CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen Voorjaarsnota 2023.pdf

Oordeelsvormende vergadering 4 juli 2023, gemeente LosserBij agendapunt: Voorjaarsnota 20239.819 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Technische vragen – Voorjaarsnota 2023 CDA 1, Woningbouw / onderhoud gebouwen / culturele gebouwen Wat is de stand van zaken met betrekking tot de ontwikkelingen van woningbouwlocaties De Muchte, vml. Martinusschool, het Keizershofje en het terrein rondom de vml. Martinuskerk? Antwoord: Locatie De Muchte

Voormalige Martinusschool

Keizershofje

Martinuskerk

Stand van zaken Deze week passeert de laatste grondtransactie en is gemeente Losser ook eigenaar van de resterende ondergrond van het plangebied. Het bouwplan voor het appartementencomplex 16 huurwoningen van Domijn is in wording. Binnen afzienbare tijd wordt de aanvraag omgevingsvergunning bouwen door Domijn ingediend. Voornemen start bouw is oktober 2023.Bouw- en woonrijp VO en DO en integrale planning is in de maak en wordt de komende weken afgerond. Medio augustus 2023 starten we met uitvraag voor de planontwikkeling voor de resterende 12 woningen. Bouw start nadat complex Domijn tweede helft 2024 is afgerond. Daarna volgt ook de integrale ontwikkeling van de omliggende openbare ruimte. Als voortvloeisel van het zogeheten Didam-arrest moet de gemeente de aanbesteding van de bouw van 7 woningen openbaar bekend maken en ontwikkelende partijen gelegenheid geven om een bieding te doen. Dit aanbestedingstraject start in juli 2023. Vanwege de forse stijging van de bouwkosten en van de rente heeft de ontwikkelende partij een pas op de plaats gemaakt. De ontwikkelende partij verwacht een normalisatie van de markt en heeft op basis daarvan de intentie om begin 2024 te starten met de bouw. Gemeente is met de ontwikkelaar in gesprek over de exploitatieovereenkomst die gesloten moet worden. Het gesprek met de ontwikkelaar bevindt zich in een afrondend stadium.

Nadat overeenkomst in concept gereed is kan plan voor besluitvorming aan het college worden aangeboden.

CDA 2, Wat is de stand van zaken met betrekking tot woningbouw in Beuningen, lees achter het Sterrebos en het terrein van de Edwina van Heekstichting? Antwoord: Locatie Sterrebos

Stand van zaken De omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen is begin april 2023 verleend en inmiddels onherroepelijk. Ook is een omgevingsvergunning voor het kappen van meerdere bomen verleend eind mei 2023. Op deze vergunning kan momenteel nog bezwaar

2

Terrein Edwina van Heekstichting (Erve Haboer en Erve Slinge)

worden ingediend. De daadwerkelijke bouw van de woningen is om deze reden nog niet gestart. De verwachting is dat na de zomervakantie het ontwerpbestemmingsplan voor deze ontwikkeling ter inzage gelegd kan worden.

CDA 3, Wat is de stand van zaken met betrekking tot woningbouw in De Lutte Noord? Antwoord: Locatie De Lutte Noord

Stand van zaken De omwonenden zijn in juni 2023 op een infoavond gevraagd om wensen en eventuele bedenkingen naar voren te brengen. Domijn heeft opdracht gegeven voor het vervaardigen van een plan voor levensloopbestendige en starterswoningen. We verwachten in september 2023 het gesprek met de omwonenden voort te kunnen zetten op basis van een uitvoerbare planopzet.

CDA 4, Hoeveel medewerkers werken op de afdeling bouwzaken/ wonen? En wat is de latente behoefte? Antwoord: De capaciteit voor Wabo-taken staan genoemd in ons VTH Uitvoeringsprogramma 2023 (Hoofdstuk 11). Omdat het meeste werk binnen de Wabo vraag gestuurd is, is er ook een flexible schil boven op de vaste formatie. Deze is wisselend naar gelang de vraag. CDA 5, Er wordt aangegeven dat het meerjarenonderhoud van de gebouwen de komende jaren fors omhoog gaat. Er zijn er een groot aantal acute problemen; op welke gebouwen ziet dit toe? Antwoord: In “Bijlage B: Meerjaren Planmatigonderhoud (MOP)_2023-2032” (corsa 23.0015360) behorende bij het collegevoorstel en raadsinformatiebrief zijn de kosten voor onderhoud uitgesplitst naar gebouw en jaargang. Acute problemen richten zich qua hoogste kosten met name op vervangen van een aantal daken waaronder die van het zwembad, vervangen van vloeren van werkplaats en gedeelte kantoren gemeentewerf, verouderd sanitair gymzalen en meer. CDA 6, In het verleden is een kerkenvisie opgesteld. Op welke wijze wordt uitvoering gegeven aan deze visie?

2

3

Antwoord: De kerkenvisie bevat een aantal aanbevelingen voor de kerkeigenaren en de gemeente, die deels verbonden zijn met ambities uit de Omgevingsvisie. De aanbevelingen voor de gemeente zijn uitgevoerd of worden de komende periode nader uitgevoerd bij de uitwerking van de Omgevingsvisie. Een voorbeeld is de herinrichting van parochiepark De Drie Bogen in Losser, naast de H. Maria Geboortekerk. Met het oog op klimaatdoelstellingen wordt het schone hemelwater dat van het kerkgebouw afstroomt, van het gemengde rioolstelsel afgekoppeld en (naar behoefte) afgevoerd naar een klimaat adaptieve tuin in het park. Het plan maakt deel uit van de Erfgoed Deal die Losser heeft gekregen voor het project Beken & Bleken van Losser. Een ander voorbeeld is dat de gemeente Losser meer nadruk wil leggen op de bescherming van cultuurhistorisch erfgoed. Zo wil de gemeente voor karakteristieke panden bijvoorbeeld een beschermende regeling opstellen in het Omgevingsplan. Daarnaast is er in de voorjaarsnota structureel extra formatie aangevraagd voor een beleidsadviseur erfgoed. Deze beleidsadviseur zal samen met de beleidsmedewerker cultuur verdere uitwerking geven aan de kerkenvisie, maar ook een visie- en beleidsplan opstellen over het erfgoed. CDA 7, De gemeenteraad heeft besloten om de Ambachtstraat in De Lutte door te trekken naar het Luttermolenveld.

We hebben begrepen dat dit besluit heeft geleid tot een procedure bij de Raad van State. Wat is de actuele status? Is er al een planning bekend wanneer men zou kunnen beginnen? Antwoord: Er is inderdaad beroep ingesteld tegen het besluit bij de Raad van State. Er is helaas nog geen datum voor de zitting bij de Raad van State bekend. De start van de werkzaamheden hangt samen met de uitspraak die de Raad van State doet inzake de ingediende beroepen. CDA 8, Buitengebied Door de gemeenteraad is een bedrag beschikbaar gesteld voor de problematiek in het buitengebied. In de voorjaarsnota is te lezen dat dit naar extra personeel is gegaan. Wat is hier mee gedaan en wat zijn de uitkomsten van de werkzaamheden? Antwoord: De opgave en de uitdagingen in het landelijk gebied zijn divers en veelomvattend. Uw raad heeft voor de uitvoering van de werkzaamheden een extra budget van € 200.000,-- beschikbaar gesteld voor de werkzaamheden die verband houden met de ontwikkelingen in het landelijk gebied (transitie). Dit geld zetten wij nu deels in voor inhuur van externe personele capaciteit ter ondersteuning van de ambtelijke organisatie om zo (net als de andere NOT gemeenten) voldoende robuust te zijn om te kunnen inspelen op de actualiteit van vorengenoemde ontwikkelingen en bestuurders tijdig in positie te brengen waar dat nodig/gewenst is.

