Akoestisch onderzoek Tideman Beverborg
Tekst van het document
Akoestisch onderzoek Erve Beverborg Lutterzandweg 15, De Lutte 18.086.01 versie 02
Behandeld door: Ing. R. Herik Opdrachtgever: Landgoed het Meuleman B.V. Lutterzandweg 19 7588PB Beuningen Hengelo 18 maart 2019
Inhoudsopgave Inhoudsopgave
2
1
Inleiding
4
2
Beschrijving van de situatie
4
3
Toetsingskader
5
3.1 Grenswaarden goede ruimtelijke ordening
5
3.2 Grenswaarden activiteitenbesluit
6
3.3 Geluid buiten de grens van de inrichting
7
4
Aanpak van het onderzoek
7
5
Bedrijfssituaties
7
5.1 Representatieve bedrijfssituatie (RBS)
8
5.2 Incidentele bedrijfssituatie (IBS)
8
Vaststelling bronvermogen
9
6.1 Bronsterkte personenwagens, bussen en vrachtwagens
9
6.2 Bronvermogen stemgeluid
10
6.3 Muziekgeluid achtergrondmuziek
10
6.4 Muziekgeluid in het gebouw
10
6.5 Overige bronvermogens
12
7
Piekniveaus
12
8
Resultaten
13
8.1 Inleiding
13
8.2 Resultaten
13
Bespreking en conclusies
14
9.1 Toetsing van de resultaten aan het toetsingskader
14
9.2 Aanbevelingen bij het opstellen van het bestemmingsplan
15
6
9
Akoestisch onderzoek – Erve Beverborg | 18.086.01 versie 02
2
FIGUREN EN BIJLAGEN Figuur 1-1 Figuur 1-2 Figuur 1-3
ligging inrichting met positie waarneempunten tekening met grens inrichting en activiteiten beschikbare bouwtekeningen
Figuur 2
foto impressie gebouw
Figuur 3-1 Figuur 3-2 Figuur 3-3 Figuur 3-4
weergave rekenmodel weergave rekenmodel detail geluidbronnen weergave rekenmodel detail geluidbronnen los hoes weergave rekenmodel ligging objecten
Bijlage 1-1: Bijlage 1-2: Bijlage 1-3:
NSG Publicatie Richtlijn muziekspectra in horecabedrijven Stemgeluid uitgangspunten terras Begrenzer voorstel
Bijlage 2-1: Bijlage 2-2: Bijlage 2-3:
Uitwerking geluidmetingen gebouw Bepaling bronvermogen gevels Immissieberekening meetpunt MP ter controlemodel
Bijlage 3-1: Bijlage 3-2:
alle invoergegevens LAr,LT alle geluidbronnen RBS LAr,LT
Bijlage 4-1: Bijlage 4-2: Bijlage 4-3:
resultaten per punt LAr,LT resultaten per punt en per groep bronnen LAr,LT resultaten per punt en per bron LAr,LT
Akoestisch onderzoek – Erve Beverborg | 18.086.01 versie 02
3
1
Inleiding Aan de Lutterzandweg 15 te De Lutte is Erve Beverborg gelegen. De huurder en beheerder van het erf, T.P. Hulshof, organiseert hier diverse activiteiten. De eigenaar “Landgoed het Meuleman B.V.” is gevestigd aan de Lutterzandweg 19 in de directe omgeving van Erve Beverborg. In het vigerende bestemmingsplan heeft “Erve Beverborg” niet de juiste bestemming. Ten behoeve van de wijziging van het bestemmingsplan en de melding in het kader van het Activiteitenbesluit is inzicht nodig in de te verwachten geluidbelasting op de omliggende woningen als gevolg van de activiteiten van het plan. In opdracht Landgoed het Meuleman B.V. is een akoestisch onderzoek opgesteld waarin de geluidemissie ten gevolge van de gehele inrichting inzichtelijk gemaakt wordt. Dit rapport doet verslag van het verrichte onderzoek. Het onderzoek is uitgevoerd conform de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai 1999.
2
Beschrijving van de situatie In figuur 1-1 is de locatie van Erve Beverborg weergegeven. In figuur 1-2 is de grens aangegeven waarbinnen de activiteiten plaatsvinden. De activiteiten zijn zeer divers. In figuur 12 is de locatie van het parkeren en het terras geduid. De beschikbare bouwtekeningen zijn opgenomen als figuur 1-3. De indeling is aangepast naar de huidige situatie. De gevels zijn weergegeven met gesloten luiken en dienen slechts ter impressie. In figuur 2 zijn enkele foto’s opgenomen van het gebouw en de directe omgeving. Erve Beverborg is door de gemeente Losser aangewezen als locatie waar huwelijken en partnerschapsregistratie kunnen worden voltrokken. Er kan zowel binnen als buiten getrouwd worden. De ontvangst vindt plaats in de dagperiode waarbij de gasten worden ontvangen en toegesproken. Bij mooi weer zitten de gasten buiten en is het mogelijk dat er achtergrondmuziek aanwezig is. Vaak is dit in een lichte vorm (gitaar). Na de inzegening kan er getoast worden door de aanwezige gasten en (bijvoorbeeld) een maaltijd worden genuttigd die door een cateraar wordt gebracht. De huwelijksvoltrekking kan worden gecombineerd met het huwelijksfeest. Het gebouw op het terrein van Erve-Beverborg is geschikt voor diverse activiteiten. De muziek is binnen en wordt met gesloten ramen en deuren ten gehore gebracht.
Vanwege het karakter van Erve Beverborg leent deze locatie zich ook voor diverse activiteiten, zoals verjaardag, jubileum of doopfeest. Maar ook andere gelegenheden zoals bedrijfsfeest of een buffet na een groepswandeling zijn mogelijkheden. De groep met bezoekers wordt beperkt tot maximaal 60 personen. De mensen kunnen dan buiten zitten maar met regen is er dan ook voldoende ruimte binnen. Het gebruik van Erve Beverborg als huwelijksvoltrekking met huwelijksfeest is maatgevend voor de geluidemissie naar de omgeving. Indien dit maatgevend gebruik voldoet aan de normstelling dan zal het ander gebruik ook voldoen. De geluidemissie wordt getoetst ter plaatse van de dichtstbijgelegen woningen. In figuur 1-1 zijn deze rekenpunten weergegeven. In de directe omgeving zijn enkele rekenpunten opgenomen ter controle van de voorschriften die op een herkenbare positie in het terrein zijn gekozen. In figuur 4 zijn deze rekenpunten duidelijk aangegeven.
Akoestisch onderzoek – Erve Beverborg | 18.086.01 versie 02
4
3
Toetsingskader Om de gewenste activiteiten van Erve Beverborg mogelijk te maken moet het bestaande bestemmingsplan worden aangepast. Bij de aanpassing van de bestemming van het naastgelegen terrein moet worden beoordeeld of sprake is van een “goede ruimtelijke ordening”. Daarnaast moet sprake zijn van een “vergunbare situatie”. De geplande activiteiten vallen onder het Activiteitenbesluit. Toetsing vindt alleen plaats bij een geluidgevoelig object. In deze situatie betreft dit woningen met een permanente woonbestemming, dus geen recreatiewoningen. In het onderstaande worden de uitgangspunten verder uiteengezet. 3.1
GRENSWAARDEN GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING Bij de afweging of ten aanzien van het aspect geluid sprake is van een goede ruimtelijke ordening kan de handelwijze worden gevolgd volgens de VNG-publicatie “bedrijven en milieuzonering”. De VNG hanteert voor het toetsingskader van geluid 4 stappen waarbij per stap de geluidbelasting groter wordt en daarmee de onderzoeks- en motiveringsplicht. Stap 1: indien de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing in beginsel achterwege blijven. De bedrijven in de VNG-brochure met richtafstanden zijn gebaseerd op gemiddelden. De richtafstand geldt vanaf de grens van het plan tot aan de gevel van de woning in de betreffende richtingen. Een object als Erve Beverborg wordt niet genoemd in de VNG-Brochure. De richtafstand van een object waar ook harde muziek binnen wordt gedraaid is een discotheek en bedraagt maximaal 30 meter. De richtafstand van de VNG-Publicatie zijn te beperkt voor het voorkomen van hinder in een rustige omgeving. Om deze reden is besloten nader onderzoek te verrichten naar de geluidbelasting in de omgeving.
Stap 2 indien stap 1 niet toereikend is: Aanpassing van de bestemming is mogelijk bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype rustige woonwijk/buitengebied in de dagperiode (tussen 07.00 en 19.00 uur) van maximaal: 45 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr;LT 65 dB(A) voor het maximaal (piekgeluiden) LAmax 50 dB(A) t.g.v. verkeersaantrekkende werking LAeq In de avond en nacht liggen de normen 5 resp. 10 dB(A) lager. Stap 3 indien stap 2 niet toereikend is: Een aanpassing van het bestemmingsplan is mogelijk bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype rustige woonwijk in de dagperiode (tussen 07.00 en 19.00 uur) van maximaal: 50 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr;LT 70 dB(A) voor het maximaal (piekgeluiden) LAmax 50 dB(A) t.g.v. verkeersaantrekkende werking LAeq In de avond en nacht liggen de normen 5 resp. 10 dB(A) lager.
