CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

GEWIJZIGD Belastingtarieven en verordeningen 2024

Raadsvergadering 14 december 2023, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over belasting-, leges- en retributieverordeningen 202428.520 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

0,89% € 22.191,36 € 221,56

€ 75,05

Tarief

€ 818,19 € 340,46

[Opgenomen in artikel 2.8] 2.10 2.11

Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht [opgenomen in artikel 2.8] Omgevingsplanactiviteit: overig cultureel erfgoed en werelderfgoed [opgenomen in artikel 2.8]

Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten Artikel Omschrijving 2.12 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteiten 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor de activiteit verwerken polyesterhars: b. voor de activiteit installeren gesloten bodemenergiesysteem: c. voor de activiteit kweken maden van vliegende insecten: d. voor de activiteit opslaan propaan of propeen: e. voor de activiteit tanken met LPG: f. voor de activiteit antihagelkanonnen: g. voor de activiteit biologische agens:

Tarief

€ 2.591,00 € 1.036,40 € 2.591,00 € 2.591,00 € 2.591,00 € 2.591,00 € 2.591,00 21

h. voor de activiteit genetisch gemodificeerde organismen: i. voor de activiteit opslaan dierlijke meststoffen: 2.13 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteiten per bedrijfstak 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer andere milieubelastende activiteiten dan bedoeld in het eerste lid:

€ 2.591,00 € 2.591,00

a. voor één milieubelastende activiteit: b. voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: c. voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: 2.14 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteiten per bedrijfstak t/m [Opgenomen in artikel 2.13] 2.20

€ 3.886,50 € 7.125,25 € 9.716,25

Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten Artikel Omschrijving 2.21 Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit 2.22 Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten Artikel Omschrijving 2.23 Omgevingsplanactiviteit: opbreken en graven

[gereserveerd] 2.24 Omgevingsplanactiviteit: overige activiteiten beperkingengebied leidingen, landschapselement en aardkundige waarde 2.25

2.26

[gereserveerd] Omgevingsplanactiviteit: geluid weg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen of wijzigen van een weg als op grond van het omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg, als bedoeld in artikel 22.272 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg

Tarief € 289,44

€ 289,44

Tarief

€ 289,74

22

2.27

2.28

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, als bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, als bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit

het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

Paragraaf 2.8 Overige activiteiten Artikel Omschrijving 2.29 Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie [gereserveerd] 2.30 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in artikel 3 van de Bomenverordening Loon op Zand 2023 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 2.31 Omgevingsplanactiviteit: reclame [Gereserveerd] 2.32 Omgevingsplanactiviteit: opslag van roerende zaken Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit de opslag van roerende zaken in een aangewezen gedeelte van de gemeente, als bedoeld de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen 2.33 [Gereserveerd] 2.34 Andere activiteiten

€ 289,74

€ 240,92

€ 116,58

Tarief

€ 121,18

€ 114,28

23

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk: Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften Artikel Omschrijving Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten 2.35 Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouwactiviteit, bedraagt het tarief:

€ 119,61

Tarief

a. voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op: 1. het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 2. bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 3. het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of 4. het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; per maatwerkvoorschrift: b. in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per maatwerkvoorschrift: 2.36 Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving betrekking heeft op:

€ 629,50

a. een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief:

€ 2.591,00

b. als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere milieubelastende activiteit dan bedoeld in het eerste lid, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: 2.37 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.35 en 2.36, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift:

€ 1.295,50

Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid Artikel Omschrijving 2.38 Gelijkwaardige maatregel Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op: a. een bouwactiviteit, bedraagt het tarief: b. een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed, bedraagt het tarief: c. een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief: d. een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of c, bedraagt het tarief: Paragraaf 2.11 Overige tarieven Artikel Omschrijving 2.39 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit: Wijzigen omgevingsvergunning 2.40 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a. een aanvraag tot het wijzigen van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project:

