CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5.2 Bijlagen bij de toelichting_4-7

Raadsvergadering 20 juni 2024, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan 'Lobelia, De Moer' (Bespreekstuk)27.542 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Uw omgeving. Ons vakgebied.

AANVULLEND EN NADER BODEMONDERZOEK “MIDDELSTRAAT 10(A)” DE MOER

Opdrachtgever :

Somnium Real Estate B.V. Postbus 69 4890 AB Rijsbergen

Projectnummer : Kenmerk rapport: Status rapport: Datum:

50230414-NBO GB50230414.R001-0 Definitief 9 november 2023

Projectleider

Ing. W.J.A. Buijs

par:

(Mede)auteur

Ing. W.J.A. Buijs Ing. H.B.C. Jansen MSc

par:

Wematech Advies Groep B.V. is gecertificeerd door KIWA volgens de gestelde criteria conform ISO-9001:2015 onder nummer KSC-K96808

Wematech bodem adviseurs b.v. Windmolen 23 4751 VM Oud Gastel

T +31 (0)165 565910 E bodemadviseurs@wematech.nl www.wematech.nl

KvK BTW IBAN

20104743 NL 810303206B01 NL82 RABO 0102 5687 07

Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:

GB50230414.R001-0 9 november 2023

SAMENVATTING In opdracht van Somnium Real Estate B.V. is door Wematech Bodem Adviseurs B.V. in de periode juni tot en met oktober 2023 gefaseerd een gecombineerd aanvullend en nader onderzoek uitgevoerd ter plaatse van het terrein aan de Middelstraat 10a te De Moer. Doel van het onderzoek is dan ook het verkrijgen van aanvullend inzicht in de niet of nog niet voldoende onderzochte deellocaties en op basis hiervan na te gaan of er vanuit milieuhygiënisch maatregelen nodig zijn voor de herontwikkeling op de locatie. Het veldwerk is uitgevoerd in de periode van juni tot en met oktober 2023. Aan de hand van het in 2022 uitgevoerde en onderhavig bodemonderzoek kan per deellocatie het volgende worden geconcludeerd. A. Olie-/PAK-verontreiniging middenterrein Zintuiglijk Geconcludeerd kan worden dat in de grond sporen tot zwakke bijmengingen van baksteen, steen en grind aanwezig zijn. Verder zijn enkele boringen gestaakt op een harde laag. Dit is een bevestiging van waarnemingen uit een eerder uitgevoerd onderzoek. Bij de graafwerkzaamheden ten behoeve van het onderzoek naar asbest zijn bij de gaten A105 en A108 asbestverdachte materialen waargenomen. Gat A105, A107 en A109 zijn op 130/150 cm-mv gestaakt op (vermoedelijk) beton. Wet bodembescherming Geconcludeerd kan worden dat de eerder aangetroffen olieverontreiniging wordt bevestigd.

De eerder aangetroffen sterke verontreiniging met PAK (thans maximaal licht verontreinigd) wordt niet bevestigd. Wel wordt binnen de achtergrondwaarde contour van de olieverontreiniging (en vermoedelijk tot net buiten de contour) een sterke verontreiniging met asbest in de bodem/puinlaag aangetroffen. Op grond van de nu bekende resultaten kan worden gesteld dat over een oppervlakte van circa 300 m2 de grond sterk verontreinigd is met minerale olie. Een volume van circa 200 m3 is sterk verontreinigd met olie. Het volume licht tot matig met olie verontreinigde grond bedraagt circa 500-600 m3. Verder is een volume van circa 440 m3 sterk verontreinigd met asbest. Deze verontreiniging valt grotendeels binnen de contour van de olieverontreiniging. Circa 40 m3 met asbest verontreinigde grond/verontreinigd puin valt buiten de contour van de olieverontreiniging. Er is hier sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging omdat het volume grond wat boven de interventiewaarde verontreinigd is > 25 m3 bedraagt. Een actualisatie van het grondwater heeft niet plaatsgevonden. B. PAK-spot oosten kantoor Zintuiglijk Geconcludeerd kan worden dat in de grond sporen tot sterke bijmengingen van baksteen, steen en grind en sporen tot matige bijmengingen van beton aanwezig zijn. Verder zijn enkele boringen gestaakt op een harde laag. Bij boring 101 is een asbestverdacht materiaal aangetroffen.

Bij het graven van de gaten voor het onderzoek naar asbest is bij G03 een asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen. Pagina: 2 / 44

Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:

GB50230414.R001-0 9 november 2023

Wet bodembescherming Geconcludeerd kan worden dat de eerder aangetroffen PAK-verontreiniging wordt bevestigd en is met onderhavig onderzoek volledig in beeld gebracht. Op grond van de resultaten kan worden gesteld dat over een oppervlakte van circa 85 m2 de grond sterk verontreinigd is met PAK in een laagdikte van plaatselijk 1,0 m. Er is een volume van circa 60 m3 sterk verontreinigd met PAK. Het volume licht tot matig verontreinigde grond bedraagt circa 60 m3. Verder is in de grond een gehalte van 16 mg/kg gewogen asbest aangetroffen. Er is hier sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging omdat het volume grond wat boven de interventiewaarde verontreinigd is > 25 m3 bedraagt. Op deze locatie hebben in het verleden grondroerende werkzaamheden plaatsgevonden, waardoor ook de aan de bijmengingen gerelateerde verontreinigingen zijn ontstaan. De verwachting is dat deze verontreiniging is ontstaan voor 1987. C. Olieverontreiniging voormalige dieselinstallatie Deze deellocatie is in 2002 voldoende onderzocht. Volledigheidshalve is deze deellocatie opgenomen in onderhavige conclusie. Geconcludeerd werd dat over een oppervlakte van circa 250 m2 de grond sterk verontreinigd is met minerale olie in een laagdikte van circa 1 meter. Het volume sterk verontreinigde grond zal tenminste 250 m3 omvatten. Het volume licht tot matig verontreinigde grond bedraagt circa 450 m3.

Verder werd gesteld dat over een oppervlakte van circa 150 m2 het grondwater sterk verontreinigd is met minerale olie in een laagdikte van circa 1,5 meter. Het volume sterk verontreinigde grondwater zal tenminste 225 m3 omvatten. Het volume licht tot matig verontreinigd grondwater is niet bepaald. Er is hier sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging omdat het volume grond en grondwater wat boven de interventiewaarde verontreinigd is > 25 m3 respectievelijk > 100 m3 bedraagt. De verontreiniging is ontstaan voor 1973 en betreft een historisch geval van verontreiniging. D. Oliespot bovengrondse olietank Zintuiglijk Zintuiglijk zijn, behoudens een laag met slakken/cement, geen relevante bijzonderheden en/of afwijkingen waargenomen. De boringen D102 en D103 zijn gesitueerd nabij de voormalige (diesel)pompen. Wet bodembescherming Geconcludeerd kan worden dat de grond bij de inkaderende boringen D102 en D014 licht verontreinigd is met minerale olie. De grond van de overige boringen is niet verontreinigd. De aanwezige olieverontreiniging is in beeld gebracht en omvat een volume van circa 30 m3, waarvan 10-12 m3 sterk verontreinigd is. De oorzaak van de verontreiniging is niet eenduidig aan te geven. De loods, waaronder de verontreiniging is aangetoond dateert van 1988.

De huidige vloer is van dusdanig kwaliteit dat verwacht wordt dat deze voldoende vloeistofkerend zal zijn. De verontreiniging zou dan voor die periode van aanleg van de vloer ontstaan moeten zijn.

Pagina: 3 / 44

Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:

GB50230414.R001-0 9 november 2023

E. Wasplaats op overig terrein Zintuiglijk Geconcludeerd kan worden dat in de grond geen bijzonderheden zijn aangetroffen. Wet bodembescherming Geconcludeerd kan worden dat de meest verdachte bodemlaag niet verontreinigd is. Het grondwater is licht verontreinigd met molybdeen en som xylenen. F. Voormalige bovengrondse tank nabij nr 10 Zintuiglijk Geconcludeerd kan worden dat in de grond sporen grind en baksteen aanwezig zijn. Wet bodembescherming Geconcludeerd kan worden dat de onderzochte grond niet verontreinigd is met olie. H. voormalige ondergrondse olietanks Zintuiglijk Geconcludeerd kan worden dat in de ondergrond bij de boringen H102 en H103 sporen van bitumen (wellicht resten van gesaneerde tank) zijn aangetroffen. Verder zijn bij de uitgevoerde grondboringen sporen van steen, baksteen en een spoortje beton aangetroffen. De tanks zijn niet meer aangetroffen. Wet bodembescherming Geconcludeerd kan worden dat op basis van ‘worst case’ de grond bij boring H103 licht verontreinigd is met minerale olie. De overige grond is niet verontreinigd. Het grondwater is licht verontreinigd met som xylenen. Geconcludeerd kan worden dat de tanks zijn verwijderd en de bodem minimaal verontreinigd is, waardoor de tanksanering als afgerond beschouwd kan worden. I.

