebied van 19 maart 2013 zijn de randvoorwaarden voor het mogen plaatsten van schuilstallen op een weiland vastgelegd waarmee we goede schuilmogelijkheden voor dieren bevorderen. Een schuilstal beschermt dieren tegen weersinvloeden en biedt een plek om dieren op een verantwoorde wijze te verzorgen en te voeren. Bij het opstellen van het nieuwe Omgevingsplan worden de randvoorwaarden zoals die zijn genoemd in het huidige bestemmingsplan buitengebied overgenomen. 2. Stimuleren kleinschalige veehouderij. De agrarische bedrijven in Losser zijn de boerenbedrijven veelal ingepast in het landschap. Deze gezonde balans met het buitengebied willen we behouden en voorkomen dat door de komst van bijvoorbeeld megastallen deze balans verstoord wordt. Door kleinschalige veehouderij te stimuleren dragen we bij aan een duurzamer, gezonder en economisch stabieler voedselsysteem.

8

3. Melden gevonden landbouwhuisdieren/ verwaarloosde landbouwhuisdieren/ hobbydieren. Wanneer sprake is van verwaarlozing of mishandeling kan contact opgenomen worden met het vertrouwensloket welzijn Landbouwhuisdieren of met de Ervencoaches. Beide meldpunten zijn bij de burgers en binnen de ambtelijke organisatie niet altijd bekend. Het is belangrijk dat burgers geïnformeerd zijn over de mogelijkheid om misstanden bij landbouwhuisdieren te melden omdat dit bijdraagt aan dierenwelzijn, voedselveiligheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Door burgers te informeren over de mogelijkheid tot het melden van misstanden ontstaat er een bredere verantwoordelijkheid en betrokkenheid welke ervoor zorgt dat dieren niet onnodig lijden.

9

Hoofdstuk 4 Wilde dieren. De grootste groep dieren in Losser zijn de vrij levende dieren, zoals vogels, egels, vossen, herten etc. Zij zijn eveneens in hoge mate afhankelijk van de mens. Deze dieren leven in een omgeving die door de mens is gevormd. Bij het opstellen van het omgevingsplan en bij het verlenen van omgevingsvergunningen heeft de gemeente te maken met de Omgevingswet waarin de zorgplicht en de beschermingsplicht van vrij levende dieren is geregeld. De algemene zorgplicht, die gold onder de Wet natuurbescherming, is in de nieuwe Omgevingswet verder uitgediept. Meer hierover kunt u lezen in Hoofdstuk 5. Wat zijn onze wettelijke dierenwelzijnstaken bij wilde dieren? 1. Verantwoordelijkheid voor gewonde dieren. De gemeente is op basis van de algemene zorgplicht uit de Omgevingswet verantwoordelijk voor de opvang van gewonde, levende dieren. Gevonden wilde dieren kunnen worden gemeld bij de dierenambulance die dan een passende opvanglocatie zoekt. Wat willen we bereiken. Bescherming en behoud van dieren die in het wild leven is het uitgangpunt van het lokale beleid. Daarnaast willen we behoud en zelf een toename van de biodiversiteit bewerkstelligen en hiervoor de juiste voorwaarden scheppen. Onze lokale inzet. 1. Aandacht voor dierziektes/ besmettingen. Dode en zieke dieren kunnen allerlei ziekteverwekkers met zich meedragen.

Bij aanraking kunnen mensen en dieren besmet raken. Een infectieziekte die specifiek van dieren op mensen wordt overgedragen – of andersom – heet een zoönose. Een zoönose heeft een nadelig effect op het welzijn van dieren, de populatie van beschermde soorten én de volksgezondheid. Uit oogpunt van volksgezondheid en de zorgplicht voor dieren heeft de gemeente een (wettelijke) taak om dit risico en lijden in te perken. Een bekende zoönose is vogelgriep. Dit virus dat eerder alleen in de wintermaanden heerste, is nu jaarrond aanwezig onder vogels die in het wild leven. Door klimaatverandering moeten we in de toekomst rekening houden met meer dierziekten en dieren, waarvan het risico is dat zij ziekten kunnen overbrengen en verspreiden. Een (nood)plan met protocollen voor dierziekte-uitbraken kan helpen om snel en effectief te reageren. Ook landelijk is hier veel aandacht voor. We volgen deze ontwikkelingen op de voet. 2. Jacht. In de wetgeving wordt onderscheid gemaakt tussen jacht enerzijds en beheer en schadebestrijding anderzijds. Daarom kiezen we hier eveneens voor dit onderscheid. De bescherming van zowel inheemse (van oorsprong in Nederland voorkomende) als uitheemse planten- en diersoorten en regels met betrekking tot jacht, beheer en schadebestrijding zijn vastgelegd in de Omgevingswet.

