Vragen en antwoorden raadsfracties Bestuurlijke Toekomst.docx
Tekst van het document
Cyclus: n.v.t.
Beeldvormende ronde: 29 april 2021
Opiniërende ronde: 10 juni 2021
Technische vragen raadsvergadering: 15 juli 2021
Noot beantwoording vragen Het rapport ‘Bestuurlijke Toekomst Loon op Zand, huidig beeld en verkenning van de mogelijkheden’ is op verzoek van uw raad door Berenschot opgesteld. Met het rapport gaf Berenschot onafhankelijk invulling aan het plan van aanpak dat u op 25 juni 2020 vaststelde. Waar mogelijk beantwoordde Berenschot als onafhankelijk onderzoekers de vragen. De andere vragen beantwoordde uw college. Aan het begin van het antwoord geven we steeds aan wie het antwoord gaf. In de derde kolom staat wie de beantwoording verzorgde. De vragen van PRO3 beantwoordde Berenschot. Om de context duidelijk te houden staan de antwoorden op deze vragen in een aparte bijlage bij dit overzicht. Agendapunt 4: Raadsvoorstel rapport 'Bestuurlijke Toekomst Loon op Zand, huidig beeld en verkenning van de mogelijkheden' Partij
Vraag
Antwoord
VoorLoon
Blz. verwijzing Nvt
Klopt het financieel niet rooskleurige beeld voor de toekomst zoals dit in het rapport wordt voorgesteld?
College De kengetallen geven signalen af over het samengestelde financieel risicoprofiel. Voor het bepalen van het toekomstperspectief moeten ook andere factoren, zoals onzekerheid van rijksinkomsten, economische ontwikkelingen en maatschappelijke trends worden gewogen.
VoorLoon
p. 38
Op pagina 38 is zichtbaar dat de verhouding tussen eigen vermogen en totaal vermogen aanzienlijk verslechterd is in de periode 20162021 namelijk van 28% naar 17%. Waardoor wordt dit veroorzaakt en wat zijn de gevolgen voor de toekomst indien deze verhouding de komende 5 jaar een vergelijkbare verslechtering zal laten zien?
College De daling in solvabiliteit wordt vooral veroorzaakt door een daling van het eigen vermogen (reservepositie). Door onder andere negatieve resultaten in het Sociaal domein is de algemene reserve gedaald. De cijfers voor 2020 en verder zijn gebaseerd op de ramingen waarin we ook de voornemens tot investeringen meenemen. Dit leidt veelal tot een verwachte stijging van het vreemd vermogen. Uit de Jaarrekening 2020 blijkt dat de investeringen in 2020 niet leiden tot een uitbreiding van het vreemd vermogen en zien we zelfs een verbetering van de solvabiliteit. Reden hiervoor is dat de reservepositie verbetert. Het risico van een lage solvabiliteit is dat er onvoldoende ‘vet op de botten zit’. De ingezette ombuigingsmaatregelen vanaf 2020 richten zich juist op een versterking van het eigen vermogen.
VoorLoon
p. 44
Op pagina 44 zijn er 4 pijlers weergegeven. Graag krijgen we inzicht per pijler wat er op de korte termijn en de lange termijn voor maatregelen noodzakelijk zijn.
College De genoemde vier pijlers voor een toekomstbestendige begroting zijn deels terug te vinden in de Kadernota 2021. Hierin stelde uw raad de financiële kaders, speerpunten, uitgangspunten en spelregels vast voor financiële beheersing. Deze zijn daarmee ook het kader waarbinnen wij de opgave financiële beheersing uitvoeren. De schuldpositie heeft in deze niet onze eerste prioriteit. We volgen de
1
Cyclus: n.v.t.
Beeldvormende ronde: 29 april 2021
Opiniërende ronde: 10 juni 2021
Technische vragen raadsvergadering: 15 juli 2021
Agendapunt 4: Raadsvoorstel rapport 'Bestuurlijke Toekomst Loon op Zand, huidig beeld en verkenning van de mogelijkheden' Partij
Blz. verwijzing
Vraag
Antwoord ontwikkelingen op de financiële markt om leningen tegen een zo gunstig mogelijk tarief aan te trekken of te wijzigen (zie de recente raadsinformatiebrief hierover). Daarnaast zetten we in op realistischere planningen voor de investeringsagenda. Structureel en reëel evenwicht en budgetdiscipline gaan samen. Bij de begroting richten wij ons op keuzes om te komen tot een structureel en reëel evenwicht. Als gemeente kunnen we in principe aan vier knoppen draaien: verlagen uitgaven (kostenbesparende maatregelen); verhogen inkomsten (lastenverhoging); verkoop activa; minder investeren. Om te weten aan welke knoppen we kunnen draaien (en in welke mate) is het nodig om inzicht te hebben. We zetten in op een beter zicht op (financiële) trends en ontwikkelingen door monitoring (denk aan monitor Sociaal domein, mobiliteit, woningmarkt en berap) en budgetdiscipline. Budgetdiscipline zorgt voor de dagelijkse beheersing. De activiteiten binnen de opgave financiële beheersing zijn gericht op het beter faciliteren van budgetdiscipline door de verbetering van het financieel instrumentarium en training en coaching van medewerkers. De mate waarin we uitgaven kunnen verlagen of inkomsten verhogen vereist ook kaderstellende –inhoudelijke– keuzes in bijvoorbeeld de visie op het Sociaal domein of de Omgevingsvisie.
