CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6: Startnotitie gebiedsplan 2017

Raadsvergadering 21 maart 2024, gemeente Loon op Zand2.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Qv\cP-00^6į,

O

Stichting Duinboeren

samen sterk voor een gezonde toekomst

STARTNOTITIE GEBIEDSPLAN DUINBOEREN Versie26 januari 2017 De Duinboerenzijn vernoemdnaarde Loonseen DrunenseDuinen, het ecologischhart van een prachtigBrabantscultuurlandschap. Alle Duinboerenhebbenhart voor ‘hun’ gebieden dragenmet hun bedrijf actiefbij aanhet beheerervan.Tegelijkertijdstaatde landbouw onder druk vanallerleiexterneontwikkelingenen wordt het voor de boerensteedsmoeilijkerom er hun boterhammeete verdienen.Het gevolgis dat steedsmeerbedrijvenstoppen.De vrijkomendegronden worden opgekochten omgevormdin bijvoorbeeldboomkwekerijen en andereintensieve teelten,maneges,bungalowterreinen,golfbanen,woningbouw of zonneakkers. Dit leidt tot verrommelingvanhet landschapen tot eenverslechtering vande agrarische structuur,waardoorook de ‘blijvers ’ steedsmeerin de knel komen.Kortom: een vicieuzecirkeldie uiteindelijkallekwaliteitenonderuit zal halendie we in dit gebiedzo belangrijkvinden(zie bijvoorbeeldde resultatenvande Streekconferenties). Het is hard nodig om dezecirkelte doorbrekenen eennieuw perspectief te creëren.Niet alleenvoor de boeren, vanhet gebied.Daarom hebbende Duinboerenhet maarook voor de bewonersen bezoekers initiatiefgenomenom samenmet de gebiedspartners een Gebiedsplanop te stellenen daarmeeeenactieve bijdragete leverenaande realiseringvanmaatschappelijke doelen.In dezeStartnotitiewordt aangegeven hoe we dat willen aanpakken.

1. Waaromeengebiedsplan? Bij de Duinboeren zijn inmiddels zo'n 170 boeren aangesloten. In een ruime schil rond de Loonse en Drunense Duinen liggen circa 50 actieve agrarische bedrijven, overwegend melkveebedrijven. Deze hebben samen ca. xx ha in beheer. Van deze bedrijven hebben er circa xx geen opvolger. Dat betekent dat in de komen 5 à 10 jaar ongeveer xx ha landbouwgrond op de markt komt. Omdat de overblijvende melkveebedrijven onvoldoende kapitaalkrachtig zijn om deze grond aan te kopen en omdat het voor ‘nieuwkomers ’ al helemaal onmogelijk is om financiering te krijgen, zal een groot deel van deze gronden aan de melkveehouderij worden onttrokken. Ook de agrarische bedrijfsgebouwen zullen een andere functie krijgen. Hiermee valt de basis weg onder het traditionele landschapsbeheer en zullen de versnippering en de verrommeling van het landschap verder toenemen. Dit is slecht voor de natuur en slecht voor de recreatie. Ook gezinsbedrijven die wel een opvolger hebben, verkeren in onzekerheid over de toekomst. De lage melkprijzen, de hoge grondprijzen, de nieuwe fosfaatregels, de steeds hogere eisen aan stallen en de geleidelijke verslechtering van de agrarische structuur maken dat de economische vooruitzichten somber zijn. De nieuwe generatie staat vaak niet te popelen om het ouderlijk bedrijf over te nemen.

Hoe kunnen we deze generatie een nieuw perspectief bieden? Daar wil het Gebiedsplan een antwoord op geven. Niet alleen voor bedrijven met een opvolger, maar ook voor bedrijven zonder opvolger. Zijn financiële of fiscale constructies mogelijk om de overdracht naar nieuwkomers te versoepelen? Want er is nog volop animo om boer te blijven of boer te worden. Natuurlijk zijn er al boeren actief met bijvoorbeeld biologische landbouw, groenblauwe diensten, streekproducten, zorglandbouw of recreatieve nevenactiviteiten. Momenteel zijn xx van de 50 boeren biologisch en hebben er xx nevenfuncties op het bedrijf. Dit levert extra inkomsten op en draagt ook bij aan de belevingswaarde van het landschap en andere maatschappelijke belangen. Het vraagt wel behoorlijke investeringen van de boer en een heel andere manier van werken. Zo ’n omslag is niet eenvoudig en niet voor alle boeren haalbaar. Het gaat ook niet zo snel. Bovendien betreft het (met uitzondering van biologische landbouw) vaak een neventak, die los staat van de melkveetak en feitelijk maar een klein deel van de grond beslaat. Voor de hierboven geschetste problemen is dit nog lang geen afdoende oplossing. De omschakeling moet sneller en structureler.

