[Vervallen] Bijlage 1. Begroting 2027 VRMWB Geanonimiseerd
Tekst van het document
Gebiedsgerichte
Zie hieronder
opkomsttijden Vakbekwaam worden
Opkomstpercentage
en blijven
vrijwilligers bij oefenen
Opkomstpercentage vrijwilligers bij alarm
Multidisciplinaire
incidenten
situaties Brandweer
Aantal alarmeringen (totaal aantal incidenten
waarvoor minimaal één brandweereenheid van
VRMWB is gealarmeerd) Aantal meldingen brandweer geen spoed
(aantal meldingen dat bij de meldkamer brandweer is binnengekomen via de brandweer 'geen spoed' lijn (0900-0904)
Crisiscommunicatie
vakbekwaamheidsactivitei ten door regionale
piketfunctionarissen. * Deze cijfers worden niet begroot, maar worden wel weergegeven in de realisatie. Het zijn niet-beïnvloedbare kengetallen. ** Nog niet beschikbaar.
Begroting 2027
24
Gebiedsgerichte Opkomsttijden (GGO) Voor de beoordeling van de opkomsttijden wordt in het dekkingsplan gebruik gemaakt van het landelijk Beoordelingskader gebiedsgerichte opkomsttijden. Aan de hand van dit beoordelingskader is in het dekkingsplan een theoretische berekening gemaakt van de operationele prestaties. We rapporteren het aandeel van de gerealiseerde prestaties dat overeenkomt met de prognose in het dekkingsplan, en het aandeel dat sneller of langzamer was. Onze gebiedsgerichte opkomsttijden
worden niet vooraf begroot maar wel achteraf verantwoord in onze jaarstukken. Dat doen we aan de
hand van deze grafiek (voorbeeld: realisatie 2025). De incidenten in de grijze categorieën vallen kunnen we niet verantwoorden vanwege de inzet van reservevoertuigen waarop we geen telemetrie hebben of omdat de prognose ontbreekt doordat het om een relatief nieuw object gaat waarvan in onze data nog geen BAG-registratie bekend is.
Welke middelen zetten we in? Weergave van de kosten voor Programma Veiligheid: pijler Hulpvaardige en slagvaardige inzet: Meerjarenraming 2028
Begroting 2027
Hulpvaardige en slagvaardige inzet
Vrijwilligers
e € € € €
-1.454 e
6 6
1.192 3.466 4.492 2.239 7.994
- e - e
Saldo Lasten 1.885 € 1.815 € 4.932 € 4.910 € -109 e 2.291 e 8.151 e 9.209 e 42.374 € 43.434 € 1.192 e 1.192 e 3.466 € 3.466 € 3.038 e 4.955 € 2.239 € 2.323 € 7.994 € 8.146 e
Gerealiseerde Resultaat
e
79.628 €
-4.465 €
75.163 € 81.741 €
(bedragen x€1.000)
Lasten
Baten
-2.533 -300 -178
Advies en uitbesteding
6
Facilitaire kosten
€
1.885 € 4.932 €
Gemeentelijke- en Rijksbijdragen
6
2.425 €
Investeringen en kapitaallasten
€
8.451 e
Lonen en salarissen
6
42.552 €
Mutaties reserves en voorzieningen
€
Opleiden en oefenen
6
Overig
€
Voertuigkosten
(bedragen x € 1.000)
Lasten
Facilitaire kosten
€ €
Gemeentelijke- en Rijksbijdragen
6
Investeringen en kapitaallasten
Overig
6 € € € €
Voertuigkosten
e
Vrijwilligers
€
Gereali seerde Resultaat
e
82.624 €
Mutaties reserves en voorzieningen
Opleiden en oefenen
Begroting 2027
-2.803 -300 -45 -1.474
€ € 6 e e € € €
- e €
-4.621 €
-2.402 -300 -146
€ € e e e
- e - e
Saldo 1.815 4.910 -112 8.909 43.288 1.192 3.466
-1.467 e
3.488
- e - e
2.323
-4.316 €
77.425
8.146
Meerjarenraming 2030
Saldo
Baten
€ € € 6 € € € € € €
1.819 4.975 2.688 9.221 44.227 1.192 3.466 4.333 2.411 8.291
Lonen en salarissen
- e - e
Meerjarenraming 2029
Hulpvaardige en slagvaardige inzet
Advies en uitbesteding
€ € € e e
Baten
1.819 4.975 -114 8.921 44.182 1.192 3.466 2.860 2.411 8.291
78.003 €
Saldo
Baten
Lasten
€ € € 6 € € € € € €
1.975 €
€
1.975
5.035
€
e
5.035
3.602
6
9.714 45.093 1.192 3.466 4.926 2.502 8.481
6 6 € € € e €
-3.719 e -300 e -45 e
- e - e
-117 9.414 45.048 1.192 3.466
-1.491 €
3.435
- e e
2.502
-5.555 €
80.430
85.984 €
8.481
25
1.5
Wendbare en duurzame organisatie
We zien 'wendbare en duurzame organisatie' als een fundament onder de drie beleidspijlers. Onder een 'duurzame organisatie' valt zowel de inzetbaarheid van onze mensen als het bijdragen aan een betere regio door ons handelen en onze inkopen. 'Wendbaarheid' vraagt om nieuwe manieren van
werken, een informatievoorziening die betrouwbaar is en bijdraagt aan besluitvorming op alle niveaus en medewerkers die in een snel veranderende wereld in staat zijn met autoriteit en passie te
participeren. Zo spelen we snel in op nieuwe situaties en veranderende risico's.
Welke ontwikkelingen zien we? Vitale organisatie In juli 2025 heeft het ministerie van JenV de veiligheidsregio's voor drie processen aangemerkt als
'vitale aanbieder' binnen de sector Openbare Orde en Veiligheid (OOV). Het gaat om 1. Inzet brandweer, 2. Crisiscoördinatie/besluitvorming en 3. Communicatie- en informatievoorziening
hulpdiensten en crisispartners. Informatievoorziening
Een goede informatievoorziening draagt bij aan betere besluitvorming en uitvoering bij al onze dienstverlening. Alle 25 veiligheidsregio's werken aan het landelijke masterprogramma
Informatievoorziening 2025-2030. Dit programma rust op vijf programmalijnen: Informatiegestuurde veiligheid, Informatiegestuurde missiekritische communicatie, Data, infrastructuur en architectuur,
Informatieveiligheid en Digitaal fitte organisatie. Wij adopteren deze 5 actielijnen in onze
Strategische Agenda Informatievoorziening 2025-2030. Aan deze agenda hebben we naast de 5 landelijke sporen ook nog de thema's Kunstmatige intelligentie (Al) en de Wet Open Overheid toegevoegd. De structurele kosten voor deze 5 programmalijnen en Al op de langere termijn zijn nog
onbekend. De pilots met Al zijn incidenteel gedekt voor twee jaar. We volgen de lijn van het Rijk over digitale autonomie en soevereiniteit om grip te houden op digitalisering, juist nu digitale afhankelijkheden snel toenemen. Steeds meer cruciale overheidstaken zijn digitaal en afhankelijk van een klein aantal (veelal buitenlandse) leveranciers. Dat brengt risico's
zoals uitval, cyberaanvallen en geopolitieke druk. Tegelijk moeten burgers en bedrijven kunnen vertrouwen op een continu werkende digitale overheid. Digitale autonomie betekent dat we als veiligheidsregio zelf kunnen kiezen welke technologie we gebruiken en kunnen overstappen als een
leverancier uitvalt of niet voldoet. Daarvoor is voldoende eigen kennis én controle nodig over de eigen digitale infrastructuur (digitale soevereiniteit). Zo blijft gevoelige data onder Nederlandse of
Europese wetgeving en blijven publieke waarden zoals privacy, veiligheid en democratie gewaarborgd. Wat gaan we dit jaar doen?
