2022-67 Raadsinformatiebrief WUPs Losser-West en Beuningen stand van zaken.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatie Zaaknummer: Documentnummer:
21Z02325 21.0025274
Team:
Duurzaamheid
Datum:
21 september 2021
Aan: Van:
Gemeenteraad College
Onderwerp:
Wijkuitvoeringsplannen Beuningen en Losser West
Naar aanleiding van:
Opsteller: Simone Huntink en Bert Kleen
Portefeuillehouder: Stand van zaken
J. van Essen
Op 5 oktober 2021 heeft u een oriënterende raadsbijeenkomst. Tijdens deze bijeenkomst praten wij u bij over de Wijkuitvoeringsplannen voor Beuningen en Losser West. Met deze informatiebrief informeren wij u alvast over de stand van zaken. In 2020 zijn de vier Noordoost Twentse gemeenten begonnen met zeven Wijkuitvoeringsplannen (WUP’s). In een WUP staat beschreven welke alternatieven voor aardgas er geschikt zijn voor het verwarmen van woningen en gebouwen in de Wijk en hoe de wijk van het aardgas af zou kunnen gaan. In 2021 is in Losser-West en Beuningen gestart om samen met inwoners, partners en andere betrokkenen een WUP op te stellen. Adviesbureaus Tauw en EKwadraat begeleiden de gemeente vanuit het technische aspect bij het opstellen van de WUP’s.
De opzet om te komen tot een volledig wijkuitvoeringsplan is opgedeeld en twee onderdelen: In het deel A staat: • een keuze welke technieken niet en welke technieken wel verder worden onderzocht • een doorkijk wat er nog qua middelen beschikbaar komt vanuit het Rijk • wat wordt de rol van de gemeente en wat die van de inwoners • wat kan de inwoner nu doen tot aan deel B? Wat is verstandig en niet? • nadere participatie en communicatiestrategie voor deel B In deel B staat: • verdere uitwerking technieken • definitieve financiële middelen vanuit het Rijk • update van de participatie- en communicatiestrategie • update van de ambitiedatum • update onderdeel wat de inwoner kan doen Op dit moment staan we in het proces om deel A af te ronden en gaan we richting de opzet van deel B. Dit moment wordt aangegrepen om de Raad te informeren over de stand van zaken en om in gesprek te gaan met de raad over de mate van participatie en de rol van de gemeente daarin voor het vervolgproces.
Wat betekent dit voor Losser? Zoals aangegeven zijn in Losser Beuningen en Losser West de eerste wijken waarvoor een WUP wordt geschreven. Elk door een ander ingenieursbureau, zodat we van twee verschillende aanpakken kunnen leren en het beste van beide kunnen combineren. Losser West Het proces met Losser West is gestart met een aantal wijkbrede activiteiten; zo is een goed bekeken webinar georganiseerd, we hebben een enquête gehouden waarvan de uitkomsten op de website van Energie van Noord Oost Twente staan en er is een nieuwsbrief verspreid. Klankbordgroep Losser West Naar aanleiding van deze activiteiten hebben zich 14 wijkbewoners gemeld die samen de klankbordgroep vormen. De bewoners zijn op persoonlijke titel lid van de klankbordgroep. De dorpsraad is ook vertegenwoordigd in de klankbordgroep. De klankbordgroep heeft nu twee keer vergaderd. De klankbordgroep oriënteert zich op haar rol en op de inhoud. We werken in samenspraak met de klankbordgroep aan een aanpak die past bij de aard en omvang van Losser West. Onderdeel van deze aanpak is een verkenning naar wat het eigenlijk betekent om aardgasvrij te wonen, welke technieken daarbij voor de hand liggen en praktijkvoorbeelden. Referentiewoningen In opdracht van de gemeente is een onafhankelijk overzicht opgesteld van negen referentiewoningen in Losser West.
Deze woningen zijn door een expert bezocht die de belangrijkste kenmerken en mogelijke ingrepen om aardgasvrij te worden in kaart heeft gebracht. De Dorpsraad heeft vijf van deze negen woningen uitgekozen om samen met de bewoners gedetailleerder in beeld te brengen; wat komt er allemaal bij kijken als een woning daadwerkelijk aardgasvrij wordt gemaakt. Dit proces loopt op dit moment. Mogelijke technieken Een warmtenet ligt niet voor de hand in Losser West. Dit heeft te maken met de bebouwingsdichtheid en verscheidenheid aan woningen. Dit betekent dat alternatieve warmtebronnen met elektriciteit voor de hand liggen. Daarom is contact gelegd met Enexis om duidelijkheid te krijgen over de huidige en toekomstige capaciteit van het elektriciteitsnetwerk. In overleg en in samenwerking met de klankbordgroep werken we de komende maanden verder aan een aanpak die past bij Losser West. Beuningen Koppelen aan andere projecten Voor de WUP (zowel het opstellen van het document, het creëren van bewustwording als de daadwerkelijke uitvoering) wordt waar mogelijk gezamenlijk opgetrokken met de Kwaliteitsimpuls Beuningen. In een inventarisatie over de openbare ruimte is ook de vraag neergelegd op welke wijze de inwoners van het aardgas af willen gaan en op de termijn waarop.
