CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Extra ingekomen stuk: 2026-0506 brief inwoner voorstel amendement en motie participatiebeleid 26 juni 2026 geanonimiseerd

Raadsvergadering 2 juli 2026, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Vragenhalfuur, inclusief overzicht toezeggingen en moties + Lijst ingekomen stukken3.876 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de leden van de gemeenteraad van Loon op Zand Betreft: alternatief afwegingskader en aanpassing van de participatieladder participatiebeleid Geachte leden van de gemeenteraad, Ik heb eerder een zienswijze ingediend op het concept-participatiebeleid. Naar aanleiding van deze zienswijze is aan het thans voorliggende voorstel een afwegingskader toegevoegd. Hoewel ik waardeer dat hiermee op de zienswijze is gereageerd, ben ik van mening dat het toegevoegde afwegingskader nog onvoldoende richting geeft aan de keuze van het juiste participatieniveau, de weging van belangen en de positie van direct geraakten. Helaas heb ik hierop niet eerder kunnen reageren. Ik ben pas op 18 juni, op de dag van de beeldvormende raad, in kennis gesteld van het nieuwe afwegingskader. Daardoor was er voorafgaand aan de beeldvormende behandeling onvoldoende gelegenheid om het toegevoegde kader zorgvuldig te beoordelen en daarop inhoudelijk te reageren. Op 25 juni heb ik de oordeelsvormende raad bijgewoond. Ik heb daar niet ingesproken, omdat ik binnen de beschikbare spreektijd van vijf minuten mijn punt onvoldoende zorgvuldig en volledig kon maken. Daarom stuur ik u hierbij een alternatief afwegingskader toe, inclusief een voorstel voor aanpassing van de participatieladder. U kunt hiervoor desgewenst ook het bijgevoegde concept-amendement gebruiken.

De kern van mijn zorg is dat informeren in het huidige voorstel te gemakkelijk als participatie kan worden gezien, terwijl informeren naar mijn mening slechts een basisvoorwaarde is voor transparantie. Van participatie is pas sprake wanneer er ruimte is voor dialoog, reactie en inhoudelijke inbreng. Daarom zou raadplegen de eerste trede van de participatieladder moeten zijn. Daarnaast is het van belang dat de gekozen trede op de participatieladder rechtstreeks wordt gekoppeld aan een inhoudelijk afwegingskader. De mate van participatie moet afhangen van de impact van een plan, de mate waarin belangen feitelijk worden geraakt en de beschikbare beleidsruimte. Zonder die koppeling blijft de ladder vooral een formeel schema en is ook monitoring en evaluatie achteraf onvoldoende betekenisvol. Ik verzoek u dit alternatief te betrekken bij de beraadslaging van 2 juli. U kunt dit tegelijk zien als een concrete toets voor de wijze waarop de raad zelf met participatie omgaat. Indien u de hierin verwoorde zorgen of onderdelen daarvan overneemt, laat u zien dat ingebrachte participatie daadwerkelijk kan doorwerken in de besluitvorming. Indien u bepaalde onderdelen niet overneemt, verzoek ik u in ieder geval gemotiveerd aan te geven waarom deze zorgen niet worden gedeeld of waarom andere belangen zwaarder wegen.

Als u tussentijds nog vragen heeft of behoefte heeft aan nadere toelichting, ben ik uiteraard bereid deze te beantwoorden. Met vriendelijke groet,