€ 629,50

€ 629,50

Tarief

€ 629,50 € 629,50 € 2.591,00 € 629,50

Tarief € 55,94

€ 55,94

24

b. een aanvraag om andere wijzigingen van een omgevingsvergunning dan genoemd onder lid a is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft. 2.41 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning: Intrekken omgevingsvergunning [Gereserveerd] 2.43 Beoordeling aanvullende gegevens [Gereserveerd] 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten De in artikel 2.49 en 2.49a opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit. 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan:

€ 54,26

2.42

Tenzij kostenverhaal op andere wijze met elkaar is overeengekomen. Niet genoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan:

2.46

Paragraaf 2.12 Modaliteiten Artikel Omschrijving 2.46a Publicatie

2.46b

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien voor de omgevingsvergunning een publicatie moet plaatsvinden per publicatie: Planologische strijdigheid met het omgevingsplan (waarbij tevens of geen sprake is van een bouwactiviteit)

1. De leges bedragen: a. als moet worden beoordeeld of de omgevingsplanactiviteit in overeenstemming is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet dan bedraagt het tarief (binnenplanse omgevingsplanactiviteit waarbij gebruik wordt gemaakt van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht): b. als moet worden beoordeeld of de omgevingsplanactiviteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan dan bedraagt het tarief (kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit): c. als moet worden beoordeeld of de omgevingsplanactiviteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan dan bedraagt het tarief (buitenplanse omgevingsplanactiviteit): 2. Onverminderd het bepaalde in voorgaande onderdelen wordt het tarief, indien tegen de betreffende aanvraag zienswijzen zijn ingediend, verhoogd met een bedrag blijkende uit een begroting die in overleg met de aanvrager wordt opgesteld.

€ 7.266,10

€ 55,42

Tarief € 34,73

€ 548,49

€ 749,54

€ 7.125,24

25

3. Als een begroting als bedoeld in het tweede lid is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Achteraf ingediende aanvraag 2.47 [Gereserveerd] Uitgebreide voorbereidingsprocedure 2.48 Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit: a. als sprake is van een milieubelastende activiteit: b. als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: c. als sprake is van andere activiteiten dan bedoeld in de onderdelen a en b: 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: a. voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport: b. voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER): c.

voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport: 2.49a Beoordeling archeologisch bodemrapport Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld: Voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport, als het betreft a. de beoordeling van een Programma van Eisen inzake archeologisch (voor)onderzoek, overeenkomstig het Protocol opstellen Programma van Eisen, Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie b. de beoordeling van een Plan van Aanpak inzake archeologisch (voor)onderzoek c. de beoordeling van rapporten die voortvloeien uit archeologisch (voor)onderzoek, ex artikel 39 lid 2, 40 lid 1 van de Monumentenwet 2.50 Advies 1. Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: a. voor een advies van de gemeenteraad: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. b.

voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. c. voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel b: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

€ 3.238,75 € 1.499,07 € 1.259,00

€ 57,14 € 7.773,00 € 57,14

€ 291,99 € 116,58 € 116,58

26

e. voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a tot en met c: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2. Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Agrarische Adviescommissie 2.50a voor een advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen incl. bedrijfsbezoek: 2.50b Kosten GGD advies Betreft het opnemen van de kosten voor GGD advies voor de toetsing in het kader van volksgezondheid en veehouderij aan de hand van de Handreiking Veehouderij en volksgezondheid 2.0 (endotoxine). 1. De kosten worden in de volgende situaties in rekening gebracht: a. Als het gaat om aanvragen omgevingsvergunningen voor de activiteit milieu waarbij sprake is van een situatie die in het kader van de Handreiking Veehouderij en Volksgezondheid: endotoxine toetsingskader 1.0 dan geldt per aanvraag een prijs (exclusief 21% btw) van: b.