Dit zijn de kaders waarbinnen financiële maatregelen mogelijk zijn en zijn daarmee belangrijke ingrediënten voor een toekomstbestendige begroting.
2
Cyclus: n.v.t.
Beeldvormende ronde: 29 april 2021
Opiniërende ronde: 10 juni 2021
Agendapunt 4: Raadsvoorstel rapport 'Bestuurlijke Toekomst Loon op Zand, huidig beeld en verkenning van de mogelijkheden' Partij VoorLoon
Blz. verwijzing p. 16
Vraag
Antwoord
Pagina 16, tabel 9 is het naast het verstrekte inzicht mogelijk om inzicht in de kosten per inwoner te krijgen.
College
3
Technische vragen raadsvergadering: 15 juli 2021
Cyclus: n.v.t.
Beeldvormende ronde: 29 april 2021
Opiniërende ronde: 10 juni 2021
Technische vragen raadsvergadering: 15 juli 2021
Agendapunt 4: Raadsvoorstel rapport 'Bestuurlijke Toekomst Loon op Zand, huidig beeld en verkenning van de mogelijkheden' Partij CDA
Blz. verwijzing
Vraag
Antwoord
a. In hoeverre is bij ongewijzigde omstandigheden de gemeente Loon op Zand in de komende tien jaar nog in staat om te beschikken over vrije beleidsruimte en financiële ruimte?
Berenschot a. Deze vraag gaat over vrije beleidsruimte en financiële ruimte. Beide hangen met elkaar samen. Er zijn meer mogelijkheden om een vrije beleidsruimte in te vullen als daar ook financiële middelen voor zijn. De vrije beleidsruimte van gemeenten kan worden ingeperkt door landelijke wet- en regelgeving en door regionale samenwerkingen waarbij gemeenten zichzelf vastleggen. Landelijk zien we een trend dat gemeenten met steeds meer eisen worden geconfronteerd vanuit het Rijk, ook in verband nieuwe maatschappelijke opgaven zoals de energietransitie. Verder zien we dat de schaal van de regio steeds belangrijker wordt, waarbij gemeenten (vaak vrijwillig, soms door het Rijk opgelegd) zich voegen naar de afspraken die op dat niveau worden gemaakt. De vrije beleidsruimte wordt daarmee langzaam kleiner. Dit geldt voor alle gemeenten waarbij we zien dat grotere en krachtigere gemeenten zowel over de landelijke eisen als de regionale afspraken meer mogelijkheden hebben om aan de eisen te voldoen en meer invloed hebben in de regio. De financiële ruimte is onderwerp van hoofdstuk 4 van het rapport. De financiële ruimte hangt af van het geld van het Rijk en van lokale keuzes rond inkomsten en uitgaven. b. Wat betreft de vrije beleidsruimte is het noodzakelijk om over een sterk bestuur en een sterke organisatie te beschikken. Over de financiële ruimte gaat hoofdstuk 4.
Daarin staan vier pijlers voor een toekomstbestendige begroting.
b. Welke keuzes/besluiten (bandbreedte?) zijn noodzakelijk om die vrijheid te behouden?
CDA
Is het sociaal domein als kostenpost in toom te houden zonder (veel) concessies te doen aan de kwaliteit van de dienstverlening ?
4
Berenschot De meeste gemeenten in Nederland worden geconfronteerd met steeds hogere lasten voor het Sociaal domein, terwijl de inkomsten uit het gemeentefonds hierbij achterblijven. Bovendien zijn er steeds meer inhoudelijke eisen (zie hiervoor het antwoord op de vraag hierboven). Het is echter niet zo dat gemeenten geen ‘knoppen hebben om aan te draaien’. Het is wel degelijk mogelijk om op lokaal niveau richtingen te bepalen. Wat daarbij moet worden gezien als ‘kwaliteit van de dienstverlening’ en wat dan een concessie is, is een politieke keuze. Interessant achtergrondmateriaal hiervoor biedt de visitatiecommissie Sociaal Domein die onlangs een nieuwe tussenrapportage heeft uitgebracht (zie
Cyclus: n.v.t.
Beeldvormende ronde: 29 april 2021
Opiniërende ronde: 10 juni 2021
Technische vragen raadsvergadering: 15 juli 2021
Agendapunt 4: Raadsvoorstel rapport 'Bestuurlijke Toekomst Loon op Zand, huidig beeld en verkenning van de mogelijkheden' Partij
Blz. verwijzing
Vraag
Antwoord https://vng.nl/artikelen/visitatiecommissie-financiele-beheersbaarheid-sociaaldomein).