Zo sluiten we aan bij de Versnellingsagenda Twente, zijn wij betrokken in het PPLG proces via de ambtelijke en bestuurlijke gebiedstafels, nemen we samen met andere gebiedspartners (waaronder de landbouw) deel in meerdere projectgroepen voor de Natura 2000 gebieden, we organiseren de

3

4

inzet van de gelden voor de groenblauwe diensten, faciliteren informatiebijeenkomsten en initiatieven vanuit de landbouw. Tevens zijn we inmiddels gestart met een onderzoek naar objectieve data binnen de landbouw om meer inzicht te krijgen in de specifieke situatie in Losser: een Landbouwinventarisatie. Met de informatie, zowel kwantitatief als kwalitatief (data worden getoetst en duiding gegeven in gesprekken met deskundigen) die hieruit voortvloeit kan nog beter geanticipeerd worden op de voorliggende opgaven. De extra ondersteuning hierin wordt geleverd door een extern bureau. De medewerkers van dit externe adviesbureau kennen ons gebied onze agrarische ondernemers kennen goed. Zij zijn in staat om (mede ook vanuit de kennis als erfcoaches) vanuit die invalshoek een waardevolle bijdrage en expertise in de ondersteuning te leveren CDA 9, Welke partijen zijn bij de PPLG betrokken, op welke wijze en wie zijn de uitvoerende partijen? Antwoord: De provincie Overijssel stelt voor een aantal taakstellende opgaven (Natuur, Water en Klimaat) een Provinciaal programma landelijk gebied op (PPLG). De provincie doet dat samen met gemeenten, waterschappen, agrarische sector, natuurbeheerders en andere belangenorganisaties. Het opstellen van het PPLG is primair een provinciale taak. Het opstellen van het PPLG vindt plaats onder regie en verantwoordelijkheid van de Provincie Overijssel.

De provincie kiest voor een gebiedsgerichte aanpak in zes deelgebieden, waarvan het deelgebied Noordoost Twente er één is. De gemeente Losser is hierin (samen met andere hiervoor genoemde partijen) zowel ambtelijk als bestuurlijk vertegenwoordigd. Ambtelijk worden onder regie van de provincie voorbereidende verkenningen gedaan en stukken voorbereid die ter bespreking worden voorgelegd aan de bestuurlijke gebiedstafel. Daar is ons college dus ook bestuurlijk vertegenwoordigd is en geven we reacties op de PPLG stukken van de provincie. Op hoofdlijnen zijn dat tot dusverre de reacties op de houtkoolschets van de provincie bij de start van het PPLG-proces, en volgens op de provinciale voorstellen van een eerste en tweede versie van het PPLG. Ons standpunt is steeds om in dit stadium gemeenschappelijk op te trekken in NOT-verband. Daarbij laten wij de regie bij de provincie en stellen ons op als kritische sparringpartner ten aanzien van de belangen voor onze inwoners en bedrijven. De provincie wijzen wij op het belang van communicatie en participatie. CDA 10, Wat is de rol van de gemeente, gemeenteraad en het college? Antwoord: De provincie Overijssel stelt voor een aantal taakstellende opgaven (Natuur, Water en Klimaat) een Provinciaal programma landelijk gebied op (PPLG).

De provincie doet dat samen met gemeenten, waterschappen, agrarische sector, natuurbeheerders en andere belangenorganisaties. Het opstellen van het PPLG is primair een provinciale taak. Het opstellen van het PPLG vindt plaats onder regie en verantwoordelijkheid van de Provincie Overijssel. 4

5

De provincie kiest voor een gebiedsgerichte aanpak in zes deelgebieden, waarvan het deelgebied Noordoost Twente er één is. De gemeente Losser is hierin (samen met andere hiervoor genoemde partijen) zowel ambtelijk als bestuurlijk vertegenwoordigd. Ambtelijk worden onder regie van de provincie voorbereidende verkenningen gedaan en stukken voorbereid die ter bespreking worden voorgelegd aan de bestuurlijke gebiedstafel. Daar is ons college dus ook bestuurlijk vertegenwoordigd is en geven we reacties op de PPLG stukken van de provincie. Op hoofdlijnen zijn dat tot dusverre de reacties op de houtkoolschets van de provincie bij de start van het PPLG-proces, en volgens op de provinciale voorstellen van een eerste en tweede versie van het PPLG. Ons standpunt is steeds om in dit stadium gemeenschappelijk op te trekken in NOT-verband. Daarbij laten wij de regie bij de provincie en stellen ons op als kritische sparringpartner ten aanzien van de belangen voor onze inwoners en bedrijven. De provincie wijzen wij op het belang van communicatie en participatie. CDA 11, Op welke wijze en wanneer vindt (cruciale) besluitvorming plaats? Antwoord: Besluitvorming vindt primair bij de provincie en het rijk plaats. Voor 1 juli 2023 levert de provincie het concept ontwerp PPLG volgens afspraak op aan het rijk.

In het najaar stelt GS het definitieve PPLG vast en legt dat ter besluitvorming voor aan PS. Vervolgens dient dat aan het rijk te worden aangeleverd die dat dan in haar eigen afwegingen voor het vervolg betrekt. CDA 12, In hoeverre is het college, in een toehorende en/of uitvoerende rol betrokken? Antwoord: Het college is door middel van vertegenwoordiging door de wethouder in de bestuurlijke gebiedstafel betrokken in het proces en levert daar de input op de stukken die worden voorgelegd door de provincie. CDA 13, Op welke wijze worden bewoners en grondeigenaren bij de PPLG betrokken? Antwoord: In dit stadium is dat (behalve bij de reguliere gesprekspartners) nog niet het geval. De provincie heeft eerder aangegeven dat de participatieparagraaf nog uitgewerkt moet worden. De gemeente heeft op voorhand aangegeven hier groot belang aan te hechten. CDA 14, Wordt de regie bij de bewoners en grondeigenaren in het gebied gelegd? Zo ja, op welke wijze en in hoeverre krijgen zij ruimte om eigen initiatief te nemen? Zo nee, waarom niet en is men voornemens om dit alsnog te realiseren? Antwoord: Hierop kunnen wij in dit stadium nog geen antwoord geven. Wij wachten de concrete voorstellen van de provincie hieromtrent af en zullen daar gepast op reageren.

5

6

CDA 15, Duurzaamheid / milieu Hoeveel gezinnen hebben gebruik gemaakt van subsidieregelingen die door de gemeente Losser beschikbaar zijn gesteld in het najaar/winter van 2022? Antwoord:

Subsidieregeling gemeente Losser (per 1-1-2023):

Aantal huishoudens dat gebruik heeft gemaakt (per 23-06-2023):

Subsidieverordening voor isolatie van eigen woningen

111

Subsidieverordening slecht geïsoleerde woningen in

85

het lagere prijssegment

CDA 16, In het verleden is een motie aangenomen om 23.000 bomen in de kerkdorpen te planten. Wat is de status hiervan? Is inzichtelijk gemaakt hoe en waar deze bomen moeten komen? Antwoord: 23.000 bomen ín de kerkdorpen is onhaalbaar. 23.000 bomen binnen de gemeente Losser zou haalbaar zijn, mits voldoende ruimte voor dit doeleinde benut wordt. In de praktijk blijkt het enorm lastig om extra bomen te planten omdat het botst met allerlei andere belangen; woningbouw, infrastructuur, kabels/leidingen, zonnepanelen etc. Vanuit de bossenstrategie worden nu enkele percelen binnen de gemeente Losser aangemerkt om extra bos te planten. Hier wordt het aantal bomen aardig uitgebreid. Hoeveel precies is niet bekend. CDA 17, Ondernemers / bedrijventerreinen Welke gronden zijn mogelijk beschikbaar voor een uitbreiding van het bedrijventerrein in Losser? Antwoord: Zoals in de raadsinformatiebrief van 9 mei jl. is aangegeven worden op dit moment de mogelijkheden van revitalisering en uitbreiding van de bedrijventerreinen onderzocht. De resultaten van dit onderzoek worden medio dit jaar aan uw raad voorgelegd. CDA 18, Kwaliteitsimpulsen Het raadsvoorstel kwaliteitsimpuls Beuningen is naar achteren gegaan qua planning; wat is hier de oorzaak van? Zijn de inwoners hiervan op de hoogte? Wat is de verdere planning voor wat betreft de kwaliteitsimpuls in Beuningen? Antwoord: volgt later

6

7

CDA 19, Sport Is bij de gemeente inzichtelijk hoeveel kinderen / jongeren er sporten? Antwoord: Specifiek voor kinderen/jongeren is dit niet inzichtelijk. Desgewenst kan een overzicht van jeugdsportleden van Losserse sportverenigingen opgesteld worden (bij de jaarlijkse aanvraag jeugdsportsubsidie geven de sportverenigingen het aantal jeugdleden door). Kinderen/jongeren die ongeorganiseerd sporten, sporten bij sportscholen/fitnesscentra of lid zijn van sportverenigingen buiten de gemeente zijn hierin dan niet meegenomen. CDA 20, Sociaal domein Onlangs is bekend geworden dat zorgaanbieder Jarabee in financiële problemen is gekomen. Welke impact heeft dit op het aanbieden van zorg voor de jongeren uit Losser? En welke financiële consequenties brengt dit met zich mee? Antwoord: We hebben vorige maand (mei) als Twentse gemeenten Jarabee financieel bijgestaan in de vorm van een voorschot, zodat zij zich kunnen richten op een herstelplan waarbij de mogelijkheid bestaat dat Jarabee zich kan ontwikkelen tot een financiële gezonde organisatie. Doordat het een voorschot betreft, wordt het voorschot verrekend met de zorgkosten van Jarabee over de maand december 2023. Om zo min mogelijk financieel risico te lopen in de tussentijd, hebben we hierover notariële afspraken met Jarabee gemaakt.

