CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-67 Raadsinformatiebrief WUPs Losser-West en Beuningen bijlage WUP Beuningen.pdf

Oordeelsvormende vergadering 1 november 2022, gemeente LosserBij agendapunt: 2022-67 Raadsinformatiebrief WUPs Losser-West en Beuningen5.610 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1

2

Inhoudsopgave Voorwoord .................................................................................................. 2 Inhoudsopgave ............................................................................................ 3 Inleiding ...................................................................................................... 5 1.1 Waarom van het aardgas af? ............................................................. 5 1.2 Van landelijke doelstellingen tot lokale plannen .............................. 6 1.3 Waarom Beuningen? ......................................................................... 6 1.4 De doelstelling voor Beuningen ........................................................ 7 1.5 Opbouw van dit document ................................................................ 7 Beuningen karakterisering ........................................................................ 10 2.1 Bouwjaren en energielabels ............................................................ 10 2.2 Verbruiken en eigendom ................................................................. 10 Hoe Beuningen van het aardgas af gaat .................................................... 14 3.1 Alternatieve warmte geschikt voor Beuningen ............................... 14 3.2 Wat kunt u als woningeigenaar doen? ............................................

17 3.3 Niets doen ....................................................................................... 20 3.3 Subsidie en financiering .................................................................. 21 Bijlage 1: Begrippenlijst ........................................................................... 23 Bijlage 2: Verduurzamingsmogelijkheden per bouwjaar .......................... 26

3

4

Inleiding De route naar een klimaatneutraal Nederland

1.1 Waarom van het aardgas af? De gevolgen van klimaatverandering beginnen over de hele wereld een steeds groter probleem te worden. Om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan, is in 2015 het Klimaatakkoord van Parijs opgesteld. 195 landen, waaronder Nederland, hebben dit akkoord ondertekend. In het akkoord staan afspraken voor het terugdringen van broeikasgassen waaronder CO2. Om de doelen uit het Klimaatakkoord van Parijs te halen, moet het aardgasverbruik in Nederland binnen verschillende sectoren fors naar beneden. Wanneer het verbruik aan aardgas voor de productie van elektriciteit niet wordt meegenomen, verbruiken we in Nederland bijna 45% van alle aardgas voor het verwarmen van gebouwen. Dit laat zien dat we andere warmtebronnen zullen moeten vinden voor de gebouwde omgeving om onze CO2 uitstoot terug te dringen.

Er zijn echter nog andere redenen waarom het inzetten van duurzame warmtebronnen de voorkeur heeft boven aardgas. Zo willen we de aardgaswinning in Groningen stopzetten in 2022. Het moeten importeren van aardgas maakt ons politiek afhankelijk van landen als Noorwegen en Rusland. Daarnaast betekent dit een grote stroom aan geld naar deze landen. Door de productie van duurzame warmte binnen onze landsgrenzen te houden, stimuleren we de lokale en nationale economie.

Om deze redenen heeft Rijksoverheid samen met gemeenten, netbeheerders, woningcorporaties, natuur- en milieuorganisaties en bedrijven in het nationale Klimaatakkoord afgesproken om alle bestaande 7 miljoen woningen en 1 miljoen andere gebouwen in Nederland voor 2050 van het aardgas af te halen. Daarnaast worden nieuwe gebouwen standaard aardgasvrij gebouwd. Een ambitieus doel voor een duurzame toekomst!

5

1.2 Van landelijke doelstellingen tot lokale plannen De transitie van het gebruik van aardgas voor het verwarmen van onze woningen en gebouwen naar het gebruik van duurzame warmte alternatieven heet de warmtetransitie. De warmtetransitie is zowel een technische als een maatschappelijke opgave. Op regionaal niveau worden de doelen vertaald in de Regionale Energie Strategie (RES). De RES beschrijft hoeveel windturbines, zonneparken, kleine windmolens en zon op dak gerealiseerd kan worden. Ook staat in de RES welke warmtebronnen ingezet kunnen worden. De gemeente Losser is onderdeel van de RES regio Twente. Samen met 13 andere Twentse gemeenten, de provincie Overijssel, Waterschap Vechtstromen, de netbeheerders Enexis en Coteq, de Twentse woningcorporaties, Twence en Universiteit Twente wordt de RES Twente opgesteld. Meer informatie over de RES Twente vindt u hier. Op gemeentelijk niveau staan de plannen voor het overstappen op duurzame warmte in de Warmtevisie, ook wel Transitievisie Warmte genoemd. Dit is voor alle gemeenten in Nederland de eerste stap richting duurzame warmte. In de Warmtevisie zet elke gemeente op hoofdlijnen de route naar het aardgasvrij worden uiteen. Daarnaast wordt een overzicht gegeven van de beschikbare duurzame warmtebronnen in de gemeente en worden de uitgangspunten die de gemeente hanteert binnen deze transitie beschreven.

