CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleid circulaire economie Losser- 2.0

Raadsvergadering 19 maart 2024, gemeente LosserBij agendapunt: Vaststelling Beleid Circulaire Economie13.503 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

18

5. Projectontwikkelaars moeten in 2030 minimaal twee circulaire ontwerpprincipes hebben opgenomen in hun ontwerp voordat vergunningen verleend wordt. 6. In 2030 heeft de gemeente 75% van de inwoners bereikt over circulair (ver)bouwen. 7. 100% van alle nieuw-/verbouwprojecten in opdracht van de gemeente bevatten circulaire prestatie-eisen (zoals percentages secundair, biobased materiaal, drinkwater hergebruik, etc.) per project in 2030. Losser faciliteert ook woningbouwcorporaties om circulair te renoveren en bouwen. 8. Vanaf 2025 wordt er bij exploitatieovereenkomsten bij gebiedsontwikkelingen met (particuliere) initiatiefnemers altijd gekeken naar mogelijkheden waar circulariteit kan worden meegenomen.

Figuur 6: circulaire ontwerpprincipes11

Beleid De beleidsregels die Losser wil vaststellen om de ambitie en doelstelling te behalen zijn de volgende: - Bij nieuwe initiatieven die zich melden geldt dat circulair (her)gebruik de voorkeur heeft. - In alle nieuwe omgevingsplannen is circulaire economie een vast onderdeel.

4.3 Circulair ontwerpen, inrichten en beheer van de openbare ruimte Visie: wat willen we bereiken? In Losser willen we in de toekomst anders kijken naar onze bezittingen in de openbare ruimte. In de huidige lineaire economie ziet men de dingen vooral als tijdelijk. Een weg gaat tientallen jaren mee, waarna alle materialen verdwijnen en er een nieuwe weg komt. Het gedachtegoed waar Losser naartoe wil is dat alle materialen die in de openbare ruimte liggen vastzitten in een structuur, maar 11

Rijkswaterstaat, 2020. https://open.rijkswaterstaat.nl/publish/pages/42272/2020_01_circulaire_ontwerpprincipes_def.pdf

19

zo lang mogelijk in te zetten zijn in andere samenstellingen binnen andere structuren. Onze dorpen zijn als het ware tijdelijke grondstof-opslagplaatsen waar materialen tijdelijk een functie hebben tot hun nieuwe opslagplaats in een andere structuur. Deze materialen zijn fysieke bezittingen van de gemeente, welke in de toekomst de basis zijn voor nieuw aan te leggen openbare ruimte of nieuwe gebouwen. Om op basis van deze gedachtegang aan de slag te gaan is het belangrijk om de materialen die in deze tijdelijke opslagplaats vastliggen (in bijvoorbeeld wegen of gebouwen) in kaart te hebben. Zo kunnen materialen, na een gebruiksperiode, terug gevonden worden in een andere structuur. Daarna kunnen ze geoogst en weer hergebruikt worden. Om materialen in kaart te brengen is het materialen paspoort bedacht. Het materialenpaspoort bevat informatie over een object: het soort materiaal, de hoeveelheden, de wijze van montage en de locatie van objecten. Ook worden aanpassingen aan het object tijdens de gebruiksfase erin geregistreerd. Bovendien kan informatie over kwaliteit en (financiële) waarde eraan worden gekoppeld.12 Wanneer een materiaal een naam krijgt en het opgeschreven staat, heeft iets een identiteit. Het is niet meer afval tussen al het andere afval, maar bijvoorbeeld een stuk rubber met een bepaalde kwaliteit.

Het is herkenbaar, en krijgt daardoor (automatisch) meer waarde waardoor het sneller hergebruikt wordt. Losser gaat daarom werken met materiaal paspoorten. ‘Afval is materiaal zonder identiteit’ – Thomas Rau Nu Losser materialen gaat opschrijven, is het ook goed om het te hebben over investeringen die worden afgeschreven. De klassieke manier om dit te doen is door iets af te schrijven naar 0%. Dit kan als effect hebben dat er al snel geïmpliceerd wordt dat de materialen na de afschrijvingstermijn niets meer waard zijn. Als er niet naar 0% wordt afgeschreven maar naar bijvoorbeeld 10%, motiveert dit het hergebruik van materialen, omdat 10% impliceert dat de materialen nog waarde hebben na gebruik. Deze visie over afschrijven willen we in Losser ook hanteren daar waar dit mogelijk is. Losser vindt ook materiaalkeuze belangrijk binnen de circulaire transitie. Er wordt gestreefd naar een duurzame benadering door te focussen op secundaire en biobased materialen. Secundaire materialen zijn circulair omdat ze afkomstig zijn uit gerecyclede bronnen, waardoor de vraag naar nieuwe grondstoffen vermindert. Biobased materialen zijn circulair omdat ze voortkomen uit hernieuwbare bronnen, zoals planten of gewassen, die continu kunnen worden aangevuld.

