Bijlage 5 toelichting quick scan Wet natuurbescherming
Tekst van het document
■ ■HB lom E cologie b .v. Ecologisch
advies
ŵ onderzoek
Blom Ecologie Van den Berg ruimtelijke ordening T.a.v. dhr. J. van denBerg 't Rond 9 4285DE Woudrichem
b.v .
ADVIES k ONDERZOEK
Zandweg 46 4181 PM Waardenburg
1 0418 82Û288 e info@blomecologíe.nl
Datum
21 oktober 2021
Kenmerk
BE/2021/946/r
Uw kenmerk
Email d.d. 9 september 2021
KvK67221904
Auteur(s)
ing.J. Dekkers
BTW 856882999B01
Collegiale toets
ir. ing.K.J. Rebergen
i www.blomecologie.nl
IBAN NL21RABÛ0314240683
Quickscan Wet natuurbescherming Erasstraat 105 107 te Kaatsheuvel Aan de Erasstraat 105-107 te Kaatsheuvel zijn 2 woonpercelen gesitueerd. De initiatiefnemeris voornemens de bestaande 2 woningenop de planlocatie te slopen ten behoeve van 4 nieuwe woningenen 2 schuren. Een van de te slopen woningenis in een erbarmelijke staat. Tevens worden twee kleine schuren gesaneerd. Het bestemmingsplan voorziet niet in de beoogde ontwikkelingendientderhalve te worden gewijzigd. De beoogde ontwikkeling heeft mogelijk een negatief effect op beschermde flora en fauna (soortenbescherming), beschermde natuurgebieden (gebiedsbescherming) en/of beschermde houtopstanden. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling geldt de wettelijke verplichting onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van beschermde flora enfauna en de mogelijke effecten van de ruimtelijke ingreep daarop. Middels voorliggend ecologisch oriënterend onderzoek is de (potentiële) aanwezigheidvan beschermde flora enfauna ende betekenis van de planlocatie voor deze soorten inkaart gebracht. Tevens is de liggingvan het gebied tenopzichte van beschermde natuurgebieden en beschermde structuren in kaart gebracht en eventuele effectenbeoordeeld. Van den Berg Ruimtelijke Ordeningbegeleidt de ruimtelijke procedure enheeft Blom Ecologie B.V.
verzocht de planlocatie te onderzoeken op aanwezigheid van beschermde flora enfauna en deze vervolgens te toetsen aan de effecten van de werkzaamheden en het geldende bestemmingsplan. Onderzoeksdoelen Middels dit oriënterendeonderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: ^ Is het bestemmingsplan dat wordt opgesteld voor het project zoals hiervoor omschreven uitvoerbaar zoals het bepaalde inde Wro (art. 3.1.6 Bro)? • Welke, krachtens de Wet natuurbescherming, beschermde flora en fauna zijn(potentieel) aanwezigop de planlocatie? • Welke negatieve effecten treden op voor (potentieel) aanwezige flora en fauna als gevolg van de beoogde ruimtelijke ingreep? • Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep eennegatiefeffect op de instandhoudingsdoelenvan Natura 2000-gebieden of de wezenlijke kenmerkenen waarden van het Natuurnetwerk Brabant en/of de Groenblauwe Mantel? • Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep eennegatiefeffect op houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijnbeschermd?
CCO-IO-giľ (de; v)1 wetenschap die de betrekkingen tussen de organismen en hun omgeving bestudeert 2 die betrekkingen zelf; iXO-IO-gtSi'h (bijvoeglijknaamwoord,bijwoord)
1 m.b.t. de ecologie,2 milieuvriendelijk; flo ríìidc; v(m); meervoud:flora's) 1 alle planten van een bep. gebied, 2 boekdat de opsommingen beschrijving ervan bevat; filll-ìUÌ (de; v(m);meervoud:fauna's) 1 de dierenwereld van een gebied.
Dienener vervolgstappen inhet kader van de Wet natuurbescherming te worden genomen, enzo ja, welke?
Planlocatie De planlocatie is gelegenaande Erasstraat 105-107 te Kaatsheuvel (figuur 1). De bebouwing aan de Erasstraat 105 is inerbarmelijke staat enis opgetrokken uit gemetselde muren, het dak is reeds deels ingestort. Het perceel rondom bestaat voornamelijk uit Engelsraaigras enanderevegetatie welke sindsenigetijd nietgemaaid zijn. De bebouwing aande Erasstraat 107 is opgetrokken uit gemetselde muren en een dakpannendak. Achter het woonhuis zijn twee kleine schuren gesitueerd welke worden gebruikt als dierenstal enopslagruimte. De schuren zijn opgetrokken uit houten platen engolfplaten daken. Rondom deze schuren is het groen nietgemaaid. Infiguur 2 enbijlage 1 zijneen aantalfoto's opgenomen die eenimpressie geven van de planlocatie ende directe omgeving hiervan. De directe omgeving van de planlocatie wordt gekenmerkt door agrarisch gebied. Op eenafstand van circa 3,4 km tenoosten van de planlocatie ligt de N261. Legenda I
I Onderzoeksgebied
Erasstraat
Figuur 1
De planlocatie (rood omkaderd) is gelegen aan de Erasstraat 105-107 te Kaatsheuvel (bron kaartmateriaal: arcgis.com).