Het opstellen en uitwerken van het herstelplan heeft mogelijk nog wel financiële consequenties, maar daar is nu nog geen actueel beeld van. De financiële problemen van Jarabee hebben geen impact op het leveren van zorg aan onze inwoners. CDA 21, Wat zijn de voorgestelde maatregelen om de sociale participatie van kwetsbare groepen in Losser te bevorderen? Worden deze kosten ook opgenomen in de voorjaarsnota? Antwoord:Doordat we een brede toegang hebben waarin we integraal samenwerken met diverse partijen en aan de voorkant van de maatschappij zijn gaan zitten (bijv. bij de huisartsen en op scholen), vangen we eerder signalen op en kunnen we in een vroeg stadium de kwetsbare groepen ondersteunen, dit doen we vooral door de leefwereld te versterken, ontwikkelen voorzieningen in de wijk. Door middel van onder andere pilots achterhalen we de behoefte van de genoemde groepen en kunnen we ervaren of het lokaal van meerwaarde is (enkele voorbeelden woonstap, #huiskamer en de culturele ontmoeting bij Erve Kraesgenberg). Voor de pilots hebben we beschikbaar budget (reserve sociaal), deze is vooralsnog toereikend.

Wanneer we een pilot structureel willen maken beoordelen we of dit kosten neutraal kan (dus een verschuiving van budgetten zonder dat het meerkosten oplevert), of vragen we daar waar extra budget voor nodig is, financiële middelen aan in de VJN, Fundament doet uiteraard ook veel aan sociale participatie met hun activiteiten. In de huidige VJN kunnen jullie een financiële aanvraag terugvinden voor het bieden van een geschikte plek voor de jeugd door Fundament. Deze werkwijze betekent dus ook dat niet alle maatregelen om sociale participatie van kwetsbare groepen in Losser te bevorderen in de Voorjaarsnota worden opgenomen.

7

8

CDA 22, Hoe worden de middelen in de voorjaarsnota ingezet om de eenzaamheid onder ouderen in Losser tegen te gaan? Antwoord: Eenzame ouderen vallen onder de kwetsbare doelgroepen, zie hiervoor de beantwoording van vraag 21 CDA 23, Wat zijn de geplande initiatieven om de jeugdzorg in Losser te verbeteren en de wachtlijsten te verkorten? We zien een toename van sociale en mentale zorgen onder jongeren. Zijn deze verwachte kosten en inzet meegenomen in de voorjaarsnota? Antwoord: We blijven inzetten op de voorkant en gaan deze verder versterken. We gaan hierdoor in een zo vroeg mogelijk stadium het verschil maken. We hebben budget voor 2 FTE in de voorjaarsnota aangevraagd zodat we aan de voorkant kunnen blijven acteren. Lokaal hebben we geen wachtlijsten, hier zijn we in staat voorliggende/alternatieve ondersteuning te bieden. Regionaal loopt de Aanpak Wachttijden Jeugdhulp Twente, waarvan Marian Oosterbroek de bestuurlijk trekker is en gemeente Losser actief deelneemt in de kerngroep. Vanuit deze aanpak worden verschillende initiatieven en pilots ingezet, die ertoe moeten leiden dat de wachttijden in de jeugdzorg verkort worden, dan wel verdwijnen. De verwachte kostenstijging door toename aard en ernst zijn meegenomen in de VJN. Deze werkwijze betekent ook dat niet alle maatregelen in dit verband in de Voorjaarsnota worden opgenomen.

Soms gaat het ook om kleine aanpassingen in de inzet van budgetten of een andere uitvoering van bestaand beleid. CDA 24, Op welke manier wordt er in de voorjaarsnota rekening gehouden met de behoeften van mensen met een beperking in Losser? Antwoord: Inwoners met een beperking vallen onder de kwetsbare doelgroepen, zie de beantwoording van vraag 21 CDA 25, Welke investeringen worden er voorgesteld om de hulpverlening aan gezinnen met complexe problemen in Losser te versterken? En kunnen wij een toename verwachten? Wordt er in de voorjaarsnota aandacht besteed aan de ondersteuning van mantelzorgers in Losser en zo ja, op welke wijze? Antwoord: We zien landelijk en zo ook lokaal dat de aard en ernst van de problematiek binnen de gezinnen toeneemt, dit is versterkt door de ontwikkelingen en crisissen in de afgelopen jaren (coronacrisis, energiecrisis etc.), We blijven vol inzetten op de voorkant, hier verwachten we het verschil te kunnen maken, zie hiervoor ook de beantwoording van vraag 21 en 23. In Losser hebben we een breed aanbod aan ondersteuningsmogelijkheden voor mantelzorgers. Dit jaar gaan we opnieuw kijken of het huidige aanbod toereikend is en aansluit bij wat er nodig is. Respijtzorg heeft in het bijzonder onze aandacht. Respijtzorg krijgt een plek in de

8

9

woonzorgvisie, die dit jaar ontwikkeld wordt, en daarop vooruitlopend onderzoeken we welke pilot we alvast kunnen starten. CDA 26, Wat zijn de geplande acties om de armoede- en schuldenproblematiek in Losser aan te pakken? Antwoord: Op dit moment loopt er een onderzoek naar de bestaanszekerheid van de inwoners van Losser. In dit onderzoek wordt enerzijds het bereik en de doelgroep van de minimaregelingen in kaart gebracht. Anderzijds worden de inkomenseffecten van het landelijke en lokale beleid onderzocht. Deze beide deelonderzoeken geven vervolgens een gerichte input voor het doorrekenen van mogelijke beleidsscenario’s om -bijvoorbeeld- de armoedeval te verzachten. Naar verwachting zullen de resultaten, conclusies en aanbevelingen dit najaar door het college met de raad worden gedeeld, met indien noodzakelijk, een verzoek om additionele middelen. Op 1 mei jl. is er een pilot gestart, voor de duur van een jaar, gericht op de herziening van de schuldhulpketen in Losser. Binnen deze pilot brengen we in kaart hoe we inwoners met geldzorgen sneller en vroegtijdig kunnen ondersteunen. Dat doen we samen met onze ketenpartners, zodat we een sluitende aanpak kunnen ontwikkelen die past bij de hulpvraag van onze inwoners. Deze herziening is een vervolg op de vroegsignalering, waarin we preventief contact leggen met inwoners die mogelijk schulden opbouwen.

CDA 27, Wordt er in de voorjaarsnota specifieke aandacht besteed aan de integratie en participatie van statushouders in Losser? Zo ja, op welke manier? En welke kosten zijn hiervoor gereserveerd? Antwoord: De nieuwe Wet Inburgering heeft ertoe geleid dat we een intensieve werkwijze hebben om statushouders te laten integreren in de Losserse samenleving. Onlangs is de uitvoeringsnota inburgering vastgesteld. We gaan er vooralsnog vanuit dat de middelen die we van het Rijk ontvangen voor de inburgering toereikend zullen zijn. CDA 28, Welke maatregelen worden er voorgesteld om de toegankelijkheid van zorg- en welzijnsvoorzieningen voor alle inwoners van Losser te waarborgen? Antwoord: Inwoners die zorg- en welzijnsvoorzieningen nodig hebben kunnen hier aanspraak op blijven maken en is toegankelijk voor alle inwoners. De inzet is zo licht en dichtbij als mogelijk en zo zwaar als nodig. CDA 29, Hoe wordt er in de voorjaarsnota omgegaan met de gevolgen van de coronapandemie op het sociaal domein in Losser en welke herstelmaatregelen worden er voorgesteld? Antwoord: De gemeente Losser zet breed in op de gevolgen van corona. Zo hebben we het beleid aangaande eenzaamheid geïntensiveerd. Zo zijn er verschillende ontmoetingsvoorzieningen 9

10

gecreëerd zoals de culturele ontmoeting. Vanwege de toename van de aard en ernst van de zorgvragen zetten we waar nodig zorg in. Daarnaast proberen we zoveel mogelijk aan de voorkant te interveniëren om escalatie tegen te gaan en dure zorg te voorkomen (zie hiervoor het innovatieplan). CDA 30, Ambtelijk: Er wordt bijna € 300.000 vrij gemaakt voor datagedreven werken. Op welke wijze wordt dit budget ingezet? En in hoeverre wordt hier samen opgetrokken met de gemeente Enschede? Antwoord: Het grootste gedeelte van het budget is gereserveerd voor personele capaciteit. De data-analist zal datavragen omzetten in dataproducten (bv. rapportages en dashboards). Vooralsnog denken we aan minimaal 0,5 fte op het niveau van schaal negen. Reden voor de benodigde 0,5 fte is naast het invoeren van opgavegericht werken, ook de eerder verwoorde ambitie en de datavragen die de leerkring al binnen heeft gekregen. De coördinator is eigenaar van datagedreven werken en zorgt voor de juiste prioritering, de afstemming met Enschede en bewaakt de implementatie en borging. Onze inschatting is dat dit ook minimaal 0,5 fte betreft. Dit is de minimaal benodigde inzet we verwachten dat in de toekomst afhankelijk van de ervaringen die we opdoen de werkzaamheden kunnen toenemen tot 2 keer 1 fte.