Aangetroffen oliespot nabij infiltratiegebied Zintuiglijk Geconcludeerd kan worden dat op basis van de zintuiglijke waarneming bij boring I02 in het traject 180-250 cm-mv een matige tot zwakke olie/waterreactie is waargenomen. Tevens is in de laag 180-200 cm-mv een bijmenging van plastic aangetroffen. Verder zijn bij deze boring en de inkaderende boringen sporen tot zwakke bijmengingen van baksteen, stenen en grind aangetroffen. Tenslotte is boring I103 op 190 cm-mv gestaakt op een harde laag. Wet bodembescherming Geconcludeerd kan worden dat op basis van ‘worst case’ de grond bij boring I02 licht verontreinigd is met minerale olie. De grond in de inkaderende boringen is niet verontreinigd. Er is hier sprake van een zeer beperkte spot in omvang en ernst. De oorzaak van de verontreiniging is niet bekend. Aangezien er op diepte ook plastic is aangetroffen, zou kunnen betekenen dat hier grondroerende werkzaamheden hebben plaatsgevonden, waarbij olie in de bodem terecht is gekomen. De ontstaansperiode is niet bekend.

Pagina: 4 / 44

Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:

GB50230414.R001-0 9 november 2023

S. Vermeende stort Zintuiglijk Geconcludeerd kan worden dat ter plaatse van de vermeende stort op het noordelijk terreindeel een laag van circa 50-70 cm aan gebroken puingranulaat aanwezig is, met daaronder een laag van circa 0,5 m-0,8 m aan grof ongebroken puin. Er zijn geen andere bijmengingen (bijvoorbeeld plastic, hout e.d.) aangetroffen. In bijlage 2 is de verwachte contour van het materiaal opgenomen. Aangezien op een groot deel van de locatie een groot puindepot aanwezig is, is hier geen onderzoek verricht. Wet bodembescherming Geconcludeerd kan worden dat in de indicatief onderzochte laag met grof puin geen asbest is aangetoond. De direct onderliggende bodemlaag is niet verontreinigd. Het grondwater, direct rondom deze laag met grof puin in de bodem, is licht verontreinigd met som xylenen, chroom en barium. Geconcludeerd kan worden dat er geen uitloging van metalen en/of anionen vanuit het materiaal naar de bodem heeft plaatsgevonden. Grondwal Zintuiglijk In de onderzochte grond zijn sporen tot zwakke bijmengingen van baksteen, steen en grind aanwezig. Besluit bodemkwaliteit Geconcludeerd kan worden dat onderzochte grond indicatief voldoet aan achtergrondwaarde grond.

Wel geldt op basis van PFAS een beperking voor toepassing in oppervlaktewaterlichaam (zuidwestelijk deel van de wal) geldt en voor grondwaterbeschermingsgebied (noordelijk deel van de wal) geldt de toets op gebiedskwaliteit. Afgebrand bedrijfspand Zintuiglijk Geconcludeerd kan worden dat in de grond geen antropogene bijmengingen zijn aangetroffen. Bij GC03 is een dieselgeur waargenomen, welke te relateren is aan de reeds bekende, onder deelloctie C vermelde, verontreiniging. Wet bodembescherming Geconcludeerd kan worden dat de onderzochte grond geen asbest is aangetroffen. Besluit bodemkwaliteit Geconcludeerd kan worden dat voor onderzochte bij grondwaterbeschermingsgebied de toets op gebiedskwaliteit geldt.

toepassing

in

een

Algemeen Op basis van het historisch onderzoek, de zintuiglijke beoordeling van de grond- en grondwatermonsters en de resultaten van de onderzoeken kan gesteld worden dat er gebruiksbeperkingen gelden voor de locatie. Er mogen geen graafwerkzaamheden (anders dan nodig voor bodemonderzoek) plaatsvinden zonder melding aan en instemming van het bevoegd gezag ter plaatse van de sterke verontreinigingen.

Pagina: 5 / 44

Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:

GB50230414.R001-0 9 november 2023

Advies Geadviseerd wordt om de resultaten van onderhavig onderzoek in te dienen bij het bevoegd gezag in het kader van de bestemmingsplanwijziging. Verder wordt geadviseerd om een saneringsplan op te stellen en in te dienen bij het bevoegd gezag, zodat bij herontwikkelingen de benodigde (sanerings)maatregelen genomen kunnen worden. De saneringsmaatregelen zullen uitgevoerd moeten worden door daartoe aangewezen en erkende instanties.

Pagina: 6 / 44

Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:

GB50230414.R001-0 9 november 2023

INHOUDSOPGAVE: Blz. SAMENVATTING 1.

INLEIDING

9

1.1. Aanleiding en doelstelling onderzoek 1.2. Opbouw rapportage

9 10

2.

11

VOORONDERZOEK

2.1. Locatiegegevens 2.2. Historie 2.3. Huidige situatie en terreinverkenning 2.4. Belendende percelen 2.5. Bodemonderzoeken/saneringen 2.6. Informatie regionale achtergrondconcentraties 2.7. Geo(hydro)logie 2.8. Toekomstige situatie 2.9. Conclusie vooronderzoek 2.10. Onderzoeksstrategie

11 11 13 13 13 17 17 18 18 20

3.

22

VERKENNEND EN NADER BODEMONDERZOEK

3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 3.8.

Inleiding Veldwerkzaamheden BRL SIKB 2000 Laboratoriumonderzoek Bodemopbouw Zintuiglijke waarnemingen Veldmetingen Toetsing 3.8.1. Wet bodembescherming 3.8.2. Besluit bodemkwaliteit 3.8.3. Geactualiseerd handelingskader PFOA, PFOS, PFAS en GenX 3.9. Grond 3.10. Grondwater

22 22 22 23 25 25 26 27 27 28 29 29 30

4.

31

VERKENNEND EN NADER ONDERZOEK ASBEST

4.1. Inleiding 4.2. Veldwerkzaamheden 4.3. BRL SIKB 2000 4.4. Laboratoriumonderzoek 4.5. Bodemopbouw 4.6. Zintuiglijke waarnemingen 4.7. Toetsing 4.8. Materiaal 4.9. Grond 4.10. Puin

31 31 31 32 33 33 35 35 36 37

Pagina: 7 / 44

Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:

5.

CONCLUSIES EN ADVIES

GB50230414.R001-0 9 november 2023

38

5.1. Conclusies 5.2. Advies

38 42

6.

43

RESTRISICO EN BETROUWBAARHEID

6.1. Restrisico 6.2. Betrouwbaarheid

43 43

GERAADPLEEGDE BRONNEN BIJLAGEN: 1. Regionale situatieschets 2. Situatieschets met boringen, gaten en peilbuizen 3. Profielbeschrijvingen grondboringen, gaten en sleuven 4. Analyseresultaten grond 5. Analyseresultaten grondwater 6. Analyseresultaten puin 7. Toetsingskader grond en grondwater Wbb 8. Toetsingskader grond Bbk 9. Berekening asbestconcentratie 10. Handelingskader PFAS-houdende grond 11. Foto’s onderzoekslocatie

Pagina: 8 / 44

Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:

GB50230414.R001-0 9 november 2023

1. INLEIDING 1.1. Aanleiding en doelstelling onderzoek In opdracht van Somnium Real Estate B.V. is door Wematech Bodem Adviseurs B.V. in de periode juni tot en met oktober 2023 gefaseerd een gecombineerd aanvullend en nader onderzoek uitgevoerd ter plaatse van het terrein aan de Middelstraat 10a te De Moer. In bijlage 1 is de globale ligging van het perceel aangegeven in een regionale situatieschets. In september en oktober 2022 is op de locatie een verkennend en actualiserend bodemonderzoek verricht. Tijdens dit onderzoek zijn enkele deellocaties niet of niet volledig onderzocht. In het kader van de bestemmingsplanwijzigiging en de bouwplannen is aanvullend onderzoek gewenst op die deellocaties. Doel van het onderzoek is dan ook het verkrijgen van aanvullend inzicht in de niet of nog niet voldoende onderzochte deellocaties en op basis hiervan na te gaan of er vanuit milieuhygiënisch maatregelen nodig zijn voor de herontwikkeling op de locatie. Op basis van de verkregen informatie is een onderzoeksprogramma opgesteld op basis van de Nederlandse Norm 5740 en NTA5755. Voor het onderzoek asbest in grond is de Nederlandse Norm 5707 en het onderzoek naar asbest in de puinlaag wordt verricht volgens de NEN5897.

