CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel over belasting-, leges- en retributieverordeningen 2026

Raadsvergadering 11 december 2025, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over belasting-, leges- en retributieverordeningen 202623.738 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning.

In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen, dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Artikel 5 Belastingtarieven Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. de gebruikersbelasting 0,1643 %; b. de eigenarenbelasting 1. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1532 %; 2. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,2747 %. 2. Voor belastingbedragen tot € 5,00 vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen onroerendezaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 6 Wijze van heffing De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 10.000,00, dat dit bedrag en een bestuurlijke boete op het aanslagbiljet moeten worden betaald op de laatste dag van de maand volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 3. Betaling via automatische incasso is voor alle aanslagen mogelijk.

In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt, ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer dan € 100,00 doch niet meer dan € 10.000,00 bedraagt, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal tien gelijke termijnbedragen waarvan de eerste termijn vervalt op de 28e dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de onroerendezaakbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9 Overgangsrecht De “Verordening onroerendezaakbelastingen 2025” van 19 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 10 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 11 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening onroerendezaakbelastingen Loon op Zand 2026”. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van 11 december 2025. De raad voornoemd,

voorzitter, griffier,

Ontwerpbesluit VII: De raad van de gemeente Loon op Zand; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 28 oktober 2025; nummer zk25.00726

gelet op artikel 226 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de “Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2026”. ('Verordening hondenbelasting Loon op Zand 2026’) Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam 'hondenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van een hond binnen de gemeente. Artikel 2 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is de houder van een hond. 2. Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is. 3. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden. Artikel 3 Vrijstellingen 1. In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren. 2. De belasting wordt niet geheven voor honden: a. die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden; b.

die zijn opgeleid tot en dienen als assistentiehond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden; c. die in opleiding zijn tot de onder a. of b. genoemde hond en in opdracht van een opleidingsinstituut daartoe zijn geplaatst bij een gastgezin; d. die verblijven in een hondenasiel; e. die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren; f. die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden; g. uitsluitend gehouden voor overheidsdienst of ter africhting daarvoor en waarvoor de houder van de overheid deswege een vergoeding ontvangt. Artikel 4 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden. Artikel 5 Belastingtarief 1. De belasting bedraagt per belastingjaar: a. voor een eerste hond € 47,53; b. voor een tweede en volgende hond € 68,56; 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in een kennel, per belastingjaar, per kennel € 241,11. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt onder een kennel verstaan een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, bestemd en gebruikt voor het fokken van honden voor de verkoop of aflevering van nakomelingen. 3.

Het tweede lid blijft buiten toepassing indien belastingplichtige schriftelijk verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar het werkelijke aantal honden, als blijkt dat dit bedrag lager is dan het op voet van het tweede lid bepaalde bedrag.

Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting voor het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven.

Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 9 Aangifte 1. Het uitnodigen tot het doen van aangifte wordt gedaan door: a. het uitreiken of toezenden van een aangiftebiljet; b. het op elektronische wijze uitreiken of toezenden van een aangiftebrief waarin wordt verzocht om aangifte te doen op de wijze als bedoeld in het tweede lid, letter b. 2. Het doen van aangifte geschiedt door: a. het inleveren of toezenden van het aangiftebiljet met de daarbij gevraagde bescheiden; b. het op elektronische wijze toezenden van de door de betreffende programmatuur gevraagde gegevens Artikel 10 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 10.000,00 dat dit bedrag en een bestuurlijke boete op dit aanslagbiljet moeten worden betaald op de laatste dag van de maand volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 3. Betaling via automatische incasso is voor alle aanslagen mogelijk.

In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel geldt, ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 100,00 of meer, doch niet meer dan € 10.000,00 bedraagt, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnbedragen, waarvan de eerste vervalt op de 28e dag van elke maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 11 Kwijtschelding Bij de invordering van de in artikel 5 onder 1 a genoemde belasting wordt voor maximaal 100% van het verschuldigde bedrag kwijtschelding verleend. Artikel 12 Overgangsrecht De “Verordening hondenbelasting 2025” van 19 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 13 Inwerkingtreding De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening hondenbelasting Loon op Zand 2026.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van 11 december 2025. De raad voornoemd,

