CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-37 Raadsinformatiebrief Nationaal Programma Landelijk Gebied-Stikstof.pdf

Oordeelsvormende vergadering 20 september 2022, gemeente LosserBij agendapunt: Raadsinfo 2022-37 Nationaal Programma Landelijk Gebied Stikstof2.142 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Onderwerp;

Nationaal Programma Landelijk Gebied/Stikstof

Portefeuillehouder:

J. Nordkamp

Behandelend ambtenaar:

G.H. Kwekkeboom

Zaaknummer: Documentnummer:

22z01441 22.0016656

Datum:

5 juli 2022

______________________________________________________________________________ Geachte leden van de gemeenteraad, Onlangs hebben de ministers Staghouwer en Van der Wal de kabinetsplannen kenbaar gemaakt als het gaat om de ingrijpende opgaven inzake het verbeteren van onze natuur, klimaat en waterkwaliteit. Uw raad heeft gevraagd hierover de relevante informatie te doen toekomen. Ons college heeft toegezegd dat voor het zomerreces te doen. Deze raadsinformatie brief voorziet hierin. 1. Inleiding Op 10 juni 2022 hebben beide ministers hun visies op de opgaven Natuur, Klimaat en Waterkwaliteit met bijbehorende aanbiedingsbrieven wereldkundig gemaakt:  Minister van der Wal voor Natuur en Stikstof: Zij heeft de Startnotitie NPLG (Nationaal programma Landelijk gebied) met aanbiedingsbrief 10-6-2022 opgesteld. De startnotitie met de aanbiedingsbrief zijn als bijlagen 1 en 2 voor u bij deze raadsinformatiebrief gevoegd.  Minister Staghouwer voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: Hij heeft de Beslisnota perspectief Landbouw met aanbiedingsbrief d.d. 10-6-2022 opgesteld. De beslisnota met de aanbiedingsbrief zijn als bijlagen 3 en 4 voor u bij deze raadsinformatiebrief gevoegd. 2. Samenvatting kabinetsplannen op hoofdlijnen In deze paragraaf treft u een samenvatting aan van de visie van het kabinet. In de brieven van 10 juni jl.

schrijven de ministers aan de Tweede kamer onder meer het volgende. De indicatieve stikstofreductiedoelen vragen per gebied zo snel mogelijk actie van de sectoren industrie, bouw, mobiliteit en landbouw. Met name de opgave voor de landbouw is groot. Hiervoor is nodig dat agrarisch ondernemers versneld de transitie doormaken naar kringlooplandbouw in 2030. De minister wil de land- en tuinbouw gericht ondersteunen om deze noodzakelijke verandering door te maken en daar sterker uit te komen. Niet alles kan meer overal. Ondernemers en projecten – of het nu gaat om industrie, bouw, mobiliteit of landbouw – moeten ervoor zorgen dat hun activiteiten passen binnen de draagkracht van het gebied. Dit vraagt om een andere manier van ondernemen en leidt tot grote veranderingen

in het landelijk gebied en veel impact voor betrokken partijen. Door reductiemaatregelen voor stikstof in een gebiedsgerichte aanpak slim te combineren met andere reductiemaatregelen om klimaat, bodem en waterkwaliteit te verbeteren, herstelt de natuur, komt vergunningverlening voor ondernemers en bouwprojecten weer op gang en kunnen PAS-melders een vergunning krijgen. Minister Van der Wal: “Een vitaal landelijk gebied met een gezonde natuur. Met perspectief voor ondernemers en economie, of je nu werkzaam bent in de industrie, bouw of agrarische sector. Dat is het einddoel en daarom is deze ingrijpende, maar noodzakelijke transitie van het landelijk gebied nodig. Wat ik kan bieden is duidelijkheid en 100% inzet van het kabinet om deze transitie met alle betrokkenen te laten slagen. Zodat we de economie in balans brengen met natuur en een schoon en gezond leefklimaat doorgeven aan volgende generaties.” Minister Staghouwer: “Mijn belangrijkste prioriteit is dat boeren een toekomst hebben en houden in Nederland. Ik ben trots op de innovatiekracht en het aanpassingsvermogen van onze boeren en tuinders. Velen zijn al bezig duurzamer te produceren, maar dat kan en moeten er meer worden. Ik wil agrariërs daarom gericht ondersteunen in de transitie naar kringlooplandbouw.