Als referentiekader bij de beoordeling van de resultaten worden de (maximale) waarden uit de (wijzigingen) Regeling bodemkwaliteit, de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant 2013, nr. 16675) en de toepassingswaarden uit het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, geactualiseerde versie december 2021) gebruikt. Wematech Bodem Adviseurs B.V. werkt volgens een kwaliteitsborgingsysteem dat is gebaseerd op de NEN-EN-ISO 9001:2015 en de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”. De werkzaamheden voor onderhavig onderzoek vallen binnen de reikwijdte van dit certificatieschema en worden onder certificaat uitgevoerd conform de beschreven kwaliteitseisen (protocol 2001, 2002 en 2018). De naleving wordt periodiek getoetst door externe auditors, onder toezicht van de Raad van Accreditatie. Verder is van belang te melden dat de te onderzoeken locatie geen eigendom is van Wematech Bodem Adviseurs B.V. dan wel gerelateerde (zuster)bedrijven. Tevens is Wematech Bodem Adviseurs onafhankelijk van de opdrachtgever en/of terreineigenaar. De wettelijke voorgeschreven functiescheiding is hiermede geborgd.

Pagina: 9 / 44

Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:

GB50230414.R001-0 9 november 2023

1.2. Opbouw rapportage In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden. Het vooronderzoek, conform NEN 5725, is opgenomen in hoofdstuk 2. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het verkennend en nader bodemonderzoek beschreven. In hoofdstuk 4 wordt het onderzoek naar asbest beschreven. In hoofdstuk 5 zijn de conclusies en het advies opgenomen. Tot slot worden in hoofdstuk 6 het restrisico en de betrouwbaarheid van het onderzoek besproken.

Pagina: 10 / 44

Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:

GB50230414.R001-0 9 november 2023

2. VOORONDERZOEK Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN5725:2017. In het vooronderzoek wordt relevante informatie verzameld om onderbouwde antwoorden te formuleren op de relevante onderzoeksvragen zoals beschreven in de norm.

2.1. Locatiegegevens De locatiegegevens van de onderzoekslocatie (afgebakend geografisch gebied) zijn opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 2.1. Locatie gegevens Adresgegevens Kadastrale gegevens RD-coördinaten Oppervlakte perceel Oppervlakte onderzoekslocatie Eigendomssituatie

Middelstraat 10a te De Moer Gemeente: Sectie: Nummer(s): Loon op Zand Q 945 X: 129356 Y: 404110 16760 m2 16730 m2 Mevrouw. W Hazenberg (1/3), Hazenberg Beheer B.V. (1/3) en mevrouw A. Hazenberg (1/3)

2.2. Historie - gebruik Uit verkregen informatie is gebleken dat de onderzoekslocatie tot circa 1960 een agrarische/natuurbestemming heeft gehad. Vervolgens is de locatie in gebruik genomen door een aannemingsbedrijf (Hazenberg Grond, Weg en Waterbouw B.V.). In onderstaande figuren is de ontwikkeling van de locatie in de loop der jaren aangegeven [bron: Topotijdreis]. Figuur 2.1. Situatie ± 1960

Figuur 2.2. Situatie ± 1980

Pagina: 11 / 44

Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:

Figuur 2.3. Situatie ± 2000

GB50230414.R001-0 9 november 2023

Figuur 2.4. Situatie ± 2012

In de beginjaren was met name het zuidelijk terreindeel in gebruik. Op het perceel werd rond 1960 een loods (Middelstraat 10a) geplaatst. Aan de voorzijde (zuidzijde) van dit pand is een bovengrondse dieseltank met pomp en een huisbrandolietank aanwezig geweest. De dieseltankinstallatie is slechts enkele jaren in gebruik geweest en in de begin jaren zeventig van de vorige eeuw verwijderd. De huisbrandolietank is begin jaren tachtig verwijderd. In 1987 heeft op het terrein een brand gewoed en is het bedrijfspand (Middelstraat 10a) afgebrand en in 1988 weer volledig opnieuw opgebouwd. Voor zover bekend is er indertijd niet geblust met blusschuim. Dit is echter niet onderbouwd met feiten. Het nieuwe pand werd voorzien van een betonvloer. Inpandig zijn vervolgens bovengrondse dieseltanks in lekbakken geplaatst. Aan de noordzijde van het bedrijfspand werd een met beton verharde wasplaats aangelegd. Bij de wasactiviteiten werden er volgens opgave geen detergenten gebruikt. Verder is op de locatie een zoutopslag aanwezig geweest. In een onderzoek uit 1996 wordt op een tekening een vatenopslag nabij de opslag van bestratingsmaterialen weergegeven. Uit informatie van de gebruiker zou het gaan om lege vaten. Verder is op dezelfde tekening aan de noordzijde een stookplaats vermeld.

Dit terreindeel was onverhard en is vervolgens in gebruik genomen als opslagterrein voor puin en voorzien van een halfverharding. Aan de westzijde van het bedrijfspand waren in het verleden 3 ondergrondse tanks (2x 12000 liter diesel en 1x 3000 liter afgewerkt olie) gelegen. Deze tanks zijn rond 1996 verwijderd. In de loop der jaren is het achterterrein in gebruik genomen als opslagterrein voor zand en grond. Het middenterrein deed (en doet) dienst als opslagterrein voor bestratingsmaterialen. Het meest noordelijke terreindeel is in gebruik genomen voor de opslag van (on)gebroken puin. Vanaf circa 2020 is de hoeveelheid van het opgeslagen puin, als gevolg van een beperkte afname/afzet, toegenomen. Op enig moment op de westelijke perceelsgrens een grondwal aangebracht. De herkomst van de grond is niet bekend. Mogelijk is de grond vrijgekomen bij het inrichten/verharden van het eigen terrein.

Pagina: 12 / 44

Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:

GB50230414.R001-0 9 november 2023

Ter plaatse van de onderzoekslocatie hebben, voor zover bekend, geen kabels, leidingen e.d. gelegen. Tevens hebben er, voor zover bekend, geen dempingen of ophogingen met grond plaatsgevonden. Wel is, na uitvoering van het onderzoek in 2022, bekend dat op het achterterrein mogelijk een puinstort (met grof puin) onder een laag met puingranulaat aanwezig is. Verder is niet uitgesloten dat op het centrale deel (nabij de PAK en oliespot) ook puin in de grond is gebracht. Op de tekening in bijlage 2 zijn de hierboven beschreven deellocaties weergegeven. Uit de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) c.q. archeologische beleidskaart van de gemeente blijkt dat de locatie is gelegen in een gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde. Voor zover bekend is liggen er op de onderzoekslocatie geen conventionele explosieven. Aangezien er voor dit gebied geen kaarten voorhanden zijn, is dit echter niet volledig uit te sluiten

2.3. Huidige situatie en terreinverkenning Ter plaatse van het perceel is het aannemingsbedrijf Hazenberg gesitueerd. Op het perceel is aan de straatzijde een bedrijfswoning met aan de zuidoostzijde een tuin en ten noorden hiervan (achter de woning) een loods aanwezig. De loods is voorzien van een betonvloer. In het pand is een bovengrondse olietank in lekbak aanwezig. Aan de noordzijde van de loods is een betonverharding aanwezig (voormalige wasplaats). Het overige terrein is grotendeels verhard met klinkers met enkele delen onverhard en enkele delen verhard met stelconplaten. Op het centrale terreindeel vindt opslag van bouwmaterialen plaats. Aan de noordzijde van het terrein vindt opslag plaats van gebroken en ongebroken puin. Het puingranulaat is, volgens opgave, gebroken door een daartoe gecertificeerde breker. Op dit terreindeel is een laag met halfverharding aanwezig, welke gebroken zou zijn door die erkende breker. Op dit terreindeel vindt opslag puin plaats. Op basis van de verkregen informatie en terreinverkenning is er geen sprake van asbestverdachte bronnen op of nabij de locatie (zoals daken met asbestverdachte dakbedekking e.d.) die van invloed kunnen zijn op de bodemkwaliteit. Ter plaatse van de onderzoekslocatie en de directe omgeving vinden voor zover bekend geen potentieel bodembedreigende activiteiten (meer) plaats.

