CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

ad b.1. IKZ rapport 2020 ZC.pdf

Oordeelsvormende vergadering 2 maart 2021, gemeente LosserBij agendapunt: Actieve informatie door college15.704 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4 Kenmerken van het zorgaanbod en de cliënten In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de zorgvormen en het wettelijke kader waarbinnen zorgaanbieders in de casuïstiek van het RIEC ON zorg bieden en welke kenmerken respondenten zien van het zorgaanbod. Ook wordt ingegaan op de doelgroep cliënten waaraan zorg wordt geboden. 4.1

Zorgaanbod

De meeste zorgorganisaties uit de casuïstiek van het RIEC ON, namelijk negen, bieden individuele- en/of groepsbegeleiding. Bij negen zorgorganisaties is niet bekend welk type zorg wordt geboden. Tabel 2.

Aantal zorgorganisaties naar soort zorg

Soort zorg

Aantal zorgorganisaties

Begeleiding individueel/groep

4

Begeleiding individueel/groep en dagbesteding

4

Begeleiding individueel/groep, dagbesteding en beschermd wonen

1

Jeugdzorg

2

Dagbesteding

1

Huishoudelijke hulp

1

Onbekend*

9

Totaal

22

* Van sommige zorgaanbieders is niet bekend welk soort zorg ze leveren omdat het RIEC ON deze informatie niet heeft opgevraagd in vervolgonderzoek naar de ondermijnende criminaliteit.

Acht zorgorganisaties leveren zorg vanuit de Wmo, vijf organisaties vanuit de Wlz. Vijf zorgorganisaties leveren zorg vanuit beide wetten. Twee zorgorganisaties leveren zorg vanuit de Jeugdwet, waarvan één zorgorganisatie ook vanuit de Wlz levert. Van twee zorginstellingen is niet bekend binnen welk wettelijk kader zorg wordt geboden.

Verwevenheid zorg & criminaliteit - Eindrapport - december 2020

20

Tabel 3.

Aantal zorgorganisaties naar wettelijk kader

Wettelijk kader

4.2 Aantal zorgorganisaties

Wmo

8

Wmo & Wlz

5

Wlz

5

Jeugdwet & Wlz

1

Jeugdwet

1

Onbekend*

2

Totaal

22

* Van sommige zorgaanbieders is niet bekend welk soort zorg ze leveren omdat het RIEC ON deze informatie niet heeft opgevraagd in vervolgonderzoek naar de ondermijnende criminaliteit.

De meeste zorgorganisaties bieden zorg gefinancierd vanuit het pgb, namelijk 17 van de 22. Hiervan leveren twee zorgaanbieders daarnaast ook ZiN. Slechts twee zorginstellingen leveren enkel zorg middels ZiN. Van drie zorgaanbieders is de leveringsvorm onbekend. Bovengeschetst beeld wordt door respondenten in Twente en in andere regio’s herkend. Volgens het merendeel van de respondenten focussen deze aanbieders zich bovendien vooral op zorgvormen waaraan een wooncomponent is gekoppeld, namelijk beschermd en begeleid wonen. Respondenten zien de problematiek bij zowel organisaties die pgbgefinancierde zorg bieden als bij zorgorganisaties die ZiN leveren. Wat opvalt, is dat in de casuïstiek van het RIEC ON de Zorgverzekeringswet niet voorkomt als zorgdomein. Een respondent uit de regio Twente en een respondent uit een andere regio zien de problematiek ook binnen de Zorgverzekeringswet, specifiek binnen wijkverpleging (zowel gecontracteerd als niet-gecontracteerd).

Cliënten

Naast kenmerken van het zorgaanbod is ook gekeken naar de cliëntendoelgroepen. Negen van de 22 zorgorganisaties uit de casuïstiek van het RIEC ON richten zich op een doelgroep met specifieke kwetsbaarheden. Het gaat hierbij om cliënten met verslavingsproblematiek en/of een justitieel verleden. Vijf zorgorganisaties bieden specifiek zorg aan jongeren. Zeven zorgorganisaties bieden vooral zorg aan cliënten met een migratieachtergrond17. Van acht zorgorganisaties binnen het RIEC ON is geen informatie bekend over kenmerken van cliënten. Volgens respondenten worden vooral zorgvormen aangeboden die door een kwetsbare doelgroep cliënten worden afgenomen, zoals bij beschermd en begeleid wonen en/of zorgvormen die gefinancierd worden vanuit het pgb. Volgens respondenten betreffen de cliënten veelal jongeren of ouderen met een extra kwetsbaarheid door bijkomende problematieken als: • een taalachterstand en/of; • een justitiële achtergrond en/of; • verslavingsproblematiek en/of; • psychische problematiek en/of; • opvoedkundige problematiek en/of; • schuldenproblematiek en/of; • meervoudige beperkingen op verstandelijk en/of lichamelijk gebied. Respondenten zien dat de cliënten zich veelal in besloten gemeenschappen bevinden en een migratieachtergrond16 hebben.

Ze benadrukken dat deze doelgroepen cliënten doorgaans gevoelig zijn voor valse beloften en manipulatie, door de zorgaanbieders worden geronseld en uiteindelijk door de vervlechting van wonen en zorg in een afhankelijkheidspositie komen. Respondent: “Je ziet dat mensen die uit detentie komen opgewacht worden door zorgaanbieders. Zij zeggen huisvesting te geven en zorg te verlenen, maar melken de cliënt volledig uit.”



17 Persoon van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren (Centraal Bureau voor de Statistiek,

2020). In het onderzoek betreft het personen die zelf in het buitenland zijn geboren en/of de ouder(s). De informatie is afkomstig uit de onderzoekdossiers van het RIEC ON met gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP).

Verwevenheid zorg & criminaliteit - Eindrapport - december 2020

21

5 K  enmerken van de structuur en de omvang van de organisaties

Tabel 5. Aantal medewerkers per zorgorganisatie Aantal medewerkers

Aantal zorgorganisaties

In dit hoofdstuk wordt weergegeven welke kenmerken de zorgorganisaties in de casuïstiek van het RIEC ON hebben en wat de omvang van deze organisaties is in aantal cliënten, medewerkers en omzet. In aanvulling hierop wordt beschreven welke kenmerken respondenten zien.

