CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6. Toelichting Bijlage 5_Archeologisch onderzoek

Raadsvergadering 19 september 2024, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over vast te stellen bestemmingsplan 'Wielstraat 16 Kaatsheuvel' (Hamerstuk)10.258 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 22104 Wielstraat 16, Kaatsheuvel Gemeente Loon op Zand Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek, verkennend- en deels karterend booronderzoek mm*

Ă liinni |l

IļļļļļgĮļļļļl ■BSi

Oktober 2023

ArcheoPro

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 2

ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 22104 Wielstraat 16, Kaatsheuvel Gemeente Loon op Zand Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek, verkennend- en deels karterend booronderzoek Colofon Opdrachtgever Projectcode Bestandsnaam Versie Status Archis melding (zaaknummer) Bevoegd gezag Opslagplaats documentatie ISSN Auteur(s) Projectleider Projectmedewerkers Onderaannemers Autorisatie

22-200 ArcheoPro Rapport Wielstraat 16, Kaatsheuvel 2023 10 10 10-10-2023 Definitief 5308816100 Gemeente Loon op Zand Provincie Noord-Brabant 1569-7363

^-!l!IB!>Bl^■^I!iBl5IBSI!!!1!^■l

^sssssssssssssr Niet van toepassing

Uitgegeven door ArcheoPro © Copyright 2022ArcheoPro, Eijsden ArcheoPro

Nederland

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 3

Inhoudsopgave SAMENVATTING....................................................................................................................................................4 1. INLEIDING........................................................................................................................................................... 5 1.1 Algemeen........................................................................................................................................................................................................................................................................... 5 1.2 Locatiegegevens (LS02).............................................................................................................................................................................................................................

5 1.3AARD VAN DE INGREEP (LS01)........................................................................................................................................................................6 1.4 Onderzoek (LS01).....................................................................................................................................................................................6 1.5 Doel- en vraagstelling.......................................................................................................................................................................................................................................6

2 BUREAUONDERZOEK...................................................................................................................................10 2.1 Methode en bronnen........................................................................................................................................................................................................................................ 10 2.2 Geo(morfo)logie, aardkunde en bodem (LS04)............................................................................................................................. 12 2.3 Archeologie (LS01/LS04)....................................................................................................................................................................19 2.4 Historie (LS03).........................................................................................................................................................................................................................................23 2.5 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel (LS05).................................................................................................

32 2.6 Onderzoeksstrategie (LS05)............................................................................................................................................................................................................33

3 VELDONDERZOEK......................................................................................................................................... 35 3.1 Verrichte werkzaamheden (VS03)............................................................................................................................................................................................. 35 3.2 Resultaten booronderzoek (VS03).......................................................................................................................................................................................... 36

4 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN (VS07)..........................................................................................40 4.1. Selectieadvies........................................................................................................................................................................................................................................................ 42

5. LITERATUUR EN BRONNEN.....................................................................................................................43 6. BIJLAGES............................................................................................................................................................45 Bijlage 1: Verklarende woordenlijst...................................................................................................................................................................................................... 45 Bijlage 2: Archeologische tijdschaal........................................................................................................................................................................................................45 Bijlage 3: Overzicht vondstlocaties......................................................................................................................................................................................................... 46 Bijlage 4: Overzicht archeologische monumenten...................................................................................................................................................................

46 Bijlage 5: Overzicht archeologische onderzoeksmeldingen......................................................................................................................................... 46 Bijlage 6: Boorbeschrijving................................................................................................................................................................................................................................. 48

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 4

Samenvatting Op 9 november 2022is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) uitgevoerd op een terrein aan de Wielstraat 16 te Kaatsheuvel. Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied in verband met de ligging buiten een gradiëntzone, een lage verwachting geldt voor resten uit het laat-paleolithicum en het mesolithicum. Gezien de ligging van het plangebied grotendeels op agrarische percelen, maar wel deels binnen een historisch bebouwingslint, geldt een middelhoge tot hoge verwachting voor resten van bewoning uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Gezien de resultaten van eerdere onderzoeken in de directe omgeving van het plangebied en de verwachte aanwezigheid van een enkeerdgrond met een tenminste vijftig centimeter dik akkerdek, geldt ook een middelhoge- tot hoge verwachting voor resten van nederzettingen en grafvelden uit het neolithicum tot en met de volle middeleeuwen. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn binnen het plangebied 28 boringen verricht met behulp van een zandguts en een megaboor. Op basis van de resultaten van de gutsboringen kunnen de onderzoeksvragen als volgt beantwoord worden: -Hoe is de bodem opgebouwd binnen het plangebied? Binnen het plangebied lijken oorspronkelijk podzolbodems te zijn gevormd.

Hiervan getuigt in drie boringen nog de aanwezigheid van een (restant van een) BC-horizont. Het noordelijke deel van het plangebied ligt lager en hier is mogelijk nooit podzolvorming opgetreden. Hier is een bouwvoor aanwezig van homogeen humusrijk zand die direct of via een dunne AC-horizont, overgaat in het schone geelgrijze zand van de C-horizont. Op de overige delen van het plangebied ligt het maaiveld hoger maar heeft ook veel meer aantasting van de bodem plaatsgevonden. Een echte enkeerdgrond die is ontstaan ten gevolge van de bemesting met potstalmest, lijkt niet aanwezig te zijn. Op het noordelijke deel van het plangebied waarop de bodem het minst geroerd is, is het akkerdek hier net niet dik genoeg voor. Op het zuidelijke deel van het plangebied is de humusrijke toplaag wel dik genoeg maar lijkt deze te zijn ontstaan door relatief moderne bodembewerking en grondverplaatsing waarbij ook de onderliggende bodem is geroerd. -In welke mate is de bodem verstoord? Vergelijking met de min of meer intacte bodemopbouw in de boringen met resten van een BC-horizont met de overige op dit (zuidoostelijke) deel van het plangebied gezette boringen, laat zien dat op het zuidoostelijke deel van het plangebied de bodem gemiddeld tot ongeveer een halve meter in de C-horizont is verstoord.

-Kunnen binnen het plangebied nog behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn? Zo ja, in welke zones en op welke diepten is dit het geval? Rond boorpunt 8 is de bodem slechts in beperkte mate verstoord. Hier zullen derhalve nog resten van de bebouwing aanwezig zijn die hier op de kadasterkaart uit 1832 wordt aangegeven. Deze liggen echter buiten het gebied waarin sloop en nieuwbouw zullen plaatsvinden. Verder lijkt het noordelijke deel van het plangebied door de relatief lage ligging onaantrekkelijk te zijn geweest voor bewoning in de perioden late steentijd tot en met de vroege middeleeuwen. Op de meeste delen van het zuidoostelijke deel van het plangebied is de bodem dermate diep verstoord dat hier weinig kans meer bestaat op de aanwezigheid van behoudenswaardige resten van archeologische sporen. Overigens heeft het op dit deel van het plangebied naboren met een megaboor en het zeven van het hiermee opgeboorde zand, geen relevante archeologische indicatoren opgeleverd die op de (voormalige) aanwezigheid van archeologisch relevante sporen zouden kunnen wijzen. Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 5

1. Inleiding 1.1 Algemeen Opdrachtgever Contactpersoon opdrachtgever Datum uitvoering bureaustudie Datum uitvoering veldwerk Archis onderzoeksmelding Onderzoekskader Bevoegd gezag Bewaarplaats vondsten Bewaarplaats documentatie

1.2 Locatiegegevens

(LS02)

Provincie Gemeente Plaats Toponiem Globale ligging Hoekcoördinaten plangebied (bounding box)

Oppervlakte Eigendom Grondgebruik Hoogteligging Bepaling locaties

Versie: 10-10-2023

HHIHIglIlVIIIIIIIIITIIIIIIIIIIIIIIIIMD WHHk ■■■■■gi November 2022 9 november 2022 5308816100 BestemmingspIanwijzing Gemeente Loon op Zand Provincie Noord-Brabant Provincie Noord-Brabant