voorzitter,

griffier,

Ontwerpbesluit VIII: De raad van de gemeente Loon op Zand; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d 28 oktober 2025 nummer: zk25.00726 gelet op artikel 227 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de navolgende “Verordening op de heffing en de invordering van Reclamebelasting 2026”. (Verordening Reclamebelasting Loon op Zand 2026) Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a. reclameobject: een openbare aankondiging in letters, cijfers, tekens, logo’s, symbolen of kleuren, of een reclamevoorwerp of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg; b. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij directe of indirect steun vindt in of op de grond; c. onroerende zaak: de onroerende zaak, of een deel daarvan, als bedoeld in artikel 16 van de Wet WOZ dat door één organisatie, instelling of bedrijf anders dan voor woondoeleinden wordt gebruikt; d. jaar: een kalenderjaar. Artikel 2 Gebiedsomschrijving Deze verordening is van toepassing binnen de drie binnen de gemeente Loon op Zand gelegen gebieden: Centrum Kaatsheuvel (gebied A), Bedrijvenpark Kaatsheuvel (gebied B) en Centrum Loon op Zand (gebied C), zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaarten.

Artikel 3 Belastbaar feit Onder de naam reclamebelasting wordt, onder de bij deze verordening gestelde voorwaarden, binnen de gebieden als bedoeld in artikel 2 een directe belasting geheven voor een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. Artikel 4 Belastingplicht 1. De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de onroerende zaak, waarop of waarbij één of meer reclameobjecten worden aangetroffen. 2. In afwijking in zoverre van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting voor een openbare aankondiging die is aangebracht door tussenkomst van een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zijn beroep of bedrijf maakt van ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van openbare aankondigingen op daartoe beschikbaar gestelde oppervlakken, geheven van die natuurlijk persoon of rechtspersoon. 3. In afwijking van het eerste lid, wordt in geval van gebruik door degene aan wie een deel van de bedrijfsruimte in gebruik is gegeven geheven van degene die dat deel in gebruik heeft gegeven, met dien verstande dat degene die het deel in gebruik heeft gegeven bevoegd is de reclamebelasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De reclamebelasting wordt geheven per onroerende zaak. 2. De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze geldt voor het kalenderjaar 3. Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. 4. Het tarief van de reclamebelasting bedraagt in: 1. Gebied A centrum Kaatsheuvel: 0,349 % van de heffingsmaatstaf met een minimumbedrag van € 300,00 en geen maximumbedrag; 2. Gebied B Bedrijvenpark Kaatsheuvel: 0,064% van de heffingsmaatstaf met een minimumbedrag van € 200,00 en een maximumbedrag van € 800,00; 3. Gebied C centrum Loon op Zand: 0,011 % van de heffingsmaatstaf met een minimumbedrag van € 200,00 en een maximumbedrag van € 600,00; 5. Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting. Artikel 6 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de reclamebelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingtijdvak verschuldigde reclamebelasting als er in dat belastingtijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt de aanslag op aanvraag van belastingplichtige verminderd met zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingtijdvak verschuldigde reclamebelasting als er in dat tijdvak, na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel 8 Wijze van heffing De reclamebelasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel 9 Vrijstellingen De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen: a. waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst betaling aan de gemeente moet geschieden onderscheidenlijk een vergoeding aan de gemeente verschuldigd is. b. die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend, kunnen worden aangemerkt; c.

die door de gemeente of in opdracht van de gemeente is geplaatst of aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de publieke taak; d. aangebracht door of namens winkeliersverenigingen of het centrum- of parkmanagement, waarbij het reclameobject uitsluitend bestaat uit een vlag, banier of zuil met de naam van de winkeliersvereniging of het centrum- of parkmanagement; e. aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden; f. die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideëel belang dienen; g. die onderdeel uitmaken van voor de verkoop of verhuur bestemde artikelen en producten in een etalage of in de winkel; h. bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of te verhuren zaak; i. aangebracht op scholen, zorginstellingen, ziekenhuizen, kerken en moskeeën, en die betrekking hebben op de functie van het gebouw; j. die door (semi-)overheden of culturele, maatschappelijke of daarmee gelijk te stellen lichamen met ideële doelstellingen zijn aangebracht en betrekking hebben op activiteiten die uitsluitend een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang dienen; k.

die van cultuurhistorische waarde zijn, zoals bepaald en opgenomen door de lokale heemkundekring.