•V:. is
Jw-ÄT
Figuur 2
2
Fotografische indruk van de planlocatie aan de Erasstraat 105 (links) en Erasstraat 107(rechts) te Kaatsheuvel.
Functieverandering en werkzaamheden De beoogde ingrepenzijn permanentvan karakter. De beoogde ontwikkeling betreft de sloop van 2 woonhuizen, waarvan 1 in erbarmelijke staat is en de realisatie van 2 nieuwe vrijstaande huizen en2 woningenonder 1 kap met 2 schuren. Tevens worden er 2 kleine schuren gesloopt. De functie van het perceel dient te wijzigen. Onderstaandvolgt een korte opsomming van de ingrepeneneffecten:
^ slopen van bebouwing: algemenesloopwerkzaamheden enafvoer sloopmateriaal; ^ verwijderen terreininrichting,waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal engroen; • egaliserenterrein: graafwerkzaamheden engrondtransport; • realisatie nieuwbouw: algemenebouwwerkzaamheden; • revitalisatie terreinenaanlegverharding: allerhande(straat- enhoveniers) werkzaamheden.
Figuur 3
Visuele representatie van de beoogde situatie. De rode lijnen geven de huidige bebouwing weer (bron: van den Berg ruimtelijke ordening).
Methode Dit oriënterend onderzoek verkent alle relevante vakgebieden met betrekking tot de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt eenbeoordeling gegeven van de aanwezigheidvan specifieke potentie voor beschermde flora enfauna op de planlocatie, de betekenis van de planlocatie voor de aanwezigesoorten ende effectenvan de voorgenomen ingrepenop de soorten. Dit onderzoek bestaat uit eenveldbezoek enraadpleging van externe bronnen.
Veldbezoek Het veldbezoek is een momentopname van de aanwezige flora en fauna. Op basis van dit veldbezoek wordt eeninschattinggemaakt omtrent de mogelijke aanwezigheidvan beschermde soorten. Tijdenshet veldbezoek is de planlocatie nauwkeurig onderzocht, waarbij ook gelet werd op sporen endelenof restantenvan plantenen/of dieren.Het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 5 oktober 2021 en is uitgevoerd door ing. J. Dekkers. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren;miezerregen, 8/8 bewolkt, 150 Celsius enwindkracht 4 (Bft). Externe bronnen Vaak zijn er al gegevens bekend over een planlocatie en de directe omgeving hiervan. Deze gegevens worden onder andere beheerd in rapporten en naslagwerkenen door de Nationale Database Flora enFauna (NDFF).
3
In NDFF wordt normaliter hierbij een straal van 2 km aangehouden rondom de planlocatie. Afhankelijk van het karakter en ligging van de planlocatie kan een afwijkende afstand aangehouden worden. Raadpleging van externe bronnen levert vaak nuttige aanvullende informatie op en biedt daarmee eenvollediger beeld van de (mogelijk) aanwezigeflora enfauna.
Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 zijn drie voormalige wetten; de Flora- enfaunawet samenmet de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998, vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Bevoegdheden zijnmet het ingaanvan deze wet overgedragen van het rijk naarde provincie.
Algemene zorgplicht Inde Algemenezorgplicht (art. 1.11) wordt voorgeschreven dat nadeligegevolgen voor flora en fauna voorkomen moet worden. Het uitgangspunt van de Algemenezorgplicht is dat het doden, verwonden, verontrusten of beschadigen van flora en fauna wordt vermeden. Deze zorgplicht geldt voor iedereen. (a) Soortenbescherming De soortenbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten (art. 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (art. 3.5) enAndere soorten (art. 3.10). Hierinworden ook rust- en voortplantingsverblijfplaatsen enhet functioneel leefgebied beschermd. Bij negatieve effectenop soorten inde specifieke soortenbescherming geldt eenontheffingsplicht. Van de verboden als bedoeld in Andere soorten art. 3.10 eerste lid kan door bevoegd gezag vrijstelling verleend worden voor het opzettelijk doden of vangenvan individuen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of vaste rustplaatsen voor bepaalde soorten. Inde OmgevingsverordeningNoord-Brabant is voor de volgende soorten vrijstelling opgenomen inhet kader van ruimtelijke ontwikkelingen: Tabel 1 Vrijgestelde soorten in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant.