Noord-Brabant Loon op Zand Kaatsheuvel Wielstraat 16 Een halve kilometer ten zuiden van Waalwijk 1332I91 408590 1332I91 408776 1334361108776 133I361 408590 1,78hectare Particulier Grasland, erf en bebouwing Ca. 5,80 +NAP GPS Garmin, meetlinten

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

1.3 Aard van de ingreep

(LS01)

Aard ingreep Wijze fundering Onderkeldering Diepte bodemverstoring Verwachte wijziging grondwaterstand Toekomstige ligging boven- en ondergrondse infrastructuur Toekomstige ligging verharding 1.4 Onderzoek

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 6

Sanering en bouw van een woning Nog niet bekend Nog niet bekend Nog niet bekend Nog niet bekend Nog niet bekend Nog niet bekend

(LS01)

Op 9 november 2022is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) uitgevoerd op een terrein aan de Wielstraat 16 te Kaatsheuvel. De aanleiding tot het onderzoek vormt de voorgenomen bouw van een woning op het zuidwestelijke deel van het plangebied (ten zuiden van de huidige bebouwing). Hieraan voorafgaande zullen agrarische bedrijfsgebouwen worden gesloopt. Volgens de gemeentelijke beleidskaart ligt het plangebied vrijwel volledig in een zone met een archeologische waarde in verband met de ligging binnen een historisch bewoningslint. Het overige deel ligt in een zone met een hoge archeologische verwachting (categorie 2). Voor het gehele plangebied geldt volgens het vigerend bestemmingsplan dan ook een archeologische dubbelbestemming en dient voorafgaande aan de aanvraag van een omgevingsvergunning een archeologisch onderzoek te zijn verricht. In dit kader is een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) verricht met bureaustudie. Het archeologisch onderzoek betrof een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) met bureaustudie.

1.5 Doel- en vraagstelling Bureauonderzoek heeft tot doel om op basis van beschikbare informatie te komen tot een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel op basis waarvan de volgende vragen beantwoord kunnen worden: -Hoe is de bodem opgebouwd binnen het plangebied? -In welke mate is de bodem verstoord? -Kunnen binnen het plangebied nog behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn? Zo ja, in welke zones en op welke diepten is dit het geval? -Welke vorm van vervolgonderzoek is geschikt om eventueel aanwezige resten nader te onderzoeken? ArcheoPro voert haar onderzoeken uit conform de hiervoor vastgelegde normen en richtlijnen (KNA 4.1 en SIKB BRL 4000)en is in het bezit van de daarvoor vereiste BRL 4000 certificaten 4002en 4003. Het onderzoek is uitgevoerd door ■■■I^XaiiuilHIIIIBIAIIIIIIIIlHlIllllllll^ WĒĒĒlĒĒĒĒĒĒIĒĒĒĒĒĒĒĒĒĒĒaĒĒIIĒĒĒĒm■

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 7

I 133500

133000

132500

134000

Jjq-

SM ï?Za:rìddonkt iddonk', ia"-

#

fa

■ m^ii i

Oostein

y0?0? De Soyeŗ

Hoekje

Lo6

chterste

Binnēņpolde . -I'.-,,

4.8

-ňehtstŗg; .Manege

■ĒH

Waalwijk Ā H ' [TT |

van 'şr'rF:I^r iĻ»Va k an t i eba]V

ľTļÖş^rįťãì VW- 1.

"Ā~"

uiñlu!

Vakantiepark Droomgaard-

TCfìfrt * T7.SL ľDe'Roestelb Mi

■m

"X--Î.ÌA.

ArcheoPro Coördinaat: RD

| 132500

^ 133000

Lttiutn ^ j | 133500

134000

Figuur 1: De ligging van het plangebied (rood omiijnd) op de topografische kaart. 1 De cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan.

1 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Emmen 2008.

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 8

Figuur 2: De binnen het plangebied voorgenomen bouw van een woning 2

2 Bron: ■HoMaH

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

133300

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 9

133350

133400

Bestemmingsplan

-ŕ'Vļt

'ĩ 'i--',jji

, ArcheoPro meter 133350

* ** * ĵ

plangebied

a kantoor

į

O natuur ĽJ overig O recreatie m sport

7 bedrijf

n

bos

ĽJ centrum n

cultuur en ontspanning

ĽJ detailhandel ĽJ dienstverlening ĽJ gemengd groen

Dubbelbestemmingen

Aanduidingen

waterstaat

I——I

bouwaanduiding

|l 111|

leiding waarde

1- -1 r.j

functieaanduiding

I+Ĩ++I

Bouwvlakken

i___ i

maatvoering

I

Figuren

maatschappelijk

ľj tuin ľj verkeer

m

water

ľj wonen ľj woongebied

133450

[njuTjļ horeca

Enkelbestemmingen

ĽJ agrarisch ĽD agrarisch met waarden ĽJ bedrijventerrein

133400

1—i

bouwvlak

/V dwarsprofiel gevellijn

luchtvaartverkeerzone vnjwanngszone

ÇĮĩfå milieuzone

A/ hartlijn leiding /V relatie

veiligheidszone

besluiten

ļ

f

besl uitgebied

1

1

besl uitvlak

1

1

besluitsubvlak

Structuurvisies ļ*[*}

asvan de weg

Gebiedsaanduídingen geluidzone

lettertekenaanduiding

Gebiedsgerichte

plangebied

Gescande kaarten ţ***ţ

plangebied

Overige

besluiten

Ľ1U

plangebied

figuur IMRO20Û6

wetgevingzone

įļĩfå reconstructiewetzone overige

zone

Figuur 3: Het plangebied op de bestemmingsplankaart3 3 Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 10

2 Bureauonderzoek 2.1 Methode en bronnen Het bureauonderzoek wordt uitgevoerd conform de KNA 4.1, protocol 4002. Tijdens het bureauonderzoek wordt door de bestudering van de beschikbare bronnen, kennis vergaard omtrent de bodem en geologie van het onderzoeksgebied en de in en rondom het plangebied aanwezige bekende en te verwachten archeologische waarden. Op basis hiervan wordt op het schaalniveau van het plangebied een locatie specifiek verwachtingsmodel geformuleerd. Dit model kan gedetailleerder zijn dan de verwachtingsmodellen (trefkansen) zoals deze op de gemeentelijke verwachtingskaarten worden gepresenteerd. Eventueel worden ook lokale deskundigen geraadpleegd. Aan de hand van de resultaten van het bureauonderzoek kan de beste aanpak voor het veldonderzoek worden bepaald. Het veldonderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen c.q. nader te detailleren. Het bureauonderzoek kent de volgende onderdelen: ^ Afbakenen plan- en onderzoeksgebied en vaststellen consequenties van mogelijk toekomstig gebruik; ^ Aanmelden onderzoek bij Archis; ^ Beschrijven huidig gebruik; ^ Beschrijven historische situatie en mogelijke verstoringen; ^ Beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden in de ondergrond; ^ Beschrijven bekende archeologische en aardwetenschappelijke waarden; ^ Opstellen gespecificeerde verwachting; ^ Opstellen rapport bureauonderzoek.

Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: ^ Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) ^ Archeologische MonumentenKaart (AMK) ^ ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS) ^ Atlas van topografische kaarten Nederland 1955-1965,1:50.000 ^ Bodemkaart van Nederland 1:50.000 • Gemeente Loon op Zand, Archeologische beleidskaart ^ Historische topografische atlas van Noord-Brabant 1836-1843, 1:25.000 ^ Landschappen van Maas en Peel, J. Renes, 1999 ^ Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 ^ Geologische kaart 1:50.000 ^ Grote historische atlas van Nederland 1:50.0001838-1857 (Deel Zuid) • Grote historische topografische atlas van Nederland, provincie Noord-Brabant 1:25.000 1894-1926 ^ Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) ^ Kadastrale minuutplan met aanwijzende tafels, 1830 ^ Provincie Noord-Brabant, Cultuurhistorische waardekaart ^ Tranchotkaart 1805 Bovenstaande bronnen zijn gebruikt omdat deze relevante informatie bevatten over de historische en/of archeologische en/of aardkundige achtergrond van het plangebied. De informatie uit deze bronnen wordt gebruikt voor het opstellen van de gespecificeerde

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 11

verwachting. Niet opgenomen bronnen hebben geen relevante informatie opgeleverd en zijn verder niet beschreven. Van de heemkundevereniging De Ketsheuvel hebben we geen relevante informatie ontvangen. De kaart Archeologie in Nederland is een combinatie van de Archeologische Monumentenkaart (AMK) en de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW). Hierop zijn bekende behoudenswaardige archeologische terreinen verzameld, gecombineerd met de trefkans (hoog, middelhoog, laag) op archeologische resten. Sinds 2014wordt de AMK niet meer bijgehouden door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). De huidige AMK kan dan ook beschouwd worden als een statisch bestand. r* .

' rv'į*

•v : İW 1V

Figuur 4: Luchtfoto uit 2021met daarop rood omlijnd het plangebied 4

4 Bron: http://www.pdok.nl

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

2.2 Geo(morfo)logie, aardkunde en bodem

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 12

(LS04)

Het plangebied ligt in het zogenaamde zuidelijk zandgebied. Dit is een relatief vlak gebied dat nooit door landijs bedekt is geweest. Aan het einde van het Weichseliën, met name in het Laat Pleniglaciaal (circa 29.000- 15.700BP) heerste er een poolklimaat in Nederland. Door het ontbreken van vegetatie trad op grote schaal verstuiving op. Vanuit het Noordzeebekken werd zand meegevoerd dat als dekzand over de fluvioperiglaciale afzettingen (Formatie van Boxtel) is afgezet. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het Oud Dekzand I en het Oud Dekzand II dat van elkaar gescheiden wordt door een uitstuivingslaagje dat bestaat uit grinddeeltjes die in tegenstelling tot de zandkorrels, niet zijn weggeblazen. Dit zogenaamde desert pavement wordt in Nederland de laag van Beuningen genoemd. Tijdens het Laat glaciaal (15.700 - 11.755 BP) is het Jong Dekzand I en II afgezet dat soms van elkaar gescheden wordt door de laag van Usselo. Dit oude bodemniveau wordt met name gekenmerkt door de aanwezigheid hierin van houtskooldeeltje. Het jonge dekzand is afgezet in de vorm van vlaktes, welvingen en ruggen. Dit zand is kalkloos, fijnkorrelig en goed afgerond. In het Holoceen steeg de temperatuur. Onder invloed van de hierdoor stijgende zeespiegel, steeg ook de grondwaterspiegel. Vanaf ongeveer 8000jaar geleden werd hierdoor veengroei mogelijk in de lagere delen van het dekzandlandschap.

Dit veen wordt gerekend tot de formatie van Griendtsveen. Dergelijk veen is op de veenkaart van Leenders op enige afstand ten noorden van het plangebied aangegeven (zie figuur 5). Het plangebied zelf valt volgens de geomorfologische kaart binnen een vrij vlak gebied met dekzandwelvingen met daarop een ontginningsdek (legenda-eenheid 3L51ycop figuur 7). De uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland (figuur 8) laat zien dat het dekzandlandschap binnen het onderzoeksgebied naar het zuiden toe sterk oploopt van ongeveer 3 meter +NAP tot ongeveer 9 meter +NAP op het meest zuidelijke deel waar dekzand is her-afgezet in de vorm van hoge landduinen (legenda-eenheid 4L54op figuur 9). Het maaiveld binnen het plangebied ligt tussen 5 en 6 meter +NAP met het hoogste deel in de zuidwesthoek. Op voldoende ontwaterd delen van het dekzandlandschap zijn veelal veldpodzolgronden ontstaan. Deze worden gekenmerkt door een uitspoelingslaag (AE-horizont) en een donkerbruine tot roodbruine inspoelingslaag (B-horizont). De B-horizont gaat veelal via een overgangslaag (de BC-horizont) over in het niet door bodemvorming beïnvloede zand (de Chorizont). Binnen het plangebied geeft de bodemkaart de aanwezigheid aan van hoge zwarte enkeerdgronden die zijn ontstaan in leemarm en zwak lemig, fijn zand (legenda-eenheid zEZ21 op figuur 9).

De grondwatertrap VI betekent dat het met name in de zomer, goed ontwaterde bodems betreft. De enkeerdgronden worden gekenmerkt door een tenminste 50 cm dikke zwarte humeuze bovengrond die veelal in de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd ( tot ± 1900),is ontstaan ten gevolge van eeuwenlange bemesting met potstalmest. Veelal gaat dit akkerdek geleidelijk aan over in het niet door plaggenbemesting met humus verrijkte zand. Doordat enkeerdgronden vaak zijn aangelegd in gebieden waar oorspronkelijk podzolgronden zijn ontstaan, kunnen resten hiervan onder het esdek aanwezig zijn. De dikte van een esdek is afhankelijk van de ouderdom en de intensiteit waarmee materiaal is opgebracht.

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

I 132500

I 133Û00

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 13

133500

134000

Geologie

^ArcheoPro

00

200

300

400

500

meter

..nordinaať I-îij

132500

| 133000

133500

134000

Figuur 5: Uitsnede uit de geologische kaart. 5 Het plangebied is rood omiijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.

5 Bron: Stichting voor Bodemkartering, Geologische kaart van Nederland 1:50.000.Wageningen, 1968

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

132500

133000

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 14

VIÇCI UIĮPT

134000 --- .-----------

133500

Paleogeografischekaart

ţĩĩŵ'

lįļīį. t- ì***

1

■ iïSlī i"

-Ar A

Oo stein ĩ 0t'ĩ„ĩ «fiSjsB De So 1

o on s icĥterste

ìù^strechţ㪠^Manege

Waalwijk, JC'~-

' .įJWVakantieparfc

V\V ^ Vakantiepark Droomgaara*

'uinlu:

« r '' . Io n (Recreatiepark Het Ger

SĴ! a.

3EŴ

VV* 7Ĩ.& ^I-oV^lįPe^oe^eļberg' 'oêsteióėrg.

ArcheoPro Coördinaat RD

132500

133000

133500

134000

Legenda 100-500

5800 vC-5100 vC

8900 vC - 8200 vC

1850 - 2000

500 vC- 100

6300 vC - 5800 vC

10600 vC-8900vC

1500- 1850

1200 vC-500 vC

6900 vC - 6300 vC

11700 vC - 10600 vC

1200 - 1500

1800 vC-1200 vC

7400 vC - 6900 vC

12400 vC - 11700 vC

900- 1200

4500 vC - 1800 vC

7800 vC - 7400 vC

13900 vC - 12400 vC

500 - 900

5100 vC - 4500 vC

8200 vC - 7800 vC

17000 vC - 13900 vC Pleistoceen

Figuur 6: Uitsnede uit de paleogeografische kaart. 6 Het plangebied is rood omiijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer. 6 Bron: P Vernieuwd digitaal basistand basisbestand paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. K.M. Cohen, E. Stourhamer. 2012

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

132500

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 15

133000

133500

134000

[Geomorfologie

mtm 2M53

mmĘm ír:**. * iV*. * ?» k*.*'

V’j'ïVļŴĩÇ.'

■*į 1m

í įí&öMį

vAtfĵŗM

'iŴAť/ '*-V*.V**V V*tV»*.V.ť

3N94 *é*Vi

ü^vî

i*4L",î î\ í ** *.« í *,*ľţ»į

A*.* V * *A‘V . *V* *,V -*,V* W* î*. 4*V ‘'

î *4íľ

ŵŴľŴ «-Î.** îwrî** î«*

rfA*V . ţ** 5

SlÄÉSíÉS

•TŴŴ

Élšlllİltefe:Ä

» »* * - - ' - 'î-

•.“■•V-t.'V*..-.