2.4. Belendende percelen Het bodemgebruik van de omliggende percelen is als volgt: - aan de noordzijde bevindt zich agrarische grond; - aan de oostzijde bevinden zich bedrijven en een bedrijf en natuurterrein; - aan de zuidzijde bevindt zich de openbare weg (Middelstraat); - aan de westzijde bevinden zich woningen.

2.5. Bodemonderzoeken/saneringen Pagina: 13 / 44

Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:

GB50230414.R001-0 9 november 2023

- eerdere bodemonderzoeken locatie In verband met de verwijdering van de drie ondergrondse tanks (2x 12000 liter diesel en 1x 3000 liter afgewerkt olie) aan de westzijde van de loods is in 1995 door Geofox een bodemonderzoek uitgevoerd. Ter plaatse is geen noemenswaardige verontreiniging aangetroffen. De grond ter plaatse van de pompen (dieselinstallatie) is echter niet onderzocht Voor een volledig inzicht in de resultaten wordt kortheidshalve verwezen naar de rapportage [Geofox B.V., kenmerk rapport: 75790/MK, d.d. november 1995]. Op 5 maart 1996 zijn vervolgens in het kader van BOOT de drie bovengenoemde ondergrondse tanks onder vermelding van de Nazca codes NZ080900483, NZ080900700 en NZ080900701 verwijderd. Uit navraag bij de gemeente blijkt dat er geen tanksaneringscertificaten aanwezig zijn. In verband met de voorgenomen aankoop van het terrein is in juni 1996 door Geofox een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de het terrein aan de Middelstraat 10 te De Moer. Hierbij zijn de voormalige (begin jaren ’70 verwijderde) dieselinstallatie (tank met pomp) [C] (x: 129354, y: 403977), de voormalige HBO tank (x:129368, y: 403975) en het voormalige (in 1987 afgebrande) bedrijfspand (x: 129361, y: 403988) onderzocht.

Uit de resultaten blijkt dat nabij de voormalige dieselinstallatie en de voormalige loods sterk verhoogde gehaltes minerale olie in de grond en sterk verhoogde gehaltes minerale olie en naftaleen in grondwater zijn aangetroffen. Tevens zijn er op het overige deel van het terrein [B] licht verhoogde gehaltes PAK aangetroffen. Geadviseerd werd een nader onderzoek uit te voeren ter plaatse van de sterke verontreiniging met minerale olie en de individuele monsters van mengmonster 2 separaat te analyseren op PAK. Voor een volledig inzicht in de resultaten wordt kortheidshalve verwezen naar de rapportage [Geofox B.V., kenmerk rapport: 757914/bh/mg, d.d. 5 juli 1996]. In september 1996 is door Geofox vervolgens een nader bodemonderzoek uitgevoerd. Naast de eerder aangetroffen olieverontreiniging ter plaatse van de voormalige dieselinstallatie [C] en het voormalige (in 1987 afgebrande) bedrijfspand werd nu aanvullend ook de wasplaats ten noorden van de uit 1988 stammende loods, het middenterrein (x: 129371, y: 404075) en de bij het verkennend onderzoek aangetroffen verhoogde gehalte aan PAK [B] ter plaatse van de oostzijde van deze loods onderzocht. Geconcludeerd werd dat ter plaatse van de voormalige dieselinstallatie [C] de grond over een minimale oppervlakte van 325 m² tot een diepte van 3 m-mv verontreinigd was met minerale olie.

De verontreiniging overschreed de perceelsgrens met perceel Q897 (openbare weg) en was derhalve perceelsoverschrijdend. Het grondwater ter plaatse was over een oppervlakte van minimaal 750 m² tot een maximale diepte van 6 m-mv verontreinigd en ook deze verontreiniging was perceelsoverschrijdend. Aan de oostzijde van de loods werd ter plaatse van boring 10 ([B], x: 1293756, y: 404005) een sterk verhoogd gehalte aan PAK (79 mg/kgds) aangetroffen. Ook in de grond ter plaatse van het middenterrein [A] zijn sterk verhoogde gehaltes aan PAK en minerale olie aangetroffen. Het grondwater ter plaatse was sterk verontreinigd met minerale olie en naftaleen. De omvang van deze verontreiniging diende nog in kaart te worden gebracht. Ter plaatse van de wasplaats was de grond niet tot slecht licht verontreinigd. Geadviseerd werd een nader onderzoek uit te voeren ter plaatse van het middenterrein [A] en ter plaatse van boring 10 [B] om zo de saneringsnoodzaak te bepalen. Voor een volledig inzicht in de resultaten wordt kortheidshalve verwezen naar de rapportage [Geofox B.V., kenmerk rapport: 75792/BH/mg, d.d. september 1996]. Hierop volgend is in april en juni 1997 door Geofox een aanvullend nader onderzoek uitgevoerd naar de aangetroffen verontreinigingen ter plaatse van het middenterrein [A] en boring 10 [B] en is aanvullend ook de werkplaats (loods uit 1988) onderzocht.

Geconcludeerd Pagina: 14 / 44

Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:

GB50230414.R001-0 9 november 2023

werd dat naast de reeds ingekaderde verontreiniging met minerale olie ter plaatse van de voormalige dieselinstallatie [C] ten oosten van de loods de grond verontreinigd met PAK [B]. Deze verontreiniging is waarschijnlijk gerelateerd aan de ter plaatse aangetroffen puinbijmengingen (naar verluid resten van een oude kerk). Deze verontreiniging was (vooral naar het zuiden toe) nog niet volledig ingekaderd. De grond op het middenterrein [A] was plaatselijk sterk verontreinigd met PAK en minerale olie. De verontreinigingsdiepte in de grond bedroeg maximaal 3,5 m-mv. Ook het grondwater ter plaatse was sterk verontreinigd met PAK en minerale olie. De verontreinigingsdiepte in het grondwater bedroeg maximaal 5 m-mv. Ook deze verontreiniging hing waarschijnlijk samen met het ter plaatse aanwezige stortmateriaal. Alhoewel de verontreiniging niet volledig ingekaderd was werd geconcludeerd werd voor deze verontreinigingssituatie een saneringsnoodzaak bestond. In de werkplaats was ter plaatse van boring 207 [D] (x: 129354, y: 404025) de grond sterk verontreinigd met minerale olie. Het grondwater ter plaatse was licht verontreinigd. Voor een volledig inzicht in de resultaten wordt kortheidshalve verwezen naar de rapportage [Geofox B.V., kenmerk rapport: 75793t/bh/mg, d.d. juli 1997.

In 2006 is door UDM een aanvullend nader bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Middelstraat 10 in De Moer. Hierbij werd naast de bekende, maar nog niet (volledig) ingekaderde verontreinigingen [A, B en D], ook de voormalige zoutopslag onderzocht. Geconcludeerd werd dat de grond ter plaatse van deze zoutopslag niet verontreinigd was. Het grondwater ter plaatse was wel licht verontreinigd (met chroom en (som)xylenen). De sterke verontreiniging van de grond met PAK ter plaatse van de oostzijde van de loods [B] was na dit onderzoek volledig ingekaderd. Geschat werd dat de bovengrond over een oppervlak van 70 m² (dus 35 m³) sterk verontreinigd was met PAK. Het betrof hier derhalve een geval van ernstig geval van bodemverontreiniging. Ter plaatse van het middenterrein [A] werden 2 separate spots (25 m³ en 70 m³) sterk met PAK en minerale olie verontreinigde grond aangetroffen. Het volume sterk met minerale olie verontreinigd grondwater (1 geval) werd ingeschat op 230 m³. De verontreiniging van de grond met minerale olie ter plaatse van de bovengrondse brandstoftanks in de loods/werkplaats [D] was volledig ingekaderd en zeer beperkt van omvang (< 5m³). Op basis van dit en voorgaande onderzoeken werd geconcludeerd dat er sprake was van drie niet spoedeisende gevallen van ernstige bodemverontreiniging.

Voor een volledig inzicht in de resultaten wordt kortheidshalve verwezen naar de rapportage [UDM midden B.V., rapportnummer 05.02.0838.R01, d.d. 10 augustus 2006]. In verband met de voorgenomen eigendomsoverdracht en toekomstige bouwplannen is door Wematech Bodem Adviseurs B.V. in september en oktober 2022 een verkennend en actualiserend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het perceel aan de Middelstraat 10(a) te De Moer. Per deellocatie werd het volgende geconcludeerd: -[A]: Olieverontreiniging middenterrein Bij de veldwerkzaamheden werden in de grond sporen tot zwakke bijmengingen van baksteen, steen en grond aangetroffen. Verder zijn enkele boringen gestaakt op een harde laag. Dit is een bevestiging van waarnemingen uit een eerder uitgevoerd onderzoek. De eerder aangetroffen olieverontreiniging in de grond werd bevestigd. Het onderzoek bevestigd de eerder vastgestelde contouren. Het volume sterk verontreinigde grond bedraagt zeker 200 m³. Een actualisatie van het grondwater heeft niet plaatsgevonden.

