2023-06 Raadsinformatiebrief Procesplan opvang asielzoekers Twente Opvang Vluchtelingen.pdf
Tekst van het document
1
Procesplan Twente Opvang Vluchtelingen Datum: 26 januari 2023
Bestuurlijke Samenvatting Voor u ligt een procesplan dat beschrijft hoe de 14 Twentse gemeenten gezamenlijk invulling willen geven aan de grote lokale en regionale opgaven op gebied van asielopvang, statushouders en opvang Oekraïners. Dit plan bevat geen concrete voorstellen: dat is het primaat van de lokale politiek. Daar wordt bepaald of, hoe en waar opvang- en huisvestingscapaciteit wordt gerealiseerd. Tegelijkertijd zien de 14 gemeenten meerwaarde om gezamenlijk te kijken naar de voorliggende problematiek en dilemma’s en mogelijkheden hierbij te bespreken: daarvoor is de Twentse Regietafel Asielinstroom gestart. Om samen te bezien hoe er invulling gegeven kan worden aan de opgaven die vanuit het Rijk lokaal en regionaal zijn neergelegd en input te geven voor de gesprekken hierover aan de provinciale regietafel. De opgaven zijn groot en vragen veel van gemeenten, waarbij er vanuit de Twentse Regietafel de wens wordt uitgesproken om duidelijke regie vanuit de provincie, het rijk en het COA. Te veel moeten wij constateren dat er geen sprake is van coördinatie, dat er onduidelijke en onvolledige informatie is en verschillende gezichtspunten. De oproep in dit plan is dan ook om hier expliciet aandacht aan te besteden, om zo bij te dragen aan het oplossen van de landelijke problematiek en beter aan te sluiten bij de inspanningen en vraagstukken in de regio’s en gemeenten.
2
Inhoudsopgave Bestuurlijke samenvatting
1
1. Inleiding 1.1. Waarom een procesplan Twente Opvang Vluchtelingen? 1.2. De doelstellingen 1.3. Kaders en randvoorwaarden
3 3 3 4
2. De opgave voor regio Twente in beeld 2.1. De landelijke en provinciale opgaven voor asiel, statushouders en ontheemden 2.2. De regionale opgave 2.3. Conclusies ten aanzien van de regionale opgave
5 5 6 7
3. De Twentse aanpak van de opgaven 3.1. Uitgangspunten 3.2. Opgave opvang asielzoekers (incl. minderjarige asielzoekers) 3.3. Opgave huisvesting statushouders (incl. minderjarige statushouders) 3.4. Opgave Oekraïners 3.5. Hoe kunnen andere partijen helpen?
8 8 8 9 10 11
4. Transitie CNO-locaties
11
5. Planning en organisatie
12
Bijlages 1. 2. 3. 4.
Afkortingen- en begrippenlijst Samenvatting “spreidingswet Asiel” Gemeentelijke opgaven of een indicatie daarvan Overzicht CNO-locaties
13 14 15 16
3
1. Inleiding 1.1 Waarom een procesplan Twente Opvang Vluchtelingen? Er zijn drie belangrijke aanleidingen voor het maken van dit regioplan: -
-
-
Het onlangs (landelijk) vastgestelde Transitieplan CNO1 van het COA stelt dat uiterlijk 1 januari 2023 elke regio een regionaal opvangplan heeft geformuleerd, waarin wordt aangegeven hoe de regio gaat voorzien in voldoende opvangplekken voor asielzoekers per 1 april 2023. Onderdeel van het plan is het transformeren van beschikbare en geschikte Crisis Noodopvang-locaties (CNO) naar locaties onder verantwoordelijkheid van het COA. De transitie is geslaagd als vanaf 1 april 2023 voldoende opvangplaatsen zijn gerealiseerd en het COA weer in staat is alle asielzoekers met een recht op opvang daarvan te voorzien. In het Transitieplan staat ook: “In de plannen kunnen binnen de regio’s afspraken worden gemaakt tussen gemeenten over het onderling uitwisselen van de opgaven voor opvang van asielzoekers, huisvesting van vergunninghouders, de opvang van AMV en de opvang van ontheemden uit Oekraïne. Voorwaarde is dat regionaal ‘onder de streep’ de opgaven worden gerealiseerd.” Beoogde invoering in 2023 van de nieuwe “Spreidingswet Asiel” (zie bijlage 2 voor een samenvatting). Deze creëert een wettelijke taak voor gemeenten, waarmee ze medeverantwoordelijk worden, naast het Rijk, voor de internationale en Europeesrechtelijke verplichting om asielopvang te bieden aan vluchtelingen en asielzoekers.
Bedoeling is om tot een eerlijke verdeling te komen van het aantal asielzoekers wat elke gemeente / regio / provincie opvangt. Sluitstuk van de wet is een verdeelbesluit van de minister. Zolang de Spreidingswet niet van kracht is wordt de bestaande verdeelsystematiek via de Landelijke Regie Tafel (LRT) en Provinciale Regie Tafel (PRT) gebruikt. Er is een Twentse Regietafel Asielinstroom (TRA) waarin bestuurders van de 14 Twentse gemeenten zitting hebben en met elkaar bespreken hoe er mogelijkerwijs samengewerkt kan worden aan de grote lokale en regionale opgaven die rond opvang van asielzoekers op de regio Twente en daarmee de 14 gemeenten afkomen. Hierbij wordt ook gesproken over huisvestingsproblematiek en begeleiding van statushouders. Er wordt al enkele maanden een forse inspanning gevraagd van gemeenten als gevolg van de ontstane crisis in de vluchtelingenopvang en de oorlog in Oekraïne; crisismaatregelen en opgehoogde taakstellingen volgen elkaar op. Er is sterke behoefte om óver de crisis heen te kijken en een aantal opgaven in samenhang te bezien. Daarom is op 10 oktober 2022 gestart met de Twentse regietafel, gericht op het informeren, procesmatig coördineren en afstemmen over deze opgaven.