Het gebruik van biobased materialen draagt hierdoor bij aan het verminderen van afhankelijkheid van niet-hernieuwbare grondstoffen, en leggen tijdens hun ‘groeifase’ CO2 vast. Deze CO2 blijft opgeslagen wanneer de materialen bijvoorbeeld in een bouwwerk verwerkt worden. Omdat er veel winst te behalen is binnen deze invalshoek, en Losser veel invloed heeft omdat de gemeente vaak opdrachtgever is in het fysieke domein, gaat Losser het goede voorbeeld geven bij infrastructuurprojecten in opdracht de gemeente. Losser neemt circulariteit mee in alle projecten. Waar staan we nu? Binnen deze invalshoek begint Losser niet op nul. Samen met kennisinstituten (bijvoorbeeld Universiteit Twente, Pioneering) heeft gemeente Losser al in de praktijk gepionierd. Er is bij enkele projecten al de Duurzame Grond Weg en Waterbouw (DGWW) methode toegepast. Hierdoor zijn bij de grote herinrichtingen zoals het centrumplan Losser en de kwaliteitsimpuls de Lutte al circulaire aspecten geland. Losser blijft ook pionieren. Bij de Mariaschool in Beuningen zal circulariteit een belangrijk thema zijn, en zo volgen er nog meer. Samen met partners en de markt kijkt de gemeente wat mogelijk is, en 12

Rijkswaterstaat, 2021. https://www.afvalcirculair.nl/publish/pages/91894/202001_materialenpaspoort_def.pdf

20

maakt Losser steeds meer bewuste circulaire stappen. Voorbeelden hiervan zijn het gebruik van DuSpot (een online materialen marktplaats waar je gebruikte materialen van elkaar kunt kopen), het kijken naar mogelijke toepassingen van secundaire en biobased materialen, alle gebakken klinkers en straatmeubilair hergebruiken binnen de gemeente daar waar dat kan, en funderingen bijna altijd 100% hergebruiken. Asfalt kan nog niet eindeloos worden gerecycled. In het asfalt ambitiebestek is Losser dan ook naar andere oplossingen op zoek die volledig circulair zijn, waardoor asfalt veel langer kannen worden hergebruikt. Kansen Het circulair ontwerpen, inrichten en beheren van de openbare ruimte biedt de gemeente verschillende kansen en voordelen: Vermindering van de milieu-impact door hergebruik van materialen en het minimaliseren van afval. Langdurige kostenbesparingen door meer hergebruik en lage onderhoudskosten van duurzame materialen. Bevordering van lokale economieën door samenwerking met lokale bedrijven voor materialen en diensten. Daarnaast zijn er al veel kennispartners, en is er een netwerk aan experts op dit thema in de regio Twente. Losser kan makkelijk aanhaken bij bestaande kennisnetwerken en daarvan leren. Bovendien zijn er voortdurend veel innovaties binnen dit thema. Hierdoor is er steeds meer mogelijk.

Denk bijvoorbeeld aan modulaire constructie (waarbij componenten in de fabriek worden geproduceerd en op de bouwplaats worden geassembleerd), de ontwikkeling van asfaltmengsels met gerecycled asfalt (RAP), de toepassing van circulaire betonmengsels met gerecyclede materialen, (zoals gerecycled betongranulaat), of implementatie van funderingsconstructies die demontabel en herbruikbaar zijn. Maar ook aan volledige houtbouw en verbindingloos bouwen. Het is van belang om dit soort innovaties in de gaten te houden, en toe te passen wanneer mogelijk. Tot slot heeft de gemeente Losser al een aantal ambassadeurs binnen het fysieke domein die zich inzetten voor een circulaire gemeente. Wanneer deze ambassadeurs de ruimte krijgen om meer tijd te besteden aan circulariteit, is dit een unieke kans om een momentum te creëren om de transitie naar een circulaire economie te versnellen. Aandachtspunten Het implementeren van circulaire principes in de openbare ruimte vereist een geïntegreerde benadering, waarbij langetermijndenken essentieel is. Om hier de handen voor op elkaar te krijgen moet het kennisniveau van de ambtelijke organisatie over circulariteit omhoog. Doelstellingen Bovenstaande visie, kansen en aandachtspunten leiden tot de onderstaande doelstellingen die de gemeente Losser wil behalen.