Aardmuis Gewone pad Ree Bastaardkikker Haas Rosse woelmuis Bosmuis Huisspitsmuis Tweekleurige bosspitsmuis Bruine kikker Kleine watersalamander Veldmuis Dwergmuis Konijn Vos Dwergspitsmuis Meerkikker Wild zwijn Ondergrondse woelmuis Woelrat Egel Gewone bosspitsmuis (b) Gebiedsbescherming Naast de specifieke soortenbescherming kent Nederland ook gebiedsbescherming, waarbij bepaalde gebieden extra bescherming genieten.Het gaat hier hoofdzakelijk om Natura 2000gebieden enhet Natuurnetwerk Brabant ende Groenblauwe Mantel.Indeze gebieden mogen in principe geenwerkzaamheden binnende grenzenuitgevoerd worden. Natura 2000-gebieden Voor werkzaamheden in Natura 2000-gebieden is bij mogelijke effecten een Voortoets vereist. Met de Voortoets wordt bepaald of de plannenmogelijk negatieve effecten hebben op de doelstellingenvan Natura 2000-gebieden. Ten aanzienvan Natura 2000-gebieden kunnenook externe effectenals stikstofdepositie enlicht- of geluidsuitstraling van invloed zijn. Bij negatieve effectenop beschermde natuurgebieden dienteenvergunningvoorhanden te zijn. (b) Gebiedsbescherming (provinciaal beleid) Onderstaande teksten zijn gebaseerd op de meest recente versie van de desbetreffende Omgevingsverordeningvoor de provincie. Natuurnetwerk Brabant Binnenhet Natuurnetwerk Nederland geldt het 'nee, tenzij'-principe.
Het uitgangspunt is dat eenbestemmingplan van toepassing op het Natuurnetwerk Brabant strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkelingvan de ecologische waardenenkenmerken. 4
Binnenhet Natuurnetwerk Brabant gelden regels omtrent nieuwe ontwikkelingen. Zo is bijvoorbeeld het realiseren van nieuwvestiging toegestaan als een deel van het desbetreffende NNB door stedelijke gebied loopt, ende nieuwvestiging geenaantastinggeeft aande ecologische waardenenkenmerkenvan het NNB. Wanneerer sprake is van eengroot openbaar belang ener geen alternatieven zijn, zijn ontwikkelingenbinnenhet NNB ook mogelijk. Bij verlies van ecologische waardenenkenmerkengeldt eencompensatieplicht. Groenblauwe mantel De provincie streeft naar samenhangendeaanpak van natuur, landschap en water die de omgevingskwaliteit en recreatiemogelijkheden versterkt en waardoor de gevolgen van klimaatveranderingenvoor de natuur enhet watersysteem beter kunnenworden opgevangen. Om de robuustheid van het systeem te bevorderen, zijner gebieden opgenomen als verbinding tussen het Natuur Netwerk Brabant enhet Landelijkgebied; de Groenblauwe mantel.Het beleid in de groenblauwe mantel is gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, watersysteem enlandschap. Voor de natuur betekent dit vooral versterking van de leefgebieden voor plant- en diersoorten en de bevordering van de biodiversiteit buiten het NNB.
Binnende groenblauwe mantelis volop ruimte voor de ontwikkelingvan gebruiksfuncties zoals landbouw enrecreatie, met eenmeer extensief karakter en als die bijdragen aande kwaliteiten van natuur, water en landschap. De ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve functies, zoals stedelijke ontwikkeling of intensievevormen van recreatie of en landbouw (zoals de bouw van kassen, (bezoekers-)intensieve recreatie, of concentratiegebieden voor intensieve landbouwfuncties) passen minderbij het karakter van deze gebieden. Daarom geldt binnende groenblauwe mantel soms aanvullende regels voor de ontwikkelingvan die functies. Het concrete beleid ineengebied behorend tot de groenblauwe mantelis uitgewerkt door de desbetreffende gemeente. (c) Houtopstanden Houtopstanden onder de Wnb betreffen zelfstandige eenhedenvan bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend,met eenoppervlakte van 1000 m2 of meer, of eenrijbeplanting met meer dan20 bomen. Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaand meldingte doen bij gedeputeerde staten.Ingeval eenhoutopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, dientdeze binnendrie jaar herplant te worden.
Het vellen van houtopstanden is nietmeldingsplichtig inhet kader van de Wnb als het éénvan de volgende typen houtopstanden betreft: a) houtopstanden binnende bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzenvan de bebouwde kom; b) houtopstanden op erven of intuinen; c) fruitbomen enwindschermenom boomgaarden; d) naaldbomen, kennelijkbedoeld om te dienenals kerstbomen, indiennietouder dantwintig jaar; e) kweekgoed; f) uit populieren of wilgenbestaande: (1) wegbeplantingen,(2) beplantingenlangswaterwegen en/of (3) éénrijigebeplantingenlangslandbouwgronden; g) het dunnenvan eenhoutopstand; h) uit populieren, wilgen,essenof elzenbestaande beplantingendie kennelijkzijnbedoeld voor de productie van houtige biomassa, indienzij: (1) ten minste eens per tien jaar worden geoogst, (2) bestaan uit minstenstienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengeslotenbeplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dantwee meter, en(3) zijnaangelegdna1 januari 2013.