CDA
Wat kan de burger bij ongewijzigde omstandigheden vanuit de gemeente de komende tien jaar verwachten in termen van lokale belastingdruk en kwaliteit van de dienstverlening?
Berenschot Als u onder ‘ongewijzigde omstandigheden vanuit de gemeente’ verstaat dat de politiek geen keuzes maakt, is dat een theoretische vraag. Berenschot wijst er in het rapport op (zie pagina 4) dat het tijd is voor een keuze. Wanneer een keuze achterwege blijft, heeft dit met name zijn weerslag op de organisatie. De slagkracht van de gemeente (dienstverlening, realiseren van bestuurlijke plannen) gaat achteruit en nieuwe eisen (zie hierboven) worden steeds lastiger om in te vullen. De huidige begroting is structureel en reëel sluitend. Bij ongewijzigde omstandigheden zijn er dus geen gevolgen voor de belastingdruk, die overigens verhoudingsgewijs al hoog is. Omstandigheden wijzigen echter continue.
CDA
Kan de gemeente een project als De Wetering –gegeven de huidige en te verwachten financiële scenario’s– wel realiseren volgens de laatste planvorming? Welk effect heeft realisatie op de financiële kengetallen, zoals door Bureau Berenschot genoemd?
College Bij de programmabegroting 2021 is financiële ruimte gecreëerd (volgens de destijds beschikbare inzichten) voor De Wetering. Daarmee is deze potentiële investering reeds volledig verwerkt in de kengetallen. Een wijziging in –bijvoorbeeld het benodigde krediet– heeft daardoor een beperkt effect op de ontwikkeling van de financiële kengetallen.
Vanaf p. 10 beschrijft Berenschot in zijn Nota van Bevindingen dat een bovengemiddeld percentage van de bevolking in de gemeente gebruikmaakt van de Wmo-voorzieningen. Daarnaast zit de gemeente duidelijk onder het landelijk gemiddelde daar waar het gaat om WWpercentage en aantal uitkeringsgerechtigden in de bijstand. Wat doet de gemeente momenteel met dergelijke informatie? Wordt de meerjarenbegroting verrijkt met de effecten van deze informatie?
College Deze inzichten gebruiken we bij keuzes binnen de beleidscyclus en zijn een onderlegger om te komen tot de financiële prognoses, zoals we deze in de meerjarenbegroting verwerken.
CDA
p. 10
5
Vanuit de opgave financiële beheersing werken we aan een verbeterslag om onze beleidsambities in de begroting beter inzichtelijk te maken aan de hand van indicatoren en kengetallen.
Cyclus: n.v.t.
Beeldvormende ronde: 29 april 2021
Opiniërende ronde: 10 juni 2021
Technische vragen raadsvergadering: 15 juli 2021
Agendapunt 4: Raadsvoorstel rapport 'Bestuurlijke Toekomst Loon op Zand, huidig beeld en verkenning van de mogelijkheden' Partij
Vraag
Antwoord
CDA
Blz. verwijzing p. 11
Het rapport van Berenschot stelt op p. 11 dat de oplopende kosten vragen om beheersmaatregelen en het verbeteren van de stuurinformatie en prognoses, zodat de effecten van maatregelen beter zichtbaar worden en beter geanticipeerd kan worden op ontwikkelingen in de vraag. Deze zinsnede geeft mij de indruk dat Berenschot zich niet heeft kunnen laten overtuigen dat een dergelijk early warningsysteem is aangetroffen. Gegeven de verwachting dat de zorgkosten voor gemeen-en stijgen met %, houden wij hier rekening mee? Zien we dit effect de laatste jaren terug in de rekening?
College Mede op basis van inzichten uit het verleden (onder meer Jaarrekening 2018 en 2019), de monitor Sociaal domein en gesprekken met onze regiopartners stelden we de prognoses in het Sociaal domein vanaf de berap 2020-1 structureel bij naar een meer realistisch verloop. Hierbij houden we inderdaad rekening met kostenstijgingen door ontwikkeling doelgroep en contractuele verplichtingen. Daarnaast ging de opgave ‘Grip in het Sociaal domein’ van start, waarbij we inzetten op beheersing. Het is op dit moment nog te vroeg om met elkaar te spreken over de concrete resultaten van deze inzet.
CDA
p. 23
Een steeds terugkerend onderwerp is de personeelsformatie. Op p. 23 staan de aspecten waaraan het ontbreekt en welke voor iedere insider herkenbaar zijn. Mijn vraag is, gegeven de beschreven zaken van Berenschot, welke naar mijn mening al ten minste tien jaar ongewijzigd voortduren: hoe zijn de gepresenteerde verbeteringen door te voeren? Weliswaar een organisatorische vraag, maar wel eentje met een financiële impact dunkt mij.