Daarom vraag ik boeren aan de slag te gaan met hun toekomst en te kijken welke rol jouw bedrijf kan spelen in je omgeving en in een duurzame toekomst. Het gaat om maatwerk, want elke ondernemer is uniek. Dit kan de boer niet alleen, daarom geef ik ketenpartijen de opdracht om niet-vrijblijvende afspraken te maken over het verdienvermogen van de duurzame boer.” Richtinggevende stikstofdoelen per gebied Omdat gebieden verschillen, verschilt ook de aanpak per gebied. De reductiedoelen zijn per gebied anders, omdat ook de kwaliteit van natuur, water en bodem verschillen per gebied. Het Rijk heeft per gebied zogenoemde richtinggevende stikstofdoelen en reductiepercentages vastgesteld. Die lopen op van 12% tot rond de 70% – evenredig op te brengen door alle sectoren – in gebieden dichtbij natuurgebieden en gebieden waar de water- en bodemkwaliteit sterk moet verbeteren. Hiervan is een kaart beschikbaar. Deze kaart vindt u in bijlage 2 ( de aanbiedingsbrief van minister Van der Wal). In oktober volgen vanuit het kabinet nadere richtinggevende doelen voor klimaat en natuur. Uiterlijk in juli 2023 maakt de provincie in elk gebied duidelijk wat het doel is en hoe dat gehaald wordt – daar waar dat eerder duidelijk is, volgt een versnelde aanpak. Het ‘wat’ (de doelen) ligt bij het Rijk, het ‘hoe’ (invulling van de gebiedsplannen) bij de provincies en de betrokken regionale partijen.

Bij elkaar tellen deze regionale doelen op tot het landelijke doel: driekwart van de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden op een gezond niveau in 2030. Het kabinet heeft voor de gehele aanpak € 24,3 miljard beschikbaar gesteld, bovenop bestaande middelen (€ 7 miljard). Ontwikkelrichtingen voor de landbouw De minister ziet voor boeren 3 mogelijkheden: (verder) verduurzamen, verplaatsen of beëindigen. Bij verduurzaming en ook bij verplaatsing kan gedacht worden aan extensiveren door bijvoorbeeld minder dieren per hectare, toevoegen van landschapsgrond of bijdrage aan koolstofvastlegging, water- en natuurbeheer. Andere mogelijkheden zijn het aanbieden of produceren van nieuwe producten, zoals eiwitrijke gewassen en biologische landbouw. Maar ook het aanbieden van extra diensten voor de omgeving, zoals een zorgboerderij, camping of een andere vorm van recreatie. Ook technologische innovaties, zoals hoogwaardige mestverwerking, precisielandbouw en digitalisering kunnen een manier zijn om een bedrijf toekomstbestendig te veranderen. Of een boer nu kiest voor verdere verduurzaming (technische innovatie, landschappelijke innovatie, omschakelen), verplaatsing of het vrijwillig beëindigen van zijn of haar bedrijf, hij of zij mag ondersteuning verwachten van het ministerie van LNV.

Zo komen er middelen waar boeren gebruik van kunnen maken, zoals kennis en expertise aanbod via de Subsidiemodule Agrarische Bedrijfsadvisering en Educatie (Sabe-regeling), subsidie voor jonge of startende boeren (vestigingssteun in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB)) en het Omschakelprogramma voor Duurzame Landbouw. Het nieuwe GLB steunt boeren in hun zorg voor het landschap. Zo is in

