Bijlage Stappenplan onderzoek integriteitschendingen.PDF
Tekst van het document
Gemeente Loon op Zand
IIIIIÉII
2016.03165
Stappenplan onderzoek integriteitsschendingen politieke ambtsdragers gemeente Loon op Zand Inleiding Gedragscodes zijn voor gemeenten verplicht op grond van de Gemeentewet. Politieke ambtsdragers zijn op de naleving van gedragscodes aanspreekbaar. In Loon op Zand kennen we de "gedragscode politieke ambtsdragers gemeente Loon op Zand 2016". Wanneer politieke ambtsdragers zich niet aan deze code houden kan dat gevolgen hebben voor hun functioneren en positie. Het rechtskarakter van een gedragscode is dat van een interne regeling in aanvulling op de wettelijke regels. De Gemeentewet laat de gemeente ruimte bij de inhoudelijke invulling. Naast deze code bestaan er voorschriften die in wet of elders geregeld zijn, bijvoorbeeld over fraude, valsheid in geschrifte en over nevenfuncties. In het navolgende stappenplan staat aangegeven welke stappen moeten worden gezet wanneer integriteit mogelijk geschonden wordt of daarvan het sterke vermoeden bestaat. Het protocol kan worden beschouwd als een extra onderdeel van het integriteitsbeleid. Het biedt houvast en uniformiteit bij de aanpak van vermeende of daadwerkelijke schendingen. 1.
Algemeen
1.1 Onder politiek ambtsdragers wordt verstaan: de burgemeester, de leden van het college, de raadsleden. Fractieondersteuners/niet-zijnde raadsleden vallen strikt genomen niet onder deze definitie maar vallen ook onder de werking van dit protocol analoog aan de politieke ambtsdragers. Met fractieondersteuners worden de ondersteuners bedoeld die door de raad als zodanig zijn benoemd. 1.2 In gevallen waarin dit stappenplan niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het seniorenconvent. 1.3 Het stappenplan is openbaar en door derden te raadplegen. 1.4 Uitgangspunt bij het gebruik van dit stappenplan is de 'Gedragscode politieke ambtsdragers Loon op Zand. 1.5 De burgemeester, de leden van het college, de raadsleden en de fractieondersteuners/niet-zijnde raadsleden ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de gedragscode en het stappenplan.
2.
Melding
2.1 Meldingen van vermeende integriteitsschendingen worden gedaan bij de burgemeester, die deze in behandeling neemt en de griffier in kennis stelt van de melding. 2.2 Meldingen over de burgemeester worden gedaan bij de vice- voorzitter van de raad - die in de plaats treedt van de burgemeester bij het zetten van de stappen volgens het stappenplan.
1
V
3.
Vooronderzoek
3.1. Bij twijfel over het wel of niet instellen van een feitenonderzoek kan de burgemeester besluiten een vooronderzoek te doen om te bepalen of er een feitenonderzoek nodig is. 3.2 Van de bevindingen uit het vooronderzoek wordt een rapport opgemaakt, dat ter vaststelling wordt voorgelegd aan het seniorenconvent. 3.3 Het seniorenconvent bepaalt of het vooronderzoek aanleiding geeft voor een feitenonderzoek. 3.4 De betrokken politiek ambtsdrager wordt van het doen van het vooronderzoek en van de uitkomst van het onderzoek geïnformeerd. 3.5 De melder wordt geïnformeerd als wordt besloten geen feitenonderzoek in te stellen. 3.6 Bij het vermoeden van een opzettelijk valse beschuldiging onderneemt de burgemeester actie tegen de melder in de vorm van een feitenonderzoek richting de melder of een aangifte bij de politie.
4.
Feitenonderzoek
4.1 De burgemeester geeft opdracht tot een feitenonderzoek aan een interne of externe onderzoekscommissie. 4.2 Een interne onderzoekscommissie bestaat uit de burgemeester en een vertegenwoordiger namens het seniorenconvent. De commissie wordt ambtelijk ondersteund door de griffier. Aan deze commissie kunnen deskundigen worden toegevoegd. 4.3 Als de afstand tussen de interne onderzoekers en de betrokken politiek ambtsdrager te klein is om voldoende objectief onderzoek te garanderen, dan wordt een externe onderzoekscommissie ingesteld. 4.4 Een externe onderzoekscommissie bestaat uit personen buiten de organisatie. 4.5 De externe commissie stelt een multidisciplinair team samen, opdat de juiste kennis voor het doen van het feitenonderzoek aanwezig is.
5.
Opdrachtverstrekking
5.1 De burgemeester komt een schriftelijke onderzoeksopdracht met de onderzoeker(s) overeen. In de opdracht staan in ieder geval vermeld de aanleiding, de onderzoeksopdracht en de verwachte duur en kosten van het onderzoek.
6.
Kennisgeving aan betrokkene
6.1 De betrokken politiek ambtsdrager wordt over het instellen van een feitenonderzoek per brief geïnformeerd. 6.2 In de brief is in ieder geval opgenomen: a. een omschrijving van het handelen of nalaten dat aanleiding is tot het instellen van het onderzoek; b. de melding dat betrokkene en getuigen kunnen worden gehoord;
2
c. de melding dat als andere feiten en omstandigheden bekend worden die van belang kunnen zijn voor het bepalen van de omvang, aard en ernst van de integriteitsbreuk, het onderzoek zich kan uitstrekken tot die feiten en omstandigheden.
7.
Horen van betrokkenen en getuigen
7.1 De betrokken politiek ambtsdrager en getuigen kunnen worden gehoord. 7.2 De gesprekken worden gehouden door minimaal twee onderzoekers. 7.3 Er wordt een gespreksverslag opgemaakt en ondertekend door de onderzoekers en de getu igen/betrokkene. 7.4 De gehoorde krijgt de mogelijkheid om binnen vijf werkdagen schriftelijk te reageren op het verslag. 7.5 Als de gehoorde weigert te tekenen wordt daarvan melding gemaakt in het verslag. Als de gehoorde dat wil, wordt er een schriftelijke weergave van de afwijkende mening van de gehoorde bij het verslag gedaan.
8.
Aangifte
8.1 Als er een vermoeden is van een misdrijf doet de burgemeester na overleg met het seniorenconvent aangifte bij de politie. 8.2 Vanaf dat moment wordt alle informatie voorgelegd aan de politie eventueel na overleg met de officier van justitie.
9.
Communicatie
9.1 De burgemeester zorgt voor de interne en externe communicatie.
10. Onderzoeksrapportage 10.1 De burgemeester biedt de onderzoeksrapportage aan de raad aan. De rapportage bevat alle informatie die nodig is om een oordeel te kunnen vormen over het vermoeden van integriteitsschending. Wanneer de betrokken politiek ambtsdrager wethouder is, informeert de burgemeester ook het college over de onderzoeksrapportage. 10.2 De raad beoordeelt of het rapport aanleiding geeft om aangifte te doen of een motie in te dienen. 10.3 de burgemeester stuurt de betrokkenen een afschrift van de onderzoeksrapportage
11. Besluitvorming 11.1 Bij de vastgestelde schending van de integriteit kan tegen de betreffende politiek ambtsdrager een motie worden aangenomen dan wel aangifte bij de politie worden gedaan.
3