CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoorden op technische vragen dd 29 mei 2026 DEF

Raadsvergadering 30 juni 2026, gemeente LosserBij agendapunt: Beantwoording technische vragen t.b.v Glanerbrugstraat 47-494.213 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Antwoorden op technische (raads)vragen ‘Bestemmingsplan Glanerbrugstraat 47-49, Glane’ Versie: 29 mei 2026

1. Vragen n.a.v. commissievergadering 19 mei 2026 Leesbaarheid bestemmingsplan/stukken Wat aan u is voorgelegd betreft de versie van het bestemmingsplan zoals dat als ontwerp ter visie heeft gelegen. Er zijn zienswijzen op dat ontwerp ingediend. Deze zienswijzen zijn beantwoord in de nota van zienswijzen. Enkele zienswijzen geven aanleiding om uw raad te adviseren om het ontwerp bestemmingsplan hierop aan te passen. De versie van het bestemmingsplan met gele markeringen laat zien hoe het bestemmingsplan eruit ziet wanneer u akkoord gaat met de geadviseerde wijzigingen. Omdat het voor u mogelijk niet goed leesbaar is, ontvangt u een nieuwe, opgeschoonde set documenten: - Aangepaste bestemmingsplan, met markeringen van wijzigingen (wat is er gewijzigd t,a,v, het ontwerpbestemmingsplan); - Aangepaste bestemmingsplan, zonder markeringen; - Aangepaste verbeelding; - Een staat van wijzigingen Hierin staan de wijzigingen beschreven, waarvan wij u adviseren deze door te voeren in het bestemmingsplan. Deze staat moet dus in combinatie met het gemarkeerde bestemmingsplan worden gelezen. Businesscase In 2021 werd door initiatiefnemers een principeverzoek ingediend t.b.v. de ontwikkeling van een voedselbos.

Nadat wij hier een positief principestandpunt over innamen, is een traject met initiatiefnemers gestart waarin nader is afgetast wat er nodig is om tot een economisch duurzame bedrijfsvoering te komen. In dat traject is het plan verder gevormd (met combinatie aan nevenactiviteiten) tot wat het nu is (en vertaald in het nieuwe bestemmingsplan). Omdat een voedselbos wordt beschouwd als een agrarische activiteit vragen wij geen uitgebreide businesscase in de zin van een financiële verantwoording. We doen dit in deze casus niet anders dan m.b.t. andere (vergelijkbare) plannen. Afstemming waterschap Vechtstromen Het plan is afgestemd met waterschap. Dat leest u terug in paragraaf 4.4 van de plantoelichting alsook bijlage 5 bij de plantoelichting. Onderbouwing es Hoewel in de plantoelichting (Eelerwoude) is onderbouwd dat het betreffende perceel, tussen Glanerbrugstraat 37 en 39, geen es betreft, hebben we de notitie ‘bescherming essencomplex i.r.t. Glanerbrugstraat 47-49, Glane’ (27 mei 2026) toegevoegd. We hebben hierin de relevante aspecten m.b.t. de es nog eens naast elkaar gezet. Ook hebben we de informatie, die volgt uit het verrichte bodemrapport, betrokken. En is in het veld waargenomen dat er géén sprake is van es-akker.

Maatvoeringen U vraagt zich af hoe de maximale maatvoeringen van de diverse nevenactiviteiten zijn vastgelegd. Ten eerste betreft de agrarische activiteit de hoofdactiviteit. Dit houdt in dat de voedselbosactiviteiten ten alle tijden de hoofdactiviteit moeten vormen. Nevenactiviteiten kunnen binnen dit bestemmingsplan niet als hoofdactiviteit (ook niet als zelfstandige activiteit) worden geëxploiteerd. Wanneer er in de toekomst wensen ontstaan bij initiatiefnemers om een nevenactiviteit tot hoofdactiviteit te ontwikkelen, dient uw raad hieromtrent een afweging te maken, en is een expliciet besluit nodig (herziening omgevingsplan) om dit toe te staan. Voor de maatvoeringen voor de nevenactiviteiten verwijzen we in de basis naar artikel 4 van de planregels. Hierin is het volgende geregeld: Kas: Een kas met een maximale oppervlakte van 500m2. De kas kan alleen worden gerealiseerd binnen de op de verbeelding (plankaart) aangegeven aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - nevenactiviteit kwekerij'. In