Ludolf van Lith Mobiel nummer: xxxxxxxxxx

Alternatief afwegingskader en aangepaste participatieladder gemeente Loon op Zand Samenvatting voor raadsleden Deze notitie vraagt de gemeenteraad om het thans voorliggende participatiebeleid aan te scherpen op vier punten: een duidelijker afwegingskader, een aangepaste participatieladder, het gericht meenemen van relevante doelgroepen en betere borging van monitoring en evaluatie. De kern is dat informeren geen participatie is, maar een basisvoorwaarde voor transparantie. Van participatie is pas sprake wanneer belanghebbenden kunnen reageren, hun inbreng kunnen geven en daarover een vorm van dialoog ontstaat. Daarom zou raadplegen de eerste trede van daadwerkelijke participatie moeten zijn. Daarnaast moet de gekozen trede op de participatieladder rechtstreeks voortvloeien uit de impact van een plan, de mate waarin belangen worden geraakt en de beschikbare beleidsruimte. Zonder die koppeling blijft de participatieladder te vrijblijvend en kan achteraf niet goed worden beoordeeld of de participatie passend en zorgvuldig was. Het voorgestelde amendement regelt dat het participatiebeleid wordt aangevuld met een expliciet afwegingskader, dat direct geraakten een herkenbare en zwaardere positie krijgen, dat informeren niet langer als participatietrede wordt opgenomen en dat monitoring en evaluatie plaatsvinden aan de hand van vooraf vastgelegde criteria.

De bijgevoegde motie kan worden gebruikt wanneer de raad het beleid nu wil vaststellen, maar het college tegelijk wil opdragen de toepassing, monitoring en evaluatie binnen één jaar terug te koppelen en waar nodig verbeteringen voor te stellen.

Conclusie voor raadsleden Voor de raad ligt hiermee een principiële keuze voor. Als participatie serieus wordt genomen, moet vooraf duidelijk zijn wie geraakt wordt, welke ruimte er is voor invloed en op basis waarvan een participatieniveau wordt gekozen. Informeren is daarvoor noodzakelijk, maar niet voldoende. Een participatiebeleid zonder scherp afwegingskader en zonder aangepaste participatieladder biedt onvoldoende houvast voor inwoners, raad, college en initiatiefnemers. Het maakt bovendien monitoring en evaluatie kwetsbaar, omdat achteraf niet goed kan worden getoetst of de juiste groepen zijn bereikt en of de gekozen participatievorm paste bij de impact van het plan. Door het amendement over te nemen, kan de raad het participatiebeleid inhoudelijk versterken voordat het wordt vastgesteld. De motie kan aanvullend worden gebruikt om te borgen dat de werking van het kader, de participatieladder en de

doelgroepbenadering na invoering daadwerkelijk worden gemonitord, geëvalueerd en zo nodig verbeterd.

1. Aanleiding De gemeente Loon op Zand werkt aan een actualisatie van het participatiebeleid. Volgens de gemeentelijke informatiepagina wordt beoogd om duidelijker vast te leggen of, wanneer, waarover en hoe inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties kunnen meedenken, meepraten of meedoen bij gemeentelijke plannen en besluiten. Het conceptbeleid heeft ter inzage gelegen van 18 februari tot en met 31 maart 2026 en wordt, samen met de participatieverordening en het zienswijzenverslag, aan de gemeenteraad voorgelegd. Ik heb een zienswijze ingediend op het concept-participatiebeleid. Naar aanleiding van deze zienswijze is aan het thans voorliggende voorstel wel een afwegingskader toegevoegd. Naar mijn mening voldoet dit toegevoegde afwegingskader echter nog onvoldoende, omdat het niet duidelijk genoeg maakt hoe de passende participatievorm wordt gekozen, hoe de belangen van verschillende groepen worden gewogen en welke positie direct geraakten daarin innemen. Deze notitie bouwt voort op de ingediende zienswijze en werkt een alternatief afwegingskader uit dat de bestaande beleidslijn kan versterken. De nadruk ligt op transparantie, zorgvuldige belangenafweging en een duidelijke positie voor inwoners die rechtstreeks gevolgen ondervinden van gemeentelijke besluiten, zoals direct omwonenden bij ruimtelijke ingrepen.

2. Doel van deze notitie Het doel van deze notitie is om de gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie een praktisch toepasbaar kader te bieden voor de inrichting en beoordeling van participatietrajecten. Het kader maakt vooraf inzichtelijk welke mate van participatie passend is, welke belangen zwaar wegen en hoe de opbrengst van participatie zichtbaar wordt betrokken bij de uiteindelijke besluitvorming.

