Bijlage 4 - 1 Voortoets stikstofdepositie
Tekst van het document
voortoetsWnb
®CUMELA VoortoetsStikstofdepositie Veldstraat 11 en 13 te De Moer Bestemmingsplan
Plan Status
Voortoets stikstofdepositie i.r.t. de Wet natuurbescherming inzake het bestemmingsplan Veldstraat 11 en 13 te De Moer. : definitief
Datum Uitvoering
: 2 februari 2023 : Cumela Advies, Nijkerk, dhr. T. Jansen
(Wnb)
Pagina 1 van 15
voortoetsWnb
INHOUDSOPGAVE
1
2
3
INLEIDING.............................................................................................................................. 3 1.1
Algemeen ......................................................................................................................... 3
1.2
Ligging van de bedrijfslocatie ten opzichte van Natura 2000-gebieden ......................4
WETTELIJK KADER.............................................................................................................. 5 2.1
Wet natuurbescherming ................................................................................................. 5
2.2
AERIUS Calculator Z depositie ........................................................................................5
REKENONDERZOEK.........................................................................................................6 3.1 3.1.1
Voertuigpassages ................................................................................................... 6
3.1.2
(Mobiele) machines en (stationair) draaiende
3.1.3
Stationaire bronnen ................................................................................................. 8
3.1.4
Stookinstallaties .......................................................................................................8
3.2
4
Emissiebronnen (permanent) .........................................................................................6
motoren .........................................7
Tijdelijke emissies ...........................................................................................................9
3.2.1
Voertuigpassages ................................................................................................... 9
3.2.2
(Mobiele) machines en (stationair) draaiende
Bepaling referentiesituatie 4.1 Referentiesituatie
motoren .......................................10
....................................................................................................11
............................................................................................................. 11
5
CONCLUSIES....................................................................................................................... 14
6
BIJLAGEN............................................................................................................................. 15
Pagina 2 van 15
voortoetsWnb
1
INLEIDING
1.1 Algemeen In de beoogde situatie wordt uitvoering gegeven aan een cultuurtechnisch loonwerkbedrijf gevestigd op Veldstraat 11, 5176 NB te De Moer en een burgerwoning op de Veldstraat 13, 5176 NB te De Moer. Het bedrijf is gelegen in het buitengebied van de gemeente Loon op Zand. Concreet betekent het dat de volgende activiteiten uitgevoerd worden op de planlocatie: ^ Stalling van materieel w.o. hoofdzakelijk vrachtwagens, motorrijtuigen met beperkte snelheid (MMBS), BE-combinaties, werktuigen, containers en dergelijke ten behoeve van het uitvoeren van op- en overslagactiviteiten welke noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van het cultuurtechnisch loonbedrijf; ^ Kantoor; • Opslag en tanken van diesel ten behoeve van eigen gebruik; ^ Opslag minerale oliën Z smeermiddelen ten behoeve van eigen gebruik; ^ Opslag Ad-Blue ten behoeve van eigen gebruik; ^ Opslag van circulaire stoffen zoals ^ Reinigen van materieel op de wasplaats; ^ Aftanken van voertuigen (eigen voertuigen); ^ Uitvoeren reparaties/onderhoud aan machines/werktuigen in de werkplaats; ^ Stallen (tijdelijk) containers, bakken, kratten, e.d.; ^ Logistiek Z manoeuvreren e.d.; ^ Burgerwoning
Afbeelding
1: foto planlocatie
Pagina 3 van 15
voortoetsWnb
1.2 Ligging vande bedrijfslocatie ten opzichtevanNatura2000-gebieden De ligging van de bedrijfslocatie en de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn weergegeven in Afbeelding 2. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Loonse en Drunense & Duinen ’ is gelegen op circa 3,3 kilometer t.o.v. de bedrijfslocatie. i
.,
T'i»
'--ŵe
angstraat
*1
'
p.
i
î*-,) ĩ
jM3l r
İ
A Loonse en Drunense Duinen å Leemkuilen
.