Er is gevraagd om een Twents procesplan te formuleren, binnen de context van een bestuurlijke uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen (uit 2020), een gevraagd transitieplan voor afbouw van de CNO-locaties, en de in ontwikkeling zijnde Spreidingswet Asiel. Een procesplan dat uitgaat van de lokale aanpak en verantwoordelijkheden (college en raad), deze ondersteunt en bovenlokale/bovenregionale verbinding versterkt.
1.2 De doelstellingen Met voorliggend plan kijkt Twente twee jaar vooruit, dus tot eind 2024. Dit doen we op basis van de ons ter beschikking staande feitelijke informatie over aantallen en de daaruit voortvloeiende taakstellingen en opgaven die voor die periode zullen gelden. Om vervolgens met elkaar te kijken welke mogelijke oplossingen we kunnen organiseren voor deze uitdagingen. Het regioplan heeft als beoogd
1 Minister en staatssecretaris J&V hebben dit Transitieplan met COA en het landelijk veiligheidsberaad
vastgesteld.
4 effect de (bestaande) samenwerking tussen de 14 Twentse gemeenten, voort te zetten en te versterken, om voor de komende twee jaar invulling te geven aan: 1. De regionaal gevraagde bijdrage aan reguliere opvangcapaciteit voor asielzoekers, zodat Crisis Nood Opvang (CNO) niet meer nodig is; 2. De regionale taakstelling voor opvang van Oekraïense ontheemden; 3. De halfjaarlijkse gemeentelijke Taakstellingen Huisvesting Statushouders; 4. De binnen deze opgaves gevraagde opvang en huisvesting van alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’s); Deze doelstellingen zijn door de bestuurders van de 14 gemeenten aan de Twentse regietafel onderkend en worden in dit regioplan verder uitgewerkt, waarbij nu de nadruk ligt op het asielvraagstuk.
1.3 Kaders en randvoorwaarden Voor de afbakening en invulling van dit regioplan houden we rekening met de volgende zaken: -
-
-
-
De regionale samenwerking beperkt zich tot het informeren, onderling leren, coördineren en afstemmen tussen de 14 gemeenten (lees: Twente). Besluitvorming over realisatie van opvangcapaciteit en locaties is volledig aan het lokale gemeentebestuur. Tussen gemeenten kan gesproken worden over uitruil en/of gezamenlijk organiseren van deelopgaves. O.a. het Nidos en het COA zijn belangrijke samenwerkingspartners in de realisatie door de gemeenten. Het succes is mede afhankelijk van de afspraken die Twente met deze partijen weet te maken en de uitvoering daarvan. Beschikbaarheid van kennis, personeel en middelen zijn daarvoor essentieel. Twente zal in de verdere uitwerking van dit plan in kaart brengen wat zij nodig heeft van het Rijk, provincie, COA, en Nidos. Voor wat betreft asielopvang wil de Twentse regietafel aansluiten bij de richting zoals geformuleerd in de Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen. Naast huisvesting wordt ook de begeleiding en maatschappelijke deelname als belangrijk onderdeel gezien. Prognoses over het aantal benodigde opvangplekken zijn van essentieel belang, maar kennen altijd een zekere mate van onzekerheid. De in ontwikkeling zijnde Spreidingswet kan daar ook nog invloed op hebben.
In dit plan gaan we uit van de meest recente prognoses van COA, zoals vastgelegd in de BZK-brief2 van 28 november jl waarin de capaciteitsbehoefte per provincie is weergegeven (met de in LRT afgesproken verdeelsleutel). Dit plan richt zich op de komende twee jaar, tot eind 2024. Tegelijkertijd is het goed om verder vooruit te kijken, omdat opvang van vluchtelingen en statushouders ook ná 2024 aan de orde zal zijn.
2 Brief ministerie BZK, ondertekend door E. v.d. Burg en H.M. de Jonge inzake bijgestelde
capaciteitsbehoefte asielopvang; d.d. 28 november 2022
5
2. De opgave voor regio Twente in beeld 2.1 De landelijke en provinciale opgaven voor asiel, statushouders en ontheemden. Asielopvang Op 28 november is door de staatsecretaris een brief gestuurd aan alle colleges van B&W over de bijgestelde landelijke behoefte aan asielopvang. Het capaciteitsbesluit geeft aan dat er per 1 januari 2023 behoefte is aan 61.200 plekken en aan 75.500 plekken op 1 januari 2024. Onderdeel van het COA-capaciteitsbesluit zijn 3.700 plekken voor AMV’s die het COA nodig heeft op 1 januari 2023 en 5.100 op 1 januari 2024. Daarbij is rekening gehouden met de uitstroom van statushouders naar huisvesting in gemeenten, conform de lokale taakstellingen. De landelijk benodigde opvangcapaciteit voor asielzoekers is door het Rijk verdeeld over de provincies. Dit is gedaan met de aan de LRT afgesproken verdeelsleutel, die gehanteerd wordt totdat de Spreidingswet in werking treedt. Voor Overijssel betekent dit een opgave van 4.001 opvangplekken per 1 januari 2024. Hoe de verdeling van opvangplekken vervolgens plaatsvindt binnen de provincie, tussen de regio’s en gemeenten, is aan iedere PRT daar afspraken over te maken. Onderstaande tabel geeft de opvangopgave Asielzoekers voor de provincie Overijssel weer met een verdeling over de twee veiligheidsregio’s (op basis van inwoneraantal) zoals vastgesteld aan de PRT.