3. Juridisch en bestuurlijk kader Participatie vindt plaats binnen het bredere kader van behoorlijk bestuur. Relevante beginselen zijn het zorgvuldigheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. Daarnaast volgt uit de Omgevingswet dat participatie een belangrijk onderdeel is van besluitvorming over de fysieke leefomgeving. De wijze waarop participatie wordt ingericht is in veel gevallen vormvrij, maar het bevoegd gezag moet wel kunnen uitleggen hoe belangen zijn opgehaald, gewogen en verwerkt.

De bestaande Verordening participatie gemeente Loon op Zand 1.0 bepaalt dat participatie tot doel heeft inwoners en belanghebbenden te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid. Ook schrijft de verordening voor dat na afloop van een participatieprocedure een eindverslag wordt opgesteld met een overzicht van de gevolgde procedure, de ingebrachte zienswijzen en de reactie daarop.

4. Kernprobleem Het kernprobleem ten opzichte van het thans voorliggende voorstel is dat daarin wel wordt beschreven dát participatie belangrijk is, maar onvoldoende scherp wordt vastgelegd hoe de gemeente bepaalt welke vorm van participatie passend is en hoe de inbreng van verschillende groepen belanghebbenden vervolgens wordt gewogen. Daardoor blijft onduidelijk wanneer kan worden volstaan met een beperkte vorm van participatie en wanneer een zwaardere vorm, zoals adviseren of samenwerken, noodzakelijk is. Een tweede probleem is dat het voorliggende voorstel onvoldoende onderscheid maakt tussen informeren, raadplegen en daadwerkelijke participatie met inhoudelijke invloed. Informeren is noodzakelijk voor transparantie, maar vormt op zichzelf geen participatie omdat er geen dialoog, reactie of wederkerigheid ontstaat. Wanneer informeren in de praktijk toch als participatie wordt gepresenteerd, ontstaat het risico van schijnparticipatie. Daarnaast ontbreekt in het thans voorliggende voorstel een expliciete weging naar de mate waarin belangen feitelijk worden geraakt. Inwoners die rechtstreeks gevolgen ondervinden voor hun woon- en leefklimaat, bijvoorbeeld door geluid, uitzicht, verkeersdruk of veiligheidsrisico’s, worden niet vanzelfsprekend onderscheiden van inwoners of gebruikers met een meer algemeen belang.

Daardoor kan een brede peiling of algemene draagvlakmeting de zwaarwegende belangen van direct geraakten overvleugelen. Het gevolg is dat het voorliggende voorstel onvoldoende houvast biedt voor raad, college, initiatiefnemers en inwoners. Zonder vooraf vastgelegde criteria blijft de keuze voor een participatievorm te afhankelijk van bestuurlijke of projectmatige inschatting achteraf. Dat maakt de besluitvorming minder voorspelbaar, minder toetsbaar en kwetsbaarder voor discussie over zorgvuldigheid, motivering en evenredigheid. Tijdens de behandeling in de oordeelsvormende raad van 25 juni zijn bovendien zorgen geuit over monitoring en evaluatie. Die zorgen onderstrepen juist het belang van een deugdelijk afwegingskader. Zonder vooraf duidelijke criteria voor impact, belanghebbenden, participatievorm en belangenweging kan achteraf niet goed worden beoordeeld of het participatietraject passend was, of de juiste groepen zijn betrokken en of hun inbreng voldoende is meegewogen.

