CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanmeldingsnotitie

Oordeelsvormende vergadering 28 november 2023, gemeente LosserBij agendapunt: VVGB Ambachtelijke Bierbrouwerij Steenfabriek4.009 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r Brouwerij De Smokkelaar Aan Gemeente Losser Afschrift aan BOEi Datum 18 januari 2023

Van SOM Huisvesting

Telefoonnummer 06-40240568

Kenmerk 10.59 Steenfabriek Losser

Onderwerp Omgevingsvergunning 7158645

E-mail norbert@somhuisvesting.nl

Initatiefnemer:

Brouwerij & Stokerij de Smokkelaar B.V.

Locatie:

Steenfabriek De Werklust in Losser

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3

INLEIDING Initiatiefnemer en het bevoegd gezag Aanleiding en doel van deze notitie Inhoud van de notitie

3 3 3 3

2

DE PLAATS VAN HET PROJECT

4

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10

DE KENMERKEN VAN HET PROJECT Motivering activiteit Ontwerp bedrijfsgebouw Situatie proeflokaal Kenmerken van de initiatiefnemer Planning en tijdsduur activiteit Cumulatie met andere projecten Gebruik natuurlijke hulpbronnen Productie van afvalstoffen Verontreiniging en hinder Risico van ongevallen door gevevaarlijke stoffen

5 5 5 7 7 7 7 7 8 8 8

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15

KENMERKEN VAN DE POTENTIËLE EFFECTEN Ecologie Water en bodem Niet gesprongen explosieven Landschap en archeologie Verkeer Luchtkwaliteit Geluid Schaduwwerking Trillingen Geur Externe veiligheid Gezondheid Duurzaamheid en klimaat Sociale aspecten Eventuele andere relevante effecten

8 9 10 10 10 11 11 11 11 12 12 12 12 12 12 13

5

CONCLUSIE

13

2

1 1.1

Inleiding Initiatiefnemer en het bevoegd gezag

Deze aanmeldingsnotitie is opgesteld namens: - Brouwerij & Stokerij de Smokkelaar B.V. - Vosbultkamp 72, 7586GS Overdinkel Hierna te noemen ‘initiatiefnemer’. Gemeente Losser treedt op als bevoegd gezag om een besluit te nemen over de mogelijke m.e.r. -plicht voor de benodigde omgevingsvergunning voor de beoogde ontwikkeling. Eigenaar van het vastgoed is BOEi, een ondernemende organisatie zonder winstoogmerk met de ambitie een oplossing te vinden voor het maatschappelijke vraagstuk van leegkomend erfgoed.

1.2

Aanleiding en doel van deze notitie

Initiatiefnemer is voornemens zich te vestigen op het terrein van voormalige Steenfabriek De Werklust in Losser. Hiervoor wordt een werkloods gesloopt en op dezelfde plek een bedrijfsgebouw gebouwd. Het te bouwen pand gaat dienen als productiehal (brouwzaal) en opslag voor een micro-brouwerij. In een naastgelegen bestaand pand op het terrein van de Steenfabriek komen een proeflokaal en kantoor. Op basis van de kenmerken van de voorgenomen activiteit geldt een plicht tot een vormvrije m. e.r.beoordeling voor de omgevingsvergunning. Deze plicht is onderbouwd in de ruimtelijke onderbouwing bij de omgevingsvergunning. Het doel van voorliggende aanmeldingsnotitie is om te beschrijven wat de aard en omvang van de ingreep en de aard en omvang van de milieueffecten van deze ingreep zijn en of deze zodanig zijn dat een m.e.r.procedure (het opstellen van een MER) nodig is. Op basis van voorliggende aanmeldingsnotitie kan het bevoegd gezag (gemeente Losser) beoordelen en besluiten of zij voor de benodigde omgevingsvergunning een m.e.r.-procedure nodig acht. Het besluit om al dan niet een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen wordt verwerkt in de ruimtelijke onderbouwing bij de omgevingsvergunning.