Bedrijfscontinuïteit In 2026 hebben we een landelijke weerbaarheidsanalyse uitgevoerd voor alle processen die zijn
aangemerkt als 'vitale aanbieder' binnen de sector Openbare Orde en Veiligheid (OOV). Voor deze processen is de maximum tolereerbare verstoringsperiode en de vereiste herstelsnelheid
vastgesteld. Op basis van deze analyse zijn bestuurlijke bovenregionale afspraken voorbereid, die in 2026 en 2027 worden bekrachtigd. We vertalen deze afspraken naar onze regio. In de eerste fase hebben we ons gericht op maatregelen bij langdurige stroomuitval. Nu gaan we onze aanpak van bedrijfscontinuïteit verbreden naar andere crisistypen, zoals de uitval van internet en systemen,
Begroting 2027
26
mensen en andere middelen (brandstof, water, huisvesting). Daarmee bepalen we aanvullende
maatregelen, capaciteit en financiële middelen die nodig zijn om de continuïteit van onze vitale
processen duurzaam te waarborgen. C02-reductie (Duurzaamheid)
Omdat het aanbesteden van elektrische/hybride tankautospuiten nog op zich laat wachten, starten
we in twee stappen vanaf 2027 met het gebruik van de biologische brandstof HVO100. We
onderzoeken welk effect het gebruik van deze brandstof heeft op onze totale CO2-voetafdruk en welke kosten dat met zich meebrengt. We starten met de implementatie van HVO100 op die locaties
waar dit het meeste rendement oplevert. Strategische agenda Informatievoorziening
We voeren het landelijke Masterprogramma Informatievoorziening 2025-2030 uit langs de vijf landelijke programmalijnen en twee aanvullende thema's: kunstmatige intelligentie (Al) en de Wet
open overheid. We verbinden de programmalijnen en thema's onder andere dankzij uiteenlopende Al-pilots. We investeren in digitale fitheid van onze medewerkers. Voor verdere borging van informatieveiligheid bereiden we ons voor op externe certificering BIO2/1S027001.
Organisatieontwikkeling
Onze omgeving is en blijft dynamisch en dat betekent dat wij daarin moeten meebewegen. We investeren in wendbaarheid door te investeren in onze mensen. 2027 staat in het teken van
verbinding. In het ontwikkeltraject bouwen we aan intensievere samenwerking tussen teams en samenwerking met partners. We gaan aan de slag op het niveau van competenties (soft skills) en met het concretiseren van gezamenlijke doelen en resultaten. Alle leidinggevenden nemen deel aan het
leiderschapsprogramma. Tweede loopbaanbeleid In 2026 start de paritaire commissie van de werkgeversvereniging (WVSV) en de vakbonden om tot
hernieuwde afspraken te komen over duurzame inzetbaarheid van medewerkers in een bezwarende 24-uursdienstfunctie. De doelstelling blijft dat brandweermensen gezond hun pensioenleeftijd halen
en daarna nog een goed kwalitatief leven kunnen leiden. Hernieuwde afspraken worden vastgelegd in de arbeidsvoorwaarden en we maken een implementatieplan om deze nieuwe afspraken uitte
voeren. Wat we blijven doen (ons reguliere werk)
In deze begroting geven we aan wat we in 2027 willen ontwikkelen om een bijdrage te leveren aan
een duurzame en wendbare organisatie. Naast deze ontwikkelingen zijn er uiteraard ook reguliere werkzaamheden die bijdragen aan een betrouwbare en effectieve bedrijfsvoering en waarvoor we een overgroot deel van onze capaciteit en middelen inzetten. We blijven investeren in het goed
uitoefenen van ons werk, richten onze processen efficiënt en doeltreffend in, vertalen en initiëren
nieuwe ontwikkelingen en trends en adviseren en ondersteunen de organisatie bij beleidsvoering en uitvoering van taken op het gebied van: personeel en organisatie, financiën planning en control,
inkoop, communicatie, informatisering, strategie en ontwikkeling. Ons team informatieveiligheid
werkt samen met het NIPV en de andere veiligheidsregio's aan het versterken van cyberweerbaarheid. Met het meerjarenprogramma 'Samen Vitaal' richten we ons op alle aspecten
van vitaliteit: het fysieke, mentale, sociale en zingevingaspect. Verder staat de landelijke
Begroting 2027
27
samenwerking op de agenda, waarin wij met andere veiligheidsregio's inzetten op het delen van
kennis en en ervaringen, zodat de capaciteit maximaal wordt ingezet. Indicator
Personeel en
Realisatie 2025
Verwachting/
Verwachting/
streefwaarde
streefwaarde
2026
2027
Ziekteverzuim (organisatie)
5,2 %
4,5%
4,5%
% Realisatie van het opleidingsbudget1
nieuw
95%
95%
% van de beroeps brandweermensen die in
100%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
80%
80%
55%
55%
organisatie
2026 uitstromen is gestart met tweede
loopbaanbeleid
Communicatie
Bereik VRMWB Facebook
243.117
Bereik VRMWB Linkedln
166.246
Bereik VRMWB X
494.868
Bereik Brandweer MWB Facebook
679.839
Bereik Brandweer MWB Linkedln
128.258
Bereik Brandweer MWB Instagram
588.497
Bereik Brandweer MWB Youtube
100.885
Strategie en
Aantal Woo informatie- en
ontwikkeling
zienswijzeverzoeken
Woo-verzoeken afgedaan binnen wettelijke
26
92%
termijn Afgedaan binnen primair beslistermijn
16
Afgedaan binnen primair beslistermijn +
5
wettelijke verdaging Aantal raadsvragen % raadsvragen binnen week beantwoord
Aantal klachten
25 100%
0
Inkoop
Realiseren inkoop investeringen
Informatisering
Aantal hacks (major storing)
0
Duurzaamheid
CO2-reductie ten opzichte van
35%
80%
5.1.2.e
*Deze cijfers worden niet begroot, maar worden wel weergegeven als realisatie. Dit zijn niet-beïnvloedbare kengetallen
Begroting 2027
28
Algemene dekkingsmiddelen In de algemene dekkingsmiddelen zijn de volgende baten opgenomen:
De financieringslasten en baten De rijksbijdrage BDuR gelden De algemene gemeentelijke bijdragen
De toelichting van bovenstaande onderwerpen zijn respectievelijk te lezen bij de paragrafen 2.2
Financiering voor de rente en 3.1 Totstandkoming financiële kaders voor de BDuR gelden en de gemeentelijke bijdragen.
Mutaties op reserves
De toelichting op de reserves vindt u in paragraaf 3.2 Financiële positie.
Welke middelen zetten we in? Weergave van de kosten voor de Overhead, algemene dekkingsmiddelen en mutaties op reserves: Overhead: Wendbare en duurzame
Meerjarenraming 2028
Begroting 2027
organisatie Lasten
(bedragen x€ 1.000)
Overig
2.39S 2.102 367 10.609 209 1.092
Gerealiseerde Resultaat
€
16.778 €
Facilitaire kosten
Gemeentelijke- en Rijksbijdragen Investeringen en kapitaallasten
Lonen en salarissen
Opleiden en oefenen
Saldo
Baten
€ € € € € € €
Advies en uitbesteding
€ € € € € € €
-48 -60
€ € € € € € €
-108 €
Meerjarenraming 2029
Overhead: Wendbare en duurzame
Lasten
2.398 € 2.595 € 2.102 € 2.062 € -48 € - € 367 € 386 € 10.609 € 11.389 € 209 € 209 € 1.032 € 1.304 € 16.670 € 17.945 €
Baten
Saldo
€ € -48 € - € - € - € -60 € -108 €
2.595 2.062
-48 386 11.389 209 1.244 17.837
Meerjarenraming 2030
organisatie (bedragen x€ 1.000)
Advies en uitbesteding Facilitaire kosten
Gemeentelijke- en Rijksbijdragen
Investeringen en kapitaallasten
Lonen en salarissen Opleiden en oefenen
Overig__________________ Gerealiseerde Resultaat
Lasten
€ € € € € € € €
Algemene dekkingsmiddelen
EEe
Lasten
Overig
€ €
Gerealiseerde Resultaat
€
Begroting 2027
€ € € € € € -60 € €
Saldo
Lasten
2.180 € 2.062 € - € 396 € 11.167 € 209 € 3.394 € 19.408 €
2.690 € 2.062 € - € 404 € 11.744 € 209 € 3.884 € 20.9941
Baten
Baten
€ € € € € € -60 € €
EEe
Saldo
2.690 2.062
404 11.744 209 3.824 20.934
Meerjarenraming 2028
Begroting 2027
(bedragen x€ 1.000)
Gemeentelijke- en Rijksbijdragen
Baten
2.180 € 2.062 € - € 396 € 11.167 € 209 € 3.454 € 19.468
Saldo
€ -101.699 € -101.699 € 1.045 € -1.045 € € 1.045 6 -102.743 € -101.699 €
Lasten
Baten
Saldo
€ -105.574 € -105.574 1.204 € -1.204 € 1.204 6 -106.778 € -105.574
29
Algemene dekkingsmiddelen
Meerjarenraming 2030
Meerjarenraming 2029
(bedragen x € 1.000)
Baten
Lasten
Saldo
Saldo
Baten
Lasten
Overig
€ €
€-109.135 €-109.135 € 1.134 € -1.134 € €
€ -112.634 € -112.634 1.265 € -1.265 €
Gereali seerde Resultaat
€
1.134 € -110.270 € -109.135 €
1.265 € -113.899 € -112.634
Gemeentelijke- en Rijksbijdragen
Toevoeging en Onttrekking Reserves
Begroting 2027
(bedragen x€ 1.000)
Mutaties reserves en voorzieningen Gerealiseerde Resultaat
(bedragen x€ 1.000)
Begroting 2027
Saldo
Baten
Saldo
-1.807 €
-1.423 €
393 €
-1.570 €
€
-1.807 €
-1.423 €
393
€
-1.570 €
-1.177 -1.177
384
Meerjarenraming 2029
Toevoeging en Onttrekking Reserves
Mutaties reserves en voorzieningen Gerealiseerde Resultaat
Baten
384 €
Lasten
€ €
Meerjarenraming 2028
Lasten € €
403 € 403 €
Lasten
Meerjarenraming 2030
Baten
Saldo
-246 € -246 €
157 €
157 €
Lasten
Baten
Saldo
413 €
-863 €
-450
413 €
-863 €
-450
30
2.