artikel 4.2.1 van de planregels is zijn de overige bouwmaten geregeld: goothoogte maximaal 6m, goothoogte maximaal 12m. Voor de goot- en nokhoogte wordt aangesloten bij de algemene maatvoeringen voor bedrijfsgebouwen in het buitengebied. In praktijk zal de kas, o.a. vanwege stookkosten, geen 12 meter hoog worden. Plattelandskamers: In artikel 4.4 van de planregels is geregeld welke verblijfsrecreatie functies zijn toegestaan. Deze regeling sluit aan bij de methodiek voor (agrarische) bedrijven in het buitengebied en betreft dus algemen gangbaar beleid (binnen Losser). In 2023 verleend we al een vergunning voor plattelandskamers voor Glanebrugstraat 47-49. Aan huis verbonden beroep: Zie artikel 4.4.i. Ook dit is algemeen gangbaar beleid en voor elk (agrarisch) bedrijf in het buitengebied van Losser van mogelijk/van toepassing. (ondergeschikte) horeca: Artikel 4.4.l: Ondergeschikte horeca in de vorm van een theeschenkerij met terras: maximaal 150m2. Te denken valt aan een boerenterras. Openingstijden worden via de gemeentelijke APV (exploitatievergunning) geregeld. Er kan/mag géén zelfstandige horeca ontstaan/worden geëxploiteerd. Proeflokaal: We zijn van mening dat educatie (over voedsel) belangrijk is. Het betreft een logisch aan het voedselbos gelieerde activiteit/voorziening. Het proeflokaal is niet in oppervlakte gemaximeerd.

Bebouwing dient binnen het daarvoor bedoelde bouwvlak te worden gerealiseerd, de functie dient ondergeschikt te zijn aan de agrarische hoofdactiviteit én er mag géén sprake zijn van een zelfstandige functie. Detailhandel: Alleen verkoop van streekeigen producten is toegestaan. Het zal hier hoofdzakelijk gaan om producten die binnen het voedselbos worden gekweekt/geoogst. Ook deze functie is logisch gelieerd aan het voedselbos, dient ondergeschikt te blijven, maar is niet in oppervlakte gemaximeerd in net bestemmingsplan. Deze regeling is 1 op 1 overgenomen uit het moederplan (bestemmingsplan Buitengebied 2013).

2. Vragen Burgerforum 1. Waaruit blijkt in de planregels, verbeelding en toelichting dat de agrarische functie — voedselbos/kwekerij — de hoofdfunctie blijft, en dat recreatie, horeca, detailhandel, educatie en verblijf niet kunnen uitgroeien tot feitelijke hoofdfunctie? In de planregels is artikel 4 ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ opgenomen. Dit artikel is van toepassing op en erf aan de Glanerbrugstraat 47-49 te Glane. In de bestemmingsomschrijving (art. 4.1) wordt aangegeven dat de Agrarisch - Agrarisch bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor o.a. een grondgebonden agrarisch bedrijf in de vorm van een voedselbos. Daarbij worden een aantal nevenfuncties benoemd, waaronder de kwekerij en de plattelandskamers. De kwekerij en plattelandskamer kennen op de verbeelding een specifieke aanduiding. Enkel ter plaatse van deze aanduiding mogen de nevenactiviteiten wordt uitgevoerd. Zo ligt de aanduiding voor de plattelandskamers enkel op (een deel van) de voormalige jongveestal. De opbouw van dit artikel (en artikelen) is conform de systematiek die reeds is vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. De standaardonderdelen uit dit zogeheten moederplan zijn in onderhavig bestemmingsplan ongewijzigd overgenomen.

Figuur 1. Weergave erf (rode kader) met de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf'.