0

5

1-11

7

12-25

1

Ca. 100

1

5.1

Onbekend*

8

Totaal

22

Aantal cliënten, personeel, omzet

Van twaalf zorginstellingen binnen de casussen van het RIEC ON is het aantal cliënten bekend. Het aantal cliënten aan wie de zorgorganisaties zorg bieden verschilt per organisatie, maar bij ruim de helft van de zorgorganisaties waar dit bekend is, gaat het om minder dan tien cliënten. Er zijn ook vier middelgrote aanbieders die zorg bieden aan tien tot dertig cliënten. Eén zorgorganisatie biedt zelfs zorg aan circa tweehonderd cliënten. Tabel 4. Aantal cliënten per zorgorganisatie Aantal cliënten

Aantal zorgorganisaties

2-9

7

10-19

2

20-30

2

Ca. 200

1

Onbekend*

10

Totaal

22

Van de meeste zorgorganisaties (13) is de omzet onbekend. Drie organisaties hebben per jaar een omzet tussen de €50.000 en €100.000. Van twee zorgorganisaties is de omzet per jaar €100.000 tot €500.000. Vier zorgaanbieders hebben per jaar een omzet tussen €1.000.000 en €3.000.000. Tabel 6. Omzet per zorgorganisatie Omzet

Aantal zorgorganisaties

€50.000 - €100.000

3

€100.000 - €500.000

2

€1.000.000 - €3.000.000

4

Onbekend*

13

Totaal

22

* Van sommige zorgaanbieders is niet bekend hoeveel cliënten, medewerkers of omzet ze hebben, Het aantal medewerkers dat in dienst is bij deze zorgorganisaties verschilt per organisatie. Vijf zorgorganisaties hebben geen personeel in dienst, het betreffen hier eenmanszaken. Acht organisaties hebben maximaal 25 medewerkers. Eén zorgorganisatie heeft circa honderd medewerkers. Bij acht zorginstellingen is niet bekend hoeveel personeel in dienst is.

Verwevenheid zorg & criminaliteit - Eindrapport - december 2020

omdat het RIEC ON deze informatie niet heeft opgevraagd in vervolgonderzoek naar de ondermijnende criminaliteit. Dit betreffen wel in alle gevallen formele zorgaanbieders (in tegenstelling tot een informele zorgaanbieder, zoals een familielid die zorg vanuit een pgb levert).

Uit de interviews blijkt dat het aantal cliënten en aantal medewerkers op papier vaak relatief klein is. Door meerdere respondenten is benoemd dat bij sommige bedrijven het merendeel van de werknemers niet in loondienst werkt maar als ZZP’er (zelfstandig ondernemer zonder personeel) worden ingehuurd, waardoor de omvang op basis van het aantal werknemers op papier kleiner lijkt. Daarnaast is een voorbeeld genoemd van een zorgorganisatie die met een groot aantal onderaannemers werkt die de zorgverlening uitvoeren. Arbeidskrachten worden ingehuurd, omdat deze niet op de loonlijst komen te staan en zorgorganisaties daarmee buiten de loonheffingssfeer blijven.

22

5.3

Respondenten geven aan, net als blijkt uit de casuïstiek van het RIEC ON, dat de omzet vaak relatief hoog is; tussen de vijfhonderdduizend en één miljoen euro. In de interviews is aangegeven dat het veelal ook gaat om cliënten met zware indicaties met hoge zorgbudgetten. 5.2

In de casuïstiek van het RIEC ON hebben achttien zorgorganisaties één bestuurder of eigenaar. Bij zorgorganisaties met twee bestuurders, eigenaren of vennoten zijn de personen echtgenoten. De zorgorganisaties hebben veelal een holding boven zich die aandeelhouder en bestuurder is. Tevens zijn zorgorganisaties soms werkzaam als onderaannemer of besteden zelf de zorg uit aan onderaannemers.

Rechtsvorm

Uit de casuïstiek van het RIEC ON blijkt dat het type rechtsvorm van zorgorganisaties die worden gelinkt aan ondermijnende criminaliteit met name een bv of eenmanszaak is. Volgens een respondent komen de rechtsvormen vennootschap onder firma (vof) en stichting ook frequent voor, bijvoorbeeld in de vorm van een goede doelen organisatie zonder winstoogmerk.

Zo blijkt ook dat de meeste zorgorganisaties deel uitmaken van een structuur van meerdere organisaties. Dit is het geval bij zeventien zorgorganisaties. In dertien gevallen heeft de bestuurder een andere organisatie op naam staan, het gaat om organisaties in de zorgsector en/of om organisaties in andere sectoren. Bij vijf van deze zorgorganisaties heeft de echtgenoot of een familielid van de bestuurder ook een andere (zorg)organisatie op naam staan. Bij drie zorgorganisaties zijn familieleden van de bestuurder werkzaam als werknemer binnen de zorgorganisatie of bij een andere zorgorganisatie uit het netwerk.

Tabel 7. Aantal zorgorganisaties naar rechtsvorm Rechtsvorm

Aantal zorgorganisaties

Bv

10

Eenmanszaak

6

Vof

3

Stichting

3

Totaal

22

Een aantal van de 22 zorgorganisaties heeft daarnaast een directe link met elkaar. Er zijn twee groepen te onderscheiden die tezamen onderdeel uitmaken van een netwerk: een groep van twee zorgorganisaties en een groep van zes zorgorganisaties. De groep van zes zorgorganisaties is met elkaar verweven doordat de bestuurders en/of aandeelhouders tevens bestuurder/aandeelhouder zijn van één van de andere zorgorganisaties of de leiding hebben binnen één van de zorgorganisaties. Ook heeft binnen deze groep een aantal familieleden enkele zorgorganisaties. Binnen de groep van twee zorgorganisaties is één van de vennoten van een zorgorganisatie tevens werknemer bij een tweede zorgorganisatie van de andere vennoot.

Volgens een respondent wekt een stichting wellicht (onterecht) vertrouwen. Als er verder wordt gekeken (bijvoorbeeld bij een boekenonderzoek) is er één geldstroom te zien die bovenaan in de organisatiestructuur uitkomt bij de UBO (ultimate benificial owner, ofwel de uiteindelijk belanghebbende van de organisatie). Een modus operandus is bijvoorbeeld dat er valse kostenfacturen worden opgesteld, waardoor op papier geen winst wordt gemaakt en minder winstbelasting hoeft worden betaald. Doordat stichtingen geen aandeelhouders hebben en bestuurswisselingen (al dan niet op papier) elkaar snel kunnen opvolgen of onduidelijk zijn te achterhalen, zijn organisaties in deze gevallen fiscaal minder transparant, hetgeen bijvoorbeeld het verhullen van criminele activiteiten makkelijker maakt.

Verwevenheid zorg & criminaliteit - Eindrapport - december 2020

Structuur en betrokkenheid andere (zorg)organisaties

Ook geven respondenten aan dat de zorgorganisaties vermoedelijk veelal deel uitmaken van één of meerdere netwerken van personen, zorgorganisaties en/of organisaties in andere sectoren. In de interviews werd dit aangeduid als kerstboomconstructies. Er is dan sprake van een netwerk van verschillende bedrijven; zowel zorgorganisaties als andere organisaties in bijvoorbeeld vastgoed, horeca, transport of goudhandel met daarboven diverse holdings. De verschillende (zorg)organisaties staan veelal op naam van verschillende familieleden en personen en vermoed wordt katvangers organisaties op naam hebben staan. Respondenten zien dat tussen deze zorgorganisaties diverse geldstromen plaatsvinden, geld heen en weer wordt geschoven en contante geldopnames plaatsvinden, waardoor geldstromen lastig te volgen en te achterhalen zijn. Bij zorgorganisaties die faillissementsfraude plegen wordt gezien dat cliënten in sommige gevallen naar een andere aanbieder ‘in het netwerk’ gaan.



