CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-67 Raadsinformatiebrief WUPs Losser-West en Beuningen bijlage EvNOT WUP Proces en vervolg.pdf

Oordeelsvormende vergadering 1 november 2022, gemeente LosserBij agendapunt: 2022-67 Raadsinformatiebrief WUPs Losser-West en Beuningen2.834 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aardgasvrije wijken: van project naar langdurig proces Van collectieve oplossingen naar individueel maatwerk Bij het afronden van de eerste fase van de wijkuitvoeringsplannen in Dinkelland, Losser, Oldenzaal en Tubbergen is de conclusie dat de mogelijkheden voor collectieve oplossingen beperkt zijn en dat de diversiteit van woningen en de situatie ‘achter de voordeur’ dermate divers is, dat voor vrijwel elke woning maatwerk nodig is. De rol van de gemeente bestaat uit informeren, stimuleren en faciliteren van inwoners die aan de slag willen met het energiezuinig maken van hun woning. Dit betekent automatisch dat het een proces is dat veel tijd vergt, omdat niet iedere inwoner dezelfde urgentie voelt, dezelfde woning heeft of dezelfde middelen ter beschikking heeft. Het maken van de wijkuitvoeringsplannen is een ‘project’ dat gestart is met een onduidelijk einddoel. Dit heeft te maken met het hoge nieuwgehalte van de opgave. Factoren die veel tijd hebben gekost zijn onder meer  het uitblijven van middelen, richtlijnen en wet- en regelgeving vanuit de Rijksoverheid;  de maatregelen als consequentie van corona, waardoor voor alle vormen van persoonlijk contact een andere vorm gevonden moest worden;  inwoners bleken zich minder bewust van de opgave dan verwacht.

0 Context De basis van de wijkuitvoeringsplannen (WUP's) wordt gevormd door het Nederlandse Klimaatakkoord (2019). Daarin zijn maatregelen vastgelegd om grootschalige reductie van de uitstoot van CO2 te bewerkstellingen, met als doel: 49% in 2030 en 95% in 2050, ten opzichte van de uitstoot in 1990. In het coalitieakkoord van december 2021 is het doel voor 2030 aangescherpt naar minimaal 55%. Uiterlijk 2050 wordt de gebouwde omgeving niet meer verwarmd met aardgas. Het Rijk zal middelen beschikbaar stellen voor de warmtetransitie en zorgen voor toepasselijke wet- en regelgeving. Dit krijgt sinds december 2021 vorm in het (landelijke) coalitieakkoord van kabinet Rutte IV waardoor meer duidelijkheid ontstaat over de financiële ondersteuning die gemeenten gaan krijgen van het Rijk voor het aardgasvrij maken van wijken. Gemeenten hebben vanuit het klimaatakkoord de regierol om de gebouwde omgeving te voorzien van een andere warmteoplossing. Zij zijn verplicht een Transitievisie Warmte (TVW) op te stellen en iedere 5 jaar te actualiseren. In Noordoost Twente heet dit document ‘Warmtevisie’ (2020). Hierin is vastgelegd via welke route de gebouwde omgeving van het aardgas afgaat en welke alternatieven voor aardgas het meest kansrijk zijn. De Warmtevisie wordt vervolgens verder uitgewerkt in wijkuitvoeringsplannen per wijk.

In Noordoost Twente zijn zeven ‘wijken’ aangewezen, voor zes daarvan is het streven om uiterlijk 2030 aardgasvrij te zijn. Er is gekozen voor wijken waar al een actieve groep inwoners is die zich bezighoudt met verduurzamingsinitiatieven:  Dinkelland: Tilligte en Weerselo (2050)  Losser: Beuningen en Losser-West  Oldenzaal: De Thij  Tubbergen: Harbrinkhoek/Mariaparochie en Manderveen. Inmiddels (augustus 2022) zijn er in de verschillende onderzochte wijken overlegstructuren, is een bewustwordingsproces bij inwoners op gang gebracht, is voor alle betrokkenen duidelijkheid ontstaan over een realistische ambitiedatum (wanneer is de wijk aardgasvrij), zijn de mogelijk toepasbare technieken onderzocht op haalbaarheid en is helder welke technieken verder uitgewerkt zullen worden. Daarnaast is een lijst met middelen ontwikkeld om inwoners te helpen in de verduurzamings’reis’ van hun woning.