.
. v
Afbeelding
2: Ligging locatie t.o.v. Natura 2000-gebieden
Pagina 4 van 15
voortoetsWnb
2 WETTELIJK KADER 2.1 Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Op basis van de Wet natuurbescherming is het verboden om zonder vergunning van Gedeputeerde Staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Bestaat er een kans op dergelijke significant negatieve gevolgen, dan moet uit een passende beoordeling blijken dat de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden niet aangetast worden door het project c.q. plan. Eventueel worden maatregelen opgenomen die getroffen worden om dit te bereiken. Als niet aangetoond wordt dat aan de instandhoudingsdoelstellingen voldaan wordt, kan het project c.q. plan alleen doorgang vinden door de zogeheten ADC-toets met goed gevolg te doorlopen. Voor projecten c.q. plannen die ten opzichte van de uitgangssituatie op het referentiemoment geen significante toename in stikstofdepositie veroorzaken, zijn negatieve effecten ten aanzien van dit aspect uit te sluiten.
2.2 AERIUS CalculatorZ depositie Voor het beoordelen van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden gebruik te worden gemaakt van de AERIUS-calculator.
dient
Indien en voor zover het project c.q. plan leidt tot stikstofemissie moet de stikstofdepositie van het project c.q. plan worden berekend met de meest recente versie van AERIUS Calculator. Uit de berekening van de gehele beoogde situatie kunnen de volgende situaties blijken: voor een depositie die kleiner of gelijk is aan 0,00 mol/ha/jaar op alle Natura 2000gebieden geldt geen vergunning- of meldingsplicht in het kader van de Wnb; een depositie boven de grenswaarde van 0,00 mol/ha/jaar op de betreffende Natura 2000-gebieden moet, aan de hand van een voortoets, beoordeeld worden of significant negatieve effecten op voorhand kunnen worden uitgesloten. Zo niet, dan ontstaat er een vergunningplicht. Bij de nadere uitwerking i.c. beoordeling van activiteiten welke redelijkerwijs van invloed kunnen zijn op de stikstofdepositie op een voor stikstof gevoelige habitat in een Natura 2000gebied dienen de provinciale beleidsregels in acht genomen te worden.
Pagina 5 van 15
voortoetsWnb
3
REKENONDERZOEK
In dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten van de inputgegevens voor het rekenprogramma AERIUS opgenomen. De gegevens uit andere rapporten I onderzoeken zijn hierbij voor zover als redelijkerwijs mogelijk betrokken.
3.1 Emissiebronnen(permanent) De voertuigbewegingen zijn gebaseerd op het gemiddelde plaatsvinden.
aantal bewegingen
die per etmaal
3.1.1 Voertuigpassages De diverse voertuigen staan opgesteld in de loods en op het buitenterrein. Voor het aantal vervoersbewegingen wordt aangesloten bij het akoestisch onderzoek. In het akoestisch onderzoek is de maximale situatie weergegeven op een dag. Deze intensiteit is gebruikt als gemiddeld aantal voertuigen per etmaal (worst-case). Feitelijkevervoersbewegingen Initiatiefnemer heeft 7 fte in dienst. Uitgaande dat al het personeel wegrijdt met een zwaar voertuig is er sprake van een worst-case scenario. Minimaal de helft van het personeel gebruikt namelijk een licht voertuig om werkzaamheden uit te voeren. Deze personen vertrekken ’s ochtends naar een werk bij derden, komen overdag éénkeer terug om bijv. van machine te wisselen en komen ’s avonds terug. Worst-case zijn er 28 vervoersbewegingen. Hier bovenop is er een doorzet van 15.000 m3 aan grond- en hulpstoffen. Per vracht wordt 20m3 getransporteerd. Uitgaande van volle vrachten aanvoeren en leeg wegrijden en leeg vrachten aankomen en vol wegrijden, zijn dat jaarlijks 3.000 extra vervoersbewegingen van zware voertuigen. Uitgaande van 200 werkbare dagen betreffen dit 15 extra vervoersbewegingen per dag. Het totaal aan voertuigen bij een volle bezetting betreffen 43 vervoersbewegingen van zwaar verkeer per dag.