Daarnaast is in artikel 4.4, onder b een verbod opgenomen: “het gebruik van gronden en bouwwerken voor nevenactiviteiten, anders dan de in lid 4.1 toegelaten nevenactiviteiten”. Hiermee worden extra nevenactiviteiten, anders dan benoemd in 4.1 uitgesloten. Mocht het gewenst zijn om toch andere nevenactiviteiten te exploiteren, dan kan dat alleen in afwijking met een omgevingsvergunning (art. 4.5). Dit is dan wel weer een nieuw toetsingsmoment. 2. Kan het college per nevenactiviteit — voedselboswinkel, proeflokaal/theeschenkerij, terras, cursussen/educatie, rondleidingen, verwerking/proeverijen en logies/plattelandskamers — aangeven in welk artikel deze activiteit is toegestaan, of deze ondergeschikt/ondersteunend of zelfstandig is geregeld, en welke objectieve maxima daarvoor gelden? Artikel 4.1 voorziet in het toestaan van deze nevenactiviteiten. De plattelandskamers en kwekerij zijn met een specifieke aanduiding vastgelegd op de verbeelding behorende bij het

bestemmingsplan. De gronden binnen de bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ zijn daarnaast ook bedoeld voor de verwerking van (streek)eigen geproduceerde producten. Op 17 Oktober 2023 werd een omgevingsvergunning (zaaknummer 23Z01798) verleend voor de realisatie van vijf plattelandskamers in de voormalige jongveestal. Hier zijn één grote en één kleine plattelandskamer vergund. De grote plattelandskamer is onderverdeeld in vier kleine plattelandskamers waarbij de keuken en sanitair is ondergebracht in een gemeenschappelijke ruimte. De kleine plattelandskamer bestaat uit één plattelandskamer. Op basis van een afwijkingsmogelijkheid in het bestemmingsplan zijn deze vijf plattelandskamers vergund, dit betreft generiek beleid. Waar het Bestemmingsplan Buitengebied (en daaropvolgende herzieningen) en de ‘Kaders verblijfsrecreatie gemeente Losser’ enkel spreken over ‘minimaal twee kamers’ wordt met onderhavige herziening een maximum gesteld van vijf kamers. Hiermee wordt het bestemmingsplan in overeenstemming gebracht met hetgeen wat vergund is én wordt uitbreiding – zonder planologische procedure – in de toekomst beperkt. In de andere helft van de voormalige jongveestal is een verwerkingsruimte gerealiseerd. Verder voorziet artikel 4.1 ook in een proeflokaal met ondergeschikte horeca in de vorm van theeschenkerij met terras.

In artikel 4.4, specifieke gebruiksregels, is bepaald dat een theeschenkerij met een terras van meer dan 150 m2 strijdig is. Kortom, de ondergeschikte horeca is gelimiteerd tot 150 m2. Voor de overige bepalingen in artikel 4.1 is aangesloten bij de standaardelementen zoals opgenomen in het moederplan Bestemmingsplan Buitengebied en diens herzieningen. 3. Als bepaalde maxima voor oppervlakte, bezoekersaantallen, openingstijden, frequentie, terrasgebruik, horeca, cursussen, rondleidingen, logiescapaciteit of parkeerplaatsen niet in de planregels zijn opgenomen, hoe wordt dan voorkomen en gehandhaafd dat nevenactiviteiten later uitbreiden of intensiveren? De oppervlakte van de theeschenkerij is gemaximeerd op 150 m² (artikel 4.4, onder l). Daarnaast is het aantal plattelandskamers beperkt tot maximaal vijf, met een oppervlakte van 60 m² per kamer en een gezamenlijk maximum van 500 m² (artikel 4.4, onder h, sub 2). Zoals bij vraag 2 beschreven zijn deze 5 plattelandskamers al vergund en gerealiseerd in bestaande bebouwing, waarbij op de verbeelding een specifieke aanduiding is opgenomen welke ca. 180 m 2 beslaat. Daarmee zijn zowel de aantallen als de oppervlakten planologisch vastgelegd, geborgd en handhaafbaar. Op deze wijze wordt voorkomen dat de voorzieningen zonder nadere planologische afweging kunnen worden uitgebreid.

