2.3 Stichting Behoud Twents Landschap Zienswijze op de ontwerp Omgevingsvisie Losser.pdf
Tekst van het document
Zienswijze op de ontwerp-Omgevingsvisie van de Gemeente Losser. 1. Algehele impressie. De Omgevingsvisie begint in bijkans lyrische bewoordingen te spreken over het “lokale goud” dat we in Losser hebben met “het stuwwalcomplex, het watersysteem van de vrij meanderende Dinkel, het kleinschalig coulisselandschap”. “Bij alle ambities en speerpunten staan onze landschappelijke waarden en kwaliteiten centraal”, is het centrale samengevatte uitgangspunt. Naar onze opvatting leidt dit tot een onmogelijke opgave om alle ontwikkelingen waar de gemeente Losser voor staat landschappelijk goed in te passen. SBTL zal daarom het beleid voortdurend toetsen aan dit centrale uitgangspunt. Voor SBTL wordt dat het meest manifest als het gaat om infrastructuur, de energietransitie en de duurzaamheid. Wij pleiten ervoor dat onomwonden keuzes worden gemaakt die in het verlengde liggen van het, ook door ons van harte onderschreven centrale uitgangspunt. Dat betekent in gewoon Nederlands: nee zeggen tegen windturbines, tegen grootschalige zonnevelden en tegen een aftakking van de nu weer in het nieuws zijnde pleidooien voor aanleg van een Noordelijke aftakking van de Betuwelijn. Losser staat niet alleen in de regio. Er is het samenwerkingsverband met de andere NOTgemeenten, maar ook met het Duitse buurland.
Het bijzondere is, dat die samenwerking zich tot op heden niet uit in bijvoorbeeld een gemeenschappelijk beleid ten aanzien van ruimtelijke impact van beslissingen in het bijzonder van de energietransitie. Duitsland is al ongebreideld bezig met het volzetten van het grondgebied pal aan de grens met windturbines. De ene na de andere turbine vereist of wordt vervangen door een nog hogere turbine. Er wordt geen rekening gehouden met het Verdrag van Aarhus (Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden), Europese Richtlijnen in het algemeen, met in het bijzonder het onderzoek naar de huidige MER-procedure voor windturbines, en tenslotte het Traktaat van Meppen (door de Duitsers zelf wel gehanteerd bij de voorgenomen plannen voor turbines bij de zgn. Cirkels van Mander: op grond daarvan heeft de gemeente Tubbergen zelfs het zoekgebied daar geschrapt…). Daarnaast wordt geen rekening gehouden met de enorm toegenomen impact van de drukgolven die ontstaan (onhoorbaar of infrasoon geluid) doordat de huidige en toekomstige turbines in 10 jaar tijd meer dan 6 keer het vermogen hebben gekregen. Dit is in al die 10 jaar nooit goed in de praktijk onderzocht.
Ook de discussie over de Betuwelijn, waarvoor een alternatief over Duits grondgebied is langs de A31, volstrekt zich in kennelijke gescheidenheid van de buren… Dat voorspelt weinig goeds. Het verst waarin Losser lijkt te willen gaan is de uitspraak, “dat we ons sterk
1
zullen maken voor het tegengaan van overlast als gevolg van eventueel intensiever gebruik van de spoorlijn”. Dat is iets anders dan een volmondig nee. “Met argusogen volgen en waar nodig direct reageren”, is naar onze opvatting onvoldoende en strijdig met eerder wel duidelijke uitlatingen van bijvoorbeeld wethouder Anja Prins in een YouTube filmpje daarover van ± 2 jaar geleden. De lobby vanuit de havens van Rotterdam en Amsterdam naar het nieuwe kabinet gaat gewoon door. Losser wil liever onderzoek afwachten alvorens meteen duidelijk stelling te nemen. Ook in de recent ingediende, toch te kenschetsen als “Pro Noordelijke aftakking”- motie van de Tweede Kamer, door alle partijen ondersteund, met uitzondering van het Twentse kamerlid Pieter Omtzigt, ziet Losser kennelijk geen aanleiding te reageren. In de Omgevingsvisie wordt gesteld dat voor het realiseren van onze ambities “graag de samenwerking wordt gezocht met inwoners, ondernemers, en/of maatschappelijke partners”. In dit verband wordt gewezen op bijeenkomsten in 2020 of op het in 2021 georganiseerde Omgevingsfestival. Volstrekt onduidelijk is hoe de informatie daaruit nu terecht gekomen is in deze ontwerp Omgevingsvisie . De bijeenkomst in 2020 heeft, naar wij als deelnemer daaraan weten, tal van kritische bemerkingen en suggesties opgeleverd.