Met het uitgangspunt om de maximale vervoersbewegingen op ééndag te hanteren, zoals weergegeven in het akoestisch onderzoek, kan geconcludeerd worden dat er sprake is van éénworst-case scenario. Tabel5.;ļ: Overzichtmobielebronnen ld. Omschrijving
Lwr dB(A)
BronvermogenHoogte Aantal Bepaling (m) voertuigbewegingen (kengetal) Dag Avond Nacht (6-19) (19-22) (22-6)
Mobielebronnen INOl 1N02 lNO|ļ
Vrachtwagens Tractor/MMBS Personenwagens
Afbeelding
105
104 90
3: Uitsnede akoestisch onderzoek,
Kengetal
1,0 2,0 0,75
30 30 45
1 1 2
1 1 2
overzicht mobiele bronnen
Voor het aantal bewegingen worden onderstaande gegevens gehanteerd. Hierbij wordt uitgegaan dat vrachtauto’s en zelfrijdend materiaal allemaal zwaar verkeer betreffen. Personenauto’ s betreffen ‘licht verkeer ’. Van belang hierbij is dat de uitgangspunten in het akoestisch onderzoek betrekking hebben op het maximaal aantal bewegingen op ééndag. Dit is in feite niet representatief voor jaarlijkse vervoerbewegingen, maar kan als worst-case aangehouden worden. Op het terrein is er sprake van een lagere snelheid, hierdoor moet er voor een deel van de rijlijn gekozen worden voor ‘Binnen bebouwde kom’. Voor de verkeersaantrekkende werking is uitgegaan van de categorie ‘buitenwegen ’. Circa 5007o van het transport verplaatst zich in noordelijke richting (via de Zijstraat, Europalaan naar de N261) en circa 5007o van het transport verplaatst zich richting zuidelijke richting (via de Middelstraat, Heibloemstraat, Moersedreef naar de N260). Aan zowel de noord- als de
Pagina 6 van 15
voortoetsWnb
zuidzijde betreft de toename 32 zware vrachtwagenbewegingen per etmaal. Op basis van ‘Staat van Mobiliteit Brabant - Intensiteiten van het Netwerk ’ is aan de noordzijde op het verkeer vanaf de N261 opgenomen in het heersend verkeersbeeld, uitgaande van de vuistregel dat een toename tot en met 50Zo leidend is. Het verkeer aan de zuidzijde is opgenomen tot aan de N260. Vanaf hier kan met zekerheid gesteld worden dat het verkeer in het heersende verkeersbeeld is opgenomen. Zekerheidshalve is voor zowel licht als zwaar verkeer dit als uitgangspunt opgenomen. Tabel 1: overzicht brongegevens
rijbewegingen.