Pagina: 15 / 44

Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:

GB50230414.R001-0 9 november 2023

-[B]: PAK-spot ten oosten van het kantoor Bij de veldwerkzaamheden werden in de grond sporen tot zwakke bijmengingen van baksteen, steen en grind en sporadisch sporen beton aangetroffen. Verder zijn enkele boringen gestaakt op een harde laag. De eerder aangetroffen PAK-verontreiniging in de grond werd min of meer bevestigd al leek de contour aan de oostzijde iets groter uit te vallen. Het volume sterk verontreinigde grond bedraagt minimaal 50 m³. -[C]: Olieverontreiniging voormalige dieselinstallatie Bij de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk zwakke tot matige olie-/waterreacties waargenomen vanaf circa 30 cm-mv tot circa 150 cm-mv. Geconcludeerd werd dat de eerder aangetroffen olieverontreiniging wordt bevestigd. De contouren van de voorgaande onderzoeken werden eveneens min of meer bevestigd. Het volume sterk verontreinigde grond bedroeg minimaal 250 m³. Ook de verontreiniging van het grondwater met minerale olie werd bevestigd. De contouren werden echter niet geheel bevestigd. Het volume sterk verontreinigd grondwater bedroeg minimaal 225 m³. -[D]: Oliespot bovengrondse olietank (in werkplaats) Bij de veldwerkzaamheden zijn er geen relevante bijzonderheden en/of afwijkingen aangetroffen. De eerder aangetroffen olieverontreiniging werd bevestigd. Alhoewel deze nog niet volledig is ingekaderd werd gesteld dat minimaal 10 m³ grond sterk verontreinigd was.

-[E]: Overige perceel Bij de veldwerkzaamheden werden in de grond sporen tot zwakke bijmengingen van baksteen, steen en grind en sporadisch sporen beton aangetroffen. Verder zijn enkele boringen gestaakt op een harde laag. Nabij boring E27 was mogelijk een puinlaag in de bodem aanwezig. De bovengrond was plaatselijk licht verontreinigd met PCB en PAK. De ondergrond was licht verontreinigd met PAK. Het grondwater was plaatselijk licht verontreinigd met barium, naftaleen en benzeen en som xylenen. Tevens was het grondwater plaatselijk matig verontreinigd met barium. De oorzaak van dit matig bariumgehalte is niet eenduidig aan te geven. -[F]: Terrein woonbestemming Bij de veldwerkzaamheden zijn er geen relevante bijzonderheden en/of afwijkingen aangetroffen. Zowel de boven- als de ondergrond waren niet verontreinigd. Het grondwater was licht verontreinigd met barium en (som) xylenen. Geadviseerd werd om bij de voorgenomen aankoop van het terrein rekening te houden met de aanwezige gevallen van bodemverontreiniging en de daarbij behorende saneringsmaatregelen in de toekomst (bij herontwikkeling). Tevens werd geadviseerd om, ter beperking van het restrisico, beperkt aanvullend onderzoek te verrichten teneinde een betere inschatting van volumes van de verontreinigingen en asbest in de puinlaag (o.a. bij boring E27) te verkrijgen.

Voor een volledig inzicht in de resultaten wordt kortheidshalve verwezen naar de rapportage [Wematech Bodem Adviseurs B.V., projectnummer: VBE50220556, kenmerk rapport: GB50220556.R001-0, d.d. 15 december 2022]. In juli 2023 is door Wematech Bodem Adviseurs B.V. op de locatie een K-waarde onderzoek verricht. Bij dit onderzoek is bij het meetpunt I02 een oliegeur waargenomen. De resultaten van de K-waarden zijn opgenomen in de briefrapportage met kenmerk HH50230423.B0010. De gegevens van meetpunt I02 en de daarbij behorende analyses zijn verwerkt in onderhavig rapport. - eerdere bodemonderzoeken omgeving Voor zover bekend is ter plaatse van de directe omgeving van de onderzoekslocatie niet eerder een bodemonderzoek verricht wat in het kader van onderhavig onderzoek van belang is.

Pagina: 16 / 44

Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:

GB50230414.R001-0 9 november 2023

- eerdere saneringen locatie Voor zover bekend is ter plaatse van de onderzoekslocatie niet eerder een bodemsanering uitgevoerd. Wel zijn, voor zover bekend, de drie ondergrondse tanks verwijderd. - eerdere saneringen omgeving Voor zover bekend is ter plaatse van de directe omgeving van de onderzoekslocatie niet eerder een bodemsanering uitgevoerd, welke in het kader van onderhavig onderzoek van belang is.

2.6. Informatie regionale achtergrondconcentraties Er is bij de gemeente en de provincie geen informatie beschikbaar over mogelijk regionaal verhoogde achtergrondconcentraties in het grondwater op en nabij de locatie. Het deel vanaf de openbare weg tot aan de achterzijde van de loods is volgens de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart gelegen in een ongezoneerd gebied met als bodemfunctieklasse wonen. Het noordelijk terreindeel van de locatie is volgens de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart gelegen in de kwaliteitszone achtergrondwaarde met als bodemfunctieklasse natuur/landbouw.

2.7. Geo(hydro)logie Regionale geologie De regionale geohydrologische bodemopbouw is afgeleid van de gegevens van de Geologische Dienst Nederland, DINOloket en het Actueel Hoogtebestand Nederland. De regionale bodemopbouw is tot circa 48 m-mv weergegeven in tabel 2.2. De hoogte ligging van het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie betreft circa 6,8 m+NAP. Tabel 2.2. Regionale geologie Diepte Formatienaam Samenstelling (m-mv) Tot -3,5 Boxtel Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind 3,5-27,5 Sterksel Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei 27,5-38,5 Sterksel Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, weinig fijn en grof zand en een spoor veen en grind 38,5-45,5 Sterksel Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei 45,5-48 Stramproy Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, weinig veen, fijn en grof zand en een spoor bruinkool

Kenmerk Deklaag

Watervoerend pakket Scheidende laag Watervoerend pakket Scheidende laag

Pagina: 17 / 44

Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:

GB50230414.R001-0 9 november 2023

Lokale ondiepe bodemopbouw Aan de hand van eerder uitgevoerde grondboringen op en/of nabij de locatie kan een globale beschrijving van de bodemopbouw worden gegeven. Deze globale beschrijving wordt weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2.3. Globale beschrijving lokale bodemopbouw Traject (cm-mv) Grondsoort 0-150 Afwisselend niet tot matig humeus zwak siltig matig fijn zand 150-250 Sterk zandig leem met plaatselijk zwak siltig matig fijn zand 250-350 Matig siltig matig fijn zand

Grondwaterstroming De globale horizontale stroming van het freatisch grondwater is noordelijk gericht. Grondwaterstand Op basis van de voorhanden zijnde gegevens is een grondwaterstand van circa 1,6 m-mv te verwachten. Grondwateronttrekkingen Op basis van de PMV Noord-Brabant kan worden gesteld dat de locatie niet binnen een beschermingszone van een waterwingebied ligt. Verder vinden er geen geregistreerde grondwateronttrekkingen plaatse in de directe omgeving.

2.8. Toekomstige situatie De opdrachtgever is voornemens de bedrijfslocatie aan te kopen en te bestemmen voor nieuwbouw. De bestemming voor de huidige bedrijfswoning zal dan ook worden omgezet naar bestemming wonen.

2.9. Conclusie vooronderzoek In verband met de voorgenomen bestemmingswijziging zijn bovenstaande onderzoeken ter beoordeling aan het bevoegd gezag (OMWB) voorgelegd. De OMWB heeft op 9 juni 2023 per brief met zaaknummer 2023-024958 aangegeven dat diverse locaties niet of niet voldoende zijn onderzocht. Daarbij dient onderbouwd te worden of de verontreinigingen historisch van aard zijn of dat sprake is van de zorgplicht in het kader van de Wbb. In verband de resultaten van het actualiserend bodemonderzoek uit 2022, het infiltratieonderzoek en de opmerkingen van het bevoegd gezag is besloten om de volgende deellocaties nog verder te onderzoeken: A. Olieverontreiniging middenterrein Bij deze deellocatie dient ook de parameter PAK onderzocht te worden. Vanwege de aangetroffen bijmenging is de deellocatie ook verdacht op de aanwezigheid van asbest. B. PAK-spot ten oosten van het kantoor De omvang van de PAK-verontreiniging dient in (noord)oostelijke richting verder in beeld gebracht te worden. Vanwege de aangetroffen bijmenging is de deellocatie ook verdacht op de aanwezigheid van asbest.