*.vV-

mźĩ

■VyťiftįVý

r:įzą V*îV‘

ÍŴŵ »i i-«* îaaj

V**.Vi

^.vÏ’ŝşä ŵļV.**ļ, žPţWw 'ŕįft* mm ŵK‘ŵ:

4L54

12L54D

ArcheoPro Coördinaat: RD

132500

133000

133500

134000

1345

Legenda ■■mm

Dekzandwelvingen,

vrij vlak, met ontginningsdek

Landduinen

met bijbehorende

vlakten en laagten, vrij vlak

Landduinen

met bijbehorende

vlakten en laagten, vrij vlak

Landduinen

met bijbehorende

vlakten en laagten, steile zeer korte hellingen

2M53

Vlakte van ten dele verspoelde

dekzanden

of loss, vlak

|2l^l5^o^V ,J

Vlakte van ten dele verspoelde

dekzanden

of loss. vlak,bedekt, vlak

: íj--

| Laagte ontstaan door afgraving, vrij vlak

Figuur 7: Uitsnede uit de geomorfologische kaart. 7 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.

7 Bron: Universiteit Wageningen, 2017

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

I 133000

132500

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 16

133500

130!

134000

.-1 -

Hoogte

iŵi»

ī?' «tl

JįSļļ mįĩįm AOošteii

jP't)

L o O vrt

Hoe

«-hŕĮ r Achiei

70/C

Legenda Hoogte 5551 M +NAP

1 cni^

■y-a

Li/t/a

VakantieparkOr.oomgaarď rT tlrW’inHrilť' "

-kJ±

ÍDe-riftesteJ: ,^-yi

L ArcheoPro JĮf:

ň^Ě^a^ľĩ. Coördinaat RD

132500

LJ33000

133500

134000

1345

Figuur 8: Uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland. 8 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.

8 Bron: Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

1325Ũ0

133Ũ00

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 17

133500

JVįCCUJIJA

13400Ũ

—

'kzžSA

Bodemkaart

íĒ'ZäiiaďoTik' ddonk'

Iüŭ.

■ »'h ľ Hn21

zEZ21

pZn21t

o o-n s .chterste

Binncrípolo \y

pZn23t

\í

lestrĝġļįí cHn23t

.Manege

■rwt

Waalwijk,

zEZ23t

' iJL-Vakantiepark 'umlul

V\V V

V o

Jŕ- *

'\

*!i i.

— , üèFRó

i1325Ū0

^ Ger

est ej b e rg

Zd21

|AŗçheoPŗo

iRecreatienark

zEZ23t

Vakantiepark Droomgaard-

'êsteĩberg

|g WATER

i 133000

ĈS

133500

134000

Legenda bodemkaart Vlak- en duinvaaggronden

Vaagg ronden

Laar-veldpodzolgronden

Kleigronden

Moerige

Ondiepe

eer- en podzolgronden

Vlak-en duinvaaggronden, Enkeerd/tuineerd

gooreerdgronder

gronden

Fluviatieve afzettingen,

kleigronden,

potklei

Vaagg ronden

Oude bewoningsplaatsen

Gors-, slikvaagg ronden

Brikgronden

Poldervaaggronden

LeenWwoudeerdgronden/vaaggronden

Vlakvaaggronden Veen,

petgaten,

pre laat-pleistoceen

Kleefaarde of vuursteeneluvium ĵ Mariene afzettingen, pre-pleistoceen

kreekbeddingen,

Bebouwing,dijken ĵ Water, moeras beekdalgronden,

en boverlandstrook,opgehoogd

duin- en kweldergronden,

of afgegraven

stuifzand

Figuur 9: Uitsnede uit de bodemkaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft. Voor uitleg van de codes, zie hoofdstuk 2.2 9

9 Bron: Universiteit Wageningen, 2017

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

132500

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 18

133000

133500

134000

jjjpwįįH

Grondwatertrappen

■Zanädonk' ddonk',

Sa»

fĩïwjļl

ĮsySÉ

±47 ■

a~Ķm

Oost"? 9 De Soyeŗp

iL o on* ^s o -o

Binnenpoloí Ŵí 'Ňaeşţŗeä .Manege

■»‘į» UU

Waalwijk

crr'Hk

ÀĻ^/akañtieparfc uińlu

VI V

Ho — r» Recreatiepark h Jt Ger

.Vakantiepark D room gaard-

r-'k'-ïí'

nr-Tcr V\* 77,0. oVÄįîVVD e-Roestelbet

ļ*^ Ũk

ArcheoPro ________ Coördinaat: RD

132500

gţ ’Oÿ’^i-'îjÿ®:

— j^^įśľtoěstelberg,

ĮjtÉŕŭftfeĩ 133000

33500

34000

1345

Legenda:

Grondwater Winter Zomer

|

Grondwater Winter Zomer

Grondwater Winter Zomer

I

—

^0

IV

MO

80-120

VII

MO

>120

II

-~

50-80

V

MO

5-120

VIII

5-120

5-200

III

<40 80-120

VI

40-80

M20

X

.....................

Figuur 10: Uitsnede uit de grondwatertrappenkaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft10

10 Bron: Universiteit Wageningen, 2017

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

2.3 Archeologie

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 19

(LS01/LS04)

Voor dekzandgebieden in hun algemeenheid geldt dat hierbinnen bewoningssporen kunnen worden aangetroffen die dateren vanaf het laat-paleolithicum. Vuursteenvindplaatsen van jager-verzamelaars uit het laat-paleolithicum en het mesolithicum liggen veelal op relatief hooggelegen delen van het dekzandlandschap in de nabijheid van water. Later, in het neolithicum wanneer een sedentair bestaan in de plaats komt van een nomadisch levenswijze, verkiest men vooral de hoogste delen van het dekzandlandschap. Deze nederzettingskeuze blijft tot in de vroege middeleeuwen bestaan. In de late middeleeuwen en de nieuwe tijd zijn de nederzettingen met name gesticht langs doorgangswegen, op kruispunten van wegen en aan de overgangen van rivieren. Synthetiserend onderzoek naar de bewoningsgeschiedenis van het westelijk deel van het Brabants zandgebied (Tebbens L. A., 2016in: Ontstaansgeschiedenis van het landschap, het gebruik en de locatiekeuze. Ball, E.A.G. & R.M. van Heeringen (red.), 2016)dat heeft plaatsgevonden in het kader van de Oogst van Malta, heeft door de geringe beschikbaarheid van data uit deze perioden, geen bijstelling van dit model opgeleverd voor resten uit het laat-paleolithicum tot en met het vroeg-neolithicum.

Wel geldt specifiek voor het westelijk deel van het Brabants zandgebied dat rekening moet worden met de afdekking met veen van lage delen van het landschap in het mesolithicum en het neolithicum. Gedurende de late prehistorie verschuift de bewoning naar de allerhoogste delen. Dit is mogelijk het gevolg van geleidelijke vernatting van het landschap, waarbij juist de vernatte, moerassige delen niet meer bewoond worden. De bewoning in de periode ijzertijd - Romeinse tijd vertoont een sterke mate van continuïteit die plaatselijk al in de bronstijd begint. De bewoningslacune die in overige delen van Brabant na de Romeinse tijd wordt gezien, lijkt in West-Brabant door eerder optredende Merovingische kolonisatie, al tussen 450 en 500 AD tot een einde te zijn gekomen en daarmee ongeveer een eeuw vroeger dan in het oosten van Brabant. Plaatselijk lijkt zelfs geen onderbreking te hebben bestaan. Tot in de volle- en late middeleeuwen loopt de bewoning ononderbroken door met een duidelijke verdichting van de bewoning in de late middeleeuwen. Volgens het archeologisch informatiesysteem Archis, liggen binnen het onderzoeksgebied drie bekende archeologische vindplaatsen. Hiervan vormt er één een (voormalig) AMKterrein op de noordoostgrens van het onderzoeksgebied (nr. 4297). Zaaknummer 4011535100 ligt driehonderd meter ten noorden van het plangebied.