College Deze verbeteringen zetten we in vanuit de opgave organisatieontwikkeling. Het verbeteren van de organisatie betreft niet alleen een vraagstuk van formatie. Binnen de opgave organisatieontwikkeling werken we vanuit zes pijlers aan de routekaart voor de organisatie. Deze zes pijlers zijn personeel en organisatie, bestuurlijke vernieuwing, financiële beheersing, ICT, dienstverlening en communicatie. Voor een deel stelde uw raad bij de programmabegroting 2021 hiervoor al middelen beschikbaar. Vanuit de kadernota 2022 gaan wij met u –bij de programmabegroting 2022– in gesprek over een noodzakelijke investering in formatie en in met name ICT.
Bestaat er zicht op hoeveel het kost (incidenteel en structureel) om de basis op orde te brengen?
Berenschot Dat is niet onderzocht in het kader van deze toekomstverkenning. Wel zijn er gegevens op basis van eerder onderzoek van BMC en de huidige begroting. Op basis van dit eerdere onderzoek van BMC van 2019 werd geadviseerd de organisatie 15% op te plussen. Destijds betekende dat 1,5 miljoen structureel. (zie rapport pagina 32).
CDA
In de huidige plannen (gemeentebegroting) is sprake van structureel € 349.000,- in 2021 en € 490.000,- in 2022 plus incidentele uitgaven van € 127.000,- in 2021 en € 20.000,- in 2022. Dit op basis van een interne inventarisatie van wat nodig is binnen de organisatie (ook op pagina 32 van het rapport). Er is daarbij de ambitie om de externe inhuur af te bouwen (hetgeen de druk wel weer vergroot). 6
Cyclus: n.v.t.
Beeldvormende ronde: 29 april 2021
Opiniërende ronde: 10 juni 2021
Technische vragen raadsvergadering: 15 juli 2021
Agendapunt 4: Raadsvoorstel rapport 'Bestuurlijke Toekomst Loon op Zand, huidig beeld en verkenning van de mogelijkheden' Partij
Blz. verwijzing
CDA
CDA
p. 30
Vraag
Antwoord
De ontwikkeling van de netto schuldquote geeft mij persoonlijk geen directe aanleiding tot verontrusting. De dynamiek achter de licht gestegen hoogte ervan is voor mij wel aanleiding om af te vragen welke investeringen dan opeens een lening vereisen in 2021? Waren die niet te voorzien door middel van reservering? Hebben we hier te maken met een incident of is dit een ‘begin van een einde’-reeks?
College In de gepresenteerde overzichten is een vloeiende overgang gemaakt tussen kengetallen op basis van realisatiecijfers en begrotingscijfers. In de realisatiecijfers zien we een daling van de schuldquote (zie ook Jaarrekening 2020). In het investeringsplan is veelal in het begrotingsjaar een groter volume opgenomen. Dit heeft te maken met uitgestelde –maar wel geplande– investeringen uit eerdere jaren die nu samenkomen in één jaar.
In het verlengde van de vorige vraag komen we vanzelf bij de casus die door Berenschot wordt beschreven op p. 30 onderaan. Voor mij een indringende perceptie dat het liquiditeit genererende vermogen van de jaarrekening (in 2018) van Loon op Zand onvoldoende was om af te lossen en rente te betalen. Bij een licht gestegen netto schuldquote zal dit verschijnsel naar mijn mening nog even voortduren. Hoe kan dit worden opgelost?
College Gelukkig konden we in 2018 gewoon zowel rente als aflossing betalen en hadden we daar geen extra leningen voor nodig. In de gepresenteerde overzichten is een vloeiende overgang gemaakt tussen kengetallen op basis van realisatiecijfers en begrotingscijfers. In de realisatiecijfers zien we een daling van de schuldquote (zie ook Jaarrekening 2020). In de tabel op pagina 38 maken we een vergelijking tussen de Jaarrekening 2016 en de Begroting 2021. De vaste schuld nam daarin met € 7,3 miljoen toe tot € 44,8 miljoen. In de Begroting 2021 maakten we daarbij de nuancering dat de geplande investeringen leiden tot een toename van de schuld, maar dat de investeringsagenda nog wordt heroverwogen en dat dit waarschijnlijk leidt tot een lagere liquiditeitsbehoefte. In de Jaarrekening 2020 zien we dat de vaste schuld per 31-12-2020 ruim € 9,4 miljoen lager is dan bij de begroting werd gedacht. Als we kijken naar het liquiditeit genererende vermogen gaat het om het primair surplus. In het rapport ‘Houdbare gemeentefinanciën’ definieert de VNG dit als de som van de afschrijvingen en het exploitatieresultaat voor bestemming van de reserves. Hierin wordt de rentelast niet meegenomen. Dit is namelijk, in tegenstelling tot afschrijvingen, wel een kostenpost in de begroting/jaarrekening waar een kasstroom tegenover staat.
Rente wordt dus vanuit de exploitatie van het jaar zelf betaald en hoeft niet vanuit het liquiditeit genererende vermogen te komen. Het primair surplus is een interessante benadering om meer inzicht te krijgen in de houdbaarheid van de schulden. Om dit zorgvuldig te bekijken is echter wat complexer dan de eenvoudige vergelijking op basis van de jaarrekening.