Pagina: 18 / 44

Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:

GB50230414.R001-0 9 november 2023

D. Oliespot bovengrondse olietank (in werkplaats) De omvang van de olieverontreiniging dient vastgesteld te worden. Hierbij moeten tevens de locaties van de aangrenzende voormalige dieselpompen worden onderzocht. E. Wasplaats De wasplaats is in het verleden beperkt onderzocht. De bodemkwaliteit ter plaatse van de wasplaats dient nog onderzocht te worden. Omdat op deze locatie geen detergenten zijn gebruikt hoeft hier niet op te worden onderzocht. F. Voormalige bovengrondse HBO-tank Ter plaatse van de voormalige bovengrondse olietank is in 1996 een boring geplaatst. Er was zintuiglijk geen verontreiniging aangetroffen. Een analyse van de grond is niet uitgevoerd, waardoor hier nog aanvullend onderzoek gewenst is H. Voormalige ondergrondse olietanks Er zijn geen tanksaneringscertificaten beschikbaar voor de drie verwijderde ondergrondse tanks ten westen van de loods. De actuele bodemkwaliteit dient derhalve bepaald te worden. I. Aangetroffen oliespot bij infiltratiegebied Ter plaatse van een toekomstig infiltratiegebied is een oliegeur waargenomen. De ernst en omvang van deze verontreiniging dient in beeld gebracht te worden. S. Vermeende stort Op de locatie is sprake geweest van een stookplaats aan de noordzijde van het terrein. Het terrein is hier reeds voorzien van circa 0,5-0,7 m aan halfverharding en er ligt een depot met gebroken puin (circa 6-7 meter hoog) op de locatie.

Het is niet opportuun om deze deellocatie te onderzoeken. Bij het onderzoek in 2022 zijn de boringen nabij het puindepot gestaakt op een harde laag. Het vermoeden bestaat dat in het verleden op die locatie een hoeveelheid puin in de bodem is gebracht. Aanvullend onderzoek (bijvoorbeeld middels het graven van sleuven) op het beschikbare deel van de locatie dient te worden uitgevoerd. Er is op de locatie geen gronddepot aanwezig. In de tekening in bijlage van het onderzoek 2022 is een gronddepot aangegeven. Dit betreft echter het puindepot. Grondwal Op de locatie is een grondwal aanwezig. De kwaliteit van de grond is niet bekend. een onderzoek naar de kwaliteit is daarom gewenst. Afgebrand pand Er kan niet worden uitgesloten dat de bodem ter plaatse van het afgebrande pand niet verontreinigd is met asbest en/of PFAS. De bodem ter plaatse dient onderzocht worden op asbest en PFAS. Overig terrein Op de locatie was een vatenopslag aanwezig. Deze voormalige vatenopslag betrof, voor zover nagegaan kon worden, opslag van lege vaten. Dit wordt niet aangemerkt als verdachte deellocatie.

Pagina: 19 / 44

Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:

GB50230414.R001-0 9 november 2023

2.10. Onderzoeksstrategie In tabel 2.4 wordt een overzicht gegeven van de gehanteerde onderzoeksstrategie voor de verschillende deellocaties. Tabel 2.4. Overzicht onderzoeksstrategie Protocol/ Verharding Veldwerk strategie A. Olie-/PAK-verontreiniging middenterrein NTA5755 Klinkers 10 boringen tot 1,5/2,0 m-mv NEN5707: Klinkers 11 gaten van tenminste 0,3x0,3 6.4.5 m tot 1,5 m-mv (met kraan) B. PAK-spot oosten van kantoor NTA5755 Klinkers 5 boringen tot 1,5 m-mv

Aantal analyses Grond

Grondwater

9 PAK 10 VROM 1 fractie < 63µm 2 asbest in grond

0

6 PAK 10 VROM 1 fractie < 63µm 1 asbest in grond

0

NEN5707: Klinkers 4 gaten van tenminste 0,3x0,3 6.4.5 m tot 0,5 m-mv D. Oliespot bovengrondse brandstoftank (i.c.m. pompen en wasplaats) NTA5755 beton 5 boringen tot 1,5 m-mv 5 minerale olie/H 1 fractie < 63 µm E. Wasplaats op overig terrein NEN5740 beton 2 boringen tot 1 m-mv 1 standaardpakket VEP 1 boringen met peilbuis F. Voormalige bovengrondse tank nabij nr. 10 Eigen klinkers 1 boring tot 2,0 m-mv 1 minerale olie/H H. Voormalige ondergrondse olietanks NEN5740: Halfverhar3 boringen tot 0,5 m-ok tank 3 minerale olie/H VEP-OO ding 1 boringen met peilbuis I. Aangetroffen oliespot bij infiltratiegebied NTA5755 Klinkers 1 boring tot 2,0 m-mv in kern 1 minerale olie/VAK/H 4 inkaderende boringen tot 2,0 5 minerale olie/H m-mv S. Vermeende stort Eigen HalfFase 1: 1 asbest in puin verharding 4 sleuven om opbouw na te 1 standaardpakket gaan onderkant puin Fase 2 (puindepot deels 0 verplaatst): 3-4 sleuven om contour vast te leggen 2 boringen met peilbuis (ter controle mogelijke uitloging a.g.v. aanwezigheid puin) Grondwal Eigen 2x25 grepen 2 standaardpakket/ PFAS(30) Afgebrand pand NEN5740: Klinkers 4 boringen tot 0,5 m-mv 1 PFAS (30) VED-HE afgeleid NEN5707: Klinkers 4 gaten van tenminste 0,3x0,3 1 asbest in grond 6.4.5 m tot 0,5 m-mv

0

0

0

1 standaardpakket

0 1 minerale olie/VAK

0

0

2 Standaardpakket/ Sb/As/Cr/Se/Sn/V/ sulfaat/bromide/ chloride/fluoride

0

0

0

Het standaardpakket voor landbodem en grond bestaat uit de volgende parameters: • 9 metalen: barium (Ba), cadmium (Cd), kobalt (Co), koper (Cu), kwik (Hg), lood (Pb), molybdeen (Mo), nikkel (Ni), zink (Zn); • PAK (10 VROM); • PCB (7); • minerale olie; • lutum- en humusgehalte. Pagina: 20 / 44

Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:

GB50230414.R001-0 9 november 2023

Het standaardpakket voor grondwater bestaat uit de volgende parameters: • 9 metalen: barium (Ba), cadmium (Cd), kobalt (Co), koper (Cu), kwik (Hg), lood (Pb), molybdeen (Mo), nikkel (Ni), zink (Zn) • VAK (vluchtige aromatische koolwaterstoffen); benzeen, tolueen, ethylbenzeen, somxylenen (som o, m, p), styreen en naftaleen; • VOCl (vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen): vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2-dichlooretheen, cis -1,2-dichlooretheen, som 1,2dichlooretheen, 1,1-dichloorethaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2 dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, 1,1dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, som dichloorpropanen, 1,1,2-trichloorethaan, tetrachlooretheen en bromoform; • minerale olie (GC). De geleidbaarheid, zuurgraad en troebelheid van het grondwater worden tijdens het bemonsteren van het grondwater bepaald. Aanvullend onderzoek asbest Bij de eerste fase van het onderzoek is een asbestconcentratie > 100 mg/kgds bij deelgebied A (olie-/PAK-verontreiniging middenterrein). De asbestverontreiniging lijkt binnen de contouren van de verontreiniging met minerale olie (en mindere mate PAK) aanwezig. Ter aanvulling op het verkennend onderzoek worden aanvullend 3 inkaderende sleuven gegraven en eveneens nog een aanvullend gat gegraven.

De uit de sleuven/gaten vrijkomende grond wordt gezeefd over een zeef met maaswijdte van 20 mm gebracht. Het materiaal > 20 mm wordt geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Uitgangspunt is dat na zeven alle asbestverdachte materialen > 20 mm zijn verwijderd. De mengmonsters worden samengesteld uit de gezeefde grond (fractie < 20 mm). Asbestverdachte materialen (> 20 mm) worden per gat en per laag van maximaal 50 cm bemonsterd (materiaalverzamelmonster). Daar waar sprake is van > 50 % aan bijmengingen zal een bemonstering en analyse plaatsvinden zoals omschreven in de NEN5897.