Beoordeling(a) soortenbescherming Op basis van het veldbezoek ende bureaustudie wordt per soortgroep besproken wat de potentie van de planlocatie ende directe omgeving daarvan voor het voorkomen van soorten is, enwelke effecten daarop te verwachten zijn ten gevolge van de beoogde ontwikkeling. Voor een aantal van de nationaalbeschermde soorten (beschermingsregime 'Andere soorten') geldt vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen(zie soortenbescherming). 5
Inde voorliggende beoordeling is specifiek gelet op de potentiële aanwezigheidvan beschermde soorten waarvoor geenvrijstelling geldt c.q. soorten waarvoor eenontheffingsplicht noodzakelijk is. Planten Binneneen straal van 2 km van de planlocatie is het voorkomen van beschermde plantenniet bekend (NDFF 2011-2021). Ter plaatse van de planlocatie is slechts sprake van inheemse of aangeplante plantenzonder beschermde status. Enkele waargenomen soorten betreffen: Engels raaigras, gewone klimop, grote brandnetel,grote weegbree, paardenbloem, smalle weegbree en zevenblad. Op de muren van de bebouwing is geen(beschermde) muurvegetatie aangetroffen. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot aantastingvan beschermde en/of kwetsbare vegetatie. Beschermde planten stellen over het algemeen specifieke eisen aan hun milieu, zoals kalkhoudende, stikstofarme of vochtige groeiplaatsen. Gelet op de functie, liggingenhet gebruik van het perceel inrelatie tot de habitatpreferentie van kwetsbare enzeldzame soorten wordt de aanwezigheid hiervan niet verwacht. Daarnaast zijn beschermde planten niet aangetroffen gedurende het veldbezoek, waarmee negatieve effecten ten aanzienvan beschermde planten derhalve kunnenworden uitgesloten.
Grondgebonden zoogdieren Binneneen straal van 2 km is de aanwezigheid bekend van de volgende zoogdieren: bosmuis, bruine rat, egel, haas, huismuis, huisspitsmuis, konijn,mol, muskusrat, ree, rode eekhoorn, rosse woelmuis, vos enwoelrat (NDFF 2011-2021). Voor de volgende soort geldt dat deze beschermd zijnonder de Wet natuurbescherming en dat er geenvrijstelling geldt inhet kader van ruimtelijke ontwikkelingen:rode eekhoorn. Tijdenshet veldbezoek zijngeensporen aangetroffenvan (beschermde) zoogdieren. De rode eekhoorn komt voor in aaneengeslotenbosgebieden (Zoogdiervereniging eekhoorn, 2021). Op de planlocatie zijngeenbomen aanwezig.Derhalve resulteert de beoogde ontwikkeling niettot eennegatiefeffect op de rode eekhoorn. Door vorengenoemde is het uitgesloten dat de planlocatie een essentiële functie bevat voor soorten van de Habitatrichtlijn en niet vrijgestelde Andere soorten. De planlocatie heeft enkel mogelijk eenfunctie voor algemenesoorten. Dit betreft met nameegel, konijn,mol enveldmuis. Dergelijke soorten zijn dermate opportunistisch dat in de directe omgeving voldoende vergelijkbaar habitat aanwezigis waar ze zich al danniettijdelijk kunnenophouden. Bovendien geldt voor dergelijke algemenesoorten vrijstelling inhet kader van ruimtelijke ontwikkelingen.
Op enrondom de planlocatie zijnuitwerpselen enprooiresten van eenrat aangetroffen.Voor de rest zijn er geen holen, nestenof sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van beschermde zoogdiersoorten die buiten de Omgevingsverordeningvan de provincie vallen (zie Wnb art 3.10). Effectenop beschermde grondgebondenzoogdieren zijnuitgesloten. Vleermuizen Binnen een straal van 2 km is het voorkomen bekend van de volgende vleermuissoorten: gewone dwergvleermuis (NDFF 2011-2021). Tijdenshet veldbezoek zijner geensporen van vleermuizen aangetroffen. Onder de Wet natuurbescherming zijn alle in Nederland voorkomende vleermuizen als Habitatrichtlijnsoorten beschermd. Laanvormige bomenrijen, oude bomen met gatenenscheuren, (oude) gebouwen met kieren en spleten en/of structuurrijke groenelementenkunneneen functioneel onderdeel zijn van een vleermuishabitat (BIJ12 kennisdocumentGewone dwergvleermuis, 2017; Limpens et al., 1997; Dietz et al., 2011). Op de planlocatie zijn geen bomen aanwezig. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen kan derhalve uitgesloten worden. De te slopen bebouwing is nauwkeurig geïnspecteerd op de aan- dan wel afwezigheid van potentiële verblijfplaatsen en geschikte invliegopeningen.
Alle gevels en daken van de betreffende bebouwing zijn gecontroleerd op eventuele openingen als open stootvoegen, kierende daklijsten, ontbrekende/scheefliggende dakpannen,ontbrekende specie en overige gevelafwerkingen die vleermuizen toegang kunnenverlenen tot een open dakruimte en/of spouwmuur waar ze eenverblijfplaats zouden kunnenvinden.