Op ons herhaaldelijk verzoek over de output daarvan geïnformeerd te worden, is nooit serieus gereageerd! Wij verzoeken nogmaals om een rapportage van verloop en uitkomst van dat soort meetings en hoe College (en Raad) daarmee om wensen te gaan. Dat is ook belangrijk voor de gemeenteraad die straks een oordeel moet geven over de nu voorliggende visie. Tenslotte is het voor ons onbegrijpelijk dat er nog steeds geen besluitvorming is genomen over de meer dan 200 ingediende bezwaarschriften/zienswijzen op de conceptnota Windbeleid. Pas in juli van dit jaar, ruim na de gemeenteraadsverkiezingen in maart (!) en het besluit over RES 1.0 begin juli, is beoogd deze rapportage op te leveren. Dat is nog niet gebeurd en het lijkt sindsdien onder de tafel verdwenen. Het is evident dat het windbeleid consequenties heeft voor te maken keuzes in de ontwerp Omgevingsvisie! 2. Hierna gaan we puntsgewijs in op de ontwerp-Omgevingsvisie. 2.1 Kwetsbare en bedreigde diersoorten. Paragraaf 1.3.1 blz. 14 punt 4. Hier wordt melding gemaakt van kwetsbare en bedreigde diersoorten in het Nationaal Landschap NOT. SBTL is een voorstander van een extra beschermende Regeling. Daarbij wijzen we ook op vogeltrekgebieden. Sovon, dat vogelonderzoek in Nederland uitvoert en publiceert, heeft deze gebieden in kaart gebracht.
Het Nationaal Landschap NOT wordt hierin genoemd evenals andere delen van de gemeente Losser. Sovon heeft in opdracht van het Ministerie een onderzoek ingesteld in welke gebieden rekening met vogeltrek zou moeten worden gehouden in relatie tot locaties voor plaatsing van windturbines. De huidige zoeklocatie rondom de Zandhuizerweg in De Lutte wordt als hoog risicogebied voor windturbines genoemd door Sovon. Dit heeft SBTL al eerder en herhaaldelijk gemeld. De beschermende Regeling zou ook kunnen gelden voor lichtvervuiling in het Nationaal Landschap NOT, aldus de omgevingsvisie. SBTL wijst op de lichtvervuiling door de rode verlichting op windturbines. Maar slagschaduw van windturbines geeft ook lichtverstoring voor dieren. Ook wijzen we hier op de mogelijke effecten van de steeds groter wordende
2
drukgolven door lucht en grond op mens en natuur en daarnaast dat van bisfenol A als gevolg van slijtage van de wieken. <Bisfenol is een zeer schadelijke, hormoon verstorende stof, met effecten op bijvoorbeeld de voortplanting, de stofwisseling en het immuunsysteem en de ontwikkeling van kinderen. Deze effecten kunnen al optreden wanneer je hele kleine hoeveelheden bisfenol binnen krijgt. (RIVM)> Een meerwaarde zou zijn dat de Omgevingsvisie nadere kaders zou bevatten om meer duidelijk de bescherming vorm te geven. 2.2 Duurzaamheid, energie en klimaat. Paragraaf 1.3.3. vermeldt de visie op het gebied van duurzaamheid, energie en klimaat. SBTL stelt vast dat de gemeente Losser voor de energietransitie niet kiest voor eigen verantwoordelijkheid, een eigen koers en regie, maar er kennelijk voor kiest om zich te verschuilen achter de RES en de provincie. In dat kader wijzen we op het schrijven van de provincie in december 2021 aan Windkracht Saasveld, naar aanleiding van haar zienswijze tegen het voornemen van de provincie om via de “Actualisatie Omgevingsverordening” zoekgebieden voor windturbines in het Nationaal Landschap NOT mogelijk te maken. Daarbij werden de zienswijzen terzijde gelegd op grond van onder meer de volgende motieven. 1.