Artikel 10 Termijn van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 1. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 10.000,00, dat dit bedrag en een bestuurlijke boete op dit aanslagbiljet moeten worden betaald op de laatste dag van de maand volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2. Betaling via automatische incasso is voor alle aanslagen mogelijk. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer dan € 100,00 doch niet meer dan € 10.000,00 bedraagt, dat de aanslag reclamebelasting moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnbedragen als er na de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het jaar van de dagtekening overblijven, met dien verstande dat het aantal betalingstermijnen steeds minimaal twee telt. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11 Kwijtschelding Bij de invordering van reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 12 Overgangsrecht De “Verordening Reclamebelasting 2025” van 19 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 13 Inwerkingtreding De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Reclamebelasting Loon op Zand 2026". Bijlage 1 Kaart Centrumgebied Kaatsheuvel Bijlage 2 Kaart Bedrijvengebied Kaatsheuvel Bijlage 3 Centrumgebied Loon op Zand

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van 11 december 2025. De raad voornoemd,

voorzitter,

griffier

Ontwerpbesluit IX: De raad van de gemeente Loon op Zand; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 28 oktober 2025; nummer zk25.00726 gelet op artikel 229, aanhef, eerste lid, onderdeel a en b, van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de navolgende “Verordening op de heffing en de invordering van retributies 2026” (Verordening retributies Loon op Zand 2026). Artikel 1 Aard van de belasting Onder de benaming retributies worden rechten geheven voor: a. Het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen of voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen, die bij de gemeente in beheer of onderhoud zijn; b. Het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Artikel 2 Belastingplicht Belastingplichtig is degene die gebruik maakt van de in artikel 1 bedoelde bezittingen, werken of inrichtingen, dan wel degene die het genot heeft van de in artikel 1 bedoelde dienst, dan wel degene die de dienst aanvraagt. Artikel 3 Heffingsmaatstaf en tarief 1. De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, zoals opgenomen in de bij deze verordening horende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van de in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. 3.

Indien toepassing van het tarief per week, per maand of per jaar mogelijk is, vindt toepassing plaats van het voor de belastingplichtige meest gunstige tarief. Artikel 4 Wijze van heffing De retributies worden geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 5 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de retributies worden betaald binnen 30 dagen na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel 6 Kwijtschelding Bij de invordering van de retributies wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 7 Overgangsrecht De “Retributieverordening Loon op Zand 2025”, vastgesteld bij raadsbesluit van 19 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 8 genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande, dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 8 Inwerkingtreding De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 9 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Retributieverordening Loon op Zand 2026’

Bijlage 1 Tarieventabel Hoofdstuk 1 Maken van een inrit (vervallen) Hoofdstuk 2 Maken van rioolaansluiting Artikel 2 Maken van rioolaansluitingen 2.1 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 2.1.1 voor een aansluiting van Ø 125 mm van een pand op het gemeenteriool, inclusief hulpstukken, per aansluiting met een lengte van maximaal 10 m': 2.1.2 voor een aansluiting van Ø 125 mm van een pand met een lengte groter dan 10 m' doch kleiner dan 16 m' wordt het onder 2.1.1 vermelde bedrag voor elke m' boven de 10 m' verhoogd met: Voor aansluitingen met een lengte vanaf 16 m' dient minimaal een aansluiting van Ø 160 mm te worden toegepast. 2.1.3 voor een aansluiting van Ø 160 mm van een pand op het gemeenteriool, inclusief hulpstukken, per aansluiting met een lengte van maximaal 10 m’: 2.1.4 voor een aansluiting van Ø 160 mm van een pand met een lengte groter dan 10 m’ doch kleiner dan 41 m', wordt het onder 2.1.3 vermelde bedrag voor elke m' boven de 10 m’ verhoogd met: 2.2 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een aansluiting op het gemeenteriool met: a. een Ø groter dan 160 mm; b. een lengte vanaf 41 m'; wordt bepaald op basis van een door of vanwege het college van burgemeester en wethouders opgestelde, vooraf aan de belastingplichtige bekend gemaakte begroting.

2.2.1 Het op grond van onderdeel 2.2 verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 2.3 Voor een aansluiting op mechanische riolering bedraagt het tarief: Hoofdstuk 3 Uitvoering evenementen Artikel 3 Uitvoering evenementen 3.1 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het bij een evenement als bedoeld in artikel 2:25 van de APV Loon op Zand en of een evenement als bedoeld in artikel 17 van de "Duinverordening gemeente Loon op Zand". Of overige APV zaken waarvoor materiaal benodigd is 3.1.1 brengen en halen van dranghekken tot 10 stuks: 3.1.2 brengen en halen van 10 of meer dranghekken: 3.1.3 brengen en halen van afvalcontainers tot 10 stuks: 3.1.4 brengen en halen van afvalcontainers van 10 of meer stuks: 3.1.5 brengen en halen verzamelafvalcontainer, per verzamelafvalcontainer: 3.1.5.1 vermeerderd met een bedrag voor het gebruik van de verzamelafvalcontainer bij een hoeveelheid afval: a. tot en met 1000 kg: b.