Daarbij zijn ook zorgen geuit over het daadwerkelijk meenemen van relevante doelgroepen. Ook dat punt kan alleen goed worden beoordeeld wanneer vooraf duidelijk is welke doelgroepen door een plan of besluit worden geraakt, waarom zij wel of niet actief worden betrokken en welke participatievorm voor deze groepen passend is. Zonder expliciete doelgroepanalyse bestaat het risico dat juist groepen met een concreet of kwetsbaar belang onvoldoende zichtbaar worden in het participatieproces. Als deze redenering wordt doorgezet, blijkt bovendien dat de trede op de participatieladder niet los kan worden gekozen van het afwegingskader voor het participatieniveau. De keuze voor raadplegen, adviseren, samenwerken, meebeslissen of zelfbesturen moet rechtstreeks volgen uit de impact van het plan, de mate waarin belangen worden geraakt en de beschikbare beleidsruimte. Wanneer die koppeling ontbreekt, ontstaat het risico dat de participatieladder een formeel schema blijft zonder inhoudelijke relatie met de feitelijke gevolgen van het besluit. Daarbij hoort ook dat informeren niet als trede van participatie wordt aangemerkt. Informeren is een noodzakelijke randvoorwaarde voor alle participatie, maar het bepaalt geen participatieniveau. Pas vanaf raadplegen ontstaat een vorm van dialoog en daarmee een participatietrede die inhoudelijk kan worden gekoppeld aan het afwegingskader.

Het voorgestelde alternatieve afwegingskader beoogt deze lacune te vullen. Het koppelt de participatievorm aan de impact van het plan, maakt duidelijk dat raadplegen de minimale vorm van participatie is bij beperkte impact en borgt dat direct geraakten een herkenbare en zwaardere positie krijgen wanneer hun belangen concreet worden geraakt.

5. Uitgangspunten voor het alternatieve afwegingskader 1. Invloed naar mate van impact: hoe groter de gevolgen voor een belanghebbende, hoe zwaarder diens inbreng moet wegen. 2. Transparantie vooraf: deelnemers moeten vooraf weten waarover zij kunnen meepraten, welke ruimte er is en wat met hun inbreng gebeurt. 3. Doelgroepen expliciet in beeld: vooraf wordt vastgesteld welke inwoners, ondernemers, organisaties of gebruikers door het plan worden geraakt en hoe zij passend worden betrokken. 4. Geen schijnparticipatie: participatie vindt plaats voordat wezenlijke keuzes zijn vastgelegd. 5. Alternatieven serieus onderzoeken: bij ruimtelijke of maatschappelijke impact worden redelijke alternatieven zichtbaar onderzocht. 6. Herleidbare besluitvorming: het besluit laat zien welke belangen zijn betrokken en waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt.

7. Informeren is geen participatievorm: informeren is noodzakelijk als basis voor transparantie, maar wordt niet aangemerkt als participatie omdat daarbij geen dialoog, inbreng of wederkerigheid ontstaat. 8. Meetbaar en evalueerbaar: monitoring en evaluatie zijn alleen zinvol wanneer vooraf duidelijk is welke doelen, criteria en participatieniveaus worden gehanteerd. 9. Koppeling tussen afwegingskader en participatieladder: de gekozen trede op de participatieladder moet aantoonbaar voortvloeien uit de impactanalyse, de positie van belanghebbenden en de beschikbare beleidsruimte.

6. Differentiatie van belanghebbenden Categorie

Omschrijving

Participatierol

Gewicht in afweging

Direct geraakten

Inwoners, ondernemers of organisaties die aantoonbaar rechtstreeks gevolgen ondervinden, bijvoorbeeld door zicht, geluid, verkeersdruk, veiligheid of aantasting van woon- en leefklimaat.

Meedenken en mede richting geven aan varianten.

Zwaarwegend.

Nabije omgeving

Belanghebbenden in de directe omgeving zonder rechtstreekse of permanente impact.

Adviseren en signaleren.

Belangrijk, maar niet doorslaggevend.

Brede omgeving

Overige inwoners, gebruikers en maatschappelijke organisaties met algemeen belang of betrokkenheid.

Raadplegen; informeren geldt als basisvoorwaarde, maar niet als zelfstandige participatievorm.

Ondersteunend voor beeldvorming en draagvlak.

