2022-37 Raadsinformatiebrief Nationaal Programma Landelijk Gebied-Stikstof.pdf - bijlage 3.pdf
Tekst van het document
bijlage 3 bij raadsinformatie brief juni 2022
Directoraat-generaal Agro Directie Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit Kenmerk
•
•
•
•
•
•
belangrijke economische, landschappelijke, maatschappelijke en culturele DGA-PAV / 22244032 waarde. Tegelijk wordt Nederland geconfronteerd met grote opgaven op het gebied van natuur, water en klimaat. We zien dat het landbouwsysteem in haar huidige vorm niet aansluit bij wat de bodem, het watersysteem en onze natuur kan dragen. De integrale, deels gebiedsoverstijgende, maar vooral gebiedsgerichte aanpak voor stikstof, water, natuur en klimaat zal leiden tot ingrijpende aanpassingen in het landelijk gebied en de agrarische sector. Een transitie van het landbouw- en voedselsysteem is daarom onontkoombaar: de sector moet de omslag maken naar kringlooplandbouw. Dat betekent dat er wel toekomst is voor de landbouw, maar: niet alles kan overal en het kan niet meer zoals het altijd ging. De minister wil en kan niet op de stoel van de ondernemer zitten door voor te schrijven hoe zijn of haar land- en tuinbouwbedrijf er in 2040 precies uit moet zien. De rol van de overheid is wel aan te geven welke doelen bereikt moeten worden (kaders stellen) en ondersteuning te bieden bij de investeringen en aanpassingen die hiervoor nodig zijn. We kunnen vertrouwen op de kracht van het agrarisch ondernemerschap en daarom, waar dat kan via doelsturing, agrariërs en tuinders ruimte bieden om zelf te bepalen hoe zij hun bedrijfsvoering willen inrichten.
Kringlooplandbouw zal per sector, per gebiedstype en per bedrijf verschillend worden ingevuld. De doelen van het beleid en de vertaling daarvan naar prestatieindicatoren op bedrijfsniveau bepalen concreet welke prestaties van agrarische ondernemers worden verwacht. Het Rijk wil agrarische ondernemers ondersteunen en perspectief bieden door vijf ontwikkelinrichtingen te schetsen die zij kunnen inzetten om toekomstgerichte keuzes te maken voor hun bedrijf. Dat betekent voldoende solide verdienmodel, een rendabele bedrijfsvoering en bedrijfscontinuïteit. Uiteraard moeten deze keuzes passen binnen de opgave die in het gebied aan de orde is en de omstandigheden die voortvloeien uit de gebiedsprocessen. De landbouw gaat en moet veranderen. Maar de agrariër staat er niet alleen voor bij het maken van de omslag naar kringlooplandbouw. De overheid moet hierin ondersteunen en de gehele keten (financiers, handel, verwerkers, supermarkten etc tot en met de consument) moet zich committeren aan deze transitie. En hiermee de primaire agrarische producent en -ook in hun verdienvermogen- ondersteunen. Het is dan ook van belang om niet-vrijblijvende afspraken hierover te maken.
In deze Kamerbrief worden de volgende vijf ontwikkelrichtingen voor agrariërs nader uitgewerkt, waarbij wordt aangegeven welke concrete instrumenten er kunnen worden gebruikt door agrarisch ondernemers: o Vrijwillige bedrijfsbeëindiging; o Technische innovatie; o Landschappelijke innovatie: extensiveren o Omschakelen o Verplaatsing Pagina 2 van 4
Directoraat-generaal Agro Directie Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit Kenmerk
Toelichting DGA-PAV / 22244032 Financiële/juridische overwegingen Het kabinet stelt tot en met 2035 ruim €24 miljard beschikbaar via een Transitiefonds voor het realiseren van de doelstellingen op het vlak van natuur, stikstof, water en klimaat en de daarvoor benodigde transitie in de landbouw en het landelijk gebied. Het fonds voorziet in middelen voor instrumenten voor blijvende agrariërs om zich economisch en ecologisch duurzaam aan te passen aan de eisen en omstandigheden die voortvloeien uit het gebiedsproces. Uit de financiële bijlage bij het coalitieakkoord volgt dat in het zogenoemde spoor 2 in de periode 2022-2030 € 4,35 mrd beschikbaar is voor ‘perspectief blijvers: verder met de ingezette route naar verduurzaming’. Het fonds voorziet ook in financiële middelen waarmee stoppen van agrarische ondernemingen op een verantwoorde manier wordt mogelijk gemaakt en in middelen voor financiële afwaardering van grond. De in de Kamerbrief opgenomen maatregelen beogen invulling te geven aan de ambities uit het coalitieakkoord. Tot nu heeft echter nog geen precieze besluitvorming plaatsgevonden over de inzet van middelen (waarvan een deel vooruitlopend op de instellingswet Transitiefonds).