Bron 1 2 4
Omschrijving Lichtverkeer op locatie Zwaar verkeer op locatie Verkeer zuid
5
Verkeer
noord
voertuigpassages 49 x licht 64 x zwaar 25 x licht 32 x zwaar 24 x licht 32 x zwaar
3.1.2 (Mobiele)machinesen (stationair)draaiendemotoren Binnen de inrichting vinden ook diverse handelingen plaats met machines/werktuigen met een verbrandingsmotor i.c. activiteiten waarbij een emissie (NOx) vrijkomt vanwege de verbranding van gasolie. Voor alle relevante voertuigen/machines is sprake van de brandstof ‘diesel ’. Het dieselverbruik is ingeschat op basis van het TNO-rapport TNO 2021 R12305, waarin een robuuste schatting van het dieselverbruik is te berekenen. Zie onderstaande tabel uit het rapport TNO 2021 R12305. Hierbij wordt uitgegaan van een gemiddelde belasting van 35 07o. Hiervoor wordt gekozen omdat activiteiten op de locatie niet zwaar belastend zijn. bouwjaar motorefficientie
optimale efficiëntie 1,1495
267,0
1997
1,1381
264,3
1998
1,1268
261,7
1,1157
259,1
2000
1,1046
256,5
2001
1,0937
254,0
1,0829
251,5
1,0721
249,0
1,0615
246,5
1,0510
244,1
1,0406
241,7
1,0303
239,3
1,0201
236,9
1,0100
234,6
2010
1,0000
232,3
2011 2012
0,9900
229,9
0,9801
227,5
0,9703
225,4
0,9606
223,1
0,9510
220,9
2014
Afbeelding
0,9415
218,7
0,9321
216,5
0,9227
214,3
0,9135
212,2
0,9044
210,1
0,8953
207,9
22,17
20,31
4: Uitsnede tabel uit het rapport TNO 2021 R12305
In onderstaande tabel zijn de machines weergegeven incl. het verbruik, de stageklasse en het dieselverbruik. Op onderhavige locatie zullen geen machines in gebruik zijn die ouder zijn of een hoger vermogen hebben.
Pagina 7 van 15
voortoetsWnb
Tabel 2: Overzicht emissies beoogde
situatie Bron/Activiteiten beoogd verbruik Ad Blue Aantal uren per
Bron AERIUS
Materieel, machines en installaties Kraan ļ shovel t.b.v. laad /loswerluaamheden
De emissies zijn gemodelleerd betreffende locatie.
Vermogen [kW]
verbrui ksfactor per uur
als vlakbron (inzake de ‘diverse
(3* van dieselverbruik)
325,3
Stageklasse Dieselnet.com l,ll,lllb.lV jaarlijks verbruik 10842
bronnen op terrein ’) op de
3.1.3 Stationairebronnen Voor het stationair draaien is tevens sprake van emissie. In onderhavige situatie wordt uitgegaan van maximaal 2 uur per dag stationair draaien met zware voertuigen ( vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers) met als referentiejaar 2018. Hierbij uitgaande dat er sprake is van 260 werkbare dagen per jaar, oftewel 520 uur per jaar. Voor niet gespecificeerde voertuig klassen (licht, middelzwaar-, zwaar vrachtverkeer en busverkeer) wordt aangenomen dat de onbelaste emissie gelijk is aan de emissie bij een snelheid van 12 km/uur bij stagnerend stadsverkeer. De emissiefactoren vind u in het tabblad 'Emissiefactoren klasse'. Deze zijn gebaseerd op de getallen die hier gepubliceerd zijn: https:ZZwww.riiksoverheid.nlZonderwerpenZluchtkwaliteitZdocumentenZpublicatiesZ2021Z03Z15Ze missiefactoren-voor-snelwegen-en-niet-snelwegen-2021 https://www.rivm.nl/sites/default/files/2021-03/Emissiefactoren 2021 NH3 v11mrt.ods
Tabe 3: overzicht emissies NOx en NH3 per jaar NOx g/uur 124,872 g/uur = 0,124872 kg/uur x 520 = 64,93344 NOx kg/jaar NH3 g/uur 0,7908 g/uur = 0,000791 kg/uur x 520 = 0,411216 NH3 kg/jaar De emissies zijn gemodelleerd betreffende locaties.
als vlakbron (inzake de ‘diverse
bronnen op terrein ’) op de
3.1.4 Stookinstallaties In het kantoorgedeelte is géénstookinstallaties aanwezig die aardgas verbrandt. In het woonhuis aan de Veldstraat 13 is een stookinstallatie aanwezig die aardgas verbrandt. Voor de berekening van de NOx-emissie is gebruik gemaakt van de gegevens van het CBS, zie onderstaande afbeelding. Op onderhavige locatie is een wat oudere vrijstaande woning aanwezig. De emissie van vrijstaande woningen bedraagt 3,59 kg NOx /jaar. Deze bron is als puntbron ingevoerd.