De gemeente Losser heeft in 2020 de Warmtevisie samen met de gemeenten Dinkelland, Oldenzaal en Tubbergen opgesteld. Deze Warmtevisie is hier terug te vinden. In de Warmtevisie hebben de vier gemeenten een route geschetst om de gemeenten voor 2050 van het aardgas af te krijgen. Tevens zijn in de visie dorpen, wijken en gebieden

aangewezen die mogelijk al voor 2030 van het aardgas af gaan. Beuningen is één van die eerste wijken voor wie een plan is gemaakt. Het plan dat voor u ligt noemen we het Wijkuitvoeringsplan (of afgekort, het WUP). In het WUP geven we antwoord op vragen als: welke stappen kunnen we samen nemen om Beuningen te verduurzamen, wat betekent van het aardgas afgaan voor inwoners en bedrijven, hoe nemen we iedereen mee en welke rol is er voor alle partijen? Het WUP is tot stand gekomen in samenwerking met energiecoöperaties, woningcorporaties, netbeheerders en een aantal inwoners van Beuningen waaronder vertegenwoordigers van de dorpsraad. De gemeente Losser kiest ervoor om in 2040 al energieneutraal te zijn. Het streven is dat alle benodigde energie op duurzame wijze binnen de gemeente wordt opgewekt. Meer informatie over het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid staat hier.

1.3 Waarom Beuningen? Beuningen en Losser-West gaan binnen de gemeente Losser als eerste actief aan de slag met de transitie naar duurzame warmte. De karakteristieken van de bebouwing in het dorp Beuningen en de koppeling met kwaliteitsverbetering maken dat het verstandig is om hier te beginnen. Een belangrijke karakteristiek van Beuningen is dat meer dan de helft van de woningen een energielabel heeft van niveau C of hoger. Dit betekent dat de meeste gebouwen goed te isoleren zijn en de stap naar duurzame laagtemperatuur warmte genomen kan worden. Dit is gunstig gezien het beperkte aanbod aan duurzame hoog temperatuur warmtebronnen op korte termijn.

6

Ten tweede ligt er een belangrijke koppelkans in Beuningen. Koppelkansen zijn ontwikkelingen in het dorp waarin de warmtetransitie meegenomen kan worden. Een belangrijke ontwikkeling in Beuningen is de kwaliteitsimpuls die de gemeente aan het dorp wilt geven. Onderdeel van deze impuls is de herinrichting van de dorpskern. Straten worden opgeknapt, nieuwe verlichting geplaatst en er zal een regenwaterriool worden aangelegd. Daar waar nodig zal de gemeente Enexis vragen om gelijktijdig het netwerk te verzwaren. Door de warmtetransitie te combineren met de kwaliteitsimpuls zullen de straten minder vaak open hoeven, waardoor er minder overlast ontstaat voor de aanwonenden. Wat het betekent voor Beuningen en haar inwoners om te beginnen aan de warmtetransitie lichten we in dit plan toe.

Woningeigenaren gaan de komende jaren op hun eigen tempo aan de slag en krijgen hierin ondersteuning van de gemeente en het energieloket in de vorm van advies. Daarnaast zal er vanuit het Rijk geld vrij moeten worden gemaakt om de kosten die hierbij komen kijken te ondervangen. Meer over de te treffen maatregelen evenals financiële hulp, staat beschreven in hoofdstuk 3 ‘Hoe Beuningen van het aardgas af gaat’.

1.5 Opbouw van dit document Het WUP bestaat uit verschillende onderdelen. In het volgende hoofdstuk schetsen we de huidige situatie in Beuningen. We gaan in op welke woningen in de kern en het buitengebied staan en hoe de energieverbruiken zich verhouden tot de gemeente en Nederland. In hoofdstuk 3 zetten we uiteen welke duurzame warmtealternatieven toegepast kunnen worden in de kern en het buitengebied en wat dit betekent voor de verschillende typen woningen in Beuningen.

1.4 De doelstelling voor Beuningen Er zijn in Beuningen 357 woningen en 41 utiliteitspanden. De ambitie is dat deze gebouwen voor 2030 aardgasvrij worden.

7

8

9

Beuningen karakterisering Dit is ons dorp

2.1 Bouwjaren en energielabels

Na 1992

In Beuningen staan 398 gebouwen, waarvan 357 woningen. Het overgrote deel van deze woningen is vrijstaand, zowel in de kern als het buitengebied. Daarnaast zien we enkele 2-onder-1-kap woningen.1 De bouwjaren van de woningen zijn verspreid maar zijn grofweg te verdelen in drie categorieën bouwjaren: vóór 1945, tussen 1946-1991 en ná 1992.

Woningen gebouwd na 1992 staan in Beuningen vooral aan de Lomanskamp. Daarnaast zijn er een aantal woningen en gebouwen in het buitengebied uit deze bouwperiode. Woningen die gebouwd zijn na 1992 zijn al relatief goed geïsoleerd. De meeste woningen hebben een energielabel B of hoger. Het dak, de vloer of de gevels zijn meestal goed tot zeer goed geïsoleerd. De ramen zijn vaak dubbelglas of HR en kunnen nog worden vervangen door HR++ of HR+++ glas.

Voor 1945 De vooroorlogse vrijstaande woning is een grotere woning en staat vooral in het buitengebied. De woning heeft vaak een energielabel E of lager. Het dak, de vloer en de gevels hebben meestal (in de originele staat) geen tot slechte isolatie en de ramen hebben enkel of hooguit dubbel glas.