In de Kamerbrief is daarover de volgende passage opgenomen: Op dit moment wordt er gewerkt aan het afwegingskader en de vereisten voor toekenning van middelen uit het fonds, waarbij zal worden gekeken naar een goede balans tussen landelijke en gebiedsspecifieke maatregelen en waarbij wordt getoetst of er voldoende sprake is van een integraal beleidspakket dat op een doelmatige manier bijdraagt aan het realiseren van de kabinetsdoelstellingen op het vlak van natuur, stikstof, water en klimaat en de daarvoor benodigde transitie in de landbouw en het landelijk gebied. Dit ten behoeve van het, vooruitlopend op de instellingswet, in gang zetten van de in deze brief genoemde maatregelen en de daarvoor benodigde middelen. Politieke context Uit eerdere communicatie in debatten en schriftelijke vragen met de Kamer blijkt dat sommige Kamerfracties focussen op het spoor van bedrijfsbeëindiging om te kunnen voldoen aan de grote opgaven in het landelijk gebied, terwijl andere fracties focussen op het zoveel mogelijk omvormen van de landbouwsector via bijv. extensivering of technische aanpassingen.
Krachtenveld In de afgelopen maanden is met verschillende organisaties uit de landbouwsector en met vertegenwoordigers van de provincies gesproken over de hoofdlijnen van het perspectief voor agrarisch ondernemers in de gebiedsgerichte aanpak en is hen gevraagd wat zij in dat kader wenselijk of noodzakelijk achten. Daarbij is getracht een zorgvuldig proces te doorlopen, waarin zij zo transparant mogelijk zijn geïnformeerd, wetende dat de boodschap en de gevolgen voor de sector zwaar zijn. Er is in de Kamerbrief steeds gezocht naar de balans in het beschrijven van de onontkoombaarheid van de transitie van het landelijk gebied en het bieden van perspectief voor de agrarische ondernemers. Waar de focus van de lezers vanuit de agrarische sector gericht zal zijn op het concrete perspectief voor agrarische ondernemers, is interdepartementaal gevraagd om de balans tussen de drastische gevolgen van de benodigde transitie en de -soms erg beperkte- ruimte en mogelijkheden die er straks nog zijn voor de landbouwsector beter in beeld te brengen. De toon van de Perspectiefbrief en de startnotitie NPLG zijn daarom goed op elkaar afgestemd en getracht is de balans tussen de onontkoombare doelen, de verandering die echt nodig is, de kracht van de Nederlandse landbouw en de mogelijke ontwikkelrichtingen duidelijk naar voren te laten komen. Pagina 3 van 4
Directoraat-generaal Agro Directie Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit
Communicatie U wordt door de directie Communicatie separaat geïnformeerd over de communicatie rondom het verschijnen van de Kamerbrief over de perspectieven voor agrarisch ondernemers. Deze informatie heeft betrekking op het persbericht en de opzet van de persconferentie, de Q&A’s over de Kamerbrief, de online aanpak en het werkbezoek waar u in gesprek gaat met agrariërs.
Kenmerk DGA-PAV / 22244032
Pagina 4 van 4