7. Afwegingsmatrix participatie Criterium

Beoordelingsvraag

Toepassing

Impact op woonen leefklimaat

Leidt het plan tot merkbare gevolgen voor rust, uitzicht, privacy, veiligheid, verkeer of geluid?

Bij hoge impact is intensieve participatie verplicht.

Omvang van het belang

Worden specifieke bewoners of ondernemers onevenredig geraakt?

Direct geraakten krijgen een zwaardere positie.

Beleidsruimte

Is er nog ruimte om locatie, ontwerp, uitvoering of voorwaarden aan te passen?

Ook wordt beoordeeld of specifieke doelgroepen extra aandacht vragen. Participatie moet plaatsvinden voordat keuzes feitelijk vastliggen.

Alternatieven

Zijn redelijke alternatieven beschikbaar en onderzocht?

Afwijzing van alternatieven wordt gemotiveerd.

Draagvlak en bezwaren

Welke steun, zorgen en bezwaren zijn naar voren gebracht?

Draagvlak wordt niet alleen geteld, maar inhoudelijk gewogen.

Welk publiek belang dient het plan?

Het algemeen belang wordt expliciet afgewogen tegen individuele gevolgen.

Algemeen belang

8. Processtappen 1. Startnotitie participatie: vooraf wordt vastgelegd wat het doel is, welke keuzes nog openstaan, wie belanghebbenden zijn en welke participatievorm wordt gekozen. 2. Doelgroepanalyse: vooraf wordt vastgesteld welke doelgroepen geraakt worden, welke belangen zij hebben, welke drempels er kunnen zijn om deel te nemen en welke vorm van benadering nodig is om hen daadwerkelijk te bereiken. 3. Impactanalyse: de gemeente brengt de gevolgen voor direct geraakten, de nabije omgeving en de bredere omgeving afzonderlijk in beeld. 4. Participatieaanpak: op basis van de impactanalyse wordt gekozen voor raadplegen, adviseren, samenwerken, meebeslissen of zelfbesturen. Informeren is daarbij altijd de basisvoorwaarde, maar geldt niet als zelfstandige participatievorm omdat daarbij geen dialoog ontstaat. 5. Koppeling aan de participatieladder: de gekozen trede op de participatieladder wordt gemotiveerd aan de hand van impact, geraakt belang en beleidsruimte. Informeren geldt daarbij niet als participatietrede, maar als basisvoorwaarde. 6. Alternatievenonderzoek: bij hoge impact worden redelijke alternatieven onderzocht en vergeleken. 7. Belangenafweging: de inbreng wordt inhoudelijk beoordeeld en gekoppeld aan de criteria uit de afwegingsmatrix. 8. Terugkoppeling: deelnemers ontvangen inzicht in wat met hun inbreng is gedaan. 9.

Besluitvorming: het college of de raad motiveert in het besluit hoe participatie heeft bijgedragen aan de uiteindelijke keuze.

10. Evaluatie: na uitvoering wordt beoordeeld of de participatieaanpak passend was, of de juiste belanghebbenden zijn betrokken, of de gekozen participatievorm aansloot bij de impact van het plan en welke lessen worden meegenomen.

9. Beslisregels •

• • •

•

Bij plannen met beperkte impact is informeren de basisvoorwaarde en geldt raadplegen als minimale participatievorm, omdat pas bij raadplegen sprake is van dialoog en inbreng van belanghebbenden. Bij plannen met duidelijke impact op direct omwonenden is minimaal adviseren vereist. Bij plannen met aanzienlijke gevolgen voor woon- en leefklimaat is samenwerken of gezamenlijke variantontwikkeling het uitgangspunt. Wanneer zwaarwegende bezwaren van direct geraakten niet worden overgenomen, moet het besluit expliciet motiveren waarom het algemeen belang of andere belangen zwaarder wegen. Een participatietraject is pas volledig wanneer ook terugkoppeling en bestuurlijke weging hebben plaatsgevonden.

