CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

2.13 Domijn zienswijze omgevingsvisie Losser.pdf

Raadsvergadering 28 maart 2023, gemeente LosserBij agendapunt: Omgevingsvisie Gemeente Losser17.257 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bij het zoeken naar een passende activiteit geven we veel vrijheid aan landgoedeigenaren met dien verstande dat milieu- en duurzaamheidsdoelstellingen en landschappelijke waarden niet worden aangetast. Het beleid Landgoederen actualiseren we op dit onderdeel waarbij sprake moet zijn van een goede ruimtelijke ordening (inclusief toets aan de stedelijke ladder) en de KGO investeringen. De oostzijde van dit deelgebied beschouwen we als een multifunctioneel gebied. Landbouw, wonen, recreatie en kleinschalige bedrijvigheid functioneren hier al lange tijd naast elkaar. Die functiemenging heeft het

36

gebied haar waarde en charme gegeven en willen we in stand houden.

37

2.3

Gebiedskompas – Op het vlakke land

Ligging deelgebied Kaart gewijzigd [2.6.1. en 3.3.1]

38

2.3.1

Typering Dit deelgebied in het noordoosten en de zuidelijke helft van de gemeente kent een relatief grootschalig agrarisch gebruikslandschap. Rationele verkaveling, rechte lijnen en een landschap dat meer open is dan in de andere gebieden. In hoogte ligt dit deelgebied tussen de stuwwal en het beekdal. De basisfunctie van dit deelgebied is grondgebonden landbouw, met name melkveehouderij. Agrariërs zijn medevormgevers van het landschap. Feit is bijvoorbeeld dat de bedrijven groeien in omvang maar dalen in aantal. Dit heeft een weerslag op het landschap. In het noordoostelijke deel bevinden zich de natuurgebieden Punthuizen, Stroothuizen en het Beuninger Achterveld. Deze gebieden maken onderdeel

uit

van

Natura

2000-gebied

‘Dinkelland’.

Op

deze

natuurgebieden zijn specifieke, Europese, regelgeving van toepassing.

De gemeente Losser heeft een ‘lange grens’ met Duitsland en is daarin uniek in Nederland. Dit deelgebied ligt in het oosten en zuiden langs de grens. 2.3.2

Waarden 

Overwegend

agrarisch

gebruik,

relatief

grootschalig

(want

ruilverkaveld, in tegenstelling tot andere delen van de gemeente). 

Jonge ontginningen met de kenmerkende ruimtematen;

relatieve openheid

Lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen;

39

ontginningslinten met (blokvormige) erven;

De landsgrens is fysiek aanwezig en zichtbaar.

Natuurgebieden Punthuizen, Beuninger Achterveld, Stroothuizen en het Lutterzand (zie 2.5 voor het gebiedskompas voor het Lutterzand) [3.3.1];

Aantrekkelijk voor weidevogels;

Het water van het Dinkel-bekensysteem stroomt zonder moeite de grens over, van hoog naar laag.

Passeren van de grens voor de inwoners van de gemeente Losser bijna net zo vanzelfsprekend; op weinig plekken is de grens ‘hard’.

2.3.3

Koers en keuzes Kijkend naar dit deelgebied valt allereerst de landbouw op. Met name in het zuidwestelijke deel zijn de productieomstandigheden voor de agrarische sector zijn in dit gebied goed. De verdere ontwikkeling van de landbouw zullen we daarom faciliteren. Binnen onze grenzen, is schaalvergroting in het zuidelijke deel van dit gebied het meest kansrijk (dit vanwege

de

aanwezigheid

van

een

Natura

2000-gebied

in

het

noordoostelijke deel). Schaalvergroting is echter geen doel op zich; in het gehele deelgebied willen we graag samen met de sector vorm en inhoud geven aan de transformatie van de landbouw en het uitwerken en implementeren van nieuwe verdienmodellen. Vanwege

het

toekomstperspectief

voor

de

landbouw

zijn

we

terughoudend met alternatieve functies in het landelijke gebied. In met dit deelgebied (en dan met name het zuidelijke deel) zien we de landbouw daarom als een leidende functie. Wat in dit deelgebied ook opvalt, zijn de natuurgebieden het Lutterzand (zie daarvoor 2.5), Punthuizen, het Beuninger Achterveld en Stroothuizen De natuurgebieden Punthuizen, Stroothuizen en Beuninger Achterveld maken onderdeel uit van Natura 2000-gebied ‘Dinkelland’. In dit gebied werkt de provincie Overijssel, samen met diverse partners aan het optimaliseren van het Natura 2000-gebied. Als gemeente ondersteunen we die ontwikkeling naar een nog aantrekkelijker natuurgebied.

40

2.4

Gebiedskompas – In het dal van de Dinkel

Ligging deelgebied Kaart gewijzigd [2.6.1. en 3.3.1]

41

2.4.1

Typering Het

bekenstelsel van de Dinkel is van nationale betekenis. De

natuurwaarden en het meanderende verloop van de beken zijn uniek. De rivier de Dinkel ontspringt in het Duitse Holtwick en doorkruist het gebied van zuid naar noord. De Dinkel en haar dal zijn net als de stuwwal ontstaan in de voorlaatste ijstijd. Door afzettingen van klei, leem en zand in warme en koude tijden na deze ijstijd, is de Dinkel geworden wat zij nu is, een natuurlijke, sterk meanderende rivier met oude beeklopen, afgesneden meanders,

rivierduinen,

oeverwallen,

richel-

en

geulsystemen,

overstromingszones, zandverstuivingen en broekbossen met kwel. Bij

overstromingen

ontstaan

oeverwallen

langs

de

rivier

met

karakteristieke stroomdalvegetaties.

In dit gebied, dat in de kern kwetsbaar is vanwege natuurwaarden, komen verschillende functies samen. De weidegronden in het beekdal zijn van oudsher onderdeel van het kampenlandschap met de akkergronden en boerderijen op de flank van de stuwwal. Het stroomdal van de Dinkel is vanwege haar schoonheid aantrekkelijk voor recreatie. De Dinkel is beperkt opengesteld voor kanovaart. Het Dinkeldal is op dit moment alleen in de dwarsrichting op een beperkt aantal punten ontsloten ten behoeve van extensieve vormen van recreatie. Landgoed Singraven is in de middeleeuwen ontstaan als riddergoed (1381).

42

Het landgoed is in beheer bij Stichting Edwina van Heek, die zich inspant het landgoed voor toekomstige generaties te behouden. [2.4.4] Het landgoed

biedt

mogelijkheden

voor

verschillende

activiteiten.

Het

omringende landschap wordt getypeerd als zeer waardevol. [2.4.2] Ten noordwesten van Beuningen bevindt zich het Sterrenbos. Het Sterrenbos

vertegenwoordigt

een

belangrijke

cultuurhistorische

en

recreatieve waarde. [2.4.6]

Tussen de kern Losser en de Duitse grens ligt het gebied ZandbergenOelemars. [3.3.1] Het gebied de Zandbergen bestaat uit een bosgebied met zandverstuivingen. Het gehele gebied is gewild bij wandelaars, vogelaars en andere recreanten. De Oelemars is een zandafgraving. [2.6.21] 2.4.2

Waarden 

Eén van de best bewaarde bekenstelsels van Nederland. Het beekdal is waardevol vanuit de landschappelijke ontstaansgeschiedenis, de waterhuishouding en de planten en dieren die er hun leefgebied hebben

Natuurgebied Zandbergen-Oelemars [2.6.21 en 3.3.1];

Kleinschalig kampenlandschap met authentieke sfeer; houtwallen, zandwegen,

solitaire

boerderijen

(grondgebonden

landbouw),

organische, bochtige lijnen/verkavelingspatroon 

Het dal van de Dinkel en de Ruhenbergerbeek doorsnijden de gemeente van zuid naar noord, het dal is dan ook prominent aanwezig

43

In het noorden van de gemeente behoren kleine delen tot het maten‐ en flierenlandschap. Functioneel zijn deze gronden verbonden aan het Kampenlandschapen daarom ook als zodanig beschouwd.