De leerkring wordt omgezet in de data-kring, in plaats van een dag in de week zal de inzet een halve dag worden, in totaal komt dat uit op 0,67 Fte. Veder zijn (tijdelijk) gelden gereserveerd als werkbudget en externe begeleiding. (zie onderstaande tabel).

Enschede maakt op dit moment ook een grote ontwikkeling door richting een datagedreven organisatie. Door vroegtijdig aan te sluiten bij deze ontwikkeling profiteren we hier maximaal van. Denk bijvoorbeeld aan leveren van de benodigde datasets, opleidingen en trainingen op het gebied van datagedreven werken en hulp bij vraagstukken rondom veiligheid, privacy en ethiek. CDA 31, Participatie: Hoe wordt contact onderhouden met de verenigingen/ dorpsraden etc. per dorp? Antwoord: volgt later

10

11

CDA 32, Overige: Er wordt gerekend met een hogere dividendopbrengst van Twence. Waar is dit op gebaseerd? Antwoord: Verwezen wordt naar de raadsinformatie van 20 april 2023 (nummer 23.0012396). CDA 33, Er wordt voorgesteld om het middelenkader te verruimen. Dit wordt gedaan de pot onvoorzien te verkleinen, de pot co-financiering incidenteel in te richten vanuit de algemene reserve en reserve onderuitputting te verhogen. Welke voor- en nadelen heeft dit? Antwoord: • Over het verkleinen van ‘onvoorzien’: met het verkleinen van de ‘post onvoorzien’ vervalt een dekkingsmiddel dat ‘ongebruikt’ in elke begroting is opgenomen. Dat levert structureel financiële ruimte op, die alternatief kan worden ingezet. Het weerstandsvermogen van Losser is stevig genoeg om risico’s op te vangen. • Over cofinanciering: het college wil flexibiliteit inbouwen om gebruik te kunnen maken van mogelijkheden die zich aandienen om subsidies te verwerven. Om te voorkomen dat hiermee een structureel beslag op de begroting wordt gelegd, stellen we voor om het college de mogelijkheid te geven tot een bedrag van € 120.000 cofinanciering te plegen; te dekken uit de Algemene risicoreserve. Dit dient door de raad vastgelegd te worden in de Financiële verordening, die later dit jaar wordt voorgelegd.

We merken op dat het college niet voorstelt om een reserve Onderuitputting te vormen, zoals door de vragensteller wordt gesteld. CDA 34, De reserve lastenverlichting ziet toe op de afvalstoffenheffing. Dit betreft een structurele reserve mits het jaarrekeningresultaat dat toelaat. Is het ook mogelijk om hier andere lastenverlichtingen te bieden behalve de afvalstoffenheffing. Antwoord: De gemeente Losser kent de volgende belastingen: Begraafrechten, Forensenbelasting, Legesverordening, Marktgeld, Onroerende-zaakbelastingen, Afvalstoffenheffing, Rioolheffing en Toeristenbelasting. Deze heffingen hebben allen een ander karakter, evenals andere belastingplichtigen. In principe is lastenverlichting bij al deze heffingen mogelijk. Wij hebben gekozen voor een verlaging van de tarieven van de Afvalstoffenheffing, aangezien deze lastenverlichting in principe bij alle Losserse huishoudens terecht komt. Deze lastenverlichting is ook in lijn met de uitspraak van de raad in de motie “Twence’ van 15 december 2020. CDA 35, Pagina 9: welke cofinancieringsmogelijkheden zijn er op het oog? Of welke aard? Antwoord: volgt later

11

12

CDA 36, Pagina 28: Hoe wordt deze 450.000 euro besteed? Externe inhuur? Of gezamenlijk met NOT? Antwoord: Het overgrote deel van het geld is bedoeld voor inhuur van mensen die het reguliere werk uitvoeren nu onze eigen mensen de komende tijd bezig gaan met opleiding, training, testen en werken met de Omgevingswet. Samenwerking in het testen en het werken met de Omgevingswet vindt niet zozeer plaats binnen Noordoost-Twente, maar met alle Twentse gemeenten. CDA 37, Pagina 46: Wat wordt verstaan onder “extra inzet” actief intrekken van bouwvergunningen? Antwoord: Vergunningen ouder dan 1 jaar trekken we actief in. Hierin is nog een inhaalslag te maken om tot een lijst te komen die niet ouder is dan 1 jaar, vandaar de extra inzet (inhuur jurist voor de besluiten tot intrekking). CDA 38, Pagina 58: Data gedreven werken staat niet op zich zelf, hoeveel tijd vergt dit buiten de 1 FTE? Antwoord: Naast twee keer 0,5 Fte, hebben we ook capaciteit gereserveerd voor de datakring (0,66 Fte) Zie ook antwoord op vraag 30. CDA 39, Pagina 77: Hoe wordt het bosareaal vergroot? Antwoord: Dat kan op meerdere manieren: a. de gemeente kan dat zelf doen (23.000 bomen bijvoorbeeld); b. particulier initiatief kan leiden tot vergroting bosareaal; c. de provincie geeft (in overleg met de gemeente) uitvoering aan de bossenstrategie door percelen, die in haar bezit zijn, in te planten.

CDA 40, Pagina 82: Hoe wordt het gebruik van openbaar vervoer gestimuleerd? Antwoord: We proberen de stap naar het gebruik van openbaar vervoer zo klein mogelijk te maken. Haltevoorzieningen moeten op orde zijn en ook de bereikbaarheid (o.a. met de fiets). Pagina 9: Cofinanciering en ingeschatte onderuitputting BF 41, Graag uitleg over de cofinanciering; waarom is het bedrag verhoogd? Antwoord: Op dit moment is een structureel budget van € 120.000 in de begroting beschikbaar voor cofinanciering. Het college stelt zich voor dat zij de mogelijkheid krijgt om, zonder betrokkenheid van de raad vooraf, tot een bedrag van maximaal € 120.000 cofinanciering te plegen. Te

12

13

dekken uit de Algemene risicoreserve. Dit is aan de orde als zich kansen aandienen om, in het belang van de Losserse gemeenschap, extra externe subsidies te verwerven. Een verhoging van ‘het bedrag’, zoals in de vraag wordt gesteld, is niet aan de orde. Voor zover de € 100.000 (zoals genoemd in de Financiële verordening) wordt bedoeld die in vraag 42 is genoemd, wordt verwezen naar het antwoord op bedoelde vraag. BF 42, Hoe verhoudt zich het bedrag van €120.000 tot het mandaat (financiële verordening) van €100.000? Antwoord: We gaan ervan uit dat met de vraag wordt gedoeld op het bedrag van € 100.000 uit artikel 5 lid 4 van de Financiële verordening 2018. Met genoemde bepaling wordt het college opgedragen om de raad te informeren als een uitgavenbudget wordt overschreden (een inkomstenpost wordt onderschreden) met € 100.000 of meer. In tegenstelling tot wat in de vraag staat, is geen sprake van ‘een mandaat’. Wel is het zo dat het college de raad bij cofinanciering van € 100.000 of meer tussentijds dient te informeren, als hier geen dekking voor is. In de jaarrekening leggen wij vanzelfsprekend altijd verantwoording af.