De provincie Overijssel geeft aan dat de gemeenten in NOT zelf verzocht hebben om binnen het Nationaal Landschap zoekgebieden aan te wijzen om de eventuele plaatsing van windturbines mogelijk te maken. De plaatsing kan alleen gebeuren als de gemeente een nadere afweging heeft gemaakt. Zo’n afweging zou kunnen zijn dat de gemeente afziet van het aanwijzen van een zoekgebied. Is de gemeenteraad actief betrokken geweest bij het verzoek om zoekgebieden binnen het Nationaal Landschap mogelijk te maken? Welke nadere afweging (o.a. wet- en regelgeving) heeft de gemeenteraad voor ogen als zij de mogelijkheden tot plaatsing van windturbines beoordeeld? 2. De gemeenten zullen bij de concrete invulling van de zoekgebieden aannemelijk moeten maken dat er in de omgeving van de windturbines sprake is van een goed leefklimaat, waarbij ook de risico’s voor de volksgezondheid moeten worden meegenomen. Het woord aannemelijk is hier de sleutel. Een windturbine is geen apparaat dat men even verwijdert, omdat iets dat eerst aannemelijk was in de praktijk tegenvalt. Hier is onzes inziens het woord aantoonbaar meer op zijn plaats.
Is de gemeenteraad het met ons eens dat hier sprake is van het aantoonbaar maken van een goed leefklimaat en zo ja, hoe gaat de gemeenteraad hier invulling aangeven? Is de gemeenteraad voornemens om primair te onderzoeken of er voldoende wettelijke en van toepassing zijnde richtlijnen bestaan en is zij zich bewust dat zij de bevoegdheid hebben van richtlijnen af te wijken? Dit alles met als doel geen hinder en gezondheidseffecten als gevolg van windturbines te creëren. 3. Het globale onderzoek door bureau H+N+S heeft volgens de provincie aannemelijk gemaakt dat windturbines geen afbreuk doen aan de kernwaarden van het Nationaal Landschap. De gemeente moet een nadere afweging maken wat de effecten van een initiatief zijn voor het behoud en herstel van houtwallen. Deze relatief subjectieve
3
afweging biedt de gemeenteraad de mogelijkheid een concreet initiatief vroegtijdig te beëindigen. 4. Voor de zoekgebieden in NOT geldt dat er gestuurd wordt op ruimtelijke kwaliteit, maatschappelijke betrokkenheid en ecologie. De gemeente dient deze aspecten mee te nemen voordat tot plaatsing kan worden overgegaan. Is de gemeente zich bewust van dit subjectieve afwegingskader? En welke normen hanteert zij daarbij? Bijvoorbeeld is de maatschappelijke betrokkenheid groot. Zie de grote aantallen zienswijzen op het concept windbeleid. Echter het draagvlak is daarentegen niet groot. 5. De gemeente moet in de nadere afweging ten aanzien van de plaatsing van windturbines ook meer in detail kijken naar de landschappelijke inpassing. De Catalogus Gebiedskenmerken is een goed vertrekpunt om de effecten te beoordelen. Welke kaders hanteert de gemeente en bij welke effecten zal men welk besluit nemen? Hier zijn goede normen voor gedefinieerd en dat biedt ruimte voor subjectieve benadering van dit afwegingsaspect. 6. De gemeente moet in de nadere afweging specifiek naar de gevolgen op de natuur, het landschap, de cultuurhistorische waarden en de leefomgeving van de omwonenden kijken. Ook hier geldt weer dat als er geen normen en kaders zijn deze aspecten elk initiatief kunnen laten slagen of laten struikelen.
Het is daarom verstandig om de gemeente hier vooraf de kaders voor te laten vaststellen. Hieruit mag blijken dat de gemeente onterecht de verantwoordelijkheid voor de zoeklocaties bij de provincie legt. De provincie raadt gemeenten aan om vroegtijdig normen en kaders te stellen over zoeklocaties van windturbines in het Nationaal Landschap NOT. Het gebrek aan democratische verankering van de RES en de energietransitie speelt hier op een negatieve wijze ook een hoofdrol. SBTL roept op om in het verlengde hiervan dergelijke normen en kaders in deze Omgevingsvisie op te nemen. Deze visie is per definitie hiervoor het juiste document. Het bevat uitgangspunten die uiteindelijk meegenomen kunnen worden in het omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat alle juridische regels over de fysieke leefomgeving die de gemeente stelt. En hiermee wordt invulling gegeven aan de uitspraak bij deze paragraaf om het provinciale beleid te willen volgen. SBTL zou het toejuichen indien deze normen en kaders ook komen te gelden voor Natura 2000 gebieden. Dat zou recht doen aan het centrale aandachtspunt in deze omgevingsvisie. En tevens het wegnemen van het ‘leungedrag’ en juist het nemen van eigen verantwoordelijkheid. Overigens zouden de door de provincie genoemde normen en kaders voor elk gebied (Gebiedsvisie) horen te gelden. Kortom het thema duurzaamheid mist in deze omgevingsvisie de nodige kaders.