2.4.3

Recreatief aantrekkelijk

Functie in waterberging

Jonge ontginningen in beekdal

Cultuurhistorisch en recreatief waardevol Sterrenbos [2.4.6]

Koers en keuzes De Dinkel en de aansluitende beken vormen een landschap van nationale betekenis. De natuurwaarden en de vorm van de beken zijn uniek voor Nederland. We zetten daarom in op het behouden en ontwikkelen van deze waarden. De betekenis van de beken in het Natuurnetwerk Nederland en als onderdeel van de Natura 2000‐gebieden is hiervoor leidend. Het dal van de Dinkel heeft ook een belangrijke recreatieve doelstelling. We zetten in op vergroting van de beleving van het gebied door middel van kanoën, fietsen en wandelen. Fiets‐ en wandelverbindingen aansluitend op de recreatiegebieden zijn daarvoor gewenst. Ook is het gewenst dat vanuit de dorpen gemakkelijk een rondje langs de Dinkel gewandeld kan worden en dat het rivierdal vanuit, en eventueel ook binnen de kernen zichtbaar is. De Dinkel vervult in het landschap tevens een verbindende rol. Ze verbindt bijvoorbeeld de dorpen binnen de gemeente. De relatie tussen het rivierdal en de dorpen is echter niet overal even sterk aanwezig. We zetten in op versterking van die relatie. Dit geldt in het bijzonder voor de

44

oostflank van de kern Losser richting de Dinkel. We willen een groen ‘dorpsfront’ naar de Dinkel creëren. Dit vraagt om een integrale benadering. We zetten in op het behoud van de agrarische functie. Agrarische bedrijven spelen een belangrijke rol in het beschermen en ontwikkelen van de ecologische waarden in het gebied. Agrarische bedrijven in het gebied zullen in hun ontwikkeling rekening moeten houden met deze kwetsbare ecologische waarden. We zetten daarom in op verbreding en transitie naar kringlooplandbouw. Schaalvergroting is in dit deelgebied niet mogelijk.

In

het

gebied

Zandbergen-Oelemars

leggen

we

de

nadruk

op

natuurbeleving en passieve recreatie (dagrecreatie in de vorm van wandelen en fietsen). Dit sluit aan bij eerdere beleidsuitspraken. Activiteiten die kunnen leiden tot verstoring van de rust, stilte en duisternis vinden we ongewenst. We zullen onze doelstellingen met het gebied gerichter communiceren. Waar nodig nemen we fysieke maatregelen om ongewenste situaties te voorkomen. We zien in dit deelgebied kansen voor fiets- en wandelmogelijkheden en andere meer kleinschalige vormen van (verblijfs)recreatie. Bij dit alles plaatsen we de ontwikkelingen rond Zandbergen-Oelemars nadrukkelijk in het grotere plaatje. In het kader van het visietraject ‘Losser aan de Dinkel’ zijn in 2018 aanzetten gegeven om het centrum van de kern Losser te verbinden met het Dinkeldal en Zandbergen-Oelemars. We willen

45

o.a. inzetten op een verbetering van de verbinding voor wandelaars. We willen het toekomstperspectief als vervolg op de Omgevingsvisie samen voor gebied Zandbergen Oelemars samen met betrokken partijen uitwerken in een gebiedsvisie.

Visiekaart ‘Losser aan de Dinkel’

46

2.5

Gebiedskompas – Het Lutterzand

Ligging deelgebied (geel/groen gearceerd en rood omlijnd) 2.5.1

Typering Het Lutterzand is een groot bos- en natuurgebied aan de oostzijde van de gemeente.

Door

de

aanwezigheid

van

de

meanderende

Dinkel,

zandverstuivingen, het kleinschalige essen‐ en kampenlandschap en de oeverwallen met hoge aardkundige, archeologische en natuurwaarden is dit een uniek gebied. Daarnaast bestaan binnen het gebied verschillende mogelijkheden voor kleinschalige verblijfsrecreatie en kan gebruik worden gemaakt van de wandel‐ en fietspaden. 2.5.2

Waarden 

Uitgestrekt natuurgebied doorsneden door de Dinkel

afwisselend landschap met grillige vliegdennen, grote dennenbossen van verschillende leeftijden, jeneverbesstruwelen en heideveldjes

Afwisseling tussen open en besloten delen

Karakteristieke landtong ‘Groene Staart’ in bocht van de Dinkel

dekzandontsluiting als aardkundig monument

uitgestrekt wandel- en fietspadennetwerk

aantrekkelijk voor dag- en verblijfsrecreatie

oude landgoederen en boerderijen

47

2.5.3

samenspel tussen natuur en landbouwkundig gebruik

rust

Koers en keuzes Het Lutterzand is gelegen in de deelgebieden ‘Op het vlakke land’ en ‘In het dal van de Dinkel’. Voor de algemene koers van die deelgebieden wordt verwezen naar de paragrafen 2.3 en 2.4. In het navolgende wordt specifiek ingegaan op het Lutterzand. Bijna 15 jaar geleden, in 2007 is de Toekomstvisie Lutterzand opgesteld. In die Toekomstvisie is het Lutterzand gezoneerd. Op basis van de bestaande situatie zijn gebieden aangewezen voor verblijfsrecreatie, dagrecreatie, landbouw, natuur en cultuurlandschap. Een zonering is een goede methode om meerdere functies naast elkaar te laten bestaan en te laten ontwikkelen. Wel is het voor ons de vraag of de zonering uit 2007 anno 2021 nog voldoet en volstaat. Daarom zal, als vervolg en uitwerking van deze Omgevingsvisie, samen met betrokken partijen in het Lutterzand een Gebiedsvisie worden opgesteld. We hanteren daarbij vanuit de gemeente op voorhand deze uitgangspunten: 1.

Alle bestaande functies hebben en houden hun plek in het Lutterzand

2.

We bieden ruimte aan de toeristische sector voor beperkte groei. Kwantitatieve groei is echter enkel mogelijk als dat samengaat met een kwalitatieve impuls voor het Lutterzand als geheel

3.

Massatoerisme willen we voorkomen. De nadruk daarom ligt op rustzoekers

4.

Nieuwe functies sluiten we niet op voorhand uit, maar moeten passen in de waarden en kwaliteiten van het gebied.

48

Zoneringskaart Lutterzand 2007 Op basis van het gebiedsproces zal de ruimtevraag van de te verwachten en gewenste functies gedetailleerder tegen elkaar worden afgezet. Eindbeeld is een geactualiseerde zoneringskaart op basis waarvan concrete plannen in het Lutterzand worden afgewogen en begeleid.

49

2.6

Gebiedskompas – Kern Losser

Ligging deelgebied 2.6.1

Typering Losser is te typeren als een esnederzetting. In de 18e eeuw bestond het uit een ‘voordorp' en een 'achterdorp', gescheiden door de dorpsbeek. Aan het eind van de 19e eeuw nam de groei van het dorp een grote vlucht ten gevolge van de opkomst van de textielindustrie in Gronau. Mede door het aanleggen van een tramverbinding ontwikkelde Losser zich tot een typisch forensendorp. Het centrum ontwikkelde zich verder als concentratie van commerciële en publieke functies.

50

De

historische

invalswegen

in

Gronausestraat/Oldenzaalsestraat,

de de

kern

Losser

zijn

de

Enschedesestraat

en

de

Lutterstraat. Zij verbonden Losser met de omringende kernen en de daar aanwezige

werkgelegenheid

(vroeger

vooral

textielindustrie).

De

Gronausestraat vervult van oudsher een belangrijke verkeersfunctie. Zo is het voormalige tramtracé nog deels zichtbaar als een groenstrook tussen de rijbanen. De

invalswegen

ontsluiten

tevens

de

achterliggende

naoorlogse

woonwijken en het bedrijventerrein De Zoeker Esch / De Pol aan de zuidkant van de kern. Het is de belangrijkste concentratie van bedrijven binnen de gemeente. De stedenbouwkundige opzet en architectuur van de woongebieden weerspiegelen de tijdsgeest waarin de wijken zijn ontstaan. Aan de oostzijde van Losser ligt de hoger gelegen en bebouwde es tegen het lager gelegen rivierdal van de Dinkel. Het landschap bestaat uit open velden afgewisseld met kleine bospercelen en de opgaande beplanting langs de Dinkel. Het stedelijk gebied presenteert zich deels met de voorzijde en deels met de achterzijde van bebouwing naar het landschap. Naast

vooral

woningbouw

zijn

er

enkele

sportparken

en

een

rioolzuiveringsinstallatie in de zone naar de Dinkel aanwezig. 2.6.2

Koers en keuzes

Richtinggevende kaders Allereerst is er het visiedocument ‘Losser aan de Dinkel’. Het document geeft sturing aan de beoogde en gewenste ontwikkeling van Losser en legt een verbinding tussen het Dinkeldal, de backbone met het centrum van Losser. We zien ‘Losser aan de Dinkel’ als een concretisering van de voor u liggende Omgevingsvisie en geven daaraan de komende jaren voorrang en prioriteit. Een tweede belangrijk document is het parapluplan ‘Centrum Losser’ (december 2017, met aanvullend inmiddels een stedenbouwkundige verkenning op drie ontwikkellocaties).

