CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

_Aanwezigheid es in voedselbos Glanerbeek

Raadsvergadering 30 juni 2026, gemeente LosserBij agendapunt: Beantwoording technische vragen t.b.v Glanerbrugstraat 47-494.449 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanwezigheid es Voedselbos Glanerbeek

Opdrachtgever: Opdrachtgever: Voedselbos Glanerbeek Contactpersoon: Dagobert Bergmans Adres: Postcode en plaats

Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl

Projectgegevens: Projectnummer: Datum: Projectleider: Opgesteld: Gecontroleerd: Status: Versie:

204492 16 april 2026 projectleider ir. K. Hanhart Ing. Enrico Boers Definitief 2

© 2026 Eelerwoude Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.

Inhoudsopgave 1

Inleiding .................................................................................................................................................... 4

2

Kenmerken van een es .............................................................................................................................. 4

3

Essen in voedselbos Glanerbrug ............................................................................................................... 6

3.1

Historische kaarten .................................................................................................................................6

3.2

Keileemdiepte .......................................................................................................................................10

3.3

Hoogtekaart ..........................................................................................................................................11

3.4

Bodemkaart 1:10.000 ...........................................................................................................................13

4

Resultaten bodemonderzoek Eelerwoude 2022 .................................................................................... 14

4.1

Noordwestelijke es (nr. 1) ....................................................................................................................14

4.2

De noordoostelijke es (nr. 2) ................................................................................................................14

4.3

De zuidoostelijke es (nr. 3) ...................................................................................................................14

4.4

De zuidelijke es (es 4) ...........................................................................................................................15

5

Conclusie ................................................................................................................................................. 16

Bronnen................................................................................................................................................................. 17 Bijlage 1: boorstaten noordwestelijke es (nr. 1) ................................................................................................... 18 Bijlage 2: boorstaten es noordoostelijke es (nr. 2) ............................................................................................... 21 Bijlage 3: boorstaten zuidoostelijke es (nr. 3) ....................................................................................................... 22 Bijlage 4: boorstaten zuidelijke es (nr. 4) .............................................................................................................. 25

Lijst met figuren Figuur 1: Locaties bodemboringen en peilbuizen aangevuld met op DINOloket beschikbare bodeminformatie. . 4 Figuur 2: Historische topografische kaart uit ca. 1900 (Topografische Dienst, 2023) ............................................ 6 Figuur 3: Historische topografische kaart ca. 1920 (Topografische Dienst, 2023) .................................................. 7 Figuur 4: Historische topografische kaart ca. 1935 (Topografische Dienst, 2023) .................................................. 8 Figuur 5: Bovenkant keileem in m. -mv (Spa, 2022) ............................................................................................. 10 Figuur 6: AHN4 hoogtekaart (Esri Nederland, 2024)............................................................................................. 11 Figuur 7: Verdwenen steilranden en houtwallen .................................................................................................. 12 Figuur 8: Bodemkaart 1:10.000 (Bodemdata, 2026) ............................................................................................. 13

Voedselbos Glanerbeek | Eelerwoude | 3

1 Inleiding In november 2022 heeft Eelerwoude ten behoeve van de onderbouwing van ruimtelijke indeling en teeltmogelijkheden van het Voedselbos Glanerbeek een onderzoek uitgevoerd naar de bodem- en grondwater in het Voedselbos (Spa, 2022). In het kader van dit onderzoek is gebruik gemaakt van bestaande informatie over bodemopbouw en grondwaterstanden zoals het DINOloket (huidig BROloket). Daarnaast heeft Eelerwoude 14 bodemboringen uitgevoerd (B1 t/m B14) en 4 peilbuizen geplaatst: PB1 t/m PB4 (zie Figuur 1).

Figuur 1: Locaties bodemboringen en peilbuizen aangevuld met op DINOloket beschikbare bodeminformatie.

De Gemeente Losser heeft vragen gesteld met betrekking tot de aanwezigheid van een es in het onderzoeksgebied, met name het perceel tussen Reeders en Brands, dat in het rapport van Eelerwoude is aangeduid als es.

