Bijlage 5. Collegereactie ASD
Tekst van het document
Adviesraad Sociaal Domein Lijsterbeslaan 1 5175 BR LOON OP ZAND
*2026.00536* 2026.00536
Datum 5-jan.-2026
Verzenddatum
Zaaknummer zk24.01031
uw kenmerk /
uw brief / registratienr /
Onderwerp Reactie college aan ASD betreft advies nadere subsidieregeling sterke gemeenschappen
Geachte leden van de Adviesraad sociaal domein Het college dankt de Adviesraad sociaal domein (ASD) voor het uitgebrachte formele advies over de Nadere subsidieregeling sterke gemeenschappen. Wij waarderen het dat u uw bevindingen en aandachtspunten met ons heeft gedeeld. Daarnaast spreken wij onze waardering uit voor uw betrokkenheid bij dit onderwerp en de inzet die u hiervoor heeft geleverd. In het bijzonder danken wij u dat u, ondanks de periode rond de feestdagen, tijd heeft vrijgemaakt om het advies zorgvuldig tot stand te brengen. U geeft aan dat de regeling in de praktijk vooral herkenbaar zal zijn voor professionele organisaties die bestaande subsidies continueren, en dat voor nieuwe inwonersinitiatieven onvoldoende duidelijk is hoe en waar zij binnen of rondom deze regeling ondersteuning kunnen vinden. Het college benadrukt dat deze nadere subsidieregeling is ingericht voor subsidieaanvragen door rechtspersonen. Dit zullen veelal professionele organisaties zijn die aanspraak maken op een uitvoeringsubsidie, maar ook verenigingen en stichtingen kunnen een waarderingssubsidie aanvragen. Buurt- en bewonersinitiatieven ondersteunen wij nadrukkelijk, maar veelal via (laagdrempeligere) middelen en budgetten, om te voorkomen dat inwo ners te maken krijgen met procedures die juist een drempel kunnen vormen.
Alleen voor de waarderingssubsidie voor amateurkunst kunnen ook individuele personen en groepen die niet -professioneel actief zijn in de kunstsector een subsidie aanvragen op grond van deze nadere subsidieregeling.
Anton Pieckplein 1 5171 CV Kaatsheuvel Postbus 7
5170 AA
Kaatsheuvel
telefoon
0416-289111
IBAN NL95 BNGH 028.50.05.111
E-mail: info@loonopzand.nl
Tegelijkertijd zijn wij het eens met het belang van een heldere richting en duidelijke uitleg over waar en wanneer inwoners bij de gemeente terecht kunnen. Daarom streven wij ernaar om een informatieve bijeenkomst te organiseren waarin zowel huidige als toekomstige subsidiepartners uitleg krijgen over de regeling en de aanvraagprocedure, en waarin ook wordt toegelicht welke andere ondersteuningsmogelijkheden er zijn voor inwonersinitiatieven. 1.Toegankelijkheid en maatwerk De ASD geeft aan dat er binnen de regeling ruimte moet zijn voor het toepassen van maatwerk bij kleine, informele en startende initiatieven die impact maken. Voor deze kleine/startende initiatieven vraagt de ASD om een herkenbare en laagdrempelige route. Van de standaardvereisten (zoals eigen financiering) bij initiatieven voor kwetsbare groepen, kan afgeweken worden doordat er een hardheidsclausule in de regeling is opgenomen. Hiermee zorgt het college ervoor dat het te allen tijde mogelijk is om af te wijken van de artikelen die zijn opgenomen in deze regeling. Wat betreft de leesbaarheid van de regeling, benoemt de ASD de mogelijkheid om gebruik te maken van voorbeelden en infographics in de toelichting. In de toelichting voegen wij geen voorbeelden toe omdat die onbedoeld als norm kunnen gaan werken terwijl beoordeling per individueel geval verschilt.