10

De gemeente Losser is geen voorstander van jacht op gemeentelijke percelen en staat deze dan ook niet toe. Beheers jacht is echter in zeer uitzonderlijke gevallen noodzakelijk. Omdat beheers jacht meestal onder provinciale regelgeving valt is het belangrijk dat er afstemming is met de provincie over de verleende jachtvergunningen en de voorwaarden hiervan. 3. Omgang met de wolf. De wolf is sinds 2015 terug in Nederland. Inmiddels zijn er in Nederland negen roedels verdeeld over diverse provincies gesignaleerd. Door het dichtbevolkte Nederland is er veel maatschappelijke onrust onder mensen én veehouders als het gaat om de wolf. Door de strikt beschermde status van de wolf (beschreven in het verdrag van Bern en Bonn, de Habitatrichtlijn en de Omgevingswet) is het verboden de wolf te doden, te vangen en opzettelijk te vestoren. In geval van een acute veiligheidssituatie met een wolf (wolf-mens en wolf-hond), kan de wolf op last van de burgemeester zonder omgevingsvergunning gedood worden. Wanneer dit gebeurt dan zorgt dit voor veel maatschappelijke onrust. De lokale overheid en de provincie moeten zich voorbereiden op concrete situaties met wolven. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft een rapport opgesteld voor burgemeesters en lokale bestuurders.

Dit rapport geeft handvatten bij situaties waar, vanwege de aanwezigheid van een wolf, actie van de lokale overheid gevraagd wordt. Aan de hand van dit rapport worden richtlijnen voor de omgang met de wolf in de gemeente opgesteld. Ook deze ontwikkeling volgen we op de voet.

11

Hoofdstuk 5 Overige gebieden die dierenwelzijn raken. Omgevingswet. Vanaf 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) in werking getreden. Hierin is een specifieke zorgplicht opgenomen. Specifieke zorgplicht. De specifieke zorgplicht schrijft voor dat bij flora- en fauna-activiteiten extra maatregelen dienen te worden genomen als er aanwijzingen zijn voor het voorkomen van bepaalde plant- en diersoorten. Dit geldt voor zowel beschermde soorten (vogelrichtlijnsoorten, habitatrichtlijnsoorten, nationaal beschermde soorten), en voor trekvogelsoorten (art. 4.2 van de vogelrichtlijn) en Rode Lijst-soorten, ongeacht vrijstellingen, gedragscode of ontheffing/vergunning. Iedereen die een flora- en fauna-activiteit uitvoert, moet nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken (in deze volgorde). Als er door de flora- en fauna-activiteit nadelige gevolgen optreden voor deze soorten, dienen preventief passende maatregelen te worden getroffen. Als de activiteit al is aangevangen en er blijken onvoorziene nadelige gevolgen voor één of meerdere soorten, moet de activiteit gestaakt worden. Als stoppen niet mogelijk is, dienen herstelmaatregelen getroffen te worden. Of de getroffen maatregelen het beoogde effect hebben, dient tijdens en na uitvoer van de activiteit te worden nagegaan.

