Bijlage 4 - 5 milieumelding 1995
Tekst van het document
gemeenteloonopzand FVET MILIEUBEHEER beschikking nummer: 9518
Burgemeester en wethouders van Loon op Zand; gezien de op 30 juni 1995 ontvangen aanvraag van: J. van Loon 6 Zn, Duiksehoef 12 5175 PG Loon op Zand voor een vergunning ingevolge de Wet milieubeheer voor het oprichten en in werking hebben van een bedrijf voor de opslag van mest, stalling en beheer van materieel, en een tank- en wasplaats van transportwagens, gelegen aan het perceel aan de hoek Veldstraat I Zijstraat te De Moer; overwegende, dat de procedure overeenkomstig het bepaalde in de Wet milieubeheer en Algemene wet bestuursrecht is uitge voerd;
A.
voorts overwegende ten aanzien van de omgeving waarin de inrichting is gelegen: dat, de inrichting is gelegen aan de Veldstraat op de hoek Veldstraat l Zijstraat op het perceel kadastraal bekend als sectie K. 2676 te De Moer; dat, de inrichting is gelegen in het bestemmingsplan "Bu itengebied Loon op Zand" 2 mei 1984 met in de omgeving de bestemming agrarisch gebied; dat, de inrichting is gelegen in een open agrarisch ge bied met aan de Zijstraat en de Paalstraat verspreid lig gende agrarische bedrijven, voormalig agrarische bedrij ven en een enkele burgerwoning; dat, de Zijstraat een lokale verbindingsweg is tussen De Moer en Kaatsheuvel; dat, uit verkeerstellingen uit 1993 blijkt dat zo'n 1246 motorvoertuigen per etmaal gebruik maken van de Zij straat; dat, het aantal van 1246 uit de vorige overweging, alsvolgt verdeeld is: dagperiode - 933 motorvoertuigen, avondperiode 233 motorvoertuigen en nachtperiode - 80 motorvoertuigen; dat, de Zijstraat derhalve aangemerkt kan worden als een rustige weg;
gemeenteloonopzand VERVOLGVEL
Nummer: 2.
B.
voorts overwegende ten aanzien van de vergunningsituatie van de inrichting: dat de inrichting ter plaatse van het perceel kadastraal bekend als sectie K. 2676 te De Moer opgericht wordt; dat uit de aanvraag om vergunning blijkt dat deze samen hangt met het bedrijf gevestigd aan Duiksehoef 12 te Loon op Zand; dat uit de aanvraag blijkt dat hier sprake is van een verplaatsing van het bedrijfsonderdeel mestopslag van de Duiksehoef 12, door het als zelfstandig bedrijf op te richten; dat in de vigerende milieuvergunning van Duiksehoef 12 sprake is van mestopslag en daarmee samenhangende activi teiten zoals stalling tankwagens, opslag diesel, was plaats voor vrachtwagens, een werkplaats en dergelijke; dat deze mestopslag aan Duiksehoef 12 een hoeveelheid betreft van 4000 kubieke meter en een daarbij behorend oppervlak van 1617 vierkante meter; dat blijkens een op 30 juni 1995 ingekomen melding 8.19 ingevolge de Wet milieubeheer, de mestopslag en de daar mee samenhangende activiteiten aan de Duiksehoef 12 op geheven wordt ten behoeve van oprichting van het bedrijf voor mestopslag op de hoek Zijstraat/Veldstraat te De Moer waarvan in deze aanvraag sprake is;
C.
voorts overwegende ten aanzien van aan te houden uit gangspunt m.b.t. de reductie van uitstoot van ammoniak: dat binnen de gemeente Loon op Zand zich een aanzienlijk aantal agrarische bedrijven bevindt met een forse uit stoot van ammoniak (NH3); dat uit getallen van het Rijks Instituut voor Volksge zondheid en Milieuhygiëne blijkt dat de achtergronddepositie van ammoniak voor de gemeente Loon op Zand ruim boven de 2600 mol ligt; dat gezien de uitspraak van 22 januari 1993 door de Raad van State in de zaak "veehouderij te Beerta (G05.91.0997)", een achtergronddepositie boven 2600 mol als uitzon derlijk hoog beschouwd moet worden;
gemeenteloonopzand VERVOLGVEL
Nummer: 3
dat in november 1993, ten tijde van het vooroverleg om mogelijk tot verplaatsing te kunnen komen in een toetsing uitgegaan moest worden van de toen geldende norm vastge legd in de Richtlijn Ammoniak en Veehouderij 1991; dat conform de Richtlijn Ammoniak en Veehouderij en de hierboven vernoemde uitspraak van de Raad van State er binnen de gemeente Loon op Zand geen sprake meer kon zijn van toename van ammoniakuitstoot; dat om tot een mogelijke verplaatsing van de mestopslag te kunnen komen, overleg is gevoerd met de Inspectie van de volksgezondheid voor de hygiëne van het milieu voor Noord Brabant; dat er bij verplaatsing uitgegaan wordt van minimaal een hanteren van het zogenaamd stand-still principe op be drijfsniveau met betrekking tot de uitstoot van ammoniak; dat er in de gemeente Loon op Zand op 1 juni 1995 een door de Provincie goedgekeurd Ammoniak Reductie Plan (ARP) door de gemeenteraad vastgesteld is, zoals bedoeld in de Interimwet Ammoniak en Veehouderij; dat in het gemeentelijke Ammoniak Reductie Plan uitgegaan wordt van het emissie-stand-still-beginsel; dat het emissie-stand-still-beginsel van toepassing is op alle mogelijke situaties waarvoor vergunning moet worden aangevraagd, waarbij ammoniakemissie op inrichtingsniveau zou kunnen toenemen; dat er zowel in geval van de Interimwet Ammoniak en Vee houderij als het Ammoniak Reductie Plan niet gesproken wordt
over een losse mestopslag; dat om toch te kunnen voldoen aan het ARP en aan het ge meentelijke milieubeleidsplan het emissie-stand-stillbeginsel als uitgangspunt is genomen;
gemeenteloonopzand VERVQLGVEL
Nummer: 4.