Voorzieningen In lijn met het parapluplan ‘Centrum Losser’ gaat onze aandacht voortdurend uit naar de mogelijkheden om het lokale voorzieningenniveau van Losser als ‘centrumdorp’ op peil te houden en zo mogelijk te versterken. Dit geldt vooral voor het attractief houden van het winkelgebied in het centrum met kwalitatieve winkels. Ook mogelijke combinaties

van

verschillende

maatschappelijke

51

functies

zoals

bijvoorbeeld gezondheidscentra willen we meer en beter benutten. We zetten in op versterking van de grotere lokale zorgvoorzieningsintelling en laten dergelijke voorzieningen niet landen in het buitengebied. Momenteel is de focus ook op de herontwikkeling van de locatie Aloyisiusschool en het aangrenzende

centrumgebied

gericht.

De

haalbaarheidsstudie

met

bijbehorende scenario’s worden momenteel uitgewerkt. In het centrum zal op de lange duur niet voor ieder pand een winkelfunctie behouden kunnen blijven. We streven naar een compact centrum. Waar buiten het centrum winkelpanden lange tijd leegstaan, staan we open voor herbestemming naar een woonfunctie en dienstverlening.

Wonen Wat betreft de woningbouw zijn er diverse deelgebieden in ontwikkeling. Te denken valt aan de Martinusschool, De Muchte, Keizershofje en de Saller) of er zijn locatiestudies gaande voor bijvoorbeeld de omgeving van de Lutterstraat nabij het zorgcentrum, het Martinusplein en de locatie van de nieuwe kerk aan de Kloppenstraat. Voor de periode 2025-2035verdere toekomst ligt woonuitbreiding aan de zijde van het Hannekerveld voor de hand. Exacte locatie en aantallen te

52

realiseren woningen zijn op dit moment nog niet bekend. Op voorhand spreken we echter uit dat het ‘Kwalitatief sturingskader’ leidend zal zijn. Dit sturingskader is opgesteld vanuit de Regionale Woonagenda en gaat ervan uit dat het betrekken van natuur en landschap alsmede klimaatadaptatie een essentieel onderdeel is bij het ontwikkelen van nieuwe woonwijken. Bedrijvigheid Aan de zuidzijde van Losser bevindt zich bedrijventerrein de Zoeker Esch / De Pol. In de huidige situatie is nog slechts zeer beperkt ruimte voor nieuwe bedrijfsvestigingen en/of de uitbreiding van bestaande bedrijven. Vanwege de vele landschappelijke waarden gaan we terughoudend om met het uitbreiden van het bestaande terrein. Nieuwe ruimte voor bedrijvigheid wordt daarom primair gezocht binnen bestaand stedelijk gebied. Dat kan in de vorm van herontwikkeling of transformatie of direct grenzend aan het bestaande bedrijventerrein. Tegelijk willen we ook maatwerk leveren. Bij een concreet onderbouwd verzoek zijn we daarom bereid medewerking te verlenen, mits het initiatief milieuhygiënisch en landschappelijk inpasbaar is en de behoefte concreet is aangetoond. We bieden we ruimte voor bedrijven van elders, die passen bij de Losserse maat en schaal. Bedrijven met een onevenredige negatieve impact op het milieu en het landschap sluiten we daarom op voorhand uit.

Daarbij gaat het bijvoorbeeld om grote datacenters, grote raamloze distributiecentra en bedrijven van een milieucategorie 4 of hoger. We zien een tendens dat een groot deel van het bedrijventerrein in met name Losser voor autohandel wordt gebruikt. We zetten in op vergroting van de diversiteit op onze bedrijventerreinen. Bij het opstellen en actualiseren van het Omgevingsplan hebben we daar aandacht voor. Functies als bijvoorbeeld sportscholen/welness etc. zien wij niet als passend op een bedrijventerrein.

53

2.7

Gebiedskompas – Overdinkel

Ligging deelgebied 2.7.1

Typering Overdinkel was tot 1890 een rustige boerengemeenschap met het Overdinkelse Veld als een grote heidevlakte en met ten westen het veengebied Het Tiekenveen. Daarna verrezen de eerste kleine huisjes of hutten van arbeiders die vanuit Drenthe en Friesland kwamen en naar Gronau in de textiel gingen werken. Doordat het aantal inwoners snel toenam, ontstond een nieuw dorp: Overdinkel.

De ontstaansstructuur van de kern Overdinkel is nog steeds goed terug te vinden. Naast de Hoofdstraat zijn in de loop van de jaren verschillende veldwegen (zoals de Invalsweg en de Kerkhofweg) als bebouwingslinten ontwikkeld. Vooral pas na de Tweede Wereldoorlog, zijn de velden en

54

akkers tussen deze wegen langzaam bebouwd geraakt.

Door de teloorgang van de textielindustrie in Twente, nam de groei daarna ook weer af. De toename van het grensverkeer met Duitsland gaf een impuls aan de horeca in het dorp. Langs de Hoofdstraat die de ruggengraat van het dorp vormt is een grote variatie aan gebouwtypes te vinden. Het betreft merendeels woningen, in de nabijheid van de kerken komen meer winkels en bedrijven voor. Het karakter van de lintbebouwing is over het algemeen kleinschalig met uitzondering van de prominente aanwezigheid van een tuicentrum (Wolters) aan de rand van het dorp. Overdinkel ligt tussen het beek/rivierdallandschap van twee beken/rivieren: ten westen van het dorp de rivier Dinkel en ten noordoosten de Rühenbergerbeek, die zijn oorspronkelijke meanderende karakter heeft behouden. Overdinkel zelf ligt in het jonge ontginningen landschap. Kenmerkend aan de oostzijde van het dorp zijn de doorkijkjes naar het buitengebied. Ondanks de landschappelijke ligging zijn recreatieve routes rond Overdinkel slechts in beperkte mate aanwezig. 2.7.2

Koers en keuzes

Richtinggevende kaders Voor Overdinkel is de Dorpsvisie met bijbehorende kaart een belangrijk document.

Algemeen In het kader van het programma ‘Hart voor Overdinkel’ is de afgelopen tien jaar door verschillende partijen en inwoners fors geïnvesteerd in de

55

ontwikkeling van Overdinkel. Er is gewerkt aan wegen, woningen, herstructurering van woonwijken, groen, waterberging, met als prachtig sluitstuk het Kulturhus met het centrumplein dat het thema smokkelen uitademt. In Overdinkel bestaat de behoefte om vanuit sociaal en economisch perspectief de vitaliteit van het dorp verder te verbeteren. Daarom krijgt het programma ‘Hart voor Overdinkel’ een vervolg. De focus ligt daarbij minder op de fysieke ontwikkeling, maar het in gesprek zijn en aan de slag gaan met onderwerpen als werk, jongeren, onderwijs, duurzaamheid, buurtbemiddeling, het optimaliseren van de functie van het Kulturhus etc. Door hier samen aan te werken met allerlei organisaties, verenigingen en bedrijven uit het dorp, willen we Overdinkel een nog fijnere plek maken om te wonen, te werken en te recreëren. Met dit project wil de gemeente Losser inzicht krijgen in de situatie in Overdinkel om eerst een gezamenlijke agenda op te stellen en deze daarna, vooruitlopend op de overige kernen, uit te voeren. Met als doel Overdinkel in alle opzichten verder te ontwikkelen naar een vitaal kerkdorp. Wonen In het fysieke domein wordt met het bouwrijp maken van de Geurmeij stevig ingezet op de realisatie van deze uitbreidingswijk.

In het bestaand gebied wordt ingezet op de herstructurering van vrijkomende locaties met doelgroep onafhankelijke woningen zoals het ’t Stienn hofje aan de Veldkamp, herstructurering van woningen van Domijn aan de Julianastraat, de herontwikkeling bij van de voormalige locatie van aannemer Elferink en het voormalige horecapand Eulderink. Met de verplaatsing van de supermarkt Aldi ontstaat ruimte voor de bouw van appartementen op de oude Aldi-locatie. Het terrein van de voormalige basisschool Kompas zou voor de bouw van 8 doelgroep onafhankelijke woningen ingezet kunnen worden als hier voldoende vraag naar is. Daarnaast is een gezondheidscentrum in aanbouw in de voormalige NHpastorie

aan

de

Hoofdstraat

en

zijn

er

plannen

voor

een

gezondheidscentrum aan de Prins Hendrikstraat . In het dorp is leegstand van voormalige winkelpanden waarvoor nog niet altijd een herbestemming/hergebruik is gevonden. Op basis van maatwerk, willen we onderzoeken of voor deze panden een woonbestemming opportuun is. Op voorhand gaan we daarbij niet uit van het toevoegen van zogenaamde woonstudio’s.