2 Kenmerken van een es Over de vorming van essen of essen in het oosten van Nederland zijn veel publicaties verschenen. In het standaardwerk “Landschappen van Nederland; geologie, bodem en landgebruik” (Jongmans, Berg, Sonneveld, Peek, & Berg van Saparoea, 2013) is de kennis over het ontstaan van essen en de kenmerken hiervan goed samengevat. Ontstaan van een es: Een es is ontstaan door eeuwenlange ophoging van akkers op relatief hooggelegen dekzandruggen en dekzandkoppen met plaggenmest (Stichting voor bodemkartering, 1979). Hierdoor ontstonden uiteindelijk hoge bruine (bEZ23) en hoge zwarte (zEZ23) enkeerdgronden. De plaggenmest werd door de plaatselijke boeren gewonnen in de laaggelegen weidegronden en woeste gronden en gebruikt als bedding in zogenaamde potstallen, waar het werd vermengd met mest van koeien en/of schapen: het zogenaamde Potstal-systeem. Het gebruik van plaggenmest was nodig in de middeleeuwen, om de weinig vruchtbare (zand)gronden op

Voedselbos Glanerbeek | Eelerwoude | 4

dekzandruggen te verrijken voor het verbouwen van voedselgewassen. In de winter stond het vee op stal. De boeren staken plaggen in aangrenzende woeste gronden en weidegronden en brachten die naar de stal, waar deze werden vermengd met vooral koeien- en schapenmest. Aan het eind van de winter, als het vee weer het land op ging, werd de potstal uitgemest en met kruiwagen uitgespreid op de akkers. Doordat de heideplaggen ook een deel zand bezat, werden de akkers geleidelijk hoger en rijker aan organische stof. Hierdoor ontstond een zogenaamde eerdlaag. Uit historisch onderzoek is gebleken dat eerdgronden gemiddeld met ca. 1 mm per jaar zijn opgehoogd. Dit betekent dat een eerdlaag van 50 cm een ca. 500 jaar oude geschiedenis met ophoging met plaggenmest heeft ondergaan. Pas begin 20ste eeuw is het potstalsysteem met de komst van kunstmest gestopt. In de bodemkunde wordt een zandgrond met een eerdlaag van meer dan 50 cm dikte aangeduid als een enkeerdgrond. Wanneer de dikte van de eerdlaag tussen de 30 en 50 cm is wordt het bodemtype aangeduid als Laarpodzolgrond (Bakker & Edelman-Vlam, 1976). De dunnere eerdlaag duidt op een kortere periode van plaggenbemesting. Er is echter wel sprake van de vorming van een es. De essen werden in de middeleeuwen door de boeren aangelegd op de hogere en drogere dekzandruggen.

In deze van oorsprong wat hoger gelegen dekzandruggen vond infiltratie van regenwater plaats, waardoor van oorsprong podzolbodems werden gevormd. Podzolbodems worden gekenmerkt door een ca. 10-15 cm zwarte A-horizont, overgaand in een uitspoelingshorizont (E-horizont) overgaand in een donkere inspoelingshorizont (Bh-horizont) en ijzerbruine overgangs horizont (BC-horizont). De E-horizont verdween dikwijls door het ploegen, waardoor de bodemopbouw van een es meestal bestaat uit een eerdlaag (Ap-horizont) overgaand in een begraven Bh-horizont, overgaand in een droge BC-horizont. Steilranden en houtwallen: Naast de aanwezigheid van een dikke eerdlaag (>30 cm) is de aanwezigheid van een steilrand aan de rand van de es ook een typerend kenmerk. De steilranden ontstonden op de overgang van de opgehoogde es en de in de loop van tijd verlaagde weidegronden waar de plaggenmest werd gestoken. De boeren maakten deze overgangen bewust zo steil mogelijk om te voorkomen dat wild op de akker kwam om hier van het gewas te eten. Omdat er nog geen prikkeldraad bestond werden de steilranden vaak ook beplant met doornige gewassen om het wild tegen te houden. Met de intrede van prikkeldraad verviel de functie van deze doornhagen, waardoor deze werden verwijderd of verwilderde. Hierdoor zijn oude essen vaak omgeven door de houtwallen.

Uitvlakken van essen: In het moderne landbouwsysteem zijn steilranden en houtwallen niet efficiënt. Het onderhoudt is intensief, de steilranden bemoeilijkte landbewerking met grote machines en de houtwallen gaven schaduw in de hooggelegen essen. Met de ruilverkaveling zijn veel steilranden daardoor geëgaliseerd. Dit deed men door de bodem van de hooggelegen es in de naastgelegen lagere percelen te schuiven. De es werd hierdoor aan de randen verlaagd en de graslanden aan de randen verhoogd, zodat een trekker deze kon bewerken. De egalisatie van essen is in de bodem zichtbaar doordat de dikte van de zwarte eerdlaag aan de randen van de geëgaliseerde es dunner is dan op de rest van de es en dat de in het laaggelegen grasland de bovengrond dikker is geworden met zwarte grond vanaf de es.