2.Eigen financiering De ASD adviseert om de eis van minimaal 50% eigen financiering bij waarderingssubsidies te herzien of te versoepelen wanneer deze eis aantoonbaar een drempel vormt. Daarnaast vraagt de ASD om het stimulerings- en steunfonds actiever in te zetten voor initiatieven die op deze voorwaarde vastlopen. Het college neemt dit advies niet over. In de regeling is bewust gekozen voor het uitgangspunt dat activiteiten niet financieel afhankelijk worden van de gemeente en ook doorgang kunnen blijven vinden wanneer subsidie (deels) wegvalt. Daarmee stimuleren we een duurzame basis en bredere draagkracht voor initiatieven. Voor het stimulerings - en steunfonds is in de regeling opgenomen waarvoor deze middelen kunnen worden ingezet. Dit fonds is bedoeld voor specifieke situaties, zoals onvoorziene omstandigheden, maar vormt nadrukkelijk niet het uitgangspunt om structureel tekorten in eigen financiering op te vangen. 3.Bereik van kwetsbare en minder zichtbare inwoners De ASD adviseert om bereik en toegankelijkheid expliciet als beoordelingscriterium op te nemen en aanvragers te vragen concreet te maken hoe zij kwetsbare en minder zichtbare inwoners bere iken. Het college herkent het belang van dit aandachtspunt en ziet het bereiken en ondersteunen van deze inwoners als een kernonderdeel van de regeling.
Bij de beoordeling van een subsidieaanvraag wordt daarom mede gekeken naar de maatschappelijke impact v an de activiteiten; daarbij weegt ook mee in hoeverre de aanvrager kwetsbare en minder zichtbare inwoners bereikt. De doelstelling en vereisten zijn zodanig geformuleerd dat aanvragen moeten bijdragen aan het versterken van de sociale basis. Om de regeling laagdrempelig te houden en extra administratieve lasten te voorkomen, kiest het college er niet voor om hiervoor een aanvullend, afzonderlijk beoordelingscriterium toe te voegen. 4. Monitoring: leren naast verantwoorden
2
De ASD adviseert om monitoring en verantwoording niet uitsluitend te gebruiken als controlemiddel, maar juist als leer-en ontwikkelinstrument. Daarnaast wordt voorgesteld om periodiek reflectie of terugkoppeling met subsidieontvangers te organiseren over wat werkt en wat niet . Het college herkent dit uitgangspunt en onderschrijft het belang hiervan. Monitoring helpt om gezamenlijk te volgen wat initiatieven opleveren en waar bijsturing nodig is. Wij nemen dit daarom mee in de gesprekken met subsidieontvangers en streven ernaar om in de uitvoering ruimte te creëren voor periodieke terugkoppeling en reflectie. 5. Administratieve lasten De ASD adviseert om de procedures en verantwoordingslasten waar mogelijk te vereenvoudigen, met name voor subsidies onder €10.000, en om actieve ondersteuning te bieden bij het indienen van subsidieaanvragen (bijvoorbeeld via welzijnswerk of een subsidiecoach). Het college kan zich vinden in het uitgangspunt om drempels zo laag mogelijk te houden. In deze nadere subsidieregeling is de hoogte van het bedrag waaronder het college de mogelijkheid heeft om een subsidie direct vast te stellen verhoogd van €5.000 naar €10.000. Ook zijn de administratieve lasten voor subsidies tot €10.000 juist al bewust beperkt door de aangepaste aanvraag- en verantwoordingsvereisten.
Daarnaast willen wij zorgen dat zowel huidige als toekomstige subsidiepartners gelijke kansen hebben en weten wat van hen wordt verwacht. Daarom zijn wij voornemens een bijeenkomst te organiseren waarin de aanvraagprocedure wordt toegelicht e n waarin ruimte is om vragen te stellen over de regeling en de bijbehorende stappen. 6. Maatschappelijke accommodaties De ASD vraagt in haar advies aandacht voor de toegankelijkheid van maatschappelijke accommodaties voor kwetsbare doelgroepen. Zij adviseert om accommodaties te monitoren om na te gaan of het multifunctioneel gebruik niet ten kloste gaat van de sociale veiligheid, rust of privacy. Het college herkent het belang van deze aandachtspunten. Vanuit het accommodatiebeleid is recent onderzoek gedaan naar de toekomstbestendigheid van alle maatschappelijke accommodaties binnen de gemeente. Deze nadere subsidieregeling sluit aan bij de uitkomsten en richting van dat onderzoek. Daarnaast is er nauw contact met de collega’s die betrokken zijn bij het beleid en beheer van de maatschappelijke accommodaties, zodat signalen over passend gebruik tijdig kunnen worden opgepakt. Indien blijkt dat een activiteit geen passende plek kan vinden binnen de beschikbare accommodaties, bestaat binnen de regeling de moge lijkheid om een aparte huisvestingsubsidie aan te vragen. 7.