1946-1991 De vrijstaande woning gebouwd tussen 1946-1991 staat in de kern van Beuningen. Ongeveer de helft van alle woningen en het merendeel van de utiliteitspanden in Beuningen is gebouwd in deze periode. Grofweg hebben deze woningen en gebouwen een energielabel D of C. Het dak, de vloer en de gevels zijn vaak matig tot goed geïsoleerd en de ramen hebben dubbel glas.

2.2 Verbruiken en eigendom Als een gevolg van het grote aandeel aan vrijstaande en 2-onder-1-kap woningen in het dorp, is het gemiddelde gasverbruik van Beuningen hoger dan dat van de rest van de gemeente en het landelijk gemiddelde. Ook het elektriciteitsverbruik in het dorp ligt hoog. Tegelijkertijd is er voldoende potentie om deze elektriciteitsvraag duurzaam in te vullen gezien de hoeveel grote daken en vrije ruimte. Dat is nu al terug te zien in het percentage woningen met zonne-opwek. Met 16% ligt dat hoger dan het landelijk gemiddelde van 12%.

Volgens de BAG krijgt 27% van de woningen de noemer “appartement”. Deze staan bijna

gewoond wordt. We hebben deze gebouwen daarom ook niet de noemer “appartement”

allemaal in het buitengebied. Bij nadere inspectie blijkt dat hier veel vrijstaande gebouwen

gegeven omdat zij niet overeenkomen met de gemiddeld interpretatie daarvan. In

zijn waar meerdere verblijfsobjecten met een verschillende functie zijn geregistreerd.

werkelijkheid zal de omvang van het woongedeelte binnen deze gebouwen variëren.

1

Bijvoorbeeld een bedrijfs- en woonfunctie. Het betreft dus gebouwen waar zowel gewerkt als

10

Ruim 80% van de woningen in Beuningen is particulier bezit. Van de huurwoningen zijn slechts 3 in het bezit van een woningcorporatie.

11

-

12

13

Hoe Beuningen van het aardgas af gaat Wij streven naar een duurzaam, comfortabel en betaalbaar alternatief voor aardgas Nu we een beeld hebben van het type woningen en energieverbruik van Beuningen, zullen we in dit hoofdstuk bespreken welke duurzame warmtetechnieken wel of niet in de wijk toegepast kunnen worden en waarom. Daarna beschrijven we in een handelingsperspectief voor de woningeigenaar welke maatregelen zij kunnen treffen gezien deze techniekkeuze. De te treffen maatregelen evenals specifieke kansen en uitdagingen zijn per bouwperiode, zoals gedefinieerd in hoofdstuk 2.1, uiteen gezet. Tot slot informeren we u welke financiële hulp u nu al kunt krijgen en waar u terecht kunt voor verdere vragen.

3.1 Alternatieve warmte geschikt voor Beuningen Om gebouwen aardgasvrij te verwarmen zijn er meerdere alternatieven beschikbaar. We gaan in deze paragraaf in op de technieken geschikt voor specifiek Beuningen. Voor een totaaloverzicht van alle mogelijke alternatieven voor aardgas klik hier. Grofweg zijn de alternatieven voor aardgas onder te verdelen in twee groepen: individuele en collectieve oplossingen. Individuele oplossingen zijn warmtesystemen die per individueel gebouw worden toepast. De warmte wordt opgewekt bij het gebouwen daar ook meteen gebruikt. Dit type techniek kan overal worden toegepast ongeacht de bouwdichtheid en ongeacht het totaal aantal gebouwen in een gebied zolang er maar ruimte is voor het warmtesysteem in en rondom het gebouw.

Vanwege de lage bebouwingsdichtheid en de uitgestrektheid van het gebied zijn individuele oplossingen het meest geschikte en betaalbare alternatief. Specifiek passen elektrische warmtepompen voor de beter geïsoleerde gebouwen (energielabel B of hoger) het beste en hybride warmtepompen voor de minder goed te isoleren gebouwen het beste. Hybride warmtepompen kunnen na voldoende isolatie (op termijn) alsnog worden vervangen door volledig elektrische warmtepompen. Wanneer vergaand na-isoleren (financieel of technisch) geen optie is, kan de hybride warmtepomp ook worden gecombineerd met duurzaam gas. Dit geeft de voordelen van een hoogtemperatuur warmtebron zoals gas, maar zet tegelijkertijd deze schaarse bron zuinig in door het te combineren met een hybride warmtepomp. Dit scheelt gemiddeld 60% gas. Meer informatie over de werking van warmtepompen vindt u hier. Collectieve oplossingen zijn warmtesystemen waarbij meerdere gebouwen zijn aangesloten op dezelfde warmtebron. In het geval van een collectief warmtesysteem wordt de warmte via een warmtenet of via een gasnet getransporteerd naar de individuele gebouwen. Voor een warmtenet moet grootschalige nieuwe infrastructuur worden aangelegd. Dit is alleen financieel haalbaar bij een groter aantal gebouwen die dicht bij elkaar staan. Ook moet er een geschikte warmtebron zijn om het warmtenet te voeden.

In Beuningen is een (groot) warmtenet geen mogelijkheid; Op korte afstand is geen warmtebron met voldoende potentie beschikbaar en er zijn te weinig gebouwen, die tevens te ver uit elkaar staan, voor een financieel haalbaar warmtenet.