23

Afbeelding 5.

Netwerktekening Casus netwerk

Casus netwerk De eigenaar van een zorgorganisatie (A) levert zorg aan minderjarige asielzoekers. De eigenaar wordt in verband met gebracht met mensensmokkel; er zijn signalen dat minderjarigen naar Nederland worden gesmokkeld en vervolgens worden ondergebracht in de zorginstelling. De eigenaar wordt gelinkt aan een eigenaar van een andere zorgorganisatie (B), doordat de personen de leiding hebben bij elkaars zorgorganisatie.

Voormalig aandeelhouder/ bestuurder

€

Persoon 1

Persoon 3

Mensensmokkel

Persoon 4

Hennepteelt Seksuele uitbuiting

Hennepteelt

Op de locatie van zorgorganisatie B zijn onderdelen van een hennepkwekerij aangetroffen. Ook bestaan signalen dat een cliënt inkomsten zou hebben uit sekswerk, waarbij de cliënt wordt uitgebuit door de eigenaar van zorgorganisatie B. Deze eigenaar was bestuurder van een holding, welke aandeelhouder en bestuurder van zorgorganisatie C was. De bestuurder heeft belastingfraude gepleegd en is sindsdien geen bestuurder meer van de holding.

Bestuurder

Eigenaar

Leidinggevende

Voormalig werknemer

Aandeelhouder/ bestuurder

Holding van C

Zorgorganisatie A

Zorgorganisatie B

Mensensmokkel

Hennepteelt Seksuele uitbuiting

Zorgorganisatie C

Zorgorganisatie D

Werknemer

vestiging

Voormalig bestuurder

Leidinggevende

Eigenaar

Familie

Persoon 2

Hennepteelt Seksuele uitbuiting Mensensmokkel

Eigenaar

Broer van Persoon 2 Hennepteelt

Verwevenheid zorg & criminaliteit - Eindrapport - december 2020

Gebouw

Zorgorganisatie E

Verder is in de woning van de broer de eigenaar van zorgorganisatie B een hennepkwekerij aangetroffen. De broer is eigenaar van het pand waar een andere zorgorganisatie is gevestigd (zorgorganisatie D). Voormalig bestuurder van zorgorganisatie C is in loondienst bij deze zorgorganisatie. In de woning van de aandeelhouder en bestuurder van zorgorganisatie D is ook een hennepkwekerij aangetroffen. Deze bestuurder is voorheen in loondienst geweest bij zorgorganisatie C. De nieuwe aandeelhouder en bestuurder van zorgorganisatie C was eerder bestuurder van zorgorganisatie E. In de woning van deze bestuurder is tevens een hennepkwekerij aangetroffen. De bestuurder heeft vermoedelijk ook seksueel grensoverschrijdende betrokkenheid bij een cliënt.

24

6 Beleid en wet- en regelgeving In dit hoofdstuk gaan we nader in op mechanismen die volgens respondenten een rol spelen bij het veroorzaken of in stand houden van de problematiek. Vervolgens komen verbeterpunten voor beleid, wet- en regelgeving aan bod die door respondenten zijn aangedragen. 6.1

Mechanismen

Aan respondenten is gevraagd welke mechanismen volgens hen onderliggend zijn aan het probleem van de verwevenheid tussen zorg en criminaliteit en welke knelpunten respondenten zien in signalering, voorkoming en aanpak van het probleem. Wat volgens respondenten de zorgsector aantrekkelijk maakt voor criminelen is ten eerste dat de zorgmarkt lucratief is. Er gaat veel geld om in de zorg en er valt veel geld te verdienen. Daarnaast zijn de cliënten aan wie zorg wordt geboden veelal kwetsbaar en afhankelijk, waar relatief makkelijk misbruik van valt te maken. Volgens de respondenten gaan deze factoren samen met een aantal andere factoren in de preventie en aanpak binnen de zorgsector. Factoren in preventie: • De toetreding tot de zorgmarkt is voor malafide zorgorganisaties en zorgverleners eenvoudig door lage drempels en onvoldoende barrières. • Er zijn te weinig toetredingseisen voor met name pgb-aanbieders. • Marktwerking stimuleert het verdienen van geld, wat ten koste kan gaan van kwaliteit en veiligheid van zorg voor cliënten. • De link met criminaliteit is vaak bij een aanbesteding nog niet zichtbaar. Dit komt onder andere door de inzet van katvangers en onderaannemers. • Controles binnen het gemeentelijke domein zijn veelal beperkt tot papieren controles.

Malafide zorgorganisaties zorgen dat ze op papier binnen de opgestelde kaders van gemeenten blijven, waardoor zorgaanbieders bij enkel papieren controles niet voldoende worden gescreend. Factoren in signalering: • Bij een deel van de betrokken actoren, zoals gemeenten, RIEC’s en de politie, is onvoldoende expertise om de problematiek van ondermijnende criminaliteit binnen de zorgsector te herkennen en aan te pakken.

Verwevenheid zorg & criminaliteit - Eindrapport - december 2020

• P  roblematiek wordt nu vooral gesignaleerd doordat het naar boven komt vanuit de behandeling van de casuïstiek in het kader van andere thema’s. De problematiek van de verwevenheid van zorg en criminaliteit staat niet voldoende op de agenda waardoor vermoedelijk minder problematiek gesignaleerd wordt dan in werkelijkheid is. Factoren in toezicht, controle en opsporing: • In de zorgsector is een lage pakkans door onvoldoende (efficiënt) toezicht en opsporing, waardoor de risico’s van criminaliteit lager zijn dan in andere sectoren. Dit komt met name door de zware bewijslast en doordat partijen te weinig financiële middelen en capaciteit voor toezicht en opsporing hebben in verhouding tot het grote aantal zaken waarbij vermoedens van fraude en criminaliteit zijn. Daarnaast hebben bijvoorbeeld gemeenten te weinig bevoegdheden om toezicht uit te voeren op ondermijnende criminaliteit, dit moet overgedragen worden aan politie en justitie. • Met de hoge winsten kunnen zorgaanbieders goede advocaten aanstellen, waardoor het lastig is om achteraf zaken te bewijzen. • Door de constructies van de organisaties en netwerken is toetsing lastig, omdat veel geldstromen en verschuivingen van bijvoorbeeld cliënten plaatsvinden tussen de organisaties, die moeilijk te achterhalen en te volgen zijn. • Toezicht- en opsporingsonderzoeken duren lang.