Pagina 8 van 15
voortoetsWnb
Tabel 9.1 Emissiefactoren voor woningen, kantoren en winkels (bron: CBS/CBP/ER) NOx (kg/iaar) Nieuwbouw
Oudere woningen
Afbeelding
Appartement
1.11
Tussenwoning
1.55
Hoekwoninq
1.83
2-onder-één-kap
2.17
Vrijstaande woninq
3.03
Appartement
1.25
Tussenwoning
2.00
Hoekwoninq
2.42
2-onder-één-kap
3.09
Vrijstaande woning
3.59
5: Uitsnede emissies woningen
Uit de berekening van de beoogde situatie blijkt dat het beoogde initiatief een depositie heeft op drie Natura 2000-gebieden van meer dan 0,01 mol N/ha/jaar. Deze gebieden betreffen Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen, Moerputten & Bossche Broek en Langstraat. Beide gebieden zijn aangewezen december 2004 is.
Vlijmens Ven,
als habitatrichtlijngebied, waarbij de referentiesituatie
7
Referentiedatums De referentiedatum voor de Habitatrichtlijn is 7 december 2004 of de datum waarop het desbetreffende gebied door de Europese Commissie tot een gebied van communautair belang is verklaard, voor zover die verklaring heeft plaatsgevonden na 7 december 2004. De referentiedatum voor gebieden datum waarop het desbetreffende plaatsgevonden na 10 juni 1994.
ter uitvoering van de Vogelrichtlijn is 10 juni 1994 of de gebied is aangewezen, voor zover die aanwijzing heeft
Voor het bepalen van de referentiesituatie is voorts nog van belang dat in geval er meerdere toestemmingen (niet zijnde een expliciete natuurtoestemming) relevant zijn, enkel delaagsttoegestane depositie vanafdereferentiedatum geldt.Deze voorwaarde volgt uit de jurisprudentie (o.a. ECLI:NL:RVS:2013:1891) en is nu ook als zodanig in de definitie van ‘referentiesituatie ’ in de Beleidsregels verwoord.
3.2 Tijdelijkeemissies De tijdelijke emissies die ontstaan bij de bouw van de nieuwe loods moeten als een project worden gezien in de zin van Wet natuurbescherming. Het aantal voertuigbewegingen bij de sloop- en bouwwerkzaamheden zijn gebaseerd op een maximale situatie. Dit is een benadering ‘worst case ’ oftewel het ergste geval. Het daadwerkelijke jaarlijkse aantal voertuigbewegingen in dit onderzoek past daarom ruim binnen deze aannames.
3.2.1 Voertuigpassages De diverse voertuigen staan opgesteld op het buitenterrein. Bouwverkeer (totaal)
Pagina 9 van 15
voortoetsWnb
Lichtverkeer:
2 bewegingen x 4 personenwagens per dag x 50 werkdagen = 400 bewegingen per jaar 2 bewegingen x 80 vrachtwagens voor aan- en afvoer materialen = 160 bewegingen per jaar (beton (Incl. mixer) -staal - stenen - betonplaten wand/dakpanelen - afvoer sloopafval)
Zwaar verkeer:
AERIUS berekent voor vervoersbewegingen het gemiddelde aantal vervoersbewegingen in éénjaar. Het verkeer komt hierbij 500Zo vanuit noordelijke richting en 5007o vanuit zuidelijke richting. Tabel 4: voertuigpassages Omschrijving Lichtverkeer Zwaar verkeer De voertuigbewegingen actuele emissiefactoren opgenomen.
per dag per jaar (worst-case) Voertuigpassages 400 x per jaar 160 x per jaar
zijn gemodelleerd voor wegverkeer
als een weg met licht-, en zwaar verkeer met de die in het rekenprogramma AERIUS Calculator zijn
3.2.2 (Mobiele)machinesen (stationair)draaiendemotoren Ten aanzien van de realisatie van de loods vinden ook diverse handelingen plaats met machines/werktuigen met een verbrandingsmotor i.c. activiteiten waarbij een emissie (NOx) vrijkomt vanwege de verbranding van gasolie. Het dieselverbruik
is ingeschat op basis van het feitelijke
In onderstaande tabel, zijn de machines weergegeven het dieselverbruik.