2.3 De duurzaamheidsopgave. Paragraaf 1.3.3. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, wordt bij punt 1 gesteld en de gemeente gaat in gesprek met inwoners, maatschappelijke organisaties, enz. In de toekomstvisie Losser 2025 wordt nadrukkelijk de samenwerking gezocht met inwoners en belangengroeperingen. SBTL mist in deze duurzaamheidsparagraaf visie op communicatie en participatie volkomen.
4
Het Koersdocument 2017 gaat vooraf aan Omgevingsvisie en is als bijlage een onderdeel van de visie. Daarin worden de verbeterdoelen van de Omgevingswet genoemd. Bij versnellen en verbeteren van de besluitvorming wordt (burger)participatie genoemd. Verder wordt bij de uitgangspunten genoemd dat de gemeente communicatie- en participatiemiddelen gaat inzetten. Ook bij aanbevelingen wordt opnieuw burgerparticipatie genoemd. In de voorliggende ontwerp-Omgevingsvisie ontbreekt de vertaalslag hiervan volledig en SBTL acht dit een grote nalatigheid die hersteld dient te worden. Wat is de visie van de gemeente Losser op (burger)participatie, inspraak en maatschappelijk draagvlak? En op welke wijze wordt hieraan vormgegeven? Is een wel of niet dwingend referendum een in te zetten instrument? Met onze ervaring als SBTL in het dossier energietransitie en RES is dit steeds een ernstige tekortkoming geweest. Reden temeer om in de Omgevingsvisie hier uitvoerige aandacht aan te besteden door het vermelden van normen, kaders en verantwoordelijkheden 2.4 Bodem en ondergrond. Paragraaf 1.3.3 punt 8. Om een toepasselijke term voor de tekst bij punt 8 te geven, vindt SBTL dit zeer oppervlakkig. Uit de omgevingsvisie komen de omgevingsplannen per gebied voort en niet omgekeerd.
De gemeente wordt aangespoord in deze visie keuzes te maken of minimaal benoemen aan welke bodemenergiesystemen men denkt, bv geothermie en aardwarmte. De gasvelden van de NAM worden genoemd. Is het de gemeente bekend dat deze systemen nu door de NAM worden gebruikt om haar verontreinigd productiewater te dumpen? Er is zelfs tolueen gedetecteerd. Is de circulaire economie hier niet van toepassing? En wat zijn de saneringskosten? Ook hier verwacht SBTL kaders voor de hierna op te stellen plannen. Welk regionaal initiatief wordt bedoeld en wat zijn de doelstellingen van dat initiatief? 2.5 Circulaire economie. Paragraaf 1.3.4 punt 4. SBTL ondersteunt van harte het maximaal hergebruik van materialen. We hebben al herhaaldelijk bij het thema windturbines gewezen op de niet recyclebare rotorbladen van windturbines en niet te vergeten de zeer giftige Neodymium batterijen. Gezien alle ontwikkelingen op dit gebied mag worden verwacht dat dit afval in omvang zal toenemen. Turbines worden groter, in aantal nemen ze toe en er is sprake van een grootscheepse vervanging. SBTL is van mening dat in deze Omgevingsvisie kaders horen, die richting geven aan oplossingen voor dit probleem. 2.6 Een innovatief en ondernemend Losser Paragraaf 1.3.4 punt 6.
Citaat: “We willen het landelijk gebied vitaal houden.” Inmiddels is de beleidsnota ‘Het buitengebied met ruimtelijke kwaliteit’ in concept opgesteld. Dat document is een voorbeeld hoe we dit stimuleringsbeleid vormgeven. Steeds wegen we af dat bij ontwikkelingsruimte milieu-, natuur- en duurzaamheids-doelstellingen niet worden aangetast.