• Toezicht en opsporing is vooral signaalgericht. Algemene factoren: • Integrale samenwerking tussen partijen met een taak op het gebied van preventie, controle, toezicht en opsporing is in de praktijk lastig en nog onvoldoende. • Niet bij alle partijen ligt prioriteit bij de aanpak van het probleem en/of wordt de urgentie niet altijd gezien. • De mogelijkheden voor informatie-uitwisseling tussen partijen zijn beperkt. Informatie over antecedenten mag bijvoorbeeld in het kader van privacy niet in alle situaties gedeeld worden wat een effectieve aanpak van criminaliteit bemoeilijkt. • Door de complexiteit van de problematiek is het soms lastig te bepalen welke partijen met de signalen aan de slag moeten. Daarbij zijn partijen in de samenwerking onderling van elkaar afhankelijk, terwijl niet alle partijen voldoende capaciteit hebben wat de samenwerking belemmert. • De natuurlijke personen achter zorgorganisaties kunnen eenvoudig een doorstart maken met een nieuwe zorgorganisatie. • Samenwerking en toezicht is erg versnipperd waardoor regie en een eenduidige aanpak ontbreekt.

25

6.2

Mogelijkheden

Naast de knelpunten die respondenten hebben aangekaart hebben zij tevens verbeterpunten en mogelijke oplossingen in beleid en wet- en regelgeving aangedragen. Mogelijkheden in preventie volgens respondenten: • Het opstellen van objectieve voorwaarden voor de screening van zorgaanbieders door gemeenten en zorgkantoren. In een Kamerbrief18 wijst minister De Jonge op het belang van goed inkoop- en contractmanagement door gemeenten. Hierbij kunnen het Twentse barrièremodel19 en pgb-fraudebarrièremodel20 ingezet worden. • Het opstellen van standaard kwaliteitseisen voor pgb-aanbieders door gemeenten en zorgkantoren. • Bij het verstrekken van pgb’s bekijken in welke mate cliënten een verhoogd risico lopen op misbruik door malafide zorgaanbieders. Bijvoorbeeld bij cliëntendoelgroepen met relatief zware zorgprofielen (zoals VG6 of VG7) is het extra van belang kritisch te kijken of gewaarborgd kan worden dat er passende zorg wordt ingekocht. • Opwerpen van meer barrières door gemeenten en zorgkantoren, door het controleren van VOG’s, diploma’s, opleidingsniveau e.d. Hier speelt het knelpunt dat katvangers worden gebruikt om door deze screening te komen, dit is te ondervangen door meer kwaliteitseisen aan de voorkant te stellen. • Meer focus op de inzet van onderaannemers, door bijvoorbeeld kwaliteitseisen voor onderaannemers op te stellen.

Mogelijkheden in signalering volgens respondenten: • Partijen die een taak hebben in preventie, controle, toezicht en opsporing zouden problematiek in het zorgdomein gerichter aandacht kunnen geven. • Creëren van meer bewustwording onder gemeenten en zorgkantoren voor het verschijnsel van criminele zorgaanbieders. • Inzet van risicoscans door gemeenten en zorgkantoren om te beoordelen op welke aanbieders extra toezicht wordt gehouden. Bijvoorbeeld bij zorgaanbieders die zorg bieden aan een kwetsbare doelgroep.



18 Kamerstukken II, 29538, nr. 314. (2020, 10 februari). 19 https://www.samen14.nl/inkoop/barriremodel

Mogelijkheden in toezicht, controle en opsporing volgens respondenten: • Efficiënter toezicht bewerkstelligen door meer fysieke controles te houden en door het stellen van meer voorwaarden aan de voorkant, zodat er een basis is om toezicht op te kunnen houden. • Partijen met een controle- en/of toezichttaak zouden meer zichtbaar moeten zijn voor aanbieders en meer fysieke controles houden. Enkel papieren controles zijn onvoldoende, doordat aanbieders op papier vaak alles goed voor elkaar hebben en binnen de kaders blijven. In gesprekken daarnaast de focus leggen op het overdragen van normen en bewustwording van de pakkans. • Gemeenten stimuleren om de rol van toezichthouder actiever op te pakken. • De toepassing van de Wet BIBOB (Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) op zorgorganisaties, zodat toezichtspartijen over een bestuurlijk instrument beschikken om onderzoek te kunnen verrichten naar malafide praktijken door zorgorganisaties. Per 1 augustus 2020, na de dataverzameling voor dit onderzoek, is de gewijzigde Wet BIBOB21 in werking getreden en sindsdien van toepassing op de zorgsector. • Meer mogelijkheden voor zorgkantoren en gemeenten tot ontbinding van contracten van zorgaanbieders bij misstanden en het niet voldoen aan de voorwaarden.

• Het uitvoeren van nulmetingen bij aanbieders, onder andere op hoe de zorg wordt verleend, het personeelsbeleid en de kwaliteit van de zorg. Door de meting jaarlijks te herhalen kunnen betere kwaliteitsonderzoeken gedaan worden. • Meer risico-gestuurd toezicht. Op basis van risicoscans een selectie maken bij welke aanbieder onderzoek wordt gedaan. Bijvoorbeeld op basis van een kwetsbare groep cliënten. Algemene verbeterpunten volgens respondenten: • In wetgeving betere gegevensuitwisseling tussen bepaalde partijen mogelijk maken, zoals tussen de RIEC’s en zorgkantoren en tussen gemeenten en zorgkantoren. • Kennis en data vergroten over aard, omvang en ernst van de problematiek door middel van analyses, wat gebruikt kan worden bij de inzet van toezichtinstrumenten. • Samenwerking tussen diverse actoren in de zorgsector en in andere sectoren stimuleren, zoals tussen de politie, RIEC en gemeenten. • Meer eenduidigheid in de werkwijze van de verschillende RIEC’s. Respondenten dragen aan dat verbetering van beleid en wet- en regelgeving belangrijk en zelfs noodzakelijk is omwille van de veiligheid voor en het welzijn van cliënten. Het gaat vaak om een groep met een zware zorgindicatie, met bijkomende problematiek als verslaving en schulden, die onvoldoende wordt beschermd.

20 https://vng.nl/nieuws/aan-de-slag-met-het-pgb-fraudebarrieremodel 21 Besluit van 15 juli 2020, Stb. 2020, 279.