Bovenstaande geldt natuurlijk eveneens voor de ruimtelijke ingrepen in de gemeente Losser. Wat willen we bereiken. Bij alle ruimtelijke ingrepen in het kader van de Omgevingswet en bij het beheer van het openbaar groen houden we rekening met dierenwelzijn en staat de bescherming van dieren en hun leefgebieden voorop. Daar waar het omgevingsplan mogelijkheden biedt om het dierenwelzijn te bevorderen, doen we dit. (Schuilstallen, geen jachthutten)

Het Groenbeleid. De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer van het groen in de dorpskernen en langs de gemeentelijke wegen. Met het groenbeleidsplan streeft de gemeente Losser een evenwichtig groenbeheer na. Dit draagt op zijn beurt weer op verschillende manieren aan dierenwelzijn in de gemeente bij. Zo draagt een evenwichtig en divers groenbeleid voor een verscheidenheid aan planten, wat op zijn beurt een grotere verscheidenheid aan dieren aantrekt. Dit verhoogt de biodiversiteit en creëert een stabieler ecosysteem waarin dieren beter kunnen overleven en zich voortplanten. Hoe meer diversiteit er is in de begroeiing des te meer diersoorten hiervan gebruik maken, zowel boven- als ondergronds. De 4 V’s zijn hierbij leidend:

12

Voedsel Veiligheid Voortplanting Variatie Sommige planten of diersoorten dienen niet bestreden te worden, maar moeten wel beheerst worden (balans), zoals de eikenprocessierups, het licht giftige Jacobs kruiskruid of aan het groot hoefblad dat de neiging heeft tot woekeren. In geringe mate is de aanwezigheid van deze planten en dieren geen probleem. We doen hier aan preventief beheer. Dat wil zeggen dat we de juiste voorwaarden scheppen om te voorkomen dat een soort zich te sterk uitbreidt. (Eikenprocessie rups). Andere soorten, zoals de Aziatische Hoornaar, Mediterraan draaigatje, Reuzenbereklauw zijn hier wel ongewenst (invasieve exoten) en dienen bestreden te worden of we zorgen ervoor dat deze zich in ieder geval niet vermeerderen. Onze lokale inzet In het groenbeleidsplan van de gemeente Losser staat uitgebreid omschreven op elke wijze gewerkt wordt aan een evenwichtig groenbeheer.

Toetsingskader evenementen gemeente Losser 2024 Dieren lijden en sterven over de hele wereld voor het ‘vermaak’ van mensen. Dieren willen niet fietsen, op hun hoofd staan, op een bal balanceren of door een ring van vuur springen. Het gebruiken van wilde dieren in het circus is in Nederland sinds september 2015 verboden. Landbouwdieren of huisdieren worden echter vaak nog wel ingezet om mensen te vermaken of worden gebruikt als decoratie ( gekleurde kuikens met Pasen). Wat willen we bereiken. De gemeente Losser is tegen het gebruik voor dieren voor amusement. Het welzijn van dieren die gebruikt worden voor evenementen, kunstuitingen, levende kerststallen en volkspelletjes/volksfeesten, is vaak niet gegarandeerd. De gemeente Losser wil het gebruik van dieren voor amusement ontmoedigen en waar mogelijk aan banden leggen. Onze lokale inzet In het toetsingskader evenementen gemeente Losser 2024 is nog niet opgenomen dat de gemeente in haar overwegingen voor het verlenen van een evenementenvergunning nadrukkelijk het dierenwelzijn betrekt. Dit is wel wenselijk om het gebruik van dieren voor amusement te ontmoedigen.

13

Algemene plaatselijke verordening. •

Ballonnen /Wensballonnen.

Ballonnen die buiten worden opgelaten bij speciale gelegenheden vormen een bedreiging voor dieren en het milieu omdat ze niet afbreekbaar zijn. Vogels (en andere dieren) kunnen de ballonresten aanzien voor voedsel, waardoor de maag van het dier dichtslibt en het dier verhongert. Daarnaast komen er toxische stoffen vrij welke weer in de natuur terechtkomen. In kwetsbare gebieden en in woonwijken kunnen wensballonnen brand veroorzaken. Het verbod op het gebruik van ballonnen is in de herziening van de APV (2019) meegenomen (artikel 4:4)

De beschaving van een samenleving valt af te meten aan de wijze waarop ze omgaat met dieren. Mahatma Ghandi (1869-1948)

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=8e79b89f-81be-4b95-b8bf-39b0cef9a1a6