CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

Advies Ad Fontem BP Beuningen Pastoor Bolscherstraat.pdf

Oordeelsvormende vergadering 6 december 2022, gemeente LosserBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan "Beuningen Pastoor Bolscherstraat""30.687 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Beuningen, Pastoor Bolscherstraat

Plangegevens Naam: Plantype: IMRO: Status:

Beuningen, Pastoor Bolscherstraat bestemmingsplan NL.IMRO.0168.00BP0012PH02-0401 vastgesteld

Datum:

1 november 2022

Projectnummer:

21AF316

Opdrachtgever:

Opsteller:

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) 074 – 255 7020 E) info@ad-fontem.nl

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV | Stationsstraat 37 | 7622 LW Borne | T 074-2557020 | F 074-265967 | E info@ad-fontem.nl

Beuningen, Pastoor Bolscherstraat

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

5 5 5 6 7 7

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

8 8 9

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Regionale Woonagenda Twente 2021-2025 3.4 Gemeentelijk beleid

12 12 13 18 19

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Geur 4.4 Bodem 4.5 Geluid 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Externe veiligheid 4.8 Water 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie en Cultuurhistorie 4.11 Verkeer en parkeren

22 22 23 24 25 26 27 27 29 30 34 35

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels

38 38 38

Hoofdstuk 6

41

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen

42 42 42

Bijlagen bij de toelichting

43

Bijlage 1

Verkennend bodemonderzoek

44

Bijlage 2

Watertoets

97

Bijlage 3

AERIUS-berekening

104

Bijlage 4

Quickscan natuurwaarden

124

Regels

157

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

158 158 162

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Wonen

163 163

Hoofdstuk 3 Artikel 4

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

166 166

bestemmingsplan Beuningen, Pastoor Bolscherstraat NL.IMRO.0168.00BP0012PH02-0401

2

Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels

167 168 169

Hoofdstuk 4 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht bouwwerken Overgangsrecht gebruik Slotregel

170 170 171 172

bestemmingsplan Beuningen, Pastoor Bolscherstraat NL.IMRO.0168.00BP0012PH02-0401

3

bestemmingsplan Beuningen, Pastoor Bolscherstraat NL.IMRO.0168.00BP0012PH02-0401

4

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De initiatiefnemers zijn voornemens om op een tweetal onbebouwde percelen aan de Pastoor Bolscherstraat in Beuningen twee vrijstaande doelgroeponafhankelijke woningen te realiseren. De realisatie van twee woningen is op grond van het vigerende bestemmingsplan 'Beuningen 2015' niet mogelijk. Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Ligging Het plangebied is gelegen in het noordoosten van de kern Beuningen. Het plangebied is gelegen op het overgangsgebied van de bebouwde kom en het buitengebied en staat kadastraal bekend als gemeente Losser, sectie A, nummer 3025, 3026 en 3030. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: Atlas van Overijssel) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is een luchtfoto van het plangebied weergegeven.

bestemmingsplan Beuningen, Pastoor Bolscherstraat NL.IMRO.0168.00BP0012PH02-0401

5

Figuur 1.2: Begrenzing plangebied (bron: Atlas van Overijssel) Het plangebied wordt aan de noordoostzijde begrensd door agrarische (weide)gronden. Aan de zuidoostzijde wordt het plangebied begrensd door de tuin/bebouwing van het perceel Pastoor Bolscherstraat 28. Aan de zuidwestzijde wordt het plangebied begrensd door de Pastoor Bolscherstraat en aan de noordwestzijde door de tuinen van de woningen aan de Oude Dijk. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding van dit bestemmingsplan.

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Beuningen 2015', vastgesteld op 15 december 2015. Op grond van het vigerende bestemmingsplan geldt voor het plangebied de bestemming 'Wonen'. In figuur 1.3 is een uitsnede van de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen.

bestemmingsplan Beuningen, Pastoor Bolscherstraat NL.IMRO.0168.00BP0012PH02-0401

6

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Beuningen, 2015' (bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Aan het plangebied is de bestemming 'Wonen' toegekend. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen. Wat de bouwregels betreft geldt dat een hoofdgebouw binnen een bouwvlak gebouwd dient te worden. Aangezien er voor het plangebied geen bouwvlak is opgenomen is de realisatie van twee woningen niet mogelijk. Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.

1.4

De bij het plan behorende stukken

Het onderhavige bestemmingsplan 'Beuningen, Pastoor Bolscherstraat' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.0168.00BP0012PH02-0401); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

1.5

Leeswijzer

De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

bestemmingsplan Beuningen, Pastoor Bolscherstraat NL.IMRO.0168.00BP0012PH02-0401

7

Hoofdstuk 2 2.1

Het plan

Huidige situatie

Beuningen is een kleine plattelandskern in het noorden van de gemeente Losser. Het dorp is gelegen in de mooie omgeving van het Dinkeldal. Het dorp ligt tegen het landgoed Singraven aan. Dit landgoed is in de middeleeuwen ontstaan als riddergoed (1381). Het landgoed is in beheer bij een stichting en biedt mogelijkheden voor verschillende activiteiten. Het omringende landschap wordt getypeerd als zeer waardevol voor het dorp. Het dorp heeft een oude geschiedenis en is ontstaan als marke en hoorde aanvankelijk tot het kerspel Denekamp. Het huidige Beuningen ontwikkelde zich als een kerkdorp, rond de in 1948 gebouwde kerk. De Beuningerstraat slingert als doorgaande weg door het dorp en vormt het historische lint. Via deze weg worden drie kleine woonbuurten ontsloten die na elkaar zijn gebouwd: de Pastoor Bolscherstraat, de Broeninkskamp en de Lomanskamp. Kenmerkend is dat vrijwel alle woningen met hun achtertuin aan het landschap grenzen en veelal zijn omgeven door een groene rand van opgaande beplanting. Mede ook door de vele bomen tussen de woningen heeft het dorp een groene uitstraling. In de loop der tijd is het woningaanbod in Beuningen verder uitgebreid door de realisatie van drie woonbuurten tussen de historische invalswegen en de ontsluitingswegen van Beuningen.