Paragrafen
In dit hoofdstuk komen de paragrafen aan bod. Het doel van een paragraaf is om voor overstijgende
onderwerpen één totaalbeeld te geven. Volgens het BBV zijn de volgende paragrafen verplicht: Bedrijfsvoering Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid
Omdat wij geen lokale heffingen heffen en niet over grondposities beschikken, zijn de paragrafen
lokale heffingen en grondbeleid niet opgenomen in deze begroting. Naast het BBV schrijft ook de
Wet open overheid (Woo) een verplichte paragraaf voor.
2.1
Bedrijfsvoering
Personeel Formatie en bezetting In onderstaand overzicht is de begrote formatie voor 2026 (618,65 fte) opgenomen. We verwachten
dat onze formatie in 2027 hiermee overeenkomt. De formatie in het overzicht betreft de fte’s,
onderverdeeld in organisatieonderdelen. De medewerkers in de organisatieonderdelen leveren een bijdrage aan verschillende pijlers. Naast de medewerkers met een aanstelling zijn ook medewerkers vanuit andere organisaties werkzaam voor onze organisatie. Dit betreft de medewerkers van de GHOR, die in dienst zijn bij de
GGD.
Formatie 2026 in fte 158,66
135,03
116,66
115,23 24
Baronie
Directie
Hart van Brabant
Markiezaten
RB/CB
Strategie & Bedrijfsvoering
De sector Directie bestaat uit de directie, directieondersteuning en de afdelingen Programma's en
Concerncontrol.
Begroting 2027
31
Vrijwilligers Het aantal vrijwilligers is opgenomen in onderstaande tabel. In het dekkings- en spreidingsplan van
de brandweer is een formatie van 1.334 vrijwilligers opgenomen. De bezetting is toegenomen en is nu 1.346 in totaal. Op lokaal niveau zijn er verschillen tussen posten in (onder)bezetting. In verband
met de relatief hoge leeftijdsopbouw in het vrijwilligersbestand blijft werving en selectie van vrijwilligers continu onder de aandacht om toekomstige uitstroom op te vangen. District
Formatie
Bezetting
Baronie
474
474
Markiezaten
432
413
Hart van Brabant
428
459
1.334
1.346
Totaal
CAO In de meerjarenbegroting 2027 is de voorgenomen CAO 2025-2027 verwerkt in de
loonkostenbegroting: 4,1% per 1 augustus 2025, 3,1% per 1 augustus 2026 en 0,1% per 1 januari 2027. Audit en Interne Controle
Het Dagelijks Bestuur is verantwoordelijk voor de getrouwheid en de rechtmatigheid van de jaarrekening en voor het daaraan ten grondslag liggende financiële beheer. Het Dagelijks Bestuur
dient zodanig maatregelen te treffen dat de rechtmatigheid van de algehele uitvoering gewaarborgd
is en dat hierover getrouw verantwoording wordt afgelegd via de jaarstukken. Een goede interne beheersing is een belangrijke randvoorwaarde om betrouwbare cijfers te rapporteren en rechtmatig
te handelen.
Rechtmatigheid
Rechtmatigheid is een vast onderdeel van onze bedrijfsvoering. In het intern controleplan stelt het Dagelijks Bestuur vast welke interne beheersmaatregelen zij treft. In 2027 hebben we aandacht voor
de goede opzet van de Administratieve Organisatie (AO)/interne beheersing (IB) voor de gehele organisatie en ziet de afdeling Concerncontrol toe op het uitvoeren van het intern controleplan en voert de (verbijzonderde) interne controles, audits, (doelmatigheid)onderzoeken en risicoanalyses uit om vast te stellen of interne procedures en afspraken nageleefd worden. Het doel van de interne
controle is het tijdig opsporen en corrigeren van onvolkomenheden in de uitvoering van processen
en de vervolgens te verbeteren. Hiermee levert de interne controle een bijdrage aan de interne beheersing van organisatie. De interne auditfunctie controleert de opzet en de werking van de
processen en geeft daarover een oordeel en verstrekt aanbevelingen ter verbetering of ter voorkoming van risico's en/of fouten. Voor de accountant is de kwaliteit van de interne controle
bepalend voor de diepgang van de accountantscontrole. Bij de accountantscontrole wordt steeds meer naar de kwaliteit van de interne beheersing gekeken in plaats van het achteraf vaststellen of
zaken goed of fout gegaan zijn middels gegevensgerichte controle. Zij richten zich meer op
systeemcontrole: de waarborgen die een organisatie moet treffen of heeft getroffen om risico's te
Begroting 2027
32
beperken. Het doel is om een goede samenhang en aansluiting te realiseren tussen de uitgevoerde
(verbijzonderde) interne controlewerkzaamheden en de door de accountant te verrichten (externe) werkzaamheden.
Daarnaast bewaken we de voortgang van het opvolgen van de aanbevelingen vanuit de interne controle en de managementletter en accountantsverslag van de accountant. Om de beoordeling voor deze rechtmatigheidsverantwoording te kunnen doen worden interne
controles uitgevoerd, de frauderisicoanalyse en de analyse van begrotingsrechtmatigheid gedaan. De
afdeling Concerncontrol zorgt voor de uitvoering van deze werkzaamheden in samenwerking met de overige organisatieonderdelen. Deze zijn vastgelegd in het interne controleplan dat jaarlijks wordt
vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Daarnaast worden analyses en voortgezette controles
uitgevoerd op onderwerpen die hier aanleiding toe geven. De uitkomsten van deze controles leiden
tot een verslag van bevindingen over de vraag of de inrichting van het financiële beheer en van de financiële organisatie een rechtmatige verantwoording mogelijk maakt. De accountant geeft een
controleverklaring af met alleen een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening met als
onderdeel de rechtmatigheidsverantwoording van het bestuur. Aandacht voor frauderisico's en beheersing
Het voorkomen van onrechtmatig handelen en fraude heeft binnen de organisatie blijvende aandacht. In de processen zijn interne beheersmaatregelen genomen om frauderisico's te beperken. In 2027 voeren we de jaarlijkse frauderisicoanalyse uit. Deze analyse vormt een inventarisatie van
fraudemogelijkheden die binnen een organisatie kunnen voorkomen. Deze risico's zijn niet
gebaseerd op verdenkingen of waargenomen fraudes, maar gebaseerd op een analyse van de processen die binnen een organisatie plaatsvinden en mogelijke kwetsbaren daarin. Voor de risico's wordt een inschatting gemaakt van de kans en impact. De uitkomsten van de frauderisicoanalyse
worden met de directie besproken.
Wet open overheid Medio 2024 is meer duidelijkheid gegeven over de actieve publicatieplicht waaraan alle overheidsorganisaties moeten voldoen op grond van de Wet open overheid (Woo). Deze duidelijkheid is gecreëerd door de 17 informatiecategorieën nader uit te werken en te voorzien van definities. De eerste vier categorieën zijn per 1 november 2024 actief openbaar gemaakt. Voor de overige categorieën is de inwerkingtreding herhaaldelijk uitgesteld en is op dit moment nog niet
bekend wanneer deze verplicht van kracht worden. Tot dat moment bereiden wij de processen rondom de resterende categorieën verder voor en implementeren we de benodigde werkwijzen. Op
die manier zijn we op het moment van inwerkingtreding direct gereed voor de uitvoering.
Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer In het kader van de implementatie van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer
(Wmebv) zijn de beoogde doelstellingen binnen onze organisatie behaald. De wet verplicht overheden om burgers en bedrijven de mogelijkheid te bieden om formeel elektronisch met de
overheid te communiceren. Wij hebben onze processen hierop ingericht en de noodzakelijke voorzieningen getroffen.
Alle relevante producten en diensten die extern kunnen worden aangevraagd — en waarop een formeel besluit volgt — zijn geïnventariseerd. Uit deze analyse blijkt dat een beperkt aantal
Begroting 2027
33
producten en diensten onder de reikwijdte van de Wmebv valt. Voor deze producten is de digitale aanvraagroute ingericht. Burgers en bedrijven kunnen deze inmiddels digitaal aanvragen. In de
praktijk functioneert dit over het algemeen goed. De digitale dienstverlening vraagt blijvende aandacht. Daarom monitoren wij structureel de werking
en kwaliteit van de aanvraagprocessen en voeren wij waar nodig verbeteringen door. Zo blijft de dienstverlening gebruiksvriendelijk, betrouwbaar en toegankelijk. Op basis van de huidige stand van zaken verwachten wij volledig te voldoen aan de eisen van de Wmebv. De focus verschuift de komende periode van implementatie naar beheer, monitoring en
dóórontwikkeling.
2.2
Financiering
De financieringsparagraaf is een onderdeel van de begroting en is voorgeschreven voor
gemeenschappelijke regelingen. De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) stelt regels voor het financieringsgedrag, die binnen onze organisatie zijn vertaald in een zogenaamd treasurystatuut. De vernieuwde BBV-wetgeving stelt nieuwe eisen aan de financieringsparagraaf. Zo
wordt meer inzicht gevraagd in de rente en zijn we verplicht om een meerjarenbalans en het EMU-
saldo op te nemen. De verschillende onderdelen worden hieronder toegelicht en uitgewerkt.
Wet Fido In de Wet financiering decentrale overheden (Fido) stelt de overheid specifieke regels voor de
structuur van de leningen van de decentrale overheid om de gevoeligheid voor rentefluctuaties te beperken. Hiervoor wordt een kasgeldlimiet en een renterisiconorm gehanteerd.
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt grenzen aan de omvang van de financiering met kort vermogen (met een
looptijd korter dan 1 jaar). Voor gemeenschappelijke regelingen is de kasgeldlimiet vastgesteld op
8,2% van de lasten in de jaarbegroting inclusief de toevoeging aan de reserves. Voor ons betekent dit een kasgeldlimiet in 2027 van € 9,0 miljoen (8,2% van € 109,4 miljoen).
Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is om de renterisico's op de langlopende schulden (langer dan 1 jaar) te beheersen door grenzen te stellen aan de spreiding van looptijden van de
leningenportefeuille. Voor de gemeenschappelijke regeling is de renterisiconorm gesteld op 20%, met een minimumbedrag van € 2,5 miljoen. Voor ons betekent een renterisiconorm in 2027 van € 21,9 miljoen (20% van € 109,4 miljoen). Op basis van de leningenportefeuille (zie paragraaf 3.2) is
een overzicht van de renterisiconorm als volgt:
Tabel renterisiconorm (bedragen x 1.000)
2025
Renteherzieningen (1)
€
Betaalde aflossingen (2) Renterisico (1 + 2) Renterisiconorm (20%)
€ € € €
Ruimte renterisiconorm
Begroting 2027
€
4.932 4.932 20.390 15.458
€ € € €
5.265 5.265 20.673 15.408
€ € € €
€
5.424 5.424 21.873 16.450
2029
2028
2027
2026 €
€ € € €
6.274 6.274 22.596 16.322
€ € € €
2030
€
€
5.624 5.624 23.080 17.457
€ € € €
4.722 4.722 24.126 19.404
34
Rente De BBV-voorschriften vragen om inzicht in de begroting en verantwoording van de totale rentelasten. De daaraan gekoppelde financieringsbehoefte moet inzichtelijk zijn. Daarom zijn in deze paragraaf de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen en taakvelden
wordt toegerekend en de financieringsbehoefte opgenomen. De rentekosten van de langlopende leningen die onder onze leningenportefeuille vallen, bedragen over 2027 € 928k. De rentekosten van de kasgeldleningen bedragen € 117k.
De rentebaten van € 300k zijn de ontvangen rente op rekening courant Schatkistbankieren.
Renteschema 2027
Bedragen x€ 1.000
+/+ De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten (idem)
€ 1.045
€
Saldo rentelasten en rentebaten
-/-/-
300 €
745
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorbereke € De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakv €
+/+ De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een spec € Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
+/+ Rente over eigen vermogen +/+ Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
-/- De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Rente resultaat op het taakveld Treasury
€
€
€ € € €
745
€
Schatkistbankieren Door een wetswijziging zijn alle lagere overheden vanaf eind 2013 verplicht om hun liquide middelen
en beleggingen aan te houden in de schatkist van het Ministerie van Financiën en niet langer bij private instellingen, zoals banken. De rekening-courant tegoeden en deposito's die wij voorheen bij
de BNG hadden, zijn ondergebracht bij het Ministerie van Financiën. Over het saldo bij het Ministerie
ontvangen wij een rentevergoeding. De renteopbrengst over de gelden bij de schatkist zijn als externe rentebaten in de begroting opgenomen. Ons reguliere betalingsverkeer is vanaf 2023 ondergebracht bij de BNG. Hier hebben wij een
rekening-courant waarop een beperkt saldo aan liquide middelen mag staan. Als het saldo van de
rekeningcourant boven het toegestane maximum uitkomt, dragen wij dit af aan het Ministerie van Financiën. Bij een negatief saldo vullen wij juist aan vanuit de middelen bij het Ministerie van
Financiën.
Samenstelling vreemd vermogen Per 1 januari 2027 is de verwachte stand van de huidige geldleningen geraamd op € 37,7 miljoen.
Naast de aan te trekken leningen in 2027 dienen ook in komende jaren additionele geldleningen aangetrokken te worden. Een overzicht van de samenstelling van de langlopende leningen is
Begroting 2027
35
opgenomen in bijlage 3.2. Hierbij is rekening gehouden met het aantrekken van een lening 2027 tot
en met 2030.
2.3
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het BBV verplicht decentrale overheden om inzicht te geven in hun weerstandsvermogen en risico's,
vastgelegd in een verplicht paragraaf in de begroting en de jaarstukken. Het doel is om onverwachte financiële tegenvallers te beperken en de continuïteit van de organisatie te waarborgen. Het biedt
inzicht of de huidige financiële positie toereikend is om risico's op te vangen, zonder dat de begroting
en het beleid aangepast hoeven te worden. In het BBV wordt in artikelen 9 en 26 gesteld dat in ieder geval in de begroting en de jaarrekening
een paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt opgenomen. In deze paragraaf
worden ten minste opgenomen: Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit (beschikbare middelen). Een inventarisatie van de risico's. Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's. Een aantal verplichte financiële kengetallen.
Benodigde weerstandscapaciteit
Hieronder staan de belangrijkste risico's (per februari 2026, bij het opstellen van de begroting 2027) met hun aandeel in het totaal benodigde weerstandscapaciteit: Gemiddelde Risico's
Kans
Score
Benodigd weerstands
financiële impact
capaciteit
1 3 3 3 3 3 3
50% €
750.000 €
75% €
900.000 €
Safety Villa ge
ntb
Stedelijke en infrastructurele ontwikkelingen
Vrijwilligheid Informatieveiligheid
Continuiteit IT infrastructuur (toewijzing tot vitale infrastructuur) Tweede loopbaanbeleid
Europese deeltijdrichtlijn brandweervrijwilligers Stijgende prijzen Beroepsziekten en stress gerelateerde gezondheidsklachten
5.1.2.e
Langdurige crisissen
Aansprakelijkheid niet verzekerbare risico's Totaal benodigde weerstandscapaciteit
375.000 675.000
75%
PM
75% €
800.000 €
600.000
PM
75% €
1.500.000 €
75% €
200.000 €
1.125.000 150.000
75% €
400.000 €
300.000
ntb
PM
ntb
ntb
PM
3 2
75% €
900.000 €
50% €
500.000 €
2
50% €
400.000 €
PM PM
675.000 250.000 200.000 4.350.000
Op basis van de actuele risico's is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op € 4.350.000. Beschikbare weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit is dat deel van het eigen vermogen dat beschikbaar is om eventuele risico's financieel op te kunnen vangen. Voor de VRMWB is dit de algemene reserve.