Akoestisch onderzoek – Erve Beverborg | 18.086.01 versie 02
5
Bij stap 3 dient het bevoegd gezag te motiveren waarom een concrete geluidbelasting acceptabel wordt geacht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Na een vooroverleg met de gemeente Losser is besloten dat de hogere richtwaarden genoemd onder stap 3 gezien de omgeving niet wenselijk zijn. De geluidbelasting van Erve Beverborg mag niet hoger zijn dan de standaard richtwaarden voor een rustig gebied. Stap 4: bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal een aanpassing van de bestemming doorgaans niet mogelijk zijn (tenzij er sprake is van een bedrijfswoning of een woning die daarmee te vergelijken is). Conclusie Samenvattend kan worden gesteld dat voor een goede ruimtelijke ordening de volgende richtwaarden moeten worden gehanteerd: 45 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr; LT 65 dB(A) voor het maximaal (piekgeluiden) LAmax in de avond- en nachtperiode geldt resp. een 5 en 10 dB zwaardere eis. 50 dB(A) t.g.v. verkeersaantrekkende werking LAeq Om een zorgvuldige afweging te kunnen maken zijn alle woningen rondom het plan in het onderzoek betrokken. De geluidvoorschriften moeten ter borging in het bestemmingsplan worden vastgelegd. 3.2
GRENSWAARDEN ACTIVITEITENBESLUIT Erve Beverborg valt onder de werkingssfeer van het “Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer”, verder te noemen het Activiteitenbesluit. In dit besluit zijn regels opgenomen om geluidhinder te voorkomen. Kort samengevat mag de geluidbelasting niet meer bedragen dan 50 dB(A) etmaalwaarde bij een gevoelig gebouw van derden. Bij de toetsing blijft stemgeluid buiten beschouwing. Piekgeluiden mogen niet hoger zijn dan 20 dB boven de geluidregels voor de gemiddelde geluidbelasting. Bij de toetsing van deze piekgeluiden blijft het geluid van het komen en gaan van voertuigen alsmede de laad- en losactiviteiten in de dagperiode buiten beschouwing. Volgens artikel 2.17 lid 1 gelden samengevat de volgende eisen: 07:00–19:00 uur 19:00–23:00 uur 23:00–07:00 uur LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
Uit het bovenstaande blijkt dat de normstelling opgenomen in het Activiteitenbesluit minder streng is dan de normstelling die geldt bij het aanpassen van de bestemming van dit terrein. Als toetsingskader wordt daarom de afweging in hoofdstuk 3.1 gevolgd. Mocht blijken dat de geluidbelasting van “Erve Beverborg” voldoet aan de uitgangspunten voor een goede ruimtelijke ordening dan wordt zeker voldaan aan de geluidregels zoals deze zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit.
Akoestisch onderzoek – Erve Beverborg | 18.086.01 versie 02
6
3.3
GELUID BUITEN DE GRENS VAN DE INRICHTING Het geluid als gevolg van indirecte hinder wordt veroorzaakt door het komen en gaan van voertuigen. Het geluid hiervan moet worden getoetst conform de Circulaire Indirecte hinder voor zolang de voertuigen nog niet zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden. Binnen de reikwijdte waarbinnen indirecte hinder moet worden getoetst bevinden zich in deze situatie geen woningen van derden. In deze rapportage is het aspect indirecte hinder om deze reden niet numeriek getoetst.
4
Aanpak van het onderzoek De geluidbelasting ter plaatse van de woningen moet voor de huidige situatie plaatsvinden op een representatief moment. Tevens moet inzicht bestaan in de geluidbelasting ter plaatse van alle woningen zonder de invloed van omgevingsgeluid. Het vaststellen van de geluidbelasting door middel van metingen ter plaatse van woningen is niet goed mogelijk. Enerzijds kan de representativiteit niet worden gegarandeerd en anderzijds geldt voor muziek dat herkenbaar is een correctie van 10 dB waarmee de in de praktijk te meten waarden onder de 30 dB(A) liggen. Het geluid dat in deze omgeving aanwezig is zoals ruisen van de wind in bomen of het fluiten van vogels is dan vaak hoger dan de normstelling. Om deze reden wordt gebruik gemaakt van rekenmodellen. De geluidbelasting wordt bepaald volgens de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999” kortweg de HMRI. De invoergegevens van het rekenmodel zijn omgevingskenmerken zoals gebouwen, gras of water en bronvermogens ofwel de geluidsterkte van de geluidbronnen en de tijd en het moment dat deze geluidbronnen in werking zijn. Door middel van de rekensoftware GeoMilieu kan de geluidbelasting worden berekend conform de HMRI.
5
Bedrijfssituaties De geluidbelasting moet bij de toets aan de geluidregels van het Activiteitenbesluit inzichtelijk worden gemaakt tijdens de representatieve bedrijfssituatie (RBS). Met de RBS wordt die bedrijfssituatie bedoeld die maximaal meer dan 12 dagen per jaar kan voorkomen en waarmee de maximale geluidbelasting ter plaatse van de rekenpunten wordt verwacht. Voor de toets aan VNG-Publicatie moet worden uitgegaan van de bedrijfssituatie die maximaal nog als representatief kan worden beschouwd. Dit is de bedrijfssituatie die na de aanpassing van de bestemming mogelijk wordt gemaakt. Deze -juridische- aanname wil niet zeggen dat alle genoemde activiteiten ook daadwerkelijk elke dag plaatsvinden. In de dagelijkse praktijk zal een deel van de activiteiten optreden of geheel niet. De activiteit waarvan op voorhand duidelijk is dat deze niet leidt tot een goed woon- en leefklimaat moet worden beperkt met een extra regel in het bestemmingsplan (borging).
Akoestisch onderzoek – Erve Beverborg | 18.086.01 versie 02
7
5.1
REPRESENTATIEVE BEDRIJFSSITUATIE (RBS) De representatieve bedrijfssituatie vindt plaats op de dagen dat Erve Beverborg wordt gebruikt voor bijvoorbeeld een huwelijksvoltrekking of een bedrijfsfeest met muziek. Er is uitgegaan van de volgende situatie: Uitgaand van 60 personen en 2 personen per wagen staan er 30 wagens geparkeerd. In de nachtperiode (na 23.00 uur ) vetrekken deze. In de dag- en avondperiode is het mogelijk dat de mensen niet op deze locatie eten meer heen en terug rijden naar een restaurant in de directe omgeving. In de dag-, avond- en nachtperiode komen en gaan 30 personenwagens of busjes, in de nacht vertrekken er 30. Dit kunnen de wagens zijn van bezoekers, taxibusjes of de busjes voor de bevoorrading. In de dag-, avond- en nachtperiode komen en gaan 2 vrachtwagens of bussen. In de dagperiode kan dit bijvoorbeeld een vrachtwagen zijn van een cateraar, in de avondperiode een bus van de bezoekers die komen en in de nacht bussen die vertrekken. Er is uitgegaan van achtergrondmuziek op het terras met een sterkte van 70 dB(A) op een afstand van 10 meter van de bron van 07:00 uur tot 23:00 uur. Er mag geen bedrijfsduurcorrectie worden toegepast vandaag de aanname van muziek. Er is daarom muziek aangehouden tijdens de gehele dag- en avondperiode hetgeen in de praktijk niet zal plaatsvinden maar vanwege rekenregels zo moet worden gemodelleerd.
Het optreden is verspreid op verschillende locaties op het terrein aangehouden door op 4 posities een bron te kiezen. Bij een toespraak kan het (elektrisch versterkt) geluidniveau toenemen tot 85 dB(A) op 10 meter hetgeen overeenkomt met een bronvermogen van circa 115 dB(A). Omdat tijdens de toespraak geen muziek aanwezig is, hoeft geen muziekcorrectie te worden toegepast en mag een bedrijfsduur in rekening worden gebracht voor 15 minuten hard met versterking praten. Op het terras buiten is uitgegaan van 60 mensen waarvan 50% spreekt met luide stem. Op het terras is achtergrondmuziek aanwezig van 70 dBA op 10 meter tot 23 uur en binnen speelt een DJ met een geluidniveau van 95 dB(A). Uit de berekeningen zal blijken dat een hoger geluidniveau bij gesloten deuren niet mogelijk is. Borging kan plaatsvinden middels een begrenzer. De gasten vertrekken vanaf 12 uur. Voor het uur tussen 24.00 en 01.00 uur is uitgegaan van 60 mensen die buiten spreken met luide stem (afscheid nemen). Op 02.00 uur is niemand meer aanfwezig. Het vertrek van de bezoekers (en DJ) vindt plaats met personenwagens, busjes of bussen zoals boven is omschreven.
