Beantwoording technische vragen APV.docx
Tekst van het document
MEMO Gemeente Team Aan Van Kopie aan Onderwerp
: Losser : Concernstaf/S&C : Gemeenteraad : B.V. Nijholt : Burgemeester Kok, wethouder Nijhuis : Technische vragen APV
Datum: 29 november 2021
Geachte raad, In de technische bijeenkomst op 23 november 2021 over de nieuwe herziene versie van de Algemene Plaatselijke Verordening zijn enkele vragen gesteld die niet direct beantwoord konden worden. Nadien zijn er ook nog enkele vragen binnengekomen. Hierbij ontvangt u de beantwoording van deze vragen. 1. Lachgas. Vraag: Is het mogelijk om het verstrekken/verkoop van lachgas door horecaondernemers te verbieden. Antwoord: Bepalingen in de APV over het gebruik van lachgas zijn alleen mogelijk in relatie tot overlast en verstoring van de openbare orde. Dat zou ook gelden voor een eventuele bepaling over de verkoop. In het voorstel dat nu voorligt is aangesloten bij de bepaling uit de model-APV. Daarin is niet voorzien in een expliciete bepaling over de verkoop van lachgas. Verkoop van lachgas is in principe toegestaan, dus een algemeen verbod op verkoop is niet mogelijk. Ook voor het verbieden van verkoop geldt dat er een link moet zijn tussen het gebruik en de (verstoring van de) openbare orde. Vraag: Aan welke criteria moet worden voldaan om binnen onze gemeente tot een algemeen verbod te komen van het gebruik van lachgas? Of is dat helemaal niet mogelijk? Antwoord: Het zal in ieder geval aantoonbaar moeten zijn dat het gebruik van lachgas leidt tot overlast of verstoring van de openbare orde.
Daarnaast zal bij een algemeen verbod ook duidelijk moeten zijn dat er sprake is van een waterbedeffect binnen de gemeente. Tot op heden is geen van beide geconstateerd. Vraag: Hoe werkt de techniek van het aanwijzen van openbare gebieden waar lachgas verboden wordt? Is dit op basis van signalen, tijdelijk, bij evenementen, etc? Antwoord: De aanwijzing van gebieden moet proportioneel en evenredig zijn. Daarbij wordt vooral gevaren op de constateringen van politie, BOA’s en gemeentelijke toezichthouders. Nogmaals wordt benadrukt dat dit pas aan de orde als er sprake is van overlast of verstoring van de openbare orde. Dus pas als er sprake is van concrete aanwijzingen dan zal het college overgaan tot aanwijzing van gebieden. Daarbij wordt in eerste instantie gedacht aan de grote evenementen in de gemeente Losser, waardoor de aanwijzing ook in tijd kan worden beperkt.
Vraag: Zijn er cijfers bekend over het lachgas gebruik (aantallen maar ook locaties) en handel in lachgas binnen onze gemeente en zo ja welk beeld komt hieruit naar voren (omvang van het probleem) Komt lachgas bijvoorbeeld voor in het ondermijningsbeeld RIEC van onze gemeente? Antwoord: Er zijn geen concrete cijfers over gebruik en verkoop van lachgas in de gemeente bekend. 2. Drank- en horecaverordening APV Vraag: Wat is de reden dit onderwerp niet in de APV op te nemen? Antwoord: De Drank- en horecawet (thans Alcoholwet) stelt dat bij verordening een aantal onderwerpen moet of kan worden geregeld. Daarvoor kan de APV worden gebruikt, maar dat kan ook in een aparte Drank- en horecaverordening. Ook de APV heeft de status van verordening. 3. Standplaatsen Vraag: Waarom is er in de APV geen bepalingen omtrent woonwagens opgenomen? Antwoord: Er zijn diverse bepalingen in de APV die het stallen of parkeren van recreatie- en andere voertuigen of grote voertuigen op af aan de weg reguleren of verbieden. Op het plaatsen van woonwagens op andere plaatsen is de ruimtelijke regelgeving van toepassing. Dat is de reden om geen aparte bepaling over woonwagens in de APV op te nemen. 4. Tijdelijk huisverbod Vraag: Waar is het tijdelijk huisverbod geregeld. Antwoord: Het tijdelijk huisverbod is geregeld in de Wet tijdelijk huisverbod.
Daarin zijn de regels en de procedures rondom het tijdelijk huisverbod opgenomen. Een tijdelijk huisverbod kan ook als bestuurlijke (gedrags)maatregel gelden als sprake is van woonoverlast, artikel 2:77b 5. Overlast mechanische installaties Vraag: Is artikel 4.6b APV ook van toepassing voor bladblazers. Antwoord: Nee, dit artikel ziet op technische en mechanische installaties. Een bladblazer wordt niet aangemerkt als een installatie. 6. Toelichting Verordening fysieke leefomgeving Vraag: Wordt de Verordening fysieke leefomgeving straks ook voorzien van een toelichting. Antwoord: Dat is wel het uitgangspunt. 7. Kennisgeving demonstratie. Is de termijn voor het kennisgeven van een betoging (48 uur voor de demonstratie) vastgelegd in de Wet openbare manifestaties (Wom). Antwoord: De Wom legt de bevoegdheid om regels te stellen omtrent de kennisgeving en het tijdstip waarop deze moet worden gedaan neer bij de gemeenteraad. Deze termijn kan dus bij gemeentelijke verordening worden vastgelegd.
8. Opslag mest. Vraag: Op welke situaties heeft artikel 4.13 APV betrekking als het gaat om opslag van mest. Antwoord: Het is goed om vast te stellen dat het hier in ieder geval niet gaat om inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer, dus niet voor reguliere agrarische bedrijven. 9. Bestuursrechtelijke afdoening overtreding APV Vraag: Is er bekend hoeveel APV feiten bestuursrechtelijk zijn afgehandeld? Hoe vindt de afstemming met de politie plaats. En wordt dit ook met andere gemeenten afgestemd. Antwoord: Er wordt geen overzicht bijgehouden van APV-kwesties die bestuursrechtelijk worden afgedaan. Over de handhaving vindt op lokaal niveau afstemming plaats met de politie om de meest geschikte wijze van afdoening te vinden. Het gaat er uiteindelijk omdat de overtreding ongedaan wordt gemaakt. Dit zijn in principe zaken die op lokaal niveau worden afgedaan. Daarom heeft op casusniveau geen afstemming met andere gemeenten plaats, tenzij er sprake is van grensoverschrijdende effecten.