Het Algemeen Bestuur heeft in haar vergadering van 12 december 2024 besloten om de crisis- en calamiteitenreserve vrij te laten vallen en een algemene reserve te vormen. De algemene reserve is vrij aanwendbaar voor optredende risico's zonder dat dit leidt tot een ernstige verstoring van het geformuleerde beleid. De algemene reserve bedraagt per 31 december 2025 € 1.919.778 en vormt de beschikbare weerstandscapaciteit voordat teruggevallen moet worden op de deelnemende gemeenten. De overige (bestemmings)reserves worden niet meegerekend tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Dit zijn de bestemmingsreserves en hieraan zijn al een bestemming toegekend.
Begroting 2027
36
Het weerstandsvermogen wordt via de volgende berekening in beeld gebracht: Beschikbare weerstandscapaciteit: € 1.919.778 Ratio weerstandsvermogen: 0,44
Benodigde weerstandscapaciteit: € 4.350.000 De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt € 1.919.778. De benodigde weerstandscapaciteit is € 4.350.000. Het weerstandsvermogen (€ 1.919.778 / € 4.350.000) bedraagt 0,44. Per 1-1-2027 is de stand van de algemene reserve 1.449.143 Dit betekent dat de ratio weerstandsvermogen daalt 5.1.2.e 0,33.
Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre we in staat zijn om financiële tegenvallers op te vangen zonder de noodzaak om direct te bezuinigen of het beleid aan te passen. We zijn beperkt in staat om financiële tegenvallers zelf op te vangen. Om deze reden dienen de deelnemende gemeenten een algemene reserve aan te houden om de risico's van de Veiligheidsregio op te vangen die onder andere is bestemd voor de risico's die voortvloeien uit de gemeenschappelijke regeling waarin wordt deelgenomen. Hiermee zijn in feite de gemeenten een deel van de benodigde weerstandscapaciteit en doen we indien nodig een beroep op de weerstandscapaciteit van de deelnemende gemeenten.
Inventarisatie risico's Omgaan met risico's vormt een dagelijks onderdeel voor organisaties. Van onvoorspelbare crises tot veranderende wet- en regelgeving die invloed hebben op de bedrijfsvoering en de uitvoering van het
werk. Zoals alle organisaties hebben ook wij te maken met risico's bij de uitvoering van onze taak. Een
groot aantal risico's wordt opgevangen of beperkt door (interne) beheersmaatregelen die we inzetten om het effect van bepaalde risico's te verkleinen. Voor een deel zijn er risico's die we niet of beperkt
kunnen beheersen. Om deze op te vangen zijn diverse verzekeringen afgesloten. In deze paragraaf zijn de belangrijkste risico's benoemd met de hoogste financiële impact.
Bij ieder geïdentificeerd risico hebben we, voor zover mogelijk, maatregelen opgenomen die we
nemen om de kans dan wel de impact van de geïdentificeerde risico's te beperken. Om de impact goed en vanuit een breder perspectief in te schatten, worden de risico's beoordeeld op meerdere
aspecten zoals continuïteit van de organisatie, bestuurlijke afbreuk, imago organisatie en personele, juridische en financiële implicaties.
Het identificeren en vaststellen van de belangrijkste risico's is een momentopname. In de loop van de tijd kunnen er nieuwe risico's ontstaan en kunnen risico's in de toekomst anders ingeschat worden.
Hieronder lichten we geïdentificeerde risico's per februari 2026 nader toe. Vrijwilligheid De beschikbaarheid van vrijwilligers en daardoor paraatheid staan onder druk. We hebben een verouderd vrijwilligersbestand (relatief hoge leeftijdsopbouw). Komende jaren moeten we rekening
houden met nog meer (natuurlijke) uitstroom, met meer druk om te werven en op te leiden. Het kost op veel posten nog steeds moeite om voldoende vrijwilligers te vinden en te blijven binden aan de
organisatie. Het vinden en blijven binden van voldoende vrijwilligers aan de organisatie is een continu
aandachtspunt. De bezetting van vrijwilligers is in 2025 toegenomen en is het aantal vacatures afgenomen. De gemiddelde financiële impact is om deze reden ten opzichte van de begroting 2026 verlaagd.
Begroting 2027
37
Informatieveiligheid De impact van ransome ware aanvallen neemt toe. Bij een dergelijke aanval komt gevoelige informatie in verkeerde handen dan wel wordt openbaar gemaakt (o.a. Phishing, ransome ware). Bij
het lekken van persoonsgegevens kan dit leiden tot een boete van het Autoriteit Persoonsgegevens ( 5.1.2.e ). Een aanval kan ook leiden tot vervreemding van overheidsgelden (via digitale
betalingsmiddelen). Maatregelen tegen ransome ware zijn dan ook van groot belang. Het afgelopen jaar zijn de medewerkers getraind in het herkennen en omgaan met informatiebeveiligingsrisico's. Vanuit het landelijke versnellingsplan Informatieveiligheid wordt in opdracht van het Veiligheidsberaad de cyberweerbaarheid van de Veiligheidsregio's en het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) versterkt. We versterken informatieveiligheid in onze veiligheidsregio op basis van de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) die standaard verplicht is voor overheidsorganisaties. We zijn goed aangehaakt bij het landelijke versnellingsprogramma
Informatieveiligheid. De minister heeft in 2025 besloten dat alle veiligheidsregio's tot de vitale infrastructuur behoren. Dit betekent dat we mogelijk aan een hoger volwassenheidsniveau op het
gebied van informatieveiligheid moeten voldoen voor een aantal processen. In 2026 is een audit op
de BIO (baseline informatiebeveiliging overheid) uitgevoerd. Op basis van de bevindingen uit deze audit wordt een verbeterplan BIO geschreven. De afgelopen jaren zijn de medewerkers getraind in
het herkennen en omgaan met informatiebeveiligingsrisico's. We beschikken over een 5.1.2.e /soc waarin wij 24/7 monitoren op verstoringen van netwerkverkeer. In 2027 continueren we extra
initiatieven ter verhoging van het bewustzijn rond privacy en informatiebeveiliging. Continuïteit IT-infrastructuur (toewijzing tot vitale infrastructuur)
Tijdens een crisis kan het voorkomen dat onze vitale (ICT) infrastructuur niet naar behoren
functioneert. Dit kan leiden tot vertraging in de inzet en het uitvallen van bepaalde onderdelen van
de organisatie. Er is een aantal beheersmaatregelen genomen om dit risico te mitigeren, zoals een analyse van kwetsbaarheden en het oefenen met scenario's zoals stroomuitval, cybercrime en ICTuitval.
Bedrijfscontinuïteit (BCM) blijft een aandachtspunt. Naar aanleiding van geopolitieke spanningen is in
2025 opdracht gegeven om te werken aan een organisatie breed continuïteitsplan die we begin 2026 opleverden. Vanaf 2026 wordt ingezet op het borgen van bedrijfscontinuïteit binnen onze primaire
processen. Het ministerie van J&V heeft besloten om de veiligheidsregio aan te merken als onderdeel van de vitale infrastructuur. In 2026 wordt een weerbaarheidsanalyse vanuit J&V uitgevoerd. We
participeren in het opstellen van de weerbaarheidsanalyse in kader van vitaalverklaring. Op basis daarvan kan pas een inschatting worden gemaakt van de benodigde investeringen en kosten. Het is mogelijk dat aanvullende maatregelen op het gebied van BCM leiden tot hogere kosten.
We zorgen dat het crisisuitzendbureau goed is ingericht en dat crisisfunctionarissen inzetbaar zijn.
Daarnaast zijn er scenario's denkbaar waarbij we alle medewerkers van de VRMWB inzetten. De planvorming hiervoor leverden we begin 2026 op. Een belangrijk onderdeel van de
bedrijfscontinuïteit is de werking van de Noodcommunicatievoorziening (NCV) binnen onze regio. Op al onze kazernecentrales zijn NCV-systemen operationeel en actief. Het streven is dat de NCVsystemen minimaal acht uur operationeel kunnen blijven. Hiervoor vinden in 2026 overleggen plaats
met NIPV, ministerie van J&V en KPN, waaruit volgt welke acties nodig zijn. Het convenant met DARES, dat de verbindingen legt tussen onze elf kazernecentrales en het RCC, is een onderdeel van
Begroting 2027
38
het BCM-plan en wordt meegenomen in de oefeningen. Hiernaast werken we, samen met andere veiligheidsregio's en hulpdiensten, aan een noodcommunicatienetwerk dat we zelf in beheer hebben. Hiermee zijn we, in extreme situaties, niet afhankelijk van landelijke systemen.