1.3

Inhoud van de notitie

De vormvrije m.e.r.-beoordeling gaat in op de mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief van de brouwerij.. Deze belangrijke nadelige gevolgen worden beoordeeld aan de hand van de selectiecriteria opgesomd in Bijlage III van de EEG -richtlijn Milieueffectbeoordeling, die drie hoofdthema’s noemt: • Kenmerken van de activiteit; • Plaats van de activiteit (ligging en samenhang met andere activiteiten (cumulatie)); • Kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activ iteit kan hebben. Het doel van de notitie is om op objectieve wijze informatie over mogelijke, relevante milieugevolgen van het project te verzamelen en te presenteren. De plaats van het project (criterium 1) wordt in hoofdstuk 2 beschreven. De kenmerken van het project (criterium 2) word in hoofdstuk 3 beschreven. De potentiële milieu-/omgevingseffecten (criterium 3) worden in hoofdstuk 4 beschreven. In hoofdstuk 5 wordt aangegeven of belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uit te sluiten. Het bevoegd gezag neemt op basis van de inhoud van deze notitie een besluit of er een (volledige) m.e.r.(-beoordeling) nodig is.

3

2

De plaats van het project

Tot de het terrein waarop Steenfabriek De Werklust gevestigd is, behoren meerdere adressen: o Smuddeweg 3 en Smuddeweg 8, 7581 PN Losser o Oldenzaalsestraat 104, 7581 PW Losser Kadastrale gemeente: Losser Sectie: H Perceelnummers: 1713, 1712, 6852, 3395, 3394 en 10203 De ontwikkeling van het bedrijfsgebouw voor de micro-brouwerij bevindt zich in sectie H 3395, Oldenzaalsestraat 104.

In de steenfabriek werden ruim een eeuw lang stenen gebakken. Sinds de activiteteiten gestopt zijn in 1999 beheert Stichting De Werklust de steenfabriek en verzorgt ze de museumfunctie van het complex. De 9 objecten / gebouwen op het terrein van de steenfabriek zijn afzondelijk beschermd als rijksmonument. Vanwege de waardevolle samenhang zijn ze tevens onderdeel van een complex en als zodanig beschermd. Stichting De Werklust beheert een eigen informatiecentrum op het perceel op ruim 80m afstand van het te ontwikkelen bedrijfsgebouw. Het perceel wordt omringd door woningen, groen en agrarische percelen. Er zijn in de buurt voornamelijk gebouwen met woonbestemming. Op 65m afstand van de voorgenomen ontwikkeling bevindt zich het dichstbijzijnde perceel met de bestemming wonen.

4

3

De kenmerken van het project

3.1

Motivering activiteit

Het doel van het project is om de niet-monumentale werkplaats die begin jaren 80 is gebouwd te vervangen door een bedrijfsgebouw ten behoeve van brouwerij De Smokkelaar. De werkplaats wordt momenteel gebruikt door de stichting ten behoeve van kleine onderhoudswerkzaamheden aan de steenfabriek. Daarnaast wordt een proeflokaal met terras gerealiseerd in het naastgelegen voormalige ketelhuis. Tevens wordt daar een kleine kantoorruimte ten behoeve van de brouwerij gevestigd.

3.2

Ontwerp bedrijfsgebouw o o

Eén nieuw te bouwen bedrijfsgebouw met functies: kleine brouwerij (brouwzaal)en bijbehorende opslag. Verhuurbaar vloeroppervlak: 241m2 VVO

5

6

3.3

Situatie proeflokaal o o

3.4

Een bestaand gebouw met functies: proeflokaal met terras en kantoorruimte. Verhuurbaar vloeroppervlak: 94m2