Het Gebiedsplan wil dit stimuleren, enerzijds door gerichte ondersteuning van afzonderlijke bedrijven, anderzijds door op gebiedsniveau afspraken te maken met de belangrijke gebiedspartners, zowel overheden als bedrijven. Dit vanuit een gedeelde visie op de kwaliteit en de gewenste ontwikkeling van het gebied. En vanuit ieders eigen verantwoordelijkheid om hieraan bij te dragen.

I STARTNOTITIE GEBIEDSPLAN DUINBOEREN | contact: Henk Antonissen (antonissenadvies@gmail.com,

06 47003834) -|

Stichting Duinboeren samen sterk voor een gezonde toekomst so

2. Waarwillen we naartoe? We streven naar een duurzame melkveehouderij in een kleinschalig en recreatief aantrekkelijk cultuurlandschap. Onder duurzaam verstaan we in dit verband: ecologisch duurzaam, economisch duurzaam én maatschappelijk duurzaam. Op korte termijn willen we een oplossing bieden voor een aantal bedrijven die zich afvragen of er nog voldoende perspectief is om door te gaan. Daarbij is maatwerk nodig, een aanpak gericht op het individuele bedrijf. In (vertrouwelijke) één-op-één gesprekken zullen we inventariseren waar precies de knelpunten zitten en waar kansen liggen. We zullen vervolgens onderzoeken of vanuit het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) ondersteuning mogelijk is, in de vorm van uitgifte (of uitruil) van grond tegen gunstige voorwaarden. Het GOB is verantwoordelijk voor de realisering van het Ondernemend Natuurnetwerk Brabant en geeft een financiële vergoeding van maximaal ôCH/o van de landbouwkundige waarde van de grond als boeren mee willen doen aan natuurontwikkeling. Juist voor boeren die grenzen aan het Nationaal Park kan dit een oplossing zijn. Daarnaast zullen we inventariseren welke nieuwe ‘verdienmodellen ’ er al bestaan, wat de succesfactoren daarvoor zijn en waar de betreffende ondernemers tegenaan zijn gelopen. Zo kunnen we leren van goede voorbeelden en mogelijk nieuwe verbindingen leggen tussen bedrijven.

Uiteindelijk willen we een overzichtskaart maken van alle agrarische bedrijven en hun specifieke situatie, bijvoorbeeld in de vorm van een bedrijventypologie. Dit is een onderlegger voor de gebiedsgerichte aanpak. De gebiedsgerichte aanpak ontwikkelen we parallel aan de bedrijfsgerichte aanpak. We willen met belangrijke gebiedspartners afspraken maken om samen te werken aan gezamenlijke doelen. We denken aan Natuurmonumenten, de gemeenten, het GOB, recreatie-organisaties, het waterschap, de Efteling en andere grote bedrijven en instellingen. Met veel van deze partijen zijn we al volop in gesprek. We merken dat er veel animo is voor een meer integrale aanpak, bijvoorbeeld op het gebied van natuurbeheer, waterkwaliteit, verdrogingsbestrijding, leefbaarheid en economische vitaliteit. Door hier op gebiedsniveau met elkaar afspraken over te maken kan duurzame gebiedsontwikkeling enorm versneld worden en kunnen de juiste planologische, financiële en organisatorische kaders gecreëerd worden voor de instandhouding van een duurzame melkveehouderij in het gebied rond de Loonse en Drunense Duinen. We onderscheiden drie sporen die op gebiedsniveau spelen en waar verschillende verdienmodellen aan gekoppeld kunnen worden: 1 . Het opzetten van korteketensen het stimuleren van een meer circulaire economie (economische duurzaamheid).