7
Cyclus: n.v.t.
Beeldvormende ronde: 29 april 2021
Opiniërende ronde: 10 juni 2021
Technische vragen raadsvergadering: 15 juli 2021
Agendapunt 4: Raadsvoorstel rapport 'Bestuurlijke Toekomst Loon op Zand, huidig beeld en verkenning van de mogelijkheden' Partij
Vraag
Antwoord
Op p. 31 wordt in een vergelijkend overzicht geïllustreerd hoe in vijf jaar tijd het positieve eigen vermogen transformeert naar een negatief eigen vermogen. Nog daargelaten dat een negatief eigen vermogen voor gemeenten niet direct invloed heeft op de continuïteit, heeft deze ontwikkeling wel impact op de vlottende activa (kaspositie) en financiële vaste activa. Met andere woorden: het overzicht toont overduidelijk dat de gemeente krap bij kas zit. Welke verklaring is daarvoor te vinden en hoe komen we daar als gemeente uit?
College Zie antwoord op 2e vraag VoorLoon op pagina 1.
CDA
Een voor mij moeilijk te begrijpen kengetal is de ‘structurele exploitatie ruimte’. Maar ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat er verband is tussen dit kengetal en mijn hierboven genoemde vragen onder punten 6 en 7. De ontwikkeling hiervan lijkt zorgwekkend. Kan mij worden uitgelegd of dit inderdaad zorgwekkend is en aan welke knoppen we kunnen draaien?
College Er is een groot verschil tussen de structurele exploitatieruimte op basis van realisatiecijfers (jaarrekening) en op geraamde cijfers (begroting). Een gemeente is gebaat bij stabiliteit en daarmee een zo consistent mogelijk structureel beeld. Dat wordt gerealiseerd door bij de begroting te streven naar een positieve structurele exploitatieruimte, maar niet groter dan 1%. Bij een grotere ruimte houdt dat namelijk in dat middelen onnodig worden vastgehouden en niet worden ingezet om structurele taken uit te voeren. Bij de jaarrekening blijkt in hoeverre de inschattingen bij de begroting realistisch zijn geweest. In ideale zin wil je dat deze in elkaars verlengde liggen. Als dat niet zo is (zoals in Loon op Zand), is er reden om te investeren in financiële beheersing, zoals we op dit moment ook doen.
CDA
De externe financiële ontwikkelingen geven mij de indruk dat de gemeente weinig (extra’s) hoeft te verwachten vanuit het Rijk, klopt dat?
College Er is al geruime tijd discussie over de opbouw en herverdeling van het gemeentefonds. Het is onzeker wat wij daarin kunnen verwachten van het Rijk.
De aangedragen oplossingen op p. 34 om de financiën verder te versterken geven mij geen gevoel dat de gemeente op autonome wijze structureel garen op de klos kan krijgen. Dit mede gegeven de complexe opgaven die de gemeente staan te wachten. Berenschot spreekt van ‘politieke keuzes’. Dat is interessant. Een aantal keuzes zal ongetwijfeld voor de lokale bevolking bezwarend of verzwarend zijn.
College Zie antwoord op 3e vraag VoorLoon op pagina 1.
CDA
CDA
Blz. verwijzing p. 31
p. 34
8
Cyclus: n.v.t.
Beeldvormende ronde: 29 april 2021
Opiniërende ronde: 10 juni 2021
Technische vragen raadsvergadering: 15 juli 2021
Agendapunt 4: Raadsvoorstel rapport 'Bestuurlijke Toekomst Loon op Zand, huidig beeld en verkenning van de mogelijkheden' Partij
Blz. verwijzing
Vraag
Antwoord
We raken hierbij een cruciaal punt of wij als fractie deze keuzes kunnen benoemen ook in termen van toenemende verzwaring in euro’s.
Pro3
Bent u het met ons eens dat behoud van zelfstandigheid van de gemeente bevorderlijk is voor een grotere betrokkenheid van de inwoners/organisaties in vergelijking met een gemeente die fuseert met een andere gemeente.
Berenschot Onderzoek laat zien dat inwoners van een gefuseerde gemeente vaak een grotere afstand tot het gemeentehuis voelen en zich minder betrokken voelen bij de lokale politiek. Tegelijkertijd heeft een gefuseerde gemeente wel mogelijkheden om de betrokkenheid van inwoners en organisaties te behouden en versterken; denk bijvoorbeeld aan kernendemocratie, dorpsraden en wijkregisseurs. Met dergelijke innovatieve bestuursvormen worden burgers op een andere manier betrokken dan in de voormalige zelfstandige gemeente, maar niet per sé minder betrokken.
Pro3
Bent u het met ons eens dat een grotere betrokkenheid van de inwoners/organisaties kostenbesparingen kan opleveren door uitvoeren van taken i.s.m. de gemeente?