D.
voorts overwegende ten aanzien van de reductie van uit stoot van ammoniak: dat de totale opslagcapaciteit van 4000 kubieke meter in de aanvraag overeenkomt met de vergunde hoeveelheid op Duiksehoef 12; dat de totale oppervlakte van de mestopslag in de aan vraag van 774 vierkante meter een halvering betekent ten opzichte van de vergunde oppervlakte van de mestopslag aan de Duiksehoef 12 zijnde 1617 vierkante meter; dat de uitstoot van ammoniak direct afhankelijk is van het uitstotend (emitterend) oppervlak; dat door de halvering van het emitterend oppervlak er al sprake is van een forse reductie in uitstoot; dat in geval van ammoniakuitstoot de belangrijkste depo sitie (neerslag) plaatsvindt in de directe nabijheid van het uitstootpunt; dat in geval van de mestopslag aan de Duiksehoef 12 de mestopslag op 30 meter van een bosgebied ligt; dat een afstand van 30 meter volgens bijlage 5 van de Interimwet Ammoniak en Veehouderij overeenkomt met een afstandsfactor van 4,61; dat in geval van de aanvraag de mestopslag wordt gereali seerd op een afstand van ruim 400 meter van een bosge bied; dat een afstand van 400 meter volgens de Interimwet Ammo niak en Veehouderij overeenkomt met een afstands factor van 0,057; dat met het afnemen van de afstandsfactor met een factor 80 de depositie van ammoniak evenredig afneemt; dat gesteld kan worden dat enerzijds door de halvering van het
emitterend oppervlak van de mestopslag en ander zijds door de grotere afstand tot bosgebied er sprake is van een forse reductie in de emissie en de depositie van ammoniak;
gemeenteloonopzand VERVOLGVEL
Nummer: 5.
E.
voorts overwegende ten aanzien van genroverlast vanwege de mestopslag: dat voor de oprichting van een mestopslag er in het kader van de Wet milieubeheer een Algemene maatregel van be stuur (AMvB) mestbassins is; dat van de AMvB-mestbassins geen gebruik gemaakt kan wor den omdat de aangevraagde mestopslag de maximale toegestane oppervlakte van 750 vierkante meter met 2 4 vierkan te meter overschrijdt; dat de aan te houden afstand in geval van een mestopslag vallend onder de AMvB-mestbassins bij 750 vierkante meter gesteld wordt op maximaal 100 meter ten opzichte van bur gerwoningen; dat in de voorliggende aanvraag voor de berekening van de aan te houden afstanden gebruik is gemaakt van de Brochu re Veehouderij en Hinderwet en de AMvB-mestbassins; dat uitgegaan wordt van de maximale afstandsnorm vanwege mestopslag in geval van een categorie I volgens bijlage 6 van de Brochure Veehouderij en Hinderwet, zijnde 200 me ter; dat er een omrekening is gemaakt naar mestvarkenseenheden die overeenstemmen met de afstand van 200 meter in geval van categorie I; dat 200 meter in geval van categorie I overeenkomt met 640 mestvarkenseenheden (rave) zoals deze gehanteerd wor den in bijlage 7 van de Brochure Veehouderij en Hinder wet ; dat 640 mve overeenkomt met een afstand van 201 meter in geval categorie I, 161 meter in geval van categorie II, 111 meter in geval van categorie III en
58 meter in geval van categorie IV; dat de directe omgeving van de op te richten mestopslag volgens bijlage 6 van de Brochure Veehouderij en Hinder wet behoort tot categorie II, omschreven als :" meerder verspreid liggende niet-agrarische bebouwingen die aan het desbetreffende buitengebied een bepaalde woonfunctie verlenen";
gemeenteloonopzand VERVOLGVEL
Nummer:
6.
dat derhalve uitgegaan moet worden van een minimaal aan te houden afstand van 161 meter vanaf het dichtstbijzijn de emissiepunt tot aan de gevel van de maatgevende wo ning; dat een vergelijking van de afstanden die aangehouden moeten worden vanuit de AMvB-mestbassins met deze gevon den afstanden alle mogelijke bescherming bieden tegen geuroverlast; dat uit de aanvraag blijkt dat de afstand van de mestopslag tot aan de gevel van de dichtstbijzijnde woning 165 meter bedraagt; dat indien de mestopslag op 161 meter van de woningen geplaatst wordt er niet voor geuroverlast gevreesd hoeft te worden;
F.