5
SBTL leest in deze beleidsnota nauwelijks iets over duurzaamheid. Een dergelijke beleidsnota is een uitstekende gelegenheid om bij bouw van opstallen bv het plaatsen van zonnepanelen te verplichten of anderszins duurzame opwekking van energie te bevorderen c.q. te verplichten. Ook zou hier een visie passen die gericht is op een adequate manier om te gaan met de huidige congestie op het elektriciteitsnetwerk. Iets wat volgens de berichten van de netwerkbeheerders wel 10 jaar kan duren voordat dat verholpen is. Lokale opwekking en gebruik gaan congestie tegen en bevorderen duurzaamheid, dat is evident. 2.7 Samenwerken. Paragraaf 1.5. SBTL roept op om een duidelijke visie te geven over de communicatie met de samenleving om die samenwerking vorm te kunnen geven en de mate van betrokkenheid te kwantificeren, kwalificeren en te controleren. Bij ons punt 2.3 (duurzaamheidsopgave) hebben we hieraan ook aandacht besteed. Het is niet te volgen dat er over samenwerking, faciliteren, verbinden en vertrouwen wordt gesproken in de Omgevingsvisie, zonder aandacht te besteden aan communicatie met die samenleving. Hoe vindt besluitvorming plaats en waarom wordt er niet gesproken over draagvlak? SBTL roept om in de Omgevingsvisie een paragraaf op te nemen, op welke wijze communicatie en participatie vorm krijgen in een omgevingsplan.
Duidelijkheid is noodzakelijk over de ruimte die inwoners en belangengroeperingen krijgen om mee te beslissen bij besluitvorming. 2.8 Koers en keuzes Paragraaf 2.2.3. Op blz. 32 wordt bij ‘landbouwkundige functie’ nieuwe verdienmodellen vermeld. Aan welke situaties wordt hierbij gedacht? Citaat: “Bij het zoeken naar een passende activiteit geven we veel vrijheid aan landgoedeigenaren met dien verstande dat milieu- en duurzaamheidsdoelstellingen en landschappelijke waarden niet worden aangetast”. Aan welke duurzaamheidsdoelstellingen wordt gedacht? En verhouden deze zich wel met milieudoelstellingen en landschappelijke waarden? Worden deze benoemd in de betreffende Gebiedsvisie en Omgevingsplannen? 2.9 Waarden ‘Op het vlakke land’. Paragraaf 2.3.2. Bij de waarden toevoegen dat het gebied ook waardevol is voor trekvogels. We wijzen hierbij op onderzoeken door SOVON. 2.10 Koers en keuzes Lutterzand. Paragraaf 2.5.3. Bij de uitgangspunten wordt gesteld dat nieuwe functies niet zijn uitgesloten. SBTL vraagt zich af welke functies dat kunnen zijn. Indien hierbij ook wordt gedacht aan zonnevelden, dan maakt SBTL bij voorbaat bezwaar hiertegen. Kortom de Gebiedsvisie in deze moet helder en duidelijk zijn en uitgewerkt worden in een Omgevingsplan voor dit gebied.
6
2.11 Samenhang met milieubeginselen. Paragraaf 4.4. SBTL betrekt deze paragraaf in het bijzonder op de plaatsing van windturbines in de gemeente Losser. Het feit dat er een MER verplichting voor windturbines geldt, betekent dat milieubeginselen van toepassing zijn. De uitspraak op blz. 70 punt 4.5 dat er “geen aanwijsbare MER beoordelingsplichtige besluiten zijn te verwachten” is dus niet juist. Sterker nog: het Ministerie van Klimaat is nu met een onderzoek bezig teneinde dit in regelgeving te kunnen vatten. Dit proces zal volgens de staatssecretaris uit juli 2021 nog wel 1,5 tot 2 jaar gaan duren. Het plaatsen van windturbines en aanleggen van zonnevelden gaan gepaard met MER beoordelingen. Het zou volledig zijn dit te benoemen. In het kader hiervan wijzen we op het volgende, waarbij we strijdige beslissingen waarnemen. > Het grondwettelijk voorzorgsbeginsel waarbij uitgangspunt is dat activiteiten worden voorkomen, waarbij verwacht wordt dat deze negatief zijn voor het milieu. Bij de plaatsing van windmolens kan men niet stellen dat dit bij voorbaat geen enkel effect heeft op het milieu. Toch wordt besloten tot plaatsing. SBTL ziet dit als tegenstrijdig met dit beginsel. > Het beginsel van preventief handelen dat men nu ook al hanteert. Bij de windmolenproblematiek is van preventief handelen niets gebleken.