Verwevenheid zorg & criminaliteit - Eindrapport - december 2020

26

7 Conclusie In dit hoofdstuk geven we op basis van de onderzoeksresultaten antwoord op de onderzoeksvragen die in hoofdstuk 1 van dit rapport zijn geformuleerd. Omvang van de problematiek In totaal zijn in de casuïstiek van het RIEC ON in de periode 2017 t/m 2019 bij 22 zorgorganisaties in Twente feiten van ondermijnende criminaliteit geconstateerd. Deze casussen zijn op tafel gekomen door de groeiende focus op zorgfraude, de inzet van het barrièremodel, meer personele inzet en betere samenwerking tussen gemeenten, het RIEC ON en externe partijen sinds 2019. Het is aannemelijk dat hierdoor in Twente meer problematiek van ondermijnende criminaliteit en zorg zichtbaar is dan in andere regio’s. Naar verwachting is het aantal aanbieders in Twente waarbij verwevenheid is tussen zorg en criminaliteit, hoger dan de 22 casussen die de focus vormen van dit onderzoek. Ten eerste kan bij de aanbesteding van zorgaanbieders door gemeenten niet altijd op voorhand worden gesignaleerd dat een aanbieder betrokkenheid heeft bij ondermijnende criminaliteit. Daarbij heeft het RIEC ON ook niet voldoende capaciteit om alle signalen nader te onderzoeken. Tevens zijn na de start van deze studie bij het RIEC ON tientallen nieuwe casussen van zorgorganisaties met signalen van ondermijnende criminaliteit binnengekomen, die momenteel ook in onderzoek zijn.

Het aantal van 22 zorgaanbieders waarbij ondermijnende criminaliteit is geconstateerd is dus niet uitputtend. Op landelijk niveau kunnen geen conclusies getrokken worden over de verwevenheid tussen zorg en criminaliteit, omdat de andere RIEC’s veelal de problematiek nog niet als speerpunt hebben en nog aan het begin staan van de aanpak. Ingeschat wordt dat wanneer actief met dit thema aan de slag wordt gegaan er waarschijnlijk meer casuïstiek naar boven komt. Ook wanneer meer bewustwording en expertise wordt ontwikkeld bij (de partners van) het RIEC voor het thema ondermijning binnen de zorg, zullen meer gevallen worden gezien. Aard van de ondermijnende criminaliteit Bij de 22 zorgorganisaties uit de casuïstiek van het RIEC ON bestaan duidelijke indicaties voor ondermijnende criminaliteit, gebaseerd op feitelijke informatie. Er is bijvoorbeeld bewijs dat personen die betrokken zijn bij een zorgorganisatie zich in een crimineel netwerk begeven en/of dat een hennepkwekerij is aangetroffen. Het betreffen deels wel en deels (nog) geen strafrechtelijk bewezen feiten.

Verwevenheid zorg & criminaliteit - Eindrapport - december 2020

Bij de zorgorganisaties zijn diverse vormen van ondermijnende criminaliteit geconstateerd. Het merendeel, namelijk 15 van de 22 zorgorganisaties, wordt in verband gebracht met hennepteelt. Hierbij zijn hennepkwekerijen aangetroffen op de volgende locaties: de zorglocatie (3), de woning van de eigenaar (4), de woning van een cliënt (1), de woning van een werknemer (1) of de woning van een familielid van de eigenaar (1). Bij vijf zorgorganisaties houdt de bestuurder zich ook bezig met grootschalige teelt/ exploiteren van meerdere kwekerijen. Drie zorgaanbieders zetten cliënten in voor het knippen van hennep. Van de vijftien organisaties die worden gelinkt aan hennepteelt, zijn bij zes organisaties tevens andere vormen van criminaliteit geconstateerd. Hierbij gaat het om witwassen, belastingfraude, uitkeringsfraude, illegaal gokken, het faciliteren van criminele activiteiten en seksuele uitbuiting van cliënten. Bij de overige zeven zorgorganisaties zijn andere delicten dan hennepteelt geconstateerd, namelijk uitkeringsfraude, mensensmokkel, belastingfraude, bezit en verkoop van illegale wapens, illegaal gokken en lidmaatschap van een Outlaw Motorcycle Gang (OMG). Bij respondenten van partijen uit Twente bestaan vermoedens van een aantal aanvullende vormen van vermoedelijke criminaliteit, namelijk cocaïnehandel, arbeidsuitbuiting en faillissementsfraude.

Bij respondenten van partijen uit andere regio’s bestaan vooral vermoedens van hennepteelt, witwassen, criminele uitbuiting en arbeidsuitbuiting. Bij 10 van de 22 zorgorganisaties die bekend zijn bij het RIEC ON, hebben de aan ondermijnende criminaliteit gelinkte personen antecedenten. De personen zijn vooral bestuurders, eigenaren, aandeelhouders of vennoten met veroordelingen voor met name diverse delicten inzake de Opiumwet, waaronder hennepteelt. Daarnaast hebben deze personen antecedenten op het gebied van fraude, opzettelijk beroven van de vrijheid, valsheid in geschrifte, geweld- en bedreiging, wapenverkoop en -bezit, oplichting en diefstal door middel van inbraak. Omdat geregeld ‘katvangers’ worden ingezet kunnen personen die daadwerkelijk de leiding voeren en antecedenten hebben, onder de radar blijven. Het is dus mogelijk dat bij meer zorgorganisaties personen met antecedenten in relatie tot ondermijnende criminaliteit een leidende rol hebben.

27

Kenmerken van het zorgaanbod Het aanbod van zorgorganisaties die in verband worden gebracht met ondermijnende criminaliteit, heeft de volgende kenmerken: • De zorg werd met name geboden binnen de Wlz, de Wmo en/of de Jeugdwet. • De problematiek kwam zowel voor bij zorgorganisaties die pgb-gefinancierde zorg bieden als bij zorgorganisaties die ZiN bieden. • Vaak ging het om zorgvormen, zoals begeleiding, die samengaan met een wooncomponent (zoals beschermd en begeleid wonen), waardoor cliënten voor hun woonruimte afhankelijk zijn van de zorgaanbieder. • Cliënten waren veelal jongeren of ouderen met een extra kwetsbaarheid door bijkomende problematieken, zoals verslavingsproblematiek.

Verband met zorgfraude Van de 22 zorgorganisaties die binnen het RIEC ON bekend zijn waarbij ondermijnende criminaliteit is geconstateerd, zijn er bij 13 (59%) tevens signalen van zorgfraude en/of onvoldoende kwaliteit/veiligheid van de zorg. De signalen van zorgfraude betroffen onrechtmatige declaraties van uren die niet zijn geleverd, waarbij zorgplannen, documenten, ID’s, diploma’s en/of handtekeningen zijn vervalst. Ook zijn bij een aantal zorgorganisaties signalen aangetroffen dat de verhouding tussen personeelskosten en omzet niet realiseerbaar is. Er is dan sprake van opvallend lage personeelskosten in relatie tot de omzet, wat suggereert dat niet alle gedeclareerde zorg geleverd is. Bij onvoldoende kwaliteit en/of veiligheid van de zorg zijn signalen en/of constateringen dat zorgpersoneel niet beschikte over een relevante opleiding of ervaring, zorgplannen niet zorgvuldig waren uitgewerkt, locaties waar de zorg werd verleend onvoldoende veilig waren en/of te weinig uren zorg aan cliënten werd verleend. Bij casuïstiek waar geen expliciete vermoedens van zorgfraude bestonden naast de vermoedens van ondermijnende criminaliteit, wordt door geïnterviewden aangegeven dat dit mogelijk onder de radar blijft.