Voedselbos Glanerbeek | Eelerwoude | 5

3 Essen in voedselbos Glanerbrug 3.1 Historische kaarten 3.1.1 Historische kaart ca. 1900 Op de historische topografische kaarten uit het eind van de 19de eeuw/begin 20ste eeuw is te zien dat een aantal percelen van oudsher bouwland zijn geweest (zie Figuur 2). Deze bouwlanden zijn in het kader van deze notitie genummerd: 1 t/m 4. De oude bouwlanden hebben op de kaart een witte kleur en vertonen de typische kenmerken van oude essen, zoals het gebruik als akker, de aanwezigheid van steilranden rondom de akkers en de aanwezigheid van houtwallen rondom de akkers om het wild buiten te houden. De essen bevonden zich op de overgang tussen de hogere, maar vermoedelijk door ondiep liggende keileem ook vrij natte, woeste gronden (rood gestippelde gronden) in het westen en het natte beekdal van de Glanerbeek. Waarschijnlijk waren alleen deze gronden van oorsprong geschikt voor de akkerbouw.

1. 2. 3.

4.

Figuur 2: Historische topografische kaart uit ca. 1900 (Topografische Dienst, 2023)

Voedselbos Glanerbeek | Eelerwoude | 6

3.1.2 Historische kaart ca. 1920 Op de topografische kaart uit de periode ca. 1920 is het beeld van essen en woeste gronden nog vergelijkbaar met de situatie rond 1900 (zie Figuur 3). Ten noorden van de Glanerbrugstraat zijn enkele hoger gelegen delen van de heide ontgonnen t.b.v. de aanleg van akkers.

1. 2. 3.

Glanerbrugstraat 4.

Figuur 3: Historische topografische kaart ca. 1920 (Topografische Dienst, 2023)

Voedselbos Glanerbeek | Eelerwoude | 7

3.1.3 Historische kaart ca. 1935 Op de topografische kaart van ca 1935 is te zien dat de woeste gronden buiten de bestaande essen zijn ontgonnen t.b.v. grasland (gele tinten) en akkers (witte tinten; zie Figuur 4). Het is opvallend dat op deze kaart es 1 niet langer staat aangegeven als een es. De steilranden en typerende houtwallen zijn niet langer weergegeven en de es is deels in gebruik als grasland. Ook zijn er sloten getrokken door de es om deze te ontwateren. De natte omstandigheden die het noodzakelijk maakten om de es te ontwateren zijn niet typisch voor essen. Essen zijn door de boeren over het algemeen op droogste delen van het landschap gevormd, omdat dit vroeger de enige gronden die geschikt waren voor akkerbouw. De natte omstandigheden kunnen worden verklaard door de aanwezigheid van keileem in de ondiepe ondergrond, waardoor er water stagneerde (zie Figuur 5 op bladzijde 10). Blijkbaar heeft er in de periode tussen 1920 en 1935 grondverzet plaatsgevonden, waarbij ontwateringsloten zijn aangelegd en steilranden zijn afgevlakt. Door de combinatie van ontwatering, het gebruik als grasland en grondverzet t.b.v. het afvlakken van de steilranden, verloor de vroegere es in deze periode veel van zijn typische kenmerken. Bij essen 2 en 3 verdween voor een deel de typische houtwallen, met uitzondering van de westzijde, die nu nog aanwezig is.

De steilranden zijn wel aanwezig. Bij es 4 zijn nu steilranden ingetekend, hetgeen mogelijk duidt op ophoging van deze es.

1. 2. 3.

4.

Figuur 4: Historische topografische kaart ca. 1935 (Topografische Dienst, 2023)

Voedselbos Glanerbeek | Eelerwoude | 8

3.1.5 Historische topografische kaart 1960 Op de historische kaarten van ca. 1940 en ca. 1950 is de situatie weinig gewijzigd ten opzichte van ca. 1930. Op de historische kaart van ca. 1960 zijn opnieuw veranderingen zichtbaar. Es 1 heeft niet langer de vorm zin originele vorm. De randen zijn in gebruik als grasland, deze waren blijkbaar te nat voor akkerbouw. Essen 2 t/m 4 zijn nog steeds in gebruik als bouwland, maar met uitzondering van de noordwestzijde van es 4 zijn de steilranden niet meer aangegeven. Dit duidt erop dat ook in essen 2, 3 en 4 egalisaties hebben plaatsgevonden. Aan de westzijde van essen 2 en 3 zijn nog steeds houtwallen aanwezig.

1. 2. 3.

4.

Voedselbos Glanerbeek | Eelerwoude | 9

3.2 Keileemdiepte De keileemdiepte in het voedselbos is door Eelerwoude in kaart gebracht op basis van eigen boringen aangevuld met boorstaten beschikbaar op het Dinoloket. Dit heeft geresulteerd in onderstaande keileemdieptekaart. Het is opvallend dat het keileem in es 1 zeer ondiep in de ondergrond aanwezig is, wat een verklaring is voor de natte omstandigheden in deze voormalige es.