Men heeft veldonderzoek naar geluidseffecten meer dan 10 jaar lang vermeden. > Het beginsel van bestrijding aan de bron. De afstand tussen geplande windmolens aan de Zandhuizerweg en de woningen is op dit moment zeer discutabel. SBTL zal erop toezien dat in de toekomst op dit aspect dit beginsel wordt nageleefd. > Losser is een grensgemeente, waardoor plaatsing van windturbines nabij de landsgrens ook gevolgen heeft voor de Duitse grensgemeente en omgekeerd. Europese Richtlijnen zijn hierbij van toepassing. SBTL stelt vast dat de Europese Richtlijn 2001/42/EG, m.b.t. grensoverschrijdend overleg, informatie, participatie en raadpleging, niet wordt nageleefd. SBTL roept op om uitgangspunten in de Omgevingsvisie op te nemen over mogelijke plannen of programma’s met grensoverschrijdende milieueffecten. > Uw uitgangspunten bij milieukwaliteit. Bij punt 3 zorgt u ervoor dat de milieukwaliteit aansluit bij de functie van een gebied. Bij het plaatsen van windmolens verlaat u beslist dit uitgangspunt. Dat vraagt nadere toelichting. De functie van natuur en met name Nationaal Landschap NOT sluit niet aan bij de milieu-invloed door windturbines.
3. Positieve keuzes, mits …. Uiteraard zijn er in de Omgevingsvisie ook een aantal keuzes die wij, “als hoeders van het Twentse landschap”, van harte onderschrijven. We zullen daarop, bij langslopen van de voorstellen en detail hierna, ook nader ingaan en waar van toepassing een aantal zorgelijke kanttekeningen plaatsen. 1. We onderschrijven de keuze om niet tot verdere verharding van de wegen in het buitengebied te komen. Ongewenst verkeer in kwetsbare gebieden kan daarmee worden voorkomen, alsmede de natuurlijke waterhuishouding aldaar niet te verstoren.
7
2. Eveneens ondersteunen we het standpunt om behoud en herstel van landschapselementen (houtsingels, bronnen) zoals ook vastgelegd in de Landschapsdeal, te willen bevorderen evenals het verbeteren van de biodiversiteit. 3. Op pagina 14 komt in ene het begrip “Nationaal Landschap” weer terug… dat is mooi maar staat in schril contrast met zowel het besluit van de gemeenteraad als van de provincie, die status weg te halen ten behoeve van de keuze voor een achttal zoeklocaties voor de plaatsing van windturbines, waaronder een zoeklocatie bij De Lutte! Alles, in deze, lijkt ondergeschikt aan de uitgangspunten van de RES. Dit terwijl de RES al uitgaat van tweejaarlijkse bijstelling en er in de afgelopen 3 jaar vele kritische aspecten naar voren zijn gekomen. 4. Er is een, ook door ons onderschreven, voornemen om lichtvervuiling tegen te gaan. Maar geaccepteerd wordt kennelijk op voorhand dat de rode lampen van 250 meter hoge windturbines vanuit alle plekken in Noordoost Twente, wel zichtbaar mogen zijn! 5. Hoewel we de ambitie om met beherende organisaties in gesprek te gaan over de toegankelijkheid van natuurgebieden onderschrijven, zal er budget vrij gemaakt moeten worden voor handhaving bij overtredingen. Te vaak horen wij nog van ambtenaren die daarmee belast zijn, dat hun capaciteit te beperkt is. 6.
Wij zetten grote vraagtekens bij de haalbaarheid van de ambitie “Een toekomstgericht Losser” op het gebied van de verduurzamingsopgave. Niet omdat wij daar bezwaar tegen hebben, maar omdat de netwerk-infrastructuur problemen oplevert en ook het vertrekpunt dat e.e.a. budgettair neutraal voor de burger zou moeten verlopen. De 2 projecten gericht op “van het gas af” geven tot nu toe weinig bemoedigende resultaten. Losser staat daar overigens niet alleen in. 7. Bij de in Losser verwachte aanvragen voor initiatieven voor het grootschalig opwekken van energie wordt gesteld dat “waar mogelijk inwoners moeten meeprofiteren van de opbrengsten van dergelijke initiatieven.” Dat is al veel minder voorwaardelijk als tot nu toe is gesteld! En dat laat ruimte open voor ongebreideld doorzetten van initiatieven van bedrijven als ProWind hoe dan ook het aantal windturbines ( in Losser maar ook ander NOT gemeenten) uit te willen breiden. Ook het aspect “maatschappelijk draagvlak en acceptatie “lijkt geheel te zijn verlaten. We maken dan ook bezwaar dat Losser zich vooralsnog wil conformeren aan zowel de RES als de provinciale beleidslijnen in deze. Heb moed, zoals in andere gemeenten in Nederland wel gebeurt, tot andere keuzen te komen die maatschappelijk en ruimtelijk veel minder impact hebben. Dat past beter bij de in het begin van het stuk geformuleerde centrale ambitie. 8.