Kenmerken van de initiatiefnemer

De intitiatiefnemer is gericht op het brouwen, distribueren en verkopen van speciaal bier. De verkoop richt zich op horeca, slijterijen, supermarkten, platforms, groothandels en webshops. Er komt geen winkelfunctie. De initiatiefnemer zal in haar bedrijfsruimtes rondleidingen en proeverijen organiseren. Ten behoeve van het proeflokaal wordt naastgelegen een terras gerealiseerd.. De brouwerij betreft een micro-brouwerij met een capaciteit van max. 2650 hectoliter per jaar. Dit betreft gemiddeld 3 brouwsels per week. De installatie voor het bierbrouwen betreft: o Brouwketels (25 hectoliter) o Fermentatie tanks (20 hectoliter) o Helder biertanks (20 hectoliter) o Distilleerketels (150-500 liter) o Stoominstallatie o Waterinstallatie (heetwatertank en koelwatertank) o CIP-reinigingsinstallatie o Pompen

3.5

Planning en tijdsduur activiteit

- Start bouw: z.s.m. na vergunningverlening - Bouwfase: 18weken - Gebruiksfase: onbepaalde tijd.

3.6

Cumulatie met andere projecten

Cumulatie van effecten treedt op wanneer werkzaamheden in direct omliggende gebieden vergelijkbare effecten veroorzaken met de hierboven beschreven effecten en in dezelfde periode worden uitgevoerd. In de omgeving van het project bevinden zich geen projecten waarvan de omgevingseffecten op een relevante manier versterkt worden door het project waarvoor voorliggende notitie is opgesteld. Cumulatie is niet aan de orde.

3.7

Gebruik natuurlijke hulpbronnen

Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen ten behoeve van de bouw van het bedrijfsgebouw zal plaatsvinden op een conventionele manier en geeft geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen, zodanig dat daarvoor een MER dient te worden uitgevoerd. Het

7

bedrijfsgebouw wordt immers gerealiseerd met beton, steenachtige materialen, staal en hout; grondstoffen die niet bijzonder schaars zijn. Voor wat betreft energie worden PV panelen worden toegepast op de te bouwen bedrijfsruim te. BOEi heeft de ambitie de steenfabriek energieneutraal te maken. Voor het brouwproces in gebruiksfase zijn als grondstoffen water, mout, hop en gist nodig. Deze worden aangevoerd. Tijdens gebruiksfase wordt gebruik gemaakt van elektriciteit en water. De beoogde ontwikkeling legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen.

3.8

Productie van afvalstoffen

Tijdens de sloopfase van de werkplaats, de bouwfase van het bedrijfsgebouw en gebruiksfase door de micro-brouwerij vindt er geen productie van stoffen plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende (afval)stoffen. De restproducten van het brouwproces zijn gist, bostel en afvalwater. Het gist kan worden hergebruikt voor het brouwproces. Bostel is zeer energierijk en kan het worden gebruikt als veevoer. Het bostel zal wekelijks na het brouwen worden afgevoerd aan boeren en bakkers. Het afvalwater zal worden geloost op het gemengd riool. Het afvalwater zal kleine hoeveelheden reinigingsmiddelen (logen en zuren) en restproducten van bier (gist en bostel) bevatten. Gezien de omvang van de brouwinstallatie, de reinigingsprocedures en de frequentie waarin deze worden uitgevoerd zal er naar schatting iedere 2 maanden 20kg loog in een verdunning van ± 2% en 20kg perazijnzuur in een verdunning van 0,5% worden gebruikt. Verder zal er naar verwachting elke 4 maanden 20 kg Peroxide gebruikt worden. Gelet op de aard van de omvang van de lozing van afvalwater zal deze geen nadelige invloed hebben op de doelmatige werking van het riool en de daaraan aangesloten zuiveringstechnische werken. Het reguliere afval zal in reguliere containers worden opgeslagen die op eigen terrein staan.

Er wordt geen overlast verwacht door de productie van afvalstoffen daarom worden er geen mitigerende maatregelen getroffen.

3.9

Verontreiniging en hinder

Bij zowel de bouwfase van het bedrijfsgebouw als de installatie van de brouwerij van de initiatiefnemer zijn ten aanzien van verontreiniging/hinder voornamelijk de aspecten verkeer, geluid en luchtkwaliteit van belang. Deze aspecten worden nader beschreven in hoofdstuk 4. Gelet op de omvang van het plan draagt het project slechts in ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtkwaliteit. Effecten op de omgeving als gevolg van verkeerslawaai zijn eveneens beperkt aangezien de toename van het aantal verkeersbewegingen zeer gering is en deze opgaan in de gebruikelijke verkeersstromen.