Als het gaat om de ruimtelijke plannen in het kader van de Omgevingswet, waarbij ingevolge van de in onderdeel a genoemde handreiking toetsing plaats dient te vinden dan geldt dat per geval bezien wordt of een prijsopgave door de GGD zal worden gedaan. 2. Het betreft hier de omgekeerde werking in de gevallen dat bijvoorbeeld een bouwplan of omgevingsplanherziening in/nabij een endotoxinecirkel van een veehouderij wordt voorzien en getoetst moet worden of er sprak is van een ‘goede ruimtelijke ordening’ c.q. sprake is van een goed woon- en leefklimaat (op de locatie waar de ruimtelijke ontwikkeling is voorzien). 2.50c Kosten advies sociaal-medisch adviseur 1. De leges bedragen: a. voor een advies (zonder opvragen medische gegevens) van een sociaalmedisch adviseur voor de toetsing in het kader van de Beleidsregels premantelzorg bedraagt: b. voor een advies (zonder opvragen medische gegevens) van een sociaalmedisch adviseur voor het vaststellen of sprake is van mantelzorg bedraagt: c. voor het opvragen van medische gegevens bedraagt: 2.51 Instemming 1.

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn.

€ 1.073,05

€ 1.552,87

€ 108,21 per uur

€ 347,34 € 347,34 € 116,13

2. Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Paragraaf 2.13

Vermindering (gereserveerd)

27

Paragraaf 2.14 Teruggaaf Artikel Omschrijving 2.54 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig [Gereserveerd] 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf vier weken tot zes weken na de indiening van de aanvraag:

2.57

2.59

50,00%

50,00%

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken tot achttien weken na de indiening van de aanvraag:

2.58

Tarief

50,00%

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 6 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten

25,00%

a. Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

50,00%

van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges. b. Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. 2.59a Teruggaaf als gevolg van intrekking van advies sociaal-medisch adviseur

28

2.60

2.61

Als een aanvraag voor advies sociaal-medisch adviseur (conform artikel 2.50b) wordt ingetrokken, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt, onder voorwaarde dat het plan nog niet is afgehandeld: van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan € 102,26 wordt niet teruggegeven.

50,00%

Hoofdstuk 3

Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 Paragraaf 3.1 Horeca Artikel Omschrijving Tarief 3.1 Exploitatie openbare inrichting of het uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning ingevolge artikel 3 van de Alcoholwet of een vergunning voor een inrichting op grond van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Loon op Zand 2022: a. met 1 leidinggevende: € 729,90 b. met meer dan 1 leidinggevende voor iedere volgende leidinggevende: € 85,29 2. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als € 283,87 bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet of een wijziging of verlenging van een vergunning voor een inrichting op grond van Algemene plaatselijke verordening gemeente Loon op Zand 2022: 3. Wijziging leidinggevende op het aanhangsel behorend bij de € 85,29 alcoholvergunning op grond van artikel 30a van de Alcoholwet of een wijziging op grond van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Loon op Zand 2022 per leidinggevende: 4. Doorhalen van een leidinggevende zonder bemoeienis op het aanhangsel € 28,46 behorend bij de alcoholvergunning op grond van artikel 30a van de Alcoholwet: 5.

Verwijderen van één of meer leidinggevenden van het aanhangsel waarvoor € 28,46 een nieuw aanhangsel bij de alcoholvergunning of exploitatievergunning wordt gestuurd: 6. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet voor een inrichting: a. voor bepaalde tijd: € 85,29 b. voor onbepaalde tijd: € 138,70 7. Het tarief bedraagt voor het afwijken van de voorschriften of een ontheffing € 100,05 van de voorschriften voor para commerciële inrichtingen: 8. Als het beslissen op een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning € 35,28 ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Alcoholwet vooraf is gegaan door een publicatieprocedure in een of meer dag- of nieuwsbladen, worden de onder 3.1.1 vermelde leges verhoogd met: Paragraaf 3.2 Seksbedrijven Artikel Omschrijving 3.3 Vergunning seksbedrijf 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning of om de verlenging van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4 van de Algemene plaatselijke verordening:

Tarief

29

3.4

a. voor een seksinrichting: Wijzigen vergunning seksbedrijf Voor een wijziging van de exploitatievergunning in verband met uitsluitend een wijziging van het beheer in een seksinrichting, als bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening gemeente Loon op Zand 2022 per beheerder:

Paragraaf 3.3

€ 86,57

Winkeltijdenwet (gereserveerd)