14

Wel is er is de mogelijkheid om een kleinschalig collectief bronnet aan te leggen; een soort tussenvariant van een individuele en collectieve oplossing (klik hier voor extra uitleg). Dit is een zeer klein warmtenet voor minimaal 20 woningen die worden verwarmd met warmte uit diepe bodemlussen. Een dergelijk kleinschalig bronnet is gunstig wanneer woningeigenaren toch samen met de buren willen verduurzamen en niet in eigen tuin een warmtepomp en bodemlus willen plaatsen. Dit is mogelijk een optie voor de woningen rond de Broeninkskamp en de Lomanskamp omdat deze geschikt zijn voor laagtemperatuurwarmte of relatief makkelijk over kunnen op laagtemperatuurwarmte. Verder onderzoek is nodig om te bepalen of een kleinschalig warmtentwerk haalbaar is.

Groengas beperkt en waterstof nog onbekend Gebouwen verwarmen met duurzaam gas via het gasnet is ook een collectieve oplossing. Het verschil tussen het gasnet en een warmtenet is dat voor gas de infrastructuur er al ligt en deze investering dus niet meer gemaakt hoeft te worden. Zodoende is de bouwdichtheid (voorlopig) ook geen voorwaarde voor het inzetten van duurzaam gas. Als alternatief voor aardgas zijn er twee duurzame gassen beschikbaar: biogas/ groengas en groene waterstof. Groengas kan in het huidige gasnet onbeperkt worden bijgemengd. Voor waterstof geldt dat er in eerste instantie alleen tot een bepaald percentage kan worden bijgemengd, momenteel 3% en op termijn 20%. Voor een hoger percentage moet aardgas volledig uitgefaseerd worden om het huidige gasnet te kunnen gebruiken. Biogas wordt nu al op kleine schaal geproduceerd en gebruikt in NoordDeurningen en Beuningen door melkveehouders die mest op eigen land vergisten. Dit gas wordt via een klein netwerk van Energiecoöperatie IJskoud getransporteerd naar een aantal bedrijven.

Biogas kan opgewaardeerd worden naar groengas. Daarmee krijgt het dezelfde kwaliteiten als aardgas waardoor het door ons huidige aardgassysteem kan stromen. Er zijn daardoor geen aanpassingen aan de woningen nodig. Het gebruik van groengas komt echter met een aantal belangrijke kanttekeningen. Zo is er onvoldoende potentie aan groengas om alle woningen in Nederland te verwarmen (15%). En deze potentie zal naar waarschijnlijkheid nog verder afnemen bij de transitie naar kringlooplandbouw. Daarnaast zijn er andere sectoren die op termijn ook zullen moeten verduurzamen die behoefte hebben aan gas. Denk aan de industrie en zwaar transport. Deze sectoren hebben geen andere alternatieven dan gas omdat zij hoge temperaturen nodig hebben. Het is dus onduidelijk wat deze vraag naar groengas vanuit andere sectoren gaat betekenen voor de beschikbaarheid en marktprijs van groengas voor woningeigenaren. Zodoende moeten we voorzichtig omgaan met het inzetten van groengas. We willen groengas daarom vooral inzetten bij woningen die technisch moeilijk te isoleren zijn en promoten het gebruik van groengas te combineren met een hybride warmtepomp. Een ander alternatief duurzaam gas in het gebruik van waterstof. Ook waterstofgas kan in ons huidige aardgasnetwerk ingezet worden en heeft een hoge temperatuur. Dit betekent dus weinig veranderingen voor de bewoner.

De uitdaging van duurzaam geproduceerd waterstof is dat het veel duurzame elektriciteit vraagt om te produceren. Wanneer alle woningen gebouweigenaren in Beuningen overgaan op het stoken met waterstofgas, is hier ruim 45.000 GJ per jaar voor nodig. Hier is de stroom van 35.000 zonnepanelen van nodig! Dit is veel meer dan de elektriciteit die nodig is voor het gebruik van warmtepompen. Omdat de productie van groene stroom nog groeiende is, heeft het Rijk voorspeld dat groen waterstofgas voor 2030 nog niet grootschalig ingezet zal worden voor het

15

verwarmen van woningen en gebouwen. Daarnaast speelt ook hier hetzelfde verdelingsvraagstuk als bij groengas (industrie en transport gaan voor woningen). In onderstaande tabel staat per techniek aangegeven of deze wel (+), niet (-) of mogelijk(?) geschikt is voor Beuningen. Techniek Elektrische warmtepompen Hybride warmtepompen Warmtenet Collectief bronnet Groengas Waterstofgas

Beuningen kern

Buitengebied

+ + ? ? ?

+ + ? ?

Tabel 1 Technieken die geschikt zijn voor Beuningen

16

3.2 Wat kunt u als woningeigenaar doen? Het verduurzamen van een woning is een uitdagende klus die op verschillende manieren aangepakt kan worden. In deze tekst en in bijbehorend figuur staan een aantal stappen beschreven die u, als woningen/of woningeigenaar, kunt doorlopen. De volgorde waarin u deze stappen uitvoert en of u ze allemaal uitvoert hangen af van uw persoonlijke situatie. De tekst en het bijbehorend figuur zijn daarom voornamelijk bedoeld om een inzicht te geven in de mogelijke stappen.