De veiligheidsregio’s IJsselland en Twente werken samen om te bezien hoe dit gerealiseerd kan worden. Tabel 2.1 Verdeling opgave per Veiligheidsregio Veiligheidsregio IJsselland Twente Totaal Overijssel
1-1- ‘24
1-4-’23 1.650 1.944 3.593
1.837 2.164 4.001
Taakstelling Huisvesten statushouders Asielzoekers worden statushouders zodra ze een verblijfsvergunning krijgen. Ze gaan dan deel uitmaken van de Nederlandse samenleving. Het is een wettelijke taak van gemeenten om de aan hen toegewezen statushouders passende huisvesting te bieden en hulp bij de verdere integratie (huisvestingswet 2014, artikel 28). Twee keer per jaar wordt de taakstelling bekend gemaakt; sinds eind oktober weten we de taakstelling voor de 1e helft 2023. Landelijk gaat het om 21.200 plekken. Ter vergelijking: in de 2e helft 2022 ging het om 13.500 plekken. Volgens een afgesproken verdeelsleutel wordt de taakstelling van individuele gemeenten bepaald. Elke gemeente weet dus hoeveel statushouders zij het komende half jaar moet huisvesten. Voor Twente gaat het om een totaal van 764 statushouders in de eerste helft van 2023. In de brief van de staatssecretaris van 28 november jl. staat ook dat er in Overijssel binnen de groep statushouders huisvesting nodig is voor 213 AMV’s onder begeleiding van het Nidos.
6 Opvang Oekraïense vluchtelingen Sinds 1 april 2022 hebben burgemeesters in Nederland de wettelijke taak en bevoegdheden om te voorzien in de opvang van Oekraïense ontheemden, waaronder de huisvesting, verzorging en de voorbereidingen daarvoor. Dit vloeit voort uit de inwerkstelling van een noodwet; de uitwerking hiervan is vastgelegd in de Regeling opvang ontheemden Oekraïne. De Veiligheidsregio’s zijn belast met de coördinatie om opvang te regelen in hun regio. Het Veiligheidsberaad heeft in maart 2022 ingestemd met de vraag van het kabinet om 75.000 opvangplekken te realiseren; 3.000 opvangplekken voor de Veiligheidsregio Twente. In december ’22 is het aantal benodigde opvangplekken verhoogd naar 90.000 plekken, ca. 3.600 voor Twente. Op de langere termijn is de verwachting dat deze groeit naar 4.800 plekken. Uiteraard afhankelijk van oorlogsontwikkelingen in Oekraïne.
2.2 De regionale opgave Gezien de hoge instroom van asielzoekers, de gevraagde opvang van Oekraïense vluchtelingen, krapte op zowel de woning- als arbeidsmarkt en beperkte beschikbaarheid van fysieke opvanglocaties, hebben de 14 gemeenten in de regio zich uitgesproken rondom de eerdergenoemde opgaves op proces te willen samenwerken. Waarbij uitwisseling tussen de opgaves als ook bovenlokale samenwerking tot de mogelijkheden behoren. COA en Rijk staan die mogelijkheid toe, zolang ‘onder aan de streep’ de taakstellingen gehaald worden door de regio. Met een regionale aanpak wordt bovendien een ‘warme overdracht’ ingevuld van taken die de veiligheidsregio’s afgelopen half jaar hebben uitgevoerd. In deze paragraaf beschrijven we de regionale opgave op basis van tabel 2.1. We zetten daarbij de gevraagde opvang- en huisvestingscapaciteit af tegen de huidige realisatie: zie tabel 2.2. Het verschil geeft de omvang van de Twentse opgave weer. Voor een (deels) indicatieve verdeling van deze opgaves naar de 14 gemeenten, verwijzen we u naar bijlage 3. We maken daarbij onderscheid tussen (1) reguliere opvangplekken voor asielzoekers (AZC's) en plekken voor minderjarige AMV’s (1a); (2) huisvesting statushouders, inclusief de minderjarige statushouders (2a); (3) opvangplekken voor Oekraïense ontheemden.
De cijfers in onderstaande tabel zijn gebaseerd op de meest actuele prognoses en taakstellingen afgegeven door het Rijk en COA. De bron en uitleg achter deze cijfers zijn in voetnoten opgenomen. Ter toelichting op tabel 2.2. nog het volgende: -
-
-
-
De opdracht voor realisatie van opvangplekken asielzoekers in Twente is gebaseerd op het meest recente capaciteitsbesluit én een verdeling tussen IJsselland en Twente op basis van inwoneraantal. Binnen deze opdracht is een specifieke opgave vastgesteld ten behoeve van het COA en Nidos voor AMV’s. Deze maakt onderdeel uit van de totale opgave, maar aan de opvang en huisvesting van minderjarigen worden specifieke eisen gesteld. Bij inwerkingtreding van de nieuwe Spreidingswet wordt mogelijk ook een andere verdeelsleutel van de gevraagde capaciteit over de provincies geïntroduceerd. Inschatting is dat dat eerder tot hógere aantallen op te vangen asielzoekers in Twente zal leiden dan tot lagere aantallen dan hier vermeld. We kennen op dit moment 3 AZC’s in de regio Twente, waarvan 1 (Albergen) in oprichting, die tezamen een capaciteit hebben van bijna 800 (reguliere) opvangplekken. Daarnaast zijn er in Twente 343 CNO-plekken beschikbaar (dec ’22). Dit betreft tijdelijke locaties die als gevolg van de nationale crisisstructuur (sinds juni jl.) zijn geopend, vanwege het landelijke tekort aan opvangplekken.
7 Tabel 2.2 Indicatieve asielopgave regio Twente (dec. ’22) Opgave
Indicatie van opgave voor Twente
1.
Asielzoekers (incl. AMV’s)
2023 19443
2024 21644
1a.
Waarvan AMV's
1335
1836
Actuele realisatie (aantal plekken) Dec 2022 794 regulier 343 CNO -
2.