voorts overwegende ten aanzien van de bestaande geluidsuitstraling van de omgeving: dat er met betrekking tot het voorkomen van geluidsover last een uitgebreide toetsing heeft plaatsgevonden; dat vooraf in het vooroverleg van de vergunningaanvraag een norm aangegeven is waaraan voldaan moet gaan worden; dat bij de normstelling wordt uitgegaan van de woningen aan de kruising Zijstraat ļ Paalstraat; dat voor de normstelling gekeken wordt naar het geluid van allerlei gebiedseigen activiteiten enerzijds en naar de geluidsuitstraling van het wegverkeer anderzijds; dat een berekening van het wegverkeerslawaai op de gevels van de woningen Zijstraat 1 en Paalstraat 43 heeft plaatsgevonden; dat de gevelbelasting vanwege het wegverkeerslawaai op Zijstraat 1 met gebruikmaking van Standaard Rekenmethode I van het Reken- en Meetvoorschrift Verkeerslawaai, is vastgesteld op 55 dB(A) in de dagperiode, 53 dB(A) in de avondperiode en 46 dB(A) in de nachtperiode; dat de dagperiode maatgevend is omdat er gedurende de nachtperiode minder dan 500 motorvoertuigen gebruik maken van de Zijstraat;
gemeenteloonopzand VERVOLGVEL
Nummer:
XXX
7.
dat de gevelbelasting van Zijstraat 1 vanwege het wegver keer overeenkomt met een waarde van 55 dB(A) in de maat gevende dagperiode; dat de gevelbelasting vanwege het wegverkeerslawaai op Paalstraat 43 met gebruikmaking van Standaard Rekenmetho de I van het Reken- en Meetvoorschrift Verkeerslawaai, is vastgesteld op 54 dB(A) in de dagperiode, 52 dB(A} in de avondperiode en 44 dB(A) in de nachtperiode; dat de gevelbelasting van Paalstraat 43 vanwege het weg verkeer overeenkomt met een waarde van 54 dB(A) in de maatgevende dagperiode; dat voor de normstelling de etmaalwaarde bepaald wordt door de berekende waarde vanwege het wegverkeerslawaai te verminderen met 10 dB(A); dat de te toetsen waarde vanwege het wegverkeerslawaai derhalve neerkomt op een etmaalwaarde van 45 dB(A); dat zowel Zijstraat 1 als Paalstraat 43 een geldige mi lieuvergunning hebben; dat beide bedrijven vallen onder de AMvB melkrundveehouderijen; dat de AMvB-melkrundveehouderijen bepaalt dat het LAeq niet boven 50 dB(A) uit mag komen en dat de Lmax wordt gesteld op 70/65/60 dB(A); īn de hier genoemde AMvB hoeft bij het laden en lossen ten behoeve van het bedrijf geen rekening gehouden te worden met de Lmax.
dat in de milieuvergunning van de Efteling-golfbaan aan de Veld(Paal)straat een etmaalwaarde van 45 dB(A) als norm is vastgesteld na L95 metingen; dat de omgeving van de Efteling golfbaan gelijk is aan de omgeving van de op te richten mestopslag; dat vanuit grootschalige plannen (Milieu-Effect-Rapportage Vossenberg West) en een aanwezig gezoneerd industrie terrein (de Wildert Dongen) in de buurt van De Moer een aantal geluidscontouren in de omgeving aanwezig zijn; dat de 45 dB(A) contour vanuit de plannen van Vossenberg West in de directe buurt van de kruising Paalstraat ļ Zijstraat ligt;
gemeenteloenqpzand VERVOLGVEL
Nummer:
G.
8.
voorts overwegende ten aanzien van de normstelling met betrekking tot de geluidsuitstraling van het bedrijf: dat de vast te stellen norm waar de inrichting aan moet voldoen conform de Circulaire Industrielawaai 1979, ge steld wordt op het referentìeniveau van het omgevingsge luid; dat het referentìeniveau gedefinieerd wordt als de hoog ste waarde van de volgende niveaus: * het heersende achtergrondniveau (het zogenaamde L95 niveau) van het omgevingsgeluid; * het optredende equivalente geluidsniveau in dB(A) vanwege het wegverkeer, minus 10 dB(A); dat uit overweging F. blijkt dat zowel het L95 van het omgevingsgeluid als het Laeq vanwege het wegverkeer een etmaalwaarde van 45 dB(A) opleveren; dat derhalve bij de normstelling is uitgegaan van een norm van 45 dB(A) in de dagperiode, 40 dB{A) in de avondperiode en 35 dB(A) in de nachtperiode; dat met betrekking tot de vaststelling van het Lmax ni veau aansluiting is gezocht bij de AMvB-melkrundveehouderijen zijnde 70 dB(A), 65 dB(A) en 60 dB(A) voor respec tievelijk de dag-, de avond- en de nachtperiode; dat uit het akoestisch rapport als onderdeel van de aan vraag blijkt dat bij de geplande bedrijfsvoering voldaan wordt aan de gestelde normen; dat gezien de berekeningen uit het akoestisch rapport niet gevreesd hoeft te worden voor geluidsoverlast;
H.
voorts overwegende ten aanzien van de algemene toetsing: dat, gelet op de aanvraag om vergunning en de daarin aan gegeven middelen om de nadelige gevolgen voor het milieu zoveel mogelijk te beperken, alsmede gelet op de bij dit besluit behorende voorschriften ter voorkoming (c.q. be perking) van de nadelige gevolgen voor het milieu ten gevolge van het in werking zijn van de inrichting, de gevraagde vergunning verleend kan worden;
gemeenteloonopzand VERVOLGVEL
Nummer:
I.