Hier is door Vestigia een bureau- en booronderzoek uitgevoerd. Op basis van het bureauonderzoek en de gemeentelijke archeologische beleidskaart gold voor dit terrein een hoge archeologische verwachting op het in situ aantreffen van archeologische vondsten en sporen vanaf het LaatPaleolithicum/Neolithicum tot aan de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd. Op basis van het veldonderzoek is geconstateerd dat binnen dit plangebied de bodemopbouw tot enige decimeters onder het oorspronkelijk maaiveld verstoord is. De overgang naar de ondergrond is scherp en erosief; het aangetroffen ophogingspakket bevat sporen van recente verstoring. Om deze reden is geen vervolgonderzoek geadviseerd. Ongeveer achthonderd meter ten noordoosten van het plangebied ligt zaaknummer 2896401100. Het betreft een oude melding van een kunstmatig opgeworpen heuvel die destijds niet is geïnterpreteerd als grafheuvel.

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

132500

133000

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 20

jviccj jjipr

133500

134000

Iļl i ļHI—illļJI Mij*»

ĩpffţJ fSfit

Archis 3 Vondstlocaties

■ZanćJdonk-. ddonk',

2896401100

3J 27656100

■MÍÏľV111

Oo stein 4011535100

De So 1

L o óns ichterste

ĨHaeŞľ-ggSlĮgįį ^Manege

Waalwijk, JCT^-

ľ A'WVakantieparfc 'uinlu!

#nv J/akantiepark Droomgaard-

iecreatiaparklHet Ger

4640022100 ' ~ft Ü. ' Vļ W*

Y * t ÿSĝ^Pe-Roesţeļberg'

3127697100

telberg.

■-Cį.jO

ArcheoPro 132500

Coördinaat RD

200

133000

133500

300

134000

Legenda |

Archeologisch

monument

1=1

Plangebied

Vondstlocatie

met nummer

1=1

Onderzoeksgebied

Provinciale aandachtsgebieden

IKAW 3.0 Lage verwachting Middelhoge Hoge

verwachting

Beschermde

stads en dorpsgezichten

verwachting

Figuur 11: Kaart met Archis vondstlocaties. 11 Het plangebied is rood omiijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer. 11Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem), http://archis.cultureelerfgoed.nl

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 21

133000

132500

134000

133500

—

Archis 3 Onderzoeksmeldingen

-Za.rìädonk' M-Ü

ddonk,

ZĨSëįāWtmi

Oostein

'403637,9100 '

'4QJii‘Ş3ğļm

De So ’

UAchfersfe 2229171100 46^9778100

;Mànëge

Waalwijle

^64-26011,00} JwVakañtieį A/akantie

TĮp8505f{lM Ah. a1 asÃįggffiĒ.

rţ Droom

[Recreatiepark Het Ger

-í\* 77.S.

46^0022,700)

ÎPeŗRo esteļ b èrg 1

. ArcheoPro . 132500

Coördinaat: RD

îelberg,-^”"

"X*«--dA,

I 133500

133000

N

I 134000

Legenda m

Archeologisch

monument

nn Onderzoeksmelding

met nummer

IKAW3.0

a

Lage verwachting

uu

Middelhoge Hoge

verwachting

1=1

Plangebied

1=1

Onderzoeksgebied

V777Z\

Provinciale aandachtsgebieden

Beschermde

stadsen dorpsgezichten

verwachting

Figuur 12: Kaart met Archisonderzoeksmeidingen. 12 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.

12Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem), http://archis.cultureelerfgoed.nl

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 22

133000

134000

ū 50

Gemeentelijkebeleidskaart

,ū ūOO, ũ □□□□ca

ArcheoPro 32500

Coördinaat RD

LEGENDA

133000 Archeologische

a Gemeentegrens

Hoge

Topografie (top50 vector) Archeologische waarnemingen *

Archis waarneming

*

Waarneming amateurs

Archeologische woorden

133500

134000

verwachting verwachting

Middelhoge

verwachting

Lage verwachting

Water Verstoring door bebouwing

AMK-terrem, wettelijk beschermd

AcFndochts,ļeí' et'-n AMK-terrein

- archeologische Drunense

wan rde Archeologische

waarde

Duinen

Beekdal

Figuur 13: Uitsnede uit de gemeentelijke beleidskaart. 13 Het plangebied is rood omiijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer. 13Bron: Gemeente Loon op Zand

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 23

2.4 Historie (LS03) Het plangebied maakt van oudsher deel uit van de buurtschap Loons Hoekje ten oosten van Sprang en Kaatsheuvel en ligt op de grens tussen de zandgebieden van Brabant en de veen­ en kleigebieden ten noorden hiervan (De Langstraat). Na de uitgifte van de eerste hoeven “moers” omstreeks 1300, was eeuwenlang de turfwinning de voornaamste bron van inkomsten. De veenontginning vond plaats in de vorm van langgerekte noord-zuid gerichte opstrekkende verkaveling. Deze lange smalle percelen zijn van oudsher omgeven door elzenhagen. De kaart van Simonz uit omstreeks 1620 (zie figuur 14) toont met betrekking tot het plangebied geen bruikbare informatie. Volgens de kaart van de historische landschappen en historische relicten (zie figuur 15 en 16) ligt het oostelijke deel van het plangebied van oudsher binnen de bebouwing van Loons Hoekje aan een historische weg. Tevens wordt op het westelijke deel van het plangebied oud bos aangegeven. Op de kadastrale kaart uit de periode 1811-1832(figuur 17), wordt op het centrale oostelijke deel van het plangebied en in de uiterste oosthoek, bebouwing aangegeven. Figuur 19 toont uitsneden uit de topografische kaarten uit 1845,1899,1958en 2015.Hierop is te zien dat de op de kadasterkaart afgebeelde situatie tot aan het begin van de twintigste eeuw ongewijzigd is gebleven.

In de eerste helft van de twintigste eeuw is de bebouwing op het centrale oostelijke deel van het plangebied gesloopt. In de loop van de twintigste eeuw is de bebouwing in de uiterste oosthoek van het plangebied sterk uitgebreid. De niet bebouwde delen van het plangebied bestaan van oudsher uit gras- en akkerlandjes die omgeven werden door houtwallen. Min of meer diagonaal door het plangebied liep een veldweggetje. Al deze landschapselementen zijn in de loop van de twintigste eeuw verdwenen.

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 24

IVĮ sns rĩTřrį

mí

^jr «ř®

Figuur 14: Kaart Symonsz

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

132500

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 25

133000

133500

Historisch landschap \

İ*

«* «-4-

134000

' *

*Jr

1 í* * ľ*-»

ĨÎV

i AP

*

rr

*

-Ié

jTľ /r ■~ a -W

it *

*V7TŴİİÍ -jf

ArcheoPro Coördinaat: RD

132500

meter 133000

133500

1345

134000

Figuur 15a: Uitsnede uit de kaart met historisch landschap (Naar de Bont, 1993) 14 Het plangebied is rood omiiļnd.