Statushouders
15508
Taakstelling ‘22 gerealiseerd
2a
Waarvan AMV’s
1550 (764 1e helft ‘23, ca 8007 2e helft) -
1159
0
3
Oekraïense ontheemden
360410
480011
2790
2.3 Conclusies ten aanzien van de regionale opgave
Alle vaste en tijdelijke plekken bij elkaar opgeteld beschikt Twente niet over voldoende opvangcapaciteit asielzoekers (AZC’s). Zowel niet voor 2023 als voor 2024. Er zijn op basis van de prognose en verdeelsleutel zoals die nu voorligt ca. 1150 extra opvangplekken nodig per 1 april 2023 en daarbij nog 220 éxtra reguliere plekken vóór 1 januari 2024. De CNO-locaties dienen te worden afgebouwd per 1 april 2023 óf overgedragen aan het COA. Navraag bij de 14 gemeenten leidt tot de conclusie dat geen enkele van de huidige locaties zich leent voor overdracht aan het COA. De asielzoekers die nu zijn ondergebracht op CNOlocaties zullen op andere opvanglocaties moeten worden ondergebracht. De meest recente cijfers laten zien dat Twente de taakstelling voor huisvesting van statushouders voor 2022 gaat realiseren. De gemeenten zetten zich ervoor in om ook de opgaven voor de komende twee jaar te realiseren. Gegeven de (verwachte) hoge aantallen en de krapte op de woningmarkt is zeer waarschijnlijk de inzet van nieuwe instrumenten nodig, zoals tussenvoorzieningen of flexwoningen en daarmee ligt er ook een ruimtelijk vraagstuk voor. De taakstelling voor 1e helft 2023 moet in principe vóór 1 juli 2023 zijn gerealiseerd.
Twente beschikt (nog) niet over de gevraagde opvangcapaciteit voor Oekraïense vluchtelingen en naar verwachting zal in de loop van 2023 een nog grotere bijdrage van regio’s gevraagd worden als gevolg van de verwachte instroom.
3 Bron: brief 28 nov. ’22. Landelijk: 61.200 reguliere plekken per 1-1-‘23, Overijssel: 3500 plekken per 1-1-‘23. Obv
inwoneraantal rekenen we 54% van de provinciale opgave toe aan Twente. 4 Bron: brief 28 nov ’22. Landelijk: 75.500 reguliere plekken per 1-1-‘24. Overijssel: 4001 plekken per 1-1-’24. Obv inwoneraantal rekenen we 54% van de provinciale opgave toe aan Twente. 5 Bron: brief 28 nov ’22. Landelijk 3700 reguliere plekken AMV’s per 1-1-‘24. Van Overijssel worden 246 plekken gevraagd. Obv inwoneraantal rekenen we 54% van de provinciale opgave toe aan Twente . 6 Bron: brief 28 nov ’22. Landelijk 5100 reguliere plekken AMV’s per 1-1-‘24. Van Overijssel worden 339 plekken gevraagd. Obv inwoneraantal rekenen we 54% van de provinciale opgave toe aan Twente. 7 Bron:. Voor het eerste halfjaar van 2023 is deze taakstelling vastgesteld op landelijk 21.200 statushouders, 764 voor Twente. In opdracht heeft Kennispunt Twente een prognose afgegeven over heel 2023 op basis van 3 scenario’s (laag, midden, hoog). Dit aantal geeft het midden scenario weer. 8 Prognose bij gelijkblijvende taakstelling ‘23-‘24. 9 Bron: brief 28 nov ‘22. Landelijk 3200 plekken. In Overijssel: 213 plekken. Verondersteld aandeel Twente is 54%. 10 Bron: brief 16 dec ’22 DG Oekraïne aan burgemeesters en vz Veiligheidsregio’s. Landelijk: 90.000 plekken per 1-7-‘23 11 Landelijke prognose van groei naar 120.000 Oekraïense vluchtelingen en gelijke verdeling over 25 veiligheidsregio's.
8
3. De Twentse Aanpak van de opgaven 3.1 Uitgangspunten Voor de Twentse aanpak zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd:
De 14 gemeenten staan gezamenlijk voor de regionale opgave. Iedere gemeente heeft de intentie om binnen de hen gegeven kaders een aandeel van die opgave lokaal te realiseren. Onderlinge uitruil van deelopgaves tussen gemeenten als wel boven lokale samenwerking is daarbij mogelijk en zal meegenomen worden in de verdere uitwerking van dit plan. Als sommige gemeenten méér realiseren dan is afgesproken, mogen andere gemeenten minder doen, mits het totale regionale doel gehaald wordt; De Twentse Regie Tafel Asielinstroom is gedurende de uitvoering van dit plan aangesteld als procescoördinator. De regietafel zal faciliteren, coördineren en informeren over de regionale opgave. Zij zorgt voor een actueel regiobeeld van de situatie in de asielopvang en huisvesting statushouders en signaleert obstakels. Ieder college van B&W zorgt voor een bestuurlijke vertegenwoordiging aan deze tafel. Zij wordt daarin ondersteund door een ambtelijke regiegroep. Namens de Twentse Regietafel nemen de bestuurlijk en ambtelijk voorzitter deel aan de Provinciale Regie Tafel. De Twentse aanpak is er op gericht zo snel als mogelijk de wettelijke verantwoordelijkheid voor de opvang en noodopvang van asielzoekers over te dragen aan het COA en het Nidos. Zowel het COA als het Nidos worden betrokken in de verdere uitwerking van dit plan.
3.2 Opgave opvang asielzoekers (incl. opvang minderjarige asielzoekers) Op dit moment zijn (of komen) er in Twente 794 reguliere opvangplekken beschikbaar, terwijl er op 1 april 2023 1944 plekken nodig zijn en per 1 januari 2024 2164. Dat betekent dat er ca. 1400 opvangplekken in de regio bij moeten komen. Binnen die totaalopgave is er specifiek behoefte aan opvang van minderjarige asielzoekers (totaal 183 plekken): dit is opvang met andere eisen inzake de begeleiding en huisvesting. Om die 1400 extra opvangplekken voor asielzoekers te realiseren maken we de volgende procesafspraken:
Twente wil zich inzetten om in de loop van 2023 de reguliere opvangcapaciteit in de regio op orde te hebben zodat crisis-noodopvang niet meer nodig is en kan worden afgebouwd.