Paragraaf 3.4 Organiseren evenementen of markt Artikel Omschrijving 3.6 Organiseren evenement 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in Algemene plaatselijke verordening gemeente Loon op Zand en of een evenement als bedoeld in artikel 17 van de "Duinverordening gemeente Loon op Zand": a. Klein evenement tot 300 bezoekers en/of deelnemers: b. Grootschalig evenement vanaf 300 bezoekers en/of deelnemers of evenement dat meer dan 1 dag duurt: 3.7 Organiseren markt a. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een vergunning voor het organiseren van een snuffelmarkt als bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening gemeente Loon op Zand: b. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag van een ontheffing van het verbod om in de open lucht geluidhinder te veroorzaken (Algemene plaatselijke verordening gemeente Loon op Zand en of artikel 10 van de "Duinverordening gemeente Loon op Zand"): c. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om ontheffing van het verbod in de open lucht aan te leggen, te stoken of te hebben (Algemene plaatselijke verordening gemeente Loon op Zand en of artikel 11 van de "Duinverordening gemeente Loon op Zand"): d.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een melding Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (BBGBOP): Paragraaf 3.5 Standplaatsen Artikel Omschrijving 3.8 Marktstandplaatsvergunningen en andere vergunningen op markt 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning tot het in de gemeente venten, of tot het hebben van een standplaats met een commercieel doel op een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen plaats (Algemene plaatselijke verordening gemeente Loon op Zand): a. geldig voor bepaalde tijd (bij meerjarige vergunning per jaar): b. geldig voor één dag of sociaal maatschappelijk: 3.9 Overige administratieve dienstverlening markt [Gereserveerd] 3.10 Losse standplaatsen [Gereserveerd] Paragraaf 3.6

€ 1.145,93

Tarief

€ 234,07 € 455,85

€ 455,85 € 86,15

€ 114,28

€ 86,57

Tarief

€ 228,57 € 76,50

Huisvestingswet 2014 (gereserveerd)

30

Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Artikel Omschrijving 3.18 Niet benoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking: Teruggaaf als gevolg van buiten behandeling stelling van de aanvraag 3.18a zoals genoemd in de Hoofdstukken 2 en 3 Als de gemeente de aanvraag buiten behandeling heeft gesteld, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. Paragraaf 3.8 Kinderopvang Artikel Omschrijving 3.18b Het in exploitatie nemen van een kindercentrum 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot: a. het in exploitatie nemen van een kindercentrum; kinderopvang of buitenschoolse opvang, of gastouderbureau als bedoeld in artikel 1.45 eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. b. het bieden van een voorziening voor gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.46 tweede lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.

Tarief € 57,14

50,00%

Tarief

€ 775,32 € 393,52

Behorende bij raadsbesluit van 14 december 2024 De griffier van Loon op Zand,

31

6. Verordening op de heffing en invordering van Marktgelden 2024 De raad van de gemeente Loon op Zand; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 31 oktober 2023 (nummer 2023.20363); gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de navolgende “Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2024”. (Verordening marktgelden Loon op Zand 2024) Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam “marktgeld” worden rechten geheven voor het hebben van standplaatsen, als bedoeld in artikel 1 van de “Marktverordening Loon op Zand 2021”, op het, voor het houden van de wekelijkse warenmarkt, aangewezen terrein. Artikel 2 Belastingplicht Belastingplichtig is degene die een standplaats op de markt inneemt, dan wel degene aan wie een standplaats is toegewezen. Artikel 3 Maatstaf van heffing en tarief 1. Het marktgeld als bedoeld in artikel 1 wordt geheven naar de lengte van de verkoopplaats en bedraagt per dag of gedeelte van een dag per 4 strekkende meter € 7,51. 2. Ter zake van het afsluiten van een abonnement voor een periode van een kwartaal bedraagt het recht per 4 strekkende meters € 74,85. 3. Ten aanzien van de in de leden 1 en 2 van dit artikel genoemde eenheid van 4 strekkende meters geldt, dat een gedeelte van een eenheid van 4 strekkende meters geldt voor een gehele eenheid van 4 strekkende meters.