14 Bron: Bont, Ch de., Cultuurhistorisch onderzoek Oost-Brabant, 1993

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

LEGENDA

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 26

HISTORISCHE LANDSCHAPSKAART

Grondgebruik en perceleringin 1840. deelsingericht voor 1500

Toevoegingen

Uitbreiding tussen1840 en 1900 ± 800 niet bewoonbaar gebied Akkerland Intensiefgebruikt cultuurland in de Middeleeuwen

sngepercewerd

stroken

stroken/blokken/gemengd

oudstekern. deelsvoor 1000. in het Zandgebieden de Oost-Maaskant

oeverwallen,deelsvoor 1000, in West-en Midden-Maaskant

systematische veenontginningen1000-1500, in de Langstraat Grasland

zie regiokaart ongeperceleerd

stroken

stroken/blokken/gemengd

Akker/Grasland

stroken

stroken/blokken/gemengd

Akker'/Grasland/Bos/Heide en woestegrond

stroken stroken/blokken/gemengd Q bladindeling

Bos, Bebouwdekom (voormalig) stuifzand

perceelsrandbegroeiing in 1840en uitbreiding 1840-1900 bebouwde kom huidige gemeentegrens

Heideen woestegrond

huidige provinciegrens

Figuur 15b: Legenda van de kaart met historische landschapselementen Oost Brabant (Naar de Bont, 1993) 15 Het plangebied is rood omlijnd.

15 Bron: Bont, Ch de., Cultuurhistorisch onderzoek Oost-Brabant, 1993

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

132500

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 27

133000

133500

134000

133000

133500

134000

1345

Historischerelicten

ArcheoPro Coördinaat RD

132500

meter 1345

Figuur 16a: Uitsnede uit de kaart met historische relicten (Naar de Bont, 1993) 16 Het plangebied is rood omiiļnd.

16 Bron: Bont, Ch de., Cultuurhistorisch onderzoek Oost-Brabant, 1993

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 28

LEGENDA REUCTENKAART Relict, ontstaan voor 1840, deelsvoor 1500 Relict, ontstaan tussen1840 en 1900 Oorspronkelijkefunctie Agrarisch

gebiedmet weinig veranderdepercelering

resterendeperceelsscheiding in overigenssterkveranderdgebied

open "akker" complex

houtwal, brede houtrand en overigeperceelsrandbegroeiing

oud bos

resterende heide

(restant)eendenkooi

Bewoning /Religieus/Militair

weinig veranderdekern

V

(restant)kasteel

ü

kasteel(verdwenen)

|ñ]

middeleeuwsparochiecentrum (restantkerk/kerkhof)

fŞā

middeleeuwsparochiecentrum (verdwenen)

fort, linie, stadsmuur

Waterstaatkundig dijk

OO»»

dijk, tracé nog aanwezig als weg

>>>»>

dijk, tracé nog herkenbaar in percelering wiel wiel, nog herkenbaar in dijktracé wetering

Verkeer/Vervoer

weg turfvaart turfvaart, tracé nog aanwezig als weg

Overigeonderscheidingen

huidige gemeentegrens —

huidige provinciegrens (oude) Maasloop

Figuur 16b: Legenda van de kaart met historische relicten (Naar de Bont, 1993) 17 Het plangebied is rood omiiļnd.

17 Bron: Bont, Ch de., Cultuurhistorisch onderzoek Oost-Brabant, 1993

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

132500

133000

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 29

13350Q

jviccj jjipr

134000 —

Cultuurhistorischemonumenten

^■Za.nci donkddoi

1^-ŵ

'■Hl a

Posterne

?'í„o De So 1

o on s [chterste A

'rnne

ÍHaeşţre chíşţŗa

.Manege

Waalwijk. ľ* - ~ ~ ~ juWVakantiebarN 'uīñlu!

Recreatiepark Het Ger

vw-iT,

Vakantiepark Droom gaard^

77.8.

A

'De^Roestelbe

aJ?

'gćşîclBcrg.

ļAŗçheoPŗo ________

Coördinaat RD

1325ŪU

133000

133500

134000

1345

Type rijksmonument

A Archeologie A Bouwkunst y* Bouwkunst; M Bouwkunst; t Bouwkunst;

M. Bouwkunst; İ

Bouwkunst;

kasteel, buitenplaats kerkelijk gebouw

U

Bouwkunst;

#

Bouwkunst; tuin, park, landgoed

# Bouwkunst; weg-Awaterwerk M Bouwkunst; woonhuis

boerderij

(-deel)

if Bouwkunst;

gebouw,

overig

îŕ

Bouwkunst;

militairobject molen

í2!

Bouwkunst;

nijverheid,

graf, begraafplaats

overig

industrie

Figuur 17: Uitsnede uit de kaart cultuurhistorische monumenten. 18 Het plangebied is rood omiiļnd.

18 Bron: Monumentenregister Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Amersfoort 2018

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 30

Figuur 18: Uitsnede uit de kadastrale kaart uit 183219

19 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Emmen 2008

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

ř

y*

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 31

m

Ľñĉă

eKje 1ì958H í

.2015

Figuur 19: Uitsneden uit de topografische kaarten uit achtereenvolgens: 1845,1899, 1958en 2015.20 Het plangebied is telkens rood omlijnd.

20 Bron: Kadaster Topografische Dienst

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

2.5 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 32

(LS05)

Specifieke ligging (locatie) Het plangebied ligt op een dekzandvlakte waarop de bodemkaart de aanwezigheid van hoge zwarte enkeerdgronden aangeeft. Het plangebied ligt van oorsprong op agrarische percelen, aan de rand van de historische bebouwing van Loons Hoekje en langs een oude weg. Binnen het plangebied staat van oudsher twee woningen woning. Hiervan is er één in de twintigste eeuw gesloopt. Rond de andere woning is de bebouwing in de tweede helft van de twintigste eeuw aanzienlijk uitgebreid. Verwachte perioden (datering) Op basis van de bekende gegevens van archeologische waarden in het onderzoeksgebied moet worden geconcludeerd dat voor het plangebied, in verband met de ligging buiten een gradiëntzone, een lage verwachting geldt voor resten uit het laat-paleolithicum en het mesolithicum. Gezien de ligging van het plangebied grotendeels op agrarische percelen, maar wel deels binnen een historisch bebouwingslint, geldt een middelhoge tot hoge verwachting voor resten van bewoning uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Gezien de resultaten van eerdere onderzoeken in de directe omgeving van het plangebied en de verwachte aanwezigheid van een enkeerdgrond met een tenminste vijftig centimeter dik akkerdek, geldt ook een middelhoge- tot hoge verwachting voor resten van nederzettingen en grafvelden uit het neolithicum tot en met de volle middeleeuwen.

Complextypen Nederzettingsresten uit de perioden vanaf het neolithicum tot en met de middeleeuwen zijn doorgaans vele honderden vierkante meters groot en kunnen voorkomen als concentraties van vondstmateriaal (aardewerk, bouwsteen, natuursteen) of als vullingen van afvalkuilen, paalkuilen, waterputten, e.d. Indien nederzettingsresten worden aangetroffen, kan ook de aanwezigheid van bijbehorende sporen van begravingen, zowel in de vorm van crematiegraven als van inhumatiegraven, niet worden uitgesloten. Uiterlijke kenmerken Nederzettingsresten (huisplaatsen) daterend van het neolithicum tot en met de middeleeuwen kunnen onder de bouwvoor of het akkerdek voorkomen als concentraties van vondstmateriaal (aardewerk, vuursteen, natuursteen, verbrande leem, houtskool) of als vullingen van afvalkuilen, paalkuilen en waterputten e.d. Deze kunnen zijn afgedekt door een akkerdek. Gaafheid en diepteligging Door het gebruik voor de landbouw zal op zijn minst oppervlakkige bodemverstoring zijn opgetreden. De bouw- en sloopactiviteiten die op het oostelijke deel van het plangebied hebben plaatsgevonden, kunnen tenminste plaatselijk, tot aanmerkelijk diepere bodemverstoring hebben geleid.