Dit heeft beleidsmatig en maatschappelijk veel aandacht en biedt voor melkveehouders interessante innovatiekansen. Gedacht kan worden aan de lokale verwerking en afzet van melk, zuivelproducten en vlees, de lokale productie van biologisch krachtvoer, eigen energie-opwekking, het opzetten van een eigen zuivelmerk of het aanvragen van het keurmerk 'Beschermde Oorsprongsbenaming ’ (BOB). Producten die dit keurmerk dragen moeten geproduceerd, verwerkt en bereid worden binnen een bepaald gebied volgens een erkende en gecontroleerde werkwijze (bijvoorbeeld Edammerkaas en Blue d’Auvergne). Dit is een sterk middel voor gezamenlijke marketing. Binnen dit spoor is het belangrijk om goede afspraken te maken met grote lokale afnemers (zoals de Efteling, maar bijvoorbeeld ook ziekenhuizen, zorginstellingen, scholen of ‘voedselcoöperaties ’ in de stad) en om de distributie goed te regelen. Hierbij is het een plus als niet alleen zuivel, maar een breder voedselpakket aangeboden kan worden. Dit vraagt om goede samenwerking met andere producenten in de streek. 2. Het versterken van de binding met de burgers,via educatie, recreatie en participatie (maatschappelijke duurzaamheid). Omdat er diverse steden, dorpen en grote publiekstrekkers om het gebied heen liggen, zitten de klanten letterlijk om de hoek. Deze klanten kunnen veel directer benaderd worden.

Veel agrarische bedrijven doen dit al, maar door beter samen te werken en gezamenlijk afspraken te maken met bijvoorbeeld scholen, zorginstellingen, zorgverzekeraars, recreatie-ondernemers en gemeenten is veel winst te halen. Zo wil de Efteling extra verblijfsmogelijkheden ontwikkelen en toeristische arrangementen aanbieden aan de gasten, met bijvoorbeeld een boerderijbezoek en een proeverij van streekproducten. De gemeenten willen meer bezoekers naar de streek halen, maar de natuurgebieden kunnen die niet allemaal opvangen: wellicht liggen er meer mogelijkheden in de agrarische schil en kunnen boeren hier op inspelen. Ook hebben de gemeenten met de Participatiewet extra taken gekregen om mensen

STARTNOTITIE GEBIEDSPLAN DUINBOEREN | contact: Henk Antonissen (antonissenadvies@gmail.com,

06 47003834) 2

Stichting Duinboeren so men sterk voor een gezonde toekomst

met een uitkering weer aan het werk te helpen: agrarische bedrijven kunnen bijvoorbeeld werkervaringsplekken aanbieden. Op bedrijven die er een tuinbouwtak bij hebben of die veel doen in natuur- en landschapsbeheer is er altijd wel behoefte aan extra arbeidskrachten. 3. Een betere verwaarding van ecosysteemdiensten op het gebied van natuur- en landschapsbeheer en waterbeheer (ecologische duurzaamheid). Ook op dit vlak gebeurt al veel. De Stichting Duinboeren is bijvoorbeeld lid van de Coöperatie Collectief Agrarisch Natuurbeheer Midden-Brabant (ANB Midden-Brabant). De Coöperatie coördineert de afsluiting van beheercontracten en zorgt voor gebiedsgericht maatwerk. Toch is dit maar een deel van de oplossing en biedt het geen zekerheid voor de lange termijn. Om het natuur- en landschapsbeheer duurzaam te integreren in de bedrijfsvoering zijn meer structurele veranderingen nodig, op bedrijfsniveau, maar vooral ook op het niveau van de regelgeving en het beleid. Zolang agrarische bedrijven die kiezen voor duurzaamheid en maatschappelijke dienstverlening over één kam worden geschoren met grootschalige en intensive bedrijven, blijft het lastig om echt stappen te zetten. De Duinboeren zijn opgericht om hier verandering in te brengen.

Het gebied van de Duinboeren zou een proeftuin kunnen worden voor een nieuwe samenwerking tussen natuurbeheerders en landbouwers en voor de toepassing van nieuwe financiële en fiscale instrumenten voor natuurinclusieve landbouw. In het Gebiedsplan willen we een aantal concrete oplossingen onderzoeken. We noemde al de samenwerking met het GOB. Ook Natuurmonumenten, Rabobank en het Waterschap (‘blauwe diensten ’) zijn belangrijke gebiedspartners in dit spoor. In de praktijk zijn de drie sporen vaak nauw met elkaar verbonden en zijn allerlei combinaties mogelijk. De toepassing is altijd een kwestie van maatwerk. Er lopen ook al diverse projecten die hier ínhoud aan geven. Een goed voorbeeld is de eerst gebouwde Kwatrijnstal in Kaatsheuvel: de melk van de Jerseykoeien wordt direct verwerkt tot topkwaliteit kaas en ijs en deels lokaal verkocht, de stal gaat duurzame energie leveren aan omwonenden (via een energiecoöperatie), het publiek kan de stal vrij bezoeken, er zijn rondleidingen voor allerlei doelgroepen en met Natuurmonumenten zijn afspraken gemaakt over het gebruik van natuurgronden. Dit is waar we naar toe willen: de realisering van minimaal 3 duurzame business cases in de komende 3 jaar.