Indien uitbreiding om welke reden dan ook wenselijk wordt geacht, is daarvoor een nieuw toetsingsmoment vereist, waarbij wordt getoetst aan de dan geldende voorwaarden en de bijbehorende planologische procedure dient te worden doorlopen. Openingstijden en bezoekersaantallen worden in beginsel niet geregeld in het bestemmingsplan, maar via de APV in het kader van de horeca/exploitatievergunningvergunning. 4. Waar is het maximumaantal plattelandskamers vastgelegd, en is niet-recreatief verblijf — zoals permanente bewoning, tijdelijke bewoning, langdurige verhuur of andere huisvesting — expliciet uitgesloten? Artikel 4.4 onder h, sub voorziet in maximaal vijf plattelandskamers met een oppervlakte van 60 m2. Daarnaast is hiervoor in 2023 een omgevingsvergunning verleend. Voorwaarde hierbij is dat er sprake moet zijn van bedrijfsmatige exploitatie. Verder is een verbod opgenomen dat vrijstaande bijbehorende bouwwerken, zoals de jongveestal waar de plattelandskamers in zijn gerealiseerd, gebruikt worden voor permanente bewoning (art. 4.4 onder j). In de begripsbepaling is de definitie

van permanente bewoning opgenomen (art. 1.64): “permanente bewoning: bewoning van een ruimte als hoofdverblijf” 5. Is het proeflokaal/de theeschenkerij beperkt tot voedselbos-gerelateerde en ondergeschikte horeca, of zijn zelfstandige horeca, restaurantgebruik, zaalverhuur, feesten, partijen, bruiloften of bedrijfsbijeenkomsten mogelijk? Om te borgen dat het proeflokaal niet gebuikt gaat worden voor andere horeca, dan onderschikt aan het voedselbos, is explicit ingezet op een theeschenkerij. De definitie hiervan is ook opgenomen in de begripsbepalingen (art. 1.73): 1.73 theeschenkerij: gelegenheid om thee en koffie, met daaraan ondergeschikt andere niet-alcoholhoudende dranken en kleine versnaperingen, tegen betaling te nuttigen; 6. Is verkoop in de voedselboswinkel beperkt tot eigen, streekeigen of voedselbos-gerelateerde producten en plantgoed uit de kwekerij, of is algemene detailhandel mogelijk? Dit betreft de verkoop van (streek)eigen geproduceerde producten. In de bestemmingsomschrijving (art. 4.1 onder d) is dit explicit ook zo opgenomen. Ook hier geldt dat ‘steekeigen producten’ zijn gedefinieerd in de begripsbepalingen (art. 1.71): 1.71 streekeigen producten: producten die zijn voortgebracht op ambachtelijke wijze op agrarische bedrijven gelegen in de gemeente Losser of in naburige gemeenten; 7.

Op basis van welke concrete bronnen is de aanduiding “overige zone - essen” opgenomen, en is daarbij lokaal beoordeeld welke Es-waarden op deze locatie feitelijk nog aanwezig of herstelbaar zijn? Hiervoor zijn aparte onderzoeken gedaan door o.a. de gemeente Losser en bureau Eelerwoude. Op basis van de feitelijke kenmerken, een landschapsanalyse en een bodem- en grondwateronderzoek valt de concluderen dat de huidige aanduiding in overeenstemming is de aanwezig van essen. Het bestemmingsplan buitengebied 2013 beschermt daarmee nietaanwezige es-waarden. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied, partiële herziening Glanerbrugstraat 47-49, Glane’ voorziet in de bescherming van de wel-aanwezige es-waarden. 8. Is de begrenzing van de aanduiding “overige zone - essen” gewijzigd ten opzichte van het geldende planologische regime of onderliggende beleidskaarten? Zo ja, waarom en hoe is dat landschappelijk, cultuurhistorisch en bodemkundig onderbouwd? Zie antwoord op vraag 7. 9. Kan het college op de kaart aangeven welke delen van het plangebied worden beschouwd als open Es, Esflank, beekdalrand, erfzone, voedselbos, kwekerij, kas, parkeergebied en zone voor plattelandskamers? Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen en aanduidingen aangegeven. Op basis van de bestemmingsplansystematiek worden esflanken en beekdalranden niet apart aangegeven.

In het erfinpassingsplan is aangegeven dat parkeerplaatsen worden gerealiseerd áchter de bebouwing (voormalige voorsilo’s) en bij de kas. Dit erfinpassingsplan is bijgevoegd bij de regels van het bestemmingsplan, met een voorwaardelijke verplichting opgenomen in artikel 4.4.1.