Pagina: 21 / 44

Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:

GB50230414.R001-0 9 november 2023

3. VERKENNEND EN NADER BODEMONDERZOEK 3.1. Inleiding Voor het onderzoeksprogramma zijn de richtlijnen van de Nederlandse Norm 5740 en NTA5755 als uitgangspunt gehanteerd. Het bodemonderzoek heeft betrekking op het terrein zoals dat in bijlage 2 is weergegeven. De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd volgens de protocollen 2001 en 2002 behorende bij de BRL SIKB 2000 en handreiking PFAS bemonsteren.

3.2. Veldwerkzaamheden Voordat met het veldwerk is begonnen, is een terreinverkenning verricht en is het maaiveld van het terrein visueel gecontroleerd op mogelijke verontreinigingen als gevolg van o.a. illegale lozingen en/of stortingen (bijv. afgewerkte olie, gevaarlijk afval, asbestverdachte materialen e.d.). Tijdens deze controle zijn geen bijzonderheden aangetroffen. De gegevens van de uitvoering van het veldwerk is aangegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1. Overzicht uitgevoerde veldwerkzaamheden en veldwerkers Omschrijving Protocol Datum Erkende veldwerker(s) Plaatsen grondboringen 2001 26-06-2023 J.R. Flanagan en R.A.H.M. Frijters 12-07-2023 C.A.L. Mol en S. van de Reijt (i.o.) 13-07-2023 J.R. Flanagan en R.A.H.M. Frijters 28-07-2023 R.A.H.M. Frijters en J.M. Verspoor 16-10-2023 R.A.H.M. Frijters en J.F.J.L. van Overveld Plaatsen peilbuizen 2001 12-07-2023 C.A.L. Mol en S. van de Reijt (i.o.) 11-09-2023 R.A.H.M. Frijters 16-10-2023 R.A.H.M. Frijters en J.M. Verspoor Bemonsteren peilbuizen (inclusief 2002 28-07-2023 R.A.H.M. Frijters veldmetingen grondwater) 16-10-2023 R.A.H.M. Frijters 31-10-2023 R.A.H.M. Frijters

De profielen van de uitgevoerde grondboringen zijn beschreven en de opgeboorde grond is zintuiglijk beoordeeld. De profielbeschrijvingen van de grondboringen zijn opgenomen in bijlage 3. De grond is bemonsterd per traject van maximaal 50 cm. De situering van de boorplaatsen en de peilbuizen is aangegeven in bijlage 2. Foto’s van de onderzoekslocatie zijn opgenomen in bijlage 11.

3.3. BRL SIKB 2000 Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden is niet afgeweken van de protocollen 2001 en 2002 behorende bij de BRL SIKB 2000. De boringen bij deellocatie A zijn grotendeels gecombineerd met de gaten voor het onderzoek naar asbest. Voorafgaand aan het graven is voorgeboord met een edelmanboor.

Pagina: 22 / 44

Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:

GB50230414.R001-0 9 november 2023

3.4. Laboratoriumonderzoek De verzamelde grond- en grondwatermonsters zijn zo spoedig mogelijk na monsterneming aangeboden aan het laboratorium met RvA accreditatie SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam, waar conservering en analyse volgens de AS3000 heeft plaatsgevonden. - grond Het laboratorium is verzocht analysemonsters samen te stellen en de analysemonsters te analyseren volgens tabel 3.2. De analysecertificaten van de grond(meng)monsters zijn opgenomen in bijlage 4. Tabel 3.2. Analysemonsters grond AnalyseDeelmonsters Motivatie monster A. Olie-/PAK-verontreiniging middenterrein A102-3 A102 (60 - 110) Verificatie aanwezigheid PAK A103-4 A103 (70 - 110) Verificatie aanwezigheid PAK A104-2 A104 (30 - 80) Verificatie aanwezigheid PAK A105-7 A105 (80 - 130) Verificatie aanwezigheid PAK A106-2 A106 (30 - 80) Verificatie aanwezigheid PAK A108-2 A108 (40 - 90) Verificatie aanwezigheid PAK A109-2 A109 (40 - 90) Verificatie aanwezigheid PAK A110-2 A110 (50 - 80) Verificatie aanwezigheid PAK A111-2 A111 (50 - 100) Verificatie aanwezigheid PAK MMAkorrel A102 (110 - 150) Bepalen slibfractie t.b.v. A103 (20 - 70) reinigingsmogelijkheden A111 (100 - 140) B.

PAK-spot oosten van kantoor B101A-5 B101A (90 - 140) Verticale inkadering PAK B102-3 B102 (50 - 80) Horizontale inkadering PAK B102-4 B102 (80 - 100) Verticale inkadering PAK B102-5 B102 (100 - 150) Verticale inkadering PAK B103-2 B103 (60 - 100) Horizontale inkadering PAK B104-2 B104 (30 - 80) Horizontale inkadering PAK B105-3 B105 (50 - 100) Horizontale inkadering PAK B201-4 B201 (170 - 200) Verticale inkadering PAK MMBkorrel B101A (40 - 90) Bepalen slibfractie t.b.v. B102 (25 - 50) reinigingsmogelijkheden B105 (20 - 50) B201 (50 - 100) D. Oliespot bovengrondse brandstoftank D101-1 D101 (26 - 76) Horizontale inkadering oliespot (tevens onderbouwing kwaliteit onder wasplaats) D102-1 D102 (26 - 76) Horizontale inkadering oliespot (tevens onderbouwing kwaliteit grond nabij voormalige pomp) D103-1 D103 (26 - 76) Horizontale inkadering oliespot (tevens onderbouwing kwaliteit grond nabij voormalige pomp) D104-1 D104 (15 - 65) Horizontale inkadering oliespot D105-1 D105 (15 - 65) Horizontale inkadering oliespot MMCkorrel D101 (26 - 76) Bepalen slibfractie t.b.v. D102 (26 - 76) reinigingsmogelijkheden D104 (15 - 65) E. Wasplaats op overig terrein MME10X E100 (58-108) Vaststellen bodemkwaliteit in meest verdachte E101 (58-80) laag (i.c. onderkant betonvloer) E101 (80-100) E102 (58-80) F. Voormalige bovengrondse tank nabij nr. 10

Analysepakket

PAK (10 VROM) PAK (10 VROM) PAK (10 VROM) PAK (10 VROM) PAK (10 VROM) PAK (10 VROM) PAK (10 VROM) PAK (10 VROM) PAK (10 VROM) Fractie <63µm

PAK (10 VROM) PAK (10 VROM) PAK (10 VROM) PAK (10 VROM) PAK (10 VROM) PAK (10 VROM) PAK (10 VROM) PAK (10 VROM) Fractie <63µm

Minerale olie/os Minerale olie/os

Minerale olie/os

Minerale olie/os Minerale olie/os Fractie <63µm

Standaardpakket incl. lu/os

Pagina: 23 / 44

Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:

Analysemonster F101-3

Deelmonsters

GB50230414.R001-0 9 november 2023

Motivatie

Analysepakket

Bepalen mogelijke aanwezigheid minerale olie in meest verdachte bodemlaag H. Voormalige ondergrondse olietanks H102-6 H102 (150 - 200) Bepalen aanwezigheid olieproducten niveau onderkant voormalige tank (bitumenhoudende grond) MMH01 H101 (150 - 200) Bepalen aanwezigheid olieproducten niveau H104 (210 - 250) onderkant voormalige tank MMH02 H103 (150 - 200) Bepalen aanwezigheid olieproducten niveau onderkant voormalige tank (bitumenhoudende grond) I. Aangetroffen oliespot bij infiltratiegebied I02-7 I02 (200 - 220) “worst case” monster met olie-/waterreactie I02-9 I02 (250 - 300) Bepalen aanwezigheid olie i.v.m. met olie/waterreactie I101-5 I101 (140 - 170) Horizontale verificatie vermeende oliespot I102-6 I102 (180 - 200) Horizontale verificatie vermeende oliespot I103-5 I103 (150 - 190) Horizontale verificatie vermeende oliespot I104-5 I104 (150 - 190) Horizontale verificatie vermeende oliespot S. Vermeende stort MMS01 S01 (130 - 150) Bepalen kwaliteit onderkant puinstort S02 (140 - 150) S04 (100 - 150) Grondwal Grondwal 0-200 Bepalen kwaliteit grondwal (indicatief) deel 1 Grondwal 0-200 Bepalen kwaliteit grondwal (indicatief) deel 2 Afgebrand bedrijfspand MMCG01 GC01 (08 - 50) Bepalen mogelijke aanwezigheid van PFAS als gevolg van blusactiviteiten GC02 (20 - 50) GC03 (20 - 50) GC04 (08 - 50)

Minerale olie/os

F101 (70-100)