Figuur 5: Bovenkant keileem in m. -mv (Spa, 2022)

Voedselbos Glanerbeek | Eelerwoude | 10

3.3 Hoogtekaart De ligging van de oude essen in het voedselbos Glanerbeek is nog goed zichtbaar op de AHN4 hoogtekaart (zie Figuur 6). Op deze kaart is te zien dat es 1 is doorsneden door een diepe watergang. Op de hoogtekaart is te zien dat de vroegere steilranden van es 1 volledig zijn geëgaliseerd. Essen 2 en 3 zijn eveneens geëgaliseerd, maar hier is de karakteristieke bolle vorm van de essen nog enigszins in het maaiveld herkenbaar. Bij es 4 zijn de steilranden eveneens niet meer aanwezig. De bolle vorm van deze es is nog duidelijk aan het maaiveldverloop af te leiden.

1. 1. 2.

3.

4.

Figuur 6: AHN4 hoogtekaart (Esri Nederland, 2024)

Voedselbos Glanerbeek | Eelerwoude | 11

Verdwenen steilranden en houtwallen In onderstaande landschappelijke analyse is aangegeven welke steilranden in de loop der tijd zijn geëgaliseerd, welke houtwallen rondom de essen zijn verdwenen en waar een sloot is aangelegd t.b.v. de ontwatering van de “natte” es 1.

Figuur 7: Verdwenen steilranden en houtwallen

Voedselbos Glanerbeek | Eelerwoude | 12

3.4 Bodemkaart 1:10.000 De bodemkaart schaal 1:50.000 is te kleinschalig om de ligging van de essen aan te geven (zie Figuur 8). Het gebied is nauwkeuriger gekarteerd op schaal 1:10.000, maar ook deze kaart is relatief grof. Op de hoogtekaart is tevens te zien dat een aantal percelen buiten de oude essen even hoog of hoger liggen dan de oude essen. Deze zijn evenals de oude essen opgehoogd met plaggenmest, maar de dikte van de eerdlaag is dunner (30-50 cm). Deze gronden zijn op de bodemkaart 1:10.000 gekarteerd als Laarpodzolgronden (code cHn). Zoals te zien op de oude historische kaarten betroffen dit in de meeste gevallen wel oude essen.

cbZg

zEZ

tZn

cHn cbZg

zEZ Hn

zEZ cHn

tZn tZn zEZ Figuur 8: Bodemkaart 1:10.000 (Bodemdata, 2026)

Voedselbos Glanerbeek | Eelerwoude | 13

4 Resultaten bodemonderzoek Eelerwoude 2022 De bodemkaart 1:10.000 is gebaseerd op een beperkt aantal boorpunten. De meest nauwkeurige bodeminformatie is te vinden in de bodem zelf. De boorstaten van de door Eelerwoude uitgeboorde profielen zijn weergegeven in Bijlage 1. In de rapportage van Eelerwoude uit 2022 was in de boorstaten het bodemtype niet ingevuld. Op basis van de profielopbouw is in de bijlagen met boorstaten het bodemtype en de bodemcode aangevuld. Bij boring B2 is de naamgeving van de 2e horizont aangepast op basis van de foto. Het betreft hier een oude begraven A-horizont.

4.1 Noordwestelijke es (nr. 1) In het meest noordwestelijke bouwland zijn door Eelerwoude in 2022 3 bodemboringen uitgevoerd: PB0, B2 en B3. De profielen zijn gefotografeerd. De boorstaten en foto’s zijn opgenomen in Bijlage 1. In profiel PB0 is te zien dat het perceel ooit een diepe grondbewerking heeft ondergaan waardoor het onderste deel van de eerdlaag (de A-horizont) door de onderliggende bruine ondergrond (Cgr-horizont) is geploegd. De toevoeging p geeft aan dat de A-horizont is geploegd. De eerdlaag heeft waarschijnlijk vóórafgaand aan het ploegen een dikte van ca. 60 cm gehad. Dit is voor een enkeerdgrond vrij dun. Mogelijk is tijdens de egalisatie van de es een deel van de eerdlaag afgeschoven naar de lagere percelen rondom de es. De dikte van de door de boeren in de loop der eeuwen opgebrachte eerdlaag bedraagt bij profiel B2 50 cm. Dit is relatief dun voor een es. Mogelijk is tijdens de egalisatie ook hier een deel van de bovengrond afgeschoven naar lagere percelen. Onder de eerdlaag bevindt zich de oorspronkelijk begraven bovengrond: de Apb-horizont. De toevoeging b duidt op een begraven oude horizont.