De bestuurders aan de Twentse regietafel voelen zich gezamenlijk verantwoordelijk voor het realiseren van het aantal reguliere opvangplekken waarvoor Twente aan de lat staat. De huidige AZC-locaties in Twente blijven de komende twee jaar bestaan (Hengelo, Almelo, Albergen i.o.); Het lijkt niet realistisch dat Twente erin slaagt om vóór 1 april 2023 al 1150 extra opvangplekken te realiseren, gezien de lokale politieke besluitvormingsprocessen die moeten worden doorlopen. Bovendien zal het opbouwen van locaties ook tijd vragen. We streven wel naar spoedige realisatie in de loop van 2023 en om tijdig voldoende extra plekken gerealiseerd te hebben om uiterlijk 1 juli een aantal CNO-locaties te kunnen sluiten. Daarom gaan we aan de slag met de realisatie van de asielopgave, ondanks onzekere prognoses en nog in ontwikkeling zijnde wet- en regelgeving.
9
De precieze verdeling naar gemeenten / locaties is nog niet bekend en zal in overleg met het COA én met inachtneming van de juiste lokale besluitvorming tot stand moeten komen. Als startpunt van deze puzzel, is op basis van inwonertal een indicatieve verdeling gemaakt naar de 14 gemeenten (zie bijlage 3), zodat elke gemeente een beeld heeft van de gewenste bijdrage aan het opvangvraagstuk uitgaande van een evenredige verdeling over de regio. Op basis van die indicatieve verdeling, worden de 14 gemeenten uitgenodigd om lokaal te bepalen welk aandeel zij kunnen en willen realiseren van de gevraagde opvangcapaciteit en in welke vorm.
Gemeenten worden nadrukkelijk uitgenodigd onderling te verkennen of er samenwerking gewenst en mogelijk is om een opvanglocatie te realiseren, zoals dit nu al in Noord-OostTwente gebeurt. Ook omdat het COA heeft aangegeven dat zij opvanglocaties kan bemensen indien er sprake is van tenminste 150 plekken, kan het wenselijk zijn dat meerdere gemeenten hun bijdragen combineren in één locatie. Tegelijkertijd wil een aantal gemeenten liever kleinere locaties realiseren. Deze zijn wat COA betreft wel bespreekbaar, maar dan bij voorkeur als satellietlocaties van grotere (nabije) locaties óf met afspraken met gemeenten over maatwerk qua bemensing en begeleiding. De COA-locaties voor minderjarige asielzoekers hebben doorgaans een omvang van tenminste 50 plekken. Colleges in Twente (al dan niet in afstemming met hun gemeenteraden) streven ernaar uiterlijk eind maart 2023 kenbaar te maken op welke wijze zij lokaal invulling willen geven aan hun aanbod van opvangplekken. Zodat in Twente bekend is in welke gemeenten opvanglocaties gerealiseerd zullen worden en met welke omvang voor welke doelgroepen (volwassenen of minderjarigen).
3.3. Opgave Huisvesting statushouders (incl. minderjarige statushouders) De Twentse gemeenten zetten zich in voor realisatie van hun eigen taakstellingen voor te huisvesten statushouders voor de komende twee jaar. Gegeven de (verwachte) hoge aantallen en de krapte op de woningmarkt zal een aantal gemeenten overwegen om daarvoor nieuwe instrumenten in te zetten. Daarom stellen we het volgende voor:
De Twentse gemeenten informeren elkaar gedurende 2023 (aan de Regietafel) over hoe zij hun taakstelling statushouders voor de komende twee jaar willen realiseren en welke instrumenten zij daarvoor willen inzetten, zoals bijvoorbeeld afspraken met corporaties op basis van bestaande woningvoorraad (bijvoorbeeld model Utrecht); het realiseren van tussenvoorzieningen, flexwoningen of tijdelijke huisvesting in vakantieparken of hotels (via de Hotel- en Accomodatieregeling).
Op basis van die informatie kijken we welke mogelijkheden er zijn om regiobreed de inzet van deze instrumenten te vergemakkelijken of gebruik te maken (provinciale of landelijke) subsidies en regelingen.
Als er belangrijke nieuwe afspraken nodig zijn met corporaties, kan daar regionale steun voor georganiseerd worden vanuit de Regietafel via WoONTwente.
We bekijken of tussenvoorzieningen mogelijkerwijs gewenst en realiseerbaar zijn (regiobreed) om het gat tussen korte termijn oplossingen (snelle uitstroom) en structureel voldoende beschikbare woningen op te vangen. Het Rijk en COA willen zo snel mogelijk uitstroom van statushouders uit de AZC-locaties zien. Maar gemeenten benadrukken dat er
10 tijd nodig is om statushouders in de juiste woning geplaatst te krijgen en goed te begeleiden; we willen ervoor waken dat het snel toelaten van meer statushouders ten koste gaat van de kwaliteit die men kan bieden. Als tussenvoorzieningen daarbij kunnen helpen, dan proberen we deze te realiseren.
We schatten in dat in een aantal gemeenten flexwoningen nodig zijn om o.a. huisvesting van statushouders 2e helft 2023 en in 2024 te kunnen realiseren. Mogelijk zijn flexwoningen ook in te zetten voor opvang asielzoekers, AMV’s en Oekraïners. Er zijn nog veel vragen bij gemeenten over het realiseren van flexwoningen en een aantal (mogelijke) knelpunten die om afstemming of een oplossing vragen (denk bv aan aansluiting op het elektriciteitsnetwerk). De Twentse gemeenten kunnen ook op dit vlak de krachten bundelen om ervaringen en relevante info te delen, de juiste partners aan zich te kunnen verbinden, schaalvoordelen (bv bij inkoop) te realiseren en onderlinge concurrentie zoveel mogelijk te voorkomen.