Stap 1: verken uw huis Het verkennen van uw huis of gebouw is een belangrijke eerste stap. Om te komen tot een verduurzamingsplan voor uw woning of gebouw is inzicht noodzakelijk. Wat ervaart u op een koude winterdag en een warme zomerdag. Wat beleeft u als u op blote voeten over de vloer loopt en met uw handen langs de muur strijkt? Voelt de vloer of muur ergens warm of koud aan en ervaart u ergens tocht? Schrijf dit samen met het aardgas- en elektriciteitsverbruik op en vul dit eventueel aan met klussen die nog gedaan moeten worden. Denk aan missende plinten of afbladderende verf, maar misschien ook wel die lang geplande uitbouw die er nog niet is gekomen.

Figuur 1 Stappenplan om duurzaam te wonen

17

Stap 2: wat vind u belangrijk en waarom? Ieder individu is uniek en daarmee zijn ook de woonwensen van woningen gebouweigenaren verschillend. Ga voor uzelf eens na in welke kamers u wat belangrijk vindt? Wilt u in de slaapkamer precies hetzelfde comfort als in de woonkamer of keuken? Zijn er kamers die minder worden gebruikt of kamers die juist meer aandacht nodig hebben? Heeft u op de korte of middellange termijn nog plannen om één of meerdere ruimtes te verbouwen of uit te breiden? En welke kamer is nu eigenlijk te koud in de winter, maar misschien ook wel veel te warm in de zomer? Kortom wat vindt u echt belangrijk in uw huis? Oftewel wat bepaalt uw woongenot? Doe de laagtemperatuurtest In de winter kunt u ook testen of uw woning al geschikt is voor lage temperatuurverwarming. Zet uw CV ketel voor een periode van een week eens op 50 graden. Blijft uw woning in deze periode comfortabel warm dan weet u dat uw woning geschikt is voor lage temperatuur verwarming (zoals een warmtepomp). Op internet kunt u precies vinden hoe u deze ‘laagtemperatuurtest’ uitvoert en waar u op moet letten.

In het plan bepaalt u zelf wat u wanneer zou willen aanpakken. Voor een aantal zaken kunt u ook al ingaan op het hoe. In het plan prioriteert u de stappen die u in uw woning of gebouw wilt nemen. Dit kan dus ook best eerst die keukenuitbouw zijn en pas op een later moment de isolatie. Door een plan op te stellen kunt u de komende jaren stap voor stap naar de voor u gunstige momenten toewerken. Niet alleen toewerken naar een aardgasvrije woning, maar ook een woning die beter aansluit bij uw woonwensen.

Stap 4: binnenklimaat verbeteren Een prettig binnenklimaat is een woning of gebouw waar voldoende verse lucht binnenkomt en waar het in de zomer koel genoeg en in de winter warm genoeg blijft. Op deze manier worden onze woningen en gebouwen niet alleen comfortabeler, maar ook gezonder. Het zorgen voor goede ventilatie is een belangrijke stap in het creëren van een prettig binnenklimaat, net als het dichten van kieren. Maar ook andere radiatoren of vloerverwarming dragen bij aan het binnenklimaat.

Stap 5: isolatie verbeteren

Stap 3: wat, wanneer en hoe? Nu u weet wat voor u echt belangrijk is, kan dit vertaald worden naar een plan. Dit kunt u alleen doen of samen met een adviseur. U kijkt naar waar u het slimst energie kunt besparen, hoe u de luchtkwaliteit kunt verbeteren, uw woning stapsgewijs beter kunt isoleren en toewerkt naar onafhankelijkheid van aardgas en wellicht ook eigen energieopwek. Bepaal waar het beste geïsoleerd kan worden Het isoleren van een gebouw kan op verschillende manieren. Grofweg is isolatie in te delen in vloer-, gevel- en dakisolatie. Hoe ouder de woning, hoe minder isolatie er tijdens de bouw aan de woning is toegevoegd. Maar ook voor nieuwere woningen is het zinvol om te onderzoeken of de isolatie nog verbeterd kan worden. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen met mogelijke isolatiemaatregelen per bouwjaar.

Isoleren is voor veel woningen een belangrijke stap in het verduurzamen van de woning. Door te isoleren werkt u toe naar het geschikt maken van uw woning voor lage temperatuur verwarming. Isoleer het dak, de muren en de vloer en vervang ramen door HR++ of HR+++ glas en isolerende kozijnen. Wat en hoeveel u isoleert, hangt af van uw woning en wensen. Zo kunt u in een grotere woning er bijvoorbeeld voor kiezen alleen de kamers die u veel gebruikt te isoleren.

18

Stap 6: Duurzaam verwarmen Deze stap gaat over het verduurzamen van uw warmte en elektriciteit. Als uw woning geschikt is voor lage temperatuur verwarming kunt u er bijvoorbeeld voor kiezen om over te stappen op een warmtepomp. In kleine lastiger te isoleren ruimtes die u minder gebruikt, is het aanbrengen van infraroodpanelen een optie. En heeft u interesse in een zonneboiler voor uw warm water of nog plek voor zonnepanelen op uw dak dan zijn dit ook maatregelen die in stap 6 thuishoren. In figuur 1 op pagina 20 ziet u de 6 stappen zoals deze hierboven beschreven staan. Stap 1 t/m 3 zijn de eerste verkennende stappen en stap 4 t/m 6 de uitvoerende stappen. Bij de uitvoering van de maatregelen is het goed om te kijken welke maatregelen in samenhang genomen kunnen of moeten worden.