BF 43, In de programmabegroting voor 2023 lijkt er geen cofinanciering begroot te zijn; op basis van welke grondslag is de cofinanciering en het daarmee samenhangende mandaat tot stand gekomen? Antwoord: De raad heeft op 10 november 2015, bij de begrotingsbehandeling 2016, het college verzocht om een structureel cofinancieringsbudget van € 100.000 (prijspeil 2016) op te nemen. Hier is gehoor aan gegeven. Wat betreft het college ligt aan dit bedrag geen onderbouwing/gedetailleerde inschatting ten grondslag. BF 44, Onderuitputting is verruimd; de raad heeft eerder besloten tot het opnemen van een bedrag tot €100.000 aan onderuitputting. Komen dergelijke constructies ook voor bij andere gemeenten? Wanneer is deze afspraak gemaakt en waar is deze afspraak vastgelegd? Antwoord: Idealiter worden kredieten geraamd en vindt de uitvoering in overeenstemming met de planning plaats. Het college heeft in de Voorjaarsnota aangegeven dat het in deze tijd niet vanzelfsprekend is dat dit bijvoorbeeld projecten ook het geval is. Met het opnemen van een post ‘onderuitputting’ wordt hier in financiële zin enigszins op geanticipeerd. Aangezien het om incidentele voordelen gaat (de kapitaallasten zullen vroeg of laat toch komen), zijn deze eveneens als incidenteel voordeel in het middelenkader verwerkt. Ook andere gemeenten hebben met deze ‘uitdaging’ te maken.

Gemeenten hebben verschillende manieren om hiermee om te gaan. Desgewenst kunnen we hier in een later stadium met elkaar over van gedachten wisselen. Het college kiest ervoor om op voorhand in ieder geval in beperkte mate te anticiperen op de waarschijnlijke financiële voordelen in de jaarrekening, als gevolg van onderuitputting. 13

14

BF 45, pagina 13 Ervaringsdeskundigen Wat is de rol ervaringsdeskundigen in het programma inwonersparticipatie? Antwoord: volgt later BF 46, De inzet van ervaringsdeskundigen juichen we toe, maar missen focus. Wordt er specifieke ervaringsdeskundigheid ingezet op specifieke beleidsterreinen? Bijvoorbeeld apart iemand voor armoede, verslaving, mantelzorgbeleid, openbare ruimte indeling etc. Antwoord: volgt later BF 47, Wanneer kunnen we de inclusieagenda verwachten? Antwoord: In de raadsinformatiebrief van 18 april jl. (corsanr 23.0012050) hebben we aangegeven dat, vanwege de brede aanpak en het betrekken van de verschillende doelgroepen, we de tijd nemen om tot een breed gedragen inclusieagenda te komen. We verwachten de inclusieagenda in het eerste half jaar 2024 op te leveren. pagina 15: Integrale aanpak preventie middelengebruik BF 48, “We stellen een integraal preventie- en handhavingsplan middelengebruik op. Hierbij betrekken we naast alcoholgebruik, ook het drugsgebruik (inclusief lachgas).” Wanneer kunnen we dit plan verwachten? Antwoord: Plan is een integraal preventie- en handhavingsplan voor het zomerreces 2024 ter vaststelling voor te leggen aan de raad. Pagina 17: Kosten jeugdzorg Wij hebben begrepen dat het “open house” aanbestedingstraject is begonnen.

BF 49, Wat is precies de stand van zaken? Is er nog sprake van “open house” aanbesteding? Zo niet, voor welke vorm van aanbesteden wordt dan wel gekozen? Antwoord: We zijn regionaal aan het onderzoeken hoe we de inkoopstrategie vorm gaan geven. Regionaal is het uitgangspunt geen open house mits. En die mits heeft te maken met het feit dat we per product voldoende gekwalificeerde aanbieders willen hebben om de vragen te kunnen bedienen. Losser heeft de voorkeur om een overzichtelijk zorglandschap te creëren, maar wel voldoende groot zodat onze inwoners voldoende keuze hebben om te kiezen welke aanbieder het beste bij hun behoefte past. Hierbij gaan we uit vanuit de visie zo licht en dichtbij als mogelijk en zo zwaar als nodig, zodat iedereen de ondersteuning/indicatie ontvangt die hij of zij echt nodig heeft. Het uitgangspunt bij de aanbesteding is de door de raad vastgestelde 14

15

regiovisie. De regionale besluitvorming over de inkoopstrategie zal plaatsvinden in de tweede helft van 2023. BF 50, pagina 18 Leerlingenvervoer Hoe zit het met knelpunt leerlingenvervoer wat afgelopen jaar slecht liep door personeelsgebrek en waardoor leerlingen vaak laat en zelfs soms niets werden opgehaald? Antwoord: We hebben de raad hierover geïnformeerd d.d. 15 december 2022 middels een raadsinformatiebrief (documentnummer 22.0032246). We hebben het knelpunt m.b.t. het leerlingenvervoer als gemeente zijnde zeer serieus genomen. We zijn zodoende met onze vervoerder Brookhuis sinds oktober 2022 twee wekelijks in gesprek geweest om de knelpunten in het vervoer te bespreken en hierbij te denken in mogelijkheden. Onze vervoerder Brookhuis heeft hierin actief deelgenomen en ideeën voorgedragen en hier uitvoering aan gegeven. Hierbij hebben we het leerlingenvervoer voorrang gegeven t.o.v. de Regiotaxi en het vervoer naar zorgaanbieders tijdens de spitstijden. Er zijn vervolgens meerdere acties uitgevoerd, onder andere gewijzigde aanrijd- en ophaaltijden in overleg met zowel zorgaanbieders als met scholen. Ook is er in bepaalde situaties op individueel niveau gekeken naar mogelijkheden en oplossingen. We hebben opgemerkt dat het aantal klachten is afgenomen, maar er is helaas nog steeds een te kort aan personeel en voertuigen bij de vervoerders.

Dit onderwerp blijft hierdoor een vast agendapunt met onze vervoerder. BF 51, pagina 19/38 Doelgroep banenafspraak en nieuw beschut tekst VJN: ”...plek terecht komt (en blijft werken) is het noodzakelijk dat we investeren in een goede samenwerking met lokale ondernemers en MKB-ers. Om dit te realiseren dienen we de capaciteit van de accountmanager Werk uit te breiden met 0,5 FTE.” Het is onduidelijk hoe realistisch die besparing is (accountmanager), dus graag een onderbouwing met evaluatiemomenten. Antwoord: De inzet accountmanager werk is gericht op het acquireren van lokale werkgevers (MKB) en het functioneren als sparringpartner voor werkgevers op alle elementen van ‘sociaal werkgeverschap’ teneinde meer mogelijkheden te creëren van arbeidsplaatsen voor inwoners die hier ondersteuning bij nodig hebben (denk aan LKS en beschut werk). Vraag en aanbod op de arbeidsmarkt vinden elkaar niet vanzelf als het gaat om de kwetsbare groepen. Door de extra inzet is de verwachting dat er meer inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk komen en er minder beroep gedaan wordt op de middelen vanuit de gebundelde uitkering Participatiewet. De verwachting is dat dit € 40.000,00 zal zijn, hiermee wordt de extra inzet accountmanager bekostigd. Op regionaal- en lokaal niveau worden gegevens geregistreerd, zodat er inzicht is en monitoring plaatsvindt op het totale effect.

BF 52, Er ligt over het Beschut werken sinds januari 2023 een nieuwe verordening vanuit de VNG. Wanneer komt deze verordening richting de raad? 15

16

Antwoord: Vanuit de VNG is een model re-integratieverordening beschikbaar gesteld. De modelverordening is opgesteld voor de wetswijzigingen die per 1 juli 2023 worden ingevoerd en is een concept dat ter ondersteuning gebruikt kan worden door gemeenten voor het actualiseren van de lokale verordening. Op dit moment zijn we de huidige reintegratieverordening aan het actualiseren. Hiervoor vindt ook regionale afstemming plaats. Ons streven is dat de geactualiseerde verordening eind dit jaar voorgelegd zal worden aan de gemeenteraad. Inmiddels is de uitvoeringspraktijk al wel aangepast aan bepaalde voorgeschreven wijzigingen zoals vereenvoudiging van het proces loonkostensubsidie. BF 54, Pagina 20 Tewerkstelling mensen met afscheid tot de arbeidsmarkt, maar ook voor werklozen. Is er al een banenmarkt voor deze sector geweest waarbij bedrijven zich presenteren die mensen zoeken en mensen die werk zoeken? Antwoord: Het organiseren van een banenmarkt is een taak die belegd is binnen de arbeidsmarktregio Twente, de regionale samenwerking tussen o.a. gemeenten, UWV, werkgevers en onderwijs. Vanuit die samenwerking vindt er regelmatig een banenmarktplaats waar ook inwoners uit Losser aan deelnemen. Pagina 21: Centrumplannen Glane en Beuningen BF 55, Is hier een tijdpad aan gekoppeld? Antwoord: volgt later.