Het belangrijkste streven daarbij is dat circulariteit een onderdeel wordt van de reguliere werkprocessen binnen de interne organisatie. 1. Losser legt voor nieuwe projecten vanaf 2025 vast welke grondstoffen en materialen gebruikt worden voor onze infrastructuur en gebouwen. 2. Vanaf 2025 schrijft Losser producten, daar waar kan, niet meer af naar 0%, maar naar 10%, zodat de prikkel om materialen opnieuw te gebruiken groter is. 3. Er worden vanaf 2030 minimaal 40% secundaire/hernieuwbare materialen gebruikt bij infrastructuur projecten. 4. In 2025 wordt bij alle infrastructuurprojecten in opdracht van de gemeente circulariteit meegenomen in alle fases van een project.

21

Beleid De beleidsregels die Losser wil vaststellen om de ambitie en doelstelling te behalen zijn de volgende: - We schrijven objecten en producten, daar waar kan, niet meer af naar 0%, maar naar 10%. - Bij projecten in de fysieke leefomgeving wordt de ‘duurzaam GWW’ (met ambitie-web) de standaard aanpak. - We leggen voor alle nieuwe projecten vanaf 2025 vast welke grondstoffen en materialen we gebruiken voor onze infrastructuur en gebouwen d.m.v. een materiaalpaspoort.

4.4 Bedrijven en organisaties Visie: wat willen we bereiken? Bedrijven en organisaties zijn van groot belang bij het realiseren van een circulaire economie. Denk daarbij aan het voorkomen van onnodig grondstoffengebruik en slim ontwerpen en innoveren. Als gemeente heeft Losser een beperkte formele rol in deze processen. Daarom pakt Losser vooral een rol waarin we bewustwording en motivatie stimuleren door in gesprek te gaan en goede voorbeelden uitwisselen. Het implementeren van een circulaire ambitie en werkwijze houdt in dat het handelen van een organisatie en de bijbehorende bedrijfsprocessen zo circulair mogelijk zijn ingericht. Dit betekent nog niet dat een organisatie in 2030 100% circulair is, maar al wel een pad heeft uitgestippeld om er uiteindelijk te komen. Belangrijk daarbij is de samenwerking in de keten. Gemeente Losser wil de samenwerking tussen organisaties aanjagen. Losser wil groene innovaties stimuleren en nieuwe economische kansen benutten, door actief in te spelen op de principes van circulaire economie. Aan het eind van 2030 heeft de gemeente daar een actieve bijdrage aan geleverd. Losser heeft het grootste deel van de bedrijven de mogelijkheid geboden hun personeel op te leiden om het gedachtegoed van een circulaire economie te begrijpen. Daardoor zijn bedrijven op de hoogte van de risico's als ze niet circulair worden.

De goede voorbeelden die Losser laat zien dragen daar aan bij. Ook het landelijk gebied staat voor grote opgaven. De Nederlandse landbouw staat wereldwijd bekend om zijn efficiënte systeem met minimale milieubelasting. Maar nieuwe onderzoeken laten zien dat biomassa niet optimaal benut wordt in dit lineaire systeem. Het kan nog beter als de gemeente Losser er anders mee omgaat. In de gemeente Losser zijn al een aantal bedrijven aan de slag gegaan met deze omslag, of wil dit in de nabije toekomst gaan doen. Dit is een goed begin, maar zal verder uitgebreid moeten worden naar alle agrariërs. Om dit te bereiken, faciliteert Losser de agrarische ondernemers door mee te denken en te helpen met een vertaling van de nationale strategie kringlooplandbouw. Hierbij richt de gemeente zich op het versterken van de kennis- en innovatie infrastructuur om het proces van de overgang naar kringlooplandbouw te ondersteunen en bijpassende nieuwe circulaire waardeketens te ontwikkelen. Waar staan we nu? Op dit moment is het moeilijk in te schatten waar bedrijven in de gemeente Losser staan als het gaat over een circulaire bedrijfsvoering. Er zijn wel een aantal bedrijven die uitdragen dat ze bezig zijn met circulariteit, maar dit is nog een kleine groep.

De reden dat Losser nog weinig inzicht heeft in hoe circulair bedrijven zijn, heeft bijvoorbeeld te maken met het feit dat een gemeente alleen verplichting heeft ten opzichte van afval van huishoudens en eigen afval. Bedrijven regelen hun afvalverwerking zelf. Hierdoor heeft de gemeente weinig inzicht in bijvoorbeeld grondstofstromen die de gemeente in en uit gaan.