3.10

Risico van ongevallen door gevevaarlijke stoffen

De beoogde activiteiten in en rond het projectgebied zorgen niet voor een toename van risico’s voor de omgeving. Er worden naar huidig inzicht geen extra gevaarlijke stoffen geproduceerd, opg eslagen of vervoerd.

4

Kenmerken van de potentiële effecten

In dit hoofdstuk worden de mogelijke relevante negatieve effecten voor het milieu aangegeven. Per (milieu)aspect wordt in samenhang met de kenmerken en de locatie van het project bezien of zich bijzondere omstandigheden voordoen met betrekking tot potentiële milieueffecten.

8

Daarbij gaat het niet alleen de effecten van de onderdelen waarvoor de plicht tot (vormvrije) m.e.r.( beoordeling) geldt, maar om effecten van het project als geheel.

4.1

Ecologie

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet Natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de be scherming van dier- en plantensoorten. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds - en soortenbescherming vastgelegd in de Wet Natuurbescherming. Gebiedsbescherming

Natura 2000 In de Wet natuurbescherming heeft Nederland de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in nationale wetgeving verankerd. Nederland zal aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Deze vergunningen worden verleend door de provincies of door de Minister van EZ. Het projectgebied bevindt zich op circa 700 meter kilometer van het Natura 2000-gebied ‘Landgoederen Oldenzaal’. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitats die daar aanwezig zijn. Per soort of habitat is aangegeven of behoud van de huidige aantallen/arealen voldoende is, danwel of uitbreiding of een verbetering nodig is. Niet alleen activiteiten binnen een Natura 2000-gebied maar ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd. Gezien de mogelijke externe werking van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied, is het van belang om te toetsen of de realisatie van de beoogde ontwikkeling conflicteert met de waarden waarvoor dit gebied is aangewezen. Hiervoor is in elk geval een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Gelet op de onderlinge afstand is directe hinder (bijv.

geluid, verstrooiing van licht etc.) niet aan de orde. Naast directe hinder dient tevens te worden gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare habitattypen binnen Natura 2000-gebieden. Om dit te beoordelen is er een zogenaamde AERIUS-berekening uitgevoerd voor zowel de bouwfase (tijdelijk karakter) en de gebruiksfase die samenhangt met de voorgenomen ontwikkeling. Uit de berekeningen wordt geconcludeerd dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effe cten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig.

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN, is gelegen op circa 0,3 kilometer afstand van de te bouwen bedrijfsruimte. Gelet op de ligging buiten het NNN, in relatie met de aard en omvang van de voorgenomen activiteit, wordt uitgesloten dat sprake is van een aantasting van de kernkwaliteiten en omgevingscondities van het NNN. Soortenbescherming Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden aangevraagd. Het projectgebied is op 5 januari 2023 door Greenhouse onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties.

Wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming

9

De inrichting en het gevoerde beheer maken het projectgebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Op basis van het verrichte flora & fauna onderzoek van Greenhouse d.d. 5 januari wordt een ecologisch verduurzamings werkprotocol opgesteld. Toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden betekent: Compenserende en verduurzamingsmaatregelen treffen voor de aanwezige beschermde diersoorten; Werkzaamheden afstemmen op de voortplantingsperiode van vogels; Geen beschermde amfibieën of zoogdieren doden; Nader onderzoek naar de functie van de aanbouw voor vleermuizen uitvoeren (Nader onderzoek is al reeds begonnen); Het effect van de voorgenomen ontwikkeling ten aanzien van ecologie wordt met in achtneming van het door Greenhouse opgestelde verduurzamings werkprotocol ingeschaald op neutraal.