6
Een dergelijke verblijfplaats moet voldoen aan een geschikt microklimaat, met een constante (lage) temperatuur, eenhoge luchtvochtigheid enweiniginvloed van weersomstandigheden. De bebouwing aande Erasstraat 105 is inerbarmelijke staat. Het dak van de bebouwing is reeds half ingestort (figuur 4). Inde bebouwing is geenspouwmuur of dakbeschot aanwezig.Het huis heeft meerdere grote openingenwaardoor wind en weer in de bebouwing vrij spel hebben. Derhalve is het huis ongeschikt als verblijfplaats voor grootoorvleermuizen. Het woonhuis aan de Erasstraat 105 is opgetrokken uit gemetselde muren endakpannen.Inde bebouwing zijngeen stootvoegen, kierende daklijsten op andere openingenaanwezig welke vleermuizen toegang kunnenverlenentot de bebouwing. De schuren achter het woonhuis bevatten geen spouw en dakbeschot, de schuren zijn halfopen waardoor er veel tochtwerking. De aanwezigheid van gebouwbewonende vleermuizen zoals de gewone dwergvleermuis en laatvlieger op de planlocatie zijnuit te sluiten.
ũ— 1 '
IMf
**** ř»-j? . «r*.....
ţmmk ______
Figuur 4 Het dak van de bebouwing aan de Erasstraat 105 is alreeds deels ingestort. Hoewel het uitgesloten is dat vleermuizen de planlocatie gebruiken als verblijfplaats, bestaat de mogelijkheid dat vleermuizen de planlocatie gebruiken als foerageergebied en/of vliegroute. Het slopen van de bebouwing resulteert nietin eenonderbreking in lijnvormige structuren die vleermuizen kunnengebruiken als vliegroute. De beoogde ontwikkeling resulteert in een beperkte afnamevan groen enderhalve nietineenafnamevan essentieelfoerageergebied. In de luwte van opgaande vegetatie of bebouwing kunnen vliegbewegingen en foerageeractiviteiten van vleermuizen plaatsvinden. Hierbij kan sprake zijn van tijdelijke verstoring van vleermuizen tengevolge van werkzaamheden of lichtgebruik. Vleermuizen jagen op insectenwaarbij ze opportunistisch gebruik makenvan eengroot netwerk aanjachtgebieden. De omvang enhet gebruik van eengebied alsmede de jachttechniek enprooien verschillen per soort. Gedurende het foerageren verspreiden vleermuizen zich diffuus over het landschap waarbij veelal gebruik wordt gemaakt van bosranden, bomenlanen, oeverzones of andere structuurrijke zones. Vleermuizen kunnenverblind en daardoor gedesoriënteerd raken als gevolg van felle verlichting. Sterk verlichte locaties worden gemedendoor vleermuizen.
Tijdens en na de beoogde ontwikkeling dient bij voorkeur geen verlichting te worden toegepast. Bij voorkeur de werkzaamheden uitvoeren tussen zonsopkomst en zonsondergang. Mocht verlichting noodzakelijk zijnwordt vleermuisvriendelijke verlichting geadviseerd. Tijdensenna de beoogde ontwikkeling geen verlichting uitstralen richting de bomenlaan ten zuiden van de planlocatie. Amfibieën Binnen eenstraal van 2 km is de aanwezigheidbekend van de volgende amfibieënsoorten: bruine kikker, gewone pad enkleinewatersalamander(NDFF 2011-2021). Voor al deze soorten geldt dat deze beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming, maar vrijstelling geldt inhet kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Amfibieën leven in zowel een aquatisch (m.n. lente/zomer) als een terrestrisch (m.n. herfst/winter) habitat. Beide habitatonderdelen dienenop korte afstand van elkaar te liggen. Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën aangetroffen op de planlocatie. In de directe omgeving van de planlocatie is geen oppervlaktewater aanwezig. Het is nietuit te sluiten dat algemene soorten, zoals de bruine kikker en gewone pad, gedurende de terrestrische (herfst/winter) periode voorkomen binnende planlocatie. Deze dieren vallen echter onder de vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen op basis van de vastgestelde provinciale verordeningen.Negatieve effectenop beschermde amfibieën zijnderhalve uitgesloten. 7
Reptielen Binneneenstraal van 2 km is de aanwezigheidvan inheemse reptielen nietbekend (NDFF 2011 2021). Voor alle inheemse reptielen geldt dat deze beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming engeenvrijstelling geldt inhet kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Reptielen zijnover het algemeenverbonden aanstructuurrijke enweinigverstoorde biotopen als heidevelden, bosgebied ennatuurlijke oevers. Geziende afwezigheid van structuurrijke biotopen en de hoge mate van menselijke verstoring is het voorkomen van beschermde reptielen binnen het plangebied uitgesloten. Negatieve effectenop beschermde reptielen zijnderhalve uitgesloten. Vissen Binneneen straal van 2 km is de aanwezigheid van beschermde vissoorten nietbekend (NDFF 2011-2021). Op de planlocatie enbinnende invloedssfeer van de beoogde ontwikkelingbevindt zich geen oppervlaktewater. Negatieve effectenop (beschermde) vissen zijnuitgesloten. Insecten en andere ongewervelden Binneneenstraal van 2 km is de aanwezigheidbekend van de volgende beschermde insectenof ongewervelden: teunisbloempijlstaart (NDFF 2011-2021). Op de planlocatie zijn gedurende het veldbezoek geen (sporen en/of delen van) beschermde vlinders, libellen of andere ongewervelden aangetroffen. Op de planlocatie zijn geen plantensoorten aangetroffendie specifiek voor een beschermde ongewervelde een waardplant vormen.