Berenschot Dit klopt: betrokkenheid van inwoners/organisaties kan kostenbesparing voor de gemeente opleveren, wanneer zij taken van de gemeente overnemen of deze in samenwerking met de gemeente oppakken. Betrokkenheid van inwoners en organisaties kan overigens vele vormen aannemen en niet al die vormen leveren kostenbesparing op. Er is derhalve geen sprake van een causaal verband (‘meer betrokkenheid levert altijd kostenbesparing op’). Bovendien blijft de gemeente niet volledig afzijdig; het vergt een andere opstelling en betrokkenheid waarbij andere vaardigheden en inzet vanuit de organisatie worden gevraagd. Dit vergt ook middelen vanuit de gemeente; zie pagina 35 van het rapport.
Pro3
Als we bovenstaande adviezen1 ter harte te nemen betekent dat volgens ons dat deze adviezen richtinggevend zijn en de keuze voor herindeling minder voor de hand ligt dan ogenschijnlijk uit het Berenschotrapport blijkt. Graag een reactie van de onderzoekers.
Berenschot Aan Berenschot is gevraagd om scenario’s te schetsen voor de bestuurlijke toekomst van de gemeente Loon op Zand en niet om een advies uit te brengen over welk scenario te kiezen. De onderzoekers willen er wel op wijzen dat een
1
Over kostenbesparing door herindeling – zie document met de vragen.
9
Cyclus: n.v.t.
Beeldvormende ronde: 29 april 2021
Opiniërende ronde: 10 juni 2021
Technische vragen raadsvergadering: 15 juli 2021
Agendapunt 4: Raadsvoorstel rapport 'Bestuurlijke Toekomst Loon op Zand, huidig beeld en verkenning van de mogelijkheden' Partij
Blz. verwijzing
Vraag
Antwoord keuze voor welke bestuurlijke toekomst dan ook niet (alleen) ingegeven moet zijn door financiële motieven, maar vooral door de vraag wat het beste is voor de inwoners. Genoemde onderzoeken belichten de financiële kant maar gaan niet in op zaken als de stand van de organisatie, de kwaliteit van de dienstverlening, de positie in de regio et cetera.
Pro3
Het landelijke onderzoek van Berenschot lezend plus de vertaling/samenvatting hiervan op blz. 56 lijkt ons voldoende handvatten te geven om niet te kiezen voor een ambtelijke fusie. De conclusies van Berenschot aan het begin van deze alinea2 bevestigen dat, of zien wij zaken over het hoofd die wel degelijk positieve effecten hebben vanwege een ambtelijke fusie? Graag een reactie van de onderzoekers.
Berenschot Aan Berenschot is gevraagd om scenario’s te schetsen voor de bestuurlijke toekomst van de gemeente Loon op Zand en niet om een advies uit te brengen over welk scenario te kiezen. In de ervaring van de onderzoekers bij meerdere ambtelijke fusieorganisaties wordt met name de afgenomen kwetsbaarheid als voordeel gezien. Er ontstaat een grotere, professionelere organisatie met meer mogelijkheden om ziekte en vacatures op te vangen, ambtenaren onderling te laten sparren, meer specialistische functies, functies op strategisch niveau et cetera. Met name de meer specialistische beleids- en uitvoeringstaken (bijvoorbeeld ook dienstverlening aan bedrijven) kunnen hier voordeel van ondervinden. Tegelijkertijd kunnen gemeente voor die onderdelen, die voor hen belangrijk en onderscheidend zijn, zelfstandig opereren (‘couleur locale’).
Pro3
Op blz. 40 wordt ingegaan op de vraag wat de gemeente heeft gedaan om de financiën op orde te krijgen. Lagere rijksinkomsten en hogere lasten op het gebied van het sociale domein liggen buiten de invloedssfeer van de gemeente wordt gesteld. Kan procentueel aangegeven worden hoe groot de omvang is wat buiten de invloedssfeer ligt van de gemeente?
Berenschot In een onderzoek van Berenschot over de financiën van de gemeenten in ZuidHolland is dit berekend. In de periode 2011-2019 zien we een duidelijke verschuiving. Het aandeel ‘weinig beleidsruimte’ nam toe ten koste van het aandeel ‘veel beleidsruimte’. Het aandeel ‘weinig beleidsruimte’ neemt toe van 44% in 2011 naar 62% in 2019. Daarbij gaat het over veel meer dan alleen het Sociaal domein. Zie https://www.berenschot.nl/media/o30frvng/roeien-met-tekorte-riemen-def.pdf, pagina 15 en verder.
2
Dat ambtelijke fusies complex, tijdrovend en duur zijn – zie document met de vragen.
10
Cyclus: n.v.t.