Ook is er aanvullend parkeergelegenheid aan de privé toegangsweg voor overloopparkeren, zodat ook dan geen aanspraak gemaakt hoeft te worden op openbare parkeerplaatsen. Zie ook onder paragraaf 5.8 van de toelichting. 10. Hoe verhoudt de aanleg van een voedselbos met bomen, struiken, houtige teelten en meerdere vegetatielagen zich tot bescherming van openheid, reliëf en bodemkwaliteit binnen de Es-aanduiding? Ter plaatse van de es-aanduiding wordt lage beplanting/gewassen toegepast om de openheid te behouden. Dit is formeel ook geborgd met een aparte aanduiding: Art. 8.1 Overige zone - essen Ter plaatse van de aanduiding 'essen' dienen de karakteristieke openheid, bodemkwaliteit en reliëf van de essen en steilranden met bijbehorende beplanting te worden hersteld, behouden en ontwikkeld. De beperkingen die aan het bouwen en het gebruik van de essen zijn verbonden, zijn opgenomen in de bestemmingsregels. Daarnaast is in art. 3.4 onder a een verbod opgenomen voor het gebruik van de gronden ten behoeve van boom- en sierteelt ter plaatse van de aanduiding ‘Overige zone - essen’, met uitzondering van het bestaande gebruik. 11.

Hoe heeft het college de historische analyse meegewogen waarin staat dat het gebied historisch bouwland/grasland was, langs de beek een bosstrook kende, historisch niet als “Glane Es” werd benoemd, wel hoger gelegen bouwland kende en later is geëgaliseerd? Initiatiefnemers hebben onderbouwd, aan de hand van gebiedsanalyse, veldonderzoek en bodemonderzoek, dat het betreffende perceel onvoldoende kenmerken (meer) bevat van een es. Het college heeft deze conclusies overgenomen. In de toelichting van het bestemmingsplan is hierover een paragraaf opgenomen, waarbij de memo’s als bijlagen bij de toelichting zijn gevoegd. 12. Welke planregels borgen concreet dat grondverzet, egalisatie, ophoging, afgraving, drainage, paden, parkeerplaatsen, verharding, kas, teeltondersteunende voorzieningen en beplanting de Es- en landschapswaarden niet onevenredig aantasten? De aanduiding borgt de karakteristieke openheid, bodemkwaliteit en reliëf van de essen en steilranden met bijbehorende beplanting, waarbij ingezet moet worden op herstel, behoud en ontwikkeling. Genoemde werkzaamheden dienen ter plaatse van de aanduiding daaraan bij te dragen. 13.

Is bij de ruimtelijke onderbouwing gerekend met gelijktijdig gebruik van plattelandskamers, proeflokaal/theeschenkerij, terras, voedselboswinkel, cursussen, rondleidingen, kwekerijverkoop en verwerking/proeverijen, en welke uitgangspunten zijn daarbij gehanteerd voor bezoekersaantallen, openingstijden, parkeeraantallen, geluid, verlichting, verkeersveiligheid bij de inrit en omgevingsbelasting? Zijn deze uitgangspunten juridisch geborgd in planregels, vergunningvoorschriften of andere bindende voorwaarden? In de toelichting van het bestemmingsplan is, waar van toepassing, getoetst aan de relevante milieuaspecten, waarbij ook de voorziene nevenactiviteiten zijn betrokken. Zoals hierboven reeds aangegeven, zijn in de planregels van het bestemmingsplan maximale aantallen en oppervlakten vastgelegd. Hiermee wordt grootschaligheid voorkomen en is de ontwikkeling planologisch geborgd en handhaafbaar.