Tweede loopbaanbeleid
Het tweede loopbaanbeleid houdt in dat medewerkers na 20 werkzame jaren in een bezwarende 24-
uurs functie doorstromen naar een andere functie binnen of buiten de organisatie. Doelstelling is dat brandweermensen gezond hun pensioenleeftijd halen en daarna nog een goed kwalitatief leven
kunnen leiden. De VRMWB heeft hierin de verplichting om medewerkers te ondersteunen en te
faciliteren bij het starten van een tweede loopbaan. De ontwikkelingen hebben gevolgen voor medewerkers in de vorm van (financiële) onzekerheden over de toekomst. Voor de organisatie heeft
het financiële gevolgen in de vorm van het verstrekken van noodzakelijke studiefaciliteiten, mogelijk overbruggingsregelingen, vervangingskosten personeel, extra opleidingskosten door uitstroom.
Europese deeltijdrichtlijn brandweervrijwilligers (verplichtend karakter)
Naast dat het moeilijk is om vrijwilligers te binden en boeien aan onze organisatie, hebben wij ook te maken met een Europese richtlijn. Deze richtlijn stelt dat gelijke arbeid gelijk beloond moet worden. In de toekomst is kazerneren en consigneren van vrijwilligers daarom niet meer mogelijk waardoor
we ook op onze beroepsposten geconfronteerd worden met een tekort aan medewerkers. Indien
veiligheidsregio's brandweervrijwilligers een parttime aanstelling moeten geven, nemen de kosten van de brandweerzorg enorm toe. Daarnaast is het de vraag of vrijwilligers en hun werkgevers
instemmen met een ander dienstverband. In afwachting van landelijk beleid als gevolg van Europese wet- en regelgeving heeft het Algemeen
Bestuur als tijdelijke maatregel het besluit genomen (oktober 2022) om de operationele sterkte van
de beroepsbezetting uit te breiden, maar nog wel in te vullen met vrijwilligers. Concreet betekent dit dat we dagelijks vrijwilligers kazerneren, wat met ca. € 465k financieel de meest aantrekkelijke oplossing is. In 2027 is hiervoor structurele dekking gevonden. Met de keuze voor deze variant wordt
niet vooruitgelopen op landelijke besluitvorming over de effecten van de Europese Deeltijdrichtlijn. In een brief aan de informateur heeft de voorzitter van het Veiligheidsberaad benadrukt dat landelijk een extra investering van structureel 40 miljoen euro nodig is voor het behoud van onze vrijwilligers.
De Minister wacht de uitkomsten af van een onderzoek door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en gaat dan met de veiligheidsregio's in gesprek over financiering van de kosten.
Stijgende loon- en prijsontwikkeling Geopolitieke spanningen en tariefverhogingen leiden tot blijvende kostenstijgingen en langere levertijden voor materialen en diensten. Structurele ketenverstoringen en grondstoffen schaarste
verhogen het risico op onverwachte prijsstijgingen voor materieel en bepakking. De aanhoudende
volatiliteit in energiemarkten drijft productie- en logistieke kosten verder op. Kosten voor materieel, materialen, onderhoud, brandstof en energie stijgen. Investerings- en exploitatiebegroting kunnen hierdoor tekortschieten en reguliere indexatie is mogelijk onvoldoende bij extreme prijs- en
loonschommelingen. In de begroting 2027 zijn budgetten waar nodig geïndexeerd. De werkelijke prijsstijging kan hiervan afwijken.
Begroting 2027
39
Beroepsziekten en stress gerelateerde gezondheidsklachten Tot op heden gingen veiligheidsregio's verschillend om met medewerkers met PTSS-symptomen. Per
1 februari 2026 is een landelijke regeling Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS) voor alle veiligheidsregio's vastgesteld. Met deze regeling wordt PTSS voor veiligheidsregio's als beroepsziekte erkend. Dit in navolging van bijvoorbeeld Defensie en Politie. Een belangrijk onderdeel van de
regeling zijn preventieve maatregelen om PTSS te voorkomen. In de regeling is een bepaling opgenomen dat ook erkende PTSS-gevallen met terugwerkende kracht rechten kunnen ontlenen aan
de regeling. Bij het ingaan van deze regeling bestaat een (financieel) risico voor toepassing van de regeling met terugwerkende kracht. In de eerste jaren na vaststelling van deze regeling bestaat het risico dat meer
casussen worden ingediend en de daaruit voorvloeiende financiële consequenties op dit gebied door
de veiligheidsregio moeten worden gedragen.
Safety Village De combinatie van aflopende tijdelijke vergunningen voor huisvesting op het terrein, verouderde infrastructuur, capaciteitsdruk en landelijke ontwikkelingen in het brandweeronderwijs maakt dat we op korte termijn moeten bepalen hoe we ook in de toekomst over goede opleidings- en
oefenfaciliteiten kunnen blijven beschikken. Op basis van toenemende eisen aan flexibiliteit, inhoudelijke regie en betaalbaarheid is in het Algemeen Bestuur van september 2025 de strategische
richting uitgesproken voor het behoud van een eigen opleidings- en oefencentrum. We onderzoeken hoe we deze opgave toekomstbestendig kunnen realiseren waarin de mogelijkheden,
vergunbaarheid, kosten en de wijze van financieren in beeld worden gebracht.
Stedelijke en infrastructurele ontwikkelingen Verschillende stedelijke en infrastructurele ontwikkelingen in onze gemeenten krijgen steeds meer vorm en hebben impact op de manier waarop brandweerzorg in de toekomst gewaarborgd kan
blijven. Denk aan Breda (CrossMark) en Tilburg (Parkring). De investering voor het borgen van brandweerzorg in de context van deze ontwikkelingen is afhankelijk van een groot aantal factoren,
zoals locatiekeuzes en de invulling van brandweerzorg(concepten). Dit zijn nieuwe opgaven, waarvoor mogelijk aanvullende financiering nodig is. 5.1.2.e
In de vergadering van 12 december 2024 heeft het Algemeen Bestuur besloten om de Publiek Private
Samenwerking (PPS) met Stichting 5.1.2.e beëindigen en de brandweer
5.1.2.e
(SBM) met ingang van 1 januari 2027 te
om te vormen naar een 100% overheidsbrandweerpost.
De jaarlijkse kostenstijging van € 893k vanaf 2027 vangen we aanvankelijk incidenteel op. Vanaf 2029
is de intentie om deze kosten structureel te dekken vanuit het principe 'nieuw voor oud'. Het is nu nog onzeker of binnen de transformatie brandweerzorg tijdig voldoende financiële ruimte ontstaat om deze ontwikkeling op te vangen.
Langdurige crisissen Door de huidige geopolitiek ontwikkelingen is het risico groter op langdurige grip situaties met extra
kosten tot gevolg.
Begroting 2027
40
Financiële kengetallen
Onderstaande tabel geeft de financiële kengetallen weer die op grond van het BBV verplicht moeten worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Rekening 2025
Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd vooralle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Begroting 2027
Begroting 2026
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
39% 39%
40% 40%
47% 47%
44% 44%
39% 39%
44% 44%
11% 0,35%
10% -0,83%
6% -0,90%
4% -0,80%
5% 0,02%
4% 0,06%
De netto schuldquote geeft het niveau van de schuldenlast aan ten opzichte van de eigen middelen
en geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De netto schuldquote fluctueert de komende jaren. In 2027 is er een toename in de vaste schulden door een stijging van de investeringen. Er is geen verschil tussen de netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle
verstrekte leningen. Dit komt doordat er geen leningen worden verstrekt.
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Dit geeft een beeld over in welke mate de Veiligheidsregio in staat is aan haar financiële verplichtingen
te voldoen. We hebben een beperkt saldo aan eigen vermogen (reserves). Een positief resultaat kan in afstemming met het Algemeen Bestuur worden toegevoegd aan de Algemene Reserve. De
solvabiliteitsratio wordt lager vanwege onttrekkingen van de reserves in aankomende jaren, zie voor toelichting 3.2 Reserves en Voorzieningen. De structurele exploitatieruimte geeft aan of de structurele lasten gedekt worden door structurele
baten en of de exploitatie hiermee in evenwicht is. Dit beoordelen we door de structurele lasten,
inclusief de structurele toevoegingen aan reserves, af te zetten tegen de structurele baten, inclusief
de structurele onttrekkingen aan reserves. In 2027 en 2028 hebben we een negatieve waarde. Dit wordt veroorzaakt door het vormen van een bestemmingsreserve om de structurele kosten van Post 5.1.2.e
2.4
twee jaar te dekken. Zie paragraaf 3.4 Incidentele en structurele lasten en baten.