Beeldvormende ronde: 29 april 2021
Opiniërende ronde: 10 juni 2021
Technische vragen raadsvergadering: 15 juli 2021
Agendapunt 4: Raadsvoorstel rapport 'Bestuurlijke Toekomst Loon op Zand, huidig beeld en verkenning van de mogelijkheden' Partij Pro3
Blz. Vraag verwijzing In verband met de coronacrisis en de compensaties van overheidswege is ook informatief wat de verwachtingen m.b.t. de financiële omvang zijn van de gemeente op dit onderwerp. Precieze inzicht is een momentopname. Voor een meerjarenbegroting lijkt ons dat een nog grotere opgave gezien de vele onzekerheden die nu spelen. Hoe kijkt Berenschot hiertegen aan?
Antwoord Berenschot Op dit moment worden gemeenten gecompenseerd voor de meeruitgaven en verminderde uitkomsten door de directe effecten van de (maatregelen in het kader van de) coronacrisis. Hoe de wereld er straks uitziet na de coronacrisis weet niemand. Wel verschenen hierover onderzoeken en lieten veel gemeenten ook zelf onderzoek doen. Verondersteld wordt dat er een wereldwijde economische crisis aan komt. Daar staat tegenover dat het beleid van het kabinet in Nederland én de Europese maatregelen juist gericht waren op het behoud van de economische infrastructuur en werkgelegenheid. Een economische crisis en de lastige positie van jongeren en kwetsbaren op de arbeidsmarkt vergen maatregelen en uitgaven van de gemeente op het gebied van arbeidsparticipatie, schuldhulpverlening en dergelijke. Een andere onbekende ontwikkeling, van een nog hogere orde, is die rond wonen, werken en recreëren. Gaan mensen terug naar het ‘oude normaal’? Hier zijn er wel verwachtingen dat het thuiswerken enigszins blijft, met consequenties voor de woonbehoefte (mag verder weg van het werk, moet wel grotere woning zijn, met meer groen direct in de woonomgeving) en woonwerkverkeer. Recreatie en toerisme in Nederland merkten een verhoogde vraag (met uitzondering uiteraard van de getroffen evenementen en pretparken) maar onbekend is of die blijft of dat mensen straks weer voor vliegreizen kiezen.
Dit kan indirect ook gevolgen voor de gemeente Loon op Zand hebben.
Pro3
Een begrotingsanalyse van min. BZK geeft inzicht op onderdelen van de begroting. Dit wordt in § 4.4.1 ook genoemd onder 1 als optie. Begrotingsvergelijking op taakveldniveau levert informatie op. Maar eveneens informatief zou een begrotingsvergelijking kunnen zijn met vergelijkbare gemeenten. Een benchmark welke laat zien waar de afwijkingen en overeenkomsten te vinden zijn in financieel opzicht. Hoe staat Berenschot tegen over deze suggestie?
Berenschot Dit viel buiten de scope van dit onderzoek. Een benchmark kan inderdaad inzicht geven in de formatie en kosten op onderdelen van de gemeente ten opzichte van vergelijkbare gemeenten. Onderzoekers betwijfelen echter of hiermee informatie naar boven komt die de keuze, die nu voorligt, beter onderbouwt.
Pro3
Onder punt 4 wordt de huidige investeringsagenda in de meerjarenbegroting te ambitieus genoemd. Gesuggereerd wordt om een investeringsplafond op te leggen. Wat wordt hier precies bedoeld? Schrappen van voorgenomen investeringen of investeringen uitstrijken over een langere periode, c.q. aanpassen van de planning?
Berenschot Het investeringsplafond houdt in dat er een grens wordt gesteld aan de kapitaallasten van nieuwe (niet zijnde kostendekkende) investeringen tot een bepaald bedrag. Dit kan op jaarlijkse basis.
11
Cyclus: n.v.t.
Beeldvormende ronde: 29 april 2021
Opiniërende ronde: 10 juni 2021
Technische vragen raadsvergadering: 15 juli 2021
Agendapunt 4: Raadsvoorstel rapport 'Bestuurlijke Toekomst Loon op Zand, huidig beeld en verkenning van de mogelijkheden' Partij Pro3
Blz. Vraag verwijzing In § 4.4.4 wordt als winstpakker de Right-to-Challenge gedachte genoemd. Zijn er door Berenschot meer concrete suggesties te noemen nu Berenschot de investeringsagenda kent?
Antwoord Berenschot Het beoordelen van de investeringsagenda vanuit deze optiek is een interessante gedachte maar viel buiten de scope van dit onderzoek. Wat betreft kostenbesparingen door een grotere betrokkenheid van de inwoners/organisaties die taken uitvoeren, in samenwerking met de gemeente, verwijzen wij verder naar wat er hierboven over is geantwoord.