Over het algemeen geldt dat de mogelijkheden voor collectieve oplossingen beperkt zijn en dat de diversiteit van woningen en de situatie ‘achter de voordeur’ dermate divers is, dat voor vrijwel elke woning maatwerk nodig is. Daarnaast wordt inwoners een handelingsperspectief geboden (‘wat kan ik nu al doen’).

1 Proces In de eerste helft van 2020 zijn de adviesbureaus TAUW en Ekwadraat geselecteerd om Noordoost Twente te helpen bij het ontwikkelen van de eerste zeven wijkuitvoeringsplannen. Via het Expertiseteam Aardgasvrije wijken van de provincie Overijssel is er kennis opgehaald bij en zijn ervaringen gedeeld met andere gemeenten. Bij het opstellen van een wijkuitvoeringsplan zijn daarnaast veel stakeholders betrokken, zoals netwerkbeheerders, woningbouwcorporaties, dorpsraden/kernraden, werkgroepen duurzaamheid, energiecoöperaties, klankbord- en bewonersadviesgroepen en de inwoners van de wijken zelf. De intensieve samenwerking met de inwoners is door coronamaatregelen niet tot stand gekomen zoals beoogd. Het heeft meer tijd gekost dan aanvankelijk voorzien om de onderzoeksfase af te ronden. Daar zijn diverse redenen voor: 1.1 Nieuwe materie Voor het opstellen van wijkuitvoeringsplannen waren in 2020 geen heldere richtlijnen, succesvolle voorbeelden of handleidingen voorhanden. Het ‘pionieren’ maakt het lastig om de stakeholders duidelijk te maken wat zij kunnen verwachten, om opdrachten goed te formuleren en om verwachtingen goed te managen. 1.2 Gekozen terminologie Voortbordurend op de woordkeuze ‘uitvoeringsplan op wijkniveau’ uit het klimaatakkoord is de term ‘wijkuitvoeringsplan’ ontstaan.

Dit woord zet projectleiders, adviesbureaus, inwoners, maar ook colleges en raden op het verkeerde been:  Wijk. Inwoners herkennen niet altijd de term ‘wijk’; Beuningen, Manderveen, Tilligte en Weerselo zijn dorpen, die deels ook worden aangeduid als kernen. Harbrinkhoek/Mariaparochie is een dubbeldorp en Losser-West bestaat uit verschillende (herkenbare) wijken;  Uitvoering. Het gaat in dit stadium niet over uitvoering, het is een studie;  Plan. Het resultaat is geen uitgewerkt plan, hooguit een plan van aanpak voor het vervolgproces. Voor het opstellen van de wijkuitvoeringsplannen zijn projectleiders aangesteld. Dat impliceert dat het gaat om een opgave met een helder begin en eind, terwijl het begeleiden van inwoners naar het aardgasvrij maken van wijken een (langdurig) proces is. Dit is ook de ervaring in de andere 16 WUP projecten/processen in Overijssel. 1.3 Ontbreken landelijke kaders en middelen Landelijke ervaringen, opgedaan met proeftuinwijken, geven ook onze bevindingen in Noordoost Twente weer.

Wij zien onder meer dat:  de kaders en middelen vanuit (rijks)overheid in de periode 2020-medio 2022 ver achterbleven waardoor gemeenten nog onvoldoende instrumenten (financieel en in de vorm van ‘verplichtende regelgeving’) hebben om de warmtetransitie te regisseren;  het uitgangspunt dat de warmtetransitie kostenneutraal zou moeten zijn voor woningeigenaren en huurders daardoor nog niet waargemaakt kon worden. Dit is veranderd door de hoge energieprijzen als gevolg van de oorlog in Oekraïne;  het ontbreekt aan een heldere landelijke boodschap over nut en noodzaak van de transitie. 1.4 COVID-19 Het betrekken van, het gesprek voeren en de samenwerking met vooral de wijkbewoners is bemoeilijkt door de uitbraak van COVID-19 en de daaropvolgende maatregelen. Inwonersavonden en werksessies met stakeholders en inwoners werden aanvankelijk uitgesteld en hebben vervolgens digitaal plaatsgevonden. We hebben mede daardoor de wijkuitvoeringsplannen nog onvoldoende in samenwerking met inwoners en andere stakeholders kunnen vormgeven. 1.5 Gevoel van urgentie (bij inwoners) Er is gekozen voor wijken waar al een actieve groep inwoners is die zich bezighoudt met verduurzamingsinitiatieven of waar een mogelijke collectieve warmtebron in de nabijheid ligt. De actieve bewonersgroepen in de gekozen wijken hebben deze keuze echter niet altijd ondersteund. Dat zorgde voor vertraging.