Business cases waar voorlopig aan gedacht wordt zijn: * de realisering van het ‘ondernemend natuurnetwerk ’ in het gebied, met bindende afspraken tussen GOB, Natuurmonumenten en boeren, waarbij ook voor de langere termijn zekerheid geboden wordt aan de deelnemende boeren dat hun bedrijf ‘toekomstbestendig ’ is; * de dóórontwikkeling en verbreding van het Kwatrijnconcept en de bouw van een of meerdere nieuwe proefstallen; * de ontwikkeling van een efficiënt en duurzaam systeem voor de lokale verwerking en afzet van boerderijproducten, met bindende afspraken tussen producenten en afnemers en met eventueel een eigen merk of keurmerk. Ons lange termijndoel is dat over tien jaar het aantal grondgebonden landbouwbedrijven in het gebied minstens zo groot is als nu en dat al deze bedrijven duurzaam werken. We willen een definitief halt toeroepen aan de doorgaande achteruitgang van het aantal landbouwbedrijven en de bijbehorende teloorgang van het landschap en we willen een substantiële versnelling en opschaling realiseren van de vele duurzame initiatieven die nu overal de kop opsteken. We weten dat hier forse investeringen voor nodig zijn, en ook een forse cultuuromslag bij de boeren, maar we denken dat de tijd er rijp voor is. Het Gebiedsplan kan lopende projecten versnellen en biedt een overkoepelend framework voor de gebiedsbrede introductie van een generatiebestendig verdienmodel.

3. Wat en wie hebbenwe daarvoornodig? Wie hebben we nodig om het hierboven geschetste doel te bereiken? Allereerst de Duinboeren zelf natuurlijk. Zij zijn de initiatiefnemers en de primaire doelgroep van het Gebiedsplan. Daarbinnen zijn er de voorlopers, die al druk bezig zijn om alternatieve verdienmodellen te ontwikkelen, en de boeren die nog niet zo ver zijn, maar wel inzien dan doorgaan op de vertrouwde weg eigenlijk geen optie is. Om deze laatste groep mee te nemen in de noodzakelijke veranderingen, zullen we een gerichte procesaanpak ontwikkelen en onderlinge kennisuitwisseling en samenwerking stimuleren. Maar de boeren kunnen het niet alleen. Een sleutelrol is weggelegd voor de gebiedspartners: gemeenten, GOB, Natuurmonumenten, waterschap, de Efteling en andere grote bedrijven en

STARTNOTITIE GEBIEDSPLAN DUINBOEREN | contact: Henk Antonissen (antonissenadvies@gmail.com,

06 47003834) 3

Stichting Duinboeren samen sterk voor een gezonde toekomst

instellingen. Met een aantal daarvan zijn we al in gesprek over samenwerking, onder meer in het kader van de lopende Streekconferenties. Juist omdat deze partners over grotere gebieden gaan en/of grotere groepen mensen vertegenwoordigen is het belangrijk met hen afspraken op gebiedsniveau te maken, en niet alleen op bedrijfsniveau. Bijvoorbeeld als het gaat om beleid en regelgeving (zaken als zonering, compensatie, verevening en saldering spelen immers op gebiedsniveau), maar ook als het gaat om afname van producten, gezamenlijke arrangementen of sponsoring. Juist door goed samen te werken kunnen win-win oplossingen gevonden worden en kunnen beschikbare middelen efficiënter ingezet worden, zodat die uiteindelijk meer baten voor het gebied opleveren. Uiteraard kunnen we niet zonder het publiek: consumenten en klanten, bewoners en bezoekers, voor hen doen we het allemaal. Het helpt dat er veel maatschappelijke aandacht is voor voedsel, duurzaamheid en dierenwelzijn. Toch vertaalt zich dat nog niet altijd in een ander consumentengedrag en meer opbrengsten voor de boer. Daarom willen we nog beter het verhaal vertellen van de landbouw en nog beter later zien waar ons voedsel vandaan komt, en vooral ook nieuwe verbindingen leggen tussen boeren met burgers, denk bijvoorbeeld aan ‘community supported agriculture ’ of ‘voedselcoöperaties ’.

