Raadsvoorstel over Reinigingsrechten voor bedrijven
Tekst van het document
Raadsvoorstel Portefeuillehouder : A.J.L. Meulensteen Zaakdossiernummer : ZK25.00055 Documentnummer : 2025.04666
*2025.04666*
Onderwerp
:
Raadsvoorstel over Reinigingsrechten voor bedrijven
Beleidsprogramma
:
3.2 Duurzaamheid
Aan de raad van de gemeente Loon op Zand, Inleiding Via de verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Loon op Zand wordt aan bedrijven die uitsluitend op huishoudelijk afval gelijkend afval hebben, de mogelijkheid geboden om tegen betaling van Reinigingsrecht gebruik te maken van de afvalvoorzieningen voor particuliere huishoudens. Scholen en verenigingen maken ook gebruik van deze regeling. Gemeenten hebben een wettelijke zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval. Deze zorgplicht geldt niet voor afval van bedrijven. Bedrijven, scholen en verenigingen zijn zelf verantwoordelijk voor de inzameling van hun afval. De particuliere markt biedt daarvoor prima mogelijkheden. Beslispunten Wij stellen u voor: 1. Het Reinigingsrecht voor bedrijven per 1-1-2026 af te schaffen. Beoogd effect 1. Bedrijven, scholen en verenigingen kunnen tegen gunstiger voorwaarden hun afval aanbieden op de particuliere markt; 2. Het voorkomen van vervuiling van de huishoudelijke afval met bedrijfsafval, waardoor we ook sturen op kosten voor de particuliere huishoudens. Argumenten 1.1 De gemeente heeft op basis van artikel 10.21 Wet milieubeheer een inzamelplicht voor huishoudelijke afvalstoffen De afvalstoffenheffing voor huishoudelijke afvalstoffen mag worden geheven op basis van artikel 15.33 Wet Milieubeheer.
1
Er bestaat geen inzamelplicht voor afvalstoffen van bedrijven en instellingen. De gemeente biedt daarvoor een dienst aan en mag vervolgens op basis van artikel 229 lid 1 onder b van de Gemeentewet reinigingsrechten heffen. Het aanbieden van de dienst is derhalve een keuze van de Raad. 1.2 De regeling is duur voor bedrijven en het serviceniveau is beperkt Via deze regeling koopt de aanvrager (een bedrijf) een dienst. Hiervoor wordt maximaal 13 keer per jaar via de huis aan huis inzamelroute het afval van bedrijven, organisaties en verenigingen ingezameld en verwerkt. De aanvrager krijgt ook een milieupas die toegang geeft tot het Grondstoffencentrum. De totale kosten hiervoor bedragen 376,08 euro per jaar (totaal vastrecht, incl. BTW). Deze kosten zijn gebaseerd op het vastrecht tarief van een meerpersoonshuishouden, met daarbovenop een verplichte BTW berekening en afdracht. Deze verplichting is noodzakelijk omdat inzameling van dit afval geen gemeentelijke taak is. Hierboven op komt het variabel tarief (van gemiddeld 7 aanbiedingen á € 5,00 per keer). 1.3 Het afvalaanbod dat bedrijven kunnen doen is beperkt. Al het afval dat men via deze regeling aanbiedt moet overeenkomen met afval dat ook in een normaal huishouden voorkomt.
Dit is voorgeschreven omdat echt bedrijfsafval qua soort en samenstelling niet overeenkomt met huishoudelijk afval en daarom niet op een juiste manier kan worden verwerkt. Datgene wat bedrijven, organisaties en verenigingen dus huis aan huis en op het Grondstoffencentrum mogen aanbieden is beperkt. Daarnaast is in 2018 de frequentie huis aan huis inzameling van restafval op jaar basis gehalveerd. Voor huishoudens is er compensatie in de vorm van extra wijkvoorzieningen zoals bv luiercontainers in de wijk. Bedrijven produceren dergelijk afval niet en krijgen dus een lager serviceniveau. 1.4 Afschaffing zorgt voor duidelijkheid en vereenvoudiging van onze regelgeving. Via aanbieding van het afval op het Grondstoffencentrum van bedrijven die Reinigingsrecht betalen, blijkt dat veel bedrijven in de veronderstelling zijn dat zij andersoortig afval mogen aanbieden dan dat particuliere huishoudens daar doen. Dit leidt op locatie tot discussies. Door de regeling voor reinigingsrechten af te schaffen, hebben bedrijven geen toegang meer tot het Grondstoffencentrum. Hiermee sluit je een verkeerd verwachtingspatroon uit en is nog duidelijker dat deze brengvoorziening er alleen is voor grof huishoudelijk afval uit huishoudens. 1.5 Belastingsamenwerking West Brabant (BWB) hanteert voor geen enkele andere gemeente een dergelijke regeling.