5.2
INCIDENTELE BEDRIJFSSITUATIE (IBS) Onder incidentele bedrijfssituaties worden situaties verstaan die niet vaker dan 12 maal per jaar optreden. Gedacht kan worden aan een rustpunt tijdens een evenement in het gebied of een thema-avond. Dergelijke incidentele activiteiten vormen, vanwege de enkele dagen per jaar dat dit voorkomt, geen inbreuk op de leefbaarheid van de omgeving. De geluidbelasting tijdens deze dag wordt beperkt door het activiteitenbesluit en eventueel de randvoorwaarden genoemd in de APV. Middels een maatwerkvoorschrift kunnen incidentele activiteiten worden gereguleerd. Zonder maatwerkvoorschrift of ontheffing via de APV zijn deze incidentele activiteiten in strijd met de standaardvoorschriften van het Activiteitenbesluit. Tegen een besluit om incidentele bedrijfssituatie is te zijner tijd inspraak mogelijk. Mogelijke incidentele situaties zijn om deze reden niet afzonderlijk beschouwd.
Akoestisch onderzoek – Erve Beverborg | 18.086.01 versie 02
8
6
Vaststelling bronvermogen Uitgangspunt bij de berekeningen zijn de bronsterktes van het geluid van de verschillende activiteiten. In de onderstaande paragraaf wordt verantwoord wat de uitgangspunten zijn geweest bij het bepalen van deze bronsterktes. 6.1
BRONSTERKTE PERSONENWAGENS, BUSSEN EN VRACHTWAGENS Voor de emissierelevante bronvermogens van vrachtwagens is uitgegaan van de publicatie in het blad Geluid (maart 2013) met titel “Geluidsvermogens van vrachtwagens bij lage snelheden”. In deze publicatie wordt een gemiddeld geluidvermogenniveau per rijsnelheid bepaald aan de hand van circa 1000 geluidmetingen uitgevoerd in praktijksituaties. De volgende bronvermogens worden vermeld voor zware vrachtwagens:
Snelheid [km/u] 0 (stationair) Manoeuvreren 10 15 20 25 30 35
LWReq,gem [dB(A)] 95,0 97.3 102,2 102,2 102,4 102,5 103,7 103,9
In het voorliggend onderzoek zijn de bovengenoemde bronvermogens gehanteerd bij de betreffende rijsnelheid. De spectrale gegevens zijn tevens verwerkt zoals genoemd in de genoemde publicatie van maart 2013. Op het terrein is gerekend met een vrachtwagen (code Vw01) met een gemiddelde rijsnelheid van 10 km/u. Uit de tabel blijkt dat een iets hogere of lagere rijsnelheid nog steeds een representatief beeld geeft. Het bronvermogen van de vrachtwagen is tevens aangehouden voor een bus/touringcar. Voor de rijdende busjes en personenwagens (code Pw01) is een bronsterkte Lw van 90 dB(A) aangehouden. Het bereik van een individuele bron kan variëren van 84 tot 94 dB(A) afhankelijk van de rijstijl, leeftijd en onderhoud.
Akoestisch onderzoek – Erve Beverborg | 18.086.01 versie 02
9
6.2
BRONVERMOGEN STEMGELUID In dit onderzoek is aangesloten bij de opgegeven waarde in bijlage 1-2 voor luid spreken van 70 dB(A) per persoon. Voor het gemiddeld spectrum voor het stemgeluid van mannen en vrouwen is uitgegaan van het tabellarium van DGMR. In het rekenmodel is een oppervlaktebron opgenomen met een bronvermogen van 70 dB(A). De oppervlaktebron is verhoogd met een factor 60 voor 60 sprekende personen met luide stem door ophoging van 10*log(60 personen) = 17.8 dB. In het model is deze ophoging verwerkt door een negatieve demping in te voeren van 17.8 dB. De bron voor 60 mensen die spreken is ingevoerd met een bedrijfsduurcorrectie van 50% (helft spreekt) tussen 07:00 en 02:00 uur.
6.3
MUZIEKGELUID ACHTERGRONDMUZIEK Voor het muziekgeluid zijn de uitgangspunten gevolgd van de “NSG Publicatie Richtlijn muziekspectra in horecabedrijven” opgenomen als bijlage 1-1 en verder te noemen “de NSG richtlijn”. Er is uitgegaan op het terras buiten van achtergrondmuziek van 70 dB(A) op een afstand van 10 meter. In het rekenmodel is hiertoe een bron opgenomen met een bronvermogen van 20*log(10)+9+70= 98.5 dB(A). Deze aanname komt overeen met een strijkje of een gitaar met zang. De bron is opgenomen op 4 vier posities op het terrein is een bron opgenomen met een hoogte van 1.5 meter en een bronvermogen van 98.5 dB(A). Per bron is een bedrijfsduur van 25% ingevoerd, dit is representatief voor lichte muziek op vier verschillende posities op het terrein maar niet gelijktijdig tussen 07.00 en 23.00 uur. Het geluid in de dag- en avondperiode wordt op deze wijze bepaald met muziekgeluid van binnen met 95 dB(A) dancespectrum plus het achtergrondmuziek buiten. Dit zal in de praktijk niet plaatsvinden. De optelling ontstaat vanwege het niet toepassen van een bedrijfsduur op twee verschillende muziekbronnen. Omdat het uitgangspunt van muziek in de dag- en avondperiode zowel buiten als binnen voldoet aan de richtwaarden zijn de bedrijfstoestanden niet uitgesplitst.
6.4
MUZIEKGELUID IN HET GEBOUW Er moet worden vastgesteld welk geluidniveau ter plaatse van de omliggende woningen optreedt als gevolg van het muziekgeluid in de het gebouw. Voor het vaststellen van de geluidisolatie van de gevel en verdere opzet van het rekenmodel is gekozen voor de volgende aanpak. In het pand is een geluidbron opgesteld die een hoog geluidniveau met roze ruis uitzendt. Dit testsignaal is buiten duidelijk herkenbaar. Door middel van meting wordt het geluidniveau aan de binnenzijde gemeten en het geluidniveau aan de buitenzijde. In deze situatie is steeds het geluid gehanteerd in het midden van het gebouw. Op deze wijze wordt ook het verschil in het geluidniveau op de begane grond en hoog in de nok (op 7 meter) verrekend. Uit het verschil kan de geluidisolatie van elke geveldeel bepaald waarna met een rekenmodel de geluidbelasting in de omgeving kan worden berekend. Omdat de omgeving er zich toe leende is ook een directe geluidmeting uitgevoerd op een afstand van 40 meter (> x=1.5d). Het rekenmodel waarmee met alle geveldelen afzonderlijk de geluidbelasting wordt berekend kan op deze wijze worden gecontroleerd door op het meetpunt op 40 meter de berekening geluidbelasting te vergelijken met de gemeten geluidbelasting.
Akoestisch onderzoek – Erve Beverborg | 18.086.01 versie 02
10
Het pand is bezocht op 27 juni 2018. Van elk geveldeel is middels meting het testsignaal binnen en buiten vastgesteld in octaafbanden. Voor het uitvoeren van de metingen is gebruik gemaakt van de volgende meetapparatuur: Type 1 instrument volgens de standaard IEC 651 en IEC 225 Merk Geluidsniveaumeter Cirrus Calibrator (pistonfoon) Brüel & Kjær Afstandsmeter Leica
Type CR:171B 4230 Disto 510
De verdere verwerking van de meetgegevens gebeurt volgens de Handleiding Meten en Rekening Industrielawaai (HMRI1999). Hierbij worden de formules uit hoofdstuk 4.7 “Uitstraling gebouwen (methode II.7)” en hoofdstuk 4.3 “Aangepast meetvlakmethode (methode II.3)” gecombineerd. Methode II.3:
met LWR = Ls = Sm = Lf= DI =
geluidsvermogen van het meetvlak het geluidsdrukniveau op 1 à 2 meter aan de buitenzijde het oppervlak van het meetvlak nabijheidsveld correctie (-3 dB bij vlakken) richtingsindex
Methode II.7:
met LWi = Lpi = Si = Ri = Cd =
geluidsvermogen van wanddeel i. het geluidsdrukniveau op 1 à 2 meter aan de binnenzijde voor het wanddeel i. het oppervlak van wanddeel i in m2. luchtgeluidisolatie van wanddeel i. correctieterm voor de diffusiteit van het veld in de ruimte.
Uit deze formules blijkt dat de geluidisolatie gelijk is aan het meetverschil onder voorwaarde dat Cd gelijk is aan 3 dB en wegvalt tegen de nabijheidsveldcorrectie. Verder moet DI gelijk zijn aan 0. Door de luidspreker aan de binnenzijde onder een hoek te richten op de gevel die wordt gemeten zijn er weinig diffuse velden en is de diffusiteitscorrectie 3 dB. De waarde van DI kan door het rekenmodel zelf worden bepaald indien deze geluidbronnen worden ingevoerd als afstralende gevels en daken. De DI kan dus op 0 worden gesteld voor afstralende gevels. Voor het schuine dak is uitgegaan van een normale puntbron, hier moet een toeslag van 3 dB worden toegepast vanwege de DI.