4.2

Water en bodem

Afgemeten naar het formaat van het perceels is er een beperkte toename van verhard oppervlak. De werkplaats van ca 90m2 wordt vervangen door een bedrijfsgebouw van 256m2. Tevens wordt een terras voor maximaal 30 personen aangebracht. Er is dus een afname van infiltratiemogelijkheden van hemelwater. Extra kans op grondwateroverlast is beperkt omdat de plaatsen waar extra verhardingen worden aangebracht zijn omringd zijn door onverhard grasland oppervlak met voldoende capaciteit waardoor infiltratie effecten op het oppervlaktewatersysteem verwaarloosbaar zijn. De nieuwbouw wordt voorzien van een hemelwaterafvoer. Het hemelwater wordt op het terrein geloosd. Conclusie en mitigerende maatregelen: Er treden geen relevante effecten op. Daartoe worden er geen maatregelen getroffen De gronden zijn aangewezen voor de bescherming en veiligstelling van de kwaliteit van h et grondwater. Er worden minimale grondwerkzaamheden verricht. Het gebouw wordt op staal gebouwd. Ten behoeve van afvalwater uit het brouwproces wordt een aansluiting gerealiseerd op het vuilwateriool. Op basis van uitgevoerd grondonderzoek (januari 2023) is geconcludeerd dat er wat milieuhygiënische bodemkwaliteit betreft er geen beperkingen voor de bouw van een brouwerij zijn. Er worden geen mitigerende maatregelen getroffen.

4.3

Niet gesprongen explosieven

Er worden minimale werkzaamheden in de grond verricht hierdoor zijn er bijna geen mogelijke risico’s ten opzichte van niet gesprongen explosieven. Er worden geen mitigerende maatregelen getroffen.

4.4

Landschap en archeologie

Er vindt geen aantasting van waardevolle gebieden plaats. De steenfabriek huisvest 9 rijksmonumenten. Een werkplaats die niet onder monumentale bescherming valt, wordt vervangen door een nieuw bedrijfsgebouw waarbij het ontwerp mede gebaseerd is op aanwezige rijksmonumenten en dus beter aansluit dan de niet-monumetale huidige situatie. Er ontstaat een nieuwe en betere beleving van de omgeving. Het project bevindt zich niet op terrein van hoge archeologische waarde. Er vinden minimale werkzaamheden in de bodem plaats waardoor verstoring van de grond minimaal is. De funderingsmethode betreft bouwen op staal.

10

Doordat er geen nadelige effecten zijn worden er geen mitigerende maatregelen getroffen.

4.5

Verkeer

De verkeersintensiteit zal minimaal toenemen t.o.v. de huidige bestemming. De verkeersintensiteit neemt tijdelijk toe door bouwverkeer dat werkzaamheden moet verrichten bij het project. Tijdens de bouwfase vindt de bouwlogistiek hoofdzakelijk plaats via de oprit van de Oldenzaalsestraat. Dit is een 50km ontsluitingsweg aan de rand van de bebouwde kom van Losser met gescheiden stroken voor langzaam verkeer aan de overzijde van de straat. De brouwerij zal in gebruiksfase nauwelijks zorgen voor een toename in verkeersintensiteit, de benodigde grondstoffen voor het brouwproces (mout, hop en gist) worden met 1 á 2 transporten per week aangevoerd. Afvoer van de bieren uit de opslag zal grotendeels met eigen vervoer plaats vinden dan wel per bestelbus per pallet worden afgehaald/gebracht naar afnemers. Voor de toegang tot het terrein wordt gebruik gemaakt van de bestaande opritten. De personeelsbezetting in gebruiksfase is 2,2 fte met minimaal extra verkeer als gevolg. De parkeersituatie blijft gehandhaafd. Er is voldoende parkeergelegenheid beschikbaar bij de steenfabriek. De verkeersveiligheid zal vrijwel hetzelfde blijven als voorheen daarom worden er geen mitigerende maatregelen getroffen.