In dit verband missen wij ook kansen om bijvoorbeeld, aansluitend bij bestaande infrastructuur als taluds langs Rijkswegen, zonnepanelen te plaatsen. Wij hebben er herhaaldelijk en tevergeefs op aangedrongen dat Losser hierover, analoog aan de gemeenten Hengelo en Borne die dat wel gedaan hebben, in contact te treden met Rijkswaterstaat. 9. Vergaande vergroening van de bebouwde kom en omvormen “stedelijk(?) groen” tot ecologisch groen onderschrijven wij van harte. Steeds moet daarbij oog zijn voor communicatie en uitleg naar de burgers om daarvoor ook draagvlak te creëren en te behouden…
8
10. Ook wij hebben kennisgenomen van de ontwikkelingen die door LTO zijn geschetst in de Landbouwvisie. Gelukkig is daarin meer aandacht voor begrippen als biodiversiteit, natuur inclusief handelen, maar tegelijk staat dat soms op gespannen voet met schaalvergroting, behoud van de landbouwkundige functie (p.32) en feitelijk handelen van individuele agrarische ondernemers die soms al te gemakkelijk omgaan met verwijderen of aantasten van landschapselementen (houtwallen, afgraven essen etc.). Wij pleiten er voor om, waar boeren een nadrukkelijke en afgesproken rol willen spelen bij het realiseren van de ambities op het gebied van natuurbeheer en landschapsherstel te zoeken naar financiële middelen om boeren hiervoor een vergoeding te geven. De Landschapsdeal biedt daartoe alle kansen. 11. In de paragraaf “Een innovatief en ondernemend Losser” wordt, terecht, gesteld dat “bedrijven met een onevenredig negatieve impact op het milieu en het landschap op voorhand worden uitgesloten”. Als voorbeelden daarvan worden genoemd datacenters. Aan de voorbeelden mag onzes inziens ook worden toegevoegd, (het zal u niet verbazen): “grootschalige zonne-akkers en windturbines”.
Bij doorzetten van plannen op dit vlak, zal enerzijds rekening moeten worden gehouden met draagvlak en acceptatie, anderzijds ook via MER procedures gezorgd moeten worden voor objectieve beoordeling van plannen op risico’s voor milieu en landschap. 12. De paragraaf “Koers en keuzen” lijkt toch een beetje te hinken op 2 poten: enerzijds de waarden en ambities op het gebied van natuurontwikkeling en herstel van landschapselementen, anderzijds “de facilitering van de verdere ontwikkeling van de landbouw”. Ook op andere plekken wordt dit zichtbaar (bv op pag. 41). 13. Op pag. 69 wordt gesproken over 8 onderdelen van milieubeleid. Wij willen daar , ook in het verlengde van de eerder door uw College zelf geuite bezwaren ten lichtvervuiling, aan toevoegen: 9. Visuele hinder”. 14. De paragraaf “Financiële bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen” vinden we niet helder en te weinig richtinggevend. We spreken ons verder niet uit over de deelgebiedsvoornemens met betrekking tot Dinkeldal, Lutterzand en de dorpskernen. Wel blijven we het college aanspreken op de gewaardeerde open houding om wensen en ambitie als idee in te brengen, maar dringen tegelijkertijd aan op het serieus bespreken daarvan en rapporteren over wat daarmee gedaan wordt.
De Lutte, 24 januari 2022 Thom Weterings, voorzitter Stichting Behoud Twents Landschap Mede namens: Gerald Notkamp, vertegenwoordigend Aanwonenden Zandhuizerweg , De Lutte Leo van der Stelt, vanuit de Stichting Leven met de Aarde André Bijkerk, vanuit Landgoedeigenaren Lutterzand e.o.
9