Onderhoud kapitaalgoederen
In artikel 12 van het BBV staat aangegeven wat de beleidskaders zijn van het onderhoud van de
kapitaalgoederen, de hieruit voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van deze consequenties in de begroting. Wij beschikken over een aanzienlijke omvang kapitaalgoederen. Wij
besteden een substantieel deel van de begroting aan het onderhoud van de kapitaalgoederen. Deze kapitaalgoederen bestaan uit materieel en voertuigen.
Gebouwen Voorziening onderhoud gebouwen
Rekening
Begroting
Begroting
Begroting
2026
2027
2028
2025
(bedragen x € 1.000)
Stand per 01-01
€
Toevoeging aan voorziening
€
Aanwending voorziening
€
Totaal
€
3.405 842 878
€ €
€ 3.369 | €
3.369 € 842 € 832 € 3.379 J €
3.379 € 842 € 1.141 € 3.080 J €
3.080 842 645
Begroting
Begroting
2029 €
€
€ 3.277 | €
3.277 842 1.732
2030 € €
€ 2.387 | €
2.387 842 2.369 860
Voor alle kazernes zijn afspraken met de gemeenten gemaakt over het onderhoud via demarcatie-
lijsten en meerjarige onderhoudsplannen (MJOP's). Voor het groot onderhoud hebben we een voorziening ingesteld voor het egaliseren van de in de tijd gespreide onderhoudskosten. Eind 2022
Begroting 2027
41
hebben we de MJOP's voor alle kazernes geactualiseerd, waarna de dotatie en de stand van de
voorziening is aangepast. Eind 2025 is een conditiemeting uitgevoerd, in 2026 wordt het MJOP
geactualiseerd.
Materieel en voertuigen Voertuigen en bepakking (bedragen x 1.000)
Rekening 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Voertuigen Onderhoud Brandstof Verzekeringen Schades Overig Totaal voertuigen
€ € € € € €
962 € 604 € 298 € 110 € 125 € 2.100 €
1.000 € 550 € € 53 € € 1.603 €
1.046 € 572 € € 53 € € 1.670 €
1.087 € 595 € € 53 € € 1.735 €
1.132 € 619 € € 53 € € 1.803 €
Bepakking Onderhoud Brandstof Verzekeringen Schades Overig Totaal bepakking
€ € € € € €
273 € € € € € 273 €
228 € € € € € 228 €
237 € € € € € 237 €
247 € € € € € 247 €
256 € € € € € 256 €
266
E
2.373 | €
1.831 f €
1.907 f €
1.9811 €
2.059 | €
2.138
Totaal
1.176 643
53
1.872
266
We hebben een groot wagenpark. Bij de aanbesteding van de meeste voertuigen worden onderhoudscontracten afgesloten voor maximaal 15 jaar. Het onderhoud inclusief APK voeren we voor een deel van de voertuigen uit in de werkplaats in Tilburg. Steeds vaker voeren we ook
andersoortig onderhoud aan voertuigen zelf uit, zoals bijvoorbeeld pomprevisies. Dat geldt ook voor het onderhoud van kleine dienstvoertuigen. De bepakkingswerkzaamheden voeren we grotendeels
in eigen beheer uit. Er is geen voorziening groot onderhoud ingesteld ten behoeve van materieel. Vooralsnog is hier geen
noodzaak toe en gelden de afgesloten contracten als normering. Er is nu geen sprake van achterstallig onderhoud binnen ons wagenpark. Naast normeringen op materieel zijn er ook normeringen op materiaal.
Bij de voertuigen maken we geen onderscheid meer tussen planmatig en correctief onderhoud. Dit
hebben we samengevoegd tot Onderhoud voertuigen. Voertuigen zijn WA-verzekerd, schades aan voertuigen zijn dus voor eigen rekening. Om schades te voorkomen hebben we nader beleid
gevormd en in een proces vastgelegd. Bij de bepakking zijn de kostensoorten aangepast in
Onderhoud voertuigen en Correctief onderhoud voertuigen.
2.5
Verbonden partijen
Er is sprake van een verbonden partij volgens het BBV als er een bestuurlijk en financieel belang is in
een privaat- of publiekrechtelijke organisatie. Het bestuurlijk belang komt tot uitdrukking in de
zeggenschap, via vertegenwoordiging in het bestuur of via stemrecht. Dit houdt concreet in dat er sprake is van een bestuurlijk belang als een bestuurslid of ambtenaar van de veiligheidsregio namens
de veiligheidsregio in het bestuur van de verbonden partij plaatsneemt of namens de veiligheidsregio stemt. Het financieel belang komt tot uitdrukking in het aan de verbonden partij ter beschikking
Begroting 2027
42
gestelde bedrag. Dat is niet verhaalbaar als de verbonden partij failliet gaat, of waarvoor
aansprakelijkheid bestaat als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.
Wij kennen formeel juridisch gezien geen verbonden partijen door het ontbreken van een financieel belang zoals gedefinieerd in het BBV. Er zijn wel partijen waar sprake is van een structurele
bekostiging in overwegende mate of van een structureel samenwerkingsverband met een bestuurlijk belang gezien het maatschappelijke - of algemene belang. De commissie BBV beveelt aan om ook
deze partijen op te nemen in een tabel in de paragraaf Verbonden partijen. Voor de aanbevolen koppeling met beleid en uitvoering is de verwijzing naar de pijler i.p.v.
programma opgenomen waarbinnen de partij een bijdrage levert. VRMWB kent immers maar 1 programma, Veiligheid. Om de tabel leesbaar te houden lichten we onder de tabel per partij doel,
vorm van belang, omvang van belang en de risico's toe. Het cijfermatig overzicht, zoals hieronder
gepresenteerd, is gebaseerd op de cijfers uit de laatst gepubliceerde cijfers van de betreffende gelieerde partij. De financiële bijdrage is voor alle partijen het bedrag zoals opgenomen in begroting
2027. Verbonden partij
Pijler
Srichbnoen en Veren/o/noen Werkgeversvereniging Samenwerkende Wendbare en duurzame organisatie Veiligheidsregio's (WVSV)
Financiële bijdrage 2027
Eigen Eigen Vreemd Vreemd Verwacht vermogen 1-1-vermogen31- vermogen 1-1-vermogen 31- resultaat
12-2024
2024
2024
12-2024
2026
€
35.000 €
232.000 €
441.000 €
171.000 €
582.000 onbekend
€
67.000 €
176.000 €
463.000 €
142.000 €
€
170.000
€0*
463.000 €40.000 (positief) 462.000 €2.308.000 (positief)
Wendbare en duurzame organisatie én Hulpvaardige en slagvaardige inzet
€
982.000 €16.603.000 €13.937.000 €60.272.000 €56.386.000 onbekend
Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR)
Bijdragen aan een veilige leefomgeving
42.832.000
PPS Moerdijk
Hulpvaardige en slagvaardige inzet
€
PPS blusboot Furie 4 BST Gemeenschappelijke meldkamer OCB VR/Brw
Hulpvaardige en slagvaardige inzet Hulpvaardige en slagvaardige inzet
€ 423.000 €2.741.000
Stichting Expertisebureau Risicobeheer Wendbare en duurzame organisatie Veiligheidsregio's (ERVRS) Stichting Waa r bo rgfon ds Wendbare en duurzame organisatie Veiligheidsregio's (WBF) Overige verbonden partijen
Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV)
€ 2.610.000
€0*
€
Duurzame samenwerkingsverbanden
*In verband metdestartpernajaar2023is sprake van een i/ertengd boekjaar2023-2024.
Stichtingen en Verenigingen Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's
Doel: De WVSV is sinds 1 januari 2022 de werkgeversvereniging van de veiligheidsregio's die met de werknemersorganisaties op landelijk niveau tot afspraken komt over arbeidsvoorwaarden voor alle
werknemers van de veiligheidsregio's (met uitzondering van het personeel dat onder een eigen cao
valt, bijvoorbeeld cao Ambulancezorg). Vorm van belang: Als vereniging kent de WVSV een Algemene Vergadering (AV) die bestaat uit de 25 voorzitters van de veiligheidsregio's. Daarmee vormt de AV een personele unie met het
Veiligheidsberaad (VB). Een vijftal bestuurders uit de Bestuurlijke Adviescommissie Brandweer (BAC) vormen het bestuur. De bestuurders van de WVSV zijn lid van het Algemeen Bestuur (AB) van de veiligheidsregio waar zij als burgemeester aan verbonden zijn.