9.
voorts overwegende ten aanzien van de specifieke toetsing als bedoeld in artikel 8.8. van de Wet milieubeheer: dat zij - voor zover noodzakelijk c.q. van toepassing rekening hebben gehouden met het in hun milieubeleidsplan voor de periode 1993 tot en met 1999 neergelegde beleid; dat met betrekking tot de activiteiten waarvoor thans vergunning wordt gevraagd door andere overheden geen milíeukwaliteitseisen zijn geformuleerd; dat met betrekking tot de activiteiten waarvoor thans vergunning wordt gevraagd evenmin algemene regels gelden waarmede rekening gehouden zou moeten worden; dat met betrekking tot de activiteiten waarvoor thans vergunning wordt gevraagd evenmin in de milieuverordening van de provincie Noord-Brabant eisen worden gesteld waar mede rekening gehouden zou moeten worden; dat daarnaast rekening is gehouden met de bestaande toe stand van het milieu ter plaatse van de inrichting;
J.
voorts overwegende: dat geen adviezen als bedoeld in artikel 3:23 van de Al gemene wet bestuursrecht zijn ingekomen;
K.
voorts overwegende: dat geen verzoeken zijn ingekomen tot het houden van een openbare zitting zodat geen mondelinge bedenkingen zijn ingekomen naar aanleiding van het ontwerp van de beschik king;
gemeenteloonopzand F’ľSS’
VERVOLGVEL
Nummer s
L.
10.
voorts overwegende: dat schríftelijk bedenkingen zijn ingébracht naar aanlei ding van het ontwerp van de beschikking door: 1.
iemand die verzocht heeft om persoonlijke gegevens niet bekend te maken;
2.
Stichting Rechtsbijstand Mw. mr. A.M.L. Josten Ringbaan Oost 102 Tilburg namens haar cliënt C.P. van den Hoven Zijstraat 1 5176 NG De Moer
dat het ontwerp van de beschikking op 24 augustus 1995 is bekend gemaakt zodat de termijn waarbinnen schríftelijke bedenkingen konden worden ingediend, mede gelet op de Algemene termijnenwet, eindigde op 21 september 1995; dat de bedenking van reclamant 1 binnen de termijn is ingekomen en gemotiveerd is, zodat de bedenking ontvanke lijk ís; dat een pro forma bedenking van reclamant 2 binnen deze termijn op 21 september 1995 is ingekomen; dat op verzoek van reclamant 2, voor reclamant 2 de ter mijn voor het indienen van de motivatie van de bedenking verlengd is tot en met 5 oktober 1995; dat op 5 oktober 1995 per fax de motivatie van de beden king van reclamant 2 is ingekomen; dat deze fax van 5 oktober inhoudelijk is bekrachtigd door de op 5 oktober 1995 aangetekend verzonden en op 6 oktober 1995 ingekomen motivatie; dat de bedenking van reclamant 2 binnen de verlengde ter mijn is ingekomen en gemotiveerd is, zodat de bedenking ontvankelijk is;
gemeenteloonopzand VERVOLGVEL
Nummer:
11.
dat de bedenkingen van reclamant 1 betreffen: "Wij tekenen ernstig bezwaar aan tegen het verschaffen van zo een vergunning. 1.
De eerder door de gemeente genomen beslissing inzake de bestemmingswijziging van het perceel in kwestie heeft, zoals wij vreesden, de weg vrijgemaakt voor de aanvraag van de firma J, van Loon S Zn.
2.
Wij hebben vertrouwen in de integriteit waarmee de afde ling Bouw- en Milieu de aanvraag heeft begeleid en van voorwaarden heeft voorzien, maar ook zij kunnen slechts datgene conditioneren waarvoor regelingen zijn.
3.
In dat verband vragen wij ons nog wel af hoe een was straat valt te combineren met de ter plaatse aanwezige drukriolering.
4.
Bovendien moet opgemerkt worden dat de verkeersgegevens dateren van 1993 en dat sindsdien het verkeer fors ge ïntensiveerd is, vooral na de asfaltering van de Veldstraat en de ingebruikname van het golfterrein. Alleen een telling van de huidige situatie kan in deze een goede basis vormen.
5.
Terecht wordt in de ontwerp-beschikking onder punt I pag. 9 opgemerkt dat het ontbreekt aan: milieu-kwaliteitseisen van andere overheden, aan algemene regels voor de genoem de activteiten en aan relevante bepalingen in de milieu verordening van de provincie Noord-Brabant. Daarmee wordt a.h.w. aangegeven dat er weliswaar regels zijn gerespec teerd maar dat toch ....
6.
Hoe dan ook, door de technische berekeningen en detaille ringen is er weer opnieuw sprake van een verhullend pro ces . Eerder al hebben wij geprotesteerd tegen de verhullende wijze waarop eerdere besluitvorming in deze was voorbe reid, werd begeleid en werd verdedigd.
7.
Zo te zien kunnen wij technisch nauwelijks iets inbrengen tegen de argumentatie en conditionering, maar waarom het gaat is en blijft: "dat bedrijf hoort niet thuis op dat perceel", het verstiert het gehele woon en leefmilieu van de buurtschap. We hebben nu de indruk dat de vergunning-aanvraag veilig is ingepakt maar dat het slechts schone schijn is.
gemeenteloonopzand VERVOLGVEL
Nummer:
8. 9.
10. 11. 12 .
12.