Concept WUP naar klankbordgroep Voor het wijkuitvoeringsplan Beuningen (zowel dorp als buitengebied) is een eerste concept opgesteld. Dit concept wordt besproken met de klankbordgroep van Beuningen. De klankbordgroep van Beuningen bestaat uit inwoners die op persoonlijke titel in de klankbordgroep zitten. Een deel van de klankbordgroep is ook actief voor de dorpsraad en/of Energiecoöperatie Greuner. De leden van de klankbordgroep zijn aangesloten vanuit persoonlijke interesse in dit vraagstuk en zij zijn geen vertegenwoordiging van de inwoners van Beuningen. In het concept WUP is opgenomen: • Weergave van bebouwing (bouwjaar, energielabel, enz.); • Stappenplan; • Hoe verder?
De eerste stappen zijn al gezet: • Diverse bijeenkomsten: online informatieavond, klankbordgroep, specifieke kennisbijeenkomst (bijv. over het netwerk, i.s.m. Enexis), in overleg aansluiten bij Boeiend Beuningen en kwaliteitsimpuls Beuningen. • Enquête en huis-aan-huis nieuwsbrief • Energiekrant (waarin ook aandacht wordt besteed aan Wijkuitvoeringsplannen); • Communicatie via ’t Klokhoes (plaatselijke krant van Beuningen); In de komende jaren zal dit verder worden uitgebreid of geïntensiveerd. Achtergrondinformatie De basis van de wijkuitvoeringsplannen wordt gevormd door het Nederlandse Klimaatakkoord (2019). Daarin zijn maatregelen vastgelegd om grootschalige reductie van de uitstoot van CO2 te bewerkstellingen, met als doel: 49% reductie in 2030 en 95% in 2050, ten opzichte van de uitstoot in 1990. Uiterlijk 2050 wordt de gebouwde omgeving niet meer verwarmd met aardgas, terwijl nu nog 95% van alle woningen in Nederland aardgas gebruikt voor verwarming, warm water en koken. Gemeenten hebben vanuit het klimaatakkoord de regierol om woningen te voorzien van een andere warmteoplossing. Gemeenten zijn verplicht een Transitievisie Warmte (TVW) op te stellen en iedere 5 jaar te actualiseren. In Noordoost Twente heet dit document ‘Warmtevisie’.
In de Warmtevisie (2020) is vastgelegd via welke route de gebouwde omgeving van het aardgas af gaat en welke alternatieven voor aardgas het meest kansrijk zijn. De Warmtevisie wordt vervolgens gespecificeerd in wijkuitvoeringsplannen per wijk. Dat kan een wijk zijn, maar ook een logische samenstelling van (delen van) wijken of bijvoorbeeld een dorpskern. In Noordoost Twente zijn zeven ‘wijken’ aangewezen als meest kansrijk, voor zes daarvan is de ambitie om uiterlijk 2030 aardgasvrij te zijn: Dinkelland: Tilligte en Weerselo Losser: Beuningen en Losser-West Oldenzaal: De Thij Tubbergen: Harbrinkhoek/Mariaparochie en Manderveen Omdat er voor het opstellen van wijkuitvoeringsplannen geen heldere richtlijnen, succesvolle voorbeelden of handleidingen voorhanden zijn, is het een ‘ontdekkingstocht’. Het maakt het lastig om de stakeholders duidelijk te maken wat zij kunnen verwachten en om verwachtingen goed te managen. We leren gaandeweg van elkaar en ook door deelname aan provinciale werkgroepen en door landelijke ervaringen nauw te volgen. Twee bureaus aan de slag In de eerste helft van 2020 hebben we middels een aanbesteding de adviesbureaus TAUW en Ekwadraat geselecteerd om ons te helpen bij het ontwikkelen van de eerste zeven wijkuitvoeringsplannen.
Bij het opstellen van een wijkuitvoeringsplan zijn daarnaast veel stakeholders betrokken: netwerkbeheerders, woningbouwcorporaties, dorpsraden/kernraden, werkgroepen duurzaamheid, energiecoöperaties, klankbord- en bewonersadviesgroepen en de inwoners van de wijken zelf. Omdat inwoners ‘verleid’ moeten worden actie te nemen, leggen wij in deze brief het accent op de bewoners van de wijken waarvoor nu een wijkuitvoeringsplan wordt opgesteld. Landelijke ervaringen, opgedaan met proeftuinwijken, geven ook onze bevindingen in Noordoost Twente weer. Wij zien dat: • een collectieve grootschalige warmte-infrastructuur (warmtenet) vaak niet direct voor de hand ligt door het ontbreken van een warmtebron of door een te lage dichtheid qua afnemers;
•
• •
de kaders en middelen vanuit (rijks-)overheid nog ver achterblijven waardoor gemeenten nog onvoldoende instrumenten (financieel en in de vorm van ‘verplichtende regelgeving’) hebben om de warmtetransitie te regisseren; het uitgangspunt dat de warmtetransitie kostenneutraal zou moeten zijn voor woningeigenaren en huurders daardoor nog niet voor alle woningen waargemaakt kan worden; lokaal hebben we behoefte aan een heldere landelijke boodschap over nut en noodzaak van de transitie.