22

Kansen Kansen liggen in de samenwerking op regionaal schaalniveau. Als gemeente moet er verder gekeken worden dan alleen onze gemeentegrenzen. Binnen een kleiner gebied zijn namelijk niet alle grondstoffenprocessen en -verwerkingen aanwezig om een kringloop sluitend te maken en daarom volledig circulair te werk te gaan. Gevolg is dat de regio het relevante schaalniveau wordt voor circulaire businesscases. Daarmee wordt het extra relevant om bedrijven en organisaties samen te brengen in een groter gebied dan alleen één gemeente. In de regio Twente bestaat sinds kort een ambtelijk overleg circulaire economie waarin vertegenwoordigers zitten uit de 14 Twentse gemeenten. Dit ambtelijk overleg adviseert aan het bestuurlijke regio-overleg binnen de Milieu, Duurzaamheid en Afval samenwerking. De koers voor de aankomende jaren is om binnen elk van de vijf invalshoeken, die ook Losser hanteert in beleid, regionaal projecten op te zetten om zo vaart te maken met de transitie. Het regionale samenwerking onder regie van de provincie Overijssel wordt ook belangrijker dan voorheen en is een kans om de transitie naar een circulaire economie te doen slagen. Gemeente Losser wil daarom de komende jaren aanhaken binnen deze regionale samenwerking. Aandachtspunten Kennis bij ondernemers In gesprek met ondernemers kwam naar voren dat bedrijven circulair willen worden.

Ook zien ze duidelijk de urgentie in de veranderende markt. De dingen waar ze tegenaan lopen zijn met name; Hoe richt ik mijn bedrijf circulair in? Welke wetgeving komt eraan? Kan iemand praktisch meedenken? Zijn er al voorbeelden? Ik heb een informatiebehoefte, waar kan ik aankloppen? Voor deze punten houdt de gemeente aandacht. Losser wil kennisdeling over circulaire economie faciliteren voor ondernemers en hun werknemers, en dit staat dan ook centraal in de doelenstellingen binnen dit thema. Single-use plastic richtlijn In de gemeente Losser worden jaarlijks een aantal evenementen georganiseerd. Vanaf 1 juli 2023 is het gebruik van wegwerpbekers en -bestek op festivals en evenementen niet meer toegestaan. Dit geldt ook voor kartonnen koffiebekertjes met een laagje kunststof. De maatregelen komen voort uit de Europese Single-Use Plastics-richtlijn13 en gelden ook voor festivals en evenementen in de gemeente Losser. Het verbod op gratis wegwerpplastic voorkomt milieuvervuiling en de groeiende plasticsoep. De gemeente Losser merkt nog een grote onbekendheid over dit verbod. Om die reden is het goed om via de evenementenvergunning organisatoren te wijzen op dit verbod en te ondersteunen bij het vinden van alternatieven (de regels gaan overigens alleen over het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en voedsel.

Het verbod geldt niet voor kleinschalige initiatieven als buurtfeesten). Afvalscheiding door bedrijven Steeds meer ondernemers zijn bewust bezig met het verminderen en scheiden van afval. Voor het scheiden van bedrijfsafval gelden andere regels dan voor huishoudelijk afval. Ook bedrijven zijn verplicht diverse afvalstromen te scheiden. Welk afval bedrijven moeten scheiden hangt af van de situatie. Het rijksbrede programma Van Afval naar Grondstof (VANG) heeft een stappenplan om afval te verminderen en scheiden14. Sinds juni 2023 is het voor bepaalde categorieën bedrijven (o.a.

13 14

I&W (n.d.). Home | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (minderwegwerpplastic.nl) VANG (n.d.). https://vangbuitenshuis.nl/afvalscheiding/

23

kantoren en bedrijven) onder voorwaarden mogelijk om plastic verpakkingen, drinkpakken en glazen verpakkingen kosteloos te laten inzamelen. Uitgebreide producten verantwoordelijkheid (UPV) Voor steeds meer productgroepen gelden UPV’s. Een UPV maakt producenten en importeurs verantwoordelijk voor de gehele cyclus van een product, tot en met de afvalfase. De overheid wil daarmee bedrijven stimuleren om een stijgend percentage afval voor hergebruik en recycling in te zetten en als nieuwe grondstof beschikbaar te krijgen. Producenten (importeurs daarbij inbegrepen) zijn voor deze productgroepen financieel en vaak ook organisatorisch verantwoordelijk voor het afvalbeheer van de producten die door hen in de handel worden gebracht. Inmiddels gelden er UPV’s voor onder meer autobanden, elektrische apparaten, verpakkingen en sinds 1 juni 2023 ook voor textiel. Er zijn UPV’s in voorbereidingen voor luiers en meubels. Doelstellingen Tijdens sessies met onder andere de raad en ondernemers zijn de doelstellingen voor het onderdeel ‘Bedrijven en organisaties’ bepaald. Hieraan zijn prioriteiten toegekend. Het belangrijkste doel is om ondernemers te informeren en inspireren. 1. In 2030 heeft de gemeente in samenwerking met partners 80-100% van de bedrijven geïnformeerd over: a. De (financiële) risico’s als bedrijven niet overstappen naar een circulaire economie. b.