Nu reeds ervaren we voorproefjes van wat ons onder meer te wachten staat als dat bedrijf daar komt: zware kolos sen materieel van het bedrijf denderen op bepaalde dagen met hoge frequentie en met een rotvaart over de "vanLoon-baan”Veldstraat-Paalstraat. Metingen, berekeningen, voorwaarden e.d. doen feitelijk nauwelijks iets af aan de gevaren die het wonen in de omgeving van zo'n vestiging tot een kwelling kunnen ma ken : intensief verkeer vangrote, zware aan- en afvoerwagens en ander materieel zullen de verkeersbelasting fors doen toenemen; grote geluidsoverlast door laden, lossen, was sen, spuiten en wat al niet meer; stankoverlast; ammoniak-uitstoot; onherstelbare aantasting van hetlandschap door horizon-vervuilende bedrijfsgebouwen.
13.
Dat alles zien wij zeer pertinent in het perspectief van de precedentwerking van een dergelijke vergunning. Het verlenen maakt de weg vrij voor een onacceptabele, want nagenoeg oncontroleerbare en nauwelijks tegen te houden uitbreiding, overheveling en expansie op het perceel, (dat in omvang daar best voor geschikt is). Bovendien valt te voorzien dat het in de toekomst zeker niet be perkt zal blijven tot dit perceel ("een bedrijf moet toch kunnen groeien").
14.
Nu kan het best in het gemeentelijk beleid passen om een aantal bedrijven dat wat moeilijk op een industrieterrein past dan maar zich te laten expanderen in de uithoek van de gemeente, als tegenwicht tegen de industrialisatie van de aangrenzende uithoeken van de gemeente Tilburg en Don gen. Maar als dat dan maar algemeen bekend zou zijn, dan weten wij tenminste waar we aan toe zijn: de Moer een industrieplaats in plaats van agrarisch gebied".
dat de bedenkingen van reclamant 2 betreffen: 1.
"Uit uw ontwerp-beschikking blijkt dat u van mening bent dat de geplande mestopslag op voldoende afstand van de woning van mijn cliënt gelegen is om stankhinder te voor komen. Dat is echter niet het geval. De afstand tussen de woning en de geplande mestopslag bedraagt 165 meter. De omgeving van de mestopslag kan worden aangemerkt als een categorie II-situatie in de zin van de Brochure Vee houderij en Hinderwet, zoals u zelf al aangeeft.
gemeenteloonopzand VERVOLGVEL
Nummer:
13.
Volgens de Brochure behoort zowel in een categorie I als een categorie II-situatie een afstand van 200 meter tot woningen en dergelijke in acht te worden genomen. Het is mij absoluut niet duidelijk geworden, waarom u de af stand s norm omrekent in mestvarkenseenheden en deze ver volgens weer omrekent naar een bepaalde afstand van 161 meter. Dat is niet in overeenstemming met de Brochure. Een mestopslag mag niet. worden omgerekend naar mestvar kenseenheden . 2.
Voorts moet in aanmerking worden genomen dat de talloze burgerwoningen in de omgeving, de directe nabijheid van de Efteling en de aanwezigheid van een 2 ha groot huisperceel cliënt een ideale gelegenheid bieden om een minicamping te ontwikkelen. Ook zal dan een afstand van 200 meter minimaal in acht moeten worden genomen.
3.
Daarbij komt dat cliënt van mening is dat de mestopslag visuele hinder oplevert. Hij vreest dat de mestopslag het fraaie uitzicht vanaf zijn perceel teniet zal doen.
4.
Ook zal de aanwezigheid van de mestopslag en een tank- en wasplaats voor transportwagens veel extra verkeersbewe gingen met zich meebrengen, terwijl er op dit moment sprake is van een rustige omgeving, zoals u zelf ook al in uw ontwerp-beschikking opmerkt. Desondanks worden door u verder geen overwegingen gewijd aan dit aspect van de vergunningaanvraag.
5.
Ook vreest cliënt dat de mestopslag de verdere ontwikke ling van zijn bedrijf zal hinderen doordat er op zo'n korte afstand een object wordt gerealiseerd met een hoge ammoniakuitstoot.
6.
Uit de beschikking blijkt evenmin dat de ammoniakuitstoot van de mestopslag op het bedrijf Duiksehoef 12 op het zelfde voor verzuring gevoelige gebied uitwerking heeft, als de nieuw te realiseren mestopslag. Indien dat name lijk niet het geval is, is de verplaatsing van de mestop slag in strijd met de Interimwet Ammoniak en Veehouderij en het ARP.
7.
Gezien het vorenstaande verzoek ik u de gevraagde vergun ning te weigeren.
8.
Tenslotte verzoek ik u beleefd mij alsnog een kopie toe te zenden van de aanvraag om een vergunning, welke nog niet aan mijn cliënt is overhandigd".
gemeenteloonopzand VERVOLGVEL
Nummer:
M.