Omvang van belang: Elke veiligheidsregio draagt l/25e deel van de kosten.
Begroting 2027
43
Risico's:
• • •
Beschikbaarheid van deskundige leden met relevante expertise en ervaring. Gezien de dynamiek van onderhandelingen en de belangen van de leden, bestaat het risico dat meer personele capaciteit moet worden ingekocht. Eigenriscodragerschap Ziektewet 'el Algemene bedrijfsrisco's
Stichting Expertisebureau Risicobeheer Veiligheidsregio's (ERVRS) Doel: Het ERVS ondersteunt de veiligheidsregio's bij goed werkgeverschap bij ongevallen. De werkzaamheden spitsen zich vanaf 1-1-2024 toe op schadeafhandeling van dienstongevallen op basis
van de 5.1.2.e
aanspraken na Dienstongevallen (LRD). Daarnaast wordt ingezet op het
voorkomen van schades bij dienstongevallen, door risicoanalyse en -advies. Vorm van belang: Het Expertisebureau Risicobeheer beschikt over een vergunning van de Autoriteit
Financiële Markten (AFM). Het Expertisebureau staat onder toezicht van een Raad van Advies, bestaande uit algemeen directeuren/commandanten en directeuren bedrijfsvoering van de veiligheidsregio's. De toetsingscommissie bestaat uit twee voormalig financieel adviseurs van
Veiligheidsregio's en een voorzitter, zijnde een RCDV-lid.
Omvang van belang: Elke veiligheidsregio draagt l/25e deel van de kosten. Risico's:
•
Vaststelling van uitkeringen voor bepaalde dossiers kan pas na 2 a 3 jaar.
•
De formatie en bezetting sluiten in kwantitatieve en kwalitatieve zin niet aan op de
benodigde capaciteit. (Formatiegroei wordt voorzien o.b.v. toename van het aantal dossiers).
•
Kwetsbaarheid team door beperkte omvang.
Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio's (WBF) Doel: Om een sluitende financiering van de 5.1.2.e
aanspraken na Dienstongevallen
(LRD) te bieden is het WBF opgericht. Het WBF financiert aanspraken van de 25 veiligheidsregio's in het kader van goedwerkgeverschap na dienstongevallen, voor zover deze niet verzekerd zijn. Het
gaat daarbij in de eerste plaats om aanspraken die niet of lastig verzekerbaar zijn, maar ook om schade die zich regelmatig voordoet. Vorm van belang: Het Waarborgfonds heeft een Raad van Toezicht en een Toetsingscommissie. De Raad van Toezicht bestaat uit leden met expertise in risicomanagement, verzekeringen en actuariële
zaken, die werkzaam zijn bij de overheid of zijn aangewezen door de overheid. De
Toetsingscommissie bestaat uit leden met financiële en/of juridische achtergronden en kennis van de veiligheidsregio's. Samen met de directeur zijn zij verantwoordelijk voor het beheer van de
gezamenlijke jaarlijkse inleg van de veiligheidsregio's. Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland
ondersteunt het Waarborgfonds in haar bedrijfsvoering. Omvang van belang: Het fonds wordt gevoed vanuit de bijdragen van veiligheidsregio's op basis van
aantal inwoners per regio met een verplichting tot bijstorting. Risico's:
• •
Omvangrijk incident met veel ongevallen. Groter aantal schades dan ingeschat.
•
Als de liquiditeit van het Waarborgfonds onder druk komt te staan, dan zal op dat moment een extra bijdrage van de veiligheidsregio's worden gevraagd. Het Waarborgfonds heeft echter In het
Begroting 2027
44
eerste jaar (2024) door een beperkte schadelast al een reserve opgebouwd van ruim 3 miljoen euro (streven is 5 miljoen). Overige verbonden partijen Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV)
Doel: Het NIPV is het publiek kennisinstituut voor crisisbeheersing en brandweerzorg. Zij versterkt op grond van art 68, 69 en 70 Wvr Veiligheidsregio's, Rijk en andere crisispartners met onderzoek,
onderwijs, informatie(voorziening) en ondersteuning. Vorm van belang: Het NIPV is een Zelfstandig Bestuursorgaan (ZBO). VRMWB participeert conform
art. 67 lid la Wvr in het bestuur van het NIPV. De 25 voorzitters van de veiligheidsregio's vormen samen het algemeen bestuur van het NIPV.
Omvang van belang: Naast rechtstreekse financiering d.m.v. BDuR leveren de Veiligheidsregio's een
bijdrage in de jaarlijkse exploitatiekosten o.b.v. verschillende verdeelsleutels. Risico's:
• •
Indexering van kosten die onvoldoende worden doorberekend in tarieven van geleverde diensten. Hantering van langjarige afspraken waarbij indexaties worden vastgesteld die mogelijk negatief kunnen uitpakken en waarbij het risico voor eigen rekening is. 'el Algemene bedrijfsrisico's
‘Algemene bedrijfsrisico's: • • • •
Wijzigingen in de organisatie Veranderende marktomstandigheden Langdurige uitval door ziekte van medewerkers Onvrijwillige beëindigingen van dienstverbanden
Duurzame samenwerkingsverbanden Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR)
Doel: Het instellen en in stand houden van een GHOR is een taak van de veiligheidsregio. De GHOR is verantwoordelijk voor de coördinatie, aansturing (warme fase) en regie (koude fase) van de geneeskundige hulpverlening en de advisering van andere overheden en organisaties op dat gebied.
Vorm van belang: De GHOR is organisatorisch een onderdeel van de GGD. Met ingang van 1 januari
2014 is voor de bedrijfsvoering van de GHOR een dienstverleningsovereenkomst afgesloten met de
GGD West-Brabant. De dienstverleningsovereenkomst is geformaliseerd in een overeenkomst kosten voor gemene rekening, waarin de activiteiten van de GHOR zijn ondergebracht. De
gemeenschappelijke regelingen GGD West-Brabant, GGD Hart voor Brabant en VRMWB maken deel
uit van deze gemene rekening. In de gemene rekening zijn de kosten opgenomen ten aanzien van het
personeel (inclusief de kosten van ziekte, arbeidsongeschiktheid en ontslag), de toerekenbare overhead en de overige kosten van de GHOR. De DPG West-Brabant is verantwoordelijk voor de uitvoering van de GHOR-taken in Midden- en West-Brabant.
Omvang van belang: Een aandeel van 93,65% in de gemene rekening op basis van de vaste verdeelsleutel.
Begroting 2027
45
Publiek-Private 5.1.2.e Doel: De verantwoordelijkheid voor veiligheid binnen het havengebied Moerdijk wordt in
samenwerking met diverse belanghebbende partijen uitgevoerd. De bedrijfsbrandweerzorg is voor
bedrijven die een 'aanwijzing bedrijfsbrandweer' hebben. Zij zijn aangesloten bij de Stichting 5.1.2.e
(bestaande uit het havenbedrijf en de aangesloten bedrijven).
VRMWB legt de aanwijsbeschikking op. Vorm van belang: De bedrijfsbrandweerzorg is sinds 1 februari 2013 een publiek private constructie
tussen VRMWB en de Stichting 5.1.2.e
(SBM) in samenwerking met de
gemeente Moerdijk, het 5.1.2.e
en het bedrijfsleven op het haven- en
industrieterrein. De veiligheidsregio verzorgt de huisvesting, het benodigde brandweerpersoneel, hun vakbekwaamheid en het materieel, de Stichting 5.1.2.e
(SBM) betaalt
een bijdrage voor de bedrijfsbrandweerzorg.
Omvang van belang: Het Algemeen Bestuur heeft in december 2024 besloten om de Publiek Private
Samenwerking (PPS) met Stichting 5.1.2.e beëindigen en de brandweer 5.1.2.e
(SBM) met ingang van 1 januari 2027 te om te vormen naar een 100% overheidsbrandweerpost.
Vanaf de volgende begroting wordt deze partij niet meer opgenomen in deze paragraaf.
Publiek-Private Samenwerking voor blusboot Furie 4 BST
Doel: Via een langdurige samenwerking tussen BST Dintelsas en de veiligheidsregio wordt voorzien in een gespecialiseerde, hoogwaardige en altijd beschikbare watergebonden incidentrespons, die