56

Bedrijvigheid Binnen of aansluitend aan de kern Overdinkel is geen ruimte voor nieuwe bedrijvenlocaties in de vorm van een ‘traditioneel’ bedrijventerrein. Om concurrerend te zijn leert de ervaring dat er vaak nog behoefte bij bestaande bedrijven is aan uitbreidingsruimte (waarbij gedacht kan worden aan het aanwezige tuincentrum). Waar mogelijk en in voorkomend geval is de gemeente bereid hierin een positieve grondhouding aan te nemen met inachtneming van KGO-maatregelen. Recreatie Het dorp wil zich ook meer richten op recreatieve aspecten. Het haalbaarheidsonderzoek om een grensmuseum te realiseren is afgerond en het op de kaart zetten van het dorp met het smokkel- en textielthema is gaande. De gunstige ligging in het grensgebied is een groot voordeel en kan benut worden.

57

2.8

Gebiedskompas – De Lutte

Ligging deelgebied 2.8.1

Typering Vóór de Franse tijd bestond Losser uit een aantal marken. De marken waren kleine ‘staten’ met een eigen wetgeving en rechtspraak. De Lutte was eens de machtigste en rijkste marken van Twente. Het belang van De Lutte werd ook ingegeven door de ligging aan een belangrijke doorgangsroute van Nederland naar Duitsland. In 1931 werd de eerste steen gelegd voor een nieuwe kerk, die thans nog het beeld bepaalt in het centrum van De Lutte, dat zich als kerkdorp pas na de Tweede Wereldoorlog verder heeft ontwikkeld.

De kern wordt gevormd door de verdichting langs het oude lint (Dorpstraat en Plechelmusstraat). Hieromheen bevinden zich de openbare functies,

58

horeca, en winkels. De oudste uitbreidingen zijn te vinden direct aan de noordzijde en de zuidzijde van de Dorpstraat. Vervolgens zijn daarna nieuwe

woonwijken

Luttermolenweg

in

meer

zuidelijke

verbindt

het

centrum

richting met

de

gerealiseerd. recente

De

woonwijk

Luttermolenveld die oorspronkelijk is opgezet als recreatiepark. Mede hierdoor kent de nieuwe wijk qua ligging een eigen positie ten opzichte van het oorspronkelijk dorp. De Lutte heeft via de Lossersestraat (met een viaduct over de A1) een directe verbinding met Losser. Doordat De Lutte ingeklemd is tussen grote doorgaande wegen (N735 en A1) is het afgesneden van het omliggende landschap. Ook loopt de spoorlijn langs het dorp. Alleen aan de westzijde is een goede toegang tot het aanliggende stuwwallenlandschap. 2.8.2

Koers en keuzes

Richtinggevende kaders Voor De Lutte is de ‘Kwaliteitsimpuls de Lutte’ richtinggevend. In de Kwaliteitsimpuls is een keur aan maatregelen opgenomen op het gebied van de openbare

ruimte,

klimaatadaptatie,

verkeersveiligheid,

voorzieningen,

duurzaamheid en bedrijvigheid.

Algemeen Bovenstaande opsomming maakt duidelijk dat de Kwaliteitsimpuls al onze ambities raakt (zie hoofdstuk 1.3). In deze Omgevingsvisie wijzen we daarom geen aanvullende doelen aan, maar sluiten we volledig aan bij die Kwaliteitsimpuls. Dit betekent o.a. dat we bij alle ontwikkelingen en plannen in De Lutte willen we vasthouden aan deze vier kernwaarden: 1.

Dorps

2.

Landelijk

3.

Gastvrij

4.

Lommerrijk

Wonen In het bestaand gebied wordt ingezet op het behoud en versterken van het centrumgebouw

op

het

Luttermolenveld

appartementen.

Het

bestemmingsplan

voor

met

de

bouw

het

gebied

van

van de

Luttermolenveld biedt nog eens ruimte aan de bouw van circa 75 (voornamelijk) vrijstaande woningen. Voor de vrijkomende locatie van voormalig garagebedrijf Olde Theussink is het streven om hier zeven starterswoningen te realiseren. Voor vrijkomende locaties als het

59

voormalig Berg en Dal en een deel van het Zwaantje wordt een maatwerkinpassing gezocht met duurdere woningen. Inzet vanuit het dorp is te komen tot een invulling van de uitbreidingswijk de Lutte Noord om hier een mix van seniorenwoningen en starterswoningen te bouwen.

Inrichtingsvisie Centrum de Lutte (Bron: Kwaliteitsimpuls de Lutte, 2017) Bedrijvigheid Binnen de kern De Lutte is zeer beperkt ruimte voor nieuwe bedrijvigheid. Nieuwe ruimte voor bedrijvigheid wordt gezocht binnen bestaand stedelijk gebied (herontwikkeling/transformatie).

60

2.9

Gebiedskompas – Beuningen

2.9.1

Typering Beuningen is een kleine plattelandskern in het noorden van de gemeente Losser. Het dorp is gelegen in de mooie omgeving van het Dinkeldal. Het dorp ligt tegen het landgoed Singraven aan.

Het dorp heeft een oude geschiedenis en is ontstaan als marke en hoorde aanvankelijk

tot

het

kerspel

Denekamp.

Het

huidige

Beuningen

ontwikkelde zich als een kerkdorp, rond de in 1948 gebouwde kerk. De Beuningerstraat slingert als doorgaande weg door het dorp en vormt het historische lint. Via deze weg worden drie kleine woonbuurten ontsloten die na elkaar zijn gebouwd: de Pastoor Bolscherstraat, de Broeninkskamp en de Lomanskamp. Kenmerkend is dat vrijwel alle woningen met hun achtertuin aan het landschap grenzen en veelal zijn omgeven door een groen rand van opgaande beplanting. Mede ook door de vele bomen tussen de woningen heeft het dorp een groene uitstraling.

61

Het agrarisch erf van Landgoed Singraven aan de Beuningerstraat is een waardevol beeld voor Beuningen als entree van het dorp. Naast de kerk liggen centraal in Beuningen nog een school en een horecagelegenheid. Aan de rand van het dorp liggen bedrijven als Maku en Actief Twente. 2.9.2

Koers en keuzes

Richtinggevende kaders Voor Beuningen is er een Landschapsanalyse opgesteld met streefbeeld. Doel van dat project is dat de dorpskern en de directe omgeving van Beuningen worden onderworpen aan een kwaliteitsimpuls. Hierbij worden alle relevante beheersgebieden betrokken. Daaruit vloeit voort dat alle belanghebbende partijen aan het proces deelnemen. Het past bij de gekozen benadering van de dorpsraad om deze partijen in een interactief proces te betrekken bij het project.

Algemeen In Beuningen zetten we in op realisatie van de ‘Visie Kwaliteitsimpuls Boeiend Beuningen’. Inhoudelijk spitsen we de kwaliteitsimpuls toe op de aspecten

leefbaarheid,

verkeersveiligheid,

waterhuishouding,

duurzaamheid en wonen. Voorzieningen In Beuningen wordt een dorpshuis gerealiseerd. Dat dorpshuis (van en voor de Beuningers) biedt aan alle inwoners ruimte voor ontmoeting. Daarom zorgen we voor een goede bereikbaarheid. Wonen Vanuit Beuningen is er vraag naar de realisatie van starterswoningen. Inzet is om achter ’t Sterrebos een zestal starterswoningen te realiseren. De stichting Edwina van Heek (landgoed Singraven) wenst zes vrijstaande woningen op hun grondgebied te realiseren. Bedrijvigheid Binnen de kern Beuningen is geen ruimte voor nieuwe bedrijvenlocaties in de vorm van een ‘traditioneel’ bedrijventerrein.

62

2.10

Gebiedskompas – Glane

Ligging deelgebied 2.10.1 Typering De kern Glane ligt in het zuiden van de gemeente waar de Glanerbeek uitmondt in de Dinkel. Glane is een kleine plattelandskern, gelegen in een mooie omgeving op de overgang van het oude rivierdal en de jonge ontginningen aan de westzijde. De rust en de ruimte dicht bij stedelijke voorzieningen zijn belangrijke kwaliteiten van het dorp. Vanwege de lintvormige structuur van Glane is vanuit veel woningen zicht op het omringende landschap. Een groot aantal achtertuinen grenst direct aan het Dinkeldal. Glane is, evenals Overdinkel, ontstaan door woningbouw voor de werknemers in de Duitse textielindustrie direct over de grens in Gronau. De structuur van het dorp wordt bepaald door de lintbebouwing langs de Gronausestraat. De bebouwing begeleidt de straat als een grotendeels gesloten wand, met af en toe een doorkijkje naar het achterliggende buitengebied. Haaks hierop staan de Weertsstraat en de Meulderinksesch waarlangs de meest recente nieuwbouwwoningen zijn gerealiseerd.