19

3.3 Niets doen Als woningeigenaar heeft u op dit moment nog zelf de keuze of en hoe u uw woning energiezuinig en aardgasvrij wilt maken. Eén van de opties is om nu nog niets te doen. Niets doen bespaart u de stress van het bedenken wat u zou moeten doen en u hoeft de investeringen nog niet te doen. Het is wel goed te beseffen dat er een reële kans is dat u in de komende jaren toch min of meer verplicht gaat worden om uw woning goed te isoleren en voor een alternatief voor aardgas te kiezen. Wanneer en in welke vorm die verplichting er komt is nog niet bekend. Ook is nog niet bekend wat de ondersteuning vanuit de overheid gaat worden en ook niet of die gaat veranderen als er een verplichting komt. Los daarvan zijn er 2 aspecten waarmee u te maken krijgt wanneer u besluit om niets (of maar een deel) te doen:

 Een huis dat mogelijk minder waard wordt (dan goed geïsoleerde aardgasvrije woningen). Een goed geïsoleerde aardgasvrije woning heeft een aantal voordelen ten opzichte van een woning die dat nog niet is: het energieverbruik en de energiekosten zijn lager, het comfort is vaak hoger en voor aspirant-kopers belangrijk de woning hoeft niet meer aangepast te worden.

Verder advies Voor elke woning in Beuningen geldt maatwerk. Voor meer informatie of advies over het verduurzamen van uw woning kunt u contact opnemen met het duurzaam bouwloket. Hier kunt u bijvoorbeeld een adviesgesprek aanvragen met een energiecoach of -adviseur.

 Hogere lasten wanneer de gasprijs stijgt. Naar verwachting zal de gasprijs, vanwege overheidsbelastingen, harder stijgen dan de elektriciteitsprijs.

20

3.3 Subsidie en financiering De overstap naar duurzame warmte vraagt investeringen van zowel bewoners als netbeheerders en de overheid. Ten eerste zijn er kosten verbonden aan het isoleren van de woning of het gebouw. Deze kosten liggen vooral bij de woningeigenaar of gebouweigenaar. Meer informatie over kosten voor isoleren is te vinden op de website van Milieucentraal. Vervolgens moet een overstap gemaakt worden naar een nieuwe warmtetechniek. De kosten voor de overstap zijn erg afhankelijk van de soort techniek waarvoor de overstap wordt gemaakt. De kosten voor een kleinschalig collectief zijn sterk afhankelijk van de hoeveelheid woningen die aangesloten worden. De kosten voor warmtepompen liggen erg uiteen en hangen af van de soort warmtepomp en de grootte van de woning. Meer informatie over kosten van verschillende warmtepompen is te vinden op Milieucentraal.

Hiervoor werken we op dit moment samen met onderstaande betrokkenen. Deze lijst kan zich de komende jaren verder uitbreiden.        

Inwoners en bedrijven Klankbordgroep Dorpsraad Energiecoöperatie Greuner Netbeheerder Enexis Woningcorporatie Domijn Dichtbij Duurzaam Het Energieloket

Om de kosten voor de overstap te kunnen betalen zijn verschillende subsidies en duurzaamheidsleningen beschikbaar. Meer informatie over alle beschikbare subsidies en leningen is hier te vinden.

Hoe verder? De komende 2 tot 3 jaar wil de gemeente inzetten op het vergroten van de bewustwording, vergroten van het draagvlak en enthousiasmeren. Dit doen we door middel van communicatie en participatie (bijvoorbeeld door artikelen te plaatsen in de lokale krant ’t Klokhoes en als daar behoefte aan is bijeenkomsten te organiseren).

21

22

Bijlage 1: Begrippenlijst Per begrip bespreken we waar het voor staat Alternatieve warmtebronnen

Water verwarmingssystemen die geen gebruik maken van de fossiele brandstof aardgas noemen we alternatieve duurzame warmtebronnen.

Collectieve oplossingen

Warmteoplossingen waarbij meer dan één woning of gebouw aangesloten zijn op de warmtebron of -techniek zijn collectieve oplossingen.

Duurzaamheidslening

Duurzaamheidsleningen zijn leningen die gebruikt worden om duurzaamheidsmaatregelen te nemen. Een duurzaamheidslening moet worden terug betaald, maar kent in de regel een lage rente.

Eindgebruikerskosten

De kosten die een bewoner, huurder of gebruiker van een woning of gebouw betaald voor het verwarmen van de woning of het gebouw. Eindgebruikerskosten kunnen worden onderverdeeld in jaarlijkse kosten en investeringskosten. Jaarlijkse kosten komen elk jaar terug (zoals kosten voor onderhoud en de energierekening) en investeringskosten zijn eenmalig (zoals voor het installeren en aanschaffen van de techniek).

Energietransitie

De overgang van het gebruik van fossiele brandstoffen naar het gebruik van hernieuwbare brandstoffen voor onze energievoorziening noemen we de energietransitie.