3. Vragen PvdA 14. Aangeven wordt dat middels het voorliggende bestemmingsplan is aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Wat wordt hier dan bedoeld met in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. Kan dit beargumenteerd worden? Dit ontbreekt nl in het voorstel. De plantoelichting betreft de onderbouwing hiervoor. Aangezien er geen aspecten zijn (ruimtelijk, milieutechnisch, maatschappelijk en economisch) die het plan in de weg staan, spreken van een ‘goede ruimtelijke ordening’. 15. Nu worden er meerde diverse functies toegekend aan dit huiskavel niet direct gerelateerd aan het voedselbos. Hoeveel functies zijn er vanuit ruimtelijke oogpunt aanvaardbaar voor één huiskavel en dan ook de diversiteit hierin? Als wordt gedoeld op de zogenoemde nevenfuncties, dan is dit geregeld in artikel 4 van het bestemmingsplan. Deze functies zijn gerelateerd aan het agrarisch bedrijf, in voorliggende casus in de vorm van een voedselbos(kwekerij). De agrarische hoofdfunctie (voedselbos) en de daaraan gekoppelde nevenfunctie vormen één geheel. Wij achten de beoogde nevenfuncties voorstelbaar en in sommige gevallen economisch noodzakelijk, voor een voedselbos. Daarnaast zijn de regels uit het moederplan Bestemmingsplan Buitengebied (en herzieningen) zoveel mogelijk aangehouden. 16.

Aangegeven wordt dat in een voedselbos een ecosysteem nagebootst wordt, waarin een ecologisch evenwicht ontstaat die de bodemkwaliteit verbetert en de biodiversiteit verhoogt. Waarom is niet vooraf een beplantingsplan gevraagd zodat beoordeeld kan worden of de biodiversiteit toeneemt en er een ecologisch evenwicht ontstaat? Het plan voorziet in een beplantingsplan voor het erf, dat ook als voorwaardelijke verplichting is gekoppeld aan de planregels. Dit plan richt zich op de inpassing van het zogenoemde bouwvlak. De gronden buiten het bouwvlak worden in dit plan benut ten behoeve van het kweken en telen van gewassen. Dit betreft een agrarisch grondgebruik dat binnen de nu al bestaande bestemming ‘Agrarisch’ is toegestaan. Wij vragen géén beplantingsplan hiervoor, zoals we dat in andere gevallen van agrarisch grondgebruik niet doen. 17. Uit het plan begrijp ik dat door hele voedselbos paden kunnen worden aangelegd waar burgers kunnen plukken. Is hier niet meer sprake van en belevingsbos dan en voedselbos? Wordt hierdoor de privacy van de dit omwonenden niet onevenredig zwaar aangetast ten opzichte van de situatie zoals die nu is? Vanuit planologisch is het niet relevant welke naam er aan het voedselbos wordt gegeven. Het gaat hier om het gebruik ofwel de activiteit(en). In de basis is dat gebruik agrarisch en dus passend binnen de bestemming.

De gewassen worden geplant, de vruchten worden geteeld en geplukt, ook dat zijn agrarische handelingen en zullen logischerwijs op de agrarische percelen (moeten) plaatsvinden. Qua privacy willen initiatiefnemers graag afspraken maken met omwonenden. Hiertoe zijn diverse pogingen gedaan. Omwonenden wilden echter niet tot een gezamenlijk gesprek komen (in de fase tussen ontwerpbestemmingsplan en nu). 18. Het gebruik van het huiskavel maar ook de omliggende percelen worden door alle activiteiten sterk geïntensiveerd. Is gekeken naar de verkeer aantrekkende werking en daarmee ook de geluidsbelasting op de omgeving door verkeer en alle extra activiteiten kamperen,

proeflokaal en terras inclusief eventueel rondleidingen met groepen en plukken in het voedselbos? Als hier niet naar gekeken is waarom niet? Waar wordt de veronderstelling op gebaseerd dat er sprake is van een sterke intensivering? De huidige bestemming biedt ruimte voor een zeer intensieve bedrijfsvoering (intensieve veehouderij, mestvergistingsmogelijkheden, mogelijkheden voor nevenactiviteiten op vlak van detailhandel, verblijfsrecreatie en (kleinschalige) bedrijfsactiviteiten. De beoogde nieuwe bedrijfsvoering heeft o.i. juist een positieve impact op het woon- en leefklimaat (met name gelet op gezondheid) in de omgeving. Hoewel initiatiefnemers hun bedrijf (en dus gronden) moeten kunnen blijven exploiteren, bestaat er bereidheid om hier met omwonenden afspraken over te maken. Dergelijke afspraken leggen we niet vast in een bestemmingsplan.