4.2 De noordoostelijke es (nr. 2) In es 2 is door Eelerwoude boring B4 uitgevoerd. Op deze locatie is een 60 cm dikke eerdlaag (Ap) aangetroffen. Dit bodemprofiel voldoet daarom aan de kenmerken van een oude es. Mogelijk is de eerdlaag ook hier voor een deel afgeschoven. Ook de overgang naar de droge ondergrond met hierin een podzolprofiel is typisch voor oude essen. De boeren legden de oudste akkers meestal aan op droge zandkopjes in het landschap waarin van oorsprong podzolbodems waren gevormd.

4.3 De zuidoostelijke es (nr. 3) In es 3 is 1 bodemboring uitgevoerd in de oude es: PB1. Een boring is uitgevoerd in het opgehoogde perceel ten oosten van de oude es: B5. Tenslotte is een boring uitgevoerd in de oorspronkelijke laagte tussen es 2 en es 3: B0. In profiel PB1 is een 70 cm dikke eerdlaag aangetroffen. Een eerdlaag van deze dikte is typisch voor een oude es. Eerdlagen kunnen wel een meter of meer dikte hebben. Ook bevindt zich onder de eerdlaag een podzolprofiel, wat kenmerkend is voor oude essen.

Voedselbos Glanerbeek | Eelerwoude | 14

Aan de oostzijde van de oude es is de oorspronkelijke beekeerdgrond opgehoogd met grond vanuit de hoger gelegen essen 2 en 3. Zoals gezegd in paragraaf 4.3 zijn tijdens de ruilverkaveling veel essen geëgaliseerd, waarbij de aangrenzende lagergelegen gronden zijn opgehoogd met grond die vanaf de es in de lagere delen is geschoven. Boring B0 is uitgevoerd in de laagte tussen essen 2 en 3. Hierin is een zeer dunne eerdlaag zichtbaar typisch voor de hier aanwezige beekeerdgrond.

4.4 De zuidelijke es (es 4) In de zuidelijke es is één boring uitgevoerd: B11 (zie Bijlage 4). De dikte van de eerdlaag (Ap-horizont) is destijds gekarteerd als 45 cm, waardoor dit profiel net niet voldoet aan het criterium voor een enkeerdgrond (eerdlaag >50 cm). Om deze reden is het profiel geclassificeerd als een Laarpodzolgrond. De eerdlaag gaan aan de onderkant over op een droge podzol horizont (Bh/E), die ooit is geploegd. Zoals eerder vermeld duidt deze volgorde van bodemlagen wel op de aanwezigheid van een oud bouwland met es-kenmerken.

Voedselbos Glanerbeek | Eelerwoude | 15

5 Conclusie Op basis van historische kaarten, hoogtekaarten, bodemkaarten en in 2022 door Eelerwoude uitgevoerde bodemboringen kan met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat in de percelen behorende tot het voedselbos Glanerbeek een viertal oude essen aanwezig zijn. De 4 essen vertonen in verschillende mate de typische kenmerken van oude essen: • • • • •

gebruik als akkerland, het voorkomen van een dikke eerdlaag, een overgang van de eerdlaag naar een begraven droge podzol-horizont, steilranden, houtwallen.

Op basis van het bodemonderzoek kan worden opgemerkt dat essen 2, 3 en 4 de typische bodemkundige kenmerken hebben van een es namelijk een met plaggenmest opgehoogde oude dekzandrug waarin onder de plaggenmest (de eerdlaag) nog de kenmerken van het vroegere podzolprofiel van de droge dekzandrug aanwezig zijn. Es 1 is door de boeren in het verleden wel opgehoogd met plaggenmest, maar de typische droge podzol onder de eerdlaag ontbreekt. In de uitgevoerde boringen is onder de eerdlaag veelal een natte venige laag aangetroffen. De natte omstandigheden in deze es kunnen worden verklaard door de aanwezigheid van keileem, waarop regenwater stagneert. Es 1 is tussen ruwweg 1910 en 1930 daarom ontwaterd met sloten, wat ongebruikelijk is voor oude essen, die immers van nature hoog en droog waren en door het opbrengen van de plaggenmest nog hoger en droger werden. Op de hoogtekaart en historische kaarten is te zien dat in alle essen egalisaties zijn uitgevoerd, waardoor de steilranden zijn verdwenen. Daarmee zijn ook de originele houtwallen verdwenen rondom de essen. Alleen bij essen 2 en 3 is aan de westrand nog een houtwal aanwezig, die mogelijk nog een restant vormt van de vroegere houtwal die de steilrand markeerde.