Artikel 4 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan een kalenderkwartaal. Indien gedurende een kortere periode dan een kwartaal een standplaats als bedoeld in artikel 1 is toegewezen is het belastingtijdvak gelijk aan deze kortere periode van toewijzing. Artikel 5 Wijze van heffing en ontstaan belastingschuld 1. Het marktgeld voor een abonnement voor een periode van een kalenderkwartaal is verschuldigd bij de aanvang van een kwartaal of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht en wordt bij wege van schriftelijke kennisgeving geheven. 2. Het marktgeld voor een dagplaatsvergunning als bedoeld in artikel 3, derde lid van de ‘Marktverordening Loon op Zand 2021’, is verschuldigd bij de ter beschikkingstelling van deze plaatsen en wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel 6 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 wordt: a. Het marktgeld per kalenderkwartaal moet worden voldaan binnen veertien dagen na de dagtekening van de kennisgeving. b. Het marktgeld per dag moet worden voldaan op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na dagtekening van de kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 7 Kwijtschelding Bij de invordering van het marktgeld wordt geen kwijtschelding verleend. 32

Artikel 8 Teruggaaf 1. Gehele of gedeeltelijke teruggaaf van marktgeld wordt verleend op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet. 2. Teruggaaf van marktgeld vindt uitsluitend plaats indien een vergunninghouder op grond van de Marktverordening Loon op Zand 2021, gedurende het kalenderkwartaal of een gedeelte daarvan, het recht op het innemen van een standplaats wordt ontnomen. De teruggaaf geschiedt naar evenredigheid van het aantal marktdagen, waarvoor de uitsluiting geldt, ten opzichte van het totaal aantal marktdagen. Artikel 9 Overgangsrecht De “Verordening marktgelden 2023” van 15 december 2022 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10 tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 10 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. Artikel 11 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening marktgelden Loon op Zand 2024”. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van 14 december 2023. De raad voornoemd,

voorzitter,

griffier,

33

7. Verordening op de heffing en invordering van Onroerendezaakbelastingen 2024 De raad van de gemeente Loon op Zand; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 31 oktober 2023 (nummer 2023.20363); gelet op de artikelen 220 tot en met 220 h van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de navolgende “Verordening op de heffing en de invordering van onroerende- zaakbelastingen 2024 . (Verordening onroerendezaakbelastingen Loon op Zand 2024 ) Artikel 1 Belastbaar feit en belastingplicht 1. Onder de naam 'onroerendezaakbelastingen' worden voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting; b. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting. 2. Bij de gebruikersbelasting wordt: a.

gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven (verder: de gebruiker), aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven (verder: de gebruikgever); de gebruikgever is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op de gebruiker; b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. 3. Voor de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel 2 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak. 2. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. 3.

Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 3 Maatstaf van heffing 1. De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar, bedoeld in artikel 1. 2. Als voor een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 4 Vrijstellingen 1. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: 34

a.

2.

voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g.

waterverdedigings- en waterbeheersingwerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; j. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; k. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; l. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning.

In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen, dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Artikel 5 Belastingtarieven 1. Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. de gebruikersbelasting 0,1625 %; b. de eigenarenbelasting 1. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1078 %; 2. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,2690 %. 2. Voor belastingbedragen tot € 5,00 vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen onroerendezaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 6 Wijze van heffing De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

35

2.

3.

4.

5.

In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 10.000,00, dat dit bedrag en een bestuurlijke boete op het aanslagbiljet moeten worden betaald op de laatste dag van de maand volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. Betaling via automatische incasso is voor alle aanslagen mogelijk. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt, ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer dan € 100,00 doch niet meer dan € 10.000,00 bedraagt, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal tien gelijke termijnbedragen waarvan de eerste termijn vervalt op de 28e dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. De in het derde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen 56 dagen na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan geldt de betaaltermijn als bedoeld in het eerste lid. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de onroerendezaakbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9 Overgangsrecht De “Verordening onroerendezaakbelastingen 2023 ” van 15 december 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 10 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. Artikel 11 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening onroerendezaakbelastingen Loon op Zand 2024”. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van 14 december 2023. De raad voornoemd,