4. Vragen CDA 19. Wat is de huidige status van de 8 hectare ‘Voedselbos’ in Enschede? Deze 8 hectare vormen geen onderdeel van voorliggend bestemmingsplan en daarmee is de status ervan niet relevant. De aanduiding van deze gronden is ‘agrarisch’, op basis van het omgevingsplan van gemeente Enschede. 20. Is een vergelijkbaar initiatief elders in de gemeente Losser mogelijk? Wat betekent dit voor het voedselbos aan de Denekamperstraat 2 en 4 in De Lutte, de Enschedesestraat en eventuele toekomstige projecten? Op agrarisch aangeduide gronden is een voedselbos als agrarische activiteit in beginsel toegestaan. Voor het bouwen en gebruiken van bebouwing t.b.v. een voedselbos, dient sprake te zijn van een ‘agrarisch’ bouwvlak. Aan Denekamperstraat 2/4 is een vergunning verleend ten behoeve van een kleinschalig voedselbos. In de casus aan de Enschedesestraat gaat het niet om een voedselbos. 21. Wat zijn de consequenties als wij tegen het raadsvoorstel stemmen of het voorstel amenderen? Blijft het voedselbos dan bestaan in de huidige, feitelijk waarneembare vorm? En is het aan de raad om te bepalen of es 1 op de huidige locatie blijft of op de voorgestelde nieuwe locatie komt te liggen? Het voorgelegd bestemmingsplan biedt de ontwikkelruimte dat het bedrijf nodig heeft om tot een duurzame en haalbare exploitatie te komen.

Wanneer het bestemmingsplan niet wordt vastgesteld, blijft de huidige bestemming ‘intensieve veehouderij’ overeind en kunnen ter plekke mogelijk weer dieren worden gehouden. Dit is gelet op de ligging van het bedrijf (ten opzichte van natuurwaarden, de Glanerbeek en de in de omgeving veelvuldig aanwezige geurgevoelige objecten (met name woningen). Het is aan de raad om een besluit te nemen over dit bestemmingsplan en dus ook over de voorgestelde herbegrenzing van de es. 22. Voldoet het participatieproces aan de eisen van de Omgevingswet die in 2024 in werking is getreden? Ten eerste, dit bestemmingsplan is gebaseerd op, en wordt doorlopen op basis van de voormalige wetgeving. En dus niet op basis van de Omgevingswet. Bovendien is burgerparticipatie vormvrij. Initiatiefnemer heeft aangetoond dat er participatie heeft plaatsgevonden, ook al vinden de indieners van zienswijzen dat dit niet naar hun tevredenheid is gebeurd. In de fase tussen het ontwerpbestemmingsplan en nu, heeft initiatiefnemer (samen met gemeente) diverse pogingen gedaan om met 2 van de omwonenden (tegelijkertijd) in gesprek te gaan. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een gesprek met één van de omwonenden, de andere wilde niet (meer) in gesprek. Het gesprek ging over de nadere uitwerking van het voedselbos. De initiatiefnemers hebben daarbij aangegeven rekening te willen houden met de belangen van de omwonenden.

Hiertoe zijn vervolggesprekken noodzakelijk en moet er gewerkt worden aan wederzijds vertrouwen. 23. In welke mate wordt van ons verwacht dat wij het coulisselandschap beschermen? Van u wordt verwacht consistent beleid te voeren. In het bestemmingsplan Buitengebied 2013 (alsook in andere beleidsdocumenten) wordt het coulissenlandschap als waardevol beschouwd. Voor de essen geldt dat in hetzelfde bestemmingsplan Buitengebied 2013 bepaald is dat het open karakter ervan beschermd moet worden door aanplant van hoge gewassen te verbieden. Percelen