14.
voorts overwegende met betrekking tot de bedenkingen van reclamant 1 onder overweging L; dat het gestelde onder 1 met betrekking tot de bestem mingswijziging geen bedenking in het kader van deze ver gunningverlening betreft maar dat het hier een mening be treft die voor kennisgeving wordt aangenomen en waarop verder niet wordt ingegaan; dat het gestelde onder 2 met betrekking tot het uitge sproken vertrouwen geen bedenking in het kader van deze vergunningverlening betreft maar dat het hier een mening betreft die voor kennisgeving wordt aangenomen en waarop verder niet wordt ingegaan; dat de bedenking onder 3 met betrekking tot de relatie van wasstraat en drukriolering niet gegrond is, omdat de ter plaatse aanwezige drukriolering voldoende capaciteit heeft in relatie tot de geplande voorzieningen; dat de bedenking onder 4 met betrekking tot de verkeers gegevens uit 1993 als uitgangspunt voor de berekening van de gevelbelasting vanwege het wegverkeerslawaai, niet gegrond is, gezien hetgeen hieromtrent overwogen wordt onder F.; dat in aanvulling op de vorige bedenking nog vermeld kan worden dat de rekenmethode waar onder F.
sprake van is, voorziet in een procedure om gegevens uit enig jaar te bewerken en actueel te maken zodat er een goed uitgangs punt ontstaat; dat in aanvulling op de vorige bedenking nog verder ver meld kan worden dat indien er al sprake zou zijn van te laag ingeschatte verkeersintensiteiten dit alleen maar ten goede komt aan de omgeving in extra bescherming omdat de uitkomst van de berekening de basis geeft voor de geluidsnorm waar het bedrijf zich aan dient te houden;
dat het gestelde onder 5 met betrekking tot mìlieukwaliteitseisen geen bedenking in het kader van deze vergun ningverlening betreft maar dat het hier een mening be treft die voor kennisgeving wordt aangenomen en waarop verder niet wordt ingegaan;
gemeenteloonopzand VERVOLGVEL
Nummer:
15.
dat het gestelde onder 6 met betrekking tot het verhul lend zijn van een proces, geen bedenking in het kader van deze vergunningverlening betreft maar dat het hier een mening betreft die voor kennisgeving wordt aangenomen en waarop verder niet wordt ingegaan; dat het gestelde onder 7 met betrekking tot het niet thuis horen van het bedrijf op dat perceel, geen beden king in het kader van deze vergunningverlening betreft maar dat het hier een mening betreft die voor kennisge ving wordt aangenomen en waarop verder niet wordt inge gaan; dat de bedenking onder 8 met betrekking tot het intensief verkeer van grote wagens niet gegrond is gezien hetgeen hieromtrent overwogen wordt in het kader van de beschrij ving van de omgeving onder A.
in relatie tot de bedrijfs gegevens zoals deze opgenomen zijn in het bij de aanvraag behorende akoestisch rapport; dat in aanvulling op de vorige bedenking nog vermeld kan worden dat er vanwege de gegevens uit 1993 sprake is van een verkeersdruk van 52 vrachtwagens (5 % van het totaal) gedurende de dagperiode; dat in aanvulling op de vorige bedenking nog vermeld kan worden dat uit de aanvraag blijkt dat er sprake is van zo'n 15 vrachtwagens vanwege het bedrijf gedurende de dagperiode, waardoor er gesteld kan worden dat er geen sprake is van een fors toenemen van de verkeersbelasting; dat hierbij in ogenschouw dient te worden genomen dat de verkeersbewegingen van het geplande bedrijf gezien de lokatie van het bedrijf aan de Duiksehoef 12 waarvandaan het geplande bedrijf verplaatst wordt, voor een deel (in aantal en aard) al opgenomen zijn in de nu aanwezige verkeersbewegingen; dat de bedenking onder 9 met betrekking tot geluidsover last niet gegrond is gezien hetgeen overwogen is onder F. en G. van deze beschikking; dat de bedenking onder 10 met betrekking tot stankover last niet gegrond is gezien hetgeen overwogen is onder E. van deze beschikking; dat de bedenking onder 11 met betrekking tot ammoniakuitstoot niet gegrond is gezien hetgeen overwogen is onder C. en D. van deze beschikking;
gemeenteloonopzand VERVOLGVEL
Nummer:
16.
dat het gestelde onder 12 met betrekking tot horizonvervuiling, ongegrond is daar de voorwaarden voor het bouwen ter plaatse getoetst dienen te worden aan het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Loon op Zand; dat in aanvulling op de vorige bedenking, nog vermeld dient te worden dat het vigerende bestemmingsplan de mo gelijkheid biedt tot het bouwen van bedrijfsgebouwen tot maximaal 8 meter hoogte en een ontheffingsmogelijkheid in zich heeft voor het bouwen van onder andere silo's tot een hoogte van 12 meter; dat in aanvulling op de vorige bedenking nog vermeld dient te worden dat uit de aanvraag blijkt dat rondom de te bebouwen delen voorzien wordt in de aanleg van beplan ting; dat het gestelde onder 13 met betrekking tot de toekom stige ontwikkeling, ongegrond is, gezien in het aanvraag formulier onder nummer 23 aangegeven wordt dat toekomsti ge ontwikkelingen niet van toepassing zijn; dat in aanvulling op de vorige bedenking nog vermeld dient te worden dat iedere mogelijke voorgenomen verande ring en/of uitbreiding leidt tot een toets in het kader van de Wet milieubeheer; dat het gestelde onder 14 met betrekking tot gemeentelijk beleid geen bedenking in het kader van deze vergunning verlening betreft maar dat het hier een mening betreft die voor kennisgeving wordt aangenomen en waarop verder niet wordt ingegaan;
gemeenteloenopzand VERVOLGVEL
Nummer: 17,
N.