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 33

2.6 Onderzoeksstrategie (LS05) Tijdens het veldwerk moet allereerst worden vastgesteld hoe de bodem is opgebouwd, in hoeverre deze intact is en of hierin archeologische indicatoren aanwezig (kunnen) zijn. Om de bodemopbouw zo exact mogelijk te kunnen bestuderen kan het beste gebruik gemaakt worden van een guts. Indien blijkt dat de huidige grondbewerking tot in de natuurlijke bodem reikt en een goede vondstzichtbaarheid heerst, is een oppervlaktekartering het meest geschikt voor het opsporen van archeologische indicatoren. Indien een oppervlaktekartering niet mogelijk is of in onvoldoende mate effectief zal zijn, wordt nageboord met een edelmanboor met een diameter van 15 cm. Het hiermee opgeboorde materiaal wordt gezeefd op een zeef met een maaswijdte van vier millimeter. Rekening houdend met de bestaande bebouwing zijn op het zuidelijke deel van het plangebied waarop de sloop- en bouwactiviteiten zullen plaatsvinden 20 boorpunten verdeeld over een netwerk met telkens 25 meter afstand tussen de boringen en twintig meter afstand tussen de boorraaien. Hierdoor is een boordichtheid bereikt van ongeveer twintig boringen per hectare.

Bij gebruik van een edelmanboor met een diameter van vijftien centimeter en het zeven van het hiermee opgeboorde zand, voldoet een dergelijke boordichtheid volgens de Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek (SIKB, 2012), als brede zoekoptie voor kleine terreinen met een brede verwachting in zand (zoekoptie E1). Op het noordelijke deel van het plangebied is geboord in een dichtheid van twintig boringen per hectare met telkens 35 meter afstand tussen de boringen en 30 meter afstand tussen de boorraaien. Hiervoor is gebruik gemaakt van een zandguts. Deze aanpak volstaat als verkennend booronderzoek om na te gaan hoe de bodem is opgebouwd, in hoeverre deze nog intact is en of deze in het (verre) verleden geschikt was voor bewoning. Zelfs met de door ArcheoPro gehanteerde hoge boordichtheid is op basis van booronderzoek nooit te garanderen dat alle typen archeologische resten kunnen worden opgespoord. De kans op het aantreffen van grondsporen is bijvoorbeeld aanmerkelijk groter indien een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd. Een dergelijke aanpak zou echter in dit stadium van het onderzoek een te zwaar middel vormen Van alle boorpunten is de NAP-hoogte bepaald door middel van het AHN en de waterpas.

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 34

A*

Figuur 20: Het plangebied nabij boorpunt 15, gezien in westelijke richting.

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 35

3 Veldonderzoek 3.1 Verrichte werkzaamheden (VS03) Positie boringen: Gebruikt boormateriaal: Totaal aantal boringen: Boorgrid: Boordichtheid: Geboorde diepte: Inmeten boorlocaties: Boorbeschrijving:

Regelmatige verdeling over het plangebied (figuur 26). Zandguts met een diameter van 2 cm en edelmanboor met een diameter van 15cm. 28 20 x 25m en 30 x 35m Tien en twintig boringen per hectare 0,7 - 1,3m -Mv GPS, meetlint en waterpas Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB 5.2)

Inspectie bodemontsluitingen en/of oppervlaktekartering: In verband met de begroeiing en bebouwing van het plangebied was geen oppervlaktekartering mogelijk. Evenmin waren bodemontsluitingen aanwezig die geïnspecteerd konden worden op de aanwezigheid van archeologische indicatoren.

šįgįSŜ

Figuur 21: Het noordelijke deel van het plangebied gezien vanaf boorpunt 10 in noordelijke richting.

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 36

3.2 Resultaten booronderzoek (VS03) De boringen zijn zoveel mogelijk gezet in noordwest-zuidoost gerichte boorraaien waarbij de tussenafstanden tussen de op het noordelijke deel van het plangebied gezette boringen 1 tot en met 8 steeds 35 meter bedragen en de tussenafstanden tussen de overige boringen steeds 25 meter. De ligging van de boorpunten is weergegeven op de boorpuntenkaart. De resultaten van het booronderzoek zijn opgesomd in Bijlage 1. Tijdens het veldonderzoek is boven in de boringen 1 tot en met 4, 6 en 7 een bouwvoor aangetroffen die bestaat uit homogeen, humusrijk zand. De dikte hiervan loopt uiteen van dertig centimeter in boring 1 tot bijna zestig centimeter in boring 3. De gemiddelde dikte is ongeveer een halve meter. Op de boorpunten 2, 6 en 7 gaat deze bouwvoor direct over in het schone geelgrijze zand van de C-horizont. Op de boorpunten 1, 3 en 4 ligt tussen de bouwvoor en de C-horizont nog een ongeveer vijf centimeter dikke AC-horizont. Alle overige boringen worden bovenin gekenmerkt door de aanwezigheid van een rommelige toplaag die bestaat uit brokken zand van uiteenlopend humusgehalte. De dikte hiervan loopt uiteen van slechts tien centimeter op boorpunt 8 tot ruim zeventig centimeter op de boorpunten 14 en 18.

Onder de humusrijke toplaag is op de boorpunten 10, 11, 20 en 27 een vergraven pakket aangetroffen dat overwegend bestaat uit humusrijk zand maar waarin ook brokjes geel zand voorkomen (zie figuur 22). De dikte hiervan varieert van vijf centimeter op boorpunt 27 tot ruim zestig centimeter op boorpunt 11.

mĩ

i .í:

Figuur 22: Foto van humusrijke zand met daarin brokken geel zand zoals dit op de boorpunten 10,11,20en 27is aangetroffen. Op de boorpunten 5, 8, 9, 12, 17, 18, 21, 22, 23, 26 en 28 is onder de rommelige toplaag van humusrijk zand een menglaag aangetroffen die bestaat uit geel zand met daarin brokken humeus zand. De dikte hiervan varieert van vijf centimeter op de boorpunten 9, 21, 22, 23 en 28 tot bijna een halve meter op de boorpunt 12 (zie figuur 23). Onder deze menglagen is op al deze boorpunten het schone geelgrijze zand van de C-horizont aangetroffen. Dit zand is zwak lemig en ongeoxideerd. Boorpunt 8 ligt op de locatie waarop de kadasterkaart uit 1832 de ligging van bebouwing aangeeft (zie figuur 18). De rommelige toplagen op dit boorpunt zijn mogelijk ontstaan bij de sloop van deze bebouwing. Tot diepe bodemverstoring lijkt dit echter niet te hebben geleid.

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 37

SWW. ŕmm

: "4 4 ®; íSİj JŴ.C

K'/ Figuur 23: Foto van het gele zand met daarin brokken humeus zand (rechts van het midden), zoals dit op de boorpunten 5, 8, 9, 12, 17, 18, 21, 22, 23, 26 en 28 is aangetroffen.

Op de boorpunten 13, 16 en 25 zijn resten van podzolvorming aangetroffen. In boring 6 gaat het om een B-horizont die geleidelijk aan overgaat in een BC-horizont en in boring 5 om het restant van een BC-horizont dat nog juist is aangetroffen onder een pakket vergraven zand (zie figuur 24).

tffîJŭšmsmhiiÊ: WmmSzm

x'/iy-*:' t i+j Figuur 24: Foto van het restant van een BC-horizont (rechts van het midden) zoals in de boringen 13,16en 25 is aangetroffen onder de toplaag. De weergave van de resultaten van het booronderzoek in figuur 25 laat zien dat het maaiveld op het noordelijke deel van het plangebied lager ligt dan op de overige delen. Restanten van podzolvorming zijn hier dan ook niet aangetroffen. De top van de aangetroffen BC-horizont ligt op de boorpunten 13, 16 en 25 op respectievelijk 5.05, 5.55 en 5.2 meter +NAP. Vergelijking van deze bodemopbouw met die op de boorpunten 11, 12, 14, 15, 17 tot en met 21, 23, 24 en 26, laat zien dat de bodem op het zuidoostelijke deel van het plangebied over het geheel genomen tot een halve meter of meer in de C-horizont verstoord is. Dit betekent dat de kans op de aanwezigheid van behoudenswaardige sporen binnen het zuidoostelijke deel van het plangebied, zeer gering is. Niettemin is op de boorpunten 13, 16, 19 tot en met 28, nageboord met een megaboor. Het zeven van het hiermee opgeboorde zand heeft echter nergens binnen het plangebied archeologische indicatoren opgeleverd die op de (voormalige) aanwezigheid van archeologisch relevante sporen zouden kunnen wijzen. Het zeefresidu bestond slechts uit relatief moderne resten. Het gaat hierbij met name om kachelslak.