Deze woongebieden zijn minder bepalend voor de karakteristiek van Beuningen en vormt een doorsnee van de stedenbouwkundige stromingen en de Nederlandse architectuur van de periode van 1970 tot heden. De eerste uitbreiding is in de jaren ’70 van de twintigste eeuw gerealiseerd. Het plangebied is gelegen aan de rand van de kern Beuningen aan de Pastoor Bolscherstraat. Het plangebied is momenteel in gebruik als grasland/tuin behorende bij de naastgelegen woningen aan de Pastoor Bolscherstraat 15 en als tuin behorende bij de woning aan Pastoor Bolscherstraat 28. In figuur 2.1 is een aanzicht van het plangebied weergegeven. In figuur 2.2 is tevens een luchtfoto weergegeven van het plangebied.

Figuur 2.1: Huidige situatie Pastoor Bolscherstraat (bron: Cyclomedia)

bestemmingsplan Beuningen, Pastoor Bolscherstraat NL.IMRO.0168.00BP0012PH02-0401

8

Figuur 2.2: Luchtfoto plangebied (bron: Cyclomedia)

2.2

Toekomstige situatie

De initiatiefnemers, eigenaren van de woningen aan de Pastoor Bolscherstraat 15 en de Pastoor Bolscherstraat 28, zijn voornemens om op het grasveld/tuin behorende bij de woningen twee vrijstaande doelgroeponafhankelijke woningen te realiseren. Doelgroeponafhankelijke woningen zijn woningen waarbij alle primaire ruimten (woonruimte, kookruimte, hoofdslaapruimte, badruimte en toiletruimte) op dezelfde bouwlaag liggen (nultredenwoningen) of waarbij alle primaire ruimten bereikbaar zijn met een huislift (géén traplift) en de kapconstructie ruimte biedt voor het realiseren van extra slaapruimte. Als gevolg van de bouw van twee doelgroeponafhankelijke woningen worden de bestaande woningen verkocht. Door de verkoop van de bestaande woningen wordt doorstroming op de lokale woningmarkt bevorderd. Hoewel er nog geen concreet bouwplan van de woningen bekend is, wensen de initiatiefnemers qua maatvoering aan te sluiten bij de omliggende bebouwing. Het bouwvlak van de nieuw te bouwen doelgroeponafhankelijke woningen heeft een breedte van 12 meter en een diepte van 16 meter. Deze ruimere oppervlakte is noodzakelijk aangezien de primaire ruimten (woonruimte, kookruimte, hoofdslaapruimte, badruimte en toiletruimte) op dezelfde bouwlaag (begane grond) gelegen zijn. In figuur 2.3 is een situatietekening van de bouwlocatie van de woningen weergegeven.

bestemmingsplan Beuningen, Pastoor Bolscherstraat NL.IMRO.0168.00BP0012PH02-0401

9

Figuur 2.3: Situatietekening gewenste situatie (bron: initiatiefnemer) De situatietekening van de bouwlocatie van de woningen in figuur 2.3 houdt rekening met de bestaande boomgaard in het plangebied. Om de bestaande boomgaard in het plangebied te behouden is de situering van de noordwestelijke gelegen woning van belang. Om de boomgaard te behouden is het gewenst om de woning - met inachtneming van de aan te houden afstand van 3 meter tot de zijdelingse perceelsgrens - zo dicht mogelijk tegen de noordwestelijke perceelsgrens te plaatsen zodat de boomgaard grotendeels behouden kan blijven. Hiermee wordt ook rekening gehouden met de wens van de buren om zoveel als mogelijk bomen te sparen en de woningen niet te dicht op elkaar te zetten, waardoor een groene doorkijk vanuit de straat blijft behouden. In onderstaande figuur 2.4 is een foto van de boomgaard weergegeven.

bestemmingsplan Beuningen, Pastoor Bolscherstraat NL.IMRO.0168.00BP0012PH02-0401

10

Figuur 2.4: Foto boomgaard (bron: initiatiefnemer) Daarnaast wenst de initiatiefnemer het bouwvlak van de oostelijk gelegen woning onder een kleine hoek te plaatsen. Daarmee wordt een optimale plaatsing op het zuidwesten voor een passiefhuis bewerkstelligd. Daarmee kan zoveel als mogelijk een permanent goed binnenklimaat worden geborgd doordat het de warmte van het zonlicht binnen krijgt en houdt. Tevens zorgt de situering van die woning voor het behoud van zoveel mogelijk bestaande bomen en sluit het beter aan bij het buitengebied. Bij deze woningen wenst de initiatiefnemer aan de voorzijde (ter plaatse van de 'S') een carport te realiseren voor de voorgevel. Om de carport voor de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan mogelijk te maken is ter plaatse van de gewenste bouwlocatie van de carport de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - carport' opgenomen. Bij de de noordwestelijk gelegen woning wenst de initiatiefnemer een carport of garage met een oppervlakte van circa 15 m2 voor de voorgevel van de woning te realiseren. Om dit mogelijk te maken is de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijgebouw' opgenomen. Het perceel 3027 is omgeving met een schutting. De schutting ontneemt het zicht op de garage/carport en deels ook het zicht op de woning. De woningen worden via een gemeenschappelijke in- en uitrit ontsloten op de Pastoor Bolscherstraat.