In de casussen van het RIEC ON is gebleken dat de zorg regelmatig direct wordt geraakt door de criminele activiteiten, bijvoorbeeld doordat zorglocaties en cliënten worden gebruikt bij deze activiteiten. De uitbuiting van cliënten en de ernst van de situatie lijkt drievoudig te zijn. Ten eerste door criminele uitbuiting, doordat cliënten worden ingezet bij criminele activiteiten als het knippen van hennep. Ten tweede doordat zorgaanbieders cliënten arbeid laten verrichten, zoals het bouwen van vastgoed en dit vervolgens verkopen en de winst gebruiken voor criminele activiteiten. Ten derde ontvangen cliënten niet de zorg die ze nodig hebben, terwijl de zorgaanbieder de zorg wel declareert.

Volgtijdelijkheid en motieven Respondenten zien dat de van criminaliteit verdachte personen veelal afkomstig zijn uit criminele netwerken die zich bezighouden met georganiseerde criminaliteit, zoals drugscriminaliteit. Binnen het onderzoek zijn interviews gevoerd met een (sociaal) rechercheur en andere experts die veel casussen hebben onderzocht en ook met daders gesproken hebben. Hierbij is gevraagd naar wat bekend is over volgtijdelijkheid: zijn betrokkenen eerst crimineel en gaan ze dan de zorg in of andersom? Hier komt het beeld uit naar voren dat het gaat om personen die al crimineel actief zijn en daarna ook in de zorg actief worden. Op voorhand is het waarschijnlijk niet de intentie om goede zorg te verlenen vanuit het belang van de cliënt. Het wordt vooral gezien als eenvoudige extra inkomstenbron naast de inkomsten uit de drugscriminaliteit, waarbij de pakkans en straffen laag zijn. Respondenten noemen de volgende motieven van criminelen om binnen de zorgsector actief te worden:

Kenmerken van de organisaties De zorgorganisaties waarbij sprake is van verwevenheid met criminaliteit, zijn meestal bv’s en eenmanszaken. De omvang is veelal klein tot middelgroot wat betreft het aantal werknemers en cliënten. Echter lijkt volgens respondenten op papier de omvang vaak kleiner, doordat de zorgorganisaties vaak gebruik maken van de inhuur van ZZP’ers en onderaannemers. Daarentegen is de omzet meestal relatief hoog en hebben de zorgorganisaties meestal cliënten met hoge indicaties en zorgbudgetten. De zorgorganisaties maken veelal deel uit van een netwerk van verschillende bedrijven; zowel zorgorganisaties als andere organisaties in bijvoorbeeld vastgoed, horeca, transport of goudhandel met daarboven diverse holdings. De verschillende (zorg)organisaties staan veelal op naam van verschillende familieleden en personen. Partijen zien dat tussen de zorginstellingen en andere organisaties binnen de netwerken vaak meerdere financiële stromen plaatsvinden en geld over en weer wordt geheveld tussen de organisaties, waardoor geldstromen lastig te achterhalen en te volgen zijn. Dit wordt extra bemoeilijkt door de inzet van katvangers, onderaannemers en inhuur van ZZP’ers. Hierdoor is ook lastig te achterhalen welke personen betrokken zijn en welke activiteiten plaatsvinden.

Verwevenheid zorg & criminaliteit - Eindrapport - december 2020

• Een zorgorganisatie dient als dekmantel: Voor het witwassen van zwart geld dat verdiend wordt met criminele activiteiten. Voor het verhullen van criminele geldstromen en criminele activiteiten, bijvoorbeeld doordat de locatie van de instelling gebruikt wordt voor een hennepkwekerij.



28

• De zorgorganisatie dient als tweede verdienmodel naast de criminele activiteiten: Het verdienen van extra geld door middel van legale inkomsten uit de zorg wat gebruikt kan worden voor criminele activiteiten. Mogelijkheden voor het plegen zorgfraude waarmee geld verdiend kan worden ten behoeve van criminele doeleinden. Mogelijkheden voor de werving van mensen om in te zetten bij criminele activiteiten. Kwetsbare cliënten zijn ‘makkelijk’ te gebruiken voor de criminele activiteiten, bijvoorbeeld als loopjongens in de drugshandel. Persoonlijke verrijking: - Financiële verrijking - Een zorgorganisatie zorgt voor status door het extra verdienmodel - Het kopen van dure spullen wat aanzien verhogend werkt.

 ij het verstrekken van pgb’s bekijken in welke mate cliënten een verhoogd B risico lopen op misbruik door malafide zorgaanbieders. Bijvoorbeeld bij cliëntendoelgroepen met relatief zware zorgprofielen (zoals VG6 of VG7) is het extra van belang kritisch te kijken of gewaarborgd kan worden dat er passende zorg wordt ingekocht. • Voor een betere signalering is van belang dat: partijen die een taak hebben in preventie, controle, toezicht en opsporing problematiek in het zorgdomein gerichter aandacht geven; meer bewustwording onder gemeenten en zorgkantoren wordt gecreëerd van het verschijnsel van criminele zorgaanbieders. • Efficiënter toezicht bewerkstelligen door: meer fysieke controles te houden; meer risico-gestuurd toezicht te houden; de inzet van risicoscans; meer mogelijkheden te creëren voor zorgkantoren en gemeenten voor ontbinding van contracten van zorgaanbieders bij misstanden en het niet voldoen aan de voorwaarden.

Belemmerende factoren en verbeterpunten De volgende belemmerende factoren die bijdragen aan het (voort)bestaan van de problematiek, zijn uit de interviews naar voren gekomen: • D  e toetreding tot de zorgmarkt is voor malafide zorgorganisaties relatief eenvoudig door lage drempels en onvoldoende barrières. Aan de voorkant worden te weinig kwaliteitseisen gesteld, voor met name pgb-aanbieders. • Toezicht en opsporing op zorgaanbieders zijn onvoldoende efficiënt. Dit komt met name door de zware bewijslast en doordat partijen te weinig financiële middelen en capaciteit hiervoor hebben. Daarnaast hebben bijvoorbeeld gemeenten te weinig bevoegdheden om toezicht uit te voeren op ondermijnende criminaliteit, dit moet overgedragen worden aan politie en justitie. • De problematiek staat niet voldoende op de agenda en bij sommige partijen met een preventie-, toezicht- en/of controletaak en ook is er onvoldoende expertise om de problematiek te herkennen en aan te pakken. • Partijen ervaren soms een bemoeilijkte en/of onvoldoende integrale samenwerking.