Akoestisch onderzoek – Erve Beverborg | 18.086.01 versie 02
11
Het muziekgeluid buiten wordt niet alleen bepaald door de geluidisolatie. Ook het soort muziek speelt daarbij een rol. De geluidisolatie van een gebouw is voor lage tonen minder dan voor hoge tonen. Bij een gelijk geluidniveau in de ruimte kunnen er dus een verschillende geluidsniveaus buiten optreden. In de NSG richtlijn “muziekspectra in horecabedrijven” is aangegeven welke spectra representatief zijn voor het type muziek dan wordt gespeeld. In bijlage 1-1 is deze publicatie opgenomen. In overleg met de eigenaar is gekozen voor het spectrum “dancemuziek”. Dit type sluit het beste aan bij de gewenste horecaformule. In bijlage 2-1 zijn alle metingen opgenomen met de uitwerking naar de niveauverschillen en geluidisolatie. In bijlage 2-2 is de uitwerking opgenomen van muziekgeluid binnen naar de bronvermogens van de gevels. De bronvermogen zijn berekend met 95 dB(A) binnen met als spectrum dancemuziek. Deze waarde is overeenkomstig de geplande installatie en begrenzer zoals is aangegeven in bijlage 1-3. In bijlage 2-3 is het rekenresultaat opgenomen op een afstand van 40 meter. De geluidbelasting vanwege muziek is berekend op 46.7 dB(A) (bijlage 2-3) en gemeten op 46.1 dB(A) (bijlage 21). Het rekenmodel geeft een betrouwbare weergave van de werkelijkheid. 6.5
OVERIGE BRONVERMOGENS Boven de keuken is een afzuiging verondersteld. Op dit moment is deze niet aanwezig. Er is een aanname gemaakt van een bronvermogen van 80 dB(A) voor een afzuiging of luchtbehandeling die tussen 07:00 en 02:00 gedurende 100% in bedrijf is.
7
Piekniveaus De optredende piekgeluiden worden veroorzaakt door het dichtslaan van een portier van een personenwagen of het busje van de catering. De piekgeluiden die kunnen optreden zijn maximaal 5 tot 10 dB hoger dan het bronvermogen van een vrachtwagens (Lw =110 dB(A)). Het piekgeluid van stemgeluid bedraagt 100 dB(A) conform bijlage 1-2. De woningen zijn gelegen op een afstand van minimaal 300 meter van elke activiteit. Zonder afscherming en bij volledig hard tussengebied bedraagt de uitbreidingsdemping 20*log(300m)+9 = 58 dB. De normstelling voor de nachtperiode bedraagt 55 dB(A) (zie hoofdstuk 3.1). Pas bij een bronvermogen van 55 plus 58 = 113 dB(A) wordt de normstelling overschreden. Zoals boven reeds is aangegeven zullen de optredende bronvermogen van de piekgeluiden lager zijn dan deze waarde. Reeds bij een poldersituatie met volledig hard tussengebied wordt voldaan aan de nachtnorm voor een rustig omgeving. De piekgeluiden zijn om deze reden niet modelmatig onderzocht.
Akoestisch onderzoek – Erve Beverborg | 18.086.01 versie 02
12
8
Resultaten 8.1
INLEIDING Met behulp van het ter beschikking gestelde kaartmateriaal en met de bovengenoemde gegevens betreffende de representatieve bedrijfssituatie en de bepaalde bronsterktes is een computermodel opgesteld waarmee op elk punt in de omgeving de geluidbelasting kan worden bepaald. In de onderstaande tabellen wordt inzicht gegeven in de geluidbelasting bij de representatieve bedrijfssituatie (RBS). Buiten de ingevoerde bodemgebieden is gerekend met een bodemfactor van 0.9. Deze waarde is representatief voor het tussengebied dat bestaat uit groen en bossen. Er is gekozen voor een toetsingshoogte van 5 meter in de dag-, avond-, en nachtperiode.
8.2
RESULTATEN In figuur 3 is een grafische weergave van het computermodel opgenomen. De invoergegevens zijn opgenomen als bijlage 3-1 en 3-2. De rekenresultaten zijn opgenomen als bijlage 4. Tabel 8.2 rekenresultaten LAr,LT Rekenpunt
dag (dB(A)) avond (dB(A)) nacht (dB(A)) Ho=5m Ho=5m Ho=5m 01: Beverborgsweg 6-8 37 37 30 02: Beverborgsweg 13-15 36 36 30 03: Lutterzandweg 19 38 38 31 04: Lutterzandweg 17 40 40 33 05: Lutterzandweg 24 38 38 32 06: Lutterzandweg 22/22a 38 38 33 Cp01: Controlepunt NO 55 54 49 Cp02: Controlepunt NW 60 60 50 Cp03: Controlepunt ZW 54 53 43 Cp04: Controlepunt Z 57 57 48 LAr,LT: Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in dB(A). Dit is het gemiddeld geluidniveau dat ter plaatse van de waarneempunten optreedt.
De berekende waarden zijn opgenomen als bijlage 4-1. De waarden genoemd in de bovenstaande tabel zijn aangegeven inclusief correctie voor muziekgeluid van 10 dB. Deze correctie wordt alleen toegepast indien muziekgeluid hoorbaar is bij de ontvanger. In de dagperiode zal dit alleen tijdens zeer stille momenten (windstil) het geval zijn. In de avond- en nachtperiode zal het muziekgeluid bij de ontvangers herkenbaar zijn. De correctie voor muziekgeluid is toegepast op alle continue geluidbronnen zoals stemgeluid van gasten, ventilatie en de muziek van het terras en van binnen. Tijdens het komen en/of gaan van de bezoekers is geen muziek aanwezig. Deze activiteiten zijn in een afzonderlijk groep opgenomen in het rekenmodel zonder correctie. Het stemgeluid van de toespraak is opgenomen in een afzonderlijke groep ook zonder muziekcorrectie. De geluidbelasting per groep is opgenomen als bijlage 4-2. De richtwaarde voor de etmaalwaarde voor een rustige woonomgeving bedraagt, zoals in hoofdstuk 3.1 is aangegeven, 45 dB(A). Er wordt voldaan aan de richtwaarde voor een rustige woonomgeving waarmee sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
Akoestisch onderzoek – Erve Beverborg | 18.086.01 versie 02
13
9
Bespreking en conclusies 9.1
TOETSING VAN DE RESULTATEN AAN HET TOETSINGSKADER 9.1.1
Toetsing Grenswaarden goede ruimtelijke ordening
In opdracht van Landgoed het Meuleman B.V.is inzicht gegeven in de optredende geluidbelasting vanuit Erve Beverborg te De Lutte. De maximale geluidbelasting treedt op tijdens een bruiloft met inzegening, toespraak, achtergrond muziek buiten en een DJ binnen. Deze resultaten toetsend aan de grenswaarden van een goede ruimtelijke ordening, zoals weergegeven in paragraaf 3.1 en volgende uit de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”, kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Stap 1: Uitgaand van een richtafstand van 50 meter van de grens van Erve Beverborg is geen enkele woning gelegen binnen deze afstand. In het kader van zorgvuldigheid zijn de eerste woningen meegenomen in alle richtingen. Deze zijn gelegen op een afstand van meer dan 300 meter vanaf de Erve Beverborg. De ligging van de punten is aangeven in figuur 1 en 3. Stap 2: Er is een worst-case-bedrijfssituatie inzichtelijk gemaakt waarbij naast muziek in het gebouw met een niveau van 95 dB(A) met het dancespectrum ook achtergrondmuziek op het terras tot 23 uur aanwezig is. Het geluidniveau binnen wordt begrensd met een limiter. De gebruikers moeten gebruik maken van de aanwezig installatie. Door de gemeente Losser is aangeven dat gezien de rustige omgeving het niet wenselijk is om een hogere waarde dan 45 dB(A) toe te staan.
Uitgaande van 95 dB(A) voor muziek binnen met het dancespectrum en gesloten deuren kan worden voldaan aan de richtwaarde van een rustige woonomgeving bij de woningen. 9.1.2
Toetsing aan grenswaarden Activiteitenbesluit
De geluidbelasting van “Erve Beverborg” voldoet aan de uitgangspunten voor een goede ruimtelijke ordening. Er wordt zeker voldaan aan de geluidregels zoals deze zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit. 9.1.3
Conclusie toetsing
Geconcludeerd kan worden dat wordt voldaan aan de grenswaarden voor een goede ruimtelijke ordening, zoals bedoeld in de VNG-publicatie, dat voldaan wordt aan het geluidbeleid van de gemeente en dat voldaan wordt aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. De voorwaarden waaronder wordt voldaan worden geborgd in de regels van het bestemmingsplan “Gemeente Losser bestemmingsplan Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De Lutte’’ en zijn, waar noodzakelijk, ook in een maatwerkvoorschrift vastgelegd.