Een groot deel van de inwoners voelt de urgentie voor aardgasbesparing pas sinds de uitbraak van de oorlog in Oekraïne. Dit lijkt voornamelijk kostengedreven. Daarvoor was vaak de vraag ‘wie gaat dat betalen’. Dit geldt voor alle inwoners, niet alleen voor die van WUP-wijken. 1.6 Menskracht Het ontwikkelen van het wijkuitvoeringsplan en de gezamenlijke zoektocht met alle stakeholders die hierbij hoort, zijn arbeidsintensieve processen. “Alleen ga je sneller, samen kom je verder” is hier zeker van toepassing. Om rechtvaardige keuzes te maken en stappen te zetten moeten inwoners op hetzelfde kennisniveau gebracht worden. Wisselingen van projectleiders (door tijdelijke contracten/inhuur ZZP-ers) hebben niet meegeholpen in de voortgang van het proces, omdat daarmee het aanspreekpunt voor en het gezicht naar inwoners en overige stakeholders (tijdelijk) wegvalt en opgebouwde kennis en 'historie’ weglopen.

2 Conclusies (2020-medio 2022) In de periode 2020/2022 is helder geworden uit welke technische hoofdvormen gekozen kan worden. Ook werd duidelijk dat de diversiteit van woningen, ook binnen wijken én achter de voordeur, zo groot is dat geen enkele oplossing overal en voor altijd de beste oplossing is. Daarom zoeken we voor de wijkuitvoeringsplannen naar ‘duurzaam goede’ oplossingen. Dat wil zeggen: technisch betrouwbaar, financieel haalbaar en voorspelbaar, en voldoende beschikbaar. Ook moet de oplossing passen bij de voorkeuren van de inwoners en bedrijven. Een collectieve grootschalige warmte-infrastructuur (warmtenet) ligt, met uitzondering van De Thij in Oldenzaal, vaak niet direct voor de hand door het ontbreken van een geschikte warmtebron of door een te lage dichtheid qua afnemers. De consequentie is dat de focus in de meeste wijken van wijkgericht naar meer woninggericht verlegd wordt en dat de rol van de gemeente verandert van regisseur naar partner van woningeigenaren. De rol van gemeenten is om inwoners (vooral in de aangewezen wijken) zo goed mogelijk te informeren, te adviseren in hun keuzetraject en te faciliteren, zodat zij uiteindelijk kunnen overgaan tot het ondernemen van actie. Dit is lastig voor gemeenten, die ook een ambitie (doelstelling) waar moeten maken. Het betekent tevens dat een grote inzet van inhoudelijk deskundigen nodig is.

Hier ligt een forse rol voor het energieloket. Daarnaast hebben gemeenten een regisserende rol in het contact met bijvoorbeeld netbeheerders. In de afronding van de onderzoeksfase hebben projectleiders vanuit de gemeenten en een adviseur van de Provincie met vertegenwoordigers van de klankbordgroepen een evaluatie gehouden over het doorlopen proces. Belangrijke aandachtspunten, die wij meenemen naar het vervolg, zijn:  Organiseer zo vroeg mogelijk (positief) kritische inwoners, breng met hen de lasten in beeld en houd intensief contact met ze – ook als er geen of weinig nieuws is;  Creëer een open planproces zonder deadlines, waarbij inwoners vanaf het begin betrokken zijn. Wees helder over rollen;  Hoe het proces moet worden ingericht is afhankelijk van de omvang van de wijk en de inwoners die daar wonen, hoe groot je Klankbordgroep is en ook de cultuur en het sociale karakter hebben invloed op het proces. Processen in wijken zijn dus verschillend.