• Op het gebied van samenwerking liggen kansen in: aanpassing van wetgeving zodat gegevensuitwisseling tussen de RIEC’s en zorgkantoren en tussen gemeenten en zorgkantoren mogelijk wordt; het stimuleren van een betere samenwerking tussen diverse actoren in de zorgsector als in andere sectoren, zoals tussen de politie, RIEC en gemeenten; een meer eenduidiger en centrale werkwijze hanteren van aanpak en samenwerking. Concluderend stellen we dat uit dit onderzoek blijkt dat vermoedelijk meer zorgaanbieders verwevenheid met ondermijnende criminaliteit hebben dan nu wordt gezien. Door het creëren van meer bewustwording van het verschijnsel van criminele zorgaanbieders, effectievere screening aan de voorkant (antecedenten van een bestuurder/betrokkene zijn hierbij bijvoorbeeld een risico-indicator, echter een papieren check is niet afdoende), het inrichten van een eenduidige en centrale werkwijze in de aanpak en samenwerking van de problematiek en een betere informatie-uitwisseling tussen betrokken actoren, kan volgens de geïnterviewden meer problematiek zichtbaar worden en aangepakt worden.

Voor verbetering van beleid en wet- en regelgeving zijn door respondenten diverse mogelijkheden aangedragen: • Op het gebied van preventie: Aan de voorkant moeten door gemeenten en zorgkantoren voorwaarden worden opgesteld voor de screening van zorgaanbieders en natuurlijke personen, meer kwaliteitseisen voor zorgaanbieders (met name pgb) worden opgesteld en niet enkel papieren screenings worden gedaan. Het Twentse barrièremodel en pgbfraudebarrièremodel kunnen hierbij ingezet worden.

Verwevenheid zorg & criminaliteit - Eindrapport - december 2020



29

8 Slotbeschouwing

Omwille van de veiligheid van cliënten en de grote bedragen die in de zorgsector omgaan is het van belang dat gekeken wordt naar een effectieve aanpak van de problematiek van ondermijnende criminaliteit verweven met zorg.

Uit de resultaten van dit onderzoek is gebleken dat ondermijnende criminaliteit voorkomt in combinatie met zorg. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat criminele netwerken die zich bezighouden met georganiseerde criminaliteit, actief worden en zijn in de zorgsector. De netwerken bestaan uit diverse zorgorganisaties en organisaties in andere sectoren die betrokken zijn bij de ondermijnende criminaliteit. Toezicht op en opsporing van de malafide praktijken wordt bemoeilijkt, doordat geld over en weer wordt geheveld tussen organisaties en steeds nieuwe bestuurders en organisaties betrokken zijn bij de criminaliteit en zorg. Gezien de voor dit onderzoek beschikbare gegevens, kunnen alleen conclusies getrokken worden over de aard en omvang van de problematiek in Twente die zichtbaar is bij het RIEC ON. Er zijn wel aanwijzingen dat de problematiek zich in de rest van Nederland ook voor doet.

Uit dit onderzoek blijkt dat vermoedelijk meer zorgaanbieders verwevenheid met ondermijnende criminaliteit hebben dan nu wordt gezien. Door het creëren van meer bewustwording van het verschijnsel van criminele zorgaanbieders, effectievere screening aan de voorkant (antecedenten van een bestuurder/betrokkene zijn hierbij bijvoorbeeld een risico-indicator, echter een papieren check is niet afdoende), het inrichten van een eenduidige en centrale werkwijze in de aanpak en samenwerking van de problematiek en een betere informatie-uitwisseling tussen betrokken actoren, kan volgens de geïnterviewden meer problematiek zichtbaar worden en aangepakt worden. Dit onderzoek hoopt bij te dragen aan een betere bewustwording en blootlegging van de problematiek, tezamen met andere initiatieven zoals de resultaten van een onderzoek22 van de VNG naar aard en aanpak van fraude binnen de Wmo en Jeugdwet waaruit ook problematiek van verwevenheid van zorg en criminaliteit naar voren komt.

De tendens van ondermijnende criminaliteit in combinatie met zorg is zeer onwenselijk vanwege een aantal redenen: • Zorggeld lekt weg naar andere doeleinden dan zorgverlening en verdwijnt binnen criminele circuits. De betaalbaarheid van de zorg staat onder druk, het zorggeld is hard nodig voor goede en toegankelijke zorg. • De ondermijnende criminaliteit blijkt in de onderzochte gevallen de zorgverlening en kwaliteit van zorg te raken, waardoor de ernst voor cliënten die met dergelijke zorgaanbieders te maken krijgen groot is. Kwetsbare cliënten met veelal een zware zorgindicatie en bijkomende problematieken ontvingen niet de kwantiteit en kwaliteit van zorg die ze nodig hadden. • Naast dat cliënten niet de zorg ontvingen die ze nodig hadden, werden cliënten ingezet bij criminele activiteiten. Cliënten werden hierbij bedreigd en gechanteerd en bevonden zich in onveilige situaties. De criminaliteit bleek op georganiseerd niveau te zijn, waar geen oog is voor de veiligheid en het welzijn van andere mensen, in dit geval kwetsbare cliënten die juist extra bescherming en zorg nodig hebben. • Verwevenheid van ondermijnende criminaliteit en zorg heeft een aantastend effect op de integriteit van de zorgsector en leidt tot ontwrichting van de sector.

Ook leidt geld dat via criminele activiteiten wordt verkregen tot een hogere omzet en hiermee tot een grotere concurrentiekracht van dergelijke zorgorganisaties ten opzichte van zorgorganisaties met een legaal verkregen omzet.



22 “Een wereld te winnen”. Over zorgfraude (Wmo 2015 en Jeugdwet). LokaleZaken, juni 2020.

Verwevenheid zorg & criminaliteit - Eindrapport - december 2020



30

Bijlage 1. Onderzoeksmethode

Kenmerken criminaliteit • Aard van de criminaliteit waarbij de organisatie is betrokken • Betrokkenheid via welke personen (bestuurder, relaties, personeel, cliënten) • Antecedenten van deze personen • Eventuele verwevenheid tussen de diverse casussen (betrokkenheid van dezelfde personen in meerdere casussen) • Eventuele betrokkenheid van deze organisaties/personen bij andere zorgorganisaties (die niet in beeld zijn bij het RIEC) • Eventuele signalen van zorgfraude en de aard hiervan

In het onderzoek geven we een kwantitatieve en een kwalitatieve beschrijving van casuïstiek die bekend is bij het RIEC ON. Uit deze casuïstiek vormen we op basis van feitelijke data een beschrijvend beeld van de aard en omvang van de van de verwevenheid van zorg en criminaliteit in de regio Twente. Dit beeld wordt aangevuld met ervaringen van respondenten over de aard van en verklaringen voor de problematiek. We maken gebruik van de volgende drie databronnen: 1. Analyse van de casuïstiek van het RIEC ON 2. Verdiepende interviews met betrokken partijen 3. Inventarisatie van casuïstiek bij overige RIEC’s door middel van een enquête