Provinciale- en rijkssubsidiemogelijkheden. 2. Leges aanpassen: korting bij circulaire initiatieven en leges afschaffen voor kleine verenigingen/initiatieven die aan de slag gaan met circulariteit. 3. In 2027 hebben alle bedrijventerreinen de kans gehad om personeel (inkopers, ontwerpers en management) deel te laten nemen aan een basis cursus circulaire economie. 4. Vanaf 2027 zijn er experts beschikbaar om mee te denken en tips te geven aan bedrijven. 5. Vanaf 2025 worden ondernemers twee keer per jaar geïnspireerd door praktische kennis van koplopers in de regio.

4.5 Inwoners en huishoudens Visie: wat willen we bereiken? Inwoners en huishoudens zijn een belangrijke doelgroep binnen de circulaire economie. Van huizen, voedsel en kleding tot mobieltjes, sportspullen en vakanties: voor vrijwel alles wat mensen doen, bezitten of gebruiken zijn grondstoffen nodig. In de lineaire economie komt er door gebruik en consumptie veel huishoudelijk afval vrij. De pijlen zijn gericht op zoveel mogelijk scheiden van recyclebare stromen, hiermee zorgt de gemeente ervoor dat grondstoffen niet verbrand worden. Hier gaat Losser mee verder. Het aandeel restafval per inwoner wil de gemeente in 2030 nog verder hebben teruggedrongen. Inwoners zijn zich bewuster van hun (rest)afval en zorgen ervoor dat deze stroom steeds minder wordt. Daarnaast is voedselverspilling een belangrijk thema. Eén derde van het wereldwijd geproduceerde voedsel gaat verloren, zowel bij verwerking en opslag als bij de verbruikers15. Ook in Nederland wordt veel voedsel verspild; bij mensen thuis en bij bedrijven. Nederlanders eten bijvoorbeeld steeds meer en vaker sterk bewerkt voedsel, zoals snacks en magnetronmaaltijden, waardoor er bij bedrijven meer reststromen van eetbaar voedsel ontstaan. Losser vindt het belangrijk dat inwoners zich meer bewust worden van het soort voedsel dat ze eten en minder voedsel thuis gaan verspillen.

Lokaal en seizoensgebonden producten zijn vaak duurzamer. Wanneer er wel etensresten overblijven worden deze beter gescheiden van restafval zodat dit goed verwerkt kan worden. 15

PBL https://www.pbl.nl/nieuws/2016/aangrijpingspunten-voor-een-meer-circulaire-voedselketen

24

Een ander significant punt in onze gemeente zijn luiers; hier bestaat een flink deel van ons restafval uit. Een kindje draagt gemiddeld 5 luiers per dag. Dat zijn zo’n 150 luiers per maand, goed voor 25 kilo afval. Wasbare luiers zijn beter voor het milieu dan wegwerpluiers omdat je minder afval veroorzaakt en minder CO2 uitstoot. Ook als je wassen meetelt hebben wasbare luiers minder impact op het milieu16. Daarom vindt de gemeente het belangrijk om (nieuwe) ouders te informeren over het gebruik van wasbare luiers. Ook vindt de gemeente het essentieel om initiatieven die vanuit enthousiaste inwoners komen te ondersteunen. Inwoners kunnen van onderaf goed helpen bij het aanjagen van de transitie omdat zij beter weten wat er speelt, wat wel en niet werkt, en waar een behoefte is in een buurt of wijk. De gemeente Losser vindt het belangrijk om hier aandacht aan te geven, en dit aan te jagen. Daarnaast wil Losser de komende jaren inzetten op het activeren van inwoners om te consuminderen. Wanneer er gekeken wordt naar de R-ladder, is te zien dat dit de hoogste stap is op de ladder. Na consuminderen staan ook repareren en opnieuw gebruiken op de ladder. Daarom geeft de gemeente ook aandacht aan een samenwerking tussen repaircafe’s en kringlopen zodat er een circulair netwerk ontstaat dat voor inwoners goed zichtbaar en te bereiken is.