10. Borging in beleid en verordening Het afwegingskader kan worden geborgd door het op te nemen als bijlage bij het participatiebeleid of als beleidsregel bij de toepassing van de participatieverordening. Daarmee blijft maatwerk mogelijk, maar ontstaat tegelijk een vaste werkwijze die de rechtszekerheid, voorspelbaarheid en kwaliteit van besluitvorming versterkt. Voor omgevingsvergunningen waarbij de initiatiefnemer participatie uitvoert, kan het kader worden gebruikt als gemeentelijk beoordelings- en wegingskader. De gemeente stelt dan niet achteraf aanvullende eisen aan de initiatiefnemer, maar maakt vooraf duidelijk hoe zij participatieresultaten betrekt bij haar eigen besluitvorming.

11. Voorstel aan de gemeenteraad Voorgesteld wordt om het participatiebeleid aan te vullen met een expliciet afwegingskader waarin onderscheid wordt gemaakt tussen direct geraakten, de nabije omgeving en de brede omgeving. Daarnaast wordt voorgesteld om bij plannen met aantoonbare impact op woon- en leefklimaat een verplichte impactanalyse, alternatievenafweging en gemotiveerde terugkoppeling op te nemen. Dit versterkt het vertrouwen in gemeentelijke participatie, voorkomt schijnparticipatie en draagt bij aan zorgvuldige, evenredige en beter uitlegbare besluitvorming.

Raadsamendement: versterking afwegingskader participatiebeleid Onderwerp: Aanvulling op het participatiebeleid van de gemeente Loon op Zand met een expliciet afwegingskader voor participatie, belangenweging en terugkoppeling. De raad van de gemeente Loon op Zand, in vergadering bijeen op [datum], gelezen het voorstel van het college inzake het participatiebeleid en de participatieverordening;

Overwegende dat • •

•

• •

• • • • •

•

participatie een wezenlijk onderdeel is van zorgvuldige voorbereiding van gemeentelijk beleid, plannen en besluiten; het van belang is dat inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties vooraf weten waarover zij kunnen meepraten en welke invloed hun inbreng kan hebben; informeren een noodzakelijke basisvoorwaarde is voor transparantie, maar op zichzelf geen participatie vormt omdat daarbij geen dialoog of inhoudelijke inbreng van belanghebbenden plaatsvindt; niet iedere belanghebbende in gelijke mate wordt geraakt door gemeentelijke besluiten; direct geraakten, zoals omwonenden die gevolgen ondervinden voor hun woonen leefklimaat, een herkenbare en zwaarwegende positie verdienen in participatietrajecten; brede raadpleging niet automatisch gelijkstaat aan een zorgvuldige belangenafweging; het vertrouwen in participatie wordt versterkt wanneer de gemeente zichtbaar maakt hoe inbreng is gewogen en verwerkt; een expliciet afwegingskader bijdraagt aan transparantie, rechtszekerheid, evenredigheid en beter uitlegbare besluitvorming.

relevante doelgroepen vooraf expliciet in beeld moeten worden gebracht, zodat kan worden beoordeeld of zij passend zijn bereikt en betrokken; monitoring en evaluatie alleen betekenisvol zijn wanneer vooraf duidelijk is welke criteria worden gehanteerd voor impact, participatievorm, belangenweging en terugkoppeling; de gekozen trede op de participatieladder alleen betekenis heeft wanneer deze aantoonbaar aansluit op het afwegingskader voor participatieniveau;

Besluit Het ontwerpbesluit als volgt te wijzigen en/of aan te vullen:

1. Aan het participatiebeleid een expliciet afwegingskader toe te voegen waarin onderscheid wordt gemaakt tussen direct geraakten, de nabije omgeving en de brede omgeving. 2. In het participatiebeleid vast te leggen dat de mate van invloed in een participatietraject mede wordt bepaald door de mate waarin een belanghebbende feitelijk gevolgen ondervindt van het voorgenomen beleid, plan of besluit. 3. In het participatiebeleid vast te leggen dat informeren altijd de basis vormt, maar niet als zelfstandige participatievorm wordt aangemerkt; bij plannen met beperkte impact geldt raadplegen als minimale participatievorm. 4. Bij plannen, projecten of besluiten met aantoonbare impact op het woon- en leefklimaat verplicht een impactanalyse uit te voeren voorafgaand aan de keuze voor de participatievorm. 5. Voor ieder relevant participatietraject vooraf een doelgroepanalyse uit te voeren waarin wordt aangegeven welke groepen worden geraakt, hoe zij worden bereikt en welke drempels voor deelname kunnen bestaan. 6. Bij plannen met aanzienlijke impact op direct geraakten ten minste te voorzien in een vorm van adviseren, samenwerken of gezamenlijke variantontwikkeling, tenzij gemotiveerd wordt waarom dit redelijkerwijs niet mogelijk is. 7. Bij ruimtelijke besluiten met relevante impact redelijke alternatieven zichtbaar te onderzoeken en de afweging daarvan op te nemen in de besluitvorming.

8. In het eindverslag van een participatietraject niet alleen de ingebrachte reacties weer te geven, maar ook expliciet te motiveren welke inbreng is overgenomen, welke niet, en waarom. 9. Bij monitoring en evaluatie van participatietrajecten expliciet te toetsen of de vooraf gekozen participatievorm paste bij de impact van het plan, of direct geraakten voldoende zijn betrokken en of de belangenweging navolgbaar is vastgelegd. 10. De participatieladder in het participatiebeleid dienovereenkomstig aan te passen, waarbij informeren niet langer als participatietrede wordt opgenomen maar als algemene basisvoorwaarde geldt, raadplegen de eerste trede van participatie vormt, en de keuze voor een hogere trede steeds wordt gemotiveerd aan de hand van het afwegingskader voor participatieniveau. 11. In de aangepaste participatieladder ten minste de volgende treden op te nemen: raadplegen, adviseren, samenwerken, meebeslissen en zelfbesturen, waarbij per trede wordt beschreven welke mate van invloed, dialoog en terugkoppeling daarbij hoort. 12. Het college op te dragen het aangepaste afwegingskader uit te werken als bijlage bij het participatiebeleid of als beleidsregel bij de toepassing van de participatieverordening.

Toelichting Met dit amendement wordt het participatiebeleid aangescherpt op het punt van belangenweging. Participatie is niet alleen een proces van ophalen van meningen, maar ook een bestuurlijke verplichting om inzichtelijk te maken welke belangen zijn betrokken en hoe deze zijn gewogen. Daarbij is van belang dat inwoners die rechtstreeks gevolgen ondervinden van een gemeentelijk besluit een andere positie hebben dan inwoners of gebruikers die slechts een algemeen of indirect belang hebben. Het amendement beoogt geen star systeem te introduceren, maar een duidelijke en navolgbare werkwijze. De gemeente behoudt ruimte voor maatwerk, maar moet vooraf motiveren welke participatievorm passend is en achteraf uitleggen wat met de inbreng is gedaan. Informeren blijft daarbij noodzakelijk als basis voor transparantie, maar vormt geen participatie zolang geen dialoog, reactie of inhoudelijke inbreng mogelijk is. Dit voorkomt schijnparticipatie en versterkt het vertrouwen in gemeentelijke besluitvorming. Door het onderscheid tussen direct geraakten, de nabije omgeving en de brede omgeving expliciet op te nemen, wordt voorkomen dat zwaarwegende individuele belangen verloren gaan in een algemene draagvlakmeting. Dit sluit aan bij de beginselen van zorgvuldigheid, motivering en evenredigheid. Ook voor monitoring en evaluatie is een scherper afwegingskader noodzakelijk.