Naast het verkennen van in te zetten instrumenten, moeten we ook kijken of we als Twente voldoende bijdragen aan de gevraagde huisvesting van minderjarige statushouders. Op basis van de plannen van de 14 gemeenten gaan we het gesprek aan of er wellicht nog aanpassingen nodig zijn om te voldoen aan de regionale opgave.
3.4 Opgave Oekraïners Het aantal gerealiseerde opvangplekken voor Oekraïense ontheemden is op dit moment nog net iets minder dan de eerder gevraagde 3000 plekken. Daarnaast is er een groei naar 3600 plekken in 2023 en een verwachte groei naar 4800 plekken in 2024. De opgave is om zo spoedig mogelijk te voldoen aan de gevraagde 3000 plekken en voor te bereiden op een groei naar 3600. Daarover zijn de volgende afspraken gemaakt:
Het huidige aanbod van opvangplekken is een optelsom van wat elk van de gemeenten kon en wilde bijdragen. Dat maakt dat sommige gemeenten meer bijdragen en sommigen minder. Bij het zoeken naar extra opvangplekken en –locaties worden de 14 gemeenten opnieuw uitgenodigd om lokaal te bepalen welk aandeel zij kunnen en willen realiseren van de gevraagde opvangcapaciteit voor Oekraïners en in welke vorm. Als dat leidt tot onvoldoende opvangplekken, moet een oplossing gezocht worden, zoals bijv. een evenredige verdeling van inspanningen over de 14 gemeenten. De mogelijkheid bestaat om onderling ‘uit te ruilen’ op de verschillende opgaven. Gemeenten die minder bijdragen aan de opvang van asielzoekers worden gevraagd een hogere bijdrage te leveren aan de opvang van Oekraïners. Locaties voldoen aan de veiligheids- en kwaliteitseisen Van de huidige CNO-locaties die niet meer nodig zijn voor opvang van asielzoekers als er voldoende reguliere opvangcapaciteit beschikbaar is, kan worden onderzocht of deze kunnen worden ingezet voor de opvang van Oekraïners.
11
3.5 Hoe kunnen andere partijen helpen? De opgaven zijn groot en vragen veel van gemeenten. Van daaruit bestaat de nadrukkelijke wens bij gemeenten om meer steun en regie te ervaren vanuit Rijk, provincie en COA en duidelijkheid in de informatie die wordt verstrekt. Van het Rijk wordt verwacht dat zij haar deel nakomt van de bestuurlijke afspraken die eind augustus gemaakt zijn om uit de crisis te komen, waaronder o.a. een (werkbare) nieuwe spreidingswet Asiel, het beperken van de instroom en het versneld afhandelen van procedures voor kansarme asielzoekers. Maar ook dat er aandacht is voor de huidige bewoners van Crisisnoodopvanglocaties als het gaat om registraties en procedures; het uitblijven daarvan leidt lokaal tot onrust en problemen. Ook wordt meer samenhang gevraagd in het optreden van de verschillende partijen die een rol vervullen in de opvang, i.e. Ministeries van BZK en J&V, COA, IND en de provincie. COA en het Nidos zijn belangrijke samenwerkingspartners in het realiseren van opvang en huisvesting door gemeenten. Om de grote opgaven die er liggen te realiseren, zijn goede afspraken nodig met deze partijen en moeten zij voldoende personeel en middelen beschikbaar hebben om goed samen te kunnen werken en af te stemmen. Daarbij is ook van belang dat COA oog heeft voor de wens van een aantal gemeenten om kleinschaligere opvanglocaties te realiseren.
De provincie kan ondersteuning bieden, bijvoorbeeld bij het versnellen van procedures om ruimte en locaties te realiseren (voor bv flexwoningen of tussenvoorzieningen), de aansluiting op nutsvoorzieningen of het voorkomen van juridische knelpunten. Twente zal in de komende maanden, bij de verdere uitwerking van dit plan, aangeven bij het Rijk, provincie, COA en Nidos wat gemeenten van hen nodig hebben om hun bijdrage te leveren aan de opgaven die er liggen.
4. Transitie CNO-locaties Het opvangen van asielzoekers is een taak van het COA; het COA heeft daarvoor verspreid over het land diverse AZC-locaties ter beschikking. Omdat in de afgelopen periode het aantal vluchtelingen waarvoor opvang nodig was vele malen groter was dan het aantal beschikbare opvangplekken in AZC's, zijn gemeenten gevraagd om Crisisnoodopvanglocaties in te richten voor de opvang van vluchtelingen. In totaal betreft het landelijk circa 10.000 CNO-plekken. Deze locaties zijn bedoeld voor tijdelijke opvang en zijn niet meer nodig zodra de andere bouwstenen (ook landelijk) op orde zijn (zoals voldoende reguliere opvangplekken beschikbaar, meer capaciteit bij IND, enz.). In het Transitieplan CNO wordt gesteld dat per 1 april 2023 voldoende opvangplekken beschikbaar zijn, zodat er geen gebruik meer gemaakt hoeft te worden van CNO-locaties. Het COA vraagt van de (veiligheids)regio's om langs 2 sporen hieraan te werken. Spoor A betreft het realiseren van méér reguliere opvangplekken in de regio voor asielzoekers, zodat CNO-locaties niet meer nodig zijn. Spoor B betreft het in kaart brengen of er CNO-locaties zijn die geschikt zijn voor overdracht aan het COA zodat er reguliere opvang gerealiseerd kan worden.
Locaties zijn hiervoor geschikt als ze lang genoeg beschikbaar zijn, voldoende opvangcapaciteit hebben, aan een aantal kwaliteitseisen voldoen en de betreffende gemeente instemt met de inzet ervan. In Twente zijn 17 CNO-locaties in gebruik (geweest); zie bijlage 4. Het gaat om kleine locaties: de grootste betreft 60 bedden, de kleinste 6 bedden.