Ook is er geensprake van oud hout, zure vennetjesof anderespecifieke omstandigheden die duiden op de mogelijke aanwezigheid van beschermde insectenof andereongewervelden. De teunisbloempijlstaart leeft op open plekken in vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen (Vlinderstichting,2021). Genoemde habitatseisen zijn nietop de planlocatie aanwezig. Negatieve effectenop de teunisbloempijlstaart zijnuitgesloten. Vogels Op de planlocatie ende directe omgeving hiervan zijntijdenshet veldbezoek de volgende soorten waargenomen:boerenzwaluw, houtduif, huismus, kauw, koolmees enzwarte kraai, Vogels - Jaarrond beschermde nestlocaties (cat. 1 t/m 4) Gedurende het veldbezoek zijngeennestenen/of sporen aangetroffenvan vogelsoorten met een jaarrond beschermd nestlocatie en/of leefgebied. De huismus broedt vrijwel altijd bij bebouwing enbouwt zijn nestenonder dakpannen,onder golfplaten, kieren/gateninde muur eninspantconstructies. Vanuit de nestlocatie en/of vanaf een uitzichtpunt moet de huismus zijnomgeving kunnenzien.Hierbij moet er inde directe omgeving continu voedsel te vindenzijn in de vorm van zaden van grassen en onkruiden en larven van insecten.Daarnaast moet er beschutting nabij de foerageerlocaties, voldoende jaarrond groene struiken of heesters, plaatsen met stof en grind voor stofbaden en water voor waterbaden aanwezig zijn (BIJ12 kennisdocument Huismus, 2017).
Het dak van de bebouwing aan de Erasstraat 105 is half ingestort enderhalve ongeschikt voor nestlocaties van de huismus. Het dak aan de Erasstraat 107 is ontoegankelijk voor huismussen (figuur 5). De aanwezigheid van nestlocaties van de huismus op de planlocatie kan uitgesloten worden.
8
Figuur 5 Het dak van de bebouwing aan de Erasstraat 107 is ontoegankelijk voor huismussen. De beoogde ontwikkelingleidt tot zeer beperkte aantastingvan groene delenenresulteert nietin afnamevan essentieelleefgebied van huismussen welke broeden inde directe omgeving van de planlocatie. Vanaantastingvan nestlocaties enfunctioneel leefgebied van de huismus is derhalve geensprake. De gierzwaluw leeft evenals de huismus inde directe omgeving van mensenenbroedt tevens als koloniebroeder ingevels enonder (pannen)daken (BIJ12 kennisdocumentGierzwaluw, 2017). De kantpannen inde bebouwing zijnaande zuidzijde niettoegankelijk voor gierzwaluwen. Aande noordzijde van de bebouwing zijn er openingenin de kantpannenaanwezig, echter is er hier geenvrije uitvliegroute aanwezig,doordat er eenairco unit aande muur hangt(figuur 6). Tevens is de bebouwing circa 3 m hoog. Hierdoor kan de aanwezigheid van gierzwaluw op de planlocatie uitgesloten worden.
Figuur 6 Het dak van de bebouwing aan de Erasstraat 107 is ontoegankelijk voor huismussen. Inde bebouwing zijngeensporen van uilen met jaarrond beschermde nesten(kerkuil ensteenuil) aangetroffen.Op de planlocatie is geen sprake van functioneel leefgebied van uilen. Er zijn geen grote nestenof horsten aangetroffen in de bomen rondom de planlocatie. De aanwezigheid van inbomen broedende soorten als buizerd, sperwer en ransuil kan uitgesloten worden. Op de planlocatie is geensprake van functioneel leefgebied van roofvogelsoorten. Van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzienvan vogels met jaarrond beschermde nestlocaties enfunctioneel leefgebied is geensprake. Vogels - Algemene broedvogels en categorie 5 (beschermde nestlocatie gedurende broedperiode en bij ecologisch zwaarwegende redenen) De planlocatie voorziet in beperkt voedselaanbod en structuurrijke schuilgelegenheden voor algemene soorten. De bebouwing vormen voor algemene broedvogels zoals merel, duiven en kleine zangvogels geschikte nestlocaties. Gedurende het broedseizoen zijn de nestenen de functionele leefomgeving van voornoemde soorten beschermd. Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische omstandighedenenbetreft indicatiefde periode 15 maart t/m 15 juli.