Opvallende

gebouwen

in

Glane

zijn

zalencentrum

Dinkelsweide, El Dorado aan de zuidzijde en de voormalige kerk met daarachter het dorpshuis in het hart van het dorp. De Gronausestraat vormt de verbindingsweg tussen Losser en Gronau. De Weertsstraat/Glanestraat aan de westzijde vormt de directe route naar Overdinkel. De brug over de Dinkel geeft toegang tot het Lagapad dat aan de westzijde langs de Dinkel loopt. Net voor de grens met Duitsland ligt aan de oostzijde de Glanergrensweg. Hieraan staan nog enkele woningen en verderop ligt nog een wooncluster in het buitengebied.

63

2.10.2 Koers en keuzes

Richtinggevende kaders Voor Glane geldt dat de ‘Kwaliteitsimpuls Glane’ met bijbehorende visiekaart na vaststelling door de raad richtinggevend is. In de afgelopen jaren is met het dorp en diverse partners gewerkt aan een visie op grensdorp Glane en haar directe omgeving. Diverse projecten zijn momenteel in ontwikkeling, andere volgen later.

Algemeen Wat betreft het dorp Glane ligt de focus op het uitvoeren van de Kwaliteitsimpuls Glane. Het spreekt voor zich dat alle wensen, opgaven, ideeën en kansen elkaar raken en versterken. En daar komen de ‘grote opgaven’ (zoals energietransitie, klimaatadaptatie, circulariteit, biodiversiteit, etc.) nog bij. Daarom is voorzien in een nog uit te werken samenhangend en gezamenlijk (dorpsraad, waterschap en gemeente) uitvoeringsprogramma dat is gebaseerd op de drie pijlers: 1.

Veerkrachtig watersysteem en rijk cultuurlandschap.

2.

Veilige en aantrekkelijke kern

3.

Veel te beleven.

Deze drie pijlers komen terug in onderstaande visiekaart ‘Kwaliteitsimpuls Glane’. De bijzondere ligging aan het rivierdal en de overgangen naar het buitengebied kunnen wat ons betreft beter benut worden. We willen kwaliteiten samenbrengen. De kwetsbare ligging van Glane vraagt ook voortdurend aandacht voor de verbetering van de landschappelijke inrichting. Wonen In Glane wordt ingezet op incidentele woningbouw op inbreidingslocaties door middel van maatwerk. Bedrijvigheid Binnen de kern Glane is geen ruimte voor nieuwe bedrijvenlocaties in de vorm van een ‘traditioneel’ bedrijventerrein.

64

65

3

Idee

66

In deze Omgevingsvisie leest u onze koers voor onze gemeente voor de komende 20 jaar. U treft hierin aan wat we belangrijk vinden, wat onze ambities zijn en waar we aan gaan werken. Dat kunnen we als gemeente niet alleen. Initiatieven komen immers lang niet altijd bij de gemeente vandaan. Integendeel, veel vaker zijn het onze ondernemers, inwoners en partners die met goede plannen rondlopen. Heeft u een goed idee? Als daarmee uw wens en onze ambities verder worden gebracht, mag u rekenen op een open houding! In hoofdstuk 1 van deze Omgevingsvisie leest u daarover meer. Hieronder vindt u een stappenplan. Het stappenplan helpt u bij het lezen van deze Omgevingsvisie en bij het vormgeven van uw idee en het gesprek met ons. In dat gesprek kijken we dan verder wat er kan en hoe uw plannen realiteit kunnen worden. 3.1

Stappenplan U ziet hier welke stappen u kunt zetten voor het realiseren van uw plan. Ook laat het zien waarvoor en wanneer u de gemeente om hulp kunt vragen. Mocht u tijdens het doorlopen van dit stappenplan ergens tegenaan lopen, neem dan gerust contact op met de gemeente. Stap 1: Past uw plan in het bestemmingsplan/Omgevingsplan? Kijk altijd eerst in het bestemmingsplan (of later: Omgevingsplan). Ga daarvoor naar de website www.ruimtelijkeplannen.nl en zoek de locatie van uw plan. U leest daar heel concreet wat u mag bouwen en hoe u gronden of gebouwen mag gebruiken. Ook ziet u daar in welke gevallen u een vergunning nodig heeft. En goed nieuws: als uw plan past binnen het bestemmingsplan of Omgevingsplan, is verdere toetsing aan de Omgevingsvisie niet nodig! U kunt dan contact opnemen met de gemeente over uw plan en wat u precies moet indienen. De conclusie kan ook zijn dat uw plan niet past binnen de regels van het bestemmingsplan/Omgevingsplan. Ga dan door naar stap 2 Stap 2: Waar wilt u uw plan realiseren? 2a

Buiten een dorp a. Zoek allereerst in hoofdstuk 2 van deze Omgevingsvisie het gebiedskompas dat hoort bij de locatie van uw plan. In het gebiedskompas leest u onze ambities en keuzes voor dat gebied.

67

b. Laat daarna het lijstje met waarden van dat gebied op u inwerken. Het behouden, versterken en herstellen van onze waarden en kwaliteiten vinden we namelijk erg belangrijk. U kunt bij het maken van uw plan rekening houden met deze waarden en kwaliteiten en deze ook gebruiken als inspiratie. In het gebiedskompas leest u vervolgens onze ambities en keuzes voor dat gebied. c. Ga vervolgens verder naar stap 3. 2b

In een dorp a. Zoek allereerst in hoofdstuk 2 van deze Omgevingsvisie het gebiedskompas dat hoort bij de locatie van uw plan. In het gebiedskompas leest u onze ambities en keuzes voor uw dorp. b. Ga vervolgens naar stap 3.

Stap 3: Uitwerken van uw plan a.

Gebruik de informatie uit vraag 2 om uw plan nog sterker te maken.

b.

Welke koppelkansen biedt uw plan op het gebied van water- en bodemsysteem, gezondheid, biodiversiteit en inpassing? Verwerk dit dan in uw plan.

c.

Geeft het gebiedskompas toch onvoldoende houvast? Kijk dan in hoofdstuk 1 van deze Omgevingsvisie. Past uw plan bij de algemene ambities en opgaven die we daar hebben beschreven? Dan gaan we graag met u in gesprek!

Stap 4: Participatie Wij vinden het belangrijk dat u in een vroeg stadium in gesprek gaat met uw buren of andere omwonenden. De reacties van buren en omwonenden kunt u gebruiken om uw plan verder te detailleren. We zien daarbij voor onszelf geen rol, maar helpen graag met een aantal praktische tips. Wij werken dit verder uit in ons participatiebeleid. Stap 5: De Omgevingstafel Heeft u een goed beeld van uw plan en hoe het aan kan sluiten bij onze Omgevingsvisie? Maak dan een afspraak met ons. We hebben een zogenaamde Omgevingstafel ingericht. Aan die Omgevingstafel kijken we samen welke stappen nog nodig zijn om een vergunning te krijgen. 3.2

Let op! Bij dit stappenplan hoort wel een waarschuwing. Onze Omgevingsvisie is naast

onze

bestemmingsplannen/omgevingsplan

een

belangrijk

vertrekpunt voor het toetsen van uw plan. Natuurlijk hopen we dat u voldoende aanknopingspunten ziet voor uw plan. Echter, op enig moment

68

moet uw plan ook worden getoetst aan beleid- en wetgeving van hogere overheden. Denk bijvoorbeeld aan de Omgevingsverordening van de provincie, of wetgeving op het gebied van wegen, verkeer, natuur, stikstof, milieu, etc.… Om uw plan echt uit te kunnen voeren zal uw plan ook rekening moeten houden met de geldende wet- en regelgeving die van toepassing is voor uw plan. Aan de Omgevingstafel (stap 5) kunnen we een goede inschatting maken van de haalbaarheid binnen de bestaande wet- en regelgeving van het Rijk, provincie of waterschappen. Integrale benadering Alle bovenstaande aspecten betrekken wij steeds bij de beoordeling van nieuwe initiatieven en waar nodig en mogelijk geven wij deze als randvoorwaarde mee bij de realisatie van nieuwe plannen en doen dat vooral ook in het raamwerk van de kwaliteitsimpuls groene omgeving (KGO). Wanneer dat op de projectlocatie niet mogelijk is, vragen wij een financiële compensatie in het KGO fonds en streven wij naar een realisatie van de opgaven op andere geschikte locaties.