BF 56, pagina 22 Buitengebied Wij hebben inmiddels een deel van het extra door de raad beschikbaar gestelde geld voor het buitengebied besteed aan inzet van extra personeel, vanwege de actuele ontwikkelingen en de omvang daarvan in het buitengebied. Met welk resultaat? Graag uitleg. Antwoord: Zie voor de beantwoording antwoord onder vraag 8. BF 57, Pagina 24 Klantreis Is of zijn er een convenant(en) met ketenpartners waarin afspraken worden gemaakt met betrekking tot het opstellen van een DPIA voor de individuele ketenpartners? Antwoord: Ketenpartners zijn soms verbonden partijen. Via de verantwoordingssystematiek binnen de bestuursvergaderingen wordt toezicht gehouden op het voldoen aan wet- en regelgeving zo ook 16

17

het uitvoeren van DPIA's. Het voldoen aan wet- en regelgeving is een algemeen uitgangspunt in de samenwerking met ketenpartners. Er zijn geen nadere afspraken/ convenanten over DPIA's. BF 58, Pagina 34 Vergroten capaciteit veiligheid Graag een overzicht wat er in 2023 en 2024 waar de extra capaciteit voor wordt ingezet. We hebben al een vraag gesteld over het wegwerken van de Bibob achterstanden, dus dat kan achterwege blijven. Antwoord: De gevraagde extra capaciteit is nodig voor de systematische uitvoering van het Integraal Veiligheidsplan (IVP). Gebleken is dat de huidige capaciteit onvoldoende is. Als gevolg van de coronacrisis, de vluchtelingenopvang en het vertrek van een adviseur veiligheid, hebben we te maken gehad met vertraging. De komende anderhalf jaar willen we daarom een inhaalslag maken. Daarnaast is de coördinatie ten aanzien van de Bibob casuïstiek belegd bij Veiligheid. Dit kost ook extra capaciteit. Bekeken gaat worden hoeveel capaciteit structureel nodig is. BF 59, Pagina 33: Onderzoek: Impact afschaffen eigen bijdrage meedoenregeling Het afschaffen van de eigen bijdrage heeft geen directe financiële gevolgen, omdat de maximale vergoeding dan niet wijzigt. Het is echter niet duidelijk of er meer inwoners gebruik gaan maken van de regeling en of de maximale eigen bijdrage nog toereikend is om optimaal gebruik te kunnen maken van de regeling.

Deze aspecten dienen nader onderzocht te worden, zodat een concreet voorstel uitgewerkt kan worden voor aanpassing van de regeling. Waarom weer een onderzoek? De armoedemonitor van 2020 geeft al een indicatief beeld waarom inwoners van onze gemeente geen gebruik maken van de regeling en hoe het beeld is van omliggende gemeenten die geen eigen bijdrage kennen op soortgelijke regelingen. Antwoord: Er is bewust voor gekozen om een (lage) eigen bijdrage te hanteren voor de Meedoenregeling. Op die manier worden inwoners gestimuleerd om daadwerkelijk gebruik te maken van de regeling. Bij een volledige vergoeding is het risico op niet gebruik groot (zagen we in het verleden), we betalen als gemeente dan bijvoorbeeld voor een sportlidmaatschap waar geen gebruik van wordt gemaakt. Een eigen bijdrage vergroot de eigen verantwoordelijkheid en daarmee ook de zelfredzaamheid van onze inwoners. De Meedoenregeling kent, naast de eigen bijdrage, een maximale hoogte. Het is verstandig om deze hoogte te onderzoeken, in tegenstelling tot enkel te focussen op de eigen bijdrage. Mogelijk kan daarmee het bereik worden vergroot voor optimaal gebruik van dit aanbod. Er vindt op dit moment een onderzoek plaats naar onze minimaregelingen (zie antwoord vraag 26). Daarin wordt ook de Meedoenregeling meegenomen.

Na opleveren van de resultaten van het onderzoek worden er één of meerdere beleidsscenario’s uitgewerkt met een begroting. Volgens de planning worden eind juli de eerste resultaten verwacht van het onderzoek, waarna afstemming met de 17

18

portefeuillehouder en/of het college plaatsvindt over het vervolg. De terugkoppeling aan de raad (met daarin eventuele voorstellen voor actualiseren van het minimabeleid) vindt plaats in het najaar. BF 60, pagina 35 Algemene opmerking “Bij sommige voorstellen is sprake van personeelsuitbreiding. In dat geval wordt, behalve de inschatting van de salariskosten, ook een vast bedrag van € 13.000 per volledig jaar, per extra medewerker geraamd. Dit bedrag is bedoeld voor de extra bedrijfsvoeringskosten in Enschede (dvo) en Losser. Denk aan onder meer aan werkplekbeheer, kosten ict-beveiliging, uitlevering en onderhoud laptop, als gevolg van de personeelsuitbreiding. In het vervolg van deze nota wordt voor de toelichting…” Wij vinden het een fors bedrag, wat is de onderbouwing hiervoor? En geldt dat voor alle ondersteuning vanuit Enschede? Antwoord: Bij een uitbreiding van het personeelsbestand nemen de bedrijfsvoeringskosten toe. Sommige kosten variëren direct met het aantal personeelsleden. Bijvoorbeeld de kosten van smartphones of licenties. Andere kosten variëren indirect. Denk aan de kosten van de salarisadministratie of van werkplekken. Een exacte berekening is niet gemakkelijk te maken, het blijft een inschatting.

Kosten die direct met de personeelsomvang variëren zijn bijvoorbeeld de kosten voor communicatie (smartphone), laptop, licenties, werkplekkosten, thuiswerkfaciliteiten, beveiliging gegevens, waarborgen privacy, opleidingen, reiskosten, bijdrage personeelsvereniging. De kosten van deze directe kosten schatten wij in op ongeveer € 8.000 / € 9.000. Daarnaast zijn er ook de meer indirect variabele kosten. Denk aan een toenemend beroep op ondersteunende diensten (bijvoorbeeld p&o) en Arbodiensten. Voor sommige direct variërende kostensoorten (denk aan kosten licenties, smartphones, laptops, Ipads) ontvangt Enschede een vaste bijdrage per personeelslid. Hier zijn in het kader van de dvo ook afspraken over gemaakt. Deze variabele kosten zijn te becijferen op ongeveer € 5.000. Het zal duidelijk zijn dat de kosten voor IT (licentiekosten, beveiliging en privacy), door de hogere eisen die worden gesteld, in de afgelopen jaren fors zijn gestegen. Daarnaast nemen deze kosten ook door prijs- en loonstijgingen toe. BF 61, Pagina 36 Inverdieneffecten preventie Het is ons onduidelijk hoe die inverdieneffecten tot stand zijn gekomen, graag onderbouwing. Antwoord: Door alle ontwikkelingen (vooral de toename aard en ernst van jeugdproblematiek) hebben we meer mankracht nodig om te kunnen blijven doen wat nodig is. Daarom hebben we in de voorjaarsnota budget voor 2 FTE aangevraagd.

We kijken bij een hulpvraag eerst naar de problematiek achter de zorgvraag. Door aan de voorkant te blijven acteren, zijn we in staat om eerder te signaleren, acties uit te zetten en of het bieden van lichte ondersteuning door de integraal consulenten en of de gezinsondersteuners zelf. Hierdoor maken we minder extra 18

19

kosten op de maatwerkvoorziening, en zetten we juist eerst in op algemeen voorliggende voorzieningen. Door de vroegtijdige inzet wordt er eveneens gewerkt aan ‘geen wachtlijst’ devies. Wanneer we deze mankracht niet hebben zetten we eerder duurdere maatwerkvoorzieningen in omdat we onszelf dan bijv. niet in kunnen zetten en zijn we meer kosten kwijt. We hebben een ruwe inschatting gemaakt van de meerkosten; het is realistisch aan te nemen dat we door deze extra inzet van 2 FTE, enkele jeugdigen uit de geïndiceerde jeugdzorg kunnen houden en bij een aantal minder intensieve zorg nodig hebben en minimaal 1 tot 2 uithuisplaatsing kunnen voorkomen, waarvan in het laatste geval de kosten zo kunnen oplopen tot ca € 150.000 per persoon per jaar. We spreken over een inverdieneffect omdat we door deze inzet minder ‘meerkosten’ hebben, de kosten verdienen zich voor een groot deel vanzelf terug. Dit beleid, en dat geldt voor het hele Sociaal Domein, is nodig om de kosten van de zorg beheersbaar te houden. BF 62, ‘Kostenverhaal/huisvesting’ pagina 42 (ad a 3e streepje) We werken aan het instrument ‘kostenverhaal’ als instrument om bij te dragen aan de geformuleerde opgaven en doelstellingen.