voorzitter,

griffier,

36

8. Verordening op de heffing en invordering van Reclamebelasting 2024 De raad van de gemeente Loon op Zand; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 31 oktober 2023 (nummer 2023.20363); gelet op artikel 227 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de navolgende “Verordening op de heffing en de invordering van Reclamebelasting 2024”. (Verordening Reclamebelasting Loon op Zand 2024) Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a. reclameobject: een openbare aankondiging in letters, symbolen of kleuren, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg; b. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij directe of indirect steun vindt in of op de grond; c. onroerende zaak: de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; d. jaar: een kalenderjaar. Artikel 2 Gebiedsomschrijving Deze verordening is van toepassing binnen de drie binnen de gemeente Loon op Zand gelegen gebieden: Centrum Kaatsheuvel (gebied A), Bedrijvenpark Kaatsheuvel (gebied B) en Centrum Loon op Zand (gebied C), zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaarten.

Artikel 3 Belastbaar feit Onder de naam reclamebelasting wordt, onder de bij deze verordening gestelde voorwaarden, binnen de gebieden als bedoeld in artikel 2 een directe belasting geheven voor een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. Artikel 4 Belastingplicht De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de onroerende zaak, waarop of waarbij één of meer reclameobjecten worden aangetroffen. Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De reclamebelasting wordt geheven per onroerende zaak. 2. De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze geldt voor het kalenderjaar 3. Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. 4. Het tarief van de reclamebelasting bedraagt in: 1. Gebied A centrum Kaatsheuvel: 0,423 % van de heffingsmaatstaf met een minimumbedrag van € 300,00 en geen maximumbedrag; 2. Gebied B Bedrijvenpark Kaatsheuvel: 0,032 % van de heffingsmaatstaf met een minimumbedrag van € 300,00 en een maximumbedrag van € 800,00; 3.

Gebied C centrum Loon op Zand: 0,500 % van de heffingsmaatstaf met een minimumbedrag van € 300,00 en een maximumbedrag van € 600,00; 5. Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting.

37

Artikel 6 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de reclamebelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingtijdvak verschuldigde reclamebelasting als er in dat belastingtijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt de aanslag op aanvraag van belastingplichtige verminderd met zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingtijdvak verschuldigde reclamebelasting als er in dat tijdvak, na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel 8 Wijze van heffing De reclamebelasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel 9 Vrijstellingen De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen: a. waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst betaling aan de gemeente moet geschieden onderscheidenlijk een vergoeding aan de gemeente verschuldigd is. b.

die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend, kunnen worden aangemerkt; c. die door de gemeente of in opdracht van de gemeente is geplaatst of aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de publieke taak; d. aangebracht door of namens winkeliersverenigingen of centrummanagement, waarbij het reclameobject uitsluitend bestaat uit een vlag, banier of zuil met de naam van de winkeliersvereniging of het centrummanagement; e. aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden; f. die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideëel belang dienen; g. die onderdeel uitmaken van voor de verkoop of verhuur bestemde artikelen en producten in een etalage of in de winkel; h. bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of te verhuren zaak; i. aangebracht op scholen, zorginstellingen, ziekenhuizen, kerken en moskeeën, en die betrekking hebben op de functie van het gebouw; j.

die door (semi-)overheden of culturele, maatschappelijke of daarmee gelijk te stellen lichamen met ideële doelstellingen zijn aangebracht en betrekking hebben op activiteiten die uitsluitend een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang dienen; k. die kleiner zijn dan 0,1 vierkante meter (1000 cm2). l. die van cultuurhistorische waarde zijn, zoals bepaald en opgenomen door de lokale heemkundekring. Artikel 10 Termijn van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn. Artikel 11 Kwijtschelding Bij de invordering van reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 12 Overgangsrecht De “Verordening Reclamebelasting 2023” van 15 december 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