12 Navraag bij de 14 gemeenten leidt vooralsnog tot de conclusie dat geen enkele van de huidige locaties zich leent voor overdracht aan het COA. Wel is er één locatie, in Wierden, waar in samenwerking met COA een pilot loopt met opvang van asielzoekers in chalets. Deze pilot wordt de komende jaren voortgezet. Twente zal zich daarom voor wat betreft het transitieplan CNO richten op spoor A (zie paragraaf 3.2). Spoor B (Overname door COA van CNO-locaties) is in Twente niet aan de orde. Zoals uit het overzicht in bijlage 4 blijkt zijn ze niet lang genoeg beschikbaar dan wel te klein voor overname door COA.
5 Planning en organisatie De Twentse Regietafel Asiel (TRA) bestaat uit de door de gemeenten afgevaardigde bestuurders van de 14 Twentse gemeenten. Het is aan de gemeente zelf om te bepalen wie zij afvaardigt. De komende 4 maanden bespreken zij maandelijks de voortgang, hoe de Twentse gemeenten de regionale opgave kunnen invullen en wat daarvoor nodig is (ook van andere partijen). De TRA wordt ondersteund door een programmateam vanuit de VRT en een ambtelijk kernteam. Er wordt zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij huidige projecten en overlegstructuren. Door krachten en inzet te bundelen wordt de lokaal benodigde capaciteit beperkt. Insteek is dat bovenlokale samenwerking efficiencyvoordelen oplevert ten opzichte van puur lokale inzet. Dit geldt zowel voor gemeenten als bovenlokale/regionale samenwerkingspartners.
In onze planning streven we naar de volgende mijlpalen:
14 december: bespreking concept procesplan aan Twentse Regietafel Asiel 22 december: toelichting concept procesplan aan Provinciale Regietafel Overijssel Januari: vaststelling procesplan Twente Opvang Vluchtelingen Februari: bespreken aan Regietafel van mogelijke in te zetten instrumenten t.b.v. huisvesting statushouders en/of opvang vluchtelingen; Uiterlijk eind maart maken colleges kenbaar op welke wijze zij lokaal invulling willen geven aan hun aanbod van opvangplekken. Dit wordt eind maart besproken aan de Regietafel. Vanaf April: waar mogelijk openen nieuwe reguliere opvanglocaties ter vervanging van CNOlocaties Juli 2023: sluiten laatste CNO-locaties in Twente; Taakstelling huisvesting statushouders 1e helft 2023 gerealiseerd. 1 januari 2024: benodigde aantal opvangplekken Asiel, inclusief AMV’s, gerealiseerd.
13
Bijlage 1: Begrippen- en afkortingenlijst Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (AMV’s): Asielzoeker die bij aankomst in Nederland jonger is dan 18 jaar, komt van buiten de Europese Unie, en naar Nederland is gekomen zonder ouders(s) of een ander persoon die het gezag over de jongere heeft. Een AMV waarvan is vastgesteld dat die bescherming nodig heeft, krijgt een asielvergunning. Asielzoeker: iemand op de vlucht die internationale bescherming zoekt, maar wiens beroep op vluchtelingenstatus nog niet bepaald is. AZC: Asiel Zoekers Centrum is een locatie waar het COA grootschalig onderdak biedt aan asielzoekers. COA: Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers is een zelfstandig bestuursorgaan en verantwoordelijk voor de opvang en begeleiding van asielzoekers. CNO: Crisis Nood Opvang is een zeer tijdelijke locatie voor opvang van asielzoekers wanneer in AZC’s en noodopvang van de COA geen plek meer beschikbaar is. Locaties worden op regionaal niveau door Veiligheidsregio’s en gemeenten beheerd. IND: Agentschap van ministerie van Justitie en Veiligheid die de aanvragen behandeld van mensen die in Nederland willen verblijven of die Nederlander willen worden. LRT: Landelijke Regie Tafel migratie en integratie. Het Rijk, de provincies en gemeenten werken aan deze tafel gezamenlijke aan opgaven op het terrein van asiel, huisvesting statushouders en integratie en participatie.
Migrant: iemand die verhuist van plek naar plek binnen of buiten landsgrenzen, bijvoorbeeld vanwege (seizoensgebonden) werk, opleiding of trouwen met een (buitenlandse) partner. De meeste migranten worden niet gedwongen hun thuisland te verlaten, maar vertrekken uit hoop en op zoek naar betere kansen. Zij zijn vrij om terug te keren naar huis wanneer ze willen. Nidos: onafhankelijke (gezins-) voogdijinstelling, op grond voor alleenstaande minderjarige asielzoekers en vluchtelingen.
van
de
wet,
de
voogdijtaak
uit
Ontheemde: iemand die gedwongen zijn woonplek heeft moeten verlaten, bijvoorbeeld door een natuurramp of oorlog. Deze definitie wordt nu vooral gebruikt om de Oekraïense vluchtelingen te duiden. PRT: Provinciale Regie Tafel waar onder voorzitterschap van de Commissaris van de Koning de provinciale coördinatie plaatsvindt van gezamenlijke opgaven op het terrein van asiel, huisvesting statushouders en integratie en participatie door provincie, veiligheidsregio’s en COA. TRA: Twentse Regietafel Asielinstroom waar voor de veiligheidsregio Twente de regionale coördinatie plaatsvindt van de gezamenlijke opgaven op het terrein van asiel en huisvesting statushouders. Vluchteling: In Nederland beslist de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) of een asielzoeker wordt erkend als vluchteling conform de definitie van het Vluchtelingenverdrag: iemand die in zijn thuisland 'gegronde vrees' heeft voor vervolging op grond van ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde etnische of sociale groep. Zij die de vluchtelingenstatus krijgen worden beschermd door internationale verdragen en overeenkomsten. Vluchtelingen in Nederland krijgen de kans om wetmatig permanente inwoners en uiteindelijk burgers te worden.