Voedselbos Glanerbeek | Eelerwoude | 16

Bronnen Bakker, H. d., & Edelman-Vlam, A. (1976). De Nederlandse bodem in kleur. Wageningen: Stichting voor Bodemkartering en Centrum voor landbouwpublicaties en landbouwdocumentatie. Bodemdata. (2026). Basiskaarten. Opgehaald van Bodemdata: www.bodemdata.nl Esri Nederland. (2024). AHN4 DTM. Jongmans, A., Berg, M. v., Sonneveld, M., Peek, G., & Berg van Saparoea, R. v. (2013). Landschappen van Nederland. Wageningen: Wageningen Academic Publishers, Nederland. Spa, L. (2022). Bodem en grondwateronderzoek Glanerbeek. Goor: Eelerwoude . Stichting voor bodemkartering. (1979). Bodemkaart van Nederland schaal 1:50.000; Toelichting bij de kaartbladen Blad 34 West Enschede Blad 34 Oost Enschede, Blad 35 Glanerbrug. Wageningen: Stichting voor Bodemkartering. Topografische Dienst. (2023). Topotijdreis. Opgehaald van Topotijdreis.nl: www.topotijdreis.nl

Voedselbos Glanerbeek | Eelerwoude | 17

Bijlage 1: boorstaten noordwestelijke es (nr. 1) Namen karteerders: Karel Hanhart, Laura Spa

BOORSTAAT

0

Ap/Cgr

50

65

Cgr

65

100

50

1-3-2022

% <50 μm

5 50

2

M50

Wortels

% <2 μm

pH Merck

Aard veensrt.

Diepte pH

%

Textuur

Rijpings-klasse

Organische stof

Kalk-klasse

Diepte in cm t.o.v. mv

Ap

boormethode:

Datum:

Boring:

Locatie: Enk

Mengverhouding

Horizont-code

Gebied: Voedselbos Glanerbeek

Opmerkingen

250

Zwart matig fijn zand geploegd

30

250

Roestbruin sterk lemig matig fijn zand

70

250

Grijs-roestbruin matig fijn zandige keileem

Edelmanboor

Geschatte GHG (cm -mv):

55

Actuele grondwaterstand (cm -mv):

95

Bodemtype: zwarte enkeerdgrond

Geschatte GLG (cm -mv):

>100

Maaiveldhoogte (m. +NAP):

38,54

Code bodemtype: zEZ

Geschatte fluctuatie (cm):

Actuele gws (m. +NAP)

37,59

Slootwaterstand (m. +NAP):

Grondwatertrap:

Geschatte GHG (m. +NAP):

37,99

X:

263962

Maximale beworteling (cm -mv):

Geschatte GLG (m. +NAP):

Y:

472052

PB0

Namen karteerders: Laura Spa

BOORSTAAT

Datum:

28-3-2022

Boring:

M50

5

250

Wortels

<50 μm

pH Merck

%

<2 μm

Diepte pH

Aard veensrt.

Rijpings-klasse

%

Textuur %

Kalk-klasse

Diepte in cm t.o.v. mv

Organische stof

Opmerkingen

x

Zwart, zwak lemig, zeer humeus, matig fijn zand, geploegd

Ap

0

50

6

Apb

50

70

6

10

250

Zwart, zeer humeus, lichte zavel, matig fijn zand

Cer

70

130

8

25

250

Zwart, lichte klei, zeer humeus, matig fijn zand

Cgr

130

135

70

250

Grijze zware keileem met roestkleur

boormethode:

Edelmanboor

Geschatte GHG (cm -mv):

40

Actuele grondwaterstand (cm -mv):

85

Bodemtype: zwarte enkeerdgrond

Geschatte GLG (cm -mv):

>120

Maaiveldhoogte (m. +NAP):

37,56

Code bodemtype: zEX

Geschatte fluctuatie (cm):

Actuele gws (m. +NAP)

36,71

Slootwaterstand (m. +NAP):

Grondwatertrap:

Geschatte GHG (m. +NAP):

37,16

X:

264045

Y:

472018

Maximale beworteling (cm -mv):

B2

Locatie: Huiskavel, enk

Mengverhouding

Horizont-code

Gebied: Voedselbos Glanerbeek

20

Geschatte GLG (m. +NAP):

Namen karteerders: Laura Spa

BOORSTAAT

Datum:

28-3-2022

Boring:

M50

5

250

Wortels

<50 μm

pH Merck

%

<2 μm

Diepte pH

Aard veensrt.