4.6

Luchtkwaliteit

Bij het bierbrouwproces komen geen schadelijke stoffen vrij, maar bij het kookproces van het brouwsel komt echter wel geur vrij. Er zal dus geen verslechtering van de luchtkwaliteit pla atsvinden. Het aantal verkeersbewegingen in gebruiksfase neemt minimaal toe. De intensiteit neemt marginaal toe daarom worden er geen mitigerende maatregelen getroffen

4.7

Geluid

Het geluidoverlast van de brouwerij zal niet toenemen t.o.v. de huidige bestemming. Tijdens het brouwproces komt echter wel geluid vrij van de brouwinstallatie. De brouwinstallatie bevindt zich in een afgesloten ruimte. Verder is er voorgenomen om hooguit drie keer per week bier te brouwen waarbij er dus geluid geproduceerd wordt in een afgesloten ruimte. De koeling en verwarmingsketel krijgen deels een plek in de afgesloten brouwzaal waardoor er geen toename van geluidsoverlast wordt verwacht. Tijdens de aanlegfase zal overdag tijdelijk geluidshinder plaats kunnen vinden doordat er werkzaamheden uitgevoerd moeten worden. Verder zijn er voor het project geen heiwerkzaamheden nodig en is het aantal keer dat zwaar bouwverkeer nodig is minimaal. Er is tijdens de gebruiksfase geen toename van geluid t.o.v. de vorige werkplaats functie van het gebouw. Verder is het geluidsoverlast tijdens de aanlegfase ook minimaal. De brouwerij zal ook niet zorgen voor extra overlast omdat de brouwinstallatie met toebehoren ( koeler en stoomketel) deels in een afgesloten ruimte zullen staan. Er worden geen nadelige effecten verwacht daarom zijn geen extra maatregelen nodig.

4.8

Schaduwwerking

Er zijn geen relevante effecten van schaduw op het eigendom van derden.

11

Het effect van de voorgenomen ontwikkeling ten aanzien van schaduwwerking wordt ingescha ald op neutraal.

4.9

Trillingen

Het aantal trillingen dat plaats zal vinden is minimaal. Tijdens het project worden geen heiwerkzaamheden uitgevoerd, de enige trillingen die kunnen ontstaan tijdens de bouwfase komen van zwaar vrachtverkeer. Zwaar verkeer zal relatief weinig trillingen veroorzaken omdat de beoogde aanvoerroute op het terrein onverhard is.

4.10

Geur

Bij het koken in het brouwproces kan geur vrijkomen. Tijdens het brouwen duurt het kookproces maximaal 90 minuten en zal er maximaal 15 liter worden verdampt. Brouwerij De Smokkeler is van plan om maximaal drie keer per week te brouwen. Hierdoor bestaat er dus hooguit 4-5 uur kans op vrijkomen van geur welke deels in de brouwerij vrijkomt en grotendeels afgevangen en gereduceerd kan worden met een condensor. Het Bostel, oftewel het restproduct van het brouwen zal wekelijks, na het brouwen worden afgevoerd. Voor het afvoeren moeten nog afspraken worden gemaakt met een plaatselijke boer en bakker. Verder is er geen sprake van productie en opslag van afvalstoffen.

4.11

Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van een risico-opleverende activiteit met gevaarlijke stoffen. Het kan daarbij gaan om industriële activiteiten (Bevi), transportroutes (Basisnet) of buisleidingen (Bevb). Bij het project zijn er geen risico-opleverende activiteiten met gevaarlijke stoffen. Aan de activiteiten van het project zijn geen veiligheidsrisico’s verbonden die kunnen leiden tot ongevallen met bijzondere gevolgen. De overlijdenskans voor individuen buiten de inrichting is kleiner dan 1 op één miljoen. Verder zal het groepsrisico gehandhaafd blijven doordat er geen veranderingen plaats vinden ten opzichte van de vorige situatie. Er vindt geen risico-opleverende activiteit met gevaarlijke stoffen plaats daartoe worden er geen mitigerende maatregelen getroffen .

4.12

Gezondheid

Zowel bij de aanleg- als bij de gebruiksfase zal er geen cumulatie van effecten plaats vinden waardoor de gezondheid van betrokkenen nadelig wordt beïnvloed. Er zijn geen negatieve gezondheidseffecten daarom worden er geen maatregelen getroffen.