Hier en daar is echter ook een enkel brokje baksteenpuin, glas, metaal en zelfs plastic, aangetroffen. Dergelijke resten komen voor tot onder in de humusrijke toplagen en plaatselijk ook tot in de hieronder gelegen vergraven of verploegde zandlagen.

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 38

M s t.o.v NAP

LEGENDA Homogeen,

humusrijk zand; boewvoor

Rommelig

humusrijk zand, bouwvoor

Humeus zand met brokken V Geel zand met brokken Geoxideerd Schoon,

geel

zand; vergraven

humeus zand; vergraven

zand: BC-honzont

geelgrijs

zand; C-horizont

Figuur 25: Boorprofielen

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

33250

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 39

33300

133350

1 133450

133400

Wielstraat16, Kaatsheuvel Boorpunten en verstoringsdiepten

^ ■Jíl li ''ļ I I lil SfiţV i I , ■į mļH T 7W 1 III ķi ■ ill I' 11 i 11 III liiil i i I'liii Į I Įlllì í a li j

Ijh

İÌ ľltñ Legenda \2

Boorpunt nummer

met

verstorings diepte cm's -mv

120

00

ArcheoPro neter 133250

133300

133350

133400

I 133450

Figuur 26: Boorpunten met verstoringsdiepten

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

4 Conclusies en aanbevelingen

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 40

(VS07)

Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied in verband met de ligging buiten een gradiëntzone, een lage verwachting geldt voor resten uit het laat-paleolithicum en het mesolithicum. Gezien de ligging van het plangebied grotendeels op agrarische percelen, maar wel deels binnen een historisch bebouwingslint, geldt een middelhoge tot hoge verwachting voor resten van bewoning uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Gezien de resultaten van eerdere onderzoeken in de directe omgeving van het plangebied en de verwachte aanwezigheid van een enkeerdgrond met een tenminste vijftig centimeter dik akkerdek, geldt ook een middelhoge- tot hoge verwachting voor resten van nederzettingen en grafvelden uit het neolithicum tot en met de volle middeleeuwen. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn binnen het plangebied 28 boringen verricht met behulp van een zandguts en een megaboor. Op basis van de resultaten van de gutsboringen kunnen de onderzoeksvragen als volgt beantwoord worden: -Hoe is de bodem opgebouwd binnen het plangebied? Binnen het plangebied lijken oorspronkelijk podzolbodems te zijn gevormd. Hiervan getuigt in drie boringen nog de aanwezigheid van een (restant van een) BC-horizont. Het noordelijke deel van het plangebied ligt lager en hier is mogelijk nooit podzolvorming opgetreden.

Hier is een bouwvoor aanwezig van homogeen humusrijk zand die direct of via een dunne AC-horizont, overgaat in het schone geelgrijze zand van de C-horizont. Op de overige delen van het plangebied ligt het maaiveld hoger maar heeft ook veel meer aantasting van de bodem plaatsgevonden. Een echte enkeerdgrond die is ontstaan ten gevolge van de bemesting met potstalmest, lijkt niet aanwezig te zijn. Op het noordelijke deel van het plangebied waarop de bodem het minst geroerd is, is het akkerdek hier net niet dik genoeg voor. Op het zuidelijke deel van het plangebied is de humusrijke toplaag wel dik genoeg maar lijkt deze te zijn ontstaan door relatief moderne bodembewerking en grondverplaatsing waarbij ook de onderliggende bodem is geroerd. -In welke mate is de bodem verstoord? Vergelijking met de min of meer intacte bodemopbouw in de boringen met resten van een BC-horizont met de overige op dit (zuidoostelijke) deel van het plangebied gezette boringen, laat zien dat op het zuidoostelijke deel van het plangebied de bodem gemiddeld tot ongeveer een halve meter in de C-horizont is verstoord. -Kunnen binnen het plangebied nog behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn? Zo ja, in welke zones en op welke diepten is dit het geval? Rond boorpunt 8 is de bodem slechts in beperkte mate verstoord.

Hier zullen derhalve nog resten van de bebouwing aanwezig zijn die hier op de kadasterkaart uit 1832 wordt aangegeven. Deze liggen echter buiten het gebied waarin sloop en nieuwbouw zullen plaatsvinden. Verder lijkt het noordelijke deel van het plangebied door de relatief lage ligging onaantrekkelijk te zijn geweest voor bewoning in de perioden late steentijd tot en met de vroege middeleeuwen. Op de meeste delen van het zuidoostelijke deel van het plangebied is de bodem dermate diep verstoord dat hier weinig kans meer bestaat op de aanwezigheid van behoudenswaardige resten van archeologische sporen. Overigens heeft het op dit deel van het plangebied naboren met een megaboor en het zeven van het hiermee opgeboorde zand, geen relevante archeologische indicatoren opgeleverd die op de (voormalige) aanwezigheid van archeologisch relevante sporen zouden kunnen wijzen. graag zoneswaar de dubbelbestemminggehandhaafd blijft aangevenop advieskaart.Indien bekend ook graag geplandelocatie van nieuwbouw opnemen. Nieuwbouw nog niet bekend

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

133250

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 41

133300

133350

133400

133450

Wielstraat16, Kaatsheuvel Handhaven dubbelbestemming

i i lí I

No Window

Legenda Handhaven dubbelbe ­ stemming

ArcheoPro meter 133250

133300

133350

133400

133450

Figuur 27: Plangebied waarin de delen waar de dubbelbestemming gehandhaafd dient te worden gearceerd zijn.

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 42

4.1. Selectieadvies Gezien het bovenstaande geven de resultaten van het onderzoek slechts aanleiding tot het advies om de bodem te sparen en de archeologische dubbelbestemming te handhaven in het gebied rond boorpunt en 8 en voor de locatie op en direct rond de huidige woning met nummer 16 (figuur 27). Op deze beide locaties zullen immers resten van de bebouwing aanwezig zijn die hier op historische kaarten wordt aangegeven. Voor de overige delen van het plangebied geven de resultaten van het booronderzoek geen aanleiding tot het adviseren van archeologisch vervolgonderzoek. Evenmin zijn hier tijdens het onderzoek archeologische resten aangetroffen waarmee bij de verdere planvorming rekening zou moeten worden gehouden. In alle gevallen blijft onverminderd van kracht dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hiervan direct melding dient te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2016,artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren om dit te doen bij de gemeente Loon op Zand.

Versie: 10-10-2023

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Wielstraat 16, Kaatsheuvel.

ArcheoPro Rapport, 22104,Pagina 43

5. Literatuur en bronnen Bronnen Encyclopedie van Noord-Brabant (red. A. van Oirschot, A.C. Jansen en L.S.A. Kroesen; Baarn 1985) Grote historische Provincie Atlas van Nederland; deel 4 Zuid-Nederland 1838-1857 1:50.000.Topografische dienst Wolters Noordhoff Groningen 1990 Grote historische topografische Provincie Atlas Noord-Brabant; 1905 1:25.000.Nieuwland Tilburg 2006 Grote topografische atlas van Nederland 1:50.000Deel 4 Zuid-Nederland. Topografische dienst. Wolters Noordhoff Groningen 1997 Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN kaarten, Emmen 2008 Luchtfoto, http://maps.google.nl Provincie Noord-Brabant, brab ant. nl/CHW)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=a040c3ac-c57d-4602-9d5a-f934b5de017d