Akoestisch onderzoek – Erve Beverborg | 18.086.01 versie 02
14
9.2
AANBEVELINGEN BIJ HET OPSTELLEN VAN HET BESTEMMINGSPLAN In dit akoestisch onderzoek is uitgegaan van verschillende aannames die bepalend zijn voor de geluidbelasting nabij de woningen. Deze aannames moeten worden vastgelegd in voorschriften die controleerbaar en handhaafbaar zijn. Het eerste voorschrift betreft het vastleggen van een norm van maximaal 45 dB(A) voor een rustige woonomgeving in plaats van 50 dB(A) zoals in het Activiteitenbesluit is aangegeven. Deze waarde kan worden vastgesteld middels maatwerkvoorschrift en gebruiksregels in het bestemmingsplan. Er moet een uitzondering worden opgenomen voor een aantal evenementen per jaar. Het geluidniveau in het gebouw mag maximaal 95 dB(A) bedragen. Deze waarde is voldoende voor een bruiloft met DJ indien de muziek op “normale” sterkte wordt gepeeld. In de ruimte is een gesprek dan niet goed meer mogelijk en kan alleen met schreeuwen worden gecommuniceerd. De hogere waarden in de NSG Publicatie worden gemeten op de dansvloer bij discotheken met meerdere ruimten waar het geluidniveau lager is. Een waarde van 95 dB(A) is voldoende voor de gewenste bedrijfsvoering en kan worden gehandhaafd met een begrenzer zoals deze door de ondernemer wordt voorgesteld in bijlage 13. De begrenzer wordt gecombineerd met een muziekinstallatie die (maximaal) het spectrum voor dancemuziek kan weergeven.
De band/DJ die komt spelen is verplicht in te pluggen op deze installatie. Bij het openen van de grote deur aan de zijde van het terras neemt de geluidbelasting met 15 dB toe. De deuren van het gebouw moeten gesloten blijven tijdens het spelen van muziek. Een andere mogelijkheid is dat het muziekgeluid met 15 dB wordt terug geregeld tot 80 dB(A) indien de deuren worden geopend. Deze technische mogelijkheid vereist een aanvullende schakeling op de eigen installatie. Een geluidniveau binnen van 80 dB(A) is een flink achtergrondniveau waarmee de mogelijkheden van een terras met open deur en achtergrondmuziek de functionaliteit vergroot. De wijze waarop de 95 dB(A) met gesloten deuren wordt gereguleerd kan in overleg met de ondernemer worden bepaald. De volgende technische mogelijkheden zijn voorhanden: - deuren op slot en/of een deur/raamschakelaar die de spanning van de stopcontacten haalt indien de deuren worden geopend; - geluidbegrenzer die de spanning van de alle (dus ook de DJ contacten) haalt bij een geluidniveau hoger niveau dan 95 dB(A). - eigen installatie die verplicht is om te gebruiken voorzien van mogelijkheden om met deuren open en dicht te spelen gecombineerd met toegestane geluidsniveaus - inhuren bewaking om toe te zien op deuren, ramen en algemeen gedrag bij grote groepen Hetzelfde geldt voor de achtergrondmuziek op het terras.
Het geluidniveau van 70 dB(A) op een afstand van 10 meter van een installatie mag aanwezig zijn tot 23 uur. Er kan worden gekozen voor het akoestisch (onversterkt) spelen of alleen met verstrekte zang buiten. Ook hier kunnen regels worden opgelegd zoals het gebruik van een eigen installatie met begrenzer of geen versterkte muziek buiten.
Akoestisch onderzoek – Erve Beverborg | 18.086.01 versie 02
15
Samenvattend zijn er goede mogelijkheden indien met gesloten deuren en rustige muziek buiten 60 mensen een bruiloft houden. Er wordt dan voldaan aan een goed woon- en leefklimaat. Bij het opstellen van het bestemmingplan moeten wel regels worden verbonden aan het gebruik en binnenniveau (middelvoorschriften) en de stengere geluidniveaus (doelvoorschriften).
Hengelo 18 maart 2019
Ing. R. Herik
Akoestisch onderzoek – Erve Beverborg | 18.086.01 versie 02
16
03 04
0m
200 m schaal = 1 : 5000
Ligging rekenpunten in de omgeving
Figuur 1
Mobiele bron Oppervlaktebronnen Puntbronnen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Schermen
485200
05
Dinkel
02
Cp01 Dinkel
Cp02
06
Nookk N
011 w0 PVw Optreden Pui BA1 0 DakN01 w DakN02 DakN03 Pui V Kop01 1 Toespraak 0 DakN04 w DakZ03 Pui V Kop02 Pui DakZ04 DakZ01 Optreden DakZ02 V 01C D MP Pw 1 Optreden Stem 0 Optreden Pw 484800
01 Cp03
266800
267200
Akoestisch Buro Tideman
266400 Industrielawaai - IL, [Versie 02 van 18.086.01 Erve Beverborg - LArLT tijdens RBS deuren en ramen dicht] , Geomilieu V4.50
Cp04
0m
Optreden
484880
10 m schaal = 1 : 400
Nok
Pui B DakN01
LArLT tijdens RBS deuren en ramen dicht
17 mrt 2019, 13:45
Mobiele bron Oppervlaktebronnen Puntbronnen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Schermen Bedrijven
No
Optreden
k
Toespraak
Vw01
DakN03 Pui A Kop01
DakN02 DakN04
Vw01 DakZ03 Pui D Kop02 Pui C DakZ04 DakZ01
01 Pw
V DakZ02
Stem
MP
01 Pw
Optreden 484840
266880
Figuur 1-2
266840 Industrielawaai - IL, [Versie 02 van 18.086.01 Erve Beverborg - LArLT tijdens RBS deuren en ramen dicht] , Geomilieu V4.50
Akoestisch Buro Tideman
Optreden
Figuur 1-3-1
Figuur 1-3-2
Figuur 1-3-3
Figuur 1-3-4
Figuur 1-3-5
Figuur 2-1
Figuur 2-2
Figuur 2-3
Rekenmodel
Figuur 3-1
Mobiele bron Oppervlaktebronnen Puntbronnen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Schermen
03 04
0m
200 m schaal = 1 : 5000
485200
05
Dinkel
02
Cp01 Dinkel
Cp02
06
(tr)
Nookk N
011 w0 PVw Optreden Pui BA1 DakN01 0 w DakN02 DakN03 Pui V Kop01 1 Toespraak 0 DakN04 w DakZ03 Pui V Kop02 Pui DakZ04 DakZ01 Optreden DakZ02 V 01C D MP Pw 1 Optreden Stem 0 Optreden Pw GD (-bw) (h≤3) WR-A3
WR-LG
WR-A2
484800
01 Cp03
266800
267200
Akoestisch Buro Tideman
266400 Industrielawaai - IL, [Versie 02 van 18.086.01 Erve Beverborg - LArLT tijdens RBS deuren en ramen dicht] , Geomilieu V4.50
Cp04
Dinkel
Detail rekenmodel
Figuur 3-2
Mobiele bron Oppervlaktebronnen Puntbronnen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Schermen
Cp01 0m
Cp02
30 m schaal = 1 : 863
484900
01 Pw 01 Vw
Optreden Nok
Pui B DakN01 DakN03 DakN02 Pui A Toespraak DakN04Kop01 Vw0D1 DakZ03 Pui Kop02 Pui C DakZ04 DakZ01 VDakZ02 No
Vw01
GD (-bw) (h≤3) WR-A3 WR-LG k
Optreden
01 Pw
(tr) Stem MP
WR-A2
01 Pw Optreden
Optreden
266800 Industrielawaai - IL, [Versie 02 van 18.086.01 Erve Beverborg - LArLT tijdens RBS deuren en ramen dicht] , Geomilieu V4.50
266900
267000
Akoestisch Buro Tideman
484800
0 Pw 0m
1
V
20 m
Detail rekenmodel los hoes
Figuur 3-3
Mobiele bron Oppervlaktebronnen Puntbronnen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Schermen
schaal = 1 : 500
Optreden
484880
Nok
Pui B DakN01 No
Toespraak
DakN02 DakN03 Pui A Kop01 DakN04 Vw01 DakZ03 Pui D Kop02 Pui CDakZ04 DakZ01 V DakZ02
k
Optreden
Vw01 01 Pw
Stem
MP 01 Pw
Optreden 484840
Optreden
266880
266920
Akoestisch Buro Tideman
266840 Industrielawaai - IL, [Versie 02 van 18.086.01 Erve Beverborg - LArLT tijdens RBS deuren en ramen dicht] , Geomilieu V4.50
0m
100 m schaal = 1 : 4073
485200
Rekenmodel objectnummers
Figuur 3-4
Bodemgebieden Gebouwen Schermen
Dinkel
Dinkel
okk NNoNookNokokk NN
Basis Top
484800
266800
267200
Akoestisch Buro Tideman
266400 Industrielawaai - IL, [Versie 02 van 18.086.01 Erve Beverborg - LArLT tijdens RBS deuren en ramen dicht] , Geomilieu V4.50
0m
60 m schaal = 1 : 1500
Cp01 Cp02
484900
(tr)
MP
LArLT tijdens RBS deuren en ramen dicht
17 mrt 2019, 14:06
Toetspunten
GD (-bw) (h≤3) WR-A3 WR-LG
WR-A2
484800
Cp04 Cp03
267000
Akoestisch Buro Tideman
266900
FIguur 4
266700 266800 Industrielawaai - IL, [Versie 02 van 18.086.01 Erve Beverborg - LArLT tijdens RBS deuren en ramen dicht] , Geomilieu V4.50
Richtlijn muziekspectra in horecabedrijven | 2
Bijlage 1-1-1
1. inleiding Horeca en wonen zijn functies die niet altijd goed samengaan. Waar in veel bestaande en nieuwe horecabedrijven (luide) muziek gewenst is, wil men in woningen juist rust. Om deze rust te bewaken hanteert de wetgever grenswaarden voor geluid. Het is de taak van de gemeentelijke overheid deze grenswaarden te handhaven. Door de ontwikkelingen in muziekstijlen en de kwaliteit van geluidsinstallaties worden tegenwoordig vaak meer lage tonen geproduceerd en sluiten de huidige beoordelingscriteria voor muziek niet altijd meer aan op de praktijk. Hierdoor kunnen bewoners rondom horecabedrijven hinder ervaren van met name de bastonen. Anderzijds worden horecabedrijven soms strenger beoordeeld dan noodzakelijk. Deze richtlijn voorziet in de behoefte bij akoestische adviseurs, handhavers en vergunningverleners om muziekgeluid genuanceerder te beoordelen. Hoeveel muziekgeluid in een horecabedrijf gemaakt kan worden is afhankelijk van een aantal factoren. Van belang is hoe goed (of slecht) het betreffende pand geïsoleerd is voor geluid en waar zich woningen (of andere geluidgevoelige bestemmingen) bevinden. Daarnaast speelt het karakter van het geluid een grote rol. Lage tonen worden door bouwkundige constructies minder goed tegengehouden dan midden- en hoge tonen. Meer bassen in muziekgeluid in het horecabedrijf kan daarom resulteren in meer overlast voor de (woon)omgeving.