gegevens. incl. het verbruik, de stageklasse en
Tabel 5: Overzicht tijdelijke emissies Bron/Activiteiten beoogd Aantal uren per Materieel,,
machines en installaties
Kraan t.b.v. ui ;raven en :raan t.b.v. zetten sį beton pomp
De emissies zijn gemodelleerd betreffende locaties.
Vermogen
verbruiksfactor
[kW]
verbruik Ad Blue (39Ä van dieselverbruik)
Stageklasse Dieselnet.com l,ll,lllb,IV jaarlijks verbruik
32,98
als vlakbron (inzake de ‘diverse
bronnen op terrein ’) op de
Pagina 10 van 15
voortoetsWnb
4 Bepalingreferentiesituatie Ter bepaling van de mate waarin de voorgenomen activiteiten leiden tot een toename van stikstofdepositie die op grond van de Wnb (passend) beoordeeld moet worden beoordeeld, zijn de provinciale beleidsregels (hierna: “Beleidsregels ”) relevant. Uit de Beleidsregels blijkt uitdrukkelijk dat de referentiesituatie van de activiteit (art. 1 lid g Beleidsregels) van essentieel belang is om te kunnen bepalen of er sprake is van vergunde emissierechten. De referentiesituatie wordt beoordeeld aan de hand van de toestemmingen (vergunningen, meldingen e.d.) die de saldogevende activiteit heeft (of niet heeft) (artikel 1 lid l Beleidsregels). Welke toestemmingen
komen in aanmerking voor intern salderen?
Toestemming (art. 1 lid l Beleidsregels): 1. Onherroepelijke vigerende natuurvergunning; of 2. Onherroepelijke vigerende vergunning dan wel geldende melding op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht onderdeel milieu, de Wet milieubeheer of de Hinderwet; of 3. Een activiteit waarvoor geen natuurvergunning nodig was maar die wel voldoet aan artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming; of 4. Een activiteit die onder artikel 9.4 achtste lid van de Wet valt; of 5. Een activiteit die op de Europese referentiedatum was toegestaan en die sindsdien onafgebroken aanwezig is geweest.
4.1 Referentiesituatie Voor onderhavige locatie is geen vergunning i.h.k.v. de Wet natuurbescherming verleend. Wel is een vergunning verleend voor de oprichting van een loonwerkbedrijf met twee mestsilo’ s d.d. 30 juni 1995, zie onderstaande uitsnede. Beide mestsilo’ s zijn vergund voor de opslag van elk 2.000 m3 mest. De geldende milieumelding is bijgevoegd als bijlage.
hurţiflmftnstar im
tuncíHl#luw op
^JlTUATlf GEMEENTE LOON op ZANO SECTIE K no
Z676. opp 17ēflSho
SCHAAL 1 5000
Afbeelding
6: uitsnede tekening
besluit d.d. 24-10-1995
Pagina 11 van 15
voortoetsWnb
Afbeelding
7: Uitsnede
bestaande situatie.