De twee bestaande parkeerplaatsen voor het plangebied kunnen daardoor behouden blijven.

bestemmingsplan Beuningen, Pastoor Bolscherstraat NL.IMRO.0168.00BP0012PH02-0401

11

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Wonen is één van de basisbehoeften van mensen. In de Nationale Omgevingsvisie wordt aangegeven dat iedereen in Nederland prettig moet kunnen wonen voor een redelijke prijs. Een woningvoorraad die aansluit op de huidige en toekomstige woonbehoefte van mensen is daarom van nationaal belang. Het huidige woningtekort en de toename van het aantal inwoners en huishoudens vraagt een groei van de woningvoorraad (vooral in en bij de stedelijke regio’s) in een fijne, leefbare omgeving. Tussen 2019 en 2035 moet de woningvoorraad met circa 1,1 miljoen woningen worden vergroot.

De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving, de woningvoorraad en de leefbaarheid ligt bij gemeenten en provincies. Het Rijk is systeemverantwoordelijk. Het is de rol van het Rijk om de kaders te stellen, te stimuleren, eventueel te sanctioneren, waar nodig middelen ter beschikking te stellen – bijvoorbeeld via de huurtoeslag, hypotheekrenteaftrek of de regeling woningbouwimpuls voor gemeenten – en met gemeenten en provincies samen te werken om (bovenlokale, inclusief grensoverschrijdende) knelpunten op te lossen en realisatie van de nationale belangen te waarborgen. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van twee doelgroeponafhankelijke woningen op een onbebouwde grond die in de huidige situatie in gebruik zijn als tuin. Zoals is beschreven ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving en de woningvoorraad bij de gemeenten en provincies. In de paragrafen 3.2.3 en 3.4.2 wordt de realisatie van de twee doelgroeponafhankelijke woningen getoetst aan het provinciale beleid

bestemmingsplan Beuningen, Pastoor Bolscherstraat NL.IMRO.0168.00BP0012PH02-0401

12

en aan de woonvisie van de gemeente Losser. Daarin wordt aangetoond dat het past binnen het provinciale en gemeentelijke beleid ten aanzien van wonen. Concreet draagt het plan bij aan de realisatie van nieuwe levensloopbestendige woningen en zorgt het plan voor doorstroming op de woningmarkt. Daarmee past het plan binnen de prioriteiten van de NOVI en kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling. Onderhavig plan De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van twee vrijstaande woningen.

Uit de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2921) blijkt dat de realisatie van 11 woningen niet wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6, tweede lid Bro. Aangezien voorliggend plan voorziet in de realisatie van twee woningen binnen bestaand stedelijk gebied, geldt ingevolge de jurisprudentie dat het plan niet wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 3.1.6 van het Bro. Nadere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking kan derhalve achterwege blijven. De Ladder voor duurzame verstedelijking vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. Wel wordt opgemerkt dat de Raad van State in bovengenoemde uitspraak heeft bepaald dat ook wanneer de Ladder niet van toepassing is, gemotiveerd moet worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaar is. Onderhavig bestemmingsplan voorziet hierin. De Ladder voor duurzame verstedelijking vormt derhalve geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

3.2

Provinciaal beleid Overijssel

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel.

bestemmingsplan Beuningen, Pastoor Bolscherstraat NL.IMRO.0168.00BP0012PH02-0401

13

3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.

De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleidsen kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe

bestemmingsplan Beuningen, Pastoor Bolscherstraat NL.IMRO.0168.00BP0012PH02-0401

14

het uitgevoerd kan worden.

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Hieronder wordt het plan getoetst aan de relevante artikelen uit de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: Op grond van de Omgevingsverordening Overijssel wordt onder Groene Omgeving verstaan: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied.

Onder bestaand bebouwd gebied wordt verstaan: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een

bestemmingsplan Beuningen, Pastoor Bolscherstraat NL.IMRO.0168.00BP0012PH02-0401

15

positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. De nieuwbouwlocatie van de twee doelgroeponafhankelijke woningen zijn in het vigerende bestemmingsplan gelegen op gronden die reeds bestemd zijn voor 'Wonen'. Deze bestemming maakt onder meer woningen en binnenstedelijke infrastructuur mogelijk. Dergelijke voorzieningen worden op basis van de verordening gezien als stedelijke functies en voldoen aan het begrip 'bestaand bebouwd gebied'. Van een extra ruimtebeslag op de Groene Omgeving is als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling dan ook geen sprake. Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen (lid 1 en 4) 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2. 2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. 4.