voorts overwegende met betrekking tot de bedenkingen van reclamant 2 onder overweging L; dat het gestelde onder 1 met betrekking tot de aan te houden afstand omwille van voorkoming van stankoverlast, ongegrond is, gezien hetgeen hieromtrent overwogen wordt onder E.; dat in aanvulling op de vorige overweging nog vermeld dient te worden dat de Brochure Veehouderij en Hinderwet niet voorziet in een toets van de plaatsing van een mestsilo maar dat er in bijlage 7 onder 10 van de bedoelde brochure sprake is van afgedekte mestopslagputten; dat een mestput in tekst maar vooral in uitvoering een wezenlijk andere mestopslagvorm is dan een silo; dat een mestput gelegen in de grond bij een gelijk volume een grotere oppervlakte heeft dan een silo die op de grond is gebouwd; dat de uitstoot van ammoniak en geur vooral afhankelijk is van de oppervlakte; dat de Brochure Veehouderij en Hinderwet in deze niet als geschikt instrument zonder meer te gebruiken is; dat de AMvB mestbassins een mogelijk wettelijke toetsin strument zou kunnen zijn; dat de AMvB mestbassins echter de beperking heeft in op pervlakte tot een maximum van 750 m2; dat de AMvB mestbassins voor deze aanvraag niet als ge schikt instrument te gebruiken is; dat omwille van een goede belangenafweging gezocht is naar een instrument om een aan te houden afstand vast te kunnen stellen; dat de maximaal aan te houden afstand van
200 meter voor een categorie I object en de maximaal aan te houden af stand van 50 meter voor een categorie IV als uitersten genomen zijn; dat voor een verantwoorde verdeling voor de tussenliggen de categoriën II en III, gebruik is gemaakt van de gra fiek zoals deze is opgenomen in bijlage 6 van de Brochure Veehouderij en Hinderwet;
gemeenteloonopzand VERVOLGVEL
Nummer
dat de woning van dhr. van den Hoven aan Zijstraat 1 op ruim 180 meter van de mestopslag is gelegen; dat de woning van dhr. van den Hoven aan Zijstraat 1 aan gemerkt moet worden als een woning van een "ander agra risch bedrijf" zijnde categorie IV volgens bijlage 6 van de Brochure Veehouderij en Hinderwet; dat een maximaal aan te houden afstand van een mestopslag ten opzichte van een ander agrarisch bedrijf volgens de AMvB mestbassin en de Brochure Veehouderij en Hinderwet 50 meter bedraagt; dat de aangehouden afstand voor de woning Zijstraat 1 voldoende waarborg geeft tegen mogelijke stankoverlast; dat de bedenking onder 2 met betrekking tot de mogelijk heid om een mini-camping te ontwikkeling niet gegrond is, omdat eventuele plannen van niet-agrarische aard in het agrarische gebied als uitbreiding van een agrarisch be drijf in deze procedure niet aan de orde zijn; dat de bedenking onder 3 met betrekking tot visuele hin der niet gegrond is daar de voorwaarden voor het bouwen ter plaatse getoetst dienen te worden aan het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Loon op Zand; dat in aanvulling op de vorige bedenking, nog vermeld dient te worden dat het vigerende bestemmingsplan de mo gelijkheid biedt tot het bouwen van bedrijfsgebouwen tot maximaal 8 meter hoogte en een ontheffingsmogelijkheid in zich heeft voor het bouwen van onder andere silo's tot een hoogte van 12
meter; dat in aanvulling op de vorige bedenking nog vermeld moet te worden dat uit de aanvraag blijkt dat rondom de te be bouwen delen voorzien wordt in de aanleg van beplanting; dat de bedenking onder 4 met betrekking tot veel extra verkeersbewegingen niet gegrond is gezien hetgeen hierom trent overwogen wordt in het kader van de beschrijving van de omgeving onder A. in relatie tot de bedrijfsgege vens zoals deze opgenomen zijn in het bij de aanvraag behorende akoestisch rapport; dat in aanvulling op de vorige bedenking nog vermeld kan worden dat er vanwege de gegevens uit 1993 sprake is van een autonome verkeersdruk van 933 motorvoertuigen gedu rende de dagperiode;
gemeenteloonopzand VERVOLGVEL
Nummer;
19,
dat in aanvulling op de vorige bedenking nog vermeld kan worden dat uit de aanvraag blijkt dat er sprake is van zo'n 45 motorvoertuigen vanwege het bedrijf gedurende de dagperiode, waardoor er gesteld kan worden dat er geen sprake is van veel extra verkeersbewegingen; dat hierbij in ogenschouw dient te worden genomen dat de verkeersbewegingen van het geplande bedrijf gezien de lokatie van het bedrijf aan de Duiksehoef 12 waarvandaan het geplande bedrijf verplaatst wordt voor een deel (in aantal en aard) al opgenomen zijn in de nu aanwezige ver keersbewegingen ; dat de bedenking onder 5 met betrekking tot hinder van de ontwikkeling van het bedrijf aan Zijstraat 1 vanwege de realisering van de inrichting waarvoor vergunning wordt gevraagd niet gegrond is, gezien de beperkingen vanwege het geldende Ammoniak Reductie Plan; dat overigens in het kader van stankoverlast de afstand van ruim 100 meter van de woning van de aanvrager zijnde een woning categorie IV in het kader van de Brochure Vee houderij en Hinderwet ten opzichte van de stal van Zij straat 1, geen enkele beperking oplevert; dat het bedrijf van de heer van den Hoven aan Zijstraat 1 valt onder de AMvB melkrundveehouderijen; dat uit de afstanden die vanuit deze AMvB melkrundveehouderijen gelden, blijkt dat de te bouwen woning van de aanvrager geen beperking met zich meebrengt voor het be drijf aan Zijstraat 1; dat de
woning aan Paalstraat 43 zijnde een woning cate gorie II in het kader van de Brochure Veehouderij en Hin derwet op een afstand van 35 meter van het bedrijf aan Zijstraat 1 in deze maatgevend en bepalend is voor moge lijke uitbreidingsplannen; dat de bedenking onder 6 met betrekking tot de ammoniakuitstoot niet gegrond is, gezien hetgeen reeds overwogen is onder C. en D.; dat hieromtrent nogmaals in ogenschouw genomen moet wor den dat zowel de Interimwet Ammoniak en Veehouderij als het Ammoniak Reductie Plan alleen spreken over een vee houderij en niet over een agrarisch bedrijf met een losse mestopslag;
gemeenteloonopzand VERVOLGVEL
Nummer: 20.