Rijpings-klasse

%

Textuur %

Kalk-klasse

Diepte in cm t.o.v. mv

Organische stof

Opmerkingen

x

Zwart, zwak lemig, zeer humeus, matig fijn zand, geploegd

Ap

0

50

6

Apb

50

70

6

10

250

Zwart, zeer humeus, lichte zavel, matig fijn zand

Cer

70

130

8

25

250

Zwart, lichte klei, zeer humeus, matig fijn zand

Cgr

130

135

70

250

Grijze zware keileem met roestkleur

boormethode:

Edelmanboor

Geschatte GHG (cm -mv):

40

Actuele grondwaterstand (cm -mv):

85

Bodemtype: zEZ

Geschatte GLG (cm -mv):

>120

Maaiveldhoogte (m. +NAP):

37,56

Code bodemtype: zwarte enkeerdgrond

Geschatte fluctuatie (cm):

Actuele gws (m. +NAP)

36,71

Slootwaterstand (m. +NAP):

Grondwatertrap:

Geschatte GHG (m. +NAP):

37,16

X:

264045

Y:

472018

Maximale beworteling (cm -mv):

B2

Locatie: Huiskavel, enk

Mengverhouding

Horizont-code

Gebied: Voedselbos Glanerbeek

20

Geschatte GLG (m. +NAP):

Bijlage 2: boorstaten es noordoostelijke es (nr. 2) Namen karteerders: Laura Spa

BOORSTAAT

0

Bhg Bh

28-3-2022

<50 μm

M50

Wortels

%

<2 μm

pH Merck

Aard veensrt.

Diepte pH

%

Textuur %

Rijpings-klasse

Organische stof

Kalk-klasse

Diepte in cm t.o.v. mv

Ap

Datum:

Boring:

Locatie: Huiskavel, beek

Mengverhouding

Horizont-code

Gebied: Voedselbos Glanerbeek

Opmerkingen

60

5

250

60

80

8

250

Zwart-grijs, matig humeus, matig fijn zand Donkerzwart, zeer humeus, matig fijn zand, mete roestkorrels

80

110

8

250

Donkerzwart, zeer humeus, matig fijn zand

BC

110

130

250

Bruin matig fijn zand (knarsend door roestdeeltjes)

Cer

130

170

250

Bruin matig fijn zand

Cr

170

180

250

Grijze zware keileem

boormethode:

5 60

x

Edelmanboor

Geschatte GHG (cm -mv):

60

Actuele grondwaterstand (cm -mv):

118

Bodemtype: zwarte enkeerdgrond

Geschatte GLG (cm -mv):

170

Maaiveldhoogte (m. +NAP):

37,89

Code bodemtype: zEZ

Geschatte fluctuatie (cm):

Actuele gws (m. +NAP)

36,71

Slootwaterstand (m. +NAP):

Grondwatertrap:

Geschatte GHG (m. +NAP):

37,29

X:

264070

Geschatte GLG (m. +NAP):

36,19

Y:

471938

Maximale beworteling (cm -mv):

20

B4

Bijlage 3: boorstaten zuidoostelijke es (nr. 3) Namen karteerders: Karel Hanhart, Laura Spa

BOORSTAAT

0

70

Ep

70

80

E/Bh/BC/Cgr

80

135

Cgr1

135

145

Cgr2

145

165

Cgr3

165

180

5

25

1-3-2022

<50 μm

M50

10

180

2

60

Wortels

%

<2 μm

pH Merck

Aard veensrt.

Diepte pH

%

Textuur %

Rijpings-klasse

Organische stof

Kalk-klasse

Diepte in cm t.o.v. mv

Ap

boormethode:

Datum:

Boring:

Locatie: Kop richting de Glanerbeek

Mengverhouding

Horizont-code

Gebied: Voedselbos Glanerbeek

x

Opmerkingen Zwart zwak lemig, matig fijn zand

250

Lichtgrijs grof zand

300

Zwart en roestbruin grof zandig, verwerkt

400

Roestbruin grof zand

180

Bruingrijs grof zand met grind

180

Bruingrijze matig fijn zandige keileem

Edelmanboor

Geschatte GHG (cm -mv):

70

Actuele grondwaterstand (cm -mv):

75

Bodemtype: zwarte enkeerdgrond

Geschatte GLG (cm -mv):

140

Maaiveldhoogte (m. +NAP):

38,14

Code bodemtype: zEZ

Geschatte fluctuatie (cm):

Actuele gws (m. +NAP)

37,39

Slootwaterstand (m. +NAP):

Grondwatertrap:

Geschatte GHG (m. +NAP):

37,44

X:

264049

Maximale beworteling (cm -mv):

Geschatte GLG (m. +NAP):

36,74

Y:

471824

PB1

Namen karteerders: Laura Spa

BOORSTAAT

0

40

Cp

40

55

Ah

55

85

Cer

85

170

Cr1

170

Cr2

220

<50 μm

5

M50

Wortels

%

<2 μm

pH Merck

Aard veensrt.