Minerale olie/os

Minerale olie/os Minerale olie/os

Minerale olie/VAK/os Minerale olie/os Minerale olie/os Minerale olie/os Minerale olie/os Minerale olie/os Standaardpakket incl. lu/os

Standaardpakket incl. lu/os/PFAS(30) Standaardpakket incl. lu/os/PFAS(30) PFAS(30)

- grondwater Het laboratorium is verzocht de aangeboden grondwatermonsters te analyseren volgens tabel 3.3. De analysecertificaten is opgenomen in bijlage 5. Tabel 3.3. Grondwatermonsters Peilbuis Filterdiepte (cm-mv) E. Wasplaats op overig terrein E100 270 - 370 H. Voormalige ondergrondse olietanks H104 270 - 370 S. Vermeende stort K01 220 - 320

K02

120 - 220

Motivatie

Analysepakket

Bepalen kwaliteit grondwater nabij wasplaats

Standaardpakket

Bepalen kwaliteit grondwater nabij voormalige ondergrondse tanks

Minerale olie/VAK

Bepalen mogelijke invloed van puinlaag (door middel van uitloging) op kwaliteit grondwater Bepalen mogelijke invloed van puinlaag (door middel van uitloging) op kwaliteit grondwater

Standaardpakket/Sb/As/Cr/Se/ Sn/V/sulfaat/bromide/chloride/ fluoride Standaardpakket/Sb/As/Cr/Se/ Sn/V/sulfaat/bromide/chloride/ fluoride

Pagina: 24 / 44

Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:

GB50230414.R001-0 9 november 2023

3.5. Bodemopbouw Aan de hand van de uitgevoerde grondboringen kan een globale beschrijving van de bodemopbouw worden gegeven. Deze globale beschrijving wordt weergegeven in de volgende tabel. Tabel 3.5. Globale beschrijving lokale bodemopbouw Traject (cm-mv) 0-150 150-250 250-350

Grondsoort Afwisselend niet tot matig humeus zwak siltig matig fijn zand Sterk zandig leem met plaatselijk zwak siltig matig fijn zand Matig siltig matig fijn zand

De beschrijvingen van de bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 3.

3.6. Zintuiglijke waarnemingen Bij de uitgevoerde grondboringen en het bemonsteren van het grondwater zijn op basis van zintuiglijke beoordeling onderstaande relevante bijzonderheden en/of afwijkingen aangetroffen. Tabel 3.6. Overzicht bijzonderheden/afwijkingen Boring-/peilbuisnummer

Traject (cmmv) A. Olie-/PAK-verontreiniging middenterrein A102 30 – 60 60 – 150 A103 20 – 110

A105

110 30 – 130

A106

130 30 – 80

A107

30 – 60 60 – 150

A108

150 40 – 150

A109

40 – 90 90 – 150

A110

A111

150 50 – 80 80 – 130 50 – 140 140

B. PAK-spot oosten van kantoor B101 25 – 40 B101A 20 – 35 35 – 40 40 – 90 B102

25 – 50 80 – 100

Bijzonderheden/afwijkingen

Matig baksteenhoudend, sporen stenen Sporen beton, sporen baksteen, zwak leisteenhoudend Matig baksteenhoudend, sporen koolas, zwak puinhoudend, matig steenhoudend, zwak betonhoudend Gestaakt op betonplaat Matig baksteenhoudend, sporen beton, sporen hout, sporen plastic, matig steenhoudend Gestaakt op betonplaat Matig baksteenhoudend, zwak betonhoudend, zwak steenhoudend, zwak houthoudend Matig baksteenhoudend, zwak betonhoudend, zwak steenhoudend Matig houthoudend, zwak betonhoudend, sterk baksteenhoudend, zwak puinhoudend, matig steenhoudend Gestaakt Matig baksteenhoudend, zwak steenhoudend, zwak houthoudend, sporen beton Zwak baksteenhoudend, sporen hout, sporen stenen, sporen puin Zwak steenhoudend, sterk houthoudend, zwak betonhoudend, brokken leem, sterk baksteenhoudend Gestaakt Zwak baksteenhoudend, sporen stenen Sterk baksteenhoudend, zwak houthoudend, zwak steenhoudend, sporen beton Zwak baksteenhoudend, sporen stenen Gestaakt op beton en hout Matig baksteenhoudend, sporen asbest, zwak grindhoudend Matig baksteenhoudend, zwak grindhoudend, zwak steenhoudend, sporen koolas Volledig beton Resten bitumen, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend Matig baksteenhoudend, sporen grind, sporen aardewerk Resten baksteen, sporen beton Pagina: 25 / 44

Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:

Boring-/peilbuisnummer B103 B104 B105

B201

Traject (cmmv) 10 – 60 30 – 90 20 – 50 50 – 100 100 20 – 50

50 – 120 D. Oliespot bovengrondse brandstoftank D101 19 – 26 D102 19 – 26 D103 19 – 26 100 F. Voormalige bovengrondse tank nabij nr. 10 F101 8 - 70 70 - 100 H. Voormalige ondergrondse olietanks H101 15 - 30 H102 15 - 70 150 - 200 H103 15 - 60 150 - 200 H104 7 - 70 I. Aangetroffen oliespot bij infiltratiegebied I02 40 - 80 120 – 180 180 - 200

I101 I102 I103

I104

200 - 250 40 - 90 170 30 - 50 130 - 180 100 - 150 150 - 190 190 100 - 150 150 - 190

GB50230414.R001-0 9 november 2023

Bijzonderheden/afwijkingen Resten baksteen Matig baksteenhoudend Matig baksteenhoudend, sporen grind matig baksteenhoudend, Gestaakt op baksteen Zwak baksteenhoudend, matig betonhoudend, zwak steenhoudend Sterk baksteenhoudend Slakken/cement Slakken/cement Slakken/cement Gestaakt op (waarschijnlijk) beton Sporen grind Sporen baksteen Zwak steenhoudend, matig baksteenhoudend Matig baksteenhoudend, matig steenhoudend Sporen bitumen, sporen beton, sporen baksteen Zwak steenhoudend, matig baksteenhoudend Sporen bitumen Matig baksteenhoudend, matig steenhoudend Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen, sporen beton, zwak plastichoudend, zwak wortelhoudend, zwakke / matige olie-water reactie Zwak wortelhoudend, zwakke olie-water reactie sporen baksteen, geen olie-water reactie Gestaakt op hout Zwak baksteenhoudend Zwak plantenhoudend, sporen baksteen Sporen baksteen, zwak plantenhoudend, geen olie-water reactie matig plantenhoudend, geen olie-water reactie Gestaakt op verharding Sporen baksteen Sporen baksteen, sporen stenen, sporen planten

3.7. Veldmetingen In de onderstaande tabel zijn de veldmetingen van het grondwater opgenomen. Tabel 3.7. Veldmetingen grondwater Peilbuis

Filterdiepte Grondwaterstand (cm-mv) (cm-mv) E. Wasplaats op overig terrein E100 270 - 370 207 H. Voormalige ondergrondse olietanks H104 270 - 370 226 S. Vermeende stort K01 220 - 320 32 K02 120 - 220 35

Zuurgraad (pH)

EC (µS/cm)

Troebelheid (FNU)

7,0

610

426

6,4

430

48,2

6,8 6,5

740 430

46,3 312

Pagina: 26 / 44

Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:

GB50230414.R001-0 9 november 2023

3.8. Toetsing 3.8.1. Wet bodembescherming De analyseresultaten van de grond worden beoordeeld aan de hand van de achtergrondwaarden uit bijlage B van de (wijzigingen) Regeling bodemkwaliteit en de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. De analyseresultaten van het grondwater worden beoordeeld aan de hand van de streef- en interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. De betekenis van de normwaarden is als volgt: Achtergrondwaarden: geven het niveau aan voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Streefwaarden:

geven het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. De streefwaarden (S) geven het uiteindelijk te bereiken kwaliteitsniveau van het grondwater aan.

Interventiewaarden:

geven het niveau aan wanneer de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig bedreigd/aangetast zijn, of dreigen te worden verminderd.

Bij gevallen van bodemverontreiniging, waarbij de interventiewaarden niet worden overschreden, wordt door het bepalen van de index van de gemeten concentratie van de betreffende parameter(s) ten opzichte van de achtergrond- en interventiewaarde van deze component(en) nagegaan of nader onderzoek naar de ernst en omvang van de verontreiniging nodig kan zijn (bij index > 0,5). De berekening van de index vindt als volgt plaats: Index = (GW - AW) / (I - AW) Waarin:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=b16cb94f-4a0f-4b45-8cbb-ff5641723911