Om te bepalen hoeveel muziekgeluid in een horeca-inrichting kan worden geproduceerd worden geluidsoverdrachtsmetingen uitgevoerd of wordt een berekening gemaakt met behulp van een rekenmodel. Bij beide methodieken moet een keuze gemaakt worden voor een specifiek muziekgeluidsspectrum dat zo goed mogelijk aansluit bij de activiteiten in het bedrijf. Deze aanname komt niet altijd exact overeen met het daadwerkelijk optredende muziekspectrum in het bedrijf op een bepaald moment. Het verschilt niet alleen per bedrijfstype maar ook per moment. In de praktijk blijkt dat de huidige twee ‘standaardspectra’ voor pop- en housemuziek niet altijd toereikend zijn voor een doeltreffende beoordeling. De variatie in muziekspectra is veel groter dan de twee spectra kunnen bevatten, waardoor situaties onder- of overschat worden. In veel onderzoeken wordt gerekend met het spectrum voor popmuziek, terwijl in de praktijk meer bassen gedraaid worden. Het gevolg is meer hinder bij omwonenden dan
berekeningen suggereren. Binnen het bedrijf is de oververtegenwoordiging van basgeluid niet snel zichtbaar, omdat deze een relatief beperkte bijdrage leveren aan het totale A-gewogen geluidsniveau. De stap naar het housespectrum is in veel gevallen te groot. Een bedrijf zou daardoor benadeeld worden in de exploitatie. Anderzijds worden in sommige bedrijven met specifieke muziekgenres meer bassen geproduceerd dan het housespectrum toont; er is een zwaarder spectrum nodig. De Nederlandse Stichting Geluidshinder presenteert in deze richtlijn vijf muziekspectra. De twee bestaande standaardspectra2 zijn uitgebreid met drie spectra waarmee muziekgeluid meer in overeenstemming wordt gebracht met voorkomende muzieksoorten en exploitatievormen van tegenwoordig. In deze NSG Richtlijn worden tevens enkele handvatten gegeven hoe in de praktijk kan worden omgegaan met muziekspectra. In de toelichting is een onderbouwing opgenomen van de correctiewaarden met een rekenvoorbeeld. ) M.J. Tennekes: Standaardpopmuziekspectrum en standaard-
2
housemuziekspectrum
Richtlijn muziekspectra in horecabedrijven | 3
Bijlage 1-1-2
2. muziekspectra - richtlijn De vijf spectra zijn bedoeld voor de meest voorkomende situaties in reguliere horecabedrijven waar muziek een onderdeel vormt van de bedrijfsvoering. Indien nodig kan hiervan worden afgeweken, bijvoorbeeld op basis van representatieve geluidsmetingen voor een specifieke situatie. In tabel 2 zijn de correctiewaarden van de vijf muziekspectra weergegeven die kunnen worden toegepast bij overdrachtsberekeningen. De verschillende spectra hebben een kenmerkend verschil tussen het totale A-gewogen en C-gewogen geluidsniveau. In de tabel is dat verschil per spectrum opgenomen. In de praktijk komen de spectra niet altijd exact overeen met de gepresenteerde waarden, waardoor ook het verschil tussen dB(A) en dB(C) kan variëren.
In tabel 1 zijn de vijf muziekspectra weergegeven met voorbeelden van type horecabedrijven waarin deze spectra voorkomen, met bijhorende geluidsniveaus. De weergegeven waarden betreffen het gemiddelde geluidsniveau in het publieksveld. De genoemde bedrijfsvormen zijn slechts voorbeelden. In de praktijk komen de verschillende spectra bij diverse exploitatievormen en geluidsniveaus voor.
Tabel 1: Muziekspectra en geluidsniveau in horecabedrijven Spectra
Voorbeelden bedrijfsvoering
Geluidsniveau LAeqdB(A)
Achtergrond
restaurant, eetcafé, koffiehuis, kantine
55 – 75
Pop
bruincafé, automatenhal, sportkantine
70 – 85
Dance
jongerencafé, cultureel centrum, discotheek, dansstudio, sportschool
85 – 100
House
schouwburg, club, feestzaal, live muziek, discotheek, café met DJ
95 – 103
club, feestzaal, live muziek, DJ
98 – 103
Ultra bas
3
3
Tabel 2: Correctiewaarden muziekspectra
Spectra
Correcties per (Hz) middenfrequenties van octaafbanden
Verschil dB(A) en dB(C)
63
125
250
500
1000
2000
4000
Achtergrond
-34
-20
-11
-7
-5
-5
-8
3 dB
Pop
-27
-14
-9
-6
-5
-6
-10
6 dB
Dance
-20
-11
-8
-5
-6
-8
-12
10 dB
House
-13
-8
-8
-7
-7
-9
-10
14 dB
Ultra bas
-6
-5
-8
-10
-11
-11
-9
20 dB
) Op basis van convenant ‘organisatoren van muziekevenementen
3
en de poppodia’, 14 februari 2014 (VVEM, VNPF en ministerie VWS)
Richtlijn muziekspectra in horecabedrijven | 4
Bijlage 1-1-3
3. toelichting 3.1 onderbouwing muziekspectra Op basis van geluidsmetingen in diverse horecabedrijven, uitgevoerd door akoestische adviesbureaus, blijkt een grote spreiding in de spectrale verdeling van muziekgeluid. Figuur 1 bevat de grafische voorstelling van een honderdtalpraktijkmetingen.4 Bij het vaststellen van de extra muziekspectra en ‘nieuwe’ correctiewaarden is gekozen voor zo groot mogelijke verschillen in de lage tonen. De toegevoegde drie spectra verschillen t.o.v. de twee bestaande spectra voor pop- en housemuziek vooral in de lage tonen. Voor het ‘achtergrondspectrum’ zijn niet de laagst gemeten geluidswaarden voor bassen genomen om te voorkomen dat situaties worden
onderschat. De midden- en hoge frequenties zijn arbitrair, maar doen veelal minder ter zake. Voor alle spectra geldt dat bij sommering van de waarden in iedere octaafband deze, afgerond, allemaal op dezelfde totaalwaarde komen. In de correctie-waarden is de A-weging toegepast. Door te kiezen voor negatieve correctie-waarden bij ieder spectrum zal na optellen een, afgeronde, waarde worden verkregen van 0 dB(A). Zodoende kunnen ze rechtstreeks worden toegepast bij gemeten of berekende waarden van de overdrachtsdempingen. In paragraaf 3.2.4 van deze richtlijn wordt een rekenvoorbeeld getoond. ) L. Duijvenstijn: Geluidnieuws, 1 november 2014,
4
artikel: Muziekspectra, deel 2, Nieuwe standaardspectra.