69

4

Uitvoering en monitoring

70

4.1

Werken in een beleidscyclus Als de Omgevingswet van kracht is, gaan we op een andere manier plannen

maken

dan

we

daarvoor

deden.

Straks

zijn

er

geen

bestemmingsplannen en structuurvisies meer met een vaste looptijd. We gaan denken en werken in een beleidscyclus. Deze cyclus staat nooit stil. Daardoor kunnen we onze plannen steeds aanpassen aan actuele vragen en maatschappelijke ontwikkelingen. Hieronder hebben we een plaatje opgenomen van de beleidscyclus. De beleidscyclus start met de Omgevingsvisie. De cyclus start namelijk bij ambities en wensen. Die vertalen we in programma’s, in het Omgevingsplan en uiteindelijk in de vergunningverlening. 4.2

Monitoring van de Omgevingsvisie De insteek van de Omgevingswet is dat beleidsstukken steeds actueel zijn en worden bijgesteld. Ook de Omgevingsvisie moet altijd ‘bij de tijd’ zijn. Daarom monitoren we tussentijds de Omgevingsvisie en passen deze zo nodig aan. Dat doen we door iedere twee jaar nieuwe factsheets van de fysieke leefomgevingsfoto (zie onderdeel 5) te maken. Door die factsheets vervolgens over elkaar te leggen krijgen we een goed beeld van de veranderingen in de leefomgeving. Daardoor kunnen we zien waar we op koers liggen om onze ambities te realiseren. Ook zien we dan waar aanvullende acties nodig zijn. Door die tweejaarlijkse factsheets gaat de beleidscyclus draaien. Overigens, als we tussendoor met een belangrijke, soms onverwachte, ontwikkeling te maken krijgen, kan het zijn dat we al eerder ons beleid willen bijstellen.

71

De beleidscyclus van de Omgevingswet 4.3

Samenhang tussen Omgevingsvisie, Programma’s en Omgevingsplan Omgevingsvisie De juridische status van een Omgevingsvisie is op elk niveau zelfbindend voor de bestuurslaag die het heeft opgesteld en waarvoor het is opgesteld. De Omgevingsvisie bevat dan ook geen directe werkende regels voor inwoners en ondernemers; regels nemen we op in het Omgevingsplan. De Omgevingsvisie is daarmee in bepaalde mate sturend bij het op- en vaststellen van een omgevingsplan. Concreet betekent dit dat het omgevingsplan in overeenstemming moet zijn met het gemeentelijk beleid (zoals opgenomen in de Omgevingsvisie), tenzij daar in een bepaald geval gemotiveerd van wordt afgeweken. Omgevingsplan Het Omgevingsplan is de opvolger van het bestemmingsplan. In het Omgevingsplan leggen we de bestaande situatie en de bestaande waarden vast. In het Omgevingsplan geven we ook regels voor bijvoorbeeld wat u mag bouwen. Ook vindt u in het Omgevingsplan regels over het gebruik van gronden en gebouwen. We zorgen dat het Omgevingsplan een uitwerking is van deze Omgevingsvisie. Deze Omgevingsvisie geeft een

72

belangrijke

basis

middels

gemeentebrede

keuzes

en

de

gebiedskompassen. Het Omgevingsplan is er nog niet. Als de Omgevingswet ingaat (gepland in juli 2022), worden de bestaande bestemmingsplannen samengevoegd en omgedoopt tot het ‘tijdelijke gemeentelijk Omgevingsplan’. De gemeente heeft daarna tot 2029 om een Omgevingsplan te maken dat aan alle eisen voldoet. Programma’s In deze Omgevingsvisie leest u over onze ambities. Om ambities om te zetten in tastbare resultaten gebruiken, kent de Omgevingswet het instrument ‘Programma’. Willen we het ergens schoner, donkerder, mooier, stiller of gezonder? Of staan in ons Groenbeleidsplan of Mobiliteitsvisie concrete doelen genoemd? Dan geven we in een Programma aan hoe we dat doel bereiken en waarmee dat wordt gemeten. Programma’s kunnen ook speciaal voor een gebied worden gemaakt, bijvoorbeeld omdat er een verzameling van opgaven is voor dat gebied. Het is denkbaar dat we als vervolg op deze Omgevingsvisie een of meerdere Programma’s gaan opstellen. Op termijn willen we al ons sectorale beleid ‘Omgevingswet-proef’ maken. Dat doen we: 1.

door de strategische componenten uit het sectorale beleid te verwerken in de Omgevingsvisie;

2.

door de uitvoeringsaspecten uit het sectorale beleid onder te brengen in Programma’s.

4.4

Samenhang met milieubeginselen De vier milieubeginselen Als het om milieu gaat heeft Nederland in de Europese Unie afspraken gemaakt die altijd en voor alle gemeenten gelden. Dit zijn afspraken over de manier waarop we zorgen voor ons milieu. Er zijn vier basisregels, de ‘milieubeginselen’. Onze Omgevingsvisie respecteert de vier beginselen: 1.

Het voorzorgsbeginsel. Dit betekent dat we activiteiten voorkomen waarvan we verwachten dat ze negatief zijn voor het milieu.

2.

Het

beginsel

van

preventief

handelen.

We

proberen

milieuvervuiling zoveel mogelijk te voorkomen. Dit betekent dat we vooraf maatregelen nemen om een negatief gevolg van een activiteit te voorkomen. Denk aan de inzet van de beste technieken zodat er geen luchtvervuiling ontstaat. Dit doen we overigens nu ook al.

73

3.

Het beginsel van bestrijding aan de bron. Dit betekent dat we bij een negatief gevolg als eerste kijken of er iets bij of in de directe omgeving van de activiteit zelf kan worden veranderd. Bijvoorbeeld door vuile lucht af te vangen of door geluiddempende maatregelen bij het bedrijf zelf toe te passen.

4.

Het beginsel de vervuiler betaalt. Dit betekent dat degene die de activiteit uitvoert ook moet betalen voor het voorkomen of opruimen van de negatieve gevolgen.

Onze uitgangspunten voor milieukwaliteit Voor verschillende milieuaspecten gelden landelijke en Europese regels. Maar we hebben als gemeente ook de ruimte om daar op onderdelen een eigen lijn in te kiezen. En verschillen te maken waar dat nodig is. Want elk gebied is anders en vraagt maatwerk. Daarom werken we vanuit de volgende uitgangspunten: 1.

De kwaliteitseisen die door het Rijk zijn vastgesteld vormen voor ons het minimale niveau.

2.

De milieukwaliteit blijft bij ontwikkelingen behouden en wordt bij voorkeur zelfs verbeterd.

3.

We zorgen dat de milieukwaliteit in een gebied aansluit bij de functie van een gebied.

4.

We werken vanuit het ‘ja, mits’-principe. Dat betekent dat we, als er de ruimte is om een eigen afweging te maken voor milieueisen, daar gebruik van maken. Want we willen graag ontwikkelingen mogelijk maken.

5.

We bieden ruimte om te experimenteren. In die gevallen laten we een plan onder voorwaarden toe en zullen we de milieukwaliteit steeds monitoren om zo nodig daarna ook bij te stellen.

6.

We kiezen bij de verbetering en bescherming van milieukwaliteit bij voorkeur voor een aanpak bij de bron.

7.

De vervuiler betaalt en de belanghebbenden betalen mee.

Verschillende onderdelen van milieukwaliteit Onze milieukwaliteit wordt bepaald door verschillende onderdelen: 1.

geluid

2.

geur

3.

licht

4.

trillingen

5.

luchtkwaliteit

6.

omgevingsveiligheid

7.

bodem en ondergrond

8.

water

74

9. 4.5

lichtvervuiling [2.3.17]

Effecten op het milieu Om de gevolgen voor het milieu in beeld te brengen, worden zogenaamde milieueffectrapportages (MER) opgesteld. Voor deze Omgevingsvisie is geen milieueffectrapportage (MER) gemaakt. Deze visie bouwt namelijk verder op bestaand sectoraal beleid. Er worden geen nieuwe concrete locaties voor ruimtelijke ontwikkelingen aangewezen, die niet ook al in eerder beleid werden aangewezen. Er zijn op dit moment ook geen aanwijsbare m.e.r.-(beoordelings)plichtige besluiten opgenomen of te verwachten. De ambities uit de Omgevingsvisie zijn daarnaast ook nog abstract. Daardoor zijn de milieueffecten daarvan nu niet nauwkeurig in te schatten. We werken de ambities uit in het omgevingsplan of in programma’s als dat nodig mocht zijn. Dan zullen we zo nodig ook een MER maken.