Ten aanzienvan algemenebroedvogels en categorie 5 soorten kunnende werkzaamheden worden opgestart buiten het broedseizoen en/of na het ongeschikt maken van de planlocatie.
9
Indiende beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart dient de locatie voorafgaand aande werkzaamheden geïnspecteerd te worden door eenter zake deskundige.
10
Beoordeling(b) gebiedsbescherming
Natura 2000 De planlocatie maakt geendeel uit van eenNatura 2000-gebied. Op eenafstandvan circa 2,7 km ligt het Natura 2000-gebied 'Langstraat'(figuur 7). Legenda
Natura 2000-gebied
2,7 km
3,5 km
Figuur 7 De planlocatie ligt op een afstand van circa 2,7 km tot het Natura 2000-gebied 'Langstraat' (bron: noord-brabant. maps.arcgis.com). Ondanksdat de beoogde ontwikkelingbuiten eenNatura 2000-gebied uitgevoerd wordt, kunnen er nog steeds effecten optreden. Voor een aantal effecten (trillingen,geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstandtot de omliggende Natura 2000-gebieden per definitiete groot is om te resulteren innegatieve effecten.Eentoename instikstofdepositie kan eennegatiefeffect sorteren op stikstofgevoelige habitattypen enleefgebieden. De beoogde ontwikkelingbetreft de realisatie van vier woonhuizen. Tenopzichte van de huidige situatie leidt de beoogde ontwikkelinginde gebruiksfase tot eenbeperkte toename inhet aantal verkeersbewegingen. De nieuwbouw zal zonder gasaansluiting in de gebruiksfase geen stikstofuitstoot hebben. Gedurende de bouwfase kan er eenbeperkte en tijdelijke stikstofemissie verwacht worden ten gevolge van het gebruik van mobiele werktuigen enbijbehorende verkeersbewegingen. De Wet natuurbescherming bevat ten gevolge van de Stikstofwet per d.d. 1 juli 2021 een partiële vrijstelling voor activiteiten gedurende de bouwfase. Hiermee kunnen de gevolgen van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door aangewezenactiviteiten van de bouwsector buiten beschouwing worden gelaten(Wet nb art. 2.9a).
Momenteel is de juridische houdbaarheid van deze partiële vrijstelling onzeker. Als activiteiten van de bouwsector worden aangewezen (algemenemaatregelenvan bestuur stikstofreductie ennatuurverbetering): a. het verrichten van eenbouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangendevervoersbewegingen; b. het aanleggen,veranderenof verwijderen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangendevervoersbewegingen. Geziener sprake is van eengrote afstand (2,7 km) tussen het plangebied enhet dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en er sprake is van een ontwikkeling van beperkte omvang wordt op voorhand uitgesloten dat er sprake is van een verhoging van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden binnenNatura 2000-gebieden. Een berekening middels de AERIUS-Calculator kan derhalve achterwege blijven.
11
Provinciaal aangewezen gebieden De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: het Natuurnetwerk Brabant en de Groenblauwe Mantel. Op een afstand van circa 1 km ligt het Natuurnetwerk Brabant (figuur 8). Op een afstand van circa 2 km ligt de Groenblauwe Mantel (figuur 9). Legenda
Natuurnetwerk Brabant 1 km
1,7 km
Figuur 8 De planlocatie ligt op een afstand van circa 1 km tot het Natuurnetwerk Brabant (bron: noordbrabant. maps.arcgis.com). Legenda
Groenblauwe Mantel 2 km
2,3km
Figuur 9 De planlocatie ligt op een afstand van circa 2 km tot de Groenblauwe Mantel (bron: noordbrabant. tercera-ro.nl). Ten aanzienvan de Groenblauwe Mantelgeldt dat externe werking geentoetsingskader is. Ten aanzienvan het Natuurnetwerk Brabant geldt dat er sprake is van externe werking.Voor effecten zoals geluid, licht enbetreding geldt dat de afstandtussen de planlocatie enhet Natuurnetwerk Brabant (1 km) te groot is om effect te hebben.
Beoordeling(c) houtopstanden
Inde beoogde ingreep zijngeenkapwerkzaamheden voorzien.
12
Conclusies
Samenvatting (a) Soortenbescherming De planlocatie heeft geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, amfibieën, insecten welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. Voor broedvogels geldt dat de nestenvan alle soorten beschermd zijn tijdens het broedseizoen (indicatief15 maart - 15 juli). (b) Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied, het Natuurnetwerk Brabant of de Groenblauwe Mantel. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstandtot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geensprake. EenAERIUS berekening, Voortoets en/of 'nee, tenzij'-toets is nietnoodzakelijk./ (c) Houtopstanden Inde beoogde ontwikkelingzijngeenkapwerkzaamheden voorzien. Tabel 2
Overzicht van de Soortenbescherming. ______________________________________ Soortenbescherming Soortgroep Beschermings Soortspecifiek Mogelijk functie onderzoek regime Wet nb plangebied
Planten Grondgebondenzoogdieren Vleermuizen Amfibieën Reptielen Vissen Insectenenandere ongewervelden Vogels (cat. 1 t/m 4) Vogels (cat. 5)
Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Tabel 3 Overzicht van beschermde gebieden in het kader van Gebiedsbescherming. Gebiedsbescherming Afstand Effecten Nader onderzoek
13
Natura 2000
2,7 km
Geen
N.v.t.