Pagina 2 van 5

het nieuwe GLB 152 miljoen euro beschikbaar voor onder andere de eco-regeling waarmee agrariërs een vergoeding kunnen ontvangen voor eco-activiteiten die zij toepassen op hun bedrijf. Te denken valt aan extra weidegang en onderhoud van houtwallen. Het succesvolle agrarisch natuur- en landschapsbeheer wordt versterkt. Dat budget neemt toe van 80 naar 120 miljoen euro, zodat het aantal deelnemende boeren kan groeien. Op het platform ‘Groeien naar morgen’ is een volledig overzicht te vinden van ondersteuningsmogelijkheden voor boeren. Perspectief voor de landbouw De land- en tuinbouw is van wezenlijk belang voor onze voedselvoorziening, ons landschap, de sociale cohesie en leefbaarheid op het platteland. Een krachtige landbouwsector, die economisch sterk genoeg is om de omslag naar kringlooplandbouw te maken, is een voorwaarde en een deel van de oplossing voor het realiseren van de natuur- en milieudoelen. Daarom is het belangrijk het perspectief van de landbouw te borgen in de gebiedsprocessen, boeren duidelijkheid te geven over doelen en tijdpad en hen gericht te ondersteunen in de transitie naar kringlooplandbouw. Het eerlijke verhaal is daarbij ook dat niet alle boeren door kunnen met hun onderneming, en ook niet altijd op de manier zoals iemand nu boert.

In de gebiedsplannen zal de landbouw (binnen de gestelde kaders) volwaardig worden meegenomen en moet duidelijk zijn wat voor de blijvende boeren het langjarige economische perspectief is. De minister van LNV roept agrarische ondernemers op om actief en constructief deel te nemen aan de gebiedsprocessen, want daarmee is het perspectief van de landbouw als geheel en dat van de individuele bedrijven het beste geborgd. Daarnaast moet elk gebiedsplan een sociaaleconomische impactanalyse bevatten specifiek voor de landbouwsector. Daar waar de bodem het meest geschikt is voor landbouw, werkt het kabinet met provincies en gemeenten aan een goede ruimtelijke bescherming. Landbouw krijgt in deze gebieden voorrang boven functies die minder afhankelijk zijn van omgevingsfactoren, zoals zonneparken, distributieof datacentra. In gebieden waar de natuur of de bodem en het grondwater sterk onder druk staat, zal de landbouw hoe dan ook extensiever ingericht moeten worden met meer aandacht voor het beheer van natuur en landschap. Niet-vrijblijvende bijdrage van de keten Een belangrijke voorwaarde voor toekomstbestendige landbouw is dat de ondernemer ook een duurzaam economisch perspectief heeft. Een boer kan alleen zijn of haar bedrijfsvoering duurzaam veranderen als de hele keten meewerkt.

Het échte perspectief voor de agrariërs wordt immers bepaald door de vraag naar duurzamere producten uit de markt en de juiste prijs die de boer daarvoor krijgt. Daarom geeft de minister van LNV deze zomer ketenpartijen de opdracht om concrete acties te ondernemen die het verdienvermogen van de duurzame boer verbeteren. Mocht dit onvoldoende van de grond komen, dan volgen wettelijke verplichtingen. 3. Welke impact heeft bovenstaande kabinetsplannen voor agrariërs/ondernemers en inwoners van de gemeente Losser ? Vooropgesteld moet worden dat de exacte impact op het gebied en in het geval van de stikstofopgave voor de individuele ondernemers op dit moment nog niet concreet te maken is. Duidelijk is wel dat er in de gemeente Losser een grote uitdaging ligt. Losser heeft namelijk meerdere en grote Natura 2000 gebieden, namelijk Dinkelland (uit te splitsen in de Dinkel met haar zijbeken en de gebieden Stroothuizen/Punthuizen) en ook Landgoederen Oldenzaal (ligt vooral in Losser). Het kaartbeeld dat samen met de begeleidende tekst door het kabinet is gepubliceerd laat indicatief zien dat in en rondom deze gebieden tot een forse reductie van stikstof gekomen moet worden (zie daarvoor de bijlagen). De aanpak en planvorming moet het komende jaar concreter worden. In het najaar moet het concept Nationaal Programma Landelijk gebied worden opgeleverd.