De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Doorwerking voor voorliggend plan: De gemeente Losser heeft op 6 juli 2021 de Woonvisie 2021 - 2031 gemeente Losser vastgesteld. In de woonvisie van Losser zijn onder andere de regionale afspraken die de gemeenten in Twente samen met de provincie Overijssel op 25 maart 2021 hebben ondertekend, verwerkt. De toevoeging van twee woningen binnen het plangebied past binnen het in de Woonvisie 2021-2031 opgenomen woningbouwprogramma. Dit plan voldoet dan ook aan het bepaalde in artikel 2.2.2. van de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel)

bestemmingsplan Beuningen, Pastoor Bolscherstraat NL.IMRO.0168.00BP0012PH02-0401

16

Het plangebied ligt voor een deel binnen het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' en voor een deel binnen de 'Zone ondernemen met Natuur en Water buiten het Natuurnetwerk Nederland'. Daarnaast is het plangebied geheel gelegen binnen het Nationaal Landschap Noordoost-Twente. De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten).

Er zijn gebieden binnen de Zone Ondernemen met Natuur en Water die buiten het natuurnetwerk liggen. In deze gebieden is ruimte voor groen ondernemerschap, voor initiatieven en functies die de economische en maatschappelijke dragers zijn van de kwaliteit van natuur, water en landschap én ruimte voor continuïteit van de aanwezige landbouwfunctie. Initiatieven van bewoners en ondernemers zijn hier leidend: zij zijn eigenaar en vormgever van de omgevingskwaliteit. De na te streven kwaliteitsdoelen voor natuur en water zijn daarbij het uitgangspunt. Het nationaal landschap Noordoost-Twente is een gebied met (inter)nationaal zeldzame of unieke landschapskwaliteiten en in samenhang daarmee bijzondere natuurlijke en recreatieve kwaliteiten. In de Nationale Landschappen gaat het om het behouden, duurzaam beheren en waar mogelijk versterken van de bijzondere kwaliteiten van deze gebieden. Ook willen we de recreatieve toegankelijkheid vergroten. Voor grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen die in strijd zijn met de doelstellingen van de Nationale Landschappen is geen plek. De initiatiefnemer is voornemens om twee doelgroeponafhankelijke woningen te bouwen waarbij de woning deels binnen het ontwikkelperspectief Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken valt en deels binnen de Zone ondernemen met Natuur en water buiten het Natuurnetwerk Nederland.

In het bestemmingsplan Beuningen 2015 is het plangebied reeds voorzien van de bestemming 'Wonen' waardoor de gronden in het plangebied in de huidige situatie op basis van het provinciaal beleid al gerekend wordt tot het bestaand bebouwd gebied. Van gronden die kunnen worden ingezet voor kwaliteitsdoelen voor natuur en water is dan ook geen sprake. De nieuwe woningen worden gerealiseerd voor een actuele zich voordoende behoefte; de initiatiefnemers bouwen immers voor hun eigen woningbehoefte. Als gevolg van de bouw van de nieuwe woningen worden de bestaande woningen van de initiatiefnemers verkocht, wat de lokale doorstroming bevordert. Kenmerkend voor de kern Beuningen is dat de randen van de kern vrijwel overal omzoomd zijn door bomen. Om dit kenmerk te behouden houdt de nieuwe bouwlocatie van de woningen (zoals is weergegeven in paragraaf 2.2) rekening met de bestaande bomen in het plangebied. Op basis van vorenstaande wordt geconcludeerd dat het voornemen in overeenstemming is met de geldende ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Voor het plangebied gelden de volgende gebiedskenmerken: natuurlijke laag: Beekdalen en natte laagtes; laag van het agrarisch cultuurlandschap: Oude Hoevenlandschap; stedelijke laag: Woonwijken 1955 - nu; lust- en leisurelaag: Donkerte.

Aangezien het plangebied in de huidige situatie reeds is ingericht als een bestaand woonperceel zijn de kenmerken van de natuurlijke laag en de laag van het agrarisch cultuurlandschap niet meer aanwezig en kunnen deze ook niet in redelijkheid worden teruggebracht. Gelet hierop wordt opgemerkt dat voor het plangebied aansluiting gezocht kan worden bij de kenmerken van de Woonwijken 1955 - nu. De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningen centra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter. Als ontwikkelingen

bestemmingsplan Beuningen, Pastoor Bolscherstraat NL.IMRO.0168.00BP0012PH02-0401

17

plaats vinden de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. Het plan maakt de bouw van twee doelgroeponafhankelijke woningen met een fors bouwvlak mogelijk. Het bouwvlak van de nieuw te bouwen woningen heeft een breedte van 12 meter en een diepte van 16 meter. Deze ruimere oppervlakte is noodzakelijk aangezien de primaire ruimten (woonruimte, kookruimte, hoofdslaapruimte, badruimte en toiletruimte) op dezelfde bouwlaag (begane grond) gelegen zijn. Om de bestaande boomgaard in het plangebied te behouden is de situering van de noordwestelijke gelegen woning van belang (zie paragraaf 2.2). Om de boomgaard te behouden is het gewenst om de woning - met inachtneming van de aan te houden afstand van 3 meter tot de zijdelingse perceelsgrens - zo dicht mogelijk tegen de noordwestelijke perceelsgrens te plaatsen zodat de boomgaard grotendeels behouden blijft. Het bouwvlak van de oostelijk gelegen woning wordt onder een kleine hoek geplaatst. Daarmee wordt een optimale plaatsing op het zuidwesten voor een passiefhuis bewerkstelligd. Daarmee kan zoveel als mogelijk een permanent goed binnenklimaat worden geborgd doordat het de warmte van het zonlicht binnen krijgt en houdt.