Figuur 1: Correctiewaarden afgeleid van circa 100 metingen aan muziekgeluid restaurant restaurant restaurant restaurant restaurant restaurant restaurant bruin/druk cafe bruin/druk cafe bruin/druk cafe bruin/druk cafe bruin/druk cafe bruin/druk cafe bruin/druk cafe bruin/druk cafe bruin/druk cafe bruin/druk cafe bruin/druk cafe bruin/druk cafe bruin/druk cafe bruin/druk cafe bruin/druk cafe bruin/druk cafe bruin/druk cafe bruin/druk cafe bruin/druk cafe bruin/druk cafe
-31 -27 -30 -24 -21 -31 -38 -43 -22 -27 -30 -14 -32 -31 -31 -38 -22 -20 -34 -29 -24 -28 -27 -26 -31 -33 -37 -35 -10 -13 -12 -7 -13 -29 -27 -16 -22 -20 -20 -21 -14 -29 -14 -22 -20 -24 -14 -19 -19 -34 -32 -35 -13 -16 -22 -18 -45 -30 -21 -26 -20 -25 -36 -29 -29 -20 -25 -36 -22 -16 -28 -37 -35 -31 -27 -35 -30 -33 -24 -28
Ultra bas
House
Dance
evenement evenement evenement evenement
Pop
sportschool sportschool sportschool sportschool turks/marokkaans cafe turks/marokkaans cafe turks/marokkaans cafe turks/marokkaans cafe turks/marokkaans cafe turks/marokkaans cafe turks/marokkaans cafe turks/marokkaans cafe turks/marokkaans cafe Café-restaurant Café-restaurant Café-restaurant Café-restaurant Café-restaurant Theater Theater Theater Jazz / pop restaurant Jazz / pop restaurant Jazz / pop Jazz / pop
Correctiewaarden in dB
Achtergrond
-17 -15 -14 -13 -11 -19 -14 -30 -9 -11 -22 -5 -5 -14 -18 -23 -11 -10 -18 -22 -12 -13 -20 -20 -24 -26 -22 -26 -10 -9 -8 -5 -9 -23 -22 -8 -13 -14 -20 -19 -14 -16 -12 -20 -14 -20 -14 -15 -4 -11 -18 -21 -5 -11 -13 -12 -22 -16 -9 -21 -7 -12 -9 -24 -15 -7 -12 -9 -9 -9 -16 -25 -23 -19 -15 -25 -14 -17 -13 -20
-8 -12 -3 -12 -10 -12 -5 -22 -7 -6 -9 -4 5 -10 -14 -15 -10 -12 -10 -14 -11 -12 -14 -13 -16 -15 -11 -17 -8 -9 -5 -9 -8 -15 -16 -10 -10 -10 -14 -18 -13 -7 -11 -10 -10 -16 -6 -13 4 -6 -5 -9 -5 -11 -5 -3 -15 -14 -11 -13 -8 -8 -9 -17 -12 -8 -8 -9 -7 -7 -13 -16 -16 -15 -12 -13 -3 -16 -12 -14
-7 -4 -9 -4 -5 -5 -4 -5 -8 -7 -4 -7 11 -3 -5 -6 -7 -8 -3 -5 -9 -7 -4 -5 -7 -8 -4 -10 -5 -7 -7 -11 -4 -7 -10 -7 -5 -8 -10 -9 -9 -6 -8 -5 -8 -9 -7 -5 3 -6 -5 -5 -10 -4 -8 -6 -4 -5 -6 -5 -6 -6 -7 -8 -6 -6 -6 -7 -8 -8 -10 -6 -8 -9 -4 -7 -9 -10 -4 -6
-6 -5 -8 -4 -6 -4 -7 -4 -5 -7 -5 -13 8 -7 -3 -4 -4 -8 -5 -4 -5 -6 -5 -5 -4 -6 -7 -7 -6 -5 -10 -11 -10 -3 -3 -8 -5 -4 -3 -5 -3 -7 -5 -6 -4 -4 -7 -6 2 -6 -8 -6 -10 -7 -4 -7 -5 -4 -6 -4 -6 -5 -4 -3 -5 -6 -5 -4 -5 -9 -2 -3 -3 -4 -5 -3 -8 -3 -4 -4
-5 -7 -9 -10 -7 -7 -13 -6 -10 -8 -11 -25 11 -12 -8 -7 -8 -6 -12 -7 -5 -5 -7 -5 -4 -3 -5 -3 -12 -8 -11 -12 -12 -7 -6 -7 -9 -7 -7 -4 -6 -8 -6 -7 -7 -5 -7 -6 6 -9 -9 -5 -11 -7 -12 -13 -8 -7 -8 -9 -9 -10 -9 -7 -8 -9 -10 -9 -10 -5 -7 -7 -6 -5 -7 -8 -9 -6 -10 -6
-11 -19 -12 -19 -12 -15 -25 -12 -14 -10 -13 -38 5 -12 -15 -11 -11 -6 -15 -14 -10 -11 -13 -13 -12 -12 -13 -9 -19 -16 -9 -7 -10 -10 -9 -9 -13 -9 -9 -10 -12 -8 -10 -9 -9 -11 -13 -14 -1 -25 -24 -17 -12 -13 -23 -21 -14 -16 -9 -11 -12 -11 -13 -11 -12 -12 -11 -13 -14 -14 -12 -12 -12 -8 -19 -11 -12 -8 -19 -13
Middenfrequenties octaafbanden in Hz
Richtlijn muziekspectra in horecabedrijven | 5
Bijlage 1-1-4
0
Figuur 2: Grafiek en tabel vijf muziekspectra
-5
Correcties in dB
-10 -15 -20 -25 -30 -35
Octaafband [Hz]
63
125
250
500
1000
2000
4000
Achtergrond
-34
-20
-11
-7
-5
-5
-8
Pop
-27
-14
-9
-6
-5
-6
-10
Dance
-20
-11
-8
-5
-6
-8
-12
House
-13
-8
-8
-7
-7
-9
-10
Ultra bas
-6
-5
-8
-10
-11
-11
-9
De 31,5 Hertz octaafband is niet in de spectra opgenomen. Metingen en berekeningen zijn bij deze frequentieband niet betrouwbaar. Om hinder te voorkomen is het raadzaam de 31,5 Hz octaafband wel in ogenschouw te nemen. Voor veel reguliere horecabedrijven geldt dat tonen lager dan 50 Hz geen relevante rol spelen. Ze kunnen fors of helemaal worden gereduceerd in de instellingen van het geluidssysteem. In clubs en bij poppodia waar heel lage tonen geproduceerd worden en relevant zijn, kan het geluidsniveau van frequenties lager dan 50 Hz dusdanig worden gereduceerd dat deze geen invloed meer hebben op het totale C-gewogen geluidsniveau. In overlastsituaties dienen deze frequenties nog verder in niveau teruggebracht te worden. Voor de benaming van de spectra is aangesloten bij de terminologie van de huidige namen ‘pop’ en ‘house’. ‘Dance’ vertegenwoordigt een bepaalde muziekstroming, maar is eveneens een containerbegrip voor de muziek die momenteel in clubs en op feesten en partijen gedraaid of gespeeld wordt. Daarbij wordt het begrip dance-spectrum al in de praktijk toegepast. Ultra bas (eveneens een muziekterm) maakt duidelijk dat het hier om muziek gaat met extreem veel lage tonen. Voor de naam van de lichtste categorie is wat lage tonen betreft gekozen voor de term ‘achtergrondmuziek’.
3.2 praktijk 3.2.1. Wettelijk kader Het overgrote deel van de horecabedrijven valt onder het regime van het ‘Activiteitenbesluit milieubeheer’. In de bijlage zijn de meest relevante geluidsvoorschriften uit het Activiteitenbesluit opgenomen. Enkele grote en/of complexe bedrijven zijn vergunningplichtig volgens de ‘Wet milieubeheer’, en dienen een eigen vergunning aan te vragen. Het Activiteitenbesluit verwijst voor de uitvoering van akoestisch onderzoek naar de ‘Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999’ (HMRI). Bij de onderstaande paragrafen is ervan uitgegaan dat het onderzoek wordt uitgevoerd conform de HMRI, en zijn alleen relevante onderdelen in relatie tot het muziekspectrum uitgelicht. 3.2.2. Keuze van het spectrum Bij geluidsmetingen of -berekeningen moet gekozen worden voor een specifiek spectrum van de muziek dat zo goed mogelijk aansluit bij de activiteiten in het horecabedrijf. Het is de ondernemer die aangeeft wat de representatieve bedrijfssituatie is, welk geluidsniveau hij maakt of wenst te maken en wat het karakter van het geluid is. Niet altijd zal de ondernemer de kennis bezitten die bij toepassing van deze richtlijn noodzakelijk is. Daarover zal hij zich moeten laten adviseren.
Richtlijn muziekspectra in horecabedrijven | 6
Bijlage 1-1-5
De keuze voor het toe te passen spectrum wordt in principe gemaakt door een akoestisch adviseur. Waarbij wordt opgemerkt dat de ondernemer of uitbater te allen tijde verantwoordelijk is voor het geluid dat hij produceert.
het gekozen muziekspectrum in mindering gebracht.
De NSG-Richtlijn adviseert de volgende stappen en criteria aan te houden om tot een keuze te komen, waarbij recht wordt gedaan aan te stellen grenswaarden:
Hierna volgt een rekenslag waarbij de isolatiewaarden van de octaafbanden worden teruggebracht tot een totale isolatiewaarde voor het gekozen spectrum. Waar nodig worden de meetwaarden nog gecorrigeerd voor bijvoorbeeld: stoorgeluid, nagalmtijd, gevelreflectie, muziektoeslag. Hiervoor verwijzen wij naar de HMRI.
a) Type horecabedrijf en representatief muziekgenre Het type bedrijf geeft een eerste belangrijke indicatie voor het verwachte geluidsniveau en muziekspectrum. In combinatie met het representatieve genre muziek wordt een eerste indruk verkregen.