Omdat repareren en hergebruiken van producten de toekomst is, vindt Losser het belangrijk om de toekomstige generaties dit nu al bij te brengen. Samen met het onderwijs wil de gemeente kinderen en jongvolwassenen de mogelijkheid bieden om duurzamer en zelfredzamer te worden. Dit gebeurt door het overdragen van reparatiekennis en -kunde: hoe plak je een band? Hoe repareer je een gat in je broek? Vaardigheden die steeds minder jongeren hebben, maar die in de toekomst ervoor kunnen zorgen dat een grote berg afval voorkomen wordt. Ten slotte is het voornamelijk van belang dat inwoners weten wat de circulaire economie betekent. Dat ze weten waarom de gemeente hiermee bezig is en waar zij zelf al makkelijk stappen kunnen zetten. Daarom vindt de gemeente Losser het belangrijk dat een groot deel van de inwoners bereikt en geïnformeerd wordt over de circulaire transitie in Losser. Waar staan we nu? De gemeente Losser heeft zich geconformeerd aan de doelstelling van het koersdocument Afvalloos Twente 2013, 50 kg restafval in 2030. De afname van de hoeveelheid restafval stagneert echter, en de laatste jaren blijft dit hangen op ca. 87 kg per inwoner per jaar. Daarnaast is er een sterke vervuiling van het PMD binnen de gemeente en komen ook in het GFT en oud papier stoorstoffen voor.

De komende jaren zijn aanvullende maatregelen nodig om tot een vermindering van het restafval en een kwaliteitsverbetering van onze grondstofstromen te komen. Om dit te bereiken wordt er in 2024 een Grondstoffenplan opgesteld. Verder zijn er in de gemeente al een aantal stichtingen, organisaties en andere initiatieven die zich inzetten om inwoners te helpen om meer circulair te leven. Zo zijn er bijvoorbeeld 2 kringloopwinkels, 2 repaircafe’s, deelfietsen, boerderijwinkels met lokale producten, kledingreparateurs, fietsenmakers, een voedselbos, mini-biebs en deelkasten. Er zijn al initiatieven in Losser die bijdragen aan de circulaire transitie. Toch zijn er nog veel kansen om samen met partners en inwoners circulariteit nog beter op de kaart te zetten. Kansen Er zijn diverse projecten die opgezet kunnen worden binnen de gemeente die inwoners kunnen stimuleren om duurzamer om te gaan met grondstoffen. Hieronder worden een aantal voorbeelden genoemd die kunnen zorgen voor afvalvermindering, maar daarnaast ook verbinding tussen 16

Milieu Centraal https://www.milieucentraal.nl/bewust-winkelen/uitgelichte-producten/luiers/

25

inwoners stimuleert en eenzaamheid tegengaat. Een deel van deze voorbeeldprojecten zijn al in (kleine mate in) uitvoering binnen de gemeente. Moestuin en voedselbos Het opstarten van een voedselbos of moestuin kan op diverse manieren positief zijn voor de gemeente en haar inwoners. 1. Door lokaal voedsel te produceren worden kringlopen klein gehouden, en worden transportkosten van voedingsmiddelen verminderd. Dit vermindert de ecologische voetafdruk. 2. Door samen voedsel te telen kan er meer betrokkenheid ontstaan binnen de gemeente. Het project kan gezien worden als een sociaal programma. Mensen kunnen werkervaring opdoen en een deel van de opbrengst kan worden gebruikt door de voedselbank of door een project als Eetmee. Inwoners kunnen dan voor een dorpskern elke maand een maaltijd maken die gezamenlijk kan worden genoten. Op deze manier kunnen bijvoorbeeld ouderen hun netwerk vergroten en een gezonde maaltijd nuttigen. 3. Ook kan er voor gekozen worden om moestuinen ter beschikking te stellen aan de basisscholen binnen de gemeente. Moestuinen en voedselbossen bieden kansen voor educatie en bewustwording over duurzaamheid, voedselproductie en de waarde van lokale ecosystemen. Dit kan leiden tot een groter begrip en respect voor het milieu. 4.