Energie van Noordoost Twente

Energie van Noordoost Twente is het samenwerkingsverband van de gemeente Dinkelland, Tubbergen, Losser en Oldenzaal. Samen bundelen we onze kennis en zorgen voor een gedragen energie- en warmtetransitie. Gebouwen zijn bijvoorbeeld woningen, maar kunnen ook kantoren, scholen of kerken zijn. In het WUP focussen we ons op warmte die nodig is om een gebouw te verwarmen. Warmte die nodig is voor bijvoorbeeld bedrijfsprocessen laten we buiten beschouwing.

Gebouwen

Individuele oplossingen

Warmteoplossingen waarbij één woning of gebouw is aangesloten op de warmtebron of -techniek zijn individuele oplossingen.

Klimaatadaptief

Een leefomgeving die tijdig en effectief aangepast is aan het actuele of verwachte klimaat

23

Klimaatakkoord

In het Klimaatakkoord heeft Nederland afspraken gemaakt om maatregelen te nemen die de gevolgen van klimaatverandering tegengaan. Er zijn twee soorten Klimaatakkoorden: het Klimaatakkoord van Parijs en het nationale Klimaatakkoord.

Koppelkansen

Kansen waarin de transitie naar aardgasvrij meegenomen kan worden en waarmee kosten en overlast verminderen.

Maatschappelijke kosten

Maatschappelijke kosten zijn de totale financiële kosten van alle maatregelen die nodig zijn om in een woning, wijk of dorp van het aardgas af te halen, ongeacht wie die kosten betaalt.

Rc-waarde

De Rc-waarde geeft een indicatie van hoe goed een oppervlak (vloer, gevel of dak) geïsoleerd is. Hoe lager de Rcwaarde, hoe slechter het oppervlak is geïsoleerd.

Regionale Energiestrategie

De Regionale Energiestrategie (RES) beschrijft de bovenregionale afstemming om warmtebronnen te verdelen tussen regio’s en gemeenten. Daarnaast geeft de RES aan hoe gemeenten kunnen samenwerken voor de opwekking van duurzame elektriciteit en bevat het inzicht in hoe de regio de energieproductiecapaciteit voor de regio kan realiseren.

Stakeholders Subsidies

Alle mensen of organisatie die direct of indirect betrokken zijn bij de warmtetransitie. Een nieuwe duurzame maatregel levert vaak besparing, of meerwaarde voor de woning op. Soms is dit niet genoeg om de maatregel terug te kunnen betalen, of is het goed om deze maatregel extra te stimuleren. Subsidies worden dan gebruikt om bewoners te helpen de maatregel te nemen.

Transitievisie Warmte

De Transitievisie Warmte is een document waarin de route naar een aardgasvrije gemeente wordt beschreven. Elke gemeente moet een dergelijke visie in 2021 hebben vastgesteld en tenminste eens in de vijf jaar herzien. Op deze manier wordt de visie steeds concreter en blijft er ruimte om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen of nieuwe onderzoeksinzichten.

Uitvoeringsagenda

In de uitvoeringsagenda staat wanneer we als gemeente welke stappen gaan zetten.

Uitvoeringsbudget

Het uitvoeringsbudget is het budget dat we hebben om de stappen uit de uitvoeringsagenda te nemen.

Utiliteit

Utiliteit of utiliteitsbouw zijn alle gebouwen die geen woonbestemming hebben.

24

Warmteaanbod

De hoeveelheid warmte die beschikbaar is.

Warmtetransitie

De overgang van het gebruik van fossiele brandstoffen naar het gebruik van hernieuwbare brandstoffen voor onze warmtevoorziening noemen we de warmtetransitie.

Warmtevraag

De hoeveelheid warmte die nodig is om een gebouw, wijk of gemeente te voorzien van warmte.

Wijkuitvoeringsplan

Een wijkuitvoeringsplan is een document waarin concreet wordt beschreven hoe een wijk, buurt of dorp van het aardgas afgaat. Deze uitvoeringsplannen vormen het vervolg op een Transitievisie Warmte.

Woningequivalent

Een woningequivalent is een eenheid om woningen en andere gebouwen met elkaar te vergelijken. Eén woningequivalent is het gemiddelde warmteverbruik per jaar van een gemiddelde woning in Nederland. Om het warmteverbruik van woningen en gebouwen te kunnen vergelijken, wordt het energieverbruik van gebouwen omgerekend naar woningequivalenten.

25

Bijlage 2: Verduurzamingsmogelijkheden per bouwjaar Een overzicht van de mogelijke kansen en uitdagingen per bouwjaar Oude boerderij/vrijstaande grote woning van vóór 1945 De vooroorlogse boerderijen en woningen vinden we met name in het buitengebied van Beuningen. Bij deze panden is er vaak geen, of nauwelijks isolatie aanwezig. Dit betekent dat dak, vloer en gevels kunnen worden geïsoleerd en enkel glas vervangen kan worden door HR++ of +++ glas. Dit is een lastige en dure opgave omdat de gevels meestal geen spouw hebben, de vloeren geen kruipruimte en de daken groot zijn. Op momenten dat bewoners al iets aan gaan pakken in de woning is het vaak ook een moment om de woning te isoleren. Voor grotere boerderijen of grote vrijstaande woningen kan het ook een goede keuze zijn om alleen het leefgedeelte van de woning te isoleren. Het geschikte alternatief voor aardgas in een vooroorlogse vrijstaande woning in Beuningen is in voor de meeste woningen de hybride warmtepomp. Uitdagingen en kansen vrijstaande woningen van vóór 1945 Uitdagingen Vrijstaande woning uit 1946-1991 - Slechte isolatiewaarde - Geen spouw of kruipruimte De woningen gebouwd in deze aanwezig periode vinden we met name in de kern Extra groot dak, gevel en vloeroppervlak te isoleren van Beuningen.