Tevens zorgt de situering van die woning voor het behoud van zoveel mogelijk bestaande bomen en sluit het beter aan bij de overgang naar het buitengebied. Op basis hiervan kan geconcludeerd dat het plan past binnen het karakter van het woongebied van Beuningen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3

Regionale Woonagenda Twente 2021-2025

In 2021 ondertekenden de provincie Overijssel en de Twentse gemeenten de Regionale Woonagenda Twente 2021-2025. Daarin staat hoe de provincie en de Twentse gemeenten de woningbouwopgave in Twente voor elkaar willen krijgen met als doel: een woningmarkt waar vraag en aanbod in evenwicht zijn. De grootste opgaven die in de Regionale Woonagenda is opgenomen is het toevoegen van circa 20.000 tot 22.000 woningen in Twente. De te verwachten huishoudgroei tussen 2020 en 2030 behoeft een programmering van 15.000 woningen tot 2030. Dat is de lokale behoefte voor de regio Twente. Daarnaast heeft Twente een extra woningbouwambitie/- opgave op basis van onder andere de (gedeeltelijke) inloop van het huidige woningtekort (circa 3%), de krapte op de woningmarkt, de verstedelijkingsopgaven en de toenemende migratiestromen vanuit de Randstad en andere landsdelen. Deze extra woningbouwambitie/- opgave bedraagt voor Twente circa 5.000 tot 7.000 woningen tot 2030. Om de forse woningbouwambitie van 60.000 woningen in Overijssel te halen, kent Twente een flinke versnellingsopgave. Een opgave die voor de regio Twente goed op te pakken moet zijn vanwege het innovatieve karakter van de sterke bouwsector. In de woonagenda wordt de volgende lokale en regionale woonprogrammering onderscheiden bij het realiseren van de opgave: Lokale programmering: 1.

aansluiten bij lokale prognoses en woonwensen op basis van de huidige en de te verwachten toekomstige woningvraag, onderbouwd in het gemeentelijk woonbeleid en bijbehorend woningbouwprogramma uitgesplitst naar prijssegmenten, typologie en woonmilieu. 2. focus op: a. inbreiding (maar met ruimte voor aanvullende uitbreiding) b. transformatie/herstructurering; c. betaalbaarheid/jongeren/senioren/talenten/bijzondere doelgroepen. Regionale programmering: 1. duurzaam en slim ruimtelijk accommoderen groeiambitie / inlopen woningtekort; 2. koppeling bereikbaarheid/duurzame mobiliteit/economische groei; 3. breed palet woonmilieus/woningtypen; 4. ruimte voor (internationaal) talent.

bestemmingsplan Beuningen, Pastoor Bolscherstraat NL.IMRO.0168.00BP0012PH02-0401

18

Om de versnelling vorm te geven doet een aantal Twentse gemeenten al een beroep op het aanjaagteam vanuit de provincie. Andere gemeenten zijn voornemens om dat te doen. Tevens worden in de woonagenda de Twentse sleutelgebieden en -projecten aangewezen. Daarbij wordt in de woonagenda gewerkt met ruimtelijke strategieën. Een drietal ruimtelijke strategieën wordt hierin onderscheiden: Buiten wonen in het landelijk gebied en kleine kernen; Wonen langs de radialen in de grote kernen met een goed voorzieningenniveau en die goed bereikbaar zijn; Het stedelijk wonen. Voor de kern Beuningen geldt dat wordt aangesloten bij de ruimtelijke strategie/ruimtelijk DNA van Losser: buiten wonen in het landelijk gebied en kleine kernen. Hier is het wonen nauw verbonden met het Overijsselse landschap, het dorpse leven, natuur en landbouw. Het zijn woonmilieus die gekoesterd worden en waar kwaliteiten aanwezig zijn die zoveel mogelijk behouden moeten worden. Ook worden kansen gezien om wonen als vliegwiel in te zetten om de vitaliteit van de dorpen en linten te versterken en en de transities in het landschap, zoals in de landbouw, of de klimaatadaptieve opgaven kracht bij te zetten. Bij vrijkomende agrarische bebouwing worden bijvoorbeeld kansen gezien om nieuw aanbod te creëren, passend bij de leefomgeving en als contramal van wonen in het stedelijk gebied.

Daarnaast worden kansen gezien om in de kernen met centrum dorpse woonmilieus woningen toe te voegen om daarmee de vitaliteit en de economie van de kernen kracht bij te zetten. Toets De voorgenomen ontwikkeling voorziet in twee doelgroeponafhankelijke woningen voor een actuele zich voordoende behoefte in Beuningen. Als gevolg van de bouw van deze woningen worden de bestaande woningen verkocht. Door de verkoop van de bestaande woningen wordt doorstroming op de lokale woningmarkt bevorderd. Daarmee wordt aangesloten bij lokale woonwensen en wordt tevens voorzien in een concrete woningvraag zoals is opgenomen in de Woonvisie van de gemeente Losser (zie paragraaf 3.4.2). Het plan past binnen de uitgangspunten van de Regionale Woonagenda Twente 2021-2025.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvisie gemeente Losser