Voedselbossen en moestuinen kunnen bijdragen aan het behoud van biodiversiteit door een gevarieerde mix van bomen, struiken en andere planten te bevorderen. Dit helpt bij het behouden van gezonde ecosystemen. Door een verscheidenheid aan gewassen te kweken, wordt de afhankelijkheid van specifieke monoculturen verminderd. Monoculturen leiden vaak tot een grotere behoefte aan kunstmest en pesticiden, terwijl diversiteit natuurlijke plaagbestrijding en bodemgezondheid bevordert. 5. Door voedsel op lokaal niveau te produceren, worden gemeenschappen minder afhankelijk van externe voedingsbronnen. Dit vergroot veerkracht. Repaircafé Het opstarten van een repaircafé voor zowel gebruiksgoederen als voor textiel. Door het repareren van goederen belanden er minder spullen op de afvalhoop, en kopen minder mensen nieuwe spullen. Hierdoor worden er minder grondstoffen verspilt. Voor textiel kan er ook nog gekozen worden voor het geven van een (naai-)café waar mensen geholpen worden om eigen kleding op te knappen of te upcyclen, zodat het een tweede leven krijgt. Ook kan een deel van deze kleiding verkocht worden via de kringloopwinkel of het (naai)café. Speelgoedbank Vaak hebben gezinnen veel speelgoed dat niet of nauwelijks meer wordt gebruikt. Een uitgelezen kans om een speelgoedbank op te starten. Dit geeft gezinnen de mogelijkheid om regelmatig speelgoed met elkaar uit te wisselen.

Dit komt de ontwikkeling van kinderen ten goede en voorkomt dat speelgoed wordt weggegooid terwijl het nog steeds goed is om mee te spelen. Ook zou het een optie kunnen zijn om de speelgoedbank toegankelijk te maken voor gezinnen met een laag inkomen zodat ook deze kinderen mee kunnen doen en zich beter kunnen ontwikkelen. Voedselkasten Een ander initiatief dat opgestart kan worden zijn voedselkasten. Op diverse plekken binnen de gemeente zouden voedselkastjes geplaatst kunnen worden. Hier kunnen inwoners hun overgebleven voeding en houdbare producten met anderen delen, in plaats van weggooien. Zo kan voedselverspilling voorkomen worden. Ook apps als Too good to go, Sharednd en Thuisgekookt kunnen voedselverspilling tegengaan en een toevoeging zijn op de voedselkasten. 26

Kringloopbedrijven Een andere manier om afval te voorkomen is door producten een tweede leven te geven door ze naar de kringloop te brengen. In de gemeente Losser zijn al een aantal kringloopwinkels aanwezig. Kringloopwinkels nemen gebruikte goederen in, zoals kleding, meubels, elektronica en boeken, en bieden deze te koop aan. Door herbruikbare items een tweede leven te geven, verminderen kringloopwinkels de behoefte aan nieuwe productie. Dit bevordert de levensduur van producten en vermindert de hoeveelheid afval die anders naar stortplaatsen zou gaan. Ze fungeren als belangrijke schakels in het streven naar een meer duurzame en circulaire consumptie. Momenteel gaan er nog goede spullen naar het afvalbrengpunt in Losser. Losser gaat in gesprek met kringloopwinkels (en repaircafe’s) over de plannen die de gemeente heeft voor het afvalbrengpunt en verkennen of er een samenwerking mogelijk is. Zo kan er samen gekeken worden of meer spullen een nieuw leven kunnen krijgen en verspilling van goede materialen voorkomen kan worden. Kortingspasjes Bij het uitvoeren van diverse projecten van de gemeente of inwoners en ondernemers, komen ook kansen voorbij voor gezinnen die weinig inkomen hebben. Bijvoorbeeld het afgeven van kortingspasjes door de gemeente Losser voor circulaire diensten of producten.

Hierdoor kunnen minder bedeelde inwoners tegen een gereduceerd tarief toch gebruik maken van circulaire mogelijkheden. Aandachtspunten Betere scheiding Er wordt nog veel grof huishoudelijk afval naar het afvalbrengpunt gebracht. Het regionaal beleid richt zich op een betere scheiding van grof huishoudelijk afval in stromen die hergebruikt kunnen worden. Dit is onderdeel van het nieuwe regionale koersdocument Afvalloos Twente. Losser werkt dit uit in een Grondstoffenplan (2024), en gaat hergebruik stimuleren door de samenwerking met de kringloopbedrijven en de repaircafe’s te intensiveren. Gedragsverandering Daarnaast is gedrag, kennis en bewustwording een groot onderdeel van de circulaire transitie. Niet iedereen is op de hoogte van de principes van de circulaire economie en de voordelen ervan. Een gebrek aan kennis en bewustwording kan de acceptatie en implementatie van circulaire praktijken belemmeren. Vaak is er in de belevingssfeer van inwoners al wel aandacht voor de laatste treden van de R-ladder: hoe ga ik om met afval? Wat moet ik scheiden, en in welke bak moet wat? Terwijl wanneer de aandacht van inwoners bij stappen bovenaan de R-ladder ligt, heeft dit meer effect. Heb ik dit wel echt nodig, of kan de oude nog wel langer mee? Kan ik dit nog repareren of iemand anders er blij mee maken? Kan het repaircafe er nog iets mee? Vooral die laatste vragen zijn van belang.