Dit vraagt om verschillende competenties van degenen die het proces begeleiden en per wijk om een eigen aanpak;  Zorg voor goede inbedding van communicatie met alle belanghebbenden in het proces – fysieke bijeenkomsten en continuïteit in persoonlijk contact zijn cruciaal;  Zorg voor grote betrokkenheid van inwoners bij beslissende eindoplossing en richt daarvoor een transparant besluitvormingsproces in;  Stop met het zoeken naar draagvlak (draagvlak is niet te meten). Realiseer je dat er een ‘stille meerderheid’ is en ga voor rechtvaardige keuzes. Bij rechtvaardige keuzes gaat het om het in balans brengen van lasten en lusten. Daarnaast is ook intern uitgebreid geëvalueerd. De belangrijkste bevindingen komen overeen met die van de klankbordgroepen. Daarnaast zijn belangrijke inzichten:  Realiseer je dat dit een proces is dat veel tijd kost;  Koppel voldoende vaak terug naar inwoners wat de status van het proces is en wat er met hun inbreng gebeur;  Kies samen met de inwoners de adviesbureaus die het proces begeleiden. Dit zal de inwoners in hun rol versterken;  Het vervolgproces in de wijken vraagt om verbindende procesleiders en niet zozeer om ‘klassieke’ projectleiders met een technische achtergrond.

3 Doorkijk vervolgproces – richting geven

Met gebruikmaking van hetgeen in de afgelopen jaren geleerd en ontwikkeld is, werken we in Noordoost Twente gezamenlijk verder aan het aardgasvrij maken van wijken, straten of individuele woningen. Binnen elke gemeenten en elke ‘inwonersgroep’ waarmee we het proces verder in gaan zullen ervaringen worden opgedaan, waarvan we door uitwisseling leren, elkaar inspireren, efficiënter kunnen werken en ook versnellen. Samen wordt het energieloket van de gemeenten verder vormgegeven om ook specifiek in de gekozen wijken bij te dragen aan bewustwording en praktische adviezen te geven aan inwoners. Ook worden gezamenlijk acties georganiseerd, bijvoorbeeld (inkoop)acties. Vanuit de conclusie dat voor slechts weinig wijken een haalbare en betaalbare collectieve oplossing voorhanden is, stappen we af van een wijkaanpak en richten we ons op individuele aanpak en het ondersteunen van inwoners die aan de slag willen: straten, kleinere groepen woningen met eenzelfde bouwkundige staat of inwoners in dezelfde fase van hun verduurzamings’reis’, die klaar zijn voor een vervolg, of inwoners die een gezamenlijke oplossing willen initiëren. De succeservaringen die inwoners hier opdoen zullen naar verwachting anderen bemoedigen om te volgen.

Individuele of kleinschalige aanpak zal meer begeleiding per aardgasvrije woning vragen. Dit betekent dat er de komende jaren in elk van de wijken meer personele inzet nodig is om de opgave te realiseren. Het rapport van de Raad voor het Openbaar Bestuur stelt dat voor kleine gemeenten gerekend moet worden met 0,8-1,1 fte per gemeente per wijkuitvoeringsplan per jaar (Uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord voor decentrale overheden in 2022-2030, 2020).

4 Wijkspecifiek 4.1 Stand van zaken Beuningen In de raadsbrief van 21 september 2021 is aangegeven dat het concept WUP is besproken met de klankbordgroep (KBG). De reactie van de KBG is verwerkt. De KBG wil vooral inzetten op wat kunnen inwoners zelf doen en hoe deze boodschap onder de aandacht kan worden gebracht. Hiervoor zijn al een aantal activiteiten in gang gezet: Lesprogramma basisschool Op voorstel van de KBG is de basisschool betrokken bij het onderwerp energietransitie. In samenwerking met de basisschool en Energy Challenges is een lesprogramma samengesteld voor het jaar 2021-2022. Zo hebben de leerlingen o.a. kennisgemaakt met een warmtescan en energiecoach, en hebben ze een zonnepaneel gebouwd. In ’t Klokhoes (editie 9, 2022) is hierover een bericht geplaatst. Dit programma was een succes, en krijgt een vervolg in het schooljaar 2022-2023. Aanknopingspunt ‘ingrepen in de openbare ruimte’ Voor de herinrichting van de openbare ruimte is een enquête gehouden onder woningeigenaren in de kern. In de enquête is meegenomen op welke wijze inwoners van het aardgas af willen, op welke termijn en of zij laadpalen willen. 1/3 heeft nog geen idee wanneer zij op welke wijze van het aardgas af willen. Van de 2/3 van de geënquêteerden geven de meeste inwoners aan de voorkeur te hebben voor een all electric oplossing of een alternatief gas zoals waterstof.