Op 16 oktober 2018 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Losser vastgesteld. De structuurvisie Losser geeft een actueel beeld van het ruimtelijk ordeningsbeleid van de gemeente en vormt een samenhangend beleidsdocument dat leidend is voor de ruimtelijke ordening en ontwikkelingen voor de komende jaren. De structuurvisie geeft richting aan de wijze waarop ruimtelijke kwaliteiten binnen de gemeente kunnen worden behouden en versterkt. In de visie wordt bepaald wat de essentiële en gebiedsspecifieke kwaliteiten zijn, waar kansen liggen en hoe ontwikkelingen op deze kwaliteiten en kansen kunnen inspelen. Bouwen naar wensen en behoeften Losser is een gemeente die de komende jaren wat betreft inwoneraantal niet sterk zal groeien. Uitbreiding en herontwikkeling van de woningvoorraad zal gericht zijn op de wensen en de behoeften. Naast kwantitatief blijft de gemeente kijken naar kwaliteit. De gemeente wil bouwen voor de inwoners die hier juist oud willen worden, in een passende woning. Dat geldt ook voor starters die hier gezinnen stichten en een passende woning wensen. De doelstellingen ten aanzien van kwaliteit en kwantiteit woningbouwprogrammering worden afgestemd op basis van de Primos cijfers. Woningbouwprogramma In de RWP Twente (d.d. april 2017) is afgesproken dat de gemeente Losser maximaal 710 woningen in de periode 2017 tot en met 2026 mag bouwen.

De langetermijnprognose van Primos 2016 laat zien dat de gemeente Losser na 2026 een dalend aantal huishoudens kent. Deze langetermijnprognose is aanleiding te veronderstellen dat de beoogde 710 woningen in de periode 2017 en met 2026 een afronding is van uitbreiding van de woningvoorraad. De gemeenteraad heeft daarom binnen deze uitbreiding een zekere prioritering aangegeven, overeenkomstig het afwegingskader in de ‘Woonvisie Losser 2016 en verder’ om toekomstig flexibel in te kunnen spelen op zich veranderende omstandigheden. Wanneer zich nieuwe woningbouwplannen voordoen, zal binnen de prioritering afgewogen moeten worden of elders plancapaciteit ingetrokken moet worden.

bestemmingsplan Beuningen, Pastoor Bolscherstraat NL.IMRO.0168.00BP0012PH02-0401

19

Uitgangspunt is dat daarbij in principe geen plannen met hogere prioriteit geschrapt worden. Visie en ontwikkelingsrichting Wonen In de kern Beuningen is beperkt ruimte voor nieuwe woningen. De volgende locaties komen hiervoor in aanmerking: 1. Lomanskamp 2: dit betreft de laatste uitbreiding van de kern Beuningen aan de zuidzijde. 2. Landgoed Singraven: dit betreft de ontwikkeling van een tweetal erven binnen het landgoed Singraven, gesitueerd op de hoek Beuningerstraat – Borgbosweg. Overig De belangrijkste aanvullende opgaven voor Beuningen worden hieronder uiteengezet. Essentieel voor Beuningen is dat de lobbenstructuur herkenbaar blijft, de entree van de kern aan beide zijden gemarkeerd wordt door de bestaande erfbebouwing en de centrale zone verbijzonderd is door afwijkende bebouwing/functies in een groene setting waarmee het hart van het dorp wordt benadrukt. Verdichting moet worden vermeden. Van inbreiding naast de bestaande bebouwing kan dan ook geen sprake zijn. Het markeren en definiëren van de entrees aan oost- en westzijde geeft de begrenzing aan weerszijden van het dorp aan. Met de uitbreiding in het verlengde van de Lomanskamp dient rekening gehouden te worden met het behoud van zicht op erf Loman en een doorkijk naar het omliggende landschap.

De kwetsbare ligging aan het rivierdal en aan het fraaie landschap aan de zuidzijde vraagt voortdurend aandacht voor de verbetering van de landschappelijke inrichting. De aanleg wandelroutes rond het dorp stimuleren en de kansen hiervoor benutten. Toets Als gevolg van onderhavig plan worden twee doelgroeponafhankelijke woningen gerealiseerd. Door de bouw van twee nieuwe woningen ontstaat stedenbouwkundig gezien een afronding van het geheel. De groene lobbenstructuur wordt door het plan niet aangetast. De bouw van de nieuwe woningen vindt plaats op gronden die in de huidige situatie in gebruik zijn als tuin behorende bij de naastgelegen woningen. Met de situering van de nieuwe woningen is zoveel als mogelijk rekening gehouden met de bestaande bomen. Daarmee blijft het groene karakter van de omgeving behouden. Als gevolg van het plan is er geen sprake van verdichting. Het plan past naar aard en omvang bij de bestaande bebouwing in de omgeving. Er is geen sprake van bebouwing op te krappe percelen. Ten aanzien van het woningbouwprogramma van de gemeente Losser wordt opgemerkt dat er in Beuningen nog beperkt behoefte is aan nieuwe woningen (zie paragraaf 3.4.2).