Participatie, communicatie en marketing zijn belangrijke onderdelen van onze gebiedsaanpak. Deze gebiedsaanpak staat of valt met een goede procesorganisatie. Daar zullen voldoende middelen voor beschikbaar moeten komen. Er kan niet van de Duinboeren verwacht worden dat ze dit er wel even bijdoen. De leden hebben het immers druk genoeg met hun eigen bedrijf en de gezamenlijke stichting beschikt niet over een uitgebreid werkapparaat. Daarom wordt een beroep gedaan op de provincie en de Rabobank om de nieuwe gebiedsaanpak financieel te ondersteunen en op korte termijn procesmiddelen beschikbaar te stellen om met alle gebiedspartners tot een gezamenlijk Gebiedsplan te komen. Dit Gebiedsplan is de basis om vervolgens een aantal concrete business cases uit te werken, die hun eigen financiering zullen hebben en uiteindelijk de regionale economie zullen versterken. Streven is om het Gebiedsplan medio 2017 vast te stellen en in de komende 3jaar minimaal 3 concrete business cases te realiseren. 4. Hoe gaanwe dit organiseren? Laten we gewoon aan de slag gaan! De Duinboeren hebben het initiatief genomen en hebben een ‘aanjaagteam ’ aangewezen, die het proces om te komen tot een Gebiedsplan zal organiseren.

Dit aanjaagteam bestaat uit: * Sjaak Sprangers, voorzitter Stichting Duinboeren * Henk Antonissen, Antonissen Agrarisch Advies * Frederiek van Lienen, Biodiversity in Business * Pieter Veen, Circular Landscapes. In het team is alle benodigde ervaring, kennis, visie en creativiteit aanwezig om het Gebiedsplan tot een succes te maken, en vooral ook het enthousiasme en de motivatie om hier vol voor te gaan! Het team zal de eerste helft van 2017 gesprekken gaan voeren met boeren en gebiedspartners en een aantal thematische of gebiedsgerichte werkbijeenkomsten organiseren. Leidend zijn de drie sporen zoals hierboven geschetst. Het Gebiedsplan moet uiteindelijk door alle gebiedspartners gedragen worden. Het bevat een omschrijving van de gezamenlijke doelen, concrete samenwerkingsafspraken en een actieprogramma voor de uitwerking van een aantal business cases. Onderdeel van de werkzaamheden is ook het organiseren van de financiering voor de uitwerking van die business cases. Het Gebiedsplan is dus geen kant-en-klaar inrichtingsplan, maar een gezamenlijk startpunt voor de uitvoering van een aantal concrete projecten. Deze projecten hebben hun eigen financiering en planning en zullen over meerdere járen doorlopen. Wel is het de bedoeling om de voortgang van de projecten te blijven volgen en de onderlinge afstemming te waarborgen.

Ook zullen de gemaakte gebiedsafspraken periodiek geëvalueerd en eventueel bijgesteld worden. In het Gebiedsplan zal hier een procesvoorstel worden opgenomen.

STARTNOTITIE GEBIEDSPLAN DUINBOEREN | contact: Henk Antonissen (antonissenadvies@gmail.com,

06 47003834) 4

o.

Stichting Duinboeren semen sterf: voor een gezonde toekomst

5. Begroting Voor de werkzaamheden van het aanjaagteam ten behoeve van de opstelling van het Gebiedsplan is een gedetailleerd stappenplan uitgewerkt. De kosten zijn begroot op ē 40.000, — Doelstelling is om medio 2017 een eerste concept van het Gebiedsplan op te leveren en vervolgens op basis daarvan concrete uitvoeringsafspraken te maken met de verschillende gebiedspartijen.

STARTNOTITIE GEBIEDSPLAN DUINBOEREN | contact: Henk Antonissen (antonissenadvies@gmail.com,

06 47003834) 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=74392ba0-3b1c-444b-965f-4c65038a709b