voor elke 1000 kg of gedeelte daarvan boven de 1000 kg: 3.1.6 plaatsen vlaggenmast, per mast: 3.1.7 regelen van een water- en stroomaansluiting op de evenementenlocatie per dag: 3.1.7.1 a. vergoeding stroom Anton Pieckplein per Kwh: b. vergoeding water Anton Pieckplein per dag: 3.1.8 plaatsen bebording wegomleiding en aankondigingsborden per locatie:

Tarief €1.500,06 € 111,95

€ 1.623,46 € 111,95

€ 5.273,64

Tarief

€ 111,40 € 222,77 € 111,40 € 222,77 € 222,77

€ 190,30 € 190,30 € 28,56 € 61,69 € 1,09 € 29,89 € 20,.83

3.1.8.1 Onverminderd het bepaalde in 3.1.8 bedragen de kosten voor de in onderdeel 3.1.8 genoemde werkzaamheden voor zover deze meer dan 6 uur omvatten voor elk uur: of gedeelte daarboven, per uur: 3.1.8.2 Het op grond van onderdeel 3.1.8.1 verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

€ 90.82

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van 11 december 2025.

voorzitter,

griffier,

Ontwerpbesluit X: De raad van de gemeente Loon op Zand Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 28 oktober 2025, nummer zk25.00726 Gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Gemeentewet BESLUIT: Vast te stellen de “Verordening op de heffing en de invordering van vermakelijkhedenretributie 2026” (Verordening vermakelijkhedenretributie Loon op Zand 2026) Artikel 1 Begripsomschrijving Voor de toepassing van deze verordening wordt onder een vermakelijkheid verstaan: een activiteit, waarbij wordt beoogd of mede beoogd het publiek amusement, verstrooiing, ontspanning of vermaak te verschaffen, of waarbij het publiek dit amusement, deze verstrooiing, deze ontspanning of dit vermaak zoekt, ondergaat, vindt, pleegt te vinden of kan vinden, een en ander in of op daartoe bestemde of geschikte voor een ieder na betaling toegankelijke inrichtingen, terreinen, wateren, etc.

Artikel 2 Aard van de heffing en belastbaar feit Onder de naam "vermakelijkhedenretributie" worden geheven rechten ter zake van het, tegen betaling of vergoeding van welke aard dan ook en voor welk onderdeel van de vermakelijkheid dan ook, geven van vermakelijkheden, waarbij gebruik wordt gemaakt van door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand gebrachte of in stand gehouden voorzieningen of waarbij een bijzondere voorziening in de vorm van toezicht of anderszins van de zijde van het gemeentebestuur getroffen wordt. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is degene die de vermakelijkheid geeft, dan wel degene voor wiens rekening en risico de vermakelijkheid gegeven wordt. Artikel 4 Maatstaf De maatstaf voor de heffing van de vermakelijkhedenretributie is het aantal betalende bezoekers van de vermakelijkheid in peiljaar 2024 (is T-2), dat de 50.000 bezoekers te boven gaat met een maximum aantal bezoekers van 4.000.000. Artikel 5 Tarief Het tarief bedraagt € 0,15 per betalende bezoeker. Artikel 6 Het belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De rechten worden bij aanslag geheven. Artikel 8 Termijnen van betaling 1. De belastingaanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld 2.

Een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de belastingaanslag

Artikel 9 Kwijtschelding Bij de invordering van de vermakelijkhedenretributie wordt geen kwijtschelding verleend Artikel 10 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening Vermakelijkhedenretributie 2025” van 19 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking. 3. De datum van ingang van heffing is 1 januari 2026 4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening vermakelijkhedenretributie 2026”. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van 11 december 2025. De raad voornoemd,

Voorzitter,

Griffier,

Ontwerpbesluit XI De raad van de gemeente Loon op Zand; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders 28 oktober 2025; nummer zk25.00726; besluit: Het college verzoeken om te komen tot een overeenkomst met de Efteling ter vervanging van de Verordening Vermakelijkhedenretributie vanaf 2027e.v.. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van Raadsbesluit d.d. (wordt ingevuld door Griffie).

De raad voornoemd,

voorzitter,

griffier,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=1188a273-f98b-410e-8c91-5eb3858fa11a