Wat houdt dit precies in? Hoe wordt dit vertaald? Antwoord: In de door de raad vastgestelde Nota Grondbeleid is het uitgangspunt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen waar de gemeente een faciliterende rol heeft maximaal kostenverhaal wordt toepast. Oftewel alle kosten die in alle redelijkheid aan een ontwikkeling zijn toe te rekenen worden verhaald op de ontwikkelende partij. We zijn dit als gemeente wettelijk verplicht (ook onder de Omgevingswet) en dat is ook logisch anders betalen onze inwoners immers indirect mee aan de winst die een projectontwikkelaar maakt. Naast legeskosten voor bestemmingsplanwijzigingen en vergoeding van mogelijke planschadekosten gaat het om de overige gemeentelijke apparaatskosten die van toepassing kunnen zijn zoals projectleiding, kosten voor planeconomie of kosten die worden gemaakt wanneer gronden worden overgedragen van of naar de gemeente. Deze afspraken worden vastgelegd in een zogenaamde exploitatie-overeenkomsten (anterieure overeenkomsten.) Dit proces wordt gestandaardiseerd en daarmee geoptimaliseerd. BF 63, Huub Plegt pagina 42 Voorkeursrecht (ad a 5e streepje) Kan dat ook op de grond naast Oldenhove/st. Maarten? Dit ook met het oog om de op te stellen woonzorgvisie.

19

20

Antwoord: Uiteraard kan een voorkeursrecht worden gevestigd. Of dat nodig en wenselijk is, is geen technische vraag. Wij verwijzen u naar de mogelijkheid om dit in de oordeelsvormende vergadering aan de orde te stellen. BF 64, pagina 43 Investeringen vogelbuurt Bij MIP kijken of we Steenstraat, Houtstraat, Hannekerveldweg (parkeerproblemen, ratten e.d.) naar voren kunnen schuiven. Wanneer komt het MIP in de raad, zodat we ook keuzes kunnen maken en zaken naar voren kunnen halen? Antwoord: Het MIP komt in de raad aan de orde, voordat de Programmabegroting 2024 wordt behandeld. BF 65, pagina 44 Onderzoek traverse N731 Waarin wijkt dit onderzoek af van het eerdere onderzoek naar ongelijkvloerse oversteek voor voetgangers zoals dat staat vermeld in het Goudappel rapport? Antwoord: volgt later. BF 66, Pagina 44 mobiliteitsvisie Wanneer wordt er een start gemaakt met de nieuwe inrichting van de Hoofdstraat ter hoogte van het Kulturhus? Antwoord: volgt later. BF 67, pagina 46 en 64 Inhoud: Herstel van in gebruik genomen gemeentegrond. “Herstel in gebruik genomen gemeentegrond. Deze financiële middelen worden ingezet om fysiek invulling te geven aan teruggevorderde gemeentegronden.

Dit gebeurt door middel van groenaanplant of andere fysieke maatregelen, zoals afbakeningspalen.” Welke gegevens worden hier als basis genomen en wanneer wel en wanneer niet? Antwoord: De kadastrale uitmetingsgegevens worden als basis voor de erfgrens genomen. Er wordt in nagenoeg alle gevallen een zichtbare grens aan- of teruggebracht zodat ter plaatse duidelijkheid bestaat over de locatie van de erfgrens. BF 68, pagina 46 intrekken oude bouwvergunningen “Ouder dan 1 jaar trekken we actief in. Om de achterstand hierin weg te werken zijn we hiervoor in 2021 een project gestart. Extra inzet is nodig om dit project dit jaar af te ronden.”

20

21

Geldt dit ook voor bijv. Keizershof je, bouwplan bij De Wegwijzer, Stien’n hofje, hoek Enschedesestraat (vml. Martinusschool)? Antwoord: Keizershofje is van 2021. De wegwijzer geen plan bekend. Stien’n hofje is van 2021, verkoop loopt. Enschedesetraat/Zweermanstraat, nog geen vergunning verleend. BF 69, En hoe zit het qua tijdpad met de harde bouwplannen? Antwoord: Het tijdpad is van zoveel factoren afhankelijk - buiten de invloedsfeer van de gemeente - dat hier geen eenduidig antwoord op te geven is. BF 70, Pagina 57 informatievoorziening Welke stappen zijn er inmiddels ondernomen om versneld invulling te kunnen geven aan de WOO en welke momenten zijn er geweest om de gemeenteraad hierover mee te laten praten en keuzes te kunnen maken welke onderdelen prioriteit krijgen? Antwoord: Er wordt via verschillende sporen gewerkt om de Woo in Losser eigen te maken. Om daartoe te komen is eerst een interne uitbreiding op de bestaande nulmeting Woo uitgevoerd, omdat deze vooral was ingestoken vanuit bedrijfsvoering: er bleek onvoldoende zicht op hoe de primaire processen en bestuur er voor stonden op alle aspecten van de Woo om te komen tot keuzes en prioritering. De kennis die dit oplevert leidde tot een set eerste sporen om mee aan de slag te gaan. Zij staan in het teken van framing, (nadere) inventarisatie en ketenoptimalisatie.

Op dit moment wordt daarin vooral gefocust op: 1) het realiseren van een programmaplan, 2) het optimaliseren van het Woo-proces, 3) inventarisatie van en eigenaarschap op processen, informatie en documenten, 4) aansluiting op een publicatieplatform en 5) bewustwording en kennis en kunde. Een gesprek met de raad over kaderstelling en prioritering moet nog plaatsvinden. Tot nu toe was namelijk nog onvoldoende concreet hoe de organisatie er op alle aspecten van de Woo voorstond om dat gesprek te voeren. Voor het gesprek worden reeds voorbereidende stappen gezet richting o.a. college, alsmede in het kader van het te ontwikkelen programmaplan. De gemeenteraad zal worden aangehaakt om mee te praten in het kader van bewustwording (wat betekent de Woo voor de raad) ambitie en kaderstelling (hoe bedienen we onze inwoners het beste en welke nieuwe kaders geven we daarvoor mee aan het college). BF 71, Pagina 58 datagedreven werken Welke rol/invloed heeft de gemeenteraad ten aanzien van het maken van keuzes als het gaat over de onderwerpen m.b.t datagedreven werken?

21

22

Antwoord: Net als bij andere onderwerpen heeft de raad een kade stellende- en een toezichthoudende rol. Concreet betekent dit dat het nog op te stellen databeleid (werknaam) aan de raad wordt aangeboden ter vaststelling. Data gedreven werken is ter ondersteuning/ onderbouwing van keuzes die de gemeentelijke organisatie (raad/college en ambtelijk) maakt. Door keuzes die de raad maakt heeft ze indirect invloed op de onderwerpen. Ondanks de beperkte capaciteit voor data gedreven werken gaan we ook invulling geven aan de aanbevelingen uit het gezamenlijk rekenkameronderzoek – Sturen met beleidsindicatoren – 18-05-2021. Het is echter aan de raad om hier concreet invulling aan te geven. BF 72, Pagina 66 Verduurzaming panden gemeente Losser Hier separaat inhoudelijke vragen over gesteld. Vraag met betrekking tot het proces en de complexiteit van deze investering. Is het gebruikelijk om een dergelijke investering in de Voorjaarsnota te laten behandelen door de gemeenteraad? Antwoord: Ja, de voorjaarsnota is een geëigend instrument om dergelijke kredieten op te voeren. BF 73, Is er ambtelijk en/of door het ontzorgingsprogramma maatschappelijk vastgoed advies gegeven m.b.t.

het verdere verloop van het proces van behandeling van deze investering? (in de VJN of separaat of een andere advies) Antwoord: Ja, zij hebben bijgedragen aan de inhoud van nota “Portefeuilleroutekaart verduurzamen gemeentelijk vastgoed gemeente Losser” (corsa 23.0015361). Ze willen nog helpen met het verkennen van subsidiekansen. Het is aan elke gemeente in welk tempo de doelstellingen worden behaald. BF 74, Is er een nota of een ander beleidsstuk waaruit blijkt wat ons ambitieniveau is t.a.v. verduurzaming gemeentelijk vastgoed? Antwoord: Ja, in het door de raad vastgestelde beleidsstuk ‘Losser Duurzaam 2040’ is voor wat betreft de verduurzaming van maatschappelijk en gemeentelijk vastgoed de ambitie opgenomen dat we werken aan het energieneutraal maken van de gemeentelijke organisatie in 2025. Het huidige coalitie-akkoord spreekt daarnaast het versneld verduurzamen van gemeentelijk vastgoed. Hier sluiten we op aan met het door het college vastgestelde uitvoering nota “Portefeuilleroutekaart verduurzamen gemeentelijk vastgoed gemeente Losser” (Corsa 23.0015361). BF 75, Groene leges: In het coalitieakkoord staat dat m.b.t. verduurzaming waar mogelijk vergunningsvrij maken en waar dat niet mogelijk is inzetten op 100% teruggave van leges.