Als gevolg van de bouw van twee doelgroeponafhankelijke woningen worden de bestaande woningen verkocht, waarbij de intentie bestaat om de bestaande woningen te verkopen waarmee de doorstroming op de woningmarkt wordt bevorderd. Er wordt derhalve voorzien in een actuele behoefte waardoor gebouwd wordt voor de wensen en behoeften uit de samenleving. Op basis van vorenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan past binnen de Structuurvisie van de gemeente Losser. 3.4.2

Woonvisie 2021 - 2031 gemeente Losser

Op 6 juli 2021 heeft de gemeenteraad van Losser de Woonvisie 2021 - 2031 gemeente Losser vastgesteld en is het beleid op het gebied van wonen voor de komende tien jaar vastgelegd. Met het woonbeleid wil de gemeente Losser voorzien in voldoende, geschikte huisvesting van haar inwoners jong en oud. Bovendien ziet de gemeente wonen als vliegwiel voor vitaliteit en leefbaarheid van haar kernen. Dat betekent dat de gemeente inzet op activiteiten op vele fronten: nieuwbouw, herstructurering, wonen en zorg, betaalbaarheid, duurzaamheid. Bovendien levert de gemeente een bijdrage aan het inlopen van de woningtekorten, zoals die in de Twentse Woonagenda zijn benoemd. De visie op Losser als woongemeente bepaalt voor een belangrijk deel de ambities van het woonbeleid. Voor de gemeente Losser geldt onder andere de volgende (relevante) visiepunten: De gemeente Losser wil de woonfunctie in alle kernen handhaven en waar nodig versterken. Dat betekent zowel aandacht voor onderhoud en vernieuwing als - waar dat

bestemmingsplan Beuningen, Pastoor Bolscherstraat NL.IMRO.0168.00BP0012PH02-0401

20

aan de orde is - uitbreiding van de woonfunctie; De gemeente Losser wil primair sturen op de kwalitatieve behoefte. Iedere woning moet raak zijn. De woningmarkt vraagt grote flexibiliteit en de gemeente wil snel kunnen inspelen op wijzigingen die zich voordoen. Het beschikbaar krijgen van de kwalitatief noodzakelijke woningen kan niet alleen een zaak van nieuwbouw zijn. Ook het bevorderen van doorstroming, al of niet door nieuwbouw, is een kernpunt van het beleid van de gemeente Losser. Daarbij is de gemeente Losser ervan bewust dat met name de verhuisgeneigdheid van senioren beperkt is. Velen zijn nog vitaal, gebonden aan de sociale structuur en wonen voordelig (relatief lage huur of afgeloste hypotheek). De gemeente zet zich in om een vervolgstap in de wooncarrière te bevorderen mede vanwege de te verwachten zorgvraag en het tekort aan zorgpersoneel te kunnen opvangen. De gemeente staat op het standpunt dat initiatieven van inwoners voor passende woningbouw beloond moeten worden. Ten aanzien van het nieuwbouwprogramma geldt dat in de gemeente Losser de komende tien jaar gemiddeld zo'n 65 tot 70 woningen per jaar moeten worden toegevoegd. Op grond van de beschikbare woningbehoefte-onderzoeken verdeelt de gemeente dit als volgt naar woningsegmenten en doelgroepen:

Figuur 3.4: Indicatief nieuwbouwprogramma 2021 - 2031 gemeente Losser (bron: gemeente Losser) De behoefte aan levensloopgeschikte woningen kan worden vervuld door de bouw van doelgroep onafhankelijke woningen, grondgebonden of in de vorm van appartementen. Doelgroepen zijn hier zowel starters als senioren. Voor de kern Beuningen geldt dat er plancapaciteit aanwezig is voor maximaal 33 woningen, waarvan 12 hard. Er is dus de komende 10 jaar nog noodzaak om meer plancapaciteit hard te maken. Het hoofdaccent geldt dat er gebouwd wordt voor starters/jongeren. Toets De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van twee doelgroeponafhankelijke woningen op een onbebouwd perceel tussen de Pastoor Bolscherstraat 15 en 28 te Beuningen. De nieuwe woningen voorzien in een concrete behoefte aan een doelgroeponafhankelijke woning (levensloopbestendig) voor de eigenaren van de Pastoor Bolscherstraat 15 en 28. Als gevolg van de nieuwbouw zullen de bestaande woningen (nr. 15 en 28) worden verkocht. Het plan voorziet derhalve in een concrete behoefte aan nieuwe woningen en levert tevens een bijdrage aan de doorstroming, doordat de huidige woningen van de initiatiefnemers worden verkocht en beschikbaar komen op de lokale woningmarkt. Daarmee wordt tevens de vitaliteit en leefbaarheid van de kern versterkt.

Op basis van vorenstaande kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de uitgangspunten die zijn verwoord in de Woonvisie 2021 - 2031 van de gemeente Losser.

bestemmingsplan Beuningen, Pastoor Bolscherstraat NL.IMRO.0168.00BP0012PH02-0401

21

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. Of de ontwikkeling per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant.

Op basis van de jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2020:1832) lijken de volgende aspecten voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject relevant: (een uitbreiding) van de bebouwde oppervlakte, de opzet en de vormgeving van de ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van twee woningen op een onbebouwd perceel. Het perceel is gelegen binnen de begrenzing van het bestaand stedelijk gebied en is gelegen tussen twee vrijstaande woningen. De nieuwe woningen vormen in stedenbouwkundig opzicht een afronding van het straatbeeld en sluiten qua bouwregels aan bij de naastgelegen woningen (o.a. maximum goothoogte van 4 meter en een maximale bouwhoogte van 10 meter). Derhalve past de realisatie van twee nieuwe woningen in de huidige stedenbouwkundige opzet van de omgeving. Gelet op de toename van de bebouwde oppervlakte kan aansluiting worden gezocht bij de uitspraak van de Raad van State van 12 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1879). In deze uitspraak heeft de Raad van State geoordeeld dat de realisatie van twee woningen op voorheen (hobbymatige) agrarische gronden niet wordt aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Het plan heeft betrekking op de toevoeging van twee woningen op gronden die in de huidige situatie in gebruik zijn als tuin (bestemming Wonen).

