Bijlage 4. Overzicht van wijzigingen in de participatieverordening
Tekst van het document
Participatieverordening 2027 – overzicht van wijzigingen
Verordening participatie 1.0
Artikel 1. Definities In deze verordening verstaan we onder: - Beleidsvoornemen: voornemen van een bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. - Participatie: betrekken van inwoners en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid.
Participatieverordening 2027 Artikel 1. Onderwerp verordening Deze verordening regelt de betrokkenheid van en samenwerking met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties bij de ontwikkeling (daaronder begrepen de voorbereiding, uitvoering en evaluatie) van gemeentelijk beleid, alsmede de rol van het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad in deze processen. Deze verordening is daarnaast van toepassing op de manier waarop de gemeente ondersteuning biedt aan of reageert op initiatieven van inwoners, ondernemers en/of maatschappelijke organisaties. Artikel 2. Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. inwoners: ingezetenen van de gemeente Loon op Zand als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Gemeentewet; b. ondernemers: commerciële bedrijven en exploitanten die lokaal actief zijn of die een lokaal belang hebben in de gemeente Loon op Zand; c. maatschappelijke organisaties: nietcommerciële rechtspersonen met een maatschappelijk doel, zoals verenigingen en stichtingen, die lokaal actief zijn of die een lokaal belang hebben in de gemeente Loon op Zand; d. inwonersinitiatief: een lokaal initiatief met een overwegend maatschappelijke component, opgezet door inwoners, ondernemers of maatschappelijke organisaties; e.
uitdaagrecht: het recht van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties op het overnemen van een taak van de gemeente; f. bestuursorgaan: de burgemeester of het college van burgemeester en wethouders of de raad van de gemeente Loon op Zand; g. beleid: een aanpak of strategie van de gemeente om een bepaald doel te realiseren; h. beleidsvoornemen: het voornemen van een bestuursorgaan tot het vaststellen of herzien van beleid; i. participatie: samen werken aan de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid, op een duidelijke, transparante en gelijkwaardige manier, door te praten met en te luisteren naar inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties en hen te laten meedenken,
1
Artikel 2. Onderwerp van participatie 1. Elk bestuursorgaan besluit over eigen bevoegdheden zelf of participatie wordt toegepast.
meedoen en, waar mogelijk, mee te laten beslissen; j. inwonersparticipatie: het op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Inwonersparticipatie kan de vorm aannemen van informeren, raadplegen, adviseren, samenwerken of meebeslissen; k. overheidsparticipatie: het deelnemen van de gemeente aan een inwonersinitiatief. Overheidsparticipatie kan de vorm aannemen van het bieden van (ambtelijke, financiële of materiële) ondersteuning. l. Nota Participatiebeleid: het door de raad op 2 juli 2026 vastgestelde participatiebeleid. Artikel 3. Doelstelling en reikwijdte 1. Deze verordening heeft als doel om participatie te stimuleren, teneinde de kwaliteit van lokale democratische processen te vergroten en de relatie tussen gemeente en inwoners te versterken. Verder wil deze verordening daarbij helderheid scheppen over proces en rolverdeling. 2. Participatie wordt niet toegepast: a. als dit bij of krachtens een wettelijk voorschrift is uitgesloten; of b. bij opstelling van een coalitieakkoord na gemeenteraadsverkiezingen; of c. bij vaststelling van de begroting of bij vaststelling van de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen als bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; of d.
als er sprake is van uitvoering van regelingen van hogere overheden waarbij de gemeente geen ruimte heeft om eigen afwegingen te maken; of e. voor een beleidsvoornemen dat uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking heeft op interne of organisatorische aangelegenheden van de gemeente. 3. Participatie en uitdaagrecht komt toe aan inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties die lokaal actief zijn of die een lokaal belang hebben. Met lokaal wordt bedoeld: binnen de grenzen van de gemeente Loon op Zand. 4. De gemeente Loon op Zand geeft in een vroeg stadium inzicht in gemeentelijke beleidsvoornemens, in het bijzonder voor dorpen en wijken, zodat belanghebbenden tijdig invloed kunnen uitoefenen. 5. Deze verordening is opgesteld met de gemeentelijke Nota Participatiebeleid als kader. 6. Deze verordening is niet van toepassing op participatie of inspraak die al is geregeld in andere regelgeving of procedures, zoals bijvoorbeeld in de Omgevingswet. Artikel 4. Keuze voor participatie 1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inwonersparticipatie wordt toegepast bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. 2
2. Participatie wordt altijd toegepast als de wet daartoe verplicht. 3. Er is geen participatie mogelijk: a. over ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; b. als participatie bij of volgens wettelijk voorschrift is uitgesloten; c. als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d. over de vaststelling van de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; e. als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat we participatie niet kunnen afwachten; f. als het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving. Artikel 3. Procedure participatie 1. Voor participatie geldt de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.
2. Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere participatieprocedure vaststellen.
2. Inwonersparticipatie wordt altijd toegepast als de wet daartoe verplicht. 3. Inwonersparticipatie hoeft niet te worden toegepast: a. bij een ondergeschikte herziening van een eerder vastgesteld beleid; b. als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat de uitkomst van een participatieproces niet kan worden afgewacht; of c. als het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.
Artikel 5. Participatieproces 1. Het bestuursorgaan besluit bij de start van een proces tot vaststelling of herziening van een aanpak of strategie of en op welke wijze inwonersparticipatie wordt toegepast. Leidend hierbij zijn de uitgangspunten, het stappenplan en het afwegingskader in hoofdstuk 6 van de Nota Participatiebeleid. 2. Als het bestuursorgaan besluit om inwonersparticipatie toe te passen, wordt dit vastgelegd in een participatieplan. Daarin wordt antwoord gegeven op ten minste de volgende vragen: a. Wat is de (maatschappelijke, fysieke, financiële) impact van het beleidsvoornemen of plan? b. Wat zijn de kernvragen bij het beleidsvoornemen of plan? c. Wie moeten er betrokken worden en op welke wijze wordt contact gezocht? d. Wat is het doel van participatie? Wat willen we bereiken met het betrekken van inwoners? e. Wat is het niveau van de participatie? Maak een keuze uit de volgende niveaus: I. informeren: belanghebbenden worden geïnformeerd II. raadplegen: belanghebbenden worden geraadpleegd III. adviseren: belanghebbenden adviseren de gemeente IV. samenwerken: belanghebbenden en gemeente werken samen V. meebeslissen: belanghebbenden en gemeente beslissen samen VI. zelfbesturen: belanghebbenden organiseren zelf f. Wie is verantwoordelijk voor de uitvoering van de participatie? g. Wat is de rol van het college van burgemeester en wethouders en/of de raad? 3
Artikel 4. Eindverslag participatie 1. Na de participatie maakt het bestuursorgaan hiervan een eindverslag.
2. Het eindverslag bevat in ieder geval: a. een overzicht van de gevolgde participatieprocedure; b. een overzicht van de mondelinge en schriftelijke zienswijzen die tijdens de participatieprocedure zijn ingebracht; c. een reactie op deze zienswijzen, waarbij het bestuursorgaan aangeeft welke punten het wel en niet overneemt. 3. Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar.
h. Wat zijn de kosten van het participatieproces? 3. In het participatieplan wordt tevens vermeld op welke wijze het bestuursorgaan verwacht navolging te geven aan de uitkomsten van het participatieproces. Het bestuursorgaan heeft daarbij de volgende opties: • het bestuursorgaan neemt kennis van de uitkomsten van het participatietraject en zal nader afwegen of en in welke mate deze uitkomsten kunnen worden meegenomen in de politieke besluitvorming; • het bestuursorgaan beschouwt de adviezen en conclusies uit het participatietraject als een zwaarwegend uitgangspunt bij politieke besluitvorming; • het bestuursorgaan neemt de adviezen en conclusies uit het participatietraject over mits deze passen binnen de vooraf gestelde inhoudelijke, financiële en procedurele kaders; • het bestuursorgaan treedt met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties in nader overleg om de uitkomsten van het participatieproces om te zetten in een convenant of samenwerkingsovereenkomst waarin partijen de gemaakte afspraken vastleggen. 4.
Van de in het participatieplan aangekondigde navolging mag het bestuursorgaan afwijken, bijvoorbeeld wanneer het participatietraject sterk uiteenlopende visies heeft opgeleverd, wanneer betrokken belangen onvoldoende zijn meegewogen of wanneer de participatie heeft geleid tot nieuwe ideeën en inzichten die op gespannen voet staan met de vooraf gestelde kaders. De afwijking en de motivering daarvan wordt meegedeeld aan de deelnemers van het participatieproces. Artikel 6. Participatieverslag 1. Ter afronding van het participatieproces maakt het bestuursorgaan een schriftelijk verslag op. Het participatieverslag bevat in elk geval: a. een beschrijving van de gevolgde participatieprocedure; b. een overzicht van de mondelinge en schriftelijke reacties of zienswijzen die tijdens het participatieproces zijn ontvangen; en c. een reactie op deze reacties en zienswijzen, waarbij wordt aangegeven op welke punten al dan niet wordt overgegaan tot aanpassing van het beleidsvoornemen. 2. Het bestuursorgaan maakt het participatieverslag op de gebruikelijke wijze openbaar en informeert actief de deelnemers aan het participatieproces.