De gemiddelde termijn waarop inwoners van het aardgas af willen is 10 jaar. Voor laadpalen blijkt dat 1/3 geen laadpalen wil. 2/3 heeft of wil een laadpaal. Deze groep geeft aan dat extra laadpalen geplaatst moeten worden binnen nu en 10 jaar. Enexis heeft voor de Pastoor Bolscherstraat aangegeven dat zij het netwerk willen verzwaren. Aanknopingspunt ‘kleinschalig warmtenetwerk’ Door de gemeente is een ECW-subsidie aangevraagd en ontvangen. De subsidie aanvraag is te gebruiken voor extern advies voor technisch onderzoek naar een kleinschalig warmtenetwerk. Deze subsidie wordt gebruikt om te onderzoeken of een kleinschalig warmtenetwerk een mogelijkheid zou kunnen zijn om van het aardgas af te gaan. Samen met energie coöperatie Greuner en vertegenwoordigers van de andere KBGs van WUPs in Losser en Noaberkracht is gestart met een onderzoek: Is het haalbaar en betaalbaar om een kleinschalig bronnet te realiseren, en welke locaties zouden geschikt kunnen zijn? Communicatie Voor de communicatie in Beuningen over aardgasvrij wordt een brede mix van communicatiemiddelen ingezet, zowel digitaal (sociale media) als fysiek (krant, bijeenkomsten).

De communicatie is gemeente breed (en bestaat bijvoorbeeld uit verspreiden van de Energiekrant, en de Bon van Noord Oost Twente), en specifiek gericht op Beuningen, bijvoorbeeld artikelen in ’t Klokhoes (huis-aan-huisblad) en informatiebijeenkomsten. De komende periode wil de KBG communiceren over voorbeelden van woningen die van het aardgas af zijn of daar nu stappen in nemen en dat willen delen.

4. 1 Stand van zaken Losser-west Het concept WUP (deel A) is voorgelegd aan de klankbordgroep (KBG). Vanwege een krappe planning in dit deel van het proces had de KBG weinig tijd om te reageren en zijn er 5 individuele reacties van klankborgroepleden binnengekomen. Deze reacties zijn niet meegenomen in de definitieve versie van het WUP document, omdat het detailniveau van deze reacties dusdanig hoog is dat het niet passend is binnen de bedoeling van WUP deel A. De inhoud van deze reacties is echter wel erg waardevol. Deel A van de WUP voor Losser-West kan dan ook gezien worden als een generiek stuk met daarin handelingsperspectief dat tezamen met de reacties kan dienen als basis voor deel B. De samenwerking en communicatie tussen gemeente en klankbordgroep zijn stroef verlopen. Oorzaken hiervan zijn onder meer een aantal wisselingen van projectleiders en daardoor steeds een andere contactpersoon vanuit de gemeente. Ondanks dat, zijn gemeente en KBG wel steeds in gesprek gebleven. Verder is gebleken dat de wijk groot en complex is met veel verschillende huistypen en sociale samenstellingen. Dit maakt dat één specifieke aanpak voor de hele wijk niet geschikt is. Daarnaast is de insteek van het WUP deel A vooral technisch van aard geweest, terwijl we ondertussen hebben geleerd dat er veel meer aspecten spelen die bepalen of een WUP succesvol kan worden uitgevoerd.

Hierbij kunt u denken aan sociaal demografische aspecten, maar ook financiële en geografische aspecten. Ook hier zal meer aandacht voor zijn in deel B. Referentiewoningen Een van de resultaten van het gelopen proces met de KBG in Losser-west is het rapport van het onderzoek aardgasvrije referentiewoningen, waarbij er onderzoek is gedaan naar de kosten van het aardgasvrij maken van verschillende woningtypen door een extern bureau. Communicatie Voor de communicatie in Losser-west over aardgasvrij, wordt een brede mix van communicatiemiddelen ingezet. Zowel digitaal (sociale media) als fysiek (krant, bijeenkomsten). Deze communicatie is gemeente breed (en bestaat bijvoorbeeld uit verspreiden van de Energiekrant, en de Bon van Noord Oost Twente), en niet specifiek gericht op alleen Losser-west. In tegenstelling tot Beuningen, is er geen wijk specifiek communicatieplatform voor een afgebakende gemeenschap.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=d4cdd68b-864b-4a15-8479-5e0ddc653f3f