Dat vormt het uitgewerkte landelijk beleid met kaders voor de provinciale plannen. Vervolgens zijn de provincies aan zet met de opdracht op 1 juli 2023 provinciale plannen voor het

Pagina 3 van 5

landelijk gebied gereed te hebben. Die provinciale plannen vormen de kaders voor de lokale ontwikkelingen. Op dit moment is onbekend welke rol de gemeentelijke overheid zal krijgen. 4. Organisatie en rol gemeente Losser in het proces van de Gebiedsgerichte aanpak Zoals geschetst duurt het tot 1 juli 2023 voordat het provinciaal plan landelijk gebied gereed is. Pas dan zijn we in staat te duiden wat de gevolgen zijn van de kaders die de provincie gaat stellen en welke rol de gemeenten daarin krijgen. Dat betekent overigens niet dat de provincie dan pas in gesprek gaat met de lokale overheden en belanghebbende partijen. Sinds 2020 bestaat een door de provincie geïnitieerd overleg dat zich richt op een gebiedsgerichte aanpak. Noordoost Twente wordt daarbij als 1 gebied beschouwd.

Deelnemers zijn:  Agrarische sector (nu niet meer vertegenwoordigd)  LTO (ambtelijk en lokaal-bestuurlijk)  OAJK (Overijssels Agrarisch Jongeren Kontakt)  NPV (pluimveehouderij)  Gemeenten: Dinkelland,  Losser, Oldenzaal, Tubbergen  Erfcoaches  Landschap Overijssel  Staatsbosbeheer  Natuur en Milieu Overijssel  Natuurmonumenten  Bosgroep Noord-Oost Nederland  Overijssels Particulier Grondbezit  Gebiedscollectief Noordoost-Twente  Leader NOT  Vitens  Waterschap Vechtstromen  Rijkswaterstaat  Rijksvastgoedbedrijf  VNO-NCW Partijen brengen in dit overleg onderwerpen naar voren welke relevant zijn bij een gebiedsgerichte aanpak. De informatie die aan deze (zowel ambtelijke als bestuurlijke) “gebiedstafels” gedeeld wordt, dient mede als input voor het volgend jaar door de provincie op te stellen provinciaal plan.

Het standpunt van ons college is dat we goed aangehaakt zijn en blijven op beleidsprocessen die gevolgen hebben voor sociaaleconomische omstandigheden van onze ondernemers, de effecten op natuur en klimaatadaptatie. Wij zullen gevolgen onder de aandacht brengen van onze gesprekspartners en inzetten op een integrale aanpak. Overigens, LTO neemt als landbouwpartij sinds enige periode niet meer aan de gebiedstafel deel. Met begrip voor deze keuze zien de deelnemers in dit gremium echter wel graag de landbouw weer aan tafel en wordt de landbouw de hand gereikt met de uitnodiging om terug aan de gebiedstafel te komen om samen met partners het gesprek te voeren over inhoud en aanpak voor de gebiedsgerichte aanpak van de stikstofopgave en verderop over de ander onderwerpen van het Nationaal programma landelijk gebied (NPLG). We doen het niet voor onszelf maar voor elkaar, dus ook met de landbouw aan tafel. 5. Doorkijk (vervolg)proces op hoofdlijnen Tot slot een doorkijk van het proces op hoofdlijnen:  brieven ministers 10 juni 2022 met nadere uitwerking 100 dagen brief  13 juli 2022 bijeenkomst bestuurlijke Gebiedstafel ter bespreking van de Gebiedsgerichte aanpak Stikstof Pagina 4 van 5

 zomerperiode gaat de provincie relevante input bundelen voor het provinciaal gebiedsplan en zich oriënteren op de gebiedsdoelen  provinciaal gebiedsplan 0.1 uiterlijk 1-8-2022 van provincie naar ministerie LNV  oktober 2022 concept-Nationaal programma Landelijk gebied 2022-2030/2035 met uitgewerkt landelijk beleid met kaders voor provinciale plannen.  juli 2023 provinciale gebiedsplannen klaar als basis voor afspraken over uitvoering aanpak landelijk gebied (en financiering)  periode tot 2035: implementatie. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mocht u nog vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de behandelend ambtenaar. Bijlagen Bijlage 1: Startnotitie NPLG (Nationaal programma Landelijk gebied) Bijlage 2: Aanbiedingsbrief NPLG aan de Tweede kamer d.d. 10-6-2022 . Bijlage 3: Beslisnota perspectief Landbouw Bijlage 4: Aanbiedingsbrief Beslisnota aan de Tweede kamer d.d. 10-6-2022

Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=43309aee-d5de-475e-be47-a3913fd256fc