Voor nauwkeuriger analyse van de geluidsisolatie en mogelijke reductie van specifieke bastonen kan onderzoek gedaan worden in tertsbanden en smalbandige FFT-analyse. Uiteraard is voor deze werkwijze de nodige akoestische deskundigheid vereist.
b) Type geluidsinstallatie De configuratie en instellingen van de geluidinstallatie bepalen in hoge mate het muziekspectrum. De aanwezigheid van een zware geluidsinstallatie en/of losse subwoofers geven een indicatie voor een zwaarder spectrum. c)
Meting muziekspectrum Indien uitvoerbaar zou een indicatieve geluidsmeting verricht moeten worden tijdens het afspelen van een aantal muzieknummers behorend bij de representatieve bedrijfsvoering. De correctiewaarden worden bepaald door het verschil tussen het A-gewogen geluidsniveau van elke octaafband en het totale geluidsniveau in dB(A). Het aldus verkregen spectrum kan vervolgens worden vergeleken met dat van een van de vijf standaardspectra.
3.2.3. Metingen en berekeningen De geluidsoverdracht vanuit een bedrijf naar een woning kan worden gemeten en/of berekend. Bij overdrachtsmetingen wordt gebruik gemaakt van een geluidsbron. Dit is - bij voorkeur - de geluidinstallatie van de inrichting, maar het kan apparatuur zijn van de adviseur. Met deze bron wordt een ruissignaal geproduceerd (roze ruis) waarbij in de octaafbanden van 63 Hz tot en met 4000 Hz een zo hoog mogelijk geluidsniveau wordt gegenereerd. Het ruissignaal kan octaafbandgestuurd worden om zodoende een hoger bronniveau te verkrijgen. Dit geluid wordt in het bedrijf (zendniveau) en in de woningen of op de gevel van de woningen (ontvangstniveau) gemeten. Door de twee niveaus van elkaar af te trekken wordt de overdrachtsverzwakking (isolatie) per octaafband verkregen. Op deze waarden worden vervolgens de correctiewaarden van
Nu is bekend welk geluidsniveau op het ontvangstpunt resteert bij een bepaald muziekgeluidsniveau in het bedrijf. Zodoende kan worden teruggerekend welk geluidsniveau in het bedrijf maximaal gemaakt kan worden, waarbij de geluidsgrenswaarde uit het Activiteitenbesluit op het immissiepunt net niet wordt overschreden: het maximaal toelaatbare muziekgeluidsniveau in de inrichting. Voor nieuwe nog niet bestaande situaties en voor het berekenen van het effect van geluidwerende constructies kunnen geen metingen verricht worden, maar vindt de beoordeling plaats met behulp van een akoestisch rekenmodel. In het rekenmodel worden onder andere gebouwen, bodemgebieden en geluidsbronnen ingevoerd. De geluidsbronnen representeren de constructies van het betreffende pand die geluid uitstralen. Het muziekspectrum is verwerkt in het vermogen van deze bronnen, minus de (lineaire) isolatiewaarden van de constructie, gecorrigeerd naar het uitstralende oppervlak. Het model berekent vervolgens de overdracht naar de diverse ontvangerpunten. Aan de hand van geluidsmetingen en/of berekeningen wordt op bovengenoemde wijze een maximaal toelaatbaar muziekgeluidsniveau bepaald. Dit is vaak, zeker voor de ondernemer, de belangrijkste conclusie van het akoestisch onderzoek.
Dit geluidsniveau geldt specifiek voor muziek met het toegepaste spectrum (inclusief andere uitgangspunten in het onderzoek zoals de dag-, avond- of nachtperiode). Op het moment dat in het bedrijf meer of minder bassen geproduceerd worden, zullen in en/of op de omliggende woningen meer of minder bassen overblijven. Het is aan de ondernemer zich te houden aan het toelaatbare geluids-
Richtlijn muziekspectra in horecabedrijven | 7
Bijlage 1-1-6
niveau en muziekspectrum. In paragraaf 3.2.4 worden hiervoor enkele hulpmiddelen omschreven.
De bepalende frequentiebanden zijn 125 en 250 Hz. Rekening houdend met de muziektoeslag van 10 dB(A) zijn in het horecabedrijf geluidsniveaus toegestaan tot 84 dB(A) (=30+64-10) in de avond en 79 dB(A) (=25+64-10) na 23.00 uur. Voor een eetcafé of restaurant kan ruimschoots aan de geluidvoorschriften worden voldaan, zeker tot 23.00 uur.
3.2.4. Voorbeeldberekening Toepassing van het ene of het andere muziekspectrum kan grote verschillen opleveren, afhankelijk van de gemeten of berekende geluidsreductie. Om dit inzichtelijk te maken is hieronder een voorbeeld uitgewerkt. Het voorbeeld betreft een horecabedrijf met daarnaast (aanpandig) een woning. Beide panden hebben een eigen bouwmuur, waardoor de geluidwering in de basis relatief hoog is. De luchtgeluidsisolatie bedraagt DnTA= 68 dB (Ilu,k= + 16 dB).
Door toepassing van het popspectrum is de geluidsreductie 5 dB(A) lager dan bij het spectrum voor achtergrondmuziek. De bepalende frequentieband is verschoven naar 125 Hz. In de nachtperiode kan nu nog slechts 74 dB(A) muziekgeluid geproduceerd worden. In dit geval betekent het dat ondanks de relatief hoge isolatiewaarden van het pand, de exploitatie van een café beperkt is.
Er worden twee mogelijke exploitaties van dezelfde horeca-ruimte gegeven: een rustig eetcafé waarvoor het Achtergrondspectrum is toegepast, en een ‘bruin’ café, waar is gerekend met het Popspectrum.
Duidelijk wordt dat het toepassen van het ene of andere muziekspectrum verschillen oplevert voor het toelaatbare geluidsniveau in het horecabedrijf. Afhankelijk van de geluidwerende eigenschappen van de pand kan dat
Tabel 3: Isolatieberekening voor eetcafé, spectrum ACHTERGROND Octaafband [Hz]
63
125
250
500
1000
2000
4000
C achtergrond [dB]
-34
-20
-11
-7
-5
-5
-8
Gemeten geluidsreductie [dB]
-40
-48
-57
-65
-72
-75
-80
Reductie ACHTERGROND [dB(A)]
-74
- 68
-68
-72
-77
-80
-88
Totale geluidsreductie spectrum ACHTERGROND :
-64 dB(A)
oplopen tot meer dan 10 dB(A). Dat is het geval indien een spectrum wordt toegepast met veel lage tonen, zoals house en ultra bas. De bepalende frequentieband is dan gewoonlijk die van 63 Hz.
Tabel 4 Isolatieberekening voor dezelfde situatie, berekend met popmuziek, voor een ‘bruin’ café, spectrum POP
Octaafband [Hz]
63
125
250
500
1000
2000
4000
C pop [dB]
-27
-14
-9
-5
-7
-6
-10
Gemeten geluidsreductie [dB]
-40
-48
-57
-65
-72
-75
-80
Reductie POP [dB(A)]
-67
- 62
-66
-70
-79
-81
-90
Totale geluidsreductie spectrum POP :
-59 dB(A)
Richtlijn muziekspectra in horecabedrijven | 8
Bijlage 1-1-7
3.2.5 Controle en handhaving Met behulp van akoestisch onderzoek is, zoals in de voorgaande paragrafen beschreven, bepaald welk geluidsniveau in het bedrijf geproduceerd kan worden. De ondernemer kan het geluidsniveau controleren met een eenvoudige geluidmeter of door een geluidbegrenzer op de installatie te (laten) plaatsen.
geluidsinstallatie is een belangrijk middel om muziekgeluid te beheersen. Veel begrenzers, of limiters, werken echter met een totaal A-gewogen geluidsniveau, waardoor de beheersing van lage tonen niet gegarandeerd is. Gebruik van een frequentieafhankelijke limiter of het goed inregelen van een Digital Sound Processor (DSP) kan hierbij uitkomst bieden.
Omdat de grenswaarden A-gewogen zijn, wordt het toelaatbare geluidsniveau in eerste instantie ook in dB(A) uitgedrukt. Bij een A-gewogen geluidsniveau worden de lage tonen minder meegewogen dan de midden en hoge tonen. Dit betekent dat de bassen kunnen toenemen terwijl het totale A-gewogen geluidsniveau niet of nauwelijks wijzigt. Hierdoor is het voor uitbaters van een horecabedrijf en handhavers van een gemeente moeilijk in te schatten of het geproduceerde geluidsniveau aansluit bij de uitgangspunten van het akoestisch onderzoek.
In die gevallen waar geluidsonderzoek onderdeel vormt van de procedure (zie BIJLAGE) kan het uitgebrachte akoestisch rapport richting geven bij de handhaving, indien daarin de A- en C-gewogen toelaatbare geluidsniveaus in het bedrijf zijn opgenomen. Tijdens controle van het geluidsniveau in de inrichting kan hierdoor relatief eenvoudig worden beoordeeld of aan de maximaal toegestane niveaus wordt voldaan, ook zonder geavanceerde meetapparatuur. De uitbater kan op deze wijze ook zelf in de gaten houden in hoeverre aan de geluidsgrenswaarden wordt voldaan.