4.13

Duurzaamheid en klimaat

De nieuwe brouwzaal zal voorzien worden van EV-panelen waarmee getracht wordt maximaal zelfvoorzienend te zijn in het energieverbruik. Dus de productie van de bieren zal op een duurzamere wijze plaatsvinden dan bij de huidige loonbrouwerij die gewoon elektriciteit van het stroomnet betrekt.

4.14

Sociale aspecten

Het plan is om de brouwerij goed in te passen in de huidige structuur van de museumfunnctie van de steenfabriek en zal een aanvulling zijn voor de bezoekers nieuwe bezoekers genereren. Het versterkt dus het bestaansrecht van de steenfabriek als monument en bezienswaardigheid Ofwel: er wordt een additionele inrichting gegeven aan een bestaand gemeentelijk monument van Losser. Aangezien het project voornamelijk sociale voordelen met zich meebrengt worden er geen maatregelen getroffen.

12

4.15

Eventuele andere relevante effecten

Chemicaliën zullen worden opgeslagen in de brouwruimte. Van de chemicaliën/reinigingsmiddelen loog, perzazijnzuur en peroxide wordt van elk maximaal 1 can van 20 liter opgeslagen. De brouwruimte is een afgesloten ruimte waardoor er geen nadelige effecten van worden verwacht. Valt binnen de normale CIP procedure welke binnen elke micro-brouwerij standaard procedure is voor alle gebruikte installaties en vergt geen additionele chemicaliën. Bedrijfsomgeving: zie hoofdstuk 2 Geluid brouwinstallatie: zie paragraaf 4.7 geluid Stankoverlast brouwerij: zie paragraaf 4.10 geur Afval: zie paragraaf 3.8 (productie van afvalstoffen) Afvalwater: zie paragraaf 3.8 (productie van afvalstoffen) Brouwinstallatie: zie paragraaf 3.4 (kenmerken van de initiatiefnemer) Vrachtverkeer t.b.v. de brouwerij: (zie paragraaf 4.5 verkeer) Er zijn geen andere nadelige relevante effecten daarom worden er geen mitigerende maatregelen getroffen.

5

Conclusie

Deze notitie gaat in op de vraag of er bijzondere omstandigheden zijn vanwege de aard van het voornemen (omgevingsvergunning voor project Brouwerij en Stokerij de Smokkelaar), de kenmerken van de omgeving of de impact van het voornemen op de omgeving, die aanleiding geven om een m.e.r.-procedure te doorlopen voor de aangevraagde omgevingsvergunning. In hoofdstuk 4 zijn de mogelijke effecten van het voornemen beschreven en zijn waar nodig mogelijkheden aangegeven om de mogelijke negatieve effecten te mitigeren, compenseren of anderszins op te lossen. De volgende maatregelen zijn in ieder geval nodig om het beoogde project op ee n voor de ruimtelijke ordening en het milieu verantwoorde manier uit te voeren: • Beschermde soorten: mitigerende en compenserende maatregelen nodig • Bodemkwaliteit: geen maatregelen nodig • Geluid: geen maatregelen nodig • Geur: aanbrengen condensor ten behoeve van afvangen en reduceren Deze maatregelen maken onderdeel uit van het voornemen. Conclusie en te nemen besluit bevoegd gezag Met het treffen van de hiervoor beschreven maatregelen zijn er gezien de kenmerken van de potentiële effecten van het voornemen in combinatie met de kenmerken/gevoeligheid van de omgeving waarin deze optreden, geen belangrijke nadelige effecten voor het milieu te verwachten. Op basis van de informatie in voorliggende aanmeldingsnotitie neemt het bevoegd gezag een m.e.r.

beoordelingsbesluit waarin zij aangeeft of een volledige m.e.r.-procedure nodig is. Het besluit wordt medegedeeld aan de initiatiefnemer. Het besluit dient bij de aanvraag van de omgevingsvergunning gevoegd te worden.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=78a14015-ec97-4257-834c-01ad6d27c242