3. Het participatieverslag wordt door het bestuursorgaan betrokken bij het nemen van zijn beslissing over het beleidsvoornemen. 4
Artikel 7. Deelnemen aan inwonersinitiatieven 1. De gemeente neemt deel aan een inwonersinitiatief als naar het oordeel van het betrokken bestuursorgaan dat inwonersinitiatief bijdraagt aan de doelstellingen van het gemeentelijk beleid en/of dat inwonersinitiatief anderszins een positieve maatschappelijke bijdrage levert aan de lokale samenleving. 2. Het betrokken bestuursorgaan kan afzien van deelname aan een inwonersinitiatief als: a. er sprake is van onvoldoende draagvlak voor het initiatief bij omwonenden of anderen; of b. het initiatief naar het oordeel van het bestuursorgaan op financiële, juridische of praktische gronden niet haalbaar is; of c. het een onderwerp betreft waartegen een bezwaar- of beroepsprocedure in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht loopt of waarover de burgerlijke rechter is gevraagd een oordeel uit te spreken; of d. het een onderwerp betreft dat overwegend het eigenbelang van de initiatiefnemer dient. 3. Het betrokken bestuursorgaan kan besluiten het inwonersinitiatief (tijdelijk of langdurig) te ondersteunen door middel van: a. het ter beschikking stellen van ruimtes of huisvesting; b. het beschikbaar stellen van een (aanjaag)subsidie of andere financiële middelen; c. de inzet van ambtelijke expertise of netwerken; of d. een andere vorm van ondersteuning. 4.
Het betrokken bestuursorgaan neemt een besluit over het inwonersinitiatief en informeert de indieners. Artikel 8. Toepassen uitdaagrecht 1. De gemeente biedt inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties de mogelijkheid een voorstel in te dienen om de uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen. 2. Een voorstel met betrekking tot het uitdaagrecht wordt ingediend bij het college van burgemeester en wethouders en bevat in ieder geval de volgende onderdelen: a. omschrijving van de taak die de indiener wil overnemen; b. uitleg waarom en hoe de indiener de taak wil overnemen; c. uitleg over de betrokkenheid, kennis of ervaring van de indiener; d. indicatie van het draagvlak onder belanghebbende inwoners; e. begroting van de kosten die aan de uitvoering van de taak verbonden zijn; f. omschrijving van de manier waarop de indiener met de gemeente wil samenwerken of ondersteuning nodig heeft; en g. omschrijving hoe de indiener garant staat voor de uitvoering en de kwaliteit van de over te nemen taak op de langere termijn.
5
Artikel 5. Intrekking oude regeling De “inspraakverordening gemeente Loon op Zand” -vastgesteld op 30 oktober 2003 wordt ingetrokken. Artikel 6. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2. Deze verordening noemen we: Verordening participatie gemeente Loon op Zand 1.0.
3. Het college van burgemeester en wethouders beslist binnen 12 weken of met het voorstel wordt ingestemd. 4. Als met het voorstel wordt ingestemd, biedt de gemeente gepaste ondersteuning aan de indiener. De gemeente kan het initiatief op verschillende manieren ondersteunen: a. materieel: met menskracht, locaties, geld, praktische ondersteuning; b. formeel: met regelgeving, vergunningen, richtlijnen, monitoren en meten; of c. informeel: door verbinden, inspireren, aandacht geven en communiceren. 5. De gemaakte afspraken (over o.a. de taken, het resultaat, het budget, de looptijd en de periodieke evaluatie) worden vastgelegd in een overeenkomst. De overeenkomst wordt van kracht zodra deze door beide partijen is ondertekend. 6. Het college van burgemeester en wethouders wijst een voorstel af als onvoldoende aannemelijk is dat het voorstel voldoet aan de in lid 2 genoemde voorwaarden, of als het bestuursorgaan overname van de gemeentelijke taak om andere redenen onwenselijk vindt. Artikel 9. Evaluatie 1. De uitvoering van deze verordening wordt ten minste eenmaal per raadsperiode geëvalueerd. Het college van burgemeester en wethouders stuurt met dat doel een evaluatieverslag naar de raad. 2.
Het evaluatieverslag beschrijft de wijze waarop participatieprocessen zijn georganiseerd, de rolinvulling door raad en college, de kosten, het resultaat van de participatie en de belangrijkste ervaringen. Het verslag bevat tevens informatie over inwonersinitiatieven, toegekende budgetten en over de werking van het uitdaagrecht. 3. De raad bespreekt het evaluatieverslag. Artikel 10. Intrekking oude regeling De ‘Verordening participatie gemeente Loon op Zand 1.0’ wordt ingetrokken op 1 januari 2027. Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2027. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Participatieverordening gemeente Loon op Zand 2027’.
6