Diepte pH

%

Textuur %

Rijpings-klasse

Organische stof

Kalk-klasse

Diepte in cm t.o.v. mv

Ap

boormethode:

Datum:

28-3-2022

Boring:

B5

Locatie: Huiskavel, beek

Mengverhouding

Horizont-code

Gebied: Voedselbos Glanerbeek

250

x

Opmerkingen Zwart, matig humeus, matig fijn zand, opgebracht en geploegd

250

Lichtbruin-geel matig fijn zand, opgebracht

250

Zwart, matig humeus, matig fijn zand (oorspronkelijke Ah)

5

180

Lichtbruin-geel fijn zand

220

10

180

Lichtbruin-grijs, zwak lemig, fijn zand

480

10

180

Grijs, zwak lemig, fijn zand

5

Edelmanboor - pulsboor

Geschatte GHG (cm -mv):

40

Actuele grondwaterstand (cm -mv):

Geschatte GLG (cm -mv):

170

Maaiveldhoogte (m. +NAP):

Geschatte fluctuatie (cm):

Actuele gws (m. +NAP)

Grondwatertrap: Maximale beworteling (cm -mv):

30

155

36,43

Bodemtype:

opgehoogde zwarte beekeerdgrond

Code bodemtype:

pbZg opgehoogd met eerdlaag

Slootwaterstand (m. +NAP):

Geschatte GHG (m. +NAP):

X:

264128

Geschatte GLG (m. +NAP):

Y:

471819

Namen karteerders: Karel Hanhart, Laura Spa

BOORSTAAT

Datum:

1-3-2022

Boring:

Ap

0

35

Cgr1

35

60

Cgr2

60

80

<50 μm

5

M50

Wortels

%

<2 μm

pH Merck

Aard veensrt.

Diepte pH

%

Textuur %

Rijpings-klasse

Diepte in cm t.o.v. mv

Organische stof

Kalk-klasse

Locatie: Laagte richting de Glanerbeek

Mengverhouding

Horizont-code

Gebied: Voedselbos Glanerbeek

180

70

x

Opmerkingen Zwart matig humeus, zwak lemig, matig fijn zand

180

Roestbruin matig fijn zand

180

Roestbruin matig fijn zandige leem

boormethode: Edelmanboor Geschatte GHG (cm -mv):

Actuele grondwaterstand (cm -mv):

Geschatte GLG (cm -mv):

Maaiveldhoogte (m. +NAP):

Geschatte fluctuatie (cm):

Actuele gws (m. +NAP)

Slootwaterstand (m. +NAP):

Grondwatertrap:

Geschatte GHG (m. +NAP):

X:

264050

Maximale beworteling (cm -mv):

Geschatte GLG (m. +NAP):

Y:

471841

Bodemtype: 37,59

Code bodemtype:

B0

Bijlage 4: boorstaten zuidelijke es (nr. 4) Namen karteerders: Laura Spa

BOORSTAAT

Datum:

28-3-2022

Boring:

<50 μm

M50

Wortels

%

<2 μm

pH Merck

Aard veensrt.

Diepte pH

%

Textuur %

Kalk-klasse

Diepte in cm t.o.v. mv

Organische stof

Rijpings-klasse

Locatie: Huiskavel, kwekerij

Meng-verhouding

Horizont-code

Gebied: Voedselbos Glanerbeek

Opmerkingen

x

Zwart matig humeus, matig fijn zand

Ap

0

45

5

250

Bh/E

45

75

6

250

Grijs-zwart, zeer humeus, matig fijn zand

BC

75

90

250

Roestbruin matig fijn zand (knarsend)

Cer

90

100

250

Lichtbruin matig fijn zand

Cr1

100

300

250

Lichtgrijs matig fijn zand

Cr2

300

310

250

Blauwgrijze zware keileem met grind

boormethode:

40

Edelmanboor - pulsboor

Geschatte GHG (cm -mv):

50

Actuele grondwaterstand (cm -mv):

161

Bodemtype: Laarpodzolgrond

Geschatte GLG (cm -mv):

160

Maaiveldhoogte (m. +NAP):

39,10

Code bodemtype: cHn

Geschatte fluctuatie (cm):

Actuele gws (m. +NAP)

37,49

Slootwaterstand (m. +NAP):

Grondwatertrap:

Geschatte GHG (m. +NAP):

38,60

X:

263842

Geschatte GLG (m. +NAP):

37,50

Y:

471625

Maximale beworteling (cm -mv):

20

B11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=7f5a228c-88d8-4705-a202-4413117950e1