dat er met betrekking tot overwegingen omtrent ammoniak uitgangspunten uit zowel de Interimwet Ammoniak en Vee houderij als het ARP genomen zijn als beoordelingsinstru ment bij deze aanvraag om vergunning; dat in zowel de Interimwet Ammoniak en Veehouderij als het Ammoniak Reductie Plan (ARP) niet meer gesproken wordt over de depositie van ammoniak op hetzelfde voorverzuring gevoelige gebied zoals dat gold in de Richtlijn Ammoniak en Veehouderij 1991; dat binnen het ARP verplaatsing mogelijk is binnen het gebied wat aangegeven is als Hoofdgebied II-A Centraal Brabant; dat door de gekozen uitwerking er voldaan wordt aan de uitgangspunten van zowel Interimwet Ammoniak en Veehoude rij als aan het ARP; dat een extra resultaat in deze gehaald wordt door het opheffen van de zogenaamde lokale component zoals deze omschreven staat in het provinciaal milieubeleidsplan (PMP 1991) en kort beschreven staat in het vigerende ARP; dat er geen sprake is van strijdigheid van de verplaat sing van deze mestopslag met de Interimwet Ammoniak en Veehouderij en het ARP; dat het gestelde onder 7 met betrekking tot het weigeren van de gevraagde vergunning geen bedenking in het kader van deze vergunningverlening betreft maar dat het hier een verzoek betreft dat voor kennisgeving wordt aangeno men; dat het gestelde onder 8 met betrekking tot het toezenden van een kopie van de aanvraag om vergunning
geen beden king in het kader van deze vergunningverlening betreft maar dat het hier een verzoek betreft waaraan voldaan zal worden;
O.
voorts overwegende: dat de definitieve beschikking niet afwijkt van het ont werp van de beschikking;
gemeenteloonopzand VERVOLGVEL
Nummer: 21.
P.
voorts overwegende; dat de mogeĩijk te veroorzaken nadelige gevolgen voor het milieu voldoende kunnen worden ondervangen door het aan deze beschikking verbinden van voorschriften;
Q.
gelet op: de desbetreffende artikelen van de Wet milieubeheer en Algemene wet bestuursrecht;
R.
besluiten: a.
dat de aanvraag om vergunning deel uit maakt van de vergunning;
b.
dat de definitieve beschikking niet afwijkt van het ontwerp van de beschikking;
c.
de volgende bedenkingen van reclamant 1: bedenking 3 met betrekking tot de drukriolering, bedenking 4 met betrekking tot de verkeersgegevens uit 1993, bedenking 8 met betrekking tot het intensief verkeer van grote wagens, bedenking 9 met betrekking tot geluidsoverlast, bedenking 10 met betrekking tot stankoverlast, bedenking 11 met betrekking tot ammoniakuitstoot, bedenking 12 met betrekking tot horizonvervuiling en bedenking 13 met betrekking tot toekomstige ontwik kelingen ongegrond te verklaren;
d.
het gestelde onder 1 met betrekking tot de bestem mingswijziging, het gestelde onder 2 met betrekking tot het uitge sproken vertrouwen, het gestelde onder 5 met betrekking tot milieukwaliteitseisen, het gestelde onder 6 met betrekking tot het verhul lend zijn van een proces, het gestelde onder 7 met betrekking tot het niet thuishoren van het bedrijf op dat perceel en het gestelde onder 14 met betrekking tot gemeente lijk beleid van reclamant 1 voor kennisgeving aan te nemen;
gemeenteloon opzand VERVOLGVEL
Rummer: 22.
e.
de volgende bedenkingen van reclamant 2: bedenking 1 met betrekking tot voorkomen van stank overlast , bedenking 2 met betrekking tot de mogelijkheid om een minicamping te ontwikkelen, bedenking 3 met betrekking tot visuele hinder, bedenking 4 met betrekking tot veel extra verkeers bewegingen, bedenking 5 met betrekking tot hinder van de ontwik keling van het bedrijf Zijstraat 1 en bedenking 6 met betrekking tot uitstoot ammoniak ongegrond te verklaren;
f.
het gestelde onder 7 met betrekking tot het verzoek tot weigeren van de vergunning en het gestelde onder 8 met betrekking tot het toezen den van een kopie van de aanvraag van reclamant 2 voor kennisgeving aan te nemen;
g.
de door J. van Loon k Zn. voornoemd gevraagde mi lieuvergunning te verlenen overeenkomstig de bij dit besluit behorende, en als zodanig gewaarmerkte, be scheiden .
Kaatsheuvel,
2 Ą OKĨ. 1995
Burgemeester en wethouders van Loon opZand, de secretaris de burgşj