We zien dat het gebruik van repaircafe’s en kringloopwinkels nog intensiever kan. Dit kan komen doordat: - Er in de samenleving een nadruk ligt op consumeren, waarbij het kopen van nieuwe producten wordt gezien als een teken van welvaart en succes. - Er onbekendheid is over het bestaan en de voordelen. - Mensen snel en gemakkelijk producten willen afschaffen. - Er een stigma heerst dat tweedehands producten van lagere kwaliteit zijn. Wat de circulaire transitie lastig maakt is dat mensen vaak gewend zijn aan bepaalde manieren van handelen en consumeren. Het doorbreken van deze gewoontepatronen en het adopteren van nieuwe, meer circulaire gewoonten kan een uitdaging zijn. Het is van belang om gelijk te werken aan kennisdeling en bewustwording, omdat gedagsverandering vaak moeizaam is en lang duurt. 27

Doelstellingen Bovenstaande visie, kansen en aandachtspunten leiden tot de onderstaande doelstellingen die de gemeente Losser wil behalen. Het belangrijkste streven daarbij is het vergoten van kennis, het bijbrengen van de noodzaak van circulaire economie en hoe inwoners hieraan een bijdrage kunnen leveren. 1. Maximaal 50 kg restafval per persoon per jaar in 2030. 2. In 2030 gebruikt 10% van de (nieuwe) ouders wasbare luiers. 3. In 2030 is het aandeel voedsel in restafval met 10% verminderd. 4. In 2025 heeft Losser een circulair netwerk van repaircafe’s en kringloopwinkels die onderling samenwerken. 5. In 2030 zijn er in elke kern inwonerinitiatieven die zich inzetten op het voorkomen van afval. 6. Vanaf 2026 biedt Losser alle bovenbouwklassen van Losserse basisscholen 1 reparatie workshop/les aan per jaar. 7. In 2030 heeft de gemeente Losser 75% inwoners bereikt over wat circulariteit is, waarom het belangrijk is, en hoe ze zelf een bijdrage kunnen leveren.

28

5. Borging in de organisatie Het borgen van een beleidsstuk over circulaire economie binnen een gemeente is een belangrijk proces om ervoor te zorgen dat het beleid daadwerkelijk wordt geïmplementeerd en langdurige impact heeft. Dit doet de gemeente Losser op meerdere manieren. Binnen de gemeente werkt men opgavegericht. Daarbij wordt team overstijgend gewerkt aan maatschappelijke vraagstukken en worden doelen gerealiseerd met en voor inwoners, ondernemers en organisaties. Zo ontstaat er samenhang tussen thema’s, zodat Losser de juiste dingen in en voor de samenleving op het juiste moment mogelijk maakt. Circulaire economie is een thema dat ook domein overstijgend is. Daarom komt circulaire economie structureel terug bij overlegstructuren die om het opgavegericht werken heen zijn gebouwd. Daarnaast doet de gemeente Losser aan integraal programmeren door middel van het MIP2.0 (Meerjarig Investering Plan). Dit is een instrument waarbij toekomstige ruimtelijke projecten worden weggezet in de tijd, met daarbij een overzicht van de financiën. Tijdens het MIP proces wordt vaak de scope bepaald van projecten. Hierdoor is dit de uitgelezen kans om circulaire economie ook daar te laten landen. Bovendien hebben de invalshoeken, die de basis vormen van dit beleidsstuk, vaak haakjes binnen één of twee ambtelijke teams van de organisatie.

Omdat er van elk team ambtenaren betrokken zijn geweest bij het opstellen van dit beleidsdocument, is er altijd iemand op de hoogte van het beleid en de doelstellingen die hierin zijn opgenomen. Zij zullen daarnaast ambassadeurs/kennis-experts zijn binnen verschillende teams, en kunnen ervoor zorgen dat het gaat leven. De verwachting is dat bovenstaande borging voldoende is om de circulaire transitie te starten.

29

Bijlage 1: afkortingen In deze bijlage zijn afkortingen en hun betekenis vinden.

CE

Circulaire economie

GSA

Grondstof Stromen Analyse

(D)GWW

(Duurzaam) Grond- Weg- en Waterbouw

MIP

Meerjaren Investering Plan

MVOI

Maartschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen

PPLG

Het Provinciaal Programma Landelijk Gebied

RTA

Regionale Transitie Agenda

TCO

Total Cost of Ownership

UPV

Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid

VANG

Het rijksbrede programma Van Afval naar Grondstof

Wmo

Wet maatschappelijke ondersteuning

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=b719ceb6-b41c-4f11-ab20-dee144316442