De BWB brengt voor geen enkele ander gemeente Reinigingsrechten in rekening. Dit omdat het geen gemeentelijk taak is. Als de gemeente Loon op Zand dit wil blijven voortzetten dan moet de belastingapplicatie hiervoor worden aangepast en zal dit kosten verhogend werken. Hierdoor zal de afvalstoffenheffing stijgen. 1.6 Afschaffing is in lijn met regels en ontwikkelingen hierover in omliggende gemeenten. De gemeente Waalwijk kent een beperkte regeling die daarom veel minder service biedt en ziet het gebruik ervan afnemen. Gemeente Dongen, Tilburg en Heusden kennen geen regeling voor bedrijven.
2
Alle vanwege het argument dat bedrijven op de particuliere markt veel goedkoper uit zijn. 1.7 De particuliere markt kan dit veel goedkoper. Voor bedrijven zijn er alternatieven op de particuliere markt waarbij de kosten lager zijn ten opzichte van het gemeentelijke tarief. De hieraan verbonden inzamelfrequentie is gelijk of hoger dan die de gemeente kan bieden. De particuliere markt hanteert ook ruimere acceptatievoorwaarden voor de verschillende afvalstromen. Daarnaast is men binnen diverse branches zich meer en meer bewust van afvalscheiding. Het Programma VANG Buitenshuis en de Afvalwijzer voor bedrijven op het Ondernemersplein van de Rijksoverheid bieden hiervoor maatwerk handvaten. De gemeente kan op dit gebied een advies -en doorverwijsfunctie blijven vervullen. 1.8 Afschaffing levert betrouwbaarder inzamelgegevens op en een zuiverder toerekening In de gemeente wordt het afval van bedrijven die Reinigingsrecht betalen tegelijk ingezameld met het huishoudelijk afval. Dit leidt tot 'onzuivere' inzamelgegevens omdat het risico bestaat dat daadwerkelijk bedrijfsafval wordt ingezameld. Deze restafval-kilo’s bepalen mede een mogelijk afwijkend bronscheidingspercentage en ook de hoogte van de afvalstoffenheffing voor particuliere huishoudens. 1.9 Bedrijven, verenigingen en scholen hebben doorgaans alleen behoefte aan de afvoer van de stroom restafval.
Dit maatwerk levert de gemeente niet maar de particuliere markt wel. Naar aanleiding van het invoeren van Diftar op frequentie per 1-1-2024 hebben een aantal bedrijven (ca.10) deze regeling opgezegd. Daarnaast leert de praktijk dat bij een duidelijke uitleg over de acceptatievoorwaarden (dat geen echt bedrijfsafval mag worden aangeleverd), de regeling voor bedrijven niet aantrekkelijk is. Het is de vraag of zij zich hiervan bewust zijn. Kanttekeningen 1.1 Afschaffing kan onbegrip oproepen Afschaffing kan de reactie oproepen dat het voor bedrijven, verenigingen en scholen ‘moeilijker wordt gemaakt’ hun afval kwijt te raken en dat zij worden benadeeld ten opzichte van particuliere huishoudens. Dit vraagt een duidelijke uitleg en verwijzing via gerichte en bijtijds opgezette communicatie. Financieel De kosten en opbrengsten voor de inzameling van afval van bedrijven komen te vervallen met ingang van 1 januari 2026. Er zijn geen financiële effecten omdat de reinigingsrechten 100% kostendekkend zijn. Vervolg Artikel 147 Gemeentewet bepaalt dat gemeentelijke verordeningen door de raad worden vastgesteld. Artikel 156 lid 2 sub h Gemeentewet bepaalt dat de bevoegdheid tot het heffen rechten genoemd in artikel 229 Gemeentewet niet kunnen worden overgedragen aan het College. De verordening dient aldus door de Raad te worden aangepast.
3
In december 2025 zal, als de raad instemt om het reinigingsrecht voor bedrijven af te schaffen, de verordening afvalstoffenheffing hierop worden aangepast en worden aangeboden aan de gemeenteraad. Na besluitvorming van de gemeenteraad wordt het Acceptatiereglement Grondstoffencentrum en het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening hierop aangepast (beide bevoegdheid van het College). Communicatie De bedrijven die gebruik maken van het reinigingsrecht zullen per brief op de hoogte worden gesteld van het feit dat deze dienstverlening per 1 januari 2026 stopt. In november ontvangen deze bedrijven een 2de brief ter herinnering. Bijlagen N.v.t
4
Ontwerpbesluit De raad van de gemeente Loon op Zand; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 16 juni 2025, nummer. 2025.00571 Besluit: 1. Het Reinigingsrecht voor bedrijven per 1-1-2026 af te schaffen. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van Raadsbesluit d.d. (wordt ingevuld door Griffie).
De raad voornoemd,
voorzitter,
griffier,
5