22

23

Worden de leges voor zonnepanelen in veldopstelling voor eigen gebruik particulieren ook teruggegeven en hoe/wanneer kunnen we de aanvraag voor een veldopstelling voor van zonnepanelen voor eigen gebruik gemakkelijker maken? Antwoord: Ook voor zonnepanelen in veldopstellingen geldt dat middels de “Groene leges” korting wordt gegeven op de bouwleges. Indien veldopstellingen voldoen aan het bestemmingsplan, levert dit geen problemen op. Wanneer niet wordt voldaan aan de regels uit het bestemmingsplan, wordt per situatie afgewogen of kan worden meegewerkt aan een afwijking van het bestemmingsplan. Dit is echter geen vanzelfsprekendheid. De landelijke wet- en regelgeving heeft als uitgangspunt zonnepanelen op de daken van gebouwen te plaatsen. Grond- en veldopstellingen kunnen leiden tot afbreuk van de ruimtelijke kwaliteit. De aantrekkelijkheid, beleving en leefbaarheid van het landschap kan worden aangetast. Het bestemmingsplan stelt kaders dit risico tot een minimum te beperken. Voor het afwijken van het bestemmingsplan, moet de noodzaak door de aanvrager onderbouwd worden. Deze noodzaak ontbreekt als deze niet onderbouwd kan worden of als er passende alternatieven zijn. Indien de raad de wens heeft “gemakkelijker” af te wijken van het bestemmingsplan, zal hiervoor het ruimtelijke beleid moeten worden aangepast.

BF 76, Lokale democratie Gaat de cursus Lokale Democratie binnenkort weer van start? Antwoord: De griffie is voornemens om in het voorjaar van 2024 wederom een cursus “lokale democratie” aan te bieden aan geïnteresseerde inwoners. BF 77, Raadsinformatiebrief verduurzaming vastgoed gemeente Losser In de raadsinformatiebrief staat dat het doel is van de gemeente Losser om een CO2 reductie te behalen van 95% in 2030. 1. Wanneer is dat doel vastgesteld? Antwoord: In het door de raad vastgestelde beleidsstuk ‘Losser Duurzaam 2040’ is voor wat betreft de verduurzaming van maatschappelijk en gemeentelijk vastgoed de ambitie opgenomen dat we werken aan het energieneutraal maken van de gemeentelijke organisatie in 2025. Het huidige coalitie-akkoord spreekt daarnaast van het versneld verduurzamen van gemeentelijk vastgoed. Hier sluiten we op aan met het door het college vastgestelde uitvoering nota “Portefeuilleroutekaart verduurzamen gemeentelijk vastgoed gemeente Losser” (corsa 23.0015361). 2. Hoe staat de gemeente ervoor wanneer het gaat over het behalen van een CO2 reductie van 49% in 2030 (conform routekaart)?

23

24

Antwoord: Uitgangspunt van de nota zijn de verbruiken van 2021. Zonder uitvoering van de verduurzamings-maatregelen staat de gemeente nog nergens en hebben wij tot op heden een CO2 reductie van 0%. 3. Wat zijn de meerkosten t.o.v. doelstelling VNG 49% reductie ten opzichte van de ambitie van Losser om 95% CO2 reductie te behalen? Antwoord: De opgevoerde kosten leveren een besparing op de energie kosten en een reductie op CO2 van zo’n 50%. De ambitie van 95% CO2 reductie wordt behaald door onze duurzame inkoop van energie (zie pagina 20 van de nota). Natuurlijke momenten: Vanwege het lange termijnperspectief zijn natuurlijke momenten voor vastgoed van groot belang. Dit zijn de momenten waarop het gebouw, of gebouwonderdeel, zijn technische en/of economische levensduur bereikt en waarop opnieuw in het gebouw wordt geïnvesteerd. 1. Graag ontvangen wij een overzicht van de technische en/of economische levensduur. Antwoord: Wij hebben inspecties uitgevoerd naar al onze gebouwen. Dit doen wij op basis van de Rijksgebouwendienst methode BOEI. Dit is allemaal digitaal aanwezig (veel data). Daarbij worden allerhande gebouwonderdelen op basis van inspecties en theoretische levensduur opgenomen in een meerjaren onderhoudsplan (MOP) met een doorkijk van 10 jaren. Het MOP garandeert dat de technische en economische levensduur van de panden wordt verlengd en behouden. 2.

We merken op dat er niet geselecteerd is op de natuurlijke momenten. Er wordt benoemd dat we slim selecteren: “1.Investeren in gebouwen die op lange termijn tot de portefeuille behoren (kernportefeuille). 2. Selecteer gebouwen op basis van kosteneffectiviteit: Dit betekent investeren in gebouwen die in totaal veel CO2 uitstoten (effectief) en gebouwen die per m² BVO veel CO2 uitstoten (efficiënt)” Hiermee lijkt de gemeente Losser af te wijken van het advies om bij verduurzaming aan te sluiten bij de natuurlijke momenten (renovatie, planmatig onderhoud, nieuwbouw) aangezien dit criteria niet terugkomt bij “slim selecteren”; dit kan mogelijk leiden tot een kostprijsverhoging. Graag een reactie Antwoord: Wij willen graag al onze gebouwen gasvrij en energieneutraal maken door onze gebouwen ook elektrisch te verwarmen met warmtepompen en in eigen elektriciteit te voorzien d.m.v. zonnepanelen op de daken. Het snelste en beste resultaat is bij de grootste verbruikers te halen. Met het zwembad zijn we al een eind op weg met ons riothermie projec. Daarna zijn ‘t Lossers hoes en gemeentewerf logische volgende groot verbruikers om te verduurzamen. Je zou natuurlijke momenten van onderhoud in het MOP kunnen afwachten, maar je zou deze natuurlijke momenten van onderhoud ook naar voren kunnen halen om de verduurzamingsmaatregelen mogelijk te maken.

Linksom of rechtsom komen deze kosten er vroeger of later toch aan. Een belangrijke afweging om ons vastgoed versneld te willen verduurzamen zit in de hoge energiekosten die wij momenteel voor ons gasverbruik betalen.

24

25

3. Er is een scenario bijlage Vb waarin er een ander scenario is uitgewerkt (lagere energieklasse en ook lagere kosten); het betreft hier echter maar 2 gebouwen. Zijn er voor de overige gebouwen ook andere scenario’s gemaakt? Zo ja, dan ontvangen wij die graag. Zo nee, graag uitleg waarom niet? Antwoord: Nee. Deze twee scenario’s zijn opgesteld vanuit praktische overwegingen. In beide alternatieven is het isoleren van de binnenwanden van deze 2 gebouwen geschrapt omdat dat financieel en uitvoeringstechnisch niet realistisch was. Eenzelfde probleem doet zich bij de verduurzamingsmaatregelen van de overige gebouwen niet voor. 4. Er is een globaal overzicht te weten: afbeelding 6. Leeftijdscategorieën vastgoedportefeuille en aanpak op hoofdlijnen (pagina 24 sectorale routekaart); is hiervan gebruikt gemaakt zodat een keuze kan worden gemaakt m.b.t. vernieuwing, verduurzaming of aardgasvrij maken. Antwoord: Ja. Zoals in de sectorale routekaart wordt gesteld hebben wij bij de verduurzaming van gebouwen ons alleen gericht op de gebouwen met een toekomstperspectief. Deze gebouwen zijn opgenomen in de nota. 5.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=b74565da-be25-4041-81e8-ae37db26bf3a