Feitelijk is op dit moment éénsilo aanwezig. De andere silo is niet gerealiseerd en mag niet meegenomen worden als vergund recht, aangezien deze niet feitelijk gerealiseerd is. De opslag van mest in silo’s leidt tot de emissie van ammoniak. De silo is primair gebruikt voor de opslag van varkensmest. De emissiefactoren voor de opslag van mest in silo’s zijn bepaald op basis van het WURrapport ‘Emissies naar lucht uit de landbouw berekend met NEMA voor 1990-2019’. Hieruit blijkt dat de emissiefactor van ammoniak 20Zo is voor fok- en vleesvarkensdrijfmest (Hoogeveen et al. (2010)). Voorheen werd verondersteld dat de emissie 1,6607o bedroeg (Van der Hoek (2002)). Er wordt in de referentiesituatie uitgegaan van de minst zware emissie Uit onderstaande tabel blijkt dat het gemiddelde gehalte aan stikstof tussen de 5 en 7 kilo bedraagt. Voor de berekening van éénkuub drijfmest is derhalve uitgegaan van 5 kilo stikstof per kuub mest (conservatief). Mestsoort
Soortelijk gewicht
Droge stof 7„
Org Gehaltes in kg/ton product stof"/» Slik- Stik- Stik- Fos- KaliunMag- ^atnuiüwastof
stof
stof faat K:0 ne-
N- NH4 N-org P,05 tot Amm Vloeibare
Na:0 vel
sium MgO
s 503
mest
Rundveedrijfmest
1.00
9.2
7.1
40
1.9
2.1
15
5.4
1.2
0.8
0.7
Wit-vlees kalveren drijfmest
1.00
22
1.7
2.6
2.1
0.5
1.1
4.5
1.7
1.6
0.2
9.4
7.1
5.0
1.6
1.2
1.4
1.1
idem Rosé kalveren idem digestaat rvdm Vleesvarkens Zeugen
drijfmest
1.04
10.7
43
5.6
3.0
2.6
2.6
40
2.5
1.5
15
7.0
3.7
3.3
3.9
5.3
0.6
drijfmest
1.00
0.7
2.5
5.0
3.3
1.7
3.5
4.9
1.3
0.8
0.5
Kippen drijfmest
1.02
14.5
9.3
10.2
5.8
4.4
7.8
6.4
2.2
0.9
0.9
Rundveegier
1.03
25
1.0
40
3.8
0.2
0.2
8.0
02
1.0
0.8
Vleesvarkensgier
1 01
2.0
0.5
65
6.1
0.4
0.9
4.5
0.2
1.0
0.7
Zeugengier
1.02
1.4
1.0
2.0
1.9
0.1
0.9
25
02
0.2
0.2
Afbeelding
8: Uitsnede
Eurolab, gemiddelde
samenstelling
organische meststoffen in bulk
Pagina 12 van 15
voortoetsWnb
Uitgaande van een opslag- en doorzetcapaciteit van 2.000 m3 kan gesteld worden dat er jaarlijks 10.000 kg stikstof opgeslagen wordt. Hiervan emitteert 1,660Zo als ammoniak, waardoor sprake is van een ammoniakemissie van 166 kg N^/jaar. De feitelijke emissie, als gevolg van bemesting ter plaatse van de bedrijfslocatie wordt zekerheidshalve buiten beschouwing gelaten.
Pagina 13 van 15
voortoetsWnb
5 CONCLUSIES In dit onderzoek zijn voor de locatie op de Veldstraat 11 en 13, 5176 NB te De Moer, de te verwachten stikstofdeposities ter plaatse van Natura 2000-gebieden berekend. Uit de rekenresultaten blijkt dat de stikstofdepositie op geen van de Natura 2000-gebieden groter is dan 0,00 mol/ha/jaar. Er is zelfs sprake van een afname doordat de bestaande drijfmestsilo geamoveerd wordt. De afname betreft minimaal 0,11 mol/ha/jaar. Gezien de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied leidt de beoogde ontwikkeling verder niet tot andere voorkomende storende factoren zoals oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring door geluid, optische verstoring, verstoring door mechanische effecten en bewuste verandering soortensamenstelling. Er is derhalve geen sprake van een significant negatief effect op gevoelige omliggende Natura 2000-gebieden.
habitattypen in
Pagina 14 van 15
voortoetsWnb
6 BIJLAGEN 1) 2) 3) 4)
AERIUS-berekening beoogde situatie AERIUS-verschilberekening AERIUS-berekening tijdelijke emissies Vergunning 1996
Pagina 15 van 15