Pro3
De conclusies betreffen een afgesloten periode. Gegeven de onzekerheden over de financiën vanuit de overheid is de omvang van de toekomstige uitdagingen heel onzeker. Volgens ons betekent dat, zolang de Rijksoverheid geen zekerheden over de gemeentefinanciën geeft voor de komende 4 jaren dat een extra pas op de plaats gemaakt moet worden m.b.t. de huidige investeringsagenda. Ook de bestuurlijke toekomst van de gemeente een andere invulling geven dan de huidige situatie zal een hachelijke onderneming blijken. Het zoeken van samenwerking met een andere gemeente vanuit de huidige situatie is in feite aankloppen bij buren waarbij je zelf een lege portemonnee meebrengt. Het lijkt ons verstandiger om eerste zelf structureel goed op orde te komen voordat we omkijken naar mogelijke partners die daarbij behulpzaam kunnen zijn. Hoe staat Berenschot tegenover een dergelijke gevolgtrekking?
Berenschot Dit is een vraag die voorsorteert op een bepaalde keuze. Los daarvan: Het is waar dat de financiën van het Rijk vooralsnog onzeker blijven. De verwachting is niet dat de kabinetsformatie uitmondt in een akkoord waarin wordt afgesproken dat de gemeenten er miljarden euro’s structureel bij krijgen. Bovendien zijn de uitkomsten van de herijking van het gemeentefonds nog ongewis. Kortom: zowel de toekomstige omvang als de verdeling van ‘de taart’ zijn onbekend maar zorgelijk. Onafhankelijk van een keuze is het altijd verstandig om structureel op orde te komen. De begroting geeft daar al een aanzet toe. Onderzoekers zien vanuit hun ervaring dat de (financiële) situatie op korte termijn er bij gesprekken tussen gemeenten over samenwerking en/of samengaan minder toe doet dan overwegingen van langere termijn, zoals gezamenlijke maatschappelijke opgaven (ook in de regio) en gedeelde toekomstverwachtingen.
Pro3
a.
Berenschot Het overzicht van het Berenschot-onderzoek naar ambtelijke fusie-organisaties van januari 2018 bevat 25 ambtelijke fusieorganisaties waarvan 5 enkelvoudige centrumregelingen. Daar zijn er 2 bijgekomen: ambtelijke fusie-organisatie van Langedijk en Heerhugowaard. centrumregeling Amsterdam-Weesp.
b.
Kan Berenschot nogmaals de getallen benoemen: Hoeveel gemeenten die een ambtelijke fusie hebben gedaan, bestaan nog in een ambtelijke samenwerking of zijn doorgegaan tot bestuurlijke fusiegemeente of hebben de ambtelijke samenwerking gestopt? In hoeverre is er een rode lijn te ontdekken in redenen tot het stoppen met een ambtelijke fusie of juist door te gaan tot een bestuurlijke fusie? Kunt u daarin aangeven wat de redenen zijn?
Van deze 27 zijn/worden er 8 gefuseerd tot 1 gemeente: De Waard ging in 2014 op in gemeente Molenwaard. Millingen ad Rijn & Groesbeek gingen in 2015 op in Berg & Dal (met Ubbergen erbij). 12
Cyclus: n.v.t.
Beeldvormende ronde: 29 april 2021
Opiniërende ronde: 10 juni 2021
Technische vragen raadsvergadering: 15 juli 2021
Agendapunt 4: Raadsvoorstel rapport 'Bestuurlijke Toekomst Loon op Zand, huidig beeld en verkenning van de mogelijkheden' Partij
Blz. verwijzing
Vraag
Antwoord
Groningen en Ten Boer zijn per 2019 heringedeeld. DDFK werd per 2019 Noordeast Fryslân (exclusief Dantumadeel). Vijfheerenlanden werd in 2019 één gemeente (was al de bedoeling van de ambtelijke fusie). Langedijk-Heerhugowaard gaan per 1-1-22 door als gemeente Dijk & Waard (was al de bedoeling van de ambtelijke fusie). Amsterdam-Weesp gaan per 1-1-22 fuseren (was al de bedoeling van deze centrumregeling). CGM wordt per 1-1-22 Land van Cuijk (met Boxmeer en St Anthonis erbij).
De reden om te herindelen zijn voor ieder geval weer anders. Patronen zijn: minder complex, men doet toch al veel samen, meer kracht in de regio en het financiële voordeel. Er zijn/worden er 5 ontvlochten: Bestuursdienst Ommen-Hardenberg is per 1-1-20 ontvlochten. UW-samenwerking is per 1-1-20 ontvlochten. De Kompanjie (Veendam & Pekela) is per 1-1-21 ontvlochten. Duivenvoorde is in proces van ontvlechting. Amstelveen-Aalsmeer is in proces van ontvlechting. Redenen daarvan zijn dat de beoogde (vaak financiële) voordelen niet (meteen) worden gehaald en de gemeenten te veel van karakter verschillen om de beoogde synergie te bereiken. Alle overige ambtelijke fusies zijn nog operationeel. Hier wordt met name gezien dat de kwetsbaarheid kleiner is dan met een ‘eigen’ organisatie. Pro3
Kunt u eenzelfde uitleg geven over regiegemeenten die al zijn samen gaan werken en Berenschot Hiervan is helaas geen overzicht voorhanden. daarna zijn gefuseerd als bestuurlijke gemeente of juist zijn gestopt hiermee?
13