Evalueren kan alleen zinvol wanneer vooraf duidelijk is welke doelen, participatievormen en criteria golden. Zonder die voorafgaande normering blijft evaluatie beperkt tot een algemene terugblik en kan niet goed worden vastgesteld of de participatie daadwerkelijk passend, zorgvuldig en evenwichtig was. Daarmee moet ook de verhouding tussen het afwegingskader en de participatieladder worden verduidelijkt. De participatieladder is pas bruikbaar wanneer de gekozen trede inhoudelijk wordt afgeleid uit het afwegingskader. Anders kan een te lage trede worden gekozen zonder dat duidelijk is waarom deze past bij de impact van het plan. Informeren behoort daarbij niet tot de ladder van participatie, maar vormt de noodzakelijke basis waarop daadwerkelijke participatie vanaf raadplegen kan plaatsvinden.

Ondertekening Ingediend door: [Naam fractie / raadslid] [Handtekening]

Concept-motie: borging monitoring, evaluatie en doorontwikkeling participatiebeleid Onderwerp: Monitoring, evaluatie en doorontwikkeling van het participatiebeleid en de participatieladder. De raad van de gemeente Loon op Zand, in vergadering bijeen op [datum], gehoord de beraadslaging,

Constaterende dat • • • • •

de gemeente Loon op Zand werkt aan actualisatie van het participatiebeleid en de participatieverordening; naar aanleiding van een zienswijze een afwegingskader aan het voorstel is toegevoegd; in de raad zorgen zijn geuit over monitoring en evaluatie van participatietrajecten; de participatieladder alleen bruikbaar is wanneer de gekozen trede inhoudelijk wordt gekoppeld aan impact, geraakt belang en beleidsruimte; informeren een noodzakelijke basisvoorwaarde is voor transparantie, maar op zichzelf geen participatie vormt.

Overwegende dat • • • •

•

monitoring en evaluatie alleen betekenisvol zijn wanneer vooraf duidelijk is welke criteria worden gehanteerd; zonder scherp afwegingskader achteraf onvoldoende kan worden beoordeeld of de gekozen participatievorm passend was; direct geraakten herkenbaar en zwaarwegend moeten worden betrokken wanneer hun woon- en leefklimaat wordt geraakt; een duidelijke koppeling tussen afwegingskader en participatieladder bijdraagt aan transparantie, rechtszekerheid en vertrouwen in gemeentelijke besluitvorming; het wenselijk is om het participatiebeleid na toepassing in de praktijk te toetsen en waar nodig te verbeteren.

Verzoekt het college 1. bij de verdere uitwerking en toepassing van het participatiebeleid expliciet vast te leggen dat informeren geen participatietrede is, maar een basisvoorwaarde voor transparantie; 2. de participatieladder zo toe te passen dat raadplegen de eerste trede van daadwerkelijke participatie vormt;

3. bij ieder relevant participatietraject vooraf vast te leggen welke impact wordt verwacht, welke belanghebbenden worden geraakt, welke beleidsruimte bestaat en welke participatietrede daarom passend is; 4. bij monitoring en evaluatie expliciet te toetsen of de gekozen participatievorm aansloot bij de impact van het plan, of direct geraakten voldoende zijn betrokken en of de belangenweging navolgbaar is vastgelegd; 5. bij monitoring en evaluatie tevens te toetsen of relevante doelgroepen vooraf voldoende in beeld zijn gebracht, daadwerkelijk zijn bereikt en passend zijn betrokken; 6. de raad binnen één jaar na inwerkingtreding van het participatiebeleid te informeren over de eerste ervaringen met het afwegingskader, de participatieladder, monitoring en evaluatie; 7. op basis van die evaluatie zo nodig voorstellen te doen voor aanscherping van het participatiebeleid, de participatieverordening of de bijbehorende uitvoeringskaders.

En gaat over tot de orde van de dag Ingediend door: [Naam fractie / raadslid] [Handtekening]

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=dfec05a2-50ea-4921-a299-9d33099e52a2