Natuurnetwerk Brabant
1 km
Geen
N.v.t.
Groeneblauwe Mantel
2 km
Geen
N.v.t.
Tabel 4 Overzicht van beschermde Houtopstanden. Houtopstanden Aanwezig
Kap
Melding
Struiken
Nee
Nee
N.v.t.
Bomen
Nee
Nee
N.v.t.
Uitvoerbaarheid De beoogde ontwikkeling leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekeningte worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van zoogdieren en algemene broedvogels (in het kader van Algemenezorgplicht). Voor deze soorten dienenmaatregelente worden getroffen om effecten tevoorkomen. Conclusie De sloop van 2 woonhuizen en2 schuren ende realisatie van 4 woonhuizen en2 schuren aande Erasstraat 105-107 te Kaatsheuvel is uitvoerbaar zoals bepaald inde Wro (art. 3.1.6 Bro).
Vervolgstappen
De sloop van 2 woonhuizen en 2 schuren en de bouw van 4 woonhuizen en 2 schuren aan de Erasstraat 105-107 te Kaatsheuvel leidt niet tot aantastingvan beschermde natuurwaarden (soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden). Derhalve is het uitvoeren van aanvullend onderzoek nietnoodzakelijk.
Te treffen maatregelen
^ Tijdensde werkzaamhedenmoet voorzichtig worden gehandeldmet alle voorkomende flora enfauna (Algemenezorgplicht). ^ Wanneerondanks zorgvuldig handelen,onderzoek en advies schade lijkt te ontstaanvoor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. ^ Alle aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) gefaseerd verwijderen. Dit om bodembewonende dieren de kans te bieden in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten. ^ Er wordt gelegenheidgegeven aandieren,die tijdensde werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. ^ De planlocatie tijdensde werkzaamheden eninde nieuwe situatie bij voorkeur nietverlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). Tijdens en na de beoogde ontwikkelingeenlicht uitstralen richting de bomenlaan aande zuidzijde van de planlocatie. • De werkzaamheden opstarten of uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (indicatief medio maart t/m medio juli).
Als dit nietmogelijk is dienende potentiële nestlocaties van algemenebroedvogels ruim voorafgaand aanhet broedseizoen ongeschikt of ontoegankelijk gemaakt te worden. E.e.a. op aanwijzingvan deskundige. Als werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd die mogelijk resulteren inhet wegnemenof verstoren van broedgevallen dientvoor aanvangdoor een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezigzijn.
14
Literatuur BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. KennisdocumentGierzwaluw Apus apus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. KennisdocumentHuismus Passer domesticus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. KennisdocumentRuige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill & P.H.C. Lina, 2011. Vleermuizen: alle soorten van Europa enNoordwest-Afrika: biologie, kenmerkenenbedreigingen.Tirion Natuur, Utrecht. Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers, 1997. Atlas van de Nederlandsevleermuizen. Onderzoek naarverspreiding enecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht.
Geraadpleegde websites www.arcgis.com www.bij12.nl www.ndff.nl noord-brabant.maps.arcgis.com noord-brabant.tercera-ro.nl www.ravon.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuisprotocol.nl www.vlinderstichting.nl www.wilde-planten.nl www.zoogdiervereniging.nl
15
We hopen u met deze rapportage voldoende te hebben geïnformeerd. Mochten er desondanks vragen zijnkunt u vrijblijvend contact opnemen. Met vriendelijke groet,
Blom Ecologie B.V., ing.J. Dekkers Auteur
Blom Ecologie B.V., ir. ing.K.J. Rebergen Collegiale toets
Bijlage 1 Fotografische impressie
© Blom Ecologie B.V. Zandweg 46a - 4181 PM Waardenburg Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever enBlom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke anderetoepassing begrepen. Deze rapportage mag alleengebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld. Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V.
16
Bijlage 1 Fotografischeimpressie
is»#'
-»;vtwį r~ f+r"-; V«l.
■F
- -sti».-- .'- -
BBE&g
Figuur 1
De bebouwing welke is gelegen aan de Erasstraat 105 te Kaatsheuvel is in erbarmelijke staat.
MMH
ąļįļM»aiBİWIQIÍİIIHlW
Figuur 2
17
-
MfW
De bebouwing welke is gelegen aan de Erasstraat 107 te Kaatsheuvel.
WINNIE
Figuur 3
Eén van de schuren op de planlocatie welke gesloopt zal worden.
--------
—
-ļ \U - ' Figuur 4 Eén van de schuren op d planlocatie welke gesloopt zal worden.
18
éĖ