die geen es-kenmerken en -kwaliteiten bevatten, zoals onderhavig perceel van initiatiefnemers, worden niet beperkt in hun agrarische exploitatie. 24. Bij het vervallen van de aanduiding ‘Intensieve landbouw’: Gaat het om het volledig beëindigen van het houden van dieren, of vervalt uitsluitend de varkensstal? Wat betekent dit voor de milieutoestemming? Hiermee vervalt de totale aanduiding en kan ter plekke dus géén intensieve veehouderij meer worden geëxploiteerd. 25. De gebouwen krijgen mogelijk een andere functie. Wat betekent dit voor de bestaande stikstofvergunning? In paragraaf 5.4 van de plantoelichting is hierop ingegaan. Voor elke nieuwbouw zal een omgevingsvergunning nodig zijn en wordt er (nog eens) specifiek op stikstof getoetst. 26. Als er geen dieren meer worden gehouden, is er dan geen eigen mest beschikbaar en welke meststoffen worden dan gebruikt? In een voedselbos worden in principe – op bedrijfsmatig niveau - geen dierlijke meststoffen gebruikt. Dit is verder geen ruimtelijke afweging, welke in het kader van het bestemmingsplan geregeld dient te worden. Bemesting en opslag van mest wordt in het milieuspoor geregeld. 27. Wanneer de gronden minder intensief worden gebruikt: wat is dan de maximale beplantingsdichtheid die planologisch of ecologisch aanvaardbaar is? Dit wordt planologisch niet geregeld.

Het bestemmingsplan (of omgevingsplan) stuurt in beginsel niet op de mate van gebruiksintensiteit in termen van beplantingsdichtheid. Feitelijk blijft de agrarische bestemming onveranderd. Voor verandering op het erf dient het nieuwe gebruik te voldoen aan het criterium van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij worden landschappelijke, ecologische en gebruiksgerelateerde effecten in samenhang beoordeeld. 28. Is geregeld in het bestemmingsplan wat het maximaal aantal landbouwhuisdieren is? Dit aspect wordt niet expliciet planologisch genormeerd. De planregels richten zich op de ruimtelijke inpassing (waaronder bouwmogelijkheden voor (schuil)stallen) en niet op het maximale aantal te houden bedrijfsmatige landbouwhuisdieren. De omvang van te houden dieren wordt daarmee indirect begrensd, terwijl het aantal dieren zelf via milieu/natuurregelgeving wordt gereguleerd. 29. Is het businessplan getoetst op realistische opbrengsten, kosten en doorlooptijden? Omdat een voedselbos wordt beschouwd als een agrarische activiteit en dit aansluit bij de geldende bestemming, is het niet nodig om het plan op de aspecten opbrengsten, kosten en doorlooptijden te toetsen. Als we in deze casus spreken over businessplan, dan gaat het om het planconcept en de relatie tussen hoofdactiviteit en nevenactiviteit.

We achten de beoogde nevenactiviteiten als logisch in verbinding staan met de (agrarische) hoofdactiviteit. Voor ons is dit een voorbeeld van verbrede landbouw. 30. Mogen of moeten de bomen worden verwijderd als het voedselbos ophoudt te bestaan of niet langer de hoofdactiviteit vormt? Op moment dat de betreffende gronden niet meer worden ingezet ten behoeve van het voedselbos, blijven deze agrarisch te exploiteren aangezien de bestemming overeind blijft. Hoewel een

voedselbos wordt aangelegd met een langetermijnvisie, geldt er geen herplantplicht. Wanneer toekomstige agrariërs over willen gaan op akkerbouw, kunnen de bomen worden gerooid. 31. Op basis waarvan wordt geconcludeerd dat de wijziging van de es begrenzing planologisch volledig verantwoord is? Welke objectieve criteria zijn hiervoor gebruikt? De es heeft volgens de toelichting geen historische waarde, maar volgens het rapport van Eelerwoude zijn er wel degelijk landschappelijke kenmerken aanwezig. Het perceel bevat niet de kenmerken van een es. Dit is onderbouwd in de toelichting van het bestemmingsplan. In een memo hebben wij nog eens specifiek op een rij gezet hoe we tot de conclusie komen dat het perceel niet (meer) als es dient te worden aangeduid en beschermd. 32. Waar ligt de grens tussen een agrarisch voedselbos en een recreatief/commercieel buitengebied concept? Is dit uitsluitend gebaseerd op de verhouding in omzet, en over hoeveel jaren wordt dit beoordeeld? Planologisch beschouwd gaat het om de activiteit. Op basis van het voorliggende bestemmingsplan dient het om een agrarische hoofdactiviteit te gaan. De nevenactiviteiten zijn ondergeschikt en gelieerd aan het voedselbos. Het is niet toegestaan dat er een nevenactiviteit zelfstandig wordt geëxploiteerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=434ec57d-d156-4760-9fa1-7cda6226f856