4.6

Samenhang met de Wet voorkeursrecht Als gemeente kunnen we een zogenaamd ‘voorkeursrecht’ vestigen op gronden van anderen. Besluit een eigenaar tot verkoop dan wordt die grond eerst aan de gemeente aangeboden. De gemeente mag de grond daardoor als eerste aankopen. Hiermee kan de gemeente ervoor zorgen dat bepaalde gronden een functie krijgen die de gemeente in de Omgevingsvisie voor ogen heeft. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het mogelijk maken van woningbouw op nu nog agrarische grond. In deze Omgevingsvisie wijzen we geen concrete locaties aan voor een functieverandering. Mochten we als gemeente een voorkeursrecht willen vestigen, maken we dat eerst concreet in een programma of laten we dat blijken uit het Omgevingsplan.

4.7

Kostenverhaal In artikel 13.22 van de Omgevingswet is aangegeven dat het college van burgemeester en wethouders in een overeenkomst bepalingen kunnen opnemen over financiële bijdragen voor ontwikkelingen van een gebied op basis van een Omgevingsvisie of programma. Bovenplanse verevening Het totaal aan projecten moet er voor zorgen dat de gemeente Losser een goede woon-, werk-, en recreatiegemeente is en blijft. De condities en programmamogelijkheden daarvoor zijn niet voor alle projecten gelijk. Deze verschillen kunnen tot gevolg hebben dat sommige projecten een negatief planresultaat hebben, terwijl andere locaties daardoor een extra positief resultaat kunnen hebben.

75

Door bovenplanse verevening ontstaat de mogelijkheid om tekorten op de ene locatie te verrekenen met overschotten op een andere locatie. Het is daarbij wel verplicht een fonds in te stellen (of gebruik te maken van bestaande fondsen). Zonder een Omgevingsvisie is kostenverhaal van bovenplanse kosten niet mogelijk. De gemeente wil, wanneer daarvoor aanleiding is, positieve en negatieve grondexploitatieresultaten tussen plannen met een duidelijk onderlinge relatie met elkaar verevenen. Verevening vindt plaats via een fonds dat gevoed wordt vanuit de plannen met een positief exploitatieresultaat. Financiële bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen Wanneer een grondeigenaar de gemeente verzoekt om de bestemming van zijn grond te wijzigen, dan mag de gemeente haar medewerking afhankelijk stellen van de mate waarin deze eigenaar bereid is een bijdrage te leveren aan de kosten voor ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld, waterberging, natuur en recreatie of de opwek van hernieuwbare energie. De gemeente Losser pleegt al sinds jaar en dag investeringen die bijdragen aan een algemene verbetering van kwaliteiten op het gebied van de wonen, leefbaarheid, voorzieningen, werken en recreatie. Concreet betreft het bijvoorbeeld investeringen gericht op: 1.

de belevingskwaliteit van de woonomgeving (uitzicht, groen, water, landschap en de inrichting van de openbare ruimte);

2.

de functionele kwaliteiten van de woonomgeving (parkeren, sporten, spelen, wandelen, bereikbaarheid en basisvoorzieningen);

3.

de sociale kwaliteiten van de woonomgeving (sociale veiligheid, buurtcontact en het verminderen van overlast);

4.

de bereikbaarheid van woningen, voorzieningen en bedrijvigheid voor inwoners, ondernemers en toeristen;

5.

het imago, de uitstraling en de aantrekkelijkheid van Losser als recreatiegemeente, waardoor toeristen verleid worden om langer te verblijven en bestedingen te verrichten.

De gemeente wil de investeringen in de aanleg van maatschappelijke functies en de uitvoering van reconstructies in het stedelijk en landelijk gebied mede bekostigen door, op basis van vrijwilligheid en in de gevallen waarin de wet dat toe staat, een financiële bijdrage te vragen.

76

4.8

Uitvoeringsagenda In deze Omgevingsvisie hebben we op papier de koers voor onze gemeente uitgezet. Maar natuurlijk willen we dat de visie straks ook in de praktijk wordt uitgevoerd. Alleen dan worden onze ambities immers werkelijkheid! Een uitvoeringsparagraaf is een verplicht onderdeel van de omgevingsvisie. De gemeente moet in de uitvoeringsparagraaf aangeven op welke manier de visie wordt gerealiseerd. Hieronder hebben we een overzicht opgenomen van de projecten die in deze Omgevingsvisie worden benoemd. In dat overzicht hebben we per project aangegeven hoe we die denken uit te voeren. Ook de rol van de gemeente komt daarbij aan bod. De uitvoeringsagenda is een dynamisch onderdeel van de Omgevingsvisie en kan worden aangepast en aangevuld. Bij de verdere uitwerking en realisatie is participatie voor ons een vanzelfsprekendheid.

Ambitie 1 – Een herkenbaar en gastvrij Losser Acties / doelen

Termijn

Realisatie via

Meer nadruk op bescherming van

Kort

- Inventarisatie karakteristieke panden

karakteristieke panden en

- Beschermende regeling in het Omgevingsplan

cultuurhistorische waarden

- Uitsluitend verharding van onverharde wegen in het landelijk gebied na brede (belangen)afweging

Behouden en herstellen van

Middellang

- Opstellen Programma Groen

Landschapselementen en

- Beschermende regeling in het Omgevingsplan

natuurgebieden

- Instellen landschapsfonds - Versterken economische basis onder landgoederen - Gebiedsproces en Gebiedsvisie Lutterzand

Tegengaan lichtvervuiling in Nationaal

Middellang

Landschap

- Bij vervanging minder lichtvervuilende armaturen plaatsen - Stimuleren om terughoudend om te gaan met verlichting - Regeling in het Omgevingsplan

Aantrekkelijkheid voor recreanten en bezoekers vergroten

Middellang

- Verder bouwen aan toeristische backbone - Opstellen Programma recreatie en toerisme - Optimaliseren routes - Veilig aansluiting recreatieve infrastructuur op de utilitaire infrastructuur - Flexibele regels voor recreatieondernemers in het Omgevingsplan - Ruimte voor nieuwe dag- en verblijfsrecreatie voorzieningen ten zuiden van de Oldenzaalsestraat (N734)

77

Ambitie 2 – Leefbaar en gezond Losser Acties / doelen

Termijn

Realisatie

Prettig wonen voor jong en oud

Middellang

- Afspraken met ontwikkelende partijen over aantallen en type woningen - Ruimte voor vernieuwende woonvormen - Ruimte voor initiatieven vanuit de dorpen en wijken - Inzet domotica - Ontwikkelen en uitvoeren woningbouwprojecten - Uitvoeren van de Kwaliteitsimpulsen - Beleidsprogramma omzetten recreatiewoningen naar woonbestemming

Aantrekkelijke centra

Kort

- Werken aan compacte centra - Kwalitatief hoogwaardige inrichting openbaar gebied - Stimuleren van ‘reuring’ in de centra

Goede voorzieningen

Kort

- Ruimte om exploitatie Kulturhusen te verbeteren - Uitvoeren Kwaliteitsimpulsen - Optimale toegankelijkheid voorzieningen (fysiek en/of digitaal) - Realiseren dorpshuis Beuningen

Vasthouden en verbeteren goede staat

Middellang

van gezondheid

- Voorlichting (preventie) op het gebied van roken, drinken en obesitas - Werken aan een fysieke leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten - Opstellen gebiedsgericht beleid voor geur, stof en geluid

Ambitie 3 – Een toekomstgericht Losser Acties / doelen

Termijn

Realisatie

Energieneutraal in 2040

Middellang

- Regierol bij energie- en warmtetransitie - Vergroenen bebouwde omgeving als klimaatadapterende maatregel - Stimuleren duurzame manieren van vervoer - Ruimte aan nieuwe vormen van hernieuwbare energie - Verdere uitwerking thema bodem en ondergrond - Uitvoeren RES-opgaven - Inzetten op Smart Mobility / MaaS

Ambitie 4 – Een innovatief en ondernemend Losser Acties / doelen

Termijn

Realisatie

Landbouw met toekomst

Middellang

- Samenwerken met de sector aan transitie in de landbouw - Ruimte bieden voor nieuwe verdienmodellen - Via

voorlichting

werken

aan

bewustwording

bij

de

consument voor duurzaam en lokaal geproduceerd voedsel Gezond ondernemersklimaat

Middellang

- Ruimte voor groei van bestaand bedrijven - Maatwerk bij nieuwvestiging, o.a. op vrijkomende locaties in het landelijk gebied - Vergroting van de diversiteit op de bedrijventerreinen - Werken aan circulaire economie - Stimuleren samenwerking tussen de sectoren, o.a. door innovatiewerkplaatsen