Stimulerings- en steunfonds De ASD adviseert om transparanter te maken wanneer en op welke manier organisaties een beroep kunnen doen op het stimulerings- en steunfonds. Daarnaast wordt voorgesteld om de gemeenteraad en de ASD jaarlijks te informeren over de inzet en effecten van het fonds. Het college kan zich vinden in het belang van duidelijkheid over de werking van het fonds en zal daarom in de toelichting bij de nadere subsidieregeling sterke gemeenschappen een concreet voorbeeld opnemen, zodat beter zichtbaar wordt in welke situ aties een beroep op het fonds mogelijk is en welke afwegingen daarbij een rol spelen. Het tweede onderdeel van het advies neemt het college niet over. De beoordeling en toekenning van subsidies is een collegebevoegdheid, om
3
die reden past een jaarlijkse rapportage aan de gemeenteraad en de ASD over inzet en effecten niet bij de aard en systematiek van de regeling. 8. Documentbeheer De ASD adviseert om versienummers en een geldigheids- en evaluatiedatum op te nemen in de nadere subsidieregeling. Het college merkt hierover op dat de nadere subsidieregeling wordt gepubliceerd op overheid.nl, waar duidelijk is te zien vanaf welke datum de regeling in werking treedt. De regeling blijft ongewijzigd van kracht totdat deze door het college wordt gewijzigd of ingetrokken. Ook wijzigingen of een intrekking worden gepubliceerd. 9. Variatie van denkbare activiteiten De ASD geeft aan dat binnen de regeling in hun ogen uiteenlopende typen activiteiten passen, waaronder sport en bewegen als voorbeeld, mits deze bijdragen aan de doelen en uitganspunten van (trede 1 en trede 2) het Beleidskader Sociaal Domein. De ASD geeft daarbij aan hierover graag in een mondeling overleg,met de beleidsstaf verder mee te willen denken. Het college beaamt dat meerdere typen activiteiten in brede zin kunnen bijdragen aan de maatschappelijke doelen, maar benadrukt dat met deze nadere subsidieregeling op dit moment primair wordt ingezet op welzijn en op de doelgroepen zoals opgenomen in de regeling, initiatieven op het gebied van sport en bewegen werden voorheen veelal bekostigd vanuit de Sportraad.
In het kader van de transformatie van het sociaal domein onderzoeken wij of en hoe verschillende subsidielijnen in de toekomst beter gebundeld kunnen worden, om versnippering en meerdere losse ‘potjes’ te voorkomen. 10. Concretiseer en normeer de doelstelling De ASD adviseert om de doelstelling verder te concretiseren en te normeren. Het college begrijpt deze wens, maar acht vergaande normering lastig, omdat de regeling bewust ruimte biedt voor maatwerk en verschillende typen initiatieven. Wel heeft het college nogmaals naar de formering van de doelstellingen gekeken. Samenvatting Tot slot constateert de ASD dat de Nadere subsidieregeling sterke gemeenschappen een solide kader biedt voor het versterken van de sociale basis in Loon op Zand. De ASD benadrukt daarbij het belang van inclusiviteit en effectiviteit en benoemt aandachtspunten zoals het expliciet verbinden aan de uitganspunten van het Beleidskader Sociaal Domein, het beperken van administratieve lasten, het bevorderen van toegankelijkheid en bereik en het benutten van monitoring als instrument om te leren en verbeteren. Het college dankt de ASD voor deze samenvattende reflectie en neemt de genoemde punten mee in de verdere uitvoering van de regeling, binnen de kaders en keuzes zoals in deze collegereactie per onderdeel zijn toegelicht.
Wij danken u nogmaals hartelijk voor uw advies, Met vriendelijke groet, Het college van burgemeester en wethouders; de secretaris,
de burgemeester, 4
drs. C.A. de Haas, MBA
mr. D.S.C. Jansen
5