Zorgaanbod • Soort zorg • Wettelijk kader • Zorg vanuit een pgb dan wel ZiN

Casuïstiek RIEC ON Onderzoekspopulatie Het RIEC ON heeft negentien casussen waarbij verwevenheid tussen zorg en criminaliteit bestaan bij zorgorganisaties. De casussen zijn in de periode 2017 t/m 2019 in onderzoek geweest bij het RIEC ON, waarvan het merendeel in 2019. De casussen zijn vanuit een vermoeden van ondermijnende criminaliteit binnengekomen, waarna soms ook sprake bleek te zijn van vermoedens van zorgfraude. Een aantal casussen is ook vanuit een vermoeden van zorgfraude binnengekomen, waarna vervolgens vermoedens van ondermijnende criminaliteit bleken. In 2019 is namelijk door het RIEC ON zorgfraude als handhavingsknelpunt toegevoegd. Naar de casussen is vervolgonderzoek ingesteld binnen RIEC-verband en bij het merendeel heeft een bestuursrechtelijke of civielrechtelijke interventie plaatsgevonden, zoals ontbinding van een contract door gemeenten of een fiscale interventie. Het betreffen deels wel en deels (nog) geen strafrechtelijk bewezen feiten.

Cliënten • Algemeen beeld van problematiek en zorgvraag Omvang • Aantal cliënten • Hoeveelheid personeel in dienst • Omzet Structuur • Juridische structuur: bijvoorbeeld eenmanszaak, besloten vennootschap, stichting elkaar geanalyseerd. Uit de 19 casussen komen 22 zorgorganisaties naar voren, op basis waarvan de onderzoeksresultaten worden beschreven.

Instrumenten en analyse Om de casuïstiek te kunnen bestuderen heeft het IKZ een overzicht van indicatoren opgesteld (zie onderstaand kader). Aan het RIEC ON is gevraagd per casus deze indicatoren in te vullen en geanonimiseerd aan te leveren bij het IKZ.

Criminele en strafrechtelijke gegevens Onderzocht is aan welke criminele activiteiten waarvan geconstateerde feiten zijn binnen het RIEC ON de zorgorganisaties worden gelinkt. De informatie over de criminaliteit is afkomstig uit politiegegevens en informatie van gemeenten (vanuit Toezicht) binnen het samenwerkingsverband en betreft feitelijke informatie. Voor de criminele activiteiten heeft deels wel en deels (nog) geen strafrechtelijke veroordeling plaatsgevonden.

Door het IKZ zijn per casus de kenmerken van de zorg, de criminaliteit, de organisatie en de relaties hiertussen in kaart gebracht. Tijdens het analyseren van de data zagen we, in lijn met wat het RIEC heeft aangegeven bij het aanleveren van de data, dat één casus uit meerdere zorgorganisaties kan bestaan. Ook zijn verschillende casussen gelinkt aan elkaar door de organisatiestructuren. Ten behoeve van een eenduidige beschrijving van de resultaten zijn de kenmerken van de zorgorganisaties binnen alle casussen apart van

Verwevenheid zorg & criminaliteit - Eindrapport - december 2020

Daarnaast zijn antecedenten van betrokken personen geanalyseerd. Het RIEC ON heeft toegang tot antecedenten via het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) van



31

Inventarisatie casuïstiek bij overige RIEC’s

het OM en het Herkenningsdienstsysteem (HKS) van de politie. Het RIEC ON gebruikt in hun onderzoeken alleen veroordelingen die vijf jaar of korter geleden hebben plaatsgevonden. Deze antecedenten zijn in dit onderzoek meegenomen. Bij sommige casussen heeft het RIEC ON antecedenten van ouder dan vijf jaar die bekend zijn aangeleverd, om het ondermijnende karakter aan te halen.

Onderzoekspopulatie en instrumenten Voor het verkrijgen van een beeld van de problematiek in andere regio’s is in aanvulling op de interviews met de twee RIEC’s, de Belastingdienst en de Inspectie SZW een verkenning uitgevoerd naar beschikbare casuïstiek bij de overige RIEC’s: NoordNederland, Amsterdam Amstelland, Den Haag, Rotterdam, Zeeland West-Brabant, OostBrabant en Limburg. Onder de RIEC’s is een enquête met open vragen uitgezet. De vragen zijn gebaseerd op dezelfde onderwerpen die tijdens de interviews zijn besproken. Vanwege het verkennende doel en om zo veel mogelijk inzicht te krijgen in achtergronden en duiding van casuïstiek is gekozen voor een open vragenlijst. Alle RIEC’s hebben de vragenlijst ingevuld.

Verdiepende interviews Onderzoekspopulatie en instrumenten Met diverse partijen zijn semigestructureerde interviews gevoerd. Vooraf is een vragenlijst opgesteld op basis van de thema’s die behandeld worden tijdens het interview en voorafgaand aan het interview is de vragenlijst gedeeld met de respondenten. In de interviews is gevraagd naar herkenning en duiding van de problematiek en achtergronden bij de casuïstiek. Daarnaast is besproken in hoeverre het aantal bekende casussen van het RIEC ON een compleet beeld geeft en of naar verwachting casuïstiek ontbreekt. Met de volgende partijen uit de regio Twente is een gesprek gevoerd: • Regionale zorgkantoor Menzis • Gemeente Enschede • Expert op het thema zorgfraude in de regio Hengelo • Belastingdienst (regio Twente) • RIEC ON

Analyse De vragen binnen de enquête zijn opgedeeld in onderwerpen. De antwoorden van respondenten zijn per onderwerp samengebracht, zodat een overzicht ontstond van alle data per onderwerp.

Om een indruk te krijgen van wat bekend is over de problematiek in andere regio’s, zijn gesprekken gevoerd met de volgende partijen: • Inspectie SZW • RIEC Midden Nederland • RIEC Noord-Holland • Belastingdienst • IKZ Analyse Van de interviews zijn gespreksverslagen gemaakt. Het gespreksverslag is vervolgens naar de respondent gestuurd ter controle en voor eventuele aanvullingen. De resultaten zijn geanalyseerd aan de hand van de gespreksverslagen. Om overzicht in de interviewdata aan te brengen zijn de gespreksverslagen opgedeeld naar de diverse onderzoeksonderwerpen. Vervolgens is alle informatie omtrent een onderwerp uit de gespreksverslagen bij elkaar gebracht, zodat een overzicht ontstond van alle data per onderwerp.

Verwevenheid zorg & criminaliteit - Eindrapport - december 2020



32

Meer informatie Wil je meer informatie over een bepaald onderwerp of heb je interesse in een beschreven onderzoeksrapport. Dan zijn we bereikbaar op (030) 296 89 71 of via secretariaat@ikz.nl informatie knooppunt zorgfraude

Bezoekadres Informatie Knooppunt Zorgfraude Newtonlaan 1 3584 BX Utrecht

zorg met zorg beschermd

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=ef9d608d-b4ce-41a5-a984-e3ed6b15b4f3