78

5 Achtergrond

79

5.1

Het proces De Omgevingsvisie is een product van onze samenleving. We hebben daarom samen met onze inwoners, ondernemers, betrokkenen en experts gebouwd aan deze Omgevingsvisie. Dat bouwen gebeurde in verband met Corona, hoofdzakelijk langs digitale weg. Het proces bestaat uit twee fasen. Fase 1 – Nota van Uitgangspunten In algemene zin is deze fase 1 gericht geweest op het vastleggen van de kaders waarbinnen de Omgevingsvisie wordt opgesteld. Die kaders zijn langs een aantal stappen bepaald: -

een analyse van het bestaand gemeentelijke beleid;

-

een analyse en duiding van trends en ontwikkelingen die op de gemeente afkomen;

Deze analyses kwamen tot stand in overleg met een ambtelijke projectgroep, een

zogenaamd

‘kennislab’

(bestaande

uit

circa

30

maatschappelijke partners) en de raadswerkgroep. Vanuit deze gesprekken is vervolgens een aantal uitgangspunten geformuleerd en neergelegd in een concept-Nota van Uitgangspunten. Na een nieuwe ronde (in hoofdzaak digitale) gesprekken werd de Nota van Uitgangspunten op 18 mei 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. De inhoud van de Nota van Uitgangspunten vormt de basis voor met name hoofdstuk 1 van deze Omgevingsvisie. Fase 2 – Omgevingsvisie De Omgevingsvisie moet de visie zijn ‘van en voor de inwoners’. Aan het begin van deze fase stond daarom het gesprek met de inwoners centraal. Vanwege Corona vonden deze gesprekken digitaal plaats. In de eerste plaats worden inwoners uitgenodigd een enquête in te vullen met vragen over waarden, kwaliteiten en te maken keuzes. Ook werd een digitaal ‘Omgevingsfestival’ georganiseerd. Tijdens dat festival konden inwoners reageren op de Nota van Uitgangspunten, een online prikbord invullen en live in gesprek met medewerkers van de gemeente over de ambities uit de Nota van Uitgangspunten. In dezelfde periode vonden gesprekken plaats met de lokale afdeling van LTO-Noord en de Dorpsraden. Doel van al die gesprekken was om de Nota van Uitgangspunten uit te werken en te concretiseren tot Omgevingsvisie.

80

Digitaal festivalterrein Op basis van bovenstaande stappen en gesprekken is vervolgens de concept-omgevingsvisie opgesteld. Dit concept is besproken met de ambtelijke projectgroep en het College van B&W. PM – nader in te vullen na volgende processtappen 5.2

Gebruikte informatie We hebben bij het maken van de Omgevingsvisie gebruik gemaakt van veel informatie die al in eerdere fasen van het proces is verzameld. Het gaat om de volgende onderdelen: 5.2.1

Factsheets Fysieke Leefomgeving De factsheets zijn te raadplegen in bijlage 1 van de Nota van Uitgangspunten

5.2.2

Trends en ontwikkelingen Het overzicht van trends en ontwikkelingen vindt u in hoofdstuk 3 van de Nota van Uitgangspunten.

5.3

Relatie met bestaand beleid De ambities die in onze Omgevingsvisie zijn opgenomen, hebben een relatie met beleid van hogere overheden en ons eigen, bestaande, sectorale beleid. In deze paragraaf geven we daarvan een overzicht. 5.3.1

Relatie met de opgaven vanuit hogere overheden Nederland staat de komende tijd voor een aantal grote opgaven. Omdat die opgaven zich niet beperken tot de grenzen van een gemeente of regio, hebben het Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen afgesproken om – middels het Interbestuurlijk Programma (IBP) – samen tien grote

81

maatschappelijke opgaven aan te pakken. Van die tien maatschappelijke opgaven hebben zes een duidelijke link naar fysieke leefomgeving: 1.

Samen aan de slag voor het klimaat

2.

Toekomstbestendig wonen

3.

Regionale economie als versneller

4.

Naar een vitaal platteland

5.

Merkbaar beter in het sociaal domein (o.a. aanpak eenzaamheid)

6.

Goed openbaar bestuur in een veranderende samenleving (o.a. aanpak ondermijningsgevoelige gebieden en het benutten van kansen door beter digitale bereikbaarheid)

Hieronder is een overzicht opgenomen van deze zes maatschappelijke opgaven en de wijze waarop Losser hier uitvoering aan geeft. Daarbij is tevens een link gelegd met de 4 integrale ambities uit de Omgevingsvisie. 1.

Een herkenbaar en gastvrij Losser

2.

Een leefbaar en gezond Losser

3.

Een toekomstgericht Losser

4.

Een innovatief en ondernemend Losser

Maatschappelijke

Opgave uitgewerkt in:

opgave

Koppeling met ambities

1. Samen aan de slag voor het klimaat 2. Toekomstbestendig wonen 3. Regionale economie

Regionale Energiestrategie (RES),

3

Warmtetransitievisie, Woningbouwimpuls rijk, Kwaliteitsimpulsen

2, 3, 4

in de verschillende kernen Circulaire economie

3, 4

Bestemmingsplan buitengebied,

1, 2, 3 en

Buitengebied met kwaliteit, Casco-beleid,

4

als versneller 4. Naar een vitaal platteland

Gebiedsvisie Noordoost-Twente 5. Merkbaar beter in

Sportakkoord, Preventieakkoord

2

Implementatieprogramma Omgevingswet,

1, 2, 3 en

invulling ‘ja, mits-benadering’

4

het sociaal domein 6. Goed openbaar bestuur in een veranderende samenleving

5.3.2

Relatie met het provinciaal beleid Het ruimtelijke beleid van de provincie is vastgelegd in de Provinciale Omgevingsvisie en bijbehorende Omgevingsverordening. Hierbij gaat het om gemeente-overstijgende belangen. Net als de gemeente werkt de provincie vanuit waarden en kwaliteiten: voor beide zijn de unieke waarden leidend voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel staat namelijk dit citaat:

82

“Ruimtelijke kwaliteit willen we realiseren door nieuwe initiatieven in de fysieke leefomgeving te verbinden met de bestaande kwaliteiten van Overijssel. Dit betekent niet alleen het koesteren en beschermen van bestaande kwaliteiten, maar juist ook het versterken en vernieuwen van deze kwaliteiten door ze ontwikkelingsgericht in te zetten. Versterken en vernieuwen draagt zo bij aan de herkenbaarheid en onderscheidendheid van de plek. Daarnaast biedt het leggen van nieuwe verbindingen tussen bestaande gebiedskwaliteiten en nieuwe initiatieven natuurlijk ook kansen voor het toevoegen van nieuwe kwaliteiten, nieuwe identiteiten en nieuwe verhalen”. Deze

strategische

opgaven

komen

ook

terug

in

de

Losserse

Omgevingsvisie. De conclusie luidt dan ook dat de Omgevingsvisies van gemeente en provincie op strategisch niveau goed op elkaar aansluiten. Ondanks het feit dat de provinciale Omgevingsvisie niet verplicht doorwerkt in onze Omgevingsvisie, is dat een fijne constatering. Bij dit alles tevens de aantekening dat de provinciale Omgevingsvisie momenteel wordt geactualiseerd. Het ligt daarbij niet in de lijn der verwachting dat de hoofddoelen van het provinciale beleid fundamenteel zullen wijzigen. De provinciale Omgevingsverordening bevat vervolgens de regels ter uitwerking van de provinciale Omgevingsvisie. Deze regels hebben een verplichte doorwerking naar gemeentelijke bestemmingsplannen en omgevingsplannen. 5.3.3

Relatie met het beleid van Waterschap Vechtstromen Recent is door waterschap Vechtstromen de Watervisie 2050 vastgesteld. In de Watervisie blikt het waterschap vooruit naar de grote, integrale opgaven die voor de verdere toekomst worden gezien. De Watervisie wordt echter ook gezien en gebruikt als inbreng voor gemeentelijke Omgevingsvisies. In de Watervisie worden zeven ambities geformuleerd: 1.

Het aanpassen van de waterhuishouding op het gebruik van de ruimte bereikt zijn grenzen.

2.

Het grootste en meest geschikte reservoir om water in te bergen is de bodem.

3.

Ons water moet, zowel ecologisch als chemisch, van goede kwaliteit zijn. Schoon water is de basis voor een veilige leefomgeving en drager van natuur- en landschapskwaliteit.

4.

Waterschap Vechtstromen is een op duurzame ontwikkeling gerichte partner.

5.

Zuiveringsinstallaties

worden

83

knooppunten

voor

circulair

watergebruik en de productie van energie en grondstoffen. 6.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=192f17ec-e71d-4850-bd8c-62278a0ed82c