Van wijkgericht naar woninggericht De consequentie is dat de focus in de meeste wijken van wijkgericht naar meer woninggericht verlegd wordt en dat de rol van de gemeente verandert van regisseur naar partner van woningeigenaren. De rol van gemeenten is om inwoners (vooral in de aangewezen wijken) zo goed mogelijk te informeren, te adviseren in hun keuzetraject en te faciliteren, zodat zij uiteindelijk kunnen overgaan tot het nemen van actie. Dit is lastig voor gemeenten, die ook een ambitie (doelstelling) waar moeten maken. Focus op bewustwording Er ligt hier echter in eerste instantie al een forse uitdaging in de bewustwording onder inwoners, welke opgave we samen hebben, en hoe hier individueel invulling aan kan worden gegeven. Een deel van de inwoners heeft nog niet voldoende kennis over de wijkuitvoeringsplannen zoals bijvoorbeeld over het verschil tussen energie en warmte, het waarom en wanneer, de gebruikte terminologie of inzicht in nu beschikbare energievormen en mogelijkheden die op langere termijn pas mogelijk in voldoende mate beschikbaar zijn (zoals biogas en waterstof). Mogelijke technieken Het afgelopen jaar is helder geworden uit welke technische hoofdvormen gekozen kunnen worden én dat de diversiteit van woningen, ook binnen wijken én achter de voordeur, zo groot is dat geen enkele oplossing overal en voor altijd de beste oplossing is.
Daarom zoeken we voor de wijkuitvoeringsplannen naar ‘duurzaam goede’ oplossingen. Dat wil zeggen: • technisch betrouwbaar • financieel haalbaar en voorspelbaar • voldoende beschikbaar • oplossing passend bij de voorkeuren van de bewoners en bedrijven In de 7 wijken zien we 3 hoofdlijnen: • Collectief: De wijk De Thij in Oldenzaal is een wijk met een relatief hogere woningdichtheid en woningen die door hun mate van isolatie nu nog gebaat zijn bij hoge temperatuurverwarming. Hier past een warmtenet. Hoe meer huishoudens meedoen, hoe lager de investeringen per huishouden. • Individueel: in de andere zes wijken is de woningdichtheid lager. Hier ligt een woning gebonden verwarmingsoplossing meer voor de hand. Hierin zijn vele smaken en combinaties te onderscheiden qua verwarmingsbron, isolatie van de woning en afgiftesysteem. Vanwege de veelheid van opties en de complexiteit voor een leek, kan een gezamenlijk proces van onderzoeken, ontwerpen en realiseren behulpzaam zijn. • Vrijwillige samenwerking: Een voorbeeld van vrijwillig samenwerken is het delen van de bodemwarmtewisselaar. Er wordt dan op een centraal punt één grote warmtewisselaar geboord, waar meerdere woningen op worden aangesloten. In de wijkprocessen wordt deze optie samen met de bewoners verkend wanneer daar interesse voor is.
Participatie Het betrekken van vooral de wijkbewoners, met hen in gesprek gaan en de samenwerking aangaan is bemoeilijkt door de uitbraak van corona. Bewonersavonden en werksessies met stakeholders en bewoners werden aanvankelijk uitgesteld en hebben vervolgens digitaal plaatsgevonden. We hebben mede daardoor de wijkuitvoeringsplannen nog onvoldoende in samenwerking met inwoners en andere stakeholders kunnen vormgeven. Nog niet alle inwoners voelen de urgentie. Ook is het opstellen van de plannen tijdsintensiever dan aanvankelijk ingeschat. Daarom delen we de plannen op. In ‘deel A’ van het wijkuitvoeringsplan wordt een toelichting gegeven op: • Ambitiedatum, wanneer is de wijk aardgasvrij? • Technieken, welke technieken worden niet verder uitgewerkt en waarom niet? Welke technieken worden verder uitgewerkt? • Financiën: welke ondersteuning biedt het Rijk en wat dient de gemeente beschikbaar te hebben voor de komende jaren (financieel en qua FTE)? • Participatie en communicatie: de projectleiding wil de klankbordgroep/bewonersadviesgroep vergroten en diverser maken, zodat het een betere afspiegeling van de wijk/het dorp is. • Handelingsperspectief, wat kan de inwoner doen totdat ‘deel B’ gereed is. ‘Deel B’, de ‘verkenningsperiode’ neemt naar verwachting 2 tot 3 jaar in beslag.
Hierin is opgenomen: • Mogelijke update in de ambitiedatum naar aanleiding van nieuwe inzichten; • Verdere uitwerking van de technieken; • Inzicht in de beschikbaar gestelde financiële middelen; • Update van de participatie- en communicatiestrategie; • Update handelingsperspectief, wat kunnen inwoners doen onder andere naar aanleiding van de beschikbaar gestelde middelen van het Rijk.