Een woning uit 1946-1991 isom vaak al enigszins geïsoleerd, Weinig tot geen opties voor collectieve warmtesystemen of een maar na-isolatie van een spouwmuur kan nog extra verbetering geven. collectieve aanpak Kansen + Groot dakoppervlak, dus mogelijkheden voor zonne-opwek + Ruimte voor individuele bodemsystemen + Alleen leefgedeelte isoleren + Specifieke warmtebronnen voor buitengebied zoals biogas uit mest of warmte uit melk

Daarnaast kunnen kruipruimte en dak worden geïsoleerd. De woning uit 1946-1991 heeft meestal dubbel glas. Dubbel glas kan op termijn in de ruimtes die het meest verwarmd worden (zoals woonkamer, keuken en badkamer) vervangen voor minimaal HR++ glas en idealiter isolerende kozijnen.

26

De hybride of all-electric warmtepomp zijn de meest geschikte warmtetechnieken voor deze woningen. Voor de overstap naar all-electric warmte plaatsvindt, is een belangrijke voorwaarde dat het oppervlakte van de radiatoren worden vergroot of vloerverwarming worden geplaatst. Daarnaast is er een zwaardere stroomaansluiting nodig, omdat een all-electric warmtepomp op koude dagen veel elektriciteit gebruikt. Bewoners zullen de overstap maken om te koken op inductie of elektrisch. Daarnaast zijn kleinschalige bronnetten ook een optie voor de woningen aan de Lomanskamp en Broeninkskamp in Beuningen kern. Uitdagingen en kansen vrijstaande woning uit 1946-1991 Uitdagingen - Gevel, (beton)vloer, dak en ramen moeten meestal nageïsoleerd worden (voor laagtemperatuur warmte) Kansen + Kunnen betrekkelijk snel over op hybride verwarming + Mogelijkheid om samen met de buren advies, systemen of isolatie in te kopen + Mogelijkheid tot kleinschalig bronnetten + Experimenteren met het terugdraaien van de ketel temperatuur

27

Vrijstaande woning vanaf 1992 De vrijstaande woning vanaf 1992 is in de regel goed geïsoleerd. Om de overstap te maken naar laagtemperatuur warmte hoeft in principe alleen het oppervlakte aan radiatoren vergroot te worden of vloerverwarming geplaatst te worden. Op gunstige momenten kan de wooneigenaar kijken of dak, gevel en vloer nog verder te isoleren zijn. En wanneer de kozijnen toe zijn aan vervanging kunnen HR++ glas en isolerende kozijnen worden geplaatst. Omdat woningen gebouwd na 1992 al een goede basisisolatie hebben, is de allelectric warmtepomp of een kleinschalig bronnet (Lomanskamp en Broeninkskamp) met diepe bodemlus het beste alternatief voor verwarming met aardgas.

Uitdagingen en kansen vrijstaande woning vanaf 1992 Uitdagingen - Echte overstap naar aardgasvrij betekent dat het warmte afgifte oppervlak vergroot moet worden: dit betekent dat er vloerverwarming of grotere radiatoren nodig zijn. Daarnaast moet er een nieuw warmtesysteem (warmtepomp) aangeschaft worden Kansen + Reeds goed geïsoleerd + Kunnen betrekkelijk snel over op lage temperatuur verwarming + Mogelijkheid om samen met de buren advies, systemen of isolatie in te kopen + Mogelijkheid tot kleinschalig bronnetten

28

Utiliteitsbouw Naast woningen is ongeveer 10 procent van de gebouwen in Beuningen utiliteitsbouw. Het merendeel betreft panden voor bijeenkomsten, industriële panden en vakantiewoningen. De bouwjaren, opmaak en warmtevraag van deze gebouwen lopen uiteen. Daarnaast hebben bedrijven naast specifiek de warmtetransitie, ook de bredere opgave om energie te besparen, duurzame energie op te wekken en hun bedrijfsvoering te verduurzamen. Om deze redenen is het verduurzamen van utiliteitsgebouwen maatwerk en moet per gebouw bekeken worden wat de meest geschikte techniek is en welke isolatiemaatregelen getroffen nodig zijn.

Uitdagingen en kansen utiliteitsbouw Uitdagingen - Zeer uiteenlopende panden, gebruiken en warmtevragen dus verduurzamen is maatwerk Kansen + Soms gunstigere verhouding in warmte/koudevraag dan woningen voor bodemwarmte systemen + Ondernemers binnen de gemeente kunnen zich verenigen in een ondernemersfonds en daarmee elkaar motiveren en ondersteunen om stappen te zetten

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=5ba9b257-9358-4261-87b1-621850789241