Vluchtelingen uit Oekraïne vallen onder de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) en hebben daarom op een andere basis, en meer uitgebreide rechten op bescherming in Nederland dan asielzoekers. Vluchtelingen uit Oekraïne mogen zich vrij vestigen in Nederland en hebben recht op opvang, leefgeld, onderwijs en zorg. Ook mogen zij arbeid in loondienst verrichten in Nederland zonder werkvergunning. Vluchtelingen uit Oekraïne hoeven niet eerst naar Ter Apel om zich aan te melden. Statushouder: Asielzoekers die als vluchteling worden erkend krijgen de ‘vluchtelingenstatus’; zij worden in Nederland ook wel statushouders genoemd.
14
Bijlage 2 Samenvatting “spreidingswet Asiel” Doel van de wet De Wet ‘gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen’, ook wel spreidingswet Asiel genoemd, creëert een wettelijke taak voor gemeenten, waarmee zij medeverantwoordelijk worden, naast het Rijk, voor de internationale en Europeesrechtelijke verplichting om asielopvang te bieden aan vluchtelingen en asielzoekers. De wet is een belangrijke schakel om te komen tot een robuuste en flexibele asielopvang, in lijn met de Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen. Onderdeel van de wet is een relatief complexe verdeelsystematiek, gekoppeld aan een beloningssystematiek op basis van vrijwilligheid. Sluitstuk van de wet is een verdeelbesluit van de minister. Voor een uitgebreide toelichting verwijzen we u naar de website van de VNG. Proces Op 9 november ’22 is de wet in consultatie gegaan. Het kabinet streeft ernaar de wet in werking te laten treden op 1 februari 2023. De wet wordt nog behandeld in de eerste en tweede kamer. In de oorspronkelijke opzet (lees: versie die ter consultatie is aangeboden) is het proces als volgt uitgewerkt.
1 februari: capaciteitsraming
JenV maakt eens in de 2 jaar voor 1 februari bekend hoeveel opvangplaatsen er in de komende twee jaar landelijk naar verwachting nodig zijn. Daarbij wordt een indicatieve doorvertaling gemaakt naar gemeenten.
1 mei provinciale opgave
Gemeenten kunnen tot uiterlijk 1 mei aangeven welke duurzame opvangcapaciteit (> 100 plekken gedurende minimaal 5 jaar) zij ter beschikking stellen. Deze worden samen met capaciteit COA in mindering gebracht op de capaciteitsraming. Op 1 mei wordt vervolgens de provinciale opvangopgave vastgesteld.
1 juli verslag provinciale regietafels
Vanaf 1 mei wordt aan de Provinciale Regietafels (PRT’s) overlegd over de verdeling van de provinciale opgave tussen de gemeenten in de betreffende provincie. Dit resulteert in een verslag van de CdK aan de Minister op uiterlijk 1 juli van hetzelfde jaar.
1 september: verdeelbesluit
De Minister neemt voor 1 september een besluit, per provincie, over de verdeling van het aantal vereiste opvangplaatsen voor de duur van de twee daaropvolgende kalenderjaren.
1 maart: realisatie opvangvoorzieningen
Het College zorgt ervoor dat het aantal plekken zoals genoemd in het Verdeelbesluit ter beschikking gesteld wordt aan COA door een opvangvoorziening mogelijk te maken in de gemeente. Dat gebeurt standaard binnen 6 maanden, tenzij in het verdeelbesluit een andere termijn afgesproken is.
15
Bijlage 3: Gemeentelijke opgaven of een indicatie daarvan. Indicatieve verdeling van de regionale opgave Asielopvang naar de 14 gemeenten Indicatie opgave
Gemeente 01-01-23 01-04-23 31-12-23 Almelo 202 224 250 Borne 66 74 82 Dinkelland 74 82 91 Enschede 445 493 548 Haaksbergen 67 74 83 Hellendoorn 99 110 123 Hengelo (O) 225 250 278 Hof van Twente 97 107 120 Losser 64 71 79 Oldenzaal 88 97 108 Rijssen-Holten 106 117 131 Tubbergen 59 66 73 Twenterand 93 103 115 Wierden 68 76 84 Totaal 1.754 1.944 2.164 Bron: Informatieset regioplannen COA. Bijlage Regioplan Overijssel Gemeentelijke taakstellingen Huisvesting statushouders, 1e helft 2023 Plaats Almelo Borne Dinkelland Enschede Haaksbergen Hellendoorn Hengelo (O.) Hof van Twente Losser Oldenzaal Rijssen-Holten Tubbergen Twenterand Wierden Subtotaal Twente
Inwoners
Huisvesting statushouders 73.155 24.007 26.594 160.640 24.268 35.940 81.476 35.056 23.084 31.741 38.231 21.364 33.718 24.643 633.917
Subtotaal provincie 1.171.910 Overijssel Bron: Bijlage A circulaire 1e helft 2023 _TAAKSTELLING_21.200
88 29 32 193 30 43 98 42 28 38 46 26 41 30 764 1.413
16
Bijlage 4 Overzicht CNO-locaties (dec. '22) Aantal plekken gerealiseerd CNO
Plaats
Enschede
Enschede
59
Almelo
Almelo
56
Borne
N.v.t.
N.v.t.
Dinkelland (Tubbergen/Oldenzaal/Losser)
Losser
40
Haaksbergen
Haaksbergen
22
Hellendoorn
Haarle
19
Hengelo
Hengelo
30
Hof van Twente
Delden
28
Hof van Twente
Delden
32
Hof van Twente
Delden
32
Wierden
Wierden
19
Twenterand
Westerhaar
6
Twenterand
Vriezenveen
6
Twenterand
Den Ham
6
Rijssen-Holten
Rijssen
12
Rijssen-Holten
Holten
6
Rijssen-Holten
Holten
6
Bron: Veiligheidsregio Twente (VRT)