38

Artikel 13 inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Reclamebelasting Loon op Zand 2024". Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van 14 december 2023 De raad voornoemd,

voorzitter,

griffier

39

Centrumgebied Kaatsheuvel

Behoort bij raadsbesluit van 14 december 2023

voorzitter,

griffier,

40

Behoort bij raadsbesluit van 14 december 2023

voorzitter,

griffier,

41

Centrumgebied Loon op Zand

Behoort bij raadsbesluit van 14 december 2023

voorzitter,

griffier,

42

9. Verordening op de heffing en invordering van de Afvalstoffenheffing 2024 De raad van de gemeente Loon op Zand; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 31 oktober 2023 (nummer 2023.20363); gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; besluit vast te stellen de volgende verordening: "Verordening op de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten" (Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Loon op Zand 2024). Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Krachtens deze verordening worden geheven: 1. een afvalstoffenheffing; 2. reinigingsrechten. Artikel 2 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - ‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer; - Afval van bedrijven: afval dat naar soort hoeveelheid en samenstelling overeenkomt met afval dat ook in een normaal huishouden ontstaat; - grof huisvuil: afvalstoffen afkomstig van particuliere huishoudingen, welke door omvang en hoeveelheid niet in aanmerking komen voor het periodiek inzamelen, als bedoeld in artikel 10.11 van de Wet milieubeheer; - chemisch afval c.q.

probleemstoffen: afvalstoffen waarvan het uit milieutechnisch oogpunt niet gewenst is deze in te zamelen bij de huishoudelijke afvalstoffen en het bedrijfsafval. Hoofdstuk 2 Afvalstoffenheffing Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 4 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel. Artikel 5 Vrijstelling Van belastingplichtigen door wie blijkens schriftelijke verklaring van huisarts of medisch specialist of kopie van een afleverbon/factuur/recept als gevolg van een stoma en/of thuisdialyse extra afvalstoffen worden aangeboden worden vrijgesteld van de heffing van zeven ledigingen als bedoeld in artikel 1.1.3 of vrijgesteld van de heffing van achtentwintig openingen als bedoeld in artikel 1.1.4 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 6 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De belasting wordt geheven naar de grondslagen genoemd in lid 2 van dit artikel en de tarieven, opgenomen in de hoofdstukken 1 en 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. De grondslagen van de belasting zijn: a. Een vast bedrag per perceel;

43

b. Het aantal ledigingen van de restafvalcontainer en/of inworpen in een ondergrondse restcontainer periodiek per perceel; c. het op afroep inzamelen, aanbieden op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats en incidentele dienstverlening afvalstoffenheffing als bedoeld in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 7 Belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8 Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in artikel 6, lid 2, letter a en b, hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. 2. De belasting bedoeld in artikel 6, lid 2, letter c, hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting als bedoeld in artikel 6, lid 2, letter a, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. 5. De belasting als bedoeld in artikel 6, lid 2, letter c, is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening. Artikel 10 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 10.000,00 dat dit bedrag en een bestuurlijke boete op dit aanslagbiljet moeten worden betaald op de laatste dag van de maand volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 3.

Betaling via automatische incasso is voor alle aanslagen mogelijk. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel geldt, ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 100,00 of meer, doch niet meer dan € 10.000,00 bedraagt, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal tien gelijke termijnbedragen, waarvan de eerste vervalt op de 28e dag van elke maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4. De in het derde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen 56 dagen na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan geldt de betaaltermijn als bedoeld in het eerste lid. 5. In afwijking van de voorgaande leden moet de kennisgeving als bedoeld in artikel 8, lid 2, worden betaald als de kennisgeving: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen veertien dagen na de dagtekening van de kennisgeving; c.

langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen 14 dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg;

44

d. langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen 14 dagen na dagtekening van de kennisgeving. 6. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 11 Kwijtschelding Bij de invordering van de afvalstoffenheffing kan kwijtschelding worden verleend tot maximaal 100% van het verschuldigde bedrag van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, onder 1.1.1 tot en met 1.1.4 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Hoofdstuk 3 Reinigingsrechten Artikel 12 Belastbaar feit 1 Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven zowel voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. 2 Het in het eerste lid bedoelde genot van diensten en het gebruik van bezittingen, werken en inrichtingen bestaat uit: a. het periodiek verwijderen van afval van bedrijven van beperkte omvang en hoeveelheid. Artikel 13 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel 14 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=094a0cbe-8188-4cd3-9b53-206786c7bb9d