De toename van de bebouwde oppervlakte is gering en kan, gelet op de uitspraak van 12 juni 2019 niet worden aangemerkt als een nieuw stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is en dat de voorziene ontwikkeling gepaard gaat met een beperkte uitbreiding van de bebouwing op het perceel. Op basis van vorenstaande wordt geconcludeerd dat het plan niet voorziet in een nieuw stedelijk ontwikkelingsproject.

bestemmingsplan Beuningen, Pastoor Bolscherstraat NL.IMRO.0168.00BP0012PH02-0401

22

4.2

Milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets Bij het realiseren van een nieuwe functie dient gekeken te worden of de nieuwe functie past in de omgeving (externe werking) en of de omgeving de nieuwe functie toelaat (interne werking). Het plangebied aan de Pastoor Bolscherstraat is gelegen binnen de bestaande woonwijk van Beuningen. In de kern Beuningen is overwegend de woonfunctie aanwezig. Centraal in de kern Beuningen zijn nog enkele maatschappelijke functies (school en kerk) en een horecagelegenheid aanwezig. De directe omgeving van het plangebied wordt vooral gedomineerd door woningen. Derhalve geldt dat het plangebied is gelegen in het gebiedstype 'rustige woonwijk'. Externe werking Bij de externe werking gaat het om de vraag of de realisatie van onderhavig plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de omgeving. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat

bestemmingsplan Beuningen, Pastoor Bolscherstraat NL.IMRO.0168.00BP0012PH02-0401

23

van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie 'wonen' betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving. Er is derhalve geen sprake van een aantasting van het leefklimaat van omwonenden. Interne werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de nieuwe functie hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. In de nabijheid van het plangebied bevindt zich aan de Oude Dijk 69 te Beuningen een loodgietersbedrijf (installatietechniek) waarvoor een maximum oppervlakte geldt van 180 m2. Op grond van de VNG-uitgave bedrijven en milieuzonering kan voor de werkzaamheden van het loodgietersbedrijf worden aangesloten bij de richtafstanden die gelden voor “Aannemersbedrijven met werkplaats met een bedrijfsoppervlakte kleiner dan 1000 m2”, waarvoor een richtafstand geldt van 30 meter. De afstand van de dichtstbijzijnde gevel van de nieuwe woning tot aan de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - loodgieter' bedraagt 28 meter. Daarmee wordt niet voldaan aan de richtafstand die geldt. De diensten van het loodgietersbedrijf vinden veelal op locatie van derden plaats. Op de locatie aan de Oude Dijk 69 bestaan de werkzaamheden vooral uit een kantoor ten behoeve van het bedrijf, opslag en het laden en lossen van de bedrijfsbussen. De impact op de omgeving is derhalve zeer gering.

De werkzaamheden die de meeste impact hebben op de omgeving (het laden en lossen van de bedrijfsbussen) vinden plaats aan de zijde van de Oude Dijk, op een afstand van ten minste 44 meter van de nieuwe woning. Daarnaast zijn in de directe nabijheid van het loodgietersbedrijf meerdere woningen direct naast en binnen de richtafstand van 30 meter aanwezig. Aangezien het bedrijf moet voldoen aan de geluidvoorschriften uit het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt het bedrijf al in zekere mate beperkt in haar bedrijfsvoering. Gelet op de bedrijfsactiviteiten die plaatsvinden op de locatie en de aanwezigheid van woningen in de directe nabijheid van het bedrijf, wordt geacht dat de nieuwe woningen geen hinder ondervinden van het bedrijf. Voor de overige milieubelastende bestemmingen (o.a. Horeca en Maatschappelijk) gelden de volgende afstanden (daarbij worden de afstanden gemeten vanaf de dichtsbijzijnde gevel van de nieuwe woning tot aan de grens van de bestemming van de milieubelastende functie): 112 meter tot aan de basisschool aan de Beuningerstraat 63; 102 meter tot aan de bestemming Horeca 'restaurant 't Sterrebos'; 140 meter tot aan de kerk (bestemming maatschappelijk). Op basis van de VNG-uitgave geldt voor de voornoemde milieubelastende functies een richtafstand van 30 meter.

Gelet op de gemeten afstand kan geconcludeerd worden dat het aspect 'bedrijven en milieuzonering' vormt derhalve geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.3

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht. Toets

bestemmingsplan Beuningen, Pastoor Bolscherstraat NL.IMRO.0168.00BP0012PH02-0401

24

Voor het aspect geur moet worden aangetoond dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen. Het meest nabijgelegen bouwvlak ten behoeve van een grondgebonden agrarisch bedrijf ligt aan de Harbertweg 2 in Beuningen. De afstand tussen een veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld, en een geurgevoelig object bedraagt ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen. De geurgevoelige objecten (de woningen) liggen na realisering in de bebouwde kom van Beuningen, waardoor uitgegaan dient te worden van een minimale afstand van 100 meter, gemeten vanaf het agrarische bouwvlak. De afstand van de rand van het agrarische bouwvlak tot het bouwvlak voor de nieuwe woningen bedraagt meer dan 100 meter, namelijk minimaal 340 meter. Het aspect 'geur' vormt derhalve